43 1 Bijlage 1 Vaststellingsbesluit-Gaswinning-Groningen-2022-2023
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Nederlandse Aardolie Maatschappij T.a.v. Postbus 28000 9400 HH ASSEN
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000
Datum Betreft Geachte
26 september 2022 Vaststellingsbesluit Groningenveld 2022-2023
T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk PDGGO-DSGG / 22368536
,
Publiekssamenvatting In 1963 is gestart met het winnen van gas uit het Groningenveld. Sinds 2013 wordt de gaswinning uit het Groningenveld verminderd en in 2018 heeft het kabinet besloten de gaswinning zo snel als mogelijk definitief te beëindigen. Dit heeft als resultaat dat vanaf gasjaar 2022-2023 de gaswinning in de eindfase komt. Het uitgangspunt is om het Groningenveld volgend gasjaar definitief te sluiten. Dat is volgens het kabinet de beste manier om de veiligheid in Groningen op korte termijn te verbeteren en op lange termijn te garanderen. Met het opruimen van productielocaties die in voorgaande jaren zijn gesloten, is al begonnen. Komend gasjaar, dat loopt van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2023, wordt een kantelpunt bereikt. Er zal nog maar beperkte gaswinning zijn, namelijk alleen nog de winning die nodig is om een aantal productielocaties operationeel te houden. In uitzonderlijke situaties, zoals verstoringen in het gassysteem, technische storingen, uitval van een laagcalorische gasopslag of zeer koude omstandigheden, mag een beperkt aanvullend beroep op het Groningenveld worden gedaan. Dit leg ik vast in dit besluit.
Bij het vaststellen van de hoogte en wijze van de gaswinning betrek ik de veiligheidsrisico’s als gevolg van de gaswinning, het tempo van de afbouw van de gaswinning, het tempo van versterking, schadeafhandeling, gezondheidsrisico’s, de gevolgen van het afsluiten van eindafnemers van laagcalorisch gas en de leveringszekerheid. Hoogte en wijze van de gaswinning Voor het gasjaar 2022-2023 leg ik een winningsniveau van 2,8 miljard Nm3 vast. Tot en met maart 2023 worden elf productielocaties ingezet (dit gaat gepaard met een capaciteit 4,4 miljoen Nm3 per uur) en vanaf april 2023 zijn er nog vijf productielocaties nodig. De netbeheerder van het landelijke gastransportnet Gasunie Transport Services (hierna: GTS) concludeert in het aanvullend advies van 16 september 2022 dat, onder een aantal randvoorwaarden, dit winningsniveau en deze capaciteit voldoende zijn om de leveringszekerheid te borgen ondanks de vertraagde oplevering van de stikstofinstallatie in Zuidbroek. Het aantal productielocaties dat operationeel blijft in gasjaar 2022-2023 hangt af van de capaciteit die het Groningenveld moet kunnen leveren. De inzichten Pagina 1 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
hierover zijn sinds de publicatie van de raming veranderd, doordat de oorlog in Oekraïne grote gevolgen heeft voor de gasmarkt in Europa en Nederland. In de raming van 31 januari 2022 adviseerde GTS een winningsniveau van 1,7 miljard Nm3 en een capaciteit in de winter van minstens 2,7 miljoen Nm3 per uur. Dit staat volgens GTS gelijk aan de productiecapaciteit van zeven productielocaties. In de zomer zijn er vijf productielocaties nodig. In het advies van 16 september 2022 onderstreept GTS de noodzaak van het operationeel houden van alle huidige productielocaties. Ik kies er voor om nu geen productiecapaciteit uit gebruik te nemen en alle huidige elf productielocaties aan het begin van gasjaar 2022-2023 operationeel te houden. Naast de effecten op de gasmarkt van de oorlog in Oekraïne zijn er ook onzekerheden over het functioneren van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek. Naast GTS, adviseren ook TNO en de Mijnraad om geen productielocaties uit gebruik te nemen bij de start van het gasjaar.
PDGGO-DSGG / 22368536
In het aanvullende advies adviseert GTS om in het licht van de huidige geopolitieke situatie, die mogelijk nog langere tijd effecten zal hebben op de energiemarkten, om geen productielocaties te sluiten in gasjaar 2022-2023 om zo de leveringszekerheid in gasjaar 2023-2024 te kunnen waarborgen. Voor 1 april 2023, laat ik definitief weten of de zes productielocaties kunnen sluiten, daarbij betrek ik de meest actuele inzichten. Als ik ervoor kies om de zes productielocaties niet te sluiten, dan heeft dit gevolgen voor dit besluit. De winning zal in dat geval hoger zijn (circa 0,4 miljard Nm3) als alle productielocaties ook in de zomer operationeel moeten blijven. Daarnaast zal ik in de loop van het gasjaar bekijken wat de actuele ontwikkelingen zijn in de vraag naar laagcalorisch gas en wat de actuele vulgraad is van de gasopslagen voor laagcalorisch gas. In het aanvullende advies van 16 september 2022 wijst GTS op een studie van ENTSOG 1, waarin een risico wordt benoemd voor het vullen van de gasopslagen voor de winter van gasjaar 2023-2024. Als de gasopslagen gedurende de winter van gasjaar 2022-2023 niet alleen worden ingezet voor het afdekken van de leveringszekerheid, is het mogelijk dat gedurende de zomer van gasjaar 2022-2023 niet alle gasopslagen in Europa voldoende gevuld raken voor de daaropvolgende winter in gasjaar 2023-2024.
De minister voor Klimaat en Energie en ik bekijken welke afspraken er nodig zijn om de gasopslagen ook komende zomer voldoende te kunnen vullen. Daarbij betrek ik ook het aanvullende advies van GTS. Productielocaties die operationeel moeten blijven worden op de waakvlam gezet, waarbij een beperkte hoeveelheid gas (de zogenoemde minimumflow) wordt gewonnen. Voor mijn keuze voor elf productielocaties in de winter en vijf in de zomer is de minimumflow 2,8 miljard Nm3. De seismische dreigings- en risicoanalyse, die TNO heeft uitgevoerd, gaat uit van een minimumflow van 1,7 miljard Nm3, omdat bij de uitvraag van de risicoanalyse de veronderstelling was dat in de winter slechts zeven productielocaties op de waakvlam zouden staan wat gepaard gaat met een lagere minimumflow. Dit inzicht is nu veranderd, zoals hierboven toegelicht.
1
https://www.entsog.eu/sites/default/files/2022-07/SO0036-22_Yearly_Supply_Outlook_2022-2023_2.pdf Pagina 2 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Veiligheidsrisico’s De veiligheid voor de inwoners van Groningen is mijn belangrijkste leidraad in de keuzes die ik maak ten aanzien van dit vaststellingsbesluit. Het open houden van elf productielocaties in de winter in plaats van zeven productielocaties zal volgens het Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) en de Mijnraad geen andere gevolgen hebben voor de veiligheid, omdat de drukverschillen in het gasveld, die door de winning in het verleden zijn ontstaan, meer bepalend voor de veiligheid zijn dan het voorgenomen lage winningsniveau van 2,8 miljard Nm3. In lijn hiermee heb ik geen aanvullende risicoanalyse voor het scenario met elf productielocaties in de winter uitgevraagd, omdat dit niet tot andere inzichten over de veiligheid zal leiden. Uit de risicoanalyse voor zeven productielocaties in de winter en vijf in de zomer blijkt dat de afbouw van de gaswinning de veiligheid in Groningen zal verbeteren. Uit de berekeningen en adviezen blijkt dat de trend zal doorzetten dat aardbevingen in aantal en magnitude afnemen. Dat neemt echter niet weg dat ook na gasjaar 2022-2023 nog aardbevingen blijven voorkomen. Uit de risicoanalyse blijkt dat er geen gebouwen meer zijn met een verhoogd risicoprofiel. Er zijn 16 gebouwen met een licht verhoogd risicoprofiel. Deze gebouwen zijn allemaal al onderdeel van de versterkingsoperatie.
PDGGO-DSGG / 22368536
Tempo van versterken De versterking van huizen in Groningen staat voor mij hoog op de agenda. Er moeten nog duizenden huizen worden beoordeeld en daar waar nodig versterkt. De afgelopen periode heb ik samen met de regio en de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) verschillende maatregelen genomen om de versterkingsopgave te versnellen, zodat bewoners sneller duidelijkheid krijgen over de noodzaak van het versterken van hun woning en de uitvoering daarvan. Met de typologieaanpak die in 2021 is geïntroduceerd hoeven gebouwen niet meer individueel worden doorgerekend en kan snelheid worden gemaakt. Voor de uitvoering van de versterking heeft NCG in 2022 afspraken gemaakt gericht op het vergroten van de uitvoeringscapaciteit. Verder wordt dit jaar gestart met de dorpenaanpak in Garrelsweer, Wirdum, Zeerijp en Leermens: vier dorpen in de kern van het aardbevingsgebied. De dorpenaanpak is een crisisaanpak die de versterking ten opzichte van de huidige praktijk moet versnellen. Schadeafhandeling Ook de schadeafhandeling houdt mijn onverminderde aandacht. Immers, ondanks de verminderde gaswinning, blijft het aantal schademeldingen hoog. Ook voor het gasjaar 2022-2023 blijft de kans aanwezig dat er schade aan gebouwen optreedt als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld.
Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) blijft daarom inzetten op een snelle en ruimhartige schadeafhandeling. Sinds 29 november 2021 worden er wekelijks meer schademeldingen afgehandeld dan er nieuw binnenkomen, enkele uitzonderingen daargelaten. Gemiddeld worden er sindsdien ruim 1.500 schademeldingen per week afgehandeld tegenover 900-1.000 afgehandelde schademeldingen per week eind 2020. Deze versnelling is onder meer gerealiseerd door de vaste vergoeding regeling, waar bewoners sinds 1 november 2021 voor kunnen kiezen. Sinds november 2021 is IMG ook gestart met het vergoeden van immateriële schade. In 2022 bereidt IMG zich voor op de bij algemene maatregel van bestuur toe te delen taak om naast de al bestaande Pagina 3 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
vergoeding voor waardedaling een tegemoetkoming aan bewoners te verstrekken die een lagere schadevergoeding voor waardedaling hebben ontvangen van NAM dan nu zou zijn toegekend door IMG. Ook krijgt IMG met de aanstaande wijziging van de Tijdelijke wet Groningen een ruimere bevoegdheid om fysieke schade duurzaam te herstellen.
PDGGO-DSGG / 22368536
Helaas bieden de reguliere processen voor schadeafhandeling en versterking niet voor alle bewoners de juiste oplossing. In sommigen gevallen is er meer maatwerk nodig. Voor bewoners van wie het dossier vastloopt of dreigt vast te lopen is op 1 juni 2021 het Interventieteam gestart. Aan het Interventieteam nemen IMG en NCG deel, onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. Ook blijft via de Commissie Bijzondere Situaties (hierna: CBS) een vangnet beschikbaar voor bewoners die niet alleen te maken hebben met de schadeafhandeling of versterkingsoperatie, maar daarnaast ook voor psychische, medische of financiële problemen staan. Voor bewoners die te maken hebben met schade en versterking op één adres wordt er gewerkt aan de verbetering van de samenwerking tussen IMG en NCG. Regels over de samenwerking worden wettelijk verankerd met als doel de bewoner met versterking en schade op één adres te ontlasten door integrale oplossingen en coördinatie te bieden – indien de bewoner dat wenst. Daarnaast hebben IMG en NCG op basis van de evaluatie in 2021 ook een plan van aanpak opgesteld om de samenwerking te verbeteren en intensiveren. Gezondheidsrisico’s Ik ontvang diverse signalen over de psychosociale effecten van de gaswinning en neem deze heel serieus.
Inwoners van Groningen ervaren gezondheidsklachten of stress met name als gevolg van de lange en onzekere trajecten voor versterking van hun woning of de afhandeling van schade, zoals blijkt uit onderzoek van Gronings Perspectief. Een belangrijke maatregel om gezondheidsrisico’s te beperken is het wegnemen van de oorzaak, de beoogde beëindiging van de gaswinning. Aanvullend wordt er veel energie gestoken in de verbetering van procedures rondom schade en versterken. Daarnaast biedt het kabinet onder andere via het Nationaal Programma Groningen perspectief op de toekomst door investeringen in leefbaarheid en economie. Ook is er extra budget beschikbaar voor sociaal-emotionele en geestelijke verzorging in het aardbevingsgebied. Afweging rondom afsluiten eindafnemers van laagcalorisch gas Als gevolg van de oorlog in Oekraïne is de gasmarkt onzekerder geworden. Er bestaat een grotere kans op tekorten van hoogcalorisch gas, wat zou kunnen leiden tot het afsluiten van eindafnemers van hoogcalorisch gas. Dit kan maatschappij ontwrichtend werken. Er zijn ook gevolgen voor laagcalorische gasafnemers, die in steeds grotere mate worden beleverd met laagcalorisch gas dat is gemaakt door stikstof aan hoogcalorisch gas toe te voegen. Door deze verschuiving in de afhankelijkheid, is de bijdrage van het Groningenveld voor de laagcalorische afnemers steeds kleiner geworden.
Daarnaast is de vraag naar laagcalorisch gas de afgelopen jaren steeds verder afgebouwd. Dit alles tezamen heeft als gevolg dat de maatschappij ontwrichtende werking van het niet inzetten van het Groningenveld kleiner is geworden ten opzichte van voorgaande gasjaren. Pagina 4 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Desalniettemin kan het afsluiten van afnemers van laagcalorisch gas indirect een omvangrijk verlies aan productie en werkgelegenheid veroorzaken. Ook zijn er risico’s voor de veiligheid en gezondheid van alle inwoners van Nederland.
PDGGO-DSGG / 22368536
Het kabinet doet er alles aan om er voor te zorgen dat er komende winter voldoende gas beschikbaar is. Het Groningenveld dient als reservemiddel. Alleen in het allerlaatste geval, als de veiligheid van mensen in het geding is, omdat er bijvoorbeeld geen gas meer is om ziekenhuizen te verwarmen of te koken, komt de mogelijke aanvullende inzet van het Groningenveld ter discussie. Vooruitblik sluiting Groningenveld Het gasjaar 2022-2023 is een kantelpunt, omdat het Groningenveld op de waakvlam gaat. Door de voortzetting van de maatregelen om de vraag naar Groningengas af te bouwen, komt de definitieve sluiting van het Groningenveld dichterbij. De sluiting wordt in 2023, en als het tegenzit uiterlijk in 2024, gerealiseerd. De definitieve sluitingsdatum hangt af van een aantal onzekerheden. Ten eerste hangt het af van de gasleveringen aan Europa als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Daarnaast hangt het af van het functioneren van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek, het functioneren van de gasopslag Grijpskerk als laagcalorische gasopslag en de voortgang van de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas. Ik monitor deze ontwikkelingen nauwlettend en het is mijn inzet om in het najaar van 2023 of uiterlijk 2024 de decennialange gaswinning uit het Groningenveld te beëindigen.
Pagina 5 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Besluit 1
PDGGO-DSGG / 22368536
Inleiding
Zoals voorgeschreven in de Mijnbouwwet neem ik, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK), voor de start van ieder gasjaar 2 een vaststellingsbesluit waarin ik bepaal hoeveel en op welke wijze (de operationele strategie) gas uit het Groningenveld wordt gewonnen. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (hierna: NAM) is gehouden om de operationele strategie zoals vastgesteld in dit besluit uit te voeren. In maart 2018 heeft het kabinet besloten om de gaswinning uit het Groningenveld te beëindigen en heeft daartoe een basispad gepresenteerd. Het basispad bevat de geleidelijke afbouw van de gaswinning tot aan de uiteindelijke beëindiging in 2030. Aanvullend is per 1 januari 2019 wettelijk vastgelegd dat er uit het Groningenveld niet meer mag worden gewonnen dan dat nodig is voor de leveringszekerheid. Dit is het zogeheten “niet meer dan nodig” principe. Volgens het kabinet is het beëindigen van de gaswinning de beste manier om de veiligheid en de veiligheidsbeleving in Groningen te verbeteren. In 2019 heeft het kabinet aanvullende maatregelen genomen om de gaswinning verder te verlagen. Met deze maatregelen was het mogelijk om in het gasjaar 2019-2020 de gaswinning vast te stellen op een niveau onder het door het Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) geadviseerde niveau van 12 miljard Nm3 in een qua temperatuur gemiddeld jaar.
In 2020 is het winningsniveau verder verlaagd en in het vaststellingsbesluit 2020-2021 vastgesteld op 8,1 miljard Nm3. Een verdere verlaging tot 3,9 miljard Nm3 was mogelijk in het volgende vaststellingsbesluit 2021-2022. Als gevolg van tegenvallers in de afbouw van de vraag naar Groningengas is het echter nodig geweest de gaswinning bij te stellen tot 4,5 miljard Nm3 via de wijzigingsbesluiten van 1 april en 13 juli 2022. Met dit besluit stel ik het winningsniveau voor het gasjaar 2022-2023 vast. Ook bepaal ik de verdeling van de winning over de clusters. Van productielocaties die niet meer nodig zijn in het gasjaar 2022-2023 en daarna stel ik vast dat deze kunnen worden gesloten. Voor 1 april 2023 neem ik een definitief besluit over het sluiten van productielocaties. De sluiting van productielocaties na gasjaar 20222023 vormt geen onderdeel van dit besluit, maar van de vaststellingsbesluiten van de betreffende jaren, dan wel het separate besluitvormingstraject voor de definitieve sluiting van het Groningenveld, die ik beoog in 2023 en als het tegenzit uiterlijk in 2024. In het hiernavolgende beschrijf ik eerst het wettelijk kader (hoofdstuk 2).
Daarin staat de in dit besluit te maken afweging tussen enerzijds het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang van het niet kunnen voorzien van de eindafnemers van laagcalorisch gas, en anderzijds het belang van de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van de bodembeweging veroorzaakt door de gaswinning 2
Een gasjaar start op 1 oktober en duurt tot en met 30 september in het opvolgende kalenderjaar. Pagina 6 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
centraal. Ook beschrijf ik de stand van zaken van het wetsvoorstel Wat na nul. Vervolgens komen in hoofdstuk 3 de verschillende procedurestappen aan de orde die zijn gezet om te komen tot dit besluit. In hoofdstuk 4 wordt de operationele strategie en de gevolgen voor de bodembeweging toegelicht. Aansluitend worden in hoofdstuk 5 de wettelijke criteria doorlopen. Daarbij betrek en beoordeel ik de relevante adviezen van de adviseurs. Deze informatie vormt een integraal onderdeel van de eindafweging in hoofdstuk 6. Ten slotte stel ik in hoofdstuk 7 de operationele strategie en aanvullende verplichtingen vast.
PDGGO-DSGG / 22368536
Pagina 7 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
2
Wettelijk kader PDGGO-DSGG / 22368536
2.1
Raming GTS en opstellen operationele strategie
In het wettelijk stelsel start de procedure voor de jaarlijks vast te stellen operationele strategie met een door de netbeheerder van het landelijke gastransportnet Gasunie Transport Services (hierna: GTS) op te stellen raming voor de in een gasjaar benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas (artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, Gaswet). Die raming dient jaarlijks uiterlijk voor 1 februari door GTS te worden geleverd. Vervolgens wordt die raming aan NAM toegezonden met het verzoek om een of meer operationele strategieën voor te stellen over de inzet van het Groningenveld, gelet op de raming van GTS (artikel 52c Mijnbouwwet). 2.2
Afwegingskader
De operationele strategie wordt vastgesteld aan de hand van de in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet voorgeschreven afweging van belangen: “2. Onze Minister betrekt bij de vaststelling het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas en kijkt hierbij in het bijzonder: a. in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10-5; b. in hoeverre de leveringszekerheid van verschillende categorieën eindafnemers wordt geborgd; c. naar het tempo van de afbouw van de vraag; d. naar het tempo van versterken van gebouwen; e. naar maatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld; f. naar maatschappelijke ontwrichting als gevolg van het afsluiten van verschillende categorieën eindafnemers.” Het in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet genoemde veiligheidsbelang is in artikel 52a Mijnbouwwet als volgt gedefinieerd: “de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld en de veiligheidsrisico’s als gevolg van het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas”.
Bij de afweging in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet worden alle relevante belangen, zoals het veiligheidsbelang en bovengenoemde maatschappelijk belang van leveringszekerheid betrokken. Op basis van artikel 52d, vijfde lid, Mijnbouwwet wordt bij de vaststelling van de operationele strategie voor een ieder inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd op welke wijze een zwaarwegend belang is toegekend aan de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld.
Pagina 8 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
De criteria onder a t/m f in het tweede lid van artikel 52d Mijnbouwwet geven een meer specifieke invulling aan de te maken afweging. Hieronder wordt toegelicht welke betekenis die criteria hebben voor die afweging.
PDGGO-DSGG / 22368536
Het is duidelijk dat de criteria a (veiligheidsnorm 10-5) en d (het tempo van versterken) beide betrekking hebben op het veiligheidsbelang. Het versterken van gebouwen is immers een middel om tijdig te kunnen voldoen aan de veiligheidsnorm. Het criterium e (maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging) maakt duidelijk dat het veiligheidsbelang niet strikt beperkt is tot het voldoen aan de veiligheidsnorm 10-5, zoals beschreven onder criterium a. Ook maatschappelijke gevolgen, zoals vertraging in de afhandeling van schade, sociale onveiligheid, gezondheidseffecten en maatschappelijke onrust, dienen in de afweging op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet te worden betrokken, voor zover die gevolgen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. De criteria b (borging leveringszekerheid) en f (maatschappelijke ontwrichting en leveringszekerheid) hebben beide betrekking op leveringszekerheid. Daarbij is van belang dat criterium b mede betrekking heeft op het veiligheidsbelang, namelijk voor wat betreft de veiligheidsrisico’s die gemoeid kunnen zijn met het niet kunnen voldoen aan de leveringszekerheid. Het criterium c (afbouw van de vraag) heeft zowel betrekking op de leveringszekerheid als op de veiligheid. Afbouw van de vraag leidt immers tot een lager niveau van gaswinning en daarmee tot een verbetering van de veiligheidssituatie.
De afbouw van de vraag gaat voor een belangrijk deel vooraf aan de afweging die op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet wordt gemaakt. Immers, het kabinetsbeleid is om de vraag zo snel mogelijk omlaag te brengen door het treffen van maatregelen. Het effect van die maatregelen komt tot uitdrukking in de GTS-raming voor de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. 2.3
Wijziging operationele strategie en opleggen tijdelijke maatregel
Artikel 52d, vierde lid, Mijnbouwwet biedt de mogelijkheid om tijdens het gasjaar de operationele strategie te wijzigen indien dat gerechtvaardigd wordt door het veiligheidsbelang of het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. Daarnaast biedt artikel 52e, tweede lid, Mijnbouwwet de mogelijkheid om in aanvulling op of in afwijking van de operationele strategie een tijdelijke maatregel op te leggen aan de houder van de winningsvergunning. Dat kan in de volgende gevallen: • als uit een melding van GTS blijkt dat de vraag naar gas uit het Groningenveld substantieel wijzigt ten opzichte van de raming waarop de operationele strategie is gebaseerd; • op basis van een melding van de houder van de winningsvergunning over een langdurige en substantiële afwijking van de operationele strategie of een onverwachte gebeurtenis die aanleiding geeft tot een andere verdeling van de winning over de clusters; Pagina 9 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
•
2.4
als een ernstige aantasting van de veiligheid van omwonenden van het Groningenveld ontstaat of dreigt te ontstaan.
PDGGO-DSGG / 22368536
Bijzondere regels voor het Groningenveld in de Mijnbouwregeling
Op basis van diverse artikelen uit de Mijnbouwwet worden in de Mijnbouwregeling nadere regels gesteld ten aanzien van het Groningenveld. Dat is gebeurd in de Mijnbouwregeling in paragraaf 1.3a Bijzondere regels voor het Groningenveld. Op grond van artikel 52c, vijfde lid, van de wet, wordt in de Mijnbouwregeling uitgewerkt wat een operationele strategie moet bevatten en welke elementen moeten worden behandeld ter onderbouwing daarvan. In artikel 1.3a.2, eerste lid, Mijnbouwregeling wordt uitgewerkt wat een ‘operationele strategie’ inhoudt: “1. Een operationele strategie bevat: a. een beschrijving van de volgorde van de inzet van de clusters en de verdeling van het volume over de clusters per kalendermaand uitgaande van het referentiejaar voor een gemiddeld gasjaar; b. de wijze waarop de inzet over de clusters en de verdeling van het volume over de clusters wordt verlaagd dan wel verhoogd, afhankelijk van de ontwikkeling van de actuele temperatuur gedurende het gasjaar, waarbij in ieder geval een beschrijving wordt gegeven van de volgorde van de inzet van de clusters en de verdeling van het volume over de clusters uitgaande van het referentiejaar voor een koud en voor een warm gasjaar.” In de volgende twee leden van dit artikel is beschreven welke elementen de operationele strategie ter onderbouwing moet bevatten: “2.
Ter onderbouwing van het eerste lid bevat de operationele strategie: a. een beschrijving van de rol van de gasopslag Norg in het beperken van fluctuaties in het Groningenveld op veldniveau en de doorwerking daarvan op de clusters; b. een beschrijving van geplande onderhoudswerkzaamheden en hoe dit de inzet van de clusters beïnvloedt. 3. Ter onderbouwing van het eerste lid bevat de operationele strategie een dreigings- en risicoanalyse waarin tenminste zijn opgenomen: a. een beschrijving van de verwachte bodembeweging als gevolg van de wijze waarop de clusters worden ingezet; b. een beschrijving van de mogelijke omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging als gevolg van de wijze van de inzet van de clusters; c. een beschrijving van de risico’s als gevolg van de verwachte bodembeweging als gevolg van de wijze van de inzet van de clusters; d. een analyse van het aantal gebouwen dat een individueel aardbevingsrisico met zich meebrengt dat groter is dan 10-5 per jaar, waarbij het individueel aardbevingsrisico wordt berekend met toepassing van de verwachtingswaarde; Pagina 10 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
e. f.
g.
een analyse van de ontwikkeling voor de komende 10 jaar ten PDGGO-DSGG / 22368536 aanzien van het aantal gebouwen, bedoeld in onderdeel d; een beschrijving van de maatregelen die kunnen worden genomen om bodembeweging zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, en een beschrijving van de maatregelen die kunnen worden genomen om de risico’s als gevolg van bodembeweging zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.”
Op basis van artikel 52d, derde lid, Mijnbouwwet worden in de Mijnbouwregeling nadere regels gesteld over de invulling van de veiligheidsnorm van 10-5 en de verschillende categorieën eindafnemers. In artikel 1.3a.3 Mijnbouwregeling wordt nadere invulling gegeven aan de veiligheidsnorm: “ 1. De veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, van de wet, betreft het individueel aardbevingsrisico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft. 2. Het individueel aardbevingsrisico wordt berekend met toepassing van de verwachtingswaarde.” In artikel 1.3a.4 van de Mijnbouwregeling is een indeling gemaakt van verschillende categorieën eindafnemers ten behoeve van de afweging in het besluit tot vaststelling van de operationele strategie. Op basis van artikel 52g, vijfde lid, en artikel 52h, tweede lid, Mijnbouwwet worden (nadere) regels gesteld over respectievelijk de uitvoering van de door de minister van EZK vastgestelde operationele strategie, en regels over de rapportageverplichting van NAM na afloop van het gasjaar. Zo zijn in de artikelen 1.3a.5 tot en 1.3a.9 van de Mijnbouwregeling verplichtingen vastgelegd met betrekking tot het monitoren door NAM van de gevolgen van de gaswinning in het lopende gasjaar.
In artikel 1.3a.10 van de Mijnbouwregeling wordt voorgeschreven welke gegevens NAM, in aanvulling op het bepaalde in artikel 52h, eerste lid, van de Mijnbouwwet, na afloop van het gasjaar moet rapporteren. Het betreft de volgende gegevens: “a. het aantal graaddagen; b. de inzet van de clusters per kalendermaand; c. de inzet van de gasopslag Norg per kalendermaand; d. een overzicht van de vullingsgraad van de gasopslag Norg per kalendermaand; e. een beschrijving van de waargenomen bodembeweging als gevolg van de inzet van de clusters; f. een analyse van de waargenomen bodembeweging ten opzichte van gegevens over de verwachte bodembeweging; g. een overzicht van de waargenomen productiefluctuaties in relatie tot het bepaalde hierover in de operationele strategie, en; h. een beschrijving van de gehanteerde prioriteitsvolgorde.” Pagina 11 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
2.5
Wetsvoorstel Wat na nul
Op 24 november 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd 3 over het voornemen om het wettelijk kader met betrekking tot de winning uit het Groningenveld aan te passen met het wetsvoorstel “Wat na nul”. Door afbouw van de gaswinning is het Groningenveld voor een periode alleen nodig als reservemiddel in uitzonderlijke situaties. Het Groningenveld kan definitief dicht zodra het ook in deze situaties niet meer nodig is voor de leveringszekerheid. Met het wetsvoorstel worden de Gaswet en Mijnbouwwet aangepast met oog op het definitieve einde van de winning uit het Groningenveld en de periode na sluiting.
PDGGO-DSGG / 22368536
In de eindfase van het Groningenveld zijn twee fases te onderscheiden: de periode waarin het Groningenveld als reservemiddel dient en de besluitvorming voor de definitieve sluiting wordt voorbereid (fase 1) en de periode waarin het veld definitief niet meer wordt ingezet en wordt ingesloten (fase 2). In fase 1 wordt de definitieve sluiting van het Groningenveld in goede banen geleid. Enerzijds wordt de besluitvorming voorbereid om het Groningenveld te sluiten, waarbij er bijzondere aandacht is voor functioneren van het gassysteem zonder het Groningenveld. Anderzijds wordt er nog in een vaststellingsbesluit vastgelegd op welke wijze het Groningenveld als reservemiddel wordt aangehouden. Afgewogen wordt in hoeverre de huidige procedure voor de vaststelling en uitvoering van de operationele strategie moet worden aangepast. Daarbij gaat het onder meer om het bepalen op welke wijze, in welke specifieke gevallen en onder welke voorwaarden de inzet van het Groningenveld in uitzonderlijke situaties mogelijk is. In fase 2 komt er een definitief einde aan de inzet van het Groningenveld. Daarmee komt er ook een einde aan de wettelijke besluitvormingsprocedure voor de vaststelling van de operationele strategie en andere bepalingen die uitgaan van de inzet van het veld. Ten behoeve van fase 2 wordt ook afgewogen welke bepalingen nodig zijn voor de situatie na sluiting.
Hierbij is er bijzondere aandacht voor monitoring van de veiligheid en de resterende verplichtingen voor NAM na sluiting. Het wetsvoorstel is reeds openbaar geconsulteerd 4 en wordt op dit moment voorbereid ten behoeve van toezending aan de Tweede Kamer. De regio Groningen (adviezen van 9-19 mei 2022) en de regio Drenthe (adviezen van 1118 mei 2022) adviseren mij om dit zo snel mogelijk te doen. Ik ga mij ervoor inzetten dat het wetsvoorstel snel aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Het is echter niet mogelijk dat de beoogde wetswijzingen in werking treden voor de start van gasjaar 2022-2023, waar dit besluit op ziet. Noodzakelijke bepalingen die zien op de inzet van het Groningenveld als reservemiddel worden daarom in dit besluit opgenomen. De gemeente Midden-Groningen (advies van 17 mei 2022) adviseert mij om wettelijk vast te leggen dat de gaswinning uit het Groningenveld in 2023 wordt 3 4
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 831. https://www.internetconsultatie.nl/gaswinninggroningenveld Pagina 12 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
gestopt. Ik begrijp dat de gemeente zekerheid wil over de sluiting van het PDGGO-DSGG / 22368536 Groningenveld. Dit moment is de afgelopen jaren met grote stappen dichterbij gekomen en mijn intentie is nog altijd om de laatste productielocaties in 2023, en als het tegenzit uiterlijk in 2024, te sluiten. Gelet op de onzekerheden rondom de afbouw van de vraag naar Groningengas en de aanvoer van hoogcalorisch gas zal ik echter geen sluitingsdatum in de wet vastleggen. Wel leg ik met het wetsvoorstel Wat na nul vast onder welke voorwaarden tot de sluiting kan worden besloten. Hiermee creëer ik, zover mogelijk, duidelijke randvoorwaarden voor de definitieve sluiting van het Groningenveld. In paragraaf 5.3.4 ga ik verder in op de verwachte sluitingsdatum.
Pagina 13 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
3
Procedure PDGGO-DSGG / 22368536
3.1
Raming GTS
Op 31 januari 2022 heeft GTS, conform artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, Gaswet, haar raming opgeleverd van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas uit het Groningenveld en de daarvoor benodigde capaciteit voor het gasjaar 20222023. Uit deze raming van GTS blijkt dat in de winter met zeven productielocaties en in de zomer met vijf productielocaties de back-up capaciteit kan worden geleverd. Het beschikbaar houden van zeven productielocaties in de winter en vijf in de zomer gaat volgens de raming van GTS gepaard met 1,7 miljard Nm3 gaswinning in gasjaar 2022-2023. De raming van GTS is gevalideerd door een externe partij: adviesbureau DNV. 5 Bij brief van 21 april 2022 is de Tweede Kamer over de raming van GTS en de validatie door DNV geïnformeerd. 6 3.2
Operationele strategie en publieke SDRA Groningen
Bij brief van 15 februari 2022 heb ik de raming van GTS, conform artikel 52c, eerste lid, Mijnbouwwet, doorgestuurd aan NAM. 7 In dezelfde brief heb ik NAM, conform artikel 52c, tweede lid, verzocht om een operationele strategie voor het gasjaar 2022-2023 voor te stellen, met inachtneming van: • de wettelijke bepalingen in artikel 52c van de Mijnbouwwet en artikel 1.3a.2 van de Mijnbouwregeling; • de raming van GTS; • de uitgangspunten die ik in de brief van 15 februari 2022 heb opgenomen. Tevens heb ik NAM gevraagd de operationele gevolgen van het in stand houden van de huidige elf productielocaties in de winter te onderzoeken. Uit artikel 52c, vierde lid, Mijnbouwwet, en artikel 1.3a.2, Mijnbouwregeling, volgt onder meer dat de operationele strategie dient te worden onderbouwd door een seismische dreigings- en risicoanalyse (hierna: SDRA). Ik heb de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (hierna: TNO) opdracht gegeven de SDRA behorende bij de operationele strategie (hierna: SDRA 2022) uit te voeren. Het SDRA-model bestaat uit verschillende deelmodellen, waarvoor verschillende versies beschikbaar zijn. Er is een zorgvuldig proces ingericht en gevolgd om te komen tot modelkeuzes, en ik heb mij laten adviseren over de te gebruiken instellingen.
8 Op advies van het Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) heb ik TNO opdracht gegeven de SDRA uit te voeren met grotendeels dezelfde modeluitgangspunten als de SDRA 2021 en de SDRA voor het wijzigingsbesluit van 1 april 2022.
Conform de motie Sienot/Van der Lee, Kamerstukken II 2018/19, 34957, nr. 52. Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1002. 7 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/groningen/vaststellingsbesluit2022-2023 8 De adviezen die ten grondslag liggen aan de modelkeuze zijn beschikbaar op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gaswinning-ingroningen/documenten/publicaties/2022/04/21/modelversies-publieke-sdra-groningen 5 6
Pagina 14 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Naar aanleiding van mijn verzoek heeft NAM op 6 april 2022 een voorstel voor een operationele strategie voor het gasjaar 2022-2023 bij mij ingediend met daarbij de SDRA 2022 van TNO. De resultaten van de SDRA zijn beschreven in hoofdstuk één tot en met zes van het document “Appendix B – Publieke SDRA Groningen gasveld 2022”.
PDGGO-DSGG / 22368536
In aanvulling op de SDRA 2022 die is uitgevoerd conform de uitgangspunten van de verwachtingenbrief, heeft TNO in haar rapportage een analyse opgenomen die de invloed van een andere modelkeuze laat zien. De resultaten van deze aanvullende analyse zijn beschreven in hoofdstuk zeven van het document “Appendix B – Publieke SDRA Groningen gasveld 2022”. Ik heb de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) verzocht om de uitkomsten van de SDRA 2022 en de aanvullende analyse van TNO te vergelijken met de werkvoorraad van NCG. De bevindingen van NCG zijn gerapporteerd in het document “SDRA 2022 in relatie tot Werkvoorraad NCG” van 5 april 2022 en “SDRA voorkeursvariant TNO” van 5 april 2022. De Tweede Kamer is bij brief van 21 april 2022 over de operationele strategie, de uitkomsten van de SDRA 2022 en de aanvullende analyse, en de analyses van NCG geïnformeerd. 9 3.3
Adviezen
Op grond van de Mijnbouwwet wet heb ik vervolgens mijn wettelijke adviseurs (de regionale overheden, SodM, TNO en de Mijnraad) verzocht mij te adviseren over de voorgestelde operationele strategie en de bijbehorende SDRA 2022. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (hierna: KNMI) heb ik aanvullend gevraagd om advies uit brengen met betrekking tot de seismiciteit. De Mijnraad heb ik tevens verzocht een overkoepelend advies uit te brengen. Naar aanleiding daarvan heb ik de volgende adviezen ontvangen: • “Advies aan de Staatssecretaris van EZK ten behoeve van het vaststellingsbesluit Groningen voor het gasjaar 2022/2023”, opgesteld door de regionale medeoverheden van de provincie Groningen en afzonderlijk naar mij toegestuurd door: o College van B&W van de gemeente Eemsdelta (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Groningen (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Het Hogeland (17 mei 2022); o Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Hunze en Aa’s (18 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Midden-Groningen (17 mei 2022); o Het Dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Oldambt (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Pekela (17 mei 2022); o College van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (17 mei 2022); 9
Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1002. Pagina 15 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
College van B&W van de gemeente Veendam (19 mei 2022); College van B&W van de gemeente Westerkwartier (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Westerwolde (9 mei 2022); en o Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Groningen (12 mei 2022); “Adviesvraag operationele strategie voor het Groningen gasveld 20222023”, opgesteld door de regionale medeoverheden van de provincie Drenthe en afzonderlijk naar mij toegestuurd door: o College van B&W van de gemeente Aa en Hunze (18 mei 2022); o College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe (17 mei 2022); o College van B&W van de gemeente Tynaarlo (11 mei 2022); en o College van B&W van de gemeente Noordenveld (18 mei 2022); “Advies met betrekking tot de voorgestelde operationele strategie Groningenveld gasjaar 2022-2023”, van 20 mei 2022 van KNMI; “Advies over de operationele strategie 2022/2023 voor het Groningengasveld”, van 19 mei 2022 van SodM; “Advies voorgestelde operationele strategie Groningenveld gasjaar 2022/2023”, van 20 mei 2022 van TNO; en “Mijnraadadvies vaststellingsbesluit Groningenveld 2022-2023”, van 10 juni 2022 van de Mijnraad. o o
•
• • • •
PDGGO-DSGG / 22368536
In de navolgende hoofdstukken ga ik nader in op de specifieke adviezen die in deze documenten zijn opgenomen. 3.4
Ontwerpvaststellingsbesluit en zienswijzen
Op basis van de hiervoor genoemde stukken van GTS, NAM, NCG, de wettelijke adviseurs en KNMI heb ik dit ontwerp voor het besluit tot vaststelling van de operationele strategie opgesteld. Het ontwerpvaststellingsbesluit is vanaf 25 juni 2022 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd, zodat een ieder een zienswijze heeft kunnen indienen (artikel 52d, zevende lid, Mijnbouwwet). Er is in deze periode ook een online informatiebijeenkomst georganiseerd. Daarbij is het ontwerpbesluit toegelicht en is aan belangstellenden de gelegenheid geboden om vragen over het ontwerpbesluit te stellen. Ook is stil gestaan bij de mogelijkheid om zienswijzen naar voren te brengen. Op het ontwerpbesluit zijn 28 zienswijzen ingediend. Mede aan de hand hiervan heb ik het ontwerpbesluit aangepast. Op specifieke zienswijzen reageer ik door middel van een nota van antwoord, die ik in september, tegelijk met dit besluit, publiceer. 3.5
Aanvullend advies van GTS
Op 16 september 2022 heef GTS op mijn verzoek een aanvullend advies opgeleverd. Dit advies bevat een beschrijving van de laatste stand van zaken over, onder andere, de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in
Pagina 16 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Zuidbroek en de nieuwe vulgraad verplichting uit Europa voor de gasopslagen. In de navolgende hoofdstukken ga ik verder op het advies in.
PDGGO-DSGG / 22368536
Pagina 17 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
4
Operationele strategie
In dit hoofdstuk ga ik in op de operationele strategie voor het gasjaar 2022-2023 en de verwachte gevolgen voor het Groningenveld. Allereerst geef ik een toelichting op de uitgangspunten die ik aan NAM heb meegegeven voor het opstellen van de operationele strategie. Daarna beschrijf ik de door NAM voorgestelde operationele strategie, inclusief de productieverdeling over de verschillende productielocaties. In het vervolg van het hoofdstuk worden de gevolgen van de operationele strategie toegelicht, zoals onder meer blijkt uit de SDRA. Daarna ga ik in op de situaties waarin het Groningenveld aanvullend kan worden ingezet en het aantal productielocaties dat op de waakvlam zal staan. Op specifieke onderdelen van de operationele strategie heb ik adviezen ontvangen van KNMI, de Mijnraad, de regionale overheden, SodM en TNO. Per onderdeel beoordeel ik het ontvangen advies. 4.1
PDGGO-DSGG / 22368536
Definitie en uitgangspunten
Zoals toegelicht in hoofdstuk 2, bevat een operationele strategie een beschrijving van de inzet van het Groningenveld. Daarbij houdt een operationele strategie rekening met de geraamde volume- en capaciteitsvraag en de wijze waarop de ondergrondse opslag (Engelse vertaling: underground gas storage, hierna: UGS) Norg wordt ingezet. Net als voor het vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2021-2022 heb ik aan NAM één operationele strategie uitgevraagd. Uit eerdere analyses 10 en adviezen 11 blijkt dat met de geraamde mate van gaswinning de wijze waarop het gas wordt gewonnen slechts een beperkte invloed op het seismische risico heeft. Bij het opstellen van de operationele strategie heb ik NAM gevraagd rekening te houden met de volgende uitgangspunten: 1. Produceer die hoeveelheid Groningengas die nodig is voor de leveringszekerheid. 2. Zorg voor voldoende werkvolume in UGS Norg gedurende de hele winter ten behoeve van de leveringszekerheid. 3. Houd de benodigde capaciteit beschikbaar conform de raming van GTS en met inachtneming van: a. Alle benodigde productielocaties worden operationeel gehouden; b. In de periode november tot en met maart is gemiddeld, buiten vorstperiodes, de helft van de benodigde productielocaties direct opregelbaar; c. Bij vorst zijn alle voor de capaciteit benodigde productielocaties direct opregelbaar.
Daarnaast heb ik aangegeven dat NAM niet hoeft te rapporteren over de verwachte productiefluctuaties. Door de inzet van het Groningenveld op basis van
Seismic Hazard and Risk Assessment ten behoeve van het vaststellingsbesluit Groningen 2020-2021, bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 740. 11 SodM advies ten behoeve van het vaststellingsbesluit Groningen 2021-2022 (https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/groningen/vaststellingsbesluit2020-2021 ) en het wijzigingsbesluit Groningen van 1 april 2022 (https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/lopende-projecten/groningen/wijziigngsbesluit-201-2022) 10
Pagina 18 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
de vastgelegde uitgangspunten heeft NAM geen mogelijkheden meer om productiefluctuaties te beperken.
PDGGO-DSGG / 22368536
NAM heeft haar voorstel voor de operationele strategie gebaseerd op de raming van GTS d.d. 31 januari 2022 en bovenstaande uitgangspunten. De uitgangspunten worden hieronder nader toegelicht. Inzet Groningenveld Uit de raming van GTS blijkt dat in het gasjaar 2022-2023 gaswinning uit het Groningenveld nodig is voor de leveringszekerheid, voor zowel volume (1,7 miljard Nm3) als capaciteit (2,7 miljoen Nm3 per uur). In paragraaf 5.3 licht ik dit nader toe. De volumevraag op het Groningenveld is dusdanig laag dat de inzet van het Groningenveld anders zal zijn dan voorgaande gasjaren. Het Groningenveld zal een reserverol vervullen, waarvoor in uitzonderlijke situaties er extra capaciteit kan worden geleverd. Hiertoe staan productielocaties op de waakvlam. De hoogte van de gaswinning hangt daardoor niet af van het temperatuurverloop gedurende het jaar. In plaats daarvan is de productie die gepaard gaat met het operationeel houden van productielocaties (minimumflow) leidend voor de hoogte van de gaswinning. De hoogte van de minimumflow is volgens GTS voldoende om te voorzien in de volumevraag. Dit licht ik nader toe in paragraaf 5.3. Daarnaast kan door de incidentele aanvullende inzet van het Groningenveld de hoogte van de gaswinning beperkt verhoogd worden ten opzichte van de minimumflow. Dit mag alleen in uitzonderlijke situaties. Deze situaties beschrijf ik in paragraaf 4.4.
Inzet UGS Norg en UGS Grijpskerk In de vraag naar laagcalorisch gas wordt voornamelijk voorzien door de inzet van stikstofinstallaties, waarmee hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas (pseudoGroningengas) wordt geconverteerd. Hierdoor is er slechts een beperkte inzet van het Groningenveld nodig. De inzet van UGS Norg draagt bij aan de optimale inzet van de stikstofinstallaties. In de raming gaat GTS uit van een beschikbaar werkvolume in UGS Norg van 4,0 miljard Nm3 aan de start van het gasjaar. In het aanvullende advies van GTS wordt uitgegaan van een niveau van 4,8 miljard Nm3 op basis van de gerealiseerde vulgraad op het moment van de actualisatie van de berekeningen van de raming. In paragraaf 5.3 ga ik nader in op het werkvolume in UGS Norg. Dit volume wordt in de zomer geïnjecteerd en in de winter gewonnen. In de winter wordt UGS Norg binnen de veilige drukgrenzen zo veel als mogelijk in gezet, waarbij ervoor wordt gezorgd dat er geen tekorten ontstaan als het juist koud is aan het einde van de winter. Tegelijkertijd ontstaat er zoveel mogelijk ruimte om de gasopslag in de zomer te vullen met pseudo-Groningengas dat in de zomer niet nodig is om in de vraag naar laagcalorisch gas te voorzien. De inzet van UGS Norg is vastgelegd in privaatrechtelijke afspraken met NAM en haar aandeelhouders. De gemaakte afspraken zijn toegelicht in de Kamerbrief van 9 maart 2021. 12
12
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 50. Pagina 19 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Ook UGS Grijpskerk heeft invloed op de inzet van het Groningenveld. UGS Grijpskerk was tot 1 april 2022 een gasopslag voor hoogcalorisch gas. In het voorgaande vaststellingsbesluit 2021-2022 is de inzet van UGS Grijpskerk als laagcalorisch gasopslag geïdentificeerd als een optie waarmee de sluiting van het Groningenveld sneller kan worden gerealiseerd. Als UGS Grijpskerk volledig functioneert als laagcalorisch gasopslag kan het namelijk de back-up functie van het Groningenveld overnemen. Bij het opstellen van de raming is GTS verzocht de aanname te doen dat UGS Grijpskerk met laagcalorisch gas mag worden gevuld. Op 1 april 2022 heb ik daadwerkelijk hiertoe besloten en sindsdien wordt dit ook gerealiseerd.
PDGGO-DSGG / 22368536
Beschikbaar houden productielocaties Een back-up middel moet betrouwbaar functioneren, daarom heb ik NAM uitgangspunten meegegeven ten aanzien van de betrouwbaarheid van het Groningensysteem, zoals hierboven opgesomd. Ik heb aangegeven dat de productielocaties die nodig zijn voor de reservecapaciteit het hele jaar door operationeel moeten worden gehouden. Daarbovenop geldt dat in de maanden november tot en met maart de helft van de productielocaties direct opregelbaar moet zijn. Dat wil zeggen dat op korte termijn de productiecapaciteit kan worden verhoogd zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van het geproduceerde gas. Op dagen met vorstverwachting geldt dat alle productielocaties direct opregelbaar zijn. Alle productielocaties worden in een producerende stand gehouden, waarmee schade door bevriezing van de installaties wordt voorkomen. Er staan geen extra productielocaties op de waakvlam waarmee uitval van een andere productielocatie zou kunnen worden opgevangen. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de adviezen die ik heb ontvangen in aanloop naar het vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2020-2021 en zijn gebruikt in het vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2021-2022. In paragraaf 5.3 ga ik nader in op de keuzes voor de betrouwbaarheid van het systeem. 4.2
Productieverdeling minimumflow
Zoals toegelicht in paragraaf 4.1, houdt de door NAM voorgestelde operationele strategie rekening met het basisscenario uit de raming van GTS en een variant daarop en is het een voortzetting van de operationele strategie die voor het gasjaar 2021-2022 is vastgesteld. In deze operationele strategie voor het basisscenario worden in de periode oktober 2022 tot en met maart 2023 zeven productielocaties en vanaf april 2023 vijf productielocaties uit de productieclusters Zuidoost en Zuidwest ingezet. Hiervan uitgaande zouden de productielocaties Amsweer, Schaapbulten, Oudeweg en Kooipolder vanaf de start van het gasjaar 2022-2023 geen onderdeel van de operationele strategie zijn. Per 1 april 2023 geldt dit ook voor de productielocaties Tusschenklappen (inclusief Sappemeer) en Zuiderveen. Deze productielocaties zijn vanaf dat moment niet nodig om in de geraamde capaciteit te voorzien. Een overzicht van de productielocaties is weergegeven in Figuur 1. In de operationele strategie voor de variant worden de huidige elf productielocaties tot en met maart 2023 operationeel gehouden. Vanaf 1 april 2023 zijn, zoals in het basisscenario, nog vijf productielocaties operationeel.
Pagina 20 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Anders dan het voorgaande jaren wordt uit het Groningenveld alleen nog de volumes geproduceerd die het gevolg zijn van minimumflow. Er is daardoor geen sprake meer van een opstartvolgorde. In plaats daarvan worden productielocaties operationeel gehouden, conform de paragraaf 4.1 beschreven uitgangspunten, door deze beurtelings aan- en af te schakelen. Hierdoor wordt de productie zoveel mogelijk gelijk verdeeld over de productielocaties. De productie zal niet gelijk verdeeld zijn over productieclusters, omdat het aantal productielocaties per cluster verschilt.
PDGGO-DSGG / 22368536
Ik heb NAM gevraagd door te rekenen met welke minimumflow het operationeel houden van zeven productielocaties in de periode oktober 2022 tot en met maart 2023 en vijf productielocaties vanaf april 2023 gepaard gaat. NAM houdt in haar berekening rekening met optreden van 40 vorstdagen en komt daarmee uit op een minimumflow van 1,9 miljard Nm3. Naast de operationele strategie heb ik NAM gevraagd een variant door te rekenen waarbij alle huidige elf productielocaties in de periode oktober 2022 tot en met maart 2023 en vijf productielocaties vanaf april 2023 operationeel worden gehouden. In deze variant bedraagt de minimumflow 2,8 miljard Nm3.
Figuur 1: a) Overzicht van de productielocaties die onderdeel zijn van de operationele strategie 2022-2023. De productielocaties die tussen de haakjes zijn weergegeven, zijn onderdeel van de variant waarin in de winter elf productielocaties operationeel worden gehouden. b) geeft de ruimtelijke verdeling van de productielocaties weer. Bron: NAM, 2022, Operationele strategie voor het gasjaar 2022-2023.
4.2.1
Adviezen
Advies SodM 19 mei 2022 SodM concludeert dat de uitgangspunten aangaande minimumflow, zoals ik heb meegegeven aan NAM in de verwachtingenbrief, op de juiste wijze zijn uitgewerkt.
Pagina 21 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
4.2.2
Beoordeling
Het advies van SodM bevestigt dat NAM de minimumflow op de juiste wijze heeft uitgewerkt. Dit ondersteunt mij in de afweging om de minimumflow die volgt uit de berekening van NAM vast te stellen. 4.3
PDGGO-DSGG / 22368536
Gevolgen van de operationele strategie
De gevolgen van de operationele strategie met zeven productielocaties in de winter en vijf in de zomer zijn in kaart gebracht door NAM en TNO. Ik heb NAM en TNO gevraagd hierbij gebruik te maken van de raming van GTS en derhalve een minimumflow van 1,7 miljard Nm3. Uit een latere analyse van NAM bleek dat de minimumflow op 1,9 miljard Nm3 uit komt wanneer rekening wordt gehouden met vorstdagen. Dit verschil is dusdanig klein dat dit een verwaarloosbaar effect heeft op de gevolgen voor de bodembeweging. NAM heeft een analyse opgeleverd van de ontwikkeling in reservoirdruk en bodemdaling (paragraaf 4.3.1 en 4.3.2). TNO heeft in opdracht van mij de SDRA uitgevoerd, die inzicht geeft in de seismiciteit, de seismische dreiging, het seismisch risico en schade (paragraaf 4.3.3 t/m 4.3.5). 4.3.1
Reservoirdruk
NAM heeft een analyse gemaakt van de ontwikkeling van de reservoirdruk in het Groningenveld vanaf de start van het gasjaar 2022-2023 en tot aan dertig jaar daarna. Aan de start van het gasjaar 2022-2023 zal er een drukverschil van circa 50 bar zijn, waarbij de druk in het zuiden van het veld met circa 50 bar het laagst is. Dit drukverschil is een gevolg van de gaswinning in het verleden. Met de tijd vereffent het drukverschil in het veld, waarbij de druk in het noorden van het veld daalt en in het zuiden stijgt. Dit natuurlijke proces duurt meerdere jaren. De beperkte gaswinning die voor het gasjaar 2022-2023 is geraamd, heeft net als voorgaande jaren een beperkte invloed op dit proces. Omdat de drukvereffening langzaam verloopt, is de reservoirdruk aan de start van het gasjaar 2022-2023 vergelijkbaar met de reservoirdruk aan het begin van de gasjaren 2020-2021 en 2021-2022. 4.3.2
Bodemdaling
Als gevolg van de drukdaling wordt het reservoir samengedrukt. Ook in de watervoerende lagen (de zogeheten aquifers) aan de randen van het Groningenveld daalt de druk als gevolg van de gaswinning en worden deze vervolgens samengedrukt. Het samendrukken van het reservoir en aquifers leidt aan het aardoppervlak tot bodemdaling. NAM heeft de verwachte bodemdalingscontouren bepaald tot en met het jaar 2052. De bodemdaling is komvorming met het diepste punt in het centrum van het veld. In 2052 is de verwachte bodemdaling op dit punt circa 42 cm. Aan de randen van het veld is de verwachte bodemdaling circa 14-22 cm. Dit is de totale verwachte bodemdaling sinds de start van de gaswinning. In de meetcampagne (waterpassing) uitgevoerd in 2018 was de gemeten bodemdaling op het diepste punt circa 37 cm. Het grootste gedeelte van de totale bodemdaling heeft dus al plaatsgevonden in voorgaande jaren. Pagina 22 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
4.3.3
Seismiciteit
Als onderdeel van de SDRA heeft TNO een berekening gemaakt van het aantal te verwachten aardbevingen voor het gasjaar 2022-2023. Voor de voorgestelde operationele strategie worden er een tot tien aardbevingen met een kracht van 1,5 of hoger op de schaal van Richter verwacht, met een gemiddelde van vijf aardbevingen.
PDGGO-DSGG / 22368536
Ook in het gasjaar 2022-2023 is er een kans dat er een grotere aardbeving plaatsvindt, zoals de aardbeving bij Huizinge in 2012 met een magnitude van 3,6 of de aardbevingen bij Zeerijp in 2018 en bij Westerwijtwerd in 2019 (beide 3,4). Uit de SDRA blijkt dat er een kans van bijna 5% is op een aardbeving met een magnitude groter dan of gelijk aan 3,6. De kans op een aardbeving met een magnitude groter dan of gelijk aan 5,0 is 0,03%. Net als voorgaande jaren zullen in het gasjaar 2022-2023 de aardbevingen niet gelijkmatig over het Groningenveld zijn verdeeld. Naar verwachting zullen de meeste aardbevingen voorkomen in het gebied ten noordwesten van Loppersum. Dit is met name het gevolg van de drukvereffening, waardoor de druk in dit gebied blijft dalen ondanks dat er in dit deel van het veld geen gaswinning is. 4.3.3.1 Adviezen seismiciteit Advies KNMI 20 mei 2022 KNMI heeft op mijn verzoek een statistische analyse gedaan naar de seismiciteit in het Groningenveld over de afgelopen vijf jaar. Voor deze analyse heeft KNMI twee datasets van aardbevingen gebruikt. De statistische analyse van beide datasets wijst op een afname in de frequentie van aardbevingen met magnitude 1,5 of hoger op de schaal van Richter sinds 2016. Deze aanwijzing is nog sterker wanneer de waarnemingen over de periode van zes jaar, van 2015 tot en met 2021, worden beschouwd.
Daarom doet KNMI de aanbeveling om volgend jaar de verandering in seismiciteit sinds 2015 te onderzoeken, zodat er op basis van nieuwe gegevens steeds meer zekerheid verkregen kan worden. 4.3.3.2 Beoordeling De analyse van KNMI geeft aan dat er geconstateerd kan worden dat het aantal aardbevingen in het Groningenveld sinds 2015 aan het dalen is. Dit is goed nieuws en hieruit blijkt dat de afbouw van de gaswinning in Groningen het beoogde effect heeft op de seismiciteit in het Groningenveld. Ik neem de aanbeveling van KNMI ten aanzien van de analyse voor het volgende vaststellingsbesluit over. 4.3.4
Seismische dreiging
De seismische dreiging 13 wordt gegeven door de verwachting van grondbewegingen aan het aardoppervlak die met een bepaalde waarschijnlijkheid kunnen optreden als gevolg van een aardbeving. Voor de voorgestelde
De seismische dreiging wordt gegeven door de piekgrondversnelling (Engelse vertaling: peak ground acceleration) die een overschrijdingskans heeft van eens in de 475 jaar. Piekgrondversnellingen worden uitgedrukt in de valversnelling g, waarbij g = 10 m/s2.
13
Pagina 23 van 77
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
operationele strategie wordt in het gasjaar 2022-2023 een maximale piekgrondversnelling van 0,13 g over een periode van 475 jaar verwacht.
PDGGO-DSGG / 22368536
De grondversnellingen die kunnen optreden tijdens een aardbeving zijn locatieafhankelijk, onder andere vanwege verschillen in samenstelling van de ondiepe ondergrond. Mede daardoor is ook de seismische dreiging ruimtelijk verschillend. De SDRA laat zien dat voor het gasjaar 2022-2023 de seismische dreiging het grootst is in het gebied ten noordwesten van Loppersum. Ook dit is het gevolg van de grootschalige drukvereffening en niet van de voorgestelde operationele strategie. 4.3.5