405. Raadsbrief vaststellen beleidsregels tijdelijke bewoning etc.
Tekst van het document
Raadsbrief Datum:
13 maart 2026
Behandeld door: Zaak:
Ivo Mulder en Berend de Boer 1404643
Verzenddatum: Mailadres:
31 maart 2026
Onderwerp:
Vaststellen beleidsregels op het gebied van permanente en tijdelijke bewoning van
Portefeuillehouder: Jur Mellies
recreatiewoningen en handhavend optreden tegen bewoning van recreatiewoningen
Geachte leden van de raad,
Met deze raadsbrief informeren wij u over de samenhangende vaststelling door het college van burgemeester en wethouders van: 1. de Beleidsregel verlening persoonsgebonden omgevingsvergunning bij permanente en tijdelijke bewoning van recreatiewoningen; en 2. de Beleidsregel handhavend optreden tegen bewoning van recreatiewoningen zonder persoonsgebonden omgevingsvergunning. Deze documenten zijn vastgesteld in de collegevergadering van 31 maart 2026 en vormen gezamenlijk het integrale beleids- en uitvoeringskader voor de aanpak van bewoning van recreatiewoningen binnen de gemeente Midden-Groningen onder de Omgevingswet. Aanleiding en context In de gemeente Midden-Groningen wordt al geruime tijd geconstateerd dat recreatiewoningen permanent of tijdelijk worden bewoond in strijd met het omgevingsplan. Tegelijkertijd is sprake van maatschappelijke druk op de woningmarkt en individuele situaties waarin bewoners kwetsbaar zijn. Uit het door bureau Ginder uitgevoerde onderzoek is gebleken dat de recreatieve functie van de vakantieparken behouden moet blijven en dat de opgave primair ligt in het
Pagina: Datum: Zaak:
2 van 4 13 maart 2026 1404643
revitaliseren van de parken. Deze beleidsregel geeft daaraan uitvoering binnen de door uw raad vastgestelde kaders. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft de gemeente aanvullende instrumenten gekregen om hiermee om te gaan. Het college kan persoonsgebonden omgevingsvergunningen verlenen en beschikt over een expliciete bevoegdheid om hierop handhavend toe te zien. In de raadsvergadering van 27 juni 2024 heeft u ingestemd met de kaders voor dit beleid. De vastgestelde beleidsregels en het plan van aanpak geven hieraan uitvoering. De besluitvorming heeft vertraging opgelopen door een brief van de toenmalig minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de instructieregel bewoning recreatiewoningen. In deze brief van 19 december 2024 werden uitgangspunten genoemd, maar was nog niet voldoende duidelijk hoe deze zich zou verhouden tot het gemeentelijke beleid. Na een internetconsultatie is de instructieregel op 2 oktober 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee werd de vorm van de instructieregel duidelijk en pas toen was ook definitief duidelijk dat gemeentelijk beleid en de instructieregel niet botsen. Ze kennen weliswaar een andere peildatum, maar ook een ander regime (zie hieronder). Bij eventuele handhaving wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de instructieregel.
Beleidsregel persoonsgebonden omgevingsvergunning Met de beleidsregel verlening persoonsgebonden omgevingsvergunningen heeft het college vastgelegd in welke gevallen en onder welke voorwaarden bewoning van recreatiewoningen kan worden toegestaan. Het beleid maakt onderscheid tussen: •
•
Permanente bewoning: mogelijk voor personen die op de vastgestelde peildatum (1 juni 2021) aantoonbaar permanent in een recreatiewoning woonden. De vergunning is strikt persoonsgebonden, niet overdraagbaar en heeft een uitsterfkarakter; Tijdelijke bewoning: mogelijk in specifieke situaties, zoals aardbevingsschade, echtscheiding, niet-tijdige oplevering van een woning, arbeidsmigratie of kwetsbare persoonlijke omstandigheden. Deze vergunningen worden verleend voor de duur van 6 maanden, met de mogelijkheid dit te verlengen tot maximaal 24 maanden.
De beleidsregel bevat daarnaast bepalingen over milieuzonering, brandveiligheid, het verbod op bedrijfsmatige activiteiten in recreatiewoningen en een hardheidsclausule voor bijzondere omstandigheden. Ook houdt de beleidsregel rekening met de mogelijke inwerkingtreding van de instructieregel die tijdens het vaststellingsproces van dit beleid op grond van artikel 2.33 van de Omgevingswet
Pagina: Datum: Zaak:
3 van 4 13 maart 2026 1404643
aan de Tweede Kamer is toegezonden. Op basis van de peildatum in de instructieregel (16 mei 2024) kunnen bewoners van recreatiewoningen die al sinds deze datum in een recreatiewoning woonden, voor de duur van maximaal 10 jaar in de recreatiewoning wonen. Dit geldt alleen als de instructieregel in werking treedt. In alle andere gevallen geldt alleen 1 juni 2021 als peildatum met de daarbij behorende regels. Beleidsregel handhaving bewoning recreatiewoningen Naast vergunningverlening heeft het college een afzonderlijke beleidsregel vastgesteld voor het handhavend optreden tegen bewoning van recreatiewoningen zonder persoonsgebonden omgevingsvergunning. Uitgangspunt hierbij is de beginselplicht tot handhaving. Als geen persoonsgebonden omgevingsvergunning is verleend, wordt handhavend opgetreden tegen strijdig gebruik van recreatiewoningen. De handhavingsbeleidsregel: • • • • •
maakt duidelijk wie als overtreder wordt aangemerkt (huurder én verhuurder/eigenaar); bepaalt de hoogte van dwangsommen en de begunstigingstermijn; biedt ruimte voor maatwerk via een hardheidsclausule; sluit aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet; geldt niet voor personen die anders dan met een persoonsgebonden omgevingsvergunning al legaal in een recreatiewoning mogen wonen.
Bij eventuele handhaving houdt de gemeente rekening met de op dit moment bekende uitgangspunten van de nog vast te stellen instructieregel. In afwachting van verdere ontwikkelingen wordt terughoudend omgegaan met handhaving in situaties die op basis van die instructieregel mogelijk in aanmerking zouden kunnen komen voor bewoning. In
afwachting van verdere ontwikkelingen vanuit het Rijk wordt terughoudend omgegaan met handhaving in situaties die op basis van de instructieregel in aanmerking zouden kunnen komen voor bewoning. Met de vaststelling van deze beleidsregel is de eerdere beleidsregel uit 2021 ingetrokken. Plan van aanpak: uitvoering in de praktijk Er is een plan van aanpak opgesteld dat op hoofdlijnen beschrijft op welke manier de beleidsregels in de praktijk worden uitgevoerd. Het plan biedt een gestructureerde, maar flexibele werkwijze en is gericht op zorgvuldigheid, uniformiteit en aandacht voor de menselijke maat. De uitvoering is opgebouwd uit drie samenhangende fases:
Pagina: Datum: Zaak:
4 van 4 13 maart 2026 1404643
1. Voorbereiding – onder meer inventarisatie, communicatie richting bewoners, interne afstemming en bureauonderzoek; 2. Vergunningverlening en toezicht & handhaving – gelijktijdige start van vergunningverlening en toezicht, met ondersteuning voor kwetsbare personen en periodieke controles; 3. Evaluatie – na twee jaar wordt beoordeeld of de beleidsregels het beoogde effect hebben gehad en of bijstelling nodig is. In het plan van aanpak is nadrukkelijk aandacht voor schrijnende situaties, samenwerking tussen afdelingen, duidelijke communicatie richting inwoners en het voorkomen van misbruik van tijdelijke vergunningen. Rol van de gemeenteraad De vaststelling van beleidsregels en het plan van aanpak is een bevoegdheid van het college. Met deze raadsbrief wordt uw raad hierover geïnformeerd. De gekozen aanpak sluit aan bij de kaders waarmee uw raad heeft ingestemd. Vervolg en monitoring De beleidsregels zijn in werking getreden na bekendmaking. Vanaf dat moment worden aanvragen voor persoonsgebonden omgevingsvergunningen hieraan getoetst en vindt handhaving plaats overeenkomstig het vastgestelde beleid. Na twee jaar volgt een integrale evaluatie van zowel de vergunningverlening als de handhavingspraktijk. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij eventuele aanpassing van het beleid. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen
E. van Lente Burgemeester
T. van de Poel Waarnemend gemeentesecretaris