348.1 Rapportage gemeenten JBN
Tekst van het document
Rapportage Jeugdbescherming Noord 19 oktober 2025 In deze bijlage zijn gegevens opgenomen over (1) de tijdigheid van het werk en de ontwikkeling daarin in de afgelopen periode, (2) de ontwikkeling van het aantal jeugdbeschermers (formatie), ziekteverzuim en het verloop van medewerkers. Onder (3) gaan we in op onze werkwijze en het toewerken naar vaste jeugdbeschermers. 1. Tijdigheid In Wet- en regelgeving zijn belangrijke eisen gesteld aan de tijdigheid waarmee jeugdbeschermers hun werk uitvoeren. Het eerste face to face contact (F2F) moet binnen vijf dagen na het uitspreken van de beslissing van de rechter plaatsvinden; een plan van aanpak (PvA) voor de maatregel moet binnen zes weken afgerond zijn en een eerste risico-taxatie (eenvoudig gezegd een veiligheidsinschatting behorende bij het plan van aanpak) moet binnen zes weken zijn afgerond. Hierna is een tabel opgenomen waarin we laten zien welke ontwikkeling we in de afgelopen maanden hebben gerealiseerd in de tijdigheid van deze werkstappen. In de eerste drie rijen (1e F2F, 1e PvA en Risicotaxatie) laten we zien in hoeveel maatregelen deze stap als eerste aan de orde is. De norm is daarbij gesteld op basis van de gemiddelde instroom van maatregelen per week. Dat betekent bijvoorbeeld dat op dit moment van de bijna 1000 maatregelen, 8 nieuwe maatregelen zijn waarin een eerste face to face gesprek moet worden uitgevoerd.
Dit aantal is passend bij het gemiddeld aantal nieuwe maatregelen.
7jan
2feb
3761mrt apr mei jun
3jul
31jul
21aug
9sep
14okt
norm
1e F2F
46
20
15
7
9
13
6
8
4
3
8
1e PvA
155 149 124 104 63
47
53
42
38
29
42
48
Risicotaxatie 231 202 115 104 52
20
31
40
29
27
52
48
18
Tijdigheid 1e 26% 48% 90% 67% 69% 55% 78% 75% 86% 62% 82% 80% F2F Tijdigheid 1e 26% 20% 26% 46% 86% 78% 54% 78% 95% 71% 65% 80% PvA We zien dat de tijdigheid van het eerste Face to face-contact in september is teruggelopen, maar inmiddels weer is hersteld. Ook de tijdigheid van de Plannen van Aanpak is teruggelopen. Beide aspecten hebben vooral te maken met het feit dat bij het Openbaar Ministerie een periode sprake is geweest van automatiseringsproblemen waardoor we (landelijk) geen nieuwe maatregelen ontvingen en een opstopping ontstond. Na het oplossen van deze problemen werden in een korte tijd veel nieuwe jeugdreclasseringsmaatregelen ineens aan de organisatie toegewezen. Daarmee lopen meerdere werkstappen op in volume en in tijdigheid. Hierover is door het Openbaar Ministerie gecommuniceerd met de ketenpartners, waaronder de Inspecties.
1
Het teruglopen van de tijdigheid van de plannen van aanpak heeft daarnaast te maken met het naeffect van de zomer, de vakantieperiode. De medewerkers hadden deze periode nodig om weer opgeladen aan de slag te gaan. Naar verwachting wordt dit de komende maanden hersteld. 2. Formatie, ziekteverzuim en verloop Onderdeel van het herstelplan is om het aantal jeugdbeschermers te versterken. Doordat in de afgelopen jaren, maar vooral in 2024, sprake was van een hoog verloop van medewerkers en van een hoog ziekteverzuim, was de werkdruk te hoog. Om het werk beter te kunnen doen is nodig dat we meer jeugdbeschermers aantrekken. Daarbij geldt voor alle Gecertificeerde Instellingen dat het moeilijk is om aan medewerkers met de juiste opleiding, ervaring en competenties te komen. Desondanks kunnen we een voorzichtige stijgende lijn laten zien. jan25
feb25
mrt25
apr25
mei25
jun25
jul25
aug25
sep25
okt25
Jeugdbeschermers SKJ geregistreerd
74,6
74,9
76,6
79,9
76,1
75,5
80,4
81,2
81,1
82,1
Assistent jeugdbeschermers
5,2
6,2
6,2
6,9
6,9
5,9
4,3
4,7
3,4
3,1
Praktijkbegeleiders
4,3
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
jan25
feb25
mrt25
apr25
mei25
jun25
jul25
aug25
sep25
okt25
13,7
13,7
15,4
14,6
12,9
12,7
11,3
10,4
10,4
9,5
JB (SKJ) ziek JB (SJK) zwangerschapsverlof Ziek (SKJ)/ JB (SKJ)
Inzetbaar JB (SKJ)
1 18%
18%
20%
18%
17%
17%
14%
13%
13%
12%
jan25
feb25
mrt25
apr25
mei25
jun25
jul25
aug25
sep25
okt25
60,9
61,2
61,1
65,4
63,2
62,7
69,1
70,8
70,7
71,6
In bijlage 2, Ontwikkelingen in de formatie en beheersmaatregelen, wordt ingegaan op de laatste stand van zaken in het komen tot een duurzame formatie van jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. 3. Vaste jeugdbeschermers In de beweging naar het aanwijzen van vaste jeugdbeschermers vanaf de start van een maatregel rapporteren we periodiek over de stand van zaken. Peildatum 13-10-2025 Jeugdreclassering
Ondertoezichtstelling
Voogdij
Totaal
253
412
272
937
JB/JR Drenthe
107
178
85
370
JB/JR Groningen
146
234
187
567
Totaal aantal maatregelen
Totaal aantal maatregelen per regio JB Noord
Aantal maatregelen waarbij de jeugdige geen vaste jeugdbeschermer heeft CCP
31
4
CRT
25
72
103
200
56
76
103
235
Totaal
35
2
Onze werkwijze is zoals gezegd, dat iedere maatregel die de kinderrechter uitspreekt, meteen wordt opgepakt. We zien de jeugdige en het gezin binnen vijf dagen, brengen de risico’s in beeld en maken een plan van aanpak. Dit doet het Client Coördinatie Punt (CCP) met een vaste medewerker voor het gezin in deze beginfase. Nadat het plan van aanpak is gemaakt wordt een (andere) vaste jeugdzorgwerker aangewezen of wordt gewerkt met het Cliënten Regie Team (CRT), dat een vast contactpersoon aanwijst. Dit is afhankelijk van de situatie, wat er nodig is voor de kinderen en het gezin en de risico inschattingen. Door zo te werken is er tijdig contact, goed zicht op de veiligheid en wordt er een plan gemaakt en uitgevoerd. Hoewel niet alle jeugdigen en gezinnen met deze aanpak een vaste jeugdzorgwerker hebben, hebben zij wel een vast contactpersoon die op de hoogte is van wat er in het gezin speelt. Tegelijkertijd zijn wij ons bewust dat dit niet de ideaal wenselijke situatie is, reden waarom wij heel graag de beweging willen maken naar vaste jeugdzorgwerkers. Momenteel is voor cliënten die starten met een maatregel en cliënten die worden bediend door het CRT nog geen sprake van een vaste jeugdzorgwerker. Het zou te kort door de bocht zijn te concluderen dat in al die gevallen geen sprake is van betekenisvol cliëntcontact.
Op dit moment kunnen we wel stellen dat in 250 dossiers sprake is van omstandigheden die betekenisvol cliëntcontact bemoeilijken, omdat we weten dat we in die gevallen nog geen vaste jeugdzorgwerker hebben. De eerste stappen die (gecontroleerd) wij willen zetten is dat wij starten met het zoveel mogelijk toewijzen van nieuwe maatregelen aan vaste Jeugdzorgwerkers. Randvoorwaardelijk hierbij is dat we de gecreëerde basis te behouden hebben. Er moet voldoende beschikbaarheid in de teams zijn, om het oplopen van werkdruk en het teruglopen van de tijdigheid van de uitvoering te voorkomen.
3
Bijlage: Ontwikkelingen in de formatie en beheersmaatregelen oktober 2025 Hierna wordt aan de hand van het verloop, het ziekteverzuim en de hoeveelheid extern ingehuurde jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders, een overzicht gegeven van de ontwikkelingen in de formatie van jeugdzorgwerkers en de beheersmaatregelen daarbij. 1. Verloop Jeugdzorgwerkers 2025 In ons streven te komen tot vaste en beschikbare Jeugdzorgwerkers heeft de afgelopen maanden onze focus vooral gelegen op instroom van nieuwe Jeugdzorgwerkers. We hebben de navolgende kanalen ingezet. • • • • •
Doorlopend vacatures open op vacatureplatforms zoals Zorgplein Noord, Noorderlink en onze eigen Werken bij Site en corporate LinkedIn-pagina; Optimaliseren online zichtbaarheid via inzet landelijke arbeidsmarktcampagne, verbeteren eigen werken bij-site, inzet social media; Aanbrengbonus voor medewerkers die nieuwe collega’s aan ons verbinden; Gedetacheerden proberen langdurig aan ons te binden; Betere stuurinformatie voor leidinggevenden en stafafdelingen als HR en Control om te borgen dat we de gewenste ontwikkeling in het realiseren van de doelformatie kunnen monitoren en tijdig kunnen bijsturen.
Na een periode waarin het lastig was om medewerkers aan de organisatie te verbinden, is het positief om vast te stellen dat in de maanden vanaf augustus 2025, 8 jeugdzorgwerkers in dienst getreden zijn bij Jeugdbescherming Noord. In heel 2025 gaat het om 14 jeugdzorgwerkers (12,61 fte) en 3 (1,66 fte) assistent-jeugdzorgwerkers (medewerkers in opleiding tot jeugdzorgwerker).
Instroom 2025 4
3
2
1
0
Jeugdbeschermer
Assistent Jeugdbeschermer
Overzicht mutaties in de afgelopen maanden op jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders (in vast dienstverband) 4
In 2025 hebben totaal 12 jeugdzorgwerkers (10,7 fte) de organisatie verlaten. Daarmee is sprake van een verloop van 13% onder jeugdzorgwerkers over heel 2025 (10,7 fte op een totale formatie van 81,2 fte). Dit is fors lager dan in 2024 (52% verloop onder jeugdbeschermers in Drenthe en 29% in Groningen) en ook lager dan de norm waarmee in het kostprijsmodel Landelijk tarief jeugdbescherming en jeugdreclassering is gerekend. De redenen voor het verlaten van de organisatie zijn divers: pensioen (17%), ziekte (17%), keuze andere loopbaan (33%) en beter financieel perspectief buiten de organisatie (33%). Over heel 2025 is in totaal 12,61 fte aan jeugdzorgwerkers en 1,66 fte aan assistentjeugdzorgwerkers in dienst getreden. Daardoor is de verhouding in dienst versus uit dienst als licht positief te bestempelen. Verwacht wordt dat deze tendens zich de komende periode voortzet, zodat in de loop van 2026 steeds minder gebruik hoeft te worden gemaakt van extern ingehuurde jeugdzorgwerkers. De onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling op de arbeidsmarkt, mede gerelateerd aan berichtgeving over deze sector, de beperkte capaciteit voor het opleiden en begeleiden van nieuwe medewerkers, en de onvoorspelbaarheid van toekomstig ziekteverzuim maakt dat we nog niet kunnen voorspellen op welk moment sprake zal zijn van een stabiele en duurzame formatie aan jeugdzorgwerkers.
We zullen blijven rapporteren over de ontwikkelingen, de Inspecties en overige relevante partijen daarin meenemen, en passende voorstellen voor beheersmaatregelen voorstellen. Daarbij geldt dat van de nieuw aangetrokken jeugdzorgwerkers een deel moet worden opgeleid en ingewerkt. Dat betekent enerzijds dat deze nieuwe medewerkers pas na verloop van ongeveer een jaar een volledige caseload kunnen uitvoeren. Anderzijds betekent het dat beslag wordt gelegd op ervaren jeugdzorgwerkers om deze nieuwe medewerkers te begeleiden, in te werken en op te leiden. Hiervoor dient ruimte (inhoudelijk en financieel) gecreëerd te worden. Van de nieuwe jeugdzorgwerkers, worden er nog 10 medewerkers ingewerkt. De overige drie medewerkers starten op 1 november 2025. Van deze nieuwe jeugdzorgwerkers heeft een aantal reeds een caseload, maar nog geen volledige. 2. Ziekteverzuim Jeugdzorgwerkers
Medio oktober 2025 is 10 fte (12%) jeugdzorgwerkers (langdurig) ziek op een totale formatie van 82 fte aan jeugdzorgwerkers. Door de gedane inspanningen zien we dat een deel van de 10 fte Jeugdzorgwerkers inmiddels met (gedeeltelijke) werkhervatting is begonnen. We verwachten dat een vierde van de langdurig zieke medewerkers binnen drie maanden hersteld zal zijn en ongeveer drie/vierde binnen zes a acht maanden. Nagenoeg alle langdurig zieke medewerkers zijn gestart met trajecten gericht op herstel. De komende maanden gaat de organisatie meer nadruk leggen op een curatieve aanpak van ziekteverzuim naar een preventieve wijze. De afgelopen maanden hebben we fors ingezet op het zo goed als mogelijk helpen van medewerkers die langdurig ziek zijn door het verzuim gericht aan te pakken (in afstemming met de arbodienst en verzuimcoach) en te focussen op re-integratie. De komende periode gaan we de focus verleggen naar het voorkomen dat medewerkers uitvallen. Preventie richt zich op gezondheid, werkdruk, motivatie, balans werk/privé en veiligheid. Duurzaamheid vraagt tijd. 5
Leidinggevenden gaan we voor zover nodig trainen in het herkennen van werkstresssignalen en mogelijke risico’s op uitval en het voeren van het gesprek daarover. Dit gaat resulteren in een preventieplan voor iedere afdeling waar leidinggevenden op kunnen sturen. Daarnaast zijn de rapportages op het gebied van ziekteverzuim aangepast om effectiever te kunnen monitoren welk effect ingezette beheersmaatregelen hebben op dit risico. 3. Externe inhuur
Op dit moment maakt JBN gebruik van 12,28 fte aan externe inhuur voor jeugdzorgwerkers. De focus voor 2025 en 2026 ligt op het gecontroleerd afbouwen van de externe inhuur, aangezien de gemiddelde loonkosten voor 1 fte aan ingehuurde jeugdzorgwerker 150% hoger liggen dan die van een Jeugdzorgwerker die de organisatie in dienst heeft. Voor de langere termijn is dat geen houdbare situatie (vanuit financieel perspectief). Bovendien willen wij als organisatie geen risico lopen in het kader van de wet DBA (schijnzelfstandigheid). Daarnaast heeft de inhuur van tijdelijke medewerkers ook een effect op jeugdigen en ouders, aangezien gedurende de looptijd van een maatregel het aannemelijk is dat een wisseling van Jeugdzorgwerker plaatsvindt en dat vinden wij niet wenselijk voor de toekomst. Bij voorkeur nemen we kwalitatief goed functionerende gedetacheerden in dienst, echter secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals het niet kunnen aanbieden van een lease-auto) of het betalen van overnameboetes maakt dit niet haalbaar. Om de afbouw van gedetacheerde medewerkers te realiseren blijft de organisatie zich focussen op de beschreven maatregelen in het verbeterplan naar aanleiding van het rapport van de Inspecties. Daarnaast start de organisatie een project gericht het aannemen en opleiden van meer zijinstromers.
We starten daar in februari 2026 mee omdat we ook de rust en ruimte willen hebben om zij-instromers een goede landing en opleiding te kunnen bieden. 4.
Conclusie
Om te komen tot voldoende vaste Jeugdzorgwerkers op het aantal maatregelen dat de organisatie heeft uit te voeren zijn we sterk afhankelijk van de progressie op ingezette interventies rond verzuim en verloop. De effecten van de ingezette maatregelen rondom langdurig verzuim en de afname van externe inhuur zijn op dit moment beperkt voorspelbaar. Beide trajecten vragen een langdurige en consequente aanpak. Neemt niet weg dat de basis is gelegd. Er is heldere stuurinformatie beschikbaar op het gebied van formatie en bezetting, wervingsacties leiden tot het aannemen van nieuwe jeugdzorgwerkers en de intensieve begeleiding van zieke medewerkers door leidinggevenden leidt tot re-integratie. De komende maanden moet het effect van reeds ingezette verbetermaatregelen en aanvullende maatregelen op het gebied van verzuim en verloop verder zichtbaar worden.
6