CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

427.1 Kaderafspraken 2026-2030

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven6.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderafspraken 2026 tot en met 2030 Midden-Groningen

Inhoud Inhoud ............................................................................................................................................................ 2 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Inleiding ................................................................................................................................................ 3 1.1.

Hoe zijn deze afspraken tot stand gekomen? ............................................................... 3

1.2.

Opbouw van dit document .............................................................................................. 4

Samenwerking ..................................................................................................................................... 5 2.1.

Hoe werken we samen? ................................................................................................... 5

2.2.

Overlegstructuur ............................................................................................................... 6

Betaalbaarheid .................................................................................................................................... 8 3.1.

De opgave waar we samen aan werken ........................................................................ 8

3.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? ......................................................................... 8

3.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf .................................................................................. 10

Beschikbaarheid ................................................................................................................................ 11 4.1.

De opgave waar we samen aan werken ...................................................................... 11

4.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? ....................................................................... 11

4.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf ................................................................................... 13

Wonen met zorg ................................................................................................................................ 14 5.1.

De opgave waar we samen aan werken ...................................................................... 14

5.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? ....................................................................... 14

5.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf ................................................................................... 16

Leefbaarheid ...................................................................................................................................... 17 6.1.

De opgave waar we samen aan werken ...................................................................... 17

6.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? ....................................................................... 17

6.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf ................................................................................... 19

Duurzaamheid ................................................................................................................................... 20 7.1.

De opgave waar we samen aan werken ...................................................................... 20

7.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? ....................................................................... 21

7.3.

Onderwerpen voor de jaarlijkse jaarschijf .................................................................. 22

Handtekeningen ......................................................................................................................................... 23 Bijlage: begrippenlijst ................................................................................................................................ 24

2

1. Inleiding Als volkshuisvestingspartners werken wij samen aan goede huisvesting in de gemeente MiddenGroningen. Dat doen we om de grote en soms lastige woonopgaven in onze gemeente aan te pakken. Sinds 2021 maken we hiervoor meerjarige kaderafspraken. Deze manier van samenwerken bevalt goed. Tegelijk merken we dat goede afstemming en samenwerking in de dagelijkse praktijk blijvend aandacht vragen. Met deze nieuwe kaderafspraken voor de periode 2026 tot en met 2030 leggen we opnieuw vast hoe we samenwerken en waaraan we samen willen werken. Zo zorgen we voor duidelijkheid en een stevige basis voor de komende jaren.

1.1.

Hoe zijn deze afspraken tot stand gekomen?

Om te komen tot duidelijke en uitvoerbare afspraken zijn een aantal themasessies georganiseerd. In deze sessies hebben we samen besproken: • welke thema’s belangrijk zijn, • welke ambities we hebben, • welke prioriteiten we stellen, • en welke rol iedere partner daarbij heeft. De afspraken sluiten aan bij de thema’s uit de Woningwet: • beschikbaarheid, • betaalbaarheid, • wonen met zorg, • leefbaarheid • duurzaamheid en kwaliteit van de woningvoorraad. Waar richten wij ons op? Onze belangrijkste focus is het creëren en behouden van voldoende betaalbare sociale huurwoningen van goede kwaliteit. Daarnaast zien we voor de komende jaren andere belangrijke opgaven: • Mensen met een zorgvraag moeten prettig kunnen wonen en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven. • We werken aan een duurzame en klimaatbestendige woningvoorraad. • We vinden het belangrijk dat huurders goed worden meegenomen in verduurzaming en dat hier draagvlak voor is. • We hebben extra aandacht voor leefbaarheid in dorpen en wijken met veel sociale huurwoningen. • In delen van de gemeente blijft de versterkingsopgave een belangrijke prioriteit. Van kaderafspraken naar concrete acties De kaderafspraken vormen het raamwerk voor onze samenwerking. Elk jaar werken we dit raamwerk verder uit in een jaarschijf met concrete afspraken voor dat jaar. Waar nodig scherpen we de afspraken aan of vullen we ze aan.

Zo blijven de afspraken actueel en passend bij de

3

situatie. We werken vanuit vertrouwen en kijken samen vooruit om de goede keuzes te maken voor de (toekomstige) huurders van sociale huurwoningen. Niet alle activiteiten die we uitvoeren staan in dit document. Als partners doen we al veel samen en er lopen verschillende projecten, bijvoorbeeld de gebiedsontwikkeling Noorderpark of de containeracties die wij samen oppakken. Ook deze projecten volgen we en ze komen terug in de gesprekken over de jaarschijven.

1.2.

Opbouw van dit document

Dit document begint met een hoofdstuk over de samenwerking: • hoe we samen afspraken maken, • hoe we elkaar informeren, • en hoe we de voortgang volgen. Daarna volgen hoofdstukken over de vijf thema’s. Per thema beschrijven we: • de belangrijkste aandachtspunten, • onze gezamenlijke ambitie, • wat we gaan doen, • en welke onderwerpen jaarlijks terugkomen in de jaarschijf. Tot slot leggen we uit hoe we de afspraken monitoren. Let op: waar in dit document wordt gesproken over corporaties, bedoelen we alle corporaties die deze afspraken hebben ondertekend: Lefier, Groninger Huis en Woonzorg Nederland. In sommige gevallen zijn aparte afspraken met Woonzorg Nederland opgenomen, omdat deze corporatie landelijk werkt en niet altijd volledig kan aansluiten bij lokaal beleid. Wat bedoelen we met ‘ambities’? De ambities gaan over wat we samen willen bereiken in de komende vijf jaar en waar we in 2031 willen staan. Ze geven richting aan onze samenwerking. Waar mogelijk vertalen we deze ambities naar concrete doelen. We spreken elkaar aan op inzet en verantwoordelijkheid. We proberen samen zo dicht mogelijk bij deze ambities te komen.

4

2. Samenwerking 2.1.

Hoe werken we samen?

Alle partijen willen de komende jaren blijven investeren in een goede samenwerking. Ons gezamenlijke doel is dat het voor iedereen prettig wonen is in Midden-Groningen. Iedere partij draagt hieraan bij vanuit de eigen rol, verantwoordelijkheid en mogelijkheden. We bouwen voort op de samenwerking die er al is. We vertrouwen elkaar en gaan ervan uit dat iedereen zich inzet om gemaakte afspraken na te komen. Als dat niet lukt, spreken we elkaar daarop aan. De samenwerking vindt plaats op verschillende momenten en niveaus: • bij het maken van formele afspraken, • bij de uitvoering van beleid en activiteiten, • en in informeel overleg of onderling contact. Wat zijn onze uitgangspunten? • Gedeelde waarden Bij onze samenwerking houden we ons aan een aantal gezamenlijke uitgangspunten: • Transparantie en openheid We zijn open over onze wensen, belangen en mogelijkheden. We zijn duidelijk over wat we wel en niet kunnen doen, ook als het gaat om capaciteit en financiële middelen. Dit is de basis voor vertrouwen. • Respect en gelijkwaardigheid Iedere partij wordt serieus genomen. We luisteren naar elkaar en wegen ieders inbreng mee. We hoeven het niet altijd eens te zijn, maar we hebben respect voor elkaars standpunten. • Vroegtijdig informeren We informeren elkaar zo vroeg mogelijk over zaken die belangrijk zijn voor de samenwerking.

Dit helpt om goede afwegingen te maken en voorkomt verrassingen achteraf. Goed en tijdig informeren is de sleutel voor onderling vertrouwen en gelijkwaardigheid bij het maken van afspraken. • Elkaar aanspreken Als afspraken niet worden nagekomen of als er knelpunten ontstaan, spreken we elkaar daarop aan. Dit doen we open en constructief. Specifieke uitgangspunten voor deze afspraken Daarnaast gelden voor de kaderafspraken en de jaarlijkse prestatieafspraken de volgende uitgangspunten: • We werken vanuit gezamenlijke doelen en ambities. • Als aanvullend onderzoek nodig is, doen we dat zoveel mogelijk samen. • Afspraken zijn wederkerig: prestaties vragen vaak inzet van meer partijen. We maken daarom duidelijke afspraken over wat we van elkaar nodig hebben. Zo halen we samen de beste resultaten.

5

2.2.

Overlegstructuur

We werken met twee vaste overlegvormen, het bestuurlijk overleg en de werkgroep overleggen. Bestuurlijk overleg Dit overleg vindt maximaal vier keer per jaar plaats (maart, juli, oktober en november/december). Hier bespreken we onder andere: • de voortgang van de prestatieafspraken, • de evaluatie van het afgelopen jaar, • en de prestatieafspraken voor het komende jaar. De gemeente organiseert en faciliteert dit overleg. Waar nodig worden afspraken bijgestuurd. In het bestuurlijk overleg van maart staan de kaderafspraken en de evaluatie van het vorige jaar op de agenda. In juli worden de opbrengsten van de themabijeenkomsten en de nieuwbouw en herstructurering besproken. In oktober worden de conceptafspraken voor het nieuwe kalenderjaar besproken. Eind november/begin december worden de prestatieafspraken voor het komende jaar ondertekend. Werkgroep prestatieafspraken De werkgroep werkt de kaderafspraken en jaarschijven uit en volgt de voortgang. Ook bereidt de werkgroep het bestuurlijk overleg voor. De werkgroep komt zes keer per jaar bij elkaar voor overleg en themabijeenkomsten. De gemeente nodigt uit, maar een goede voorbereiding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Informatie delen en monitoring Wij delen relevante stukken twee weken voorafgaand aan de overleggen van de werkgroep en het bestuurlijk overleg. Zo kan iedereen goed voorbereid aan tafel zitten.

Wanneer het niet lukt om de stukken twee weken van tevoren te sturen wordt dit op tijd gemeld. De huurdersorganisaties geven bij de gemeente en corporaties aan wanneer zij met elkaar overleggen. Zo kan hiermee rekening worden gehouden bij het maken van de jaarplanning. De voortgang van de afspraken wordt gevolgd met een gezamenlijk monitoringsdocument. De gemeente beheert dit document en bewaakt het proces, maar alle partijen zijn verantwoordelijk voor het nakomen van afspraken. Wat doen we? • Aan het begin van het jaar evalueren wij de afspraken van het voorgaande kalenderjaar. • Bij de voorbereiding van iedere themabijeenkomst houden wij rekening met de uitkomsten van die evaluatie en de voortgang van het lopende kalenderjaar. • Bij het vaststellen van de afspraken voor het nieuwe kalenderjaar (jaarschijf) controleren wij of de uitkomsten van de evaluatie en de monitoring goed zijn verwerkt. Daarnaast evalueren we de kaderafspraken zelf elke twee jaar, zodat ze blijven aansluiten bij ontwikkelingen en omstandigheden. In het voorjaar van 2028 worden deze kaderafspraken voor het eerst geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie worden in het bestuurlijk overleg besproken. Het bestuurlijk overleg besluit of de kaderafspraken bijgesteld moeten worden.

6

Ieder jaar goede afspraken maken Bij het opstellen van deze kaderafspraken hebben we afgesproken dat bij het maken van de afspraken voor de jaarschijf: • we gelijkwaardigheid tussen partijen waarborgen, • we duidelijk maken wat we de komende vijf jaar oppakken, • afspraken concreet en toetsbaar zijn, • we de rol van iedere partner helder beschrijven, • we aandacht hebben voor zowel het stedelijk gebied als de dorpen, • en we voortbouwen op bestaande afspraken en visies.

7

3. Betaalbaarheid 3.1.

De opgave waar we samen aan werken

De afgelopen jaren zijn de woonlasten voor veel huurders gestegen. Door landelijke maatregelen, zoals huurmatiging, toeslagen en inkomensondersteuning, is de situatie voor een deel van de huurders weer verbeterd. Toch zijn er nog steeds huurders voor wie de woonlasten moeilijk op te brengen zijn, ook omdat er ook nog andere grote kostenposten zijn. Dit geldt vooral voor mensen met de laagste inkomens. Deze groep is niet altijd goed zichtbaar. Daarom is het belangrijk dat we signalen over armoede, betalingsproblemen en risico’s op schulden serieus nemen en goed volgen. Alleen zo kunnen we op tijd ingrijpen en passende ondersteuning bieden. Onze gezamenlijke ambitie Wij vinden het belangrijk dat wonen betaalbaar blijft voor de doelgroepen waarvoor sociale huur is bedoeld. Dat betekent dat de totale woonlasten — huur, energiekosten en gemeentelijke lasten — niet te zwaar mogen drukken op het inkomen van huurders. Mensen moeten elke maand voldoende geld overhouden om van te leven. Wij dragen hier met elkaar aan bij, onder andere door: • het beschikbaar houden van voldoende betaalbare woningen, • het inzetten op verduurzaming om energielasten te verlagen, • en het benutten van regelingen zoals huurtoeslag. Er moeten voldoende betaalbare woningen zijn voor mensen met een inkomen op of net boven het bestaansminimum (de zogenoemde minima- en minima-plusgroepen).

3.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Inzicht krijgen in de doelgroep Om goed beleid te kunnen maken dat aansluit bij wat de doelgroep nodig heeft, is inzicht nodig in: • het aantal huurders met lage inkomens, • de knelpunten die zij ervaren bij betaalbaar wonen, • en de groep woningzoekenden (met lage inkomens) die actief reageert op sociale huurwoningen. De gemeente en de corporaties gebruiken hiervoor jaarlijks gegevens van Groningen Huurt . Deze informatie wordt ieder jaar besproken in de werkgroep prestatieafspraken in oktober. De corporaties verzamelen en duiden de gegevens. Op basis hiervan bepalen wij met elkaar of aanvullende acties nodig zijn. Dit gebeurt voor het eerst in de jaarschijf van 2028. Voldoende betaalbare woningen via huur- en toewijzingsbeleid De corporaties hebben afspraken gemaakt over hoe zij met hun huur- en toewijzingsbeleid kunnen zorgen voor voldoende betaalbare woningen. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar: • Het hebben van voldoende vrijkomend aanbod van woningen onder de eerste aftoppingsgrens, zodat mensen met de laagste inkomens voldoende kans hebben. • Afspraken over de streefhuurverdeling binnen de totale voorraad van de corporaties. Deze afspraken helpen om te zorgen dat er voldoende goedkope en betaalbare woningen beschikbaar blijven voor de minima(-plus) en lage inkomensgroepen.

Jaarlijks wordt bekeken of dit ook daadwerkelijk lukt, op basis van gegevens uit Groningen Huurt .

8

•

Bij het bepalen van de huurprijs kijken corporaties ook of deze beter kan aansluiten bij de energieprestatie (isolatiewaarde) van de woning.

Monitoring van het aanbod Elk jaar, voorafgaand aan het maken van nieuwe prestatieafspraken, bespreken wij: • Hoe de sociale huurvoorraad is verdeeld over de verschillende huurprijscategorieën (aandeel goedkoop en betaalbaar). • Welk aanbod er in de verschillende huurprijscategorieën is geweest in het afgelopen kalenderjaar en hoe dit zich verhoudt tot de vraag van woningzoekenden. Het gaat om aanbod en vraag in de gemeente Midden-Groningen. We bekijken of het streefhuurprijsbeleid en het toewijzingsbeleid voldoende zijn om ook de minima en minima-plus groepen genoeg kans te geven op het krijgen van een betaalbare woning. Wanneer daar aanleiding voor is, kunnen procesafspraken worden gemaakt. Dit zijn afspraken om te onderzoeken of aanpassingen in het huur- of toewijzingsbeleid wenselijk/nodig zijn. Corporaties stemmen dit af met hun huurderorganisaties. De corporaties leveren de informatie aan. De gemeente coördineert en bundelt. Isoleren voor een lagere energierekening De corporaties spreken jaarlijks af hoeveel woningen zij verduurzamen. In de jaarschijf worden concrete aantallen opgenomen. Dit sluit aan bij de ambities die in het hoofdstuk 7, Duurzaamheid , staan opgeschreven. Corporaties hebben de volgende intentie: verduurzaming van woningen leidt niet tot hogere woonlasten voor huurders.

Het is niet de bedoeling dat huurders er door verduurzaming financieel op achteruitgaan. Wij spreken af dat huurders niet te maken krijgen met een hogere huur of hogere energielasten als gevolg van verduurzaming. De nationale prestatieafspraken en de wettelijke kaders prevaleren boven de lokale prestatieafspraken. Voorkomen van huisuitzettingen Uitzetting uit een sociale huurwoning heeft vaak grote gevolgen en kan leiden tot dakloosheid. Dat willen wij zoveel mogelijk voorkomen. Dakloosheid van huurders (en hun gezinsleden) maakt het lastiger om te werken aan het oplossen van problemen. Wij willen dat niemand alleen vanwege huurachterstanden uit huis wordt gezet (nul uitzettingen is het doel). We weten dat wij niet alles kunnen beïnvloeden. Soms vertrekken huurders ook zelf wanneer er een ontruimingsvonnis is. Dit voorkomt soms een gedwongen ontruiming, maar neemt niet weg dat de omstandigheden voor de huurder vaak zeer kwetsbaar zijn. We blijven daarbij alert op signalen van kwetsbaarheid en werken waar mogelijk samen met zorg- en hulpverleningspartners. De gemeente is verplicht om inwoners met (dreigende) problematische schulden te helpen (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De gemeente werkt samen met maatschappelijke partners (waaronder corporaties) om deze inwoners te helpen.

Die hulp beperkt zich niet tot het aanpakken van de schulden, maar er wordt ook gekeken naar de onderliggende problematiek. Daarom: • neemt de gemeente het initiatief bij schuldhulpverlening en kijkt per situatie welke ondersteuning nodig is; • komen mensen/huishoudens met een inkomen op of net boven bijstandsniveau in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen/heffingen (individueel maatwerk); 9

• •

hebben corporaties een sociaal incassobeleid, gericht op vroegtijdig signaleren en voorkomen van problemen; informeren huurdersorganisaties hun leden en andere huurders over beschikbare hulp en regelingen om schulden te voorkomen en/of op te lossen.

3.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf

Bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: • De verdeling van streefhuren binnen de woningvoorraad van de corporaties (aantallen en percentages). • Het beschikbare aanbod naar prijsklasse in relatie tot de vraag van woningzoekenden. • De toewijzing van woningen aan minima- en minimaplus-groepen. • Het aantal te verduurzamen (isoleren) woningen. • Ontruimingsvonnissen die niet zijn uitgevoerd.

10

4. Beschikbaarheid 4.1.

De opgave waar we samen aan werken

De vraag naar sociale huurwoningen in Midden-Groningen groeit. Als er geen woningen bijkomen, moeten woningzoekenden steeds langer wachten op een passende woning. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen. Het is belangrijk dat mensen die actief op zoek zijn naar een woning binnen een redelijke tijd een woning kunnen vinden die past bij hun situatie en wensen. Onze gezamenlijke ambitie Onze ambitie is dat er voldoende sociale huurwoningen zijn om aan de vraag te voldoen. Om dit goed te kunnen bepalen, gebruiken we: • uitkomsten van periodiek woningmarktonderzoek • en gegevens uit het provinciale woonruimteverdeelsysteem (Groningen Huurt ). Met deze informatie kunnen wij goed inschatten hoeveel sociale huurwoningen nodig zijn en welk type woningen gewenst is. Tegelijk blijven we realistisch. De woningbouwopgave is groot en het bouwen van nieuwe woningen kost tijd, geld en capaciteit. Het provinciale woningbehoefteonderzoek uit 2026 geeft nieuwe inzichten die verwerkt worden in de volkshuisvestingsprogramma’s van de provincie en de Groninger gemeenten. Tot het volkshuisvestingsprogramma van de gemeente MiddenGroningen is vastgesteld, is de ‘Woonvisie Midden-Groningen 2024-2030, Met focus vooruit! ’ de basis voor de prestatieafspraken. Naast het aantal woningen kijken we ook naar de samenstelling van de woningvoorraad.

Het is belangrijk dat het type woningen (zoals appartementen, gezinswoningen of levensloopgeschikte woningen) aansluit bij de behoefte en de vraag van inwoners. We houden goed in de gaten hoe de verschillende doelgroepen zich ontwikkelen, zodat de juiste woningen worden toegevoegd. We streven naar een zo evenwichtig mogelijke spreiding van sociale huurwoningen over de gemeente. We erkennen dat bouwen in kleinere dorpen soms lastig is voor corporaties, bijvoorbeeld vanwege de financiële haalbaarheid. Toch blijven we samen zoeken naar passende oplossingen.

4.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Afspraken over de woningbouwopgave Er is in de gemeente behoefte aan meer sociale huurwoningen. Als er plannen zijn voor sloop, verkoop of andere onttrekkingen, moeten er ook plannen zijn voor vervangende nieuwbouw of het op een andere manier toevoegen van woningen. Het concentreren van huurwoningen kan een bijdrage leveren aan goede, passende huisvesting van specifieke doelgroepen (in de buurt van voorzieningen), minder verhuurrisico’s en/of een meer efficiëntere exploitatie.

11

Provinciale woningbehoefteonderzoek 2026 Het provinciale woningbehoefteonderzoek vormt de basis voor de woningbouwopgave in Midden-Groningen. Als partijen aanvullend onderzoek nodig vinden, worden de kosten hiervoor gezamenlijk gedragen door gemeente en corporaties. De gemeente coördineert het aanvullend onderzoek als penvoerder. Jaarlijks afspraken over de ontwikkeling van de voorraad Jaarlijks maken wij afspraken over: • het aantal woningen dat de komende vijf jaar wordt gebouwd, • het aantal woningen dat de komende vijf jaar wordt gesloopt, verkocht, aangekocht of gesplitst, • en andere veranderingen in de woningvoorraad. De corporaties doen hiervoor een voorstel en bespreken dit op ambtelijk én op bestuurlijk niveau met huurdersorganisaties en de gemeente.

W Stimuleren van woningbouw De gemeente faciliteert en/of stimuleert de bouw van sociale huurwoningen door: • duidelijke kaders en voorwaarden op te nemen in het volkshuisvestingsprogramma voor ontwikkelaars die sociale huurwoningen willen bouwen; • te werken met sociale grondprijzen voor sociale huurwoningen; • borg te staan voor leningen van corporaties via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), zodat geplande projecten gerealiseerd kunnen worden; • actief de mogelijkheden om te verkennen om nieuwbouw van sociale huur financieel haalbaar te maken, onder andere met (bestaande) subsidies (van het Rijk); • te kijken of vergunningprocedures voor nieuwbouw binnen de wettelijke kaders sneller doorlopen kunnen worden, in het bijzonder voor herstructurerings- en transformatieprojecten. Conceptuele en tijdelijke woonvormen De gemeente en corporaties onderzoeken samen of er behoefte is aan conceptuele of tijdelijke woonvormen, zoals flexwoningen. Deze woonvormen kunnen helpen om sneller betaalbare woningen toe te voegen voor specifieke doelgroepen. Belangrijk is dat deze woonvormen: • voldoende kwaliteit hebben en in de omgeving passen (voldoen aan ruimtelijke kwaliteitseisen) • en financieel haalbaar zijn voor corporaties en gemeente. Huisvesting van statushouders De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties werken samen aan het huisvesten van statushouders.

De gemeente neemt hierin het initiatief. Zolang de landelijke taakstelling geldt, blijven de partijen zich inzetten om deze opgave gezamenlijk uit te voeren.

12

4.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf

Bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: • De ontwikkeling van de sociale huurvoorraad (beginstand op 1 januari en de verwachte eindstand op 31 december). • De plannen voor bouwen, slopen, verkopen en terugkoop voor een periode van vijf jaar. • Nieuwbouw- en transformatielocaties voor de bouw van sociale huurwoningen en de bereidheid en mogelijkheden om hierop in te zetten. • De taakstelling voor statushouders.

13

5. Wonen met zorg 5.1.

De opgave waar we samen aan werken

In Midden-Groningen wonen steeds meer ouderen en mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Deze groep zal de komende jaren verder groeien. Tegelijkertijd wordt van mensen verwacht dat zij langer zelfstandig blijven wonen en zelfredzaam zijn. Dat vraagt om een verandering in denken en doen, van inwoners én van organisaties. We realiseren ons ook dat niet iedereen in dezelfde mate zelfstandig kan zijn. Daarom is het belangrijk dat wonen, zorg en ondersteuning goed op elkaar aansluiten. Onze gezamenlijke ambitie De gemeente heeft een woonzorgwelzijnsvisie opgesteld met een uitvoeringsagenda. Het doel hiervan is dat Midden-Groningen een gemeente is waar iedereen prettig kan wonen, ook mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben. Wij onderschrijven deze visie. Wij vinden het belangrijk dat de maatregelen voor sociale doelgroepen en aandachtsgroepen een duidelijke plek krijgen in deze kaderafspraken. Zo zorgen we er samen voor dat iedereen kan meedoen in de samenleving, ieder naar vermogen. Het aanbod aan woningen en woonvormen voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben, moet passen bij de behoefte die blijkt uit het provinciale woonzorgonderzoek (Stec, 2024) en het provinciale woningbehoefteonderzoek uit 2026.

5.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Woonzorgwelzijnsvisie opnemen in de prestatieafspraken De gemeente heeft een woonzorgwelzijnsvisie met uitvoeringsagenda vastgesteld. In de uitvoeringsagenda is aandacht voor de rolverdeling tussen partijen die betrokken zijn bij wonen, zorg en welzijn. • De uitvoeringsagenda van de woonzorgwelzijnsvisie wordt verwerkt in de prestatieafspraken. Dit gebeurt bij de jaarschijf van 2027. • De gemeente neemt het initiatief bij het agenderen van deze uitvoeringsagenda en zorgt ervoor dat de afspraken goed landen in de prestatieafspraken. Toewijzing van woningen aan ouderen en mensen met een zorgvraag We willen de bestaande voorraad levensloopgeschikte en nultredenwoningen zo goed mogelijk benutten voor ouderen. • De corporaties onderzoeken daarom hoe zij hun toewijzingsbeleid kunnen vormgeven om dit te bereiken. Dit kan bijvoorbeeld door te kijken of het verhogen van de leeftijdsgrens bij sommige woningen met een 55-plus label wenselijk is. De corporaties stemmen dit af met de andere corporaties in de regio om ervoor te zorgen dat er niet te grote verschillen zijn in de regio. • De gemeente is verantwoordelijk voor woningaanpassingen en de toegankelijkheid van de woonomgeving. De corporaties zorgen voor toegankelijkheid van hun woongebouwen. Bij nieuwbouw en renovatie komen deze verantwoordelijkheden samen. Zorgaanbieders leveren passende zorg en ondersteuning.

• De gemeente ondersteunt ook innovatieve woonconcepten voor ouderen. • Corporaties zorgen voor passende woonruimte en beheren deze voor de doelgroepen.

14

Wonen met zorg in dorpen De gemeente onderzoekt samen met corporaties en zorgaanbieders welke woonzorgconcepten passend zijn in dorpen. Doel is dat ook daar mensen met een zorgvraag prettig en zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Ruimte voor mobiliteitshulpmiddelen Voor hulpmiddelen zoals scootmobiels is niet altijd voldoende stallingsruimte aanwezig in wooncomplexen. De gemeente en corporaties maken daarom werkafspraken over: • verantwoordelijkheden en • de financiering van stallingsmogelijkheden voor mobiliteitshulpmiddelen. Huisvesting van aandachtsgroepen Midden-Groningen wil een goede woonplek zijn voor de aandachtsgroepen die zijn benoemd in de Wet Regie op de Volkshuisvesting. • Op provinciaal niveau maken de Groninger gemeenten afspraken over een evenwichtige verdeling van deze groepen (fair share). • Corporaties zorgen bij toewijzing voor een goede match tussen bewoners en benodigde ondersteuning. De corporaties werken daarbij samen met lokale maatschappelijke partners. Overigens hebben niet alle aandachtsgroepen en individuen begeleiding of ondersteuning nodig. • Bij de toewijzing wordt nadrukkelijk gekeken naar de draagkracht en draaglast van wijken en buurten. Het is niet wenselijk dat er een te grote concentratie van kwetsbare bewoners is, zowel voor de omgeving als voor die kwetsbare bewoner zelf.

De keuzes en afwegingen worden besproken in het tripartite overleg. Dit krijgt aandacht in de evaluatie. • Omwonenden van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag kunnen met vragen of zorgen terecht bij de corporaties, die hen zo nodig doorverwijzen naar de juiste instantie. Hulp en ondersteuning in de wijk De gemeente ondersteunt inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. • Via de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) biedt de gemeente hulp die aansluit bij de persoonlijke situatie van de zorgvrager. • Daarnaast werkt de gemeente samen met corporaties en zorgaanbieders aan goede doorstroming van beschermd wonen naar zelfstandig wonen. Bewustwording bij woningzoekenden en huurders Wij zetten ons samen in voor bewustwording en willen mensen voorbereiden op de toekomst waarin er mogelijk ondersteuning en zorg nodig is bij het wonen. • Wij bespreken wat wij individueel al doen om bewustwording te vergroten en hoe wij die aanpak kunnen versterken. • Wij kijken of wij kunnen aansluiten bij regionale en landelijke bewustwordingscampagnes. • Huurdersorganisaties spelen een belangrijke rol door informatie over doorstromen naar een andere woning en woningaanpassingen te delen met hun leden en overige huurders.

15

5.3.

Onderwerpen voor de jaarschijf

Bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: • De activiteiten uit de uitvoeringsagenda van de woozorgwelzijnsvisie die een plek moeten krijgen in de prestatieafspraken. Dit zijn onder andere: o het aantal te realiseren nultredenwoningen; o toegankelijkheid van bestaande woningen; o het aantal beschikbare woningen/plekke voor alle doelgroepen (65+, uitstromers uit Beschermd Wen en Maatschappelijke Opvang, intensieve zorgvragers, …). • De voortgang van de bewustwordingscampagnes over doorstromen en woningaanpassingen die bijdragen aan zelfstandigheid en wooncomfort. • Doorstroming van oudere huurders uit grote grondgebonden woningen naar levensloopgeschikte woningen.

16

6. Leefbaarheid 6.1.

De opgave waar we samen aan werken

In wijken en dorpen met veel (goedkope) sociale huurwoningen kan de leefbaarheid onder druk komen te staan. Ook is de schade door aardbevingen van invloed op de leefbaarheid. Deze situatie vraagt om extra inzet. Niet alleen om de woonomgeving schoon, heel en veilig te houden, maar ook om het vertrouwen van inwoners te herstellen en te versterken. De afgelopen jaren is al veel gedaan, maar we zien ook dat partijen soms langs elkaar heen werken en dat verantwoordelijkheden niet altijd duidelijk zijn. Met deze afspraken willen we zorgen voor meer samenhang, duidelijkheid en een gezamenlijke aanpak. Onze gezamenlijke ambitie Iedereen in Midden-Groningen moet prettig kunnen wonen in een leefbare wijk of dorp. Dat geldt voor huurders én woningeigenaren. Een leefbare woonomgeving betekent: • dat mensen zich verbonden voelen met elkaar en • dat er een goede mix is van bewoners die ondersteuning nodig hebben (vragers) en inwoners die dat kunnen bieden (dragers). en vragers en We streven naar sociaal sterke dorpen, wijken en buurten. Daar hoort bij dat overlast zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hier hoort bij dat overlastmeldingen snel worden opgepakt en in aantal afnemen. Daarnaast vinden we het belangrijk dat dorpen, wijken en buurten schoon, heel en veilig zijn. Het voorzieningenaanbod moet passen bij de schaal en behoefte van dorpen en het stedelijk gebied.

Het stedelijk gebied heeft de meeste voorzieningen. In de grotere dorpen zijn de voorzieningen voor de dagelijkse levensbehoeften. De kleinste dorpen zijn woondorpen. In alle dorpen (en wijken) moeten plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

6.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Samenwerken aan leefbare woongebieden Een goede leefbaarheid vraagt om een duidelijke aanpak en nauwere samenwerking. Er is behoefte aan goed overleg op het niveau van de uitvoering. • De gemeente en corporaties organiseren in 2026 samen met zorg- en welzijnsorganisaties een themabijeenkomst over leefbaarheid. Doel is om beter af te stemmen, duidelijkheid te krijgen over rollen en verantwoordelijkheden en gezamenlijk tot een effectievere aanpak te komen. Huurdersorganisaties worden hierbij nadrukkelijk betrokken, omdat zij het perspectief van bewoners vertegenwoordigen. • Er is goed overleg en een goede samenwerking tussen gemeente en corporaties bij het beheer en onderhoud van de directe omgeving van corporatiebezit. Gemeente en corporaties maken afspraken over beheer en onderhoud, zodat voor iedereen duidelijk is wat de gemeente doet en wat de corporaties oppakken. Aanpak van kwetsbare gebieden In Midden-Groningen zijn gebieden waar de leefbaarheid extra onder druk staat. • De gemeente werkt in 2026 aan een nieuw volkshuisvestingsprogramma. Hierin is specifiek aandacht voor deze kwetsbare gebieden. In het programma beschrijft de gemeente welke 17

gebieden extra aandacht nodig hebben en welke maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te verbeteren. Deze aanpak sluit aan bij nieuwe landelijke wetgeving (Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting). Versterken van leefbaarheid in het bevingsgebied De corporaties en huurdersorganisaties werken volgens de uitgangspunten van het Woonactieplan van de Stichting HPAG en de regionale KR8-corporaties voor het versterkingsgebied (zie kader). De gemeente draagt waar mogelijk bij aan de uitvoering van deze thema’s.

Woonactieplan Samen Sterk Wonen Om perspectief te bieden aan de inwoners van het aardbevingsgebied hebben de Kr8corporaties (die een derde van de woonvoorraad in het aardbevingsgebied bezitten) samen met het Huurders Platform Aardbevingsgebied Groningen een woonactieplan opgesteld. In dit plan zijn vier thema’s opgenomen, waar de Kr8 en de HPAG de komende jaren aan willen werken: 1. Versterken van vertrouwen a. Wij zijn er onvoorwaardelijk voor onze bewoners. b. We bouwen samen met onze partners een systeem van vertrouwen. 2. Versterken van het sociaal fundament a. We investeren in sociale infrastructuur. b. We hebben oog voor bestaande sociale netwerken in buurten. c. We ondersteunen versterking van sociale netwerken waar nodig en gewenst. 3. Versterken van de woonomgeving a. We behouden en versterken het karakter van Groningen. b. We werken gebiedsgericht samen aan de sociale en fysieke infrastructuur van Groningen. 4. Versterken van woningen a. We bieden bewoners ruimte om hun nieuwe huis hun thuis te maken. b. We hanteren geen was-wordt, maar was-wordt beter. c. We begeleiden bewoners van A tot Z.

Voorkomen van escalatie en overlast (AVE-aanpak) De gemeente past de AVE-aanpak toe om te voorkomen dat problemen bij huishoudens en personen met onbegrepen gedrag escaleren. Deze aanpak richt zich op: • het voorkomen van ernstige situaties waarbij zaken uit de hand lopen (geweld, misbruik, overlast) en • het opschalen waar nodig. Corporaties, huurdersorganisaties, maatschappelijke organisaties en zorgaanbieders zijn samenwerkingspartners van de gemeente. De AVE- aanpak maakt duidelijk wie verantwoordelijk is voor begeleiding/ondersteuning (casusregie) en wie de regie voert over de samenwerking (procesregie). 18

Financiering Het versterken van leefbaarheid vraagt om financiële investeringen. • De gemeente onderzoekt welke externe subsidies en regelingen beschikbaar zijn en hoe deze kunnen worden ingezet voor leefbaarheidsopgaven. Dit kan gaan om middelen van het Rijk of de provincie Groningen. Waar kunnen bewoners terecht met vragen en zorgen? Bewoners moeten met vragen, zorgen of klachten over leefbaarheid niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Daarom is het belangrijk dat meldingen bij de juiste organisatie terechtkomen en worden opgepakt. Dit draagt bij aan het vertrouwen van inwoners in de lokale instanties. • Inwoners kunnen meldingen doen via de website van de gemeente. Daar wordt duidelijk aangegeven waar zij terechtkunnen voor verschillende soorten meldingen. Bijvoorbeeld over schade, onderhoud, overlast of zorgvragen. Meldingen die via de website van de gemeente worden gedaan komen op de juiste plek in de gemeentelijke organisatie terecht. De meldingen kunnen worden gedaan via Iets melden | Gemeente Midden-Groningen . • De huurderorganisaties informeren hun leden en overige huurders over de plek waar zij met klachten en andere vragen terecht kunnen. Zij doen dit op basis van verkregen informatie van gemeente en corporaties.

6.3. Onderwerpen voor de jaarschijf Bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: • De inzet van leefbaarheidsbudgetten van de corporaties. • Concrete acties om leefbaarheid te verbeteren,

19

7. Duurzaamheid 7.1.

De opgave waar we samen aan werken

De verduurzaming van de gebouwde omgeving is één van de grote opgaven voor de komende periode. Deze opgave loopt in ieder geval door tot 2050 en vraagt om een integrale aanpak. Het gaat dan niet alleen om het terugdringen van de CO₂-uitstoot, maar ook om het klimaatbestendig maken van woningen en de woonomgeving. Ook worden vraagstukken over zorgvuldig materiaalgebruik, circulariteit en biodiversiteit belangrijker. Schaarste aan grondstoffen en stijgende bouwkosten maken deze thema’s ook vanuit financieel oogpunt steeds relevanter. Bij nieuwbouw en renovatie spelen milieukundige randvoorwaarden een steeds grotere rol. Stikstofuitstoot kan bouwactiviteiten beperken en vraagt om zorgvuldige afwegingen. Tegelijkertijd is het herstel en behoud van biodiversiteit een belangrijk uitgangspunt, onder andere vanuit Europese wetgeving zoals de Natuurherstelwet. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Voor de woningvoorraad betekent dit dat • een groot deel van de woningen vóór 2050 moet voldoen aan een hoge isolatiestandaard en • dat woningen stapsgewijs aardgasvrij worden. Deze verduurzamingsopgave is arbeidsintensief en vraagt om langdurige inzet van woningcorporaties, gemeente én huurders. Keuzes in techniek, planning en gedrag van bewoners zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onze gezamenlijke ambitie Wij willen de komende jaren duidelijke stappen zetten in het verduurzamen van de woningvoorraad. Daarbij ligt de focus op: 1. het structureel verminderen van de warmtevraag door goede isolatie en ventilatie; 2. het benutten van natuurlijke momenten om toe te werken naar aardgasvrij wonen; 3. het vergroten van klimaatbestendigheid en het beperken van hittestress; 4. het zorgvuldig omgaan met materialen, natuur en biodiversiteit; 5. het versterken van draagvlak en bewustwording onder huurders, zij moeten goed worden betrokken en worden meegenomen. Verduurzaming begint bij het verbeteren van de gebouwschil (isoleren van muren, vloeren en daken). Hiermee wordt de warmtevraag verminderd. Pas daarna kunnen stappen gezet worden naar duurzame warmtevoorzieningen. Tegelijkertijd is het nodig om samen te werken aan een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte met name bij nieuwbouw- en renovatieprojecten. Breed draagvlak onder huurders is noodzakelijk om de gezamenlijke ambities te realiseren. Huurdersorganisaties vervullen hierin een sleutelrol. Alleen in samenwerking met huurders kunnen de betrokken partijen de verduurzamingsdoelen daadwerkelijk behalen.

20

7.2.

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Verduurzaming van het corporatiebezit De corporaties werken toe naar een CO₂-neutrale woningvoorraad in 2050. Daarbij: sturen zij steeds minder op energielabels, maar richten zij zich op de isolatiewaarde en het verlagen van de netto-warmtevraag van woningen. Isolatie en ventilatie als basis bij verduurzaming • De corporaties werken toe naar het voldoen aan de Standaard voor woningisolatie. Deze standaard kijkt integraal naar de woning en beschouwt muren, dak, vloer, ramen en ventilatie in samenhang. Ventilatie is van het grootste belang: goede isolatie zonder ventilatie leidt tot comfortproblemen, vocht, schimmelvorming en gezondheidsrisico’s. • In lijn met de isolatieaanpak van Nij Begun worden doelen gesteld voor 2035. In dat jaar moet een groot deel van de corporatiewoningen voldoen aan de Standaard. Binnen de aanpak van Nij Begun is hiervoor geld beschikbaar voor corporaties. Het beschikbare bedrag per corporatie is afhankelijk van het aantal woningen. Het geld is onder meer bestemd voor isolatie en ventilatie van woningen met lage energielabels. Aansluiting bij Nij Begun gebeurt via de verslaglegging in de staat van de volkshuisvesting. Keuzes, tempo en betaalbaarheid • De corporaties bepalen ieder hun eigen aanpak en tempo voor de verduurzaming van hun woningvoorraad, die passend is bij hun woningvoorraad en financiële mogelijkheden.

In de jaarschijf 2027 laten corporaties zien wat de stand van zaken is met betrekking tot de isolatiewaarde en ventilatie. Zij formuleren tussendoelstellingen tot en met 2031 en 2035. De plannen worden afgestemd met de gemeente en huurdersorganisaties. Huurders worden op tijd meegenomen in de verduurzamingsprojecten van de corporaties. • Van klimaatoogpunt blijft het plaatsen van PV-panelen wenselijk. Dit mag niet leiden tot hogere energielasten voor huurders. Binnen specifieke regelingen, zoals Maatregel 29 van Nij Begun, is een belangrijke voorwaarde dat er geen huurverhoging komt na isolatie- en ventilatiemaatregelen. Dit vraagt om nadere afstemming met de reguliere werkwijze van corporaties. • Corporaties hebben ook aandacht voor het binnenklimaat van woningen, zoals ventilatie, schimmelvorming en hittestress. Zij delen kennis en zoeken samen naar oplossingen. Huurders actief betrekken • Om de verduurzaming te laten slagen, is het belangrijk dat huurders goed worden betrokken. Corporaties doen dit op verschillende momenten: o Bij het verkennen van kansen: het ophalen van ervaringen en aandachtspunten van huurders. o Tijdens de voorbereiding en uitvoering van projecten: huurders worden betrokken en waar mogelijk is er ruimte voor individuele keuzes.

o Bij het meten van de effecten achteraf (nazorg en evaluatie): het meten van effecten en het ophalen van ervaringen van huurders na uitvoering van de maatregelen. • Iedere corporatie kiest hierbij een aanpak die past bij hun organisatie. Over de ervaringen wordt gesproken in het overleg over de prestatieafspraken (werkgroep en bestuurlijk overleg). • Huurdersorganisaties werken samen met corporaties en de gemeente bij het informeren over en enthousiasmeren van huurders voor de verduurzamingsmaatregelen.

21

Bewustwording over energiebesparing Naast fysieke maatregelen is ook gedrag belangrijk. Huurdersorganisaties en corporaties organiseren samen voorlichtingsactiviteiten, zoals bewonersavonden, over energiebesparing. Zij besteden aandacht aan: • simpele maatregelen die bewoners zelf kunnen nemen om energie te besparen; • het juist gebruik van installaties; • het voorkomen van vocht- en schimmelproblemen; • omgaan met hitte en toenemende behoefte aan verkoeling. De gemeente kan ondersteunen wanneer dit nodig/wenselijk is. Klimaatadaptatie door de gemeente De gemeente betrekt woningcorporaties nadrukkelijk bij haar klimaatadaptatiebeleid. In het kader van het hitteplan geeft de gemeente aan (kwetsbare) inwoners informatie over de risico’s bij hitte. Corporaties kunnen aanvullend hierop hun eigen huurders informeren. De gemeente deelt inzichten over wijken waar hittestress een verhoogd risico vormt, zodat corporaties hier bij het maken van plannen rekening mee kunnen houden. Samenwerking bij verduurzamingsprojecten in straten met gespikkeld bezit Bij verduurzamingsprojecten in straten met gemengd eigendom (gespikkeld bezit) gaat de gemeente graag in gesprek actief met corporaties over het betrekken van particuliere eigenaren. De gemeente betrekt de corporaties bij de wijkuitvoeringsplannen. Dit vergroot de impact en voorkomt versnippering.

7.3.

Onderwerpen voor de jaarlijkse jaarschijf

Bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: • Het aantal te verduurzamen woningen en de voortgang van de verduurzamingsaanpak richting de tussendoelen. • Benutten van natuurlijke momenten om stappen te zetten richting aardgasvrij wonen (de doelstelling voor 2050). • Voorlichting aan huurders over energiebesparing. • Samenwerking bij projecten in straten met gespikkeld bezit. • Samenwerking bij klimaatadaptatie. • Mogelijkheden voor natuurvriendelijk isoleren binnen de geldende wet- en regelgeving en de financiële mogelijkheden van de corporaties. • Koppelkansen bij het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen.

22

Handtekeningen

23

Bijlage: begrippenlijst Aandachtsgroepen Groepen mensen die door persoonlijke, sociale of economische omstandigheden extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden en behouden van passende huisvesting. Dit zijn onder andere ouderen, mensen met een beperking, dak- en thuislozen, statushouders en mensen die uitstromen uit beschermd wonen. Maatschappelijke opvang of detentie. Aftoppingsgrens Een huurprijsgrens die bepaalt hoeveel huurtoeslag iemand kan krijgen. Is de huur hoger dan deze grens, dan wordt de huurtoeslag lager of stopt deze. De hoogte verschilt per huishouden. De aftoppingsgrens wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. De aftoppingsgrens is afhankelijk van de grootte van het huishouden. Er zijn grenzen voor een- en meerpersoonshuishoudens. Circulariteit Zo bouwen, verbouwen en onderhouden dat materialen zo veel mogelijk opnieuw worden gebruikt en er weinig afval ontstaat. Conceptuele en tijdelijke woonvormen Woonvormen en woningen die snel en flexibel gebouwd kunnen worden, zoals flexwoningen en containerwoningen. In de meeste gevallen zijn deze woningen opgebouwd uit losse, inwisselbare onderdelen. Vaak zijn de woningen voor tijdelijk gebruik en/of verplaatsbaar. Draagkracht van een buurt of wijk De mate waarin een buurt of wijk bestaat uit bewoners die elkaar kunnen ondersteunen en zo zorgen voor een prettige leefomgeving.

Draaglast van een buurt of wijk De mate waarin een buurt of wijk te maken heeft met problemen zoals overlast, armoede of sociale spanningen. Energielabel Een label dat aangeeft hoe energiezuinig een woning is. Label A (of hoger) is zeer energiezuinig, label G is zeer onzuinig. Het hoogste label is A++++. Fair share afspraken Afspraken tussen gemeenten in de regio over een eerlijke verdeling van aandachtsgroepen over de regio. Huurtoeslag Een bijdrage van de overheid voor huurders met een laag inkomen om de huur betaalbaar te houden. De bijdrage is afhankelijk van het inkomen. Incassobeleid De manier waarop een woningcorporatie omgaat met huurachterstanden. Dit is inclusief het voorkomen van betalingsproblemen, het treffen van betalingsregelingen en samenwerking met schuldhulpverlening. Inponden Het opkopen van particuliere koopwoningen door een corporatie, vaak in kwetsbare wijken om de leefbaarheid te verbeteren of verloedering tegen te gaan. Jaarcyclus De vaste jaarlijkse volgorde van afspraken maken, vaststellen, uitvoeren, volgen en bijstellen. Jaarschijf De jaarlijkse uitwerking van de afspraken. Hierin staat wat partijen dat jaar concreet gaan doen.

24

Klimaatadaptief/klimaatbestendig Zo bouwen en inrichten dat woningen en woonomgeving beter bestand zijn tegen hitte, droogte en zware regen ofwel de gevolgen van klimaatverandering. Kwaliteitskortingsgrens De huurgrens die bepaalt of huishoudens met een zeer laag inkomen recht hebben op maximale huurtoeslag. Monitoring Het volgen en beoordelen van de voortgang van de gemaakte afspraken om te zien of doelen worden gehaald. Netto-toevoegingen aan de sociale woningvoorraad Het verschil tussen het aantal woningen dat wordt gebouwd of op een andere manier wordt toegevoegd (transformatie, verbouw, splitsen, aankoop) en het aantal dat verdwijnt door sloop of verkoop. Netto warmtevraag De hoeveelheid warmte die nodig is om een woning te verwarmen. Hierbij wordt rekening gehouden met isolatie (warmtewinst) en ventilatie (warmteverlies). Statushouders Mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en in Nederland mogen blijven wonen. Streefhuur De huurprijs die een woningcorporatie nastreeft bij het verhuren van een woning, passend bij de woningkwaliteit en de doelgroep. Toewijzingsbeleid De regels die bepalen wie een woning krijgt bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Hierbij wordt rekeningen gehouden met wet- en regelgeving en lokale afspraken. Tripartiet overleg Overleg tussen drie partijen: gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties.

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) Een fonds dat garant staat voor leningen van woningcorporaties, waardoor zij goedkoper kunnen lenen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Wet die regelt dat gemeenten inwoners ondersteunen om zij zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen en mee te kunnen doen met de samenleving. Het gaat om ondersteuning van mensen met beperkingen. De ondersteuning is bijvoorbeeld hulp bij het huishouden, meebetalen aan woningaanpassing of het verstrekken van hulpmiddelen zoals een rolstoel of scootmobiel. Woonlasten Alle kosten die met wonen te maken hebben, zoals huur, energie, water en gemeentelijke belastingen. Woonruimteverdeelsysteem Het (digitale) systeem waarin sociale huurwoningen worden aangeboden en verdeeld onder woningzoekenden. Woningsplitsen Het opdelen van één woning in meerdere zelfstandige woonruimten.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17098794/1