33. Schriftelijke vragen D66 - Intocht van Sinterklaas
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 33 RvO) Datum: 16-11-2022
Onderwerp: Intocht van Sinterklaas Wij hebben begrepen dat er een afvaardiging van een van de wethouders vanuit het B&W aanwezig was bij de Sinterklaas intocht in Martenshoek. Vanuit D66 dragen we dit mooie kinderfeest uiteraard een warm hart toe echter hebben we hier wel een aantal vragen over gezien een eerder statement van de burgemeester:
Toelichting: Wij hebben begrepen dat er een afvaardiging van een van de wethouders vanuit het B&W aanwezig was bij de Sinterklaas intocht in Martenshoek. Vanuit D66 dragen we dit mooie kinderfeest uiteraard een warm hart toe echter hebben we hier wel een aantal vragen over gezien een eerder statement van de burgemeester:
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: ➢ Klopt het dat er een wethouder aanwezig was bij de Sinterklaasintocht waarbij ook Zwarte Pieten aanwezig waren? ➢ Indien bevestigend op bovenstaande, is het eerder gegeven statement van de Burgemeester dan gewijzigd dat er geen afvaardiging vanuit B&W aanwezig zal zijn bij intochten waarbij niet enkel roetvegen/regenboog pieten zijn? ➢ Is het college ook van mening dat voor een inclusief en kindvriendelijk feest er gewerkt moet worden naar een intocht op basis van diezelfde inclusie en dus roetvegen/regenboog pieten?
Namens de fractie van D66 Yannick Lutterop
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 33 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk
plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie staat op het intranet bij weten en regelen: schriftelijke vragen art. 33