31. Schriftelijke vragen GroenLinks - Toch wel zwarte pieten bij de openbare optocht
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 33 RvO)
Datum: 15-11-2022
Onderwerp : Toch wel zwarte pieten in bij openbare optocht?
Toelichting: Ruim twee jaar geleden zijn door de fractie van GroenLinks vragen gesteld over de toekomst van Zwarte Piet in Midden-Groningen. Het college heeft in de beantwoording op deze vragen het volgende laten weten: “Concreet gaan we het volgende doen: •
•
•
Wij spreken ons uit voor een sinterklaasfeest voor iedereen waarin geen rol meer is weggelegd voor traditionele zwarte pieten met gezichtsbedekkende zwarte of bruine schmink, afropruiken, gouden oorringen of volle rode lippen. Pieten kunnen wel kleurrijke (hoofd)kleding en/of enkele roetvegen of een andere kleur op het gezicht hebben. Wij gaan het gesprek aan met organisatoren van sinterklaasintochten. In deze gesprekken zullen wij ons standpunt toelichten en we streven naar een gezamenlijke kijk op het sinterklaasfeest. Leden van het college zullen met ingang van dit jaar niet meer uit hoofde van hun functie aanwezig zijn bij sinterklaasevenementen waar de traditionele zwarte piet een rol speelt.”
Helaas hebben wij via berichten van meerdere inwoners én onze eigen waarnemingen moeten constateren dat er wél zwarte pieten aanwezig waren bij de intocht in Hoogezand en Sappemeer op 12 november 2022. Niet alleen waren er zwarte pieten aanwezig, ook wethouder Nieland-Kampen was namens het college aanwezig om Sinterklaas een warm welkom te heten in Midden-Groningen. Tevens zagen wij, in onze ogen verbazingwekkende, uitlatingen van de desbetreffende wethouder op social media. Zo noemt wethouder Nieland-Kampen de intocht ‘een mooi inclusief sinterklaasfeest zoals er nog velen zullen volgen in onze gemeente’. Dit zorgt voor vraagtekens bij onze fractie. GroenLinks staat voor een sinterklaasfeest voor ieder kind. Vanzelfsprekend willen we dan ook dat de intocht een gezellig feest is waar ieder kind zich prettig voelt.
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden: of Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen mondeling te beantwoorden: ➢
Hoe heet het kunnen gebeuren dat er een collegelid, namens het college, aanwezig was bij de intocht van 12 november 2022 in Hoogezand om de Sint welkom te heten, ondanks het feit dat hier zwarte pieten bij aanwezig waren?
➢
Hoe kijkt het college terug op deze gebeurtenis?
➢
Wat vindt het huidige college van het standpunt omtrent zwarte piet van het vorige college?
➢
Is het huidige college wel voldoende in staat om geloofwaardig dit standpunt uit te dragen?
➢
Wat bedoelt wethouder Nieland-Kampen met ‘een mooi inclusief sinterklaasfeest zoals er nog velen zullen volgen in onze gemeente’?
➢
Kunnen we verwachten dat, als er volgend jaar wéér zwarte pieten bij de intocht aanwezig zijn, dat het college dan niet aanwezig zal zijn om de Sint welkom te heten?
Namens de fractie van GroenLinks, Roshano Dewnarain.
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 33 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie staat op het intranet bij weten en regelen: schriftelijke vragen art. 33