402.2 Bijlage 2. Bijlage bij brief vkc BiZa behandeling Groningenwet (1663463) (1.0)
Tekst van het document
BIJLAGE BIJ BRIEF GRONINGER EN DRIE NOORD-DRENTSE OVERHEDEN OVER BEHANDELING GRONINGENWET IN TWEEDE KAMER
Voor verduidelijking naar aanleiding van de brief of deze bijlage kunt u contact opnemen met mevrouw Sylvia van Roon, s.van.roon@provinciegroningen.nl of 06-50 19 38 21. Inleiding Op 30 maart 2026 bespreekt u het wetsvoorstel voor wat ‘de Groningenwet’ is gaan heten. Het wetsvoorstel legt een aantal maatregelen vast uit ‘Nij Begun – op weg naar erkenning, herstel en perspectief’ (Nij Begun). De 50 maatregelen uit Nij Begun leunen op het fundament dat er geen gas meer gewonnen wordt uit het Groningenveld: “Pas als de gaswinning definitief is gestopt, ervaren bewoners de rust en zekerheid die nodig zijn om hun veiligheidsgevoel te verbeteren”. We willen onze waardering uitspreken voor de prioriteit die deze wet heeft en de manier waarop deze wet tot stand is gekomen, beginnend met de mogelijkheid voor onze volksvertegenwoordigingen om te reageren op de hoofdlijnen voor de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Deze wet is voor de toekomst van Groningen cruciaal omdat het gaat over de beloofde generatielange aanpak om de ereschuld aan Groningen en Noord-Drenthe in te lossen. Het kabinet onderschrijft het belang van resultaten in ’Nij Begun – op weg naar erkenning, herstel en perspectief’: “Het is volkomen begrijpelijk dat bewoners van het gaswinningswinningsgebied resultaat willen zien voordat zij vertrouwen op verbetering.
In het verleden zijn te vaak beloften gebroken en toezeggingen gedaan die uiteindelijk niet waargemaakt konden worden. Het kabinet heeft daarom naast een ereschuld ook een resultaatsopdracht.” Daar zijn wij het mee eens en op die manier beoordelen wij het wetsvoorstel: garandeert het – ook op lange termijn - dat de toezeggingen die zijn gedaan, worden waargemaakt? Wij vinden dat op belangrijke onderdelen nog onvoldoende en vragen uw medewerking bij het garanderen van de toezeggingen. Onze belangrijkste punten: 1. Resultaatsverplichtingen voor brede welvaart en verduurzaming én de garantie dat tot in ieder geval 2055 de middelen beschikbaar worden gesteld die nodig zijn om de afgesproken resultaten te bereiken. 2. Het overleg met de regionale bestuurders is wederkerig; het kabinet moet reageren op de regionale standpunten. 3. Bescherm de zwaarst gedupeerden door de drempels bij de maatregel daadwerkelijk herstel in de vorm van het grensbedrag en de voorwaarde van finale kwijting in de kern van het gebied weg te nemen. Vanwege het grote belang en de vereiste precisie is deze bijlage langer dan gebruikelijk. Wij vragen daarvoor uw begrip.
1. Resultaatsverplichtingen voor brede welvaart en verduurzaming én jaarlijks toereikende middelen tot en met 2055
Het wetsvoorstel bepaalt dat de Minister van BZK zorgdraagt voor het bevorderen van de ontwikkeling van de brede welvaart in de dertien betrokken gemeenten en zorgdraagt – met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening – voor het bevorderen van de verduurzaming richting het aardgasvrij gereed maken van woningen in deze gemeenten.1 Het wetsvoorstel bepaalt verder dat jaarlijks middelen worden opgenomen voor de generatielange aanpak.2 Ereschuld geeft ereplicht. De beloften van het kabinet voor perspectief op sociaal, economisch en verduurzamingsgebied en langdurig commitment daarover in Nij Begun moeten nagekomen worden. Voor ons en de generaties na ons moet het nakomen van de beloften handhaafbaar zijn en dat is niet het geval wanneer slechts sprake is van een zorgplicht. Immers het voldoen aan een zorgplicht is aan interpretatie onderhevig en kan door ieder volgend kabinet of minister op een andere wijze ingevuld worden. Dat het realiseren van de doelen ook afhankelijk is van derden, laat onverlet dat het kabinet zich in Nij Begun verplicht heeft de doelen te realiseren. Dit betekent ook dat over de toegezegde middelen zekerheid moet zijn: elk jaar toereikende middelen om de doelen te bereiken tot en met in ieder geval 2055.
Het wetsvoorstel moet vastleggen dat de betrokken ministers de doelen bereiken of passende maatregelen treffen om dat te bereiken én dat elk jaar toereikende middelen beschikbaar worden gesteld om de resultaten te bereiken tot en met in ieder geval 2055.
2. Overleg met ons is wederkerig
In het wetsvoorstel is onder meer opgenomen dat het kabinet met een vertegenwoordiging van de regionale overheden in gesprek gaat over de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.3 De MvT maakt de status van het overleg duidelijk: op initiatief van het Rijk, niet wederkerig en op één lijn met inwoners en maatschappelijke organisaties. Er is gesteld dat de burgemeesters en de commissaris van de Koning als zelfstandig orgaan het gesprek voeren. We zijn bereid taken aan ons te trekken en verantwoordelijkheid te nemen voor het concretiseren van de Economische en Sociale Agenda en voeren taken uit voor de verduurzaming. Ook voor schadeafhandeling en versterking geldt dat we taken op ons nemen of de uitvoering onze taken raakt (bijvoorbeeld openbare orde, ruimtelijke kwaliteit, het sociaal domein). Het gesprek is daarmee niet op één lijn te stellen met het gesprek met maatschappelijke organisaties en inwoners. Wanneer onze burgemeesters en de commissaris van de Koning in Groningen het gesprek voeren, doen zij dat óók als lid van het college en zelfs als vertegenwoordigers van álle regionale overheden. De regionale overheden moeten zelf ook het initiatief kunnen nemen voor een overleg met het kabinet en moeten daarvoor niet afhankelijk zijn van een initiatief van Rijkszijde.
De interpretatie van onze overlegpositie moet geborgd zijn: a) het gesprek met de vertegenwoordiging van de regionale overheden is wederkerig en er moet worden ingegaan op de aangedragen standpunten en b) de regionale overheden bepalen zelf hoe zij zich laten vertegenwoordigen c) het overleg vindt ook op initiatief van de regionale overheden plaats.
3. Bescherm de zwaarst gedupeerden in de kern van het gebied: geen grensbedrag of finale kwijting Het wetsvoorstel voorziet in het herstellen van schade tot € 60.000 wanneer deze verondersteld is, dat willen zeggen wanneer schade naar haar aard mijnbouwschade kán zijn. Het weerleggen (onderzoeken of er een evident andere oorzaak is) blijft bij daadwerkelijk herstel achterwege. In de MvT is het grensbedrag van € 60.000 gemotiveerd en is aangegeven dat het bedrag bijna altijd toereikend is ‘waardoor burgers bij daadwerkelijk herstel eigenlijk niet verkeerd kunnen kiezen’. De motivering van het grensbedrag is: als de schade hoger is, er gekeken moet worden naar de oorzaak. 1
Nieuw artikel 13o en 13p. Nieuw artikel 14a. 3 Nieuw Artikel 13s. 2
Wij kunnen de motivering van het grensbedrag niet goed volgen en het doet geen recht aan juist de zwaarst gedupeerden in onze provincie. Want in de kern van het aardbevingsgebied zal het schadebedrag hoger zijn dan daarbuiten, moet er vaker schade gemeld worden, zijn er complicerende factoren zoals versterking of duurzaam herstel. Juist déze gedupeerden kunnen niet – of in mindere mate – aanspraak maken op een eenvoudiger aanvraagprocedure en op overcompensatie (want de maatregel daadwerkelijk herstel heeft overcompensatie tot gevolg omdat ook niet-mijnbouwschade wordt vergoed). Bovendien houdt het grensbedrag geen rekening met factoren die een schadebedrag beïnvloeden, zoals de ligging van een gebouw (bijvoorbeeld op een dijk) of de aard van het gebouw (bijvoorbeeld een rijksmonument). De stelling dat inwoners met daadwerkelijk herstel niet verkeerd kunnen kiezen, is onjuist. Door de voorwaarde van het IMG van finale kwijting die geldt wanneer een inwoner voor daadwerkelijk herstel kiest, kan daadwerkelijk herstel heel goed een verkeerde keuze zijn. Er is op dit moment namelijk niet te zeggen welke bodembeweging (seismiciteit of bodemdaling of -stijging) er nog zal ontstaan als gevolg van de gaswinning. En dus óók niet welke (vervolg)schade nog zal ontstaan. Met name in de kern van het gebied kan er nog (aanzienlijke) schade komen door aardbevingen.
Als wetenschappers al niet kunnen voorspellen wat het schadebeeld op termijn is, waarom moeten inwoners het dan wel kunnen? Wanneer een inwoner kiest voor daadwerkelijk herstel en er later toch nog schade ontstaat, wordt deze schade niet meer vergoed vanwege de finale kwijting die het IMG als voorwaarde oplegt. Een inwoner blijft dan met onverhaalbare schade zitten en kan dus wel degelijk een verkeerde keuze maken ! Anders gezegd: bij de schadeafhandeling is de coulance naar inwoners groter naarmate iemand minder gedupeerd is, zowel in het proces (want: eenvoudiger en sneller besluit) als in vergoeding (want: overcompensatie en afwijken van het reguliere aansprakelijkheidsrecht). Gedupeerde inwoners kunnen door de voorwaarde van finale kwijting met onverhaalbare mijnbouwschade geconfronteerd worden. Dit is niet acceptabel. De kans hierop is groter in de kern van het aardbevingsgebied voor de zwaarst gedupeerden. Dat is niet gerechtvaardigd en vergroot ook juist de verschillen. Daarmee ontstaat strijd met het nieuwe hoofdstuk 7a van de wet waarin de opdracht staat om deze verschillen juist níet te veroorzaken. 1.
De minister van BZK moet het IMG instrueren om de voorwaarde van finale kwijting niet te verbinden aan de maatregel daadwerkelijk herstel of andere vormen van schadeafhandeling in de kern van het gebied, dat wil zeggen de vijf gemeenten waarbinnen de versterking plaatsvindt. Het gaat om de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Groningen en Oldambt. 2. Het grensbedrag van € 60.000 moet in de kern van het gebied (de hiervoor genoemde gemeenten) vervallen.
4. Eén aanpak van verschillen
Het wetsvoorstel voegt een nieuw hoofdstuk ‘Voorkomen verschillen’ toe met twee bepalingen.4 Eén bepaling ziet op het voorkomen van verschillen tussen gedupeerden als gevolg van de beëindiging van gaswinning uit het Groningenveld met betrekking tot schadeafhandeling, versterking, verduurzaming en andere compensatie.5 De andere bepaling regelt het aanpakken van onaanvaardbare verschillen tussen gedupeerden als gevolg van het vaststellen van het risicoprofiel van een gebouw en de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm of welke maatregelen nodig zijn om aan de veiligheidsnorm te voldoen.6 De aanpak van verschillen in de schadeafhandeling is mogelijk op grond van de taak van het IMG om knelpunten op te lossen. Deze taak is al opgenomen in de TwG.7 4
Hoofdstuk 7a. Nu artikel 52c, tweede lid Mijnbouwwet, wordt artikel 19c TwG. 6 Nieuw artikel 19d TwG. 7 Het huidige artikel 2, elfde lid TwG. 5
Zo ontstaat er een waaier aan mogelijkheden om verschillen aan te pakken: 1) alle verschillen als gevolg van beëindiging van gaswinning uit het Groningenveld; 2) onaanvaardbare verschillen als gevolg van beslissingen in de versterking; 3) verschillen die tot knelpunten leiden in de schadeafhandeling. De intentie is gunstig voor gedupeerden, maar de wijze waarop criteria verschillen, roept de vraag op of het gewenste effect wordt gesorteerd. De verschillende vindplaatsen in de TwG dragen ook niet bij aan een duidelijke taak om verschillen aan te pakken. In het verlengde hiervan vinden we ook dat inwoners die te maken krijgen met de aanpak van verschillen aanspraak moeten kunnen maken op dezelfde mogelijkheden voor bijstand. Het wetsvoorstel moet borgen dat – indien naar het oordeel van de minister of het IMG – sprake is van een onaanvaardbaar verschil, zij elk voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft, maatregelen treffen om het verschil te voorkomen of aan te pakken. De uitbreiding van bijstand zoals dat nu voorligt voor de aanpak van verschillen met betrekking tot versterking, moet onverminderd gelden voor de aanpak van verschillen met betrekking tot schadeafhandeling.
5. Koste-wat-kost zolang-als-het-duurt moet ook gevolgschade dekken
In het wetsvoorstel is een bepaling opgenomen dat de financiële middelen ter beschikking worden gesteld voor – samengevat – schadeafhandeling, versterking en bijstand. Het gaat om de middelen die nodig zijn om wettelijke taken en bevoegdheden uit te voeren.8 Wij missen in deze formulering commitment op zaken die de regio als gevolgschade ziet zoals het bestrijden van de negatieve effecten op gezondheid, nadelige gevolgen voor ondernemers in hun bedrijfsvoering of omzetschade die zij derven, nadelige gevolgen voor (het behoud van) erfgoed, combineren van schadeherstel met verduurzamen zoals de commissie Van Geel adviseert – en maatregel 1 t/m 33 van Nij Begun. In de MvT staat over het advies van de RvS dat het wetsvoorstel de voor bewoners gewenste maximale duidelijkheid biedt dat het kabinet ‘’zal blijven doen wat nodig is om schade op ruimhartige wijze af te handelen en zorg te dragen dat hun woningen voldoen aan de veiligheidsnorm, ook in de toekomst’’. Artikel 13ba van de TwG is als uitgangspunt voor de versterking verankerd: taken en bevoegdheden die zijn gericht op het voorkomen dat de veiligheid wordt geschaad. 9 Deze algemene zorgplicht vraagt echter een interpretatie van wat redelijkerwijs verwacht mag worden aan maatregelen, wat de reikwijdte is van het veiligheidsbegrip en of veiligheid wordt geschaad.
De interpretatie van de minister kan in de loop van de tijd wijzigen of tot voortdurende discussies leiden wat onze inwoners niet ten goede komt. Bovendien kunnen er ook zaken zijn die gevolgschade zijn terwijl deze geen verband hebben met veiligheid. De minister van BZK moet met de regionale overheden overeenstemming bereiken over de gevolgschade, daaronder gevolgkosten op het gebied van gezondheid en sociaal welzijn. Het gaat in ieder geval om de vergoeding van kosten voor gevolgschade zolang het versterkingsprogramma nog niet is afgerond en een nazorgperiode daarna.
6. Gebruik het juiste juridische instrument voor voorwaarden van het IMG
Het IMG moet een procedure en werkwijze vaststellen voor de behandeling van aanvragen.10 Het wetsvoorstel voegt hieraan toe ‘In de procedure en werkwijze kan het Instituut voorwaarden verbinden
8
Nieuw artikel 14 TwG. Artikel 13ba Tijdelijke wet Groningen luidt: ‘Onze Minister neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad’. 10 Artikel 10, eerste lid TwG. 9
aan de afhandeling van schade’.11 Op het eerste gezicht lijkt dit niet een probleem te zijn: aan de afhandeling van aanvragen zijn altijd voorwaarden verboden, zowel voor de indiener van de aanvraag als voor het bestuursorgaan dat de aanvraag behandelt en snel kunnen inspelen op de actualiteit is efficiënt. Het is echter niet zo dat de overheid vrij is om elk juridisch instrument te gebruiken om voorwaarden te stellen. De procedure en werkwijze van het IMG is een beleidsregel. In beleidsregels geven bestuursorganen invulling aan hun beleid: ze binden het bestuursorgaan zelf. Beleidsregels zijn niet bedoeld om inwoners te binden (artikel 1:3 Awb). Voor de rechtszekerheid van en voorspelbaarheid voor inwoners is het van belang om voorwaarden te verbinden op een juiste grondslag. Het juridisch instrument om voorwaarden op te leggen moet juist zijn. Tot slot Het wetsvoorstel beoogt recht te doen aan gedupeerden en de regio en dat maakt het een bijzonder voorstel en moment. Om deze reden zijn wij in deze bijlage uitgebreid ingaan op het voorstel voor de Groningenwet en wat hierin naar ons oordeel gewijzigd moet worden. Wij hopen dat wij u hiermee voorzien in de benodigde context en onderbouwing en vragen uw medewerking hierin.
11
Wijziging van artikel 10 TwG.