308 1 Bijlage Verstedelijkingsstrategie RGA
Tekst van het document
van Groningen en Assen is het streven stadslogistiek emissievrij te krijgen ten behoeve van de leefbaarheid. Om toch het hoofd te bieden aan een veranderende economie waarbij steeds meer goederen rechtstreeks naar inwoners worden verscheept (meer online, minder retail) en de transitie naar een circulaire economie waarbij ook meer logistieke bewegingen horen zijn slimme ruimtelijke oplossingen nodig. Hier is denkbaar dat bedrijventerreinen aan stadsranden als een soort ‘city ports’ functioneren waarbij grote stromen aanlanden om vervolgens via fijnmazig stadsdistributienetwerk effectief en schoon hun weg vervolgen [zie ook: Onderzoek locatie stedelijke distributie onder Werken].
5.
Hoofdstructuur op orde
Het systeem van regiopoorten en het terugdringen van aanwezigheid van auto’s in binnenstedelijk gebied vraagt om een stedelijke ring in Groningen die goed op orde is en
die meer een functie krijgt als verdeelring of rotonde van de regio, voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad Groningen. De afgelopen jaren is en wordt de noordelijke, oostelijke en zuidelijke ring hier al voor klaargemaakt; de westelijke ring echter (nog) niet. Ook de ‘inprikkers’ vanaf de ring naar belangrijke bestemmingen dient hier op orde te zijn of te worden gebracht. De hubs (regiopoorten) aan de randen van de stad Groningen worden belangrijker in het regionale mobiliteitssysteem. Hier komen auto’s, OV en fiets samen langs de invalswegen. Nader onderzoek is voorts noodzakelijk om de effecten van de extra woningbouw uit verstedelijkingsstrategie op de mobiliteit op te kunnen vangen. Een eerste verkenning naar de effecten op het hoofdwegennet laat zien dat het in 2040 op sommige plekken drukker wordt ten opzichte van 2020. Of en wat de effecten zijn op de onderliggende structuur is nog niet duidelijk.Dit onderliggende wegennetwerk zorgt in het landelijk gebied van de regio voor goede bereikbaarheid van de dorpen onderling. De hoofdopgave voor deze regio is de multimodale bereikbaarheid en het inzetten op nabijheid. Het onderliggende wegen netwerk kan daarin een rol spelen onder meer in het ontsluiten van stations en ov hubs. Het gebruik van de auto is dan een terugval optie voor het gebruik van fiets en ov.
De wens van de gemeente Westerkwartier is om de noord-zuid verbindingen in de gemeente te verbeteren.
6.
Inzet op slimme mobiliteit
In bovenstaande is een kort beeld geschetst van denkbare maatregelen of routes voor OV, fiets, auto en hubs (plekken waar de modaliteiten samen komen). Hiermee samenhangend wordt ingezet op gebruik van slimme technieken. Doel hiervan is het leveren van een bijdrage aan meer veilige of duurzame mobiliteit, een betere bereikbaarheid of een comfortabele reis. Nu al wordt bijvoorbeeld in deze regio uitgebreid gewerkt aan autonoom vervoer via spoor, land, lucht en water. Hoewel de toekomst op dit vlak zich lastig laat voorstellen, liggen er op dit vlak zeker mogelijkheden. Of autonoom kan ertoe bijdragen dat in de regio slecht bereisbare plekken toegankelijk worden. Het kan ook betekenen dat de benutting c.q. capaciteit van het spoor vergroot wordt. Deelmobiliteit en MaaS zien we de laatste jaren opkomen. Als het zou lukken een deel van de eigen auto’s te vervangen door (elektrische) deelauto’s, dan kan er veel openbare ruime vrijkomen. Real time informatie over de reistijd en (variabele) kosten kan tot andere keuzes, optimalere routes of andere vertrekmomenten leiden.
Mobiliteit in de RGA in 2040 De kaart toont op schaal van de regio de belangrijkste netwerken. Het bestaande HOV-netwerk wordt verder uitgebouwd. De mobiliteitsknooppunten groeien in overstapmogelijkheden en deelmobiliteit. Deze kaart is in bewerking en wordt samen met alle regiopartners ontwikkeld.
Strategische opgaven in kaart 1.
Ruimtelijke keuzes Potentie knooppuntontwikkeling
2. (Regionale) schaalsprong in het OV Onderzoeken mogelijkheden nieuwe stations Onderzoek verbeteren tangentieel systeem 3.
Meer en verder fietsen en ruimte voor lopen Verbeteren (door)fietsroutes Ruimte voor voetgangers in stad en dorp
4. Inzetten op verschillende types hubs, keten- en deelmobiliteit Regiopoorten voor toegang stedelijk gebied en organiseren overstap op deelmobiliteit Lokale herkomst-hubs Zoekgebied locatie stedelijke distributie 5. Hoofdstructuur op orde Onderzoeken infrastructuur beter inpassen in stedelijk weefsel Ring als rotonde van de regio 6. Inzet op slimme mobiliteit
Bestaande structuren Intercity treinstations Sprinter treinstations Q link- Q liner route (Snel)wegen Groningen Airport Eelde
VRGA 023
Groen in de RGA in 2040
VRGA
De steden en dorpen zijn niet ‘vol’ en het landschap is niet ‘leeg’ en vragen allemaal aandacht voor vergroening. Verbindingen onderling worden versterkt.
024
Uitwerking ontwikkelprincipes De nieuwe koers zet in op verdichten, vergroenen en verduurzamen. Op schaal van de woning en de buurt maar ook regionaal [Principe 1. Bestaand verstedelijkt gebied versterken]. De opgave op regionaal niveau is het onderling beter verbinden van de verschillende landschappen en het beter bereikbaar en toegankelijk maken van het buitengebied. We geven randvoorwaarden mee voor de verstedelijking waarmee het groen-blauwe netwerk uitgebouwd kan worden [Principe 6. Hefboom voor herstructurering]. Waarbij uitgangspunt is: voor iedereen nabij aantrekkelijk groen om te spelen, ontspannen, elkaar te ontmoeten, bewegen, sporten. Door dit groen nabij te verbinden met grote parken en prachtig landschap daarbuiten ontstaan waardevolle netwerken die de regio aantrekkelijk en leefbaar houden [Principe 2. Agglomeratiekracht vergroten].
Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen wordt in de toekomst een vanzelfsprekend onderdeel van het bouw- en ontwikkelproces. De verstedelijkingsstrategie heeft logische dwarsverbanden met de regionale adaptatiestrategie en regionale energiestrategie [Principe 7. Samenwerken aan een duurzame regio]. Er is in het bijzonder aandacht voor het uitwerken van de strategie ‘Groeningen’ voor de laagveengordel tussen Groningen en Assen. Het streven van Groeningen is om een klimaatpositieve regio te worden, waarin ecologie en economie hand in hand gaan. Klimaatpositiviteit gaat nog een stap verder dan klimaatneutraliteit. In een klimaatpositieve regio wordt meer CO2 vastgelegd dan uitgestoten, wordt bijdragen aan wateropvang- en opslag, wordt gewerkt aan een verbeterde biodiversiteit en wordt fossielvrije energie opgewekt. De resultaten van al deze activiteiten leveren een positief effect op het klimaat en een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied in Groeningen.
In de RGA komen zanden zeekleilandschap elkaar tegen
Opgave veenoxidatie (CO2uitstoot) in laagveengordel
Er liggen kansen om het zoetwatersysteem meer zelfvoorzienend te maken.
Groenplan 2030
Onder Basisgroen verstaanop we: Al het andere groen valt onder nevengroen. Het gaat Voortbouwen lokale groenplannen: groenblauwe netwerken verbinden groen om de hoek met het landschap Groene openbare ruimte, waar de gemeente in eerste
om de overige openbare groene ruimte, vooral op het
instantie verantwoordelijk voor is. Gestreefd wordt
niveau van buurt en straat, waar nadrukkelijk gestreefd
naar versterking van de functionele kwaliteit en
wordt naar medeverantwoordelijkheid en participatie
completering van de samenhang in het netwerk. Het
van bewoners en beheerders bij de inrichting en het
basisgroen is opgebouwd uit de volgende aspecten:
beheer. We nemen de uitgangspunten uit Groene
•
onderdeel van de relatie stad - ommeland;
Pepers (2009) over.
•
onderdeel van de Stedelijke Ecologische Structuur (en de toekomstige GES);
Analysekaart Groen: de RGA in context
Groen in de RGA in 2040
VRGA
De steden en dorpen zijn niet ‘vol’ en het landschap is niet ‘leeg’ en vragen allemaal aandacht voor vergroening. Verbindingen onderling worden versterkt. Strategische opgaven
2.
De strategische opgaven Groen gaan over de leefomgeving van mensen, maar ook van planten en dieren. De ingrepen zijn bedoeld om ecosystemen en landschappen op regionale schaal te versterken.
Water speelt van oudsher een belangrijke rol in de regio en verbindt het Drentse en het Groningse. Waterlopen vanaf het Drents plateau via Hunzedal en andere beekdalen vormen de basis voor het natuurlijk watersysteem van oppervlaktewater. Groningse diepen voeren het water af naar de zee. Momenteel is in periodes van droogte afhankelijkheid van zoet wateraanvoer uit het IJsselmeer. Terwijl het natuurlijk systeem kansen biedt om dit water in de regio in winterse periodes hoger vast te houden voor droogte in de winter (concept waterbatterij). Het duurzaam oplossen van deze opgave is urgent door klimaatverandering en groeiende vraag vanuit wonen en werken.
Om gebalanceerd te kunnen groeien met meer woningen en ruimte voor bedrijvigheid zijn ook investeringen in natuurlijke systemen (water en groen) en landschappelijke kwaliteit nodig. Daarbij geldt dat samenhangende oplossingen de voorkeur hebben boven een optelsom van kleine individuele oplossingen. De strategische opgaven gaan over het watersysteem, natuur- en cultuurlandschap. 1.
De groene contramal met landschappelijke parels
De RGA heeft een sterk landschappelijk profiel met een keur aan landschappen in het ommeland van Groningen en de kop van Drenthe. De grotere kernen hebben in verschillende windrichtingen zelfs dicht bij huis al keuze uit verschillende landschappen, door de ondergrond van de regio: waar het zandlandschap van het Drents plateau het zeekleilandschap ontmoet. Het Vijfsterrenlandschap van de Drentsche Aa, De Hondsrug, het Middag-Humsterland (één van de oudste cultuurlandschappen van Europa), het Fochteloërveen, de Onlanden, de Drentse ruggen en beekdalen, het Roegwold, landgoederen in de diverse gemeenten en de vele meren in de laagveengordel zijn hier voorbeelden van. Deze kwaliteit is onderscheidend voor de regio en vraagt bescherming en actieve ontwikkeling. Juist met hoge verstedelijkingsdruk is het van belang ‘de groene contramal’ evenredig aandacht te geven om de leefkwaliteit hoog te houden. Zoals Assen als leidend principe Groene stad van het Noorden heeft. Dit betekent extra inzet op groen en natuur om en in de stad. En Groningen dat inzet op meer, beter en goed bereikbaar groen. De ambitie is elk jaar 1000 bomen in de gemeente te planten. De groene parels in de RGA vormen het uitloopgebieden voor inwoners van steden en dorpen. Het koesteren en blijven investeren in deze gebieden, het beter met elkaar verbinden en ontsluiten is de opgave.
Op deze wijze kan het concept van de groene contramal verder worden uitgebouwd. Zoals je ook met parels doet - je moet ze regelmatig oppoetsen zodat ze blijven glimmen. En af en toe is het goed om een extra parel aan een ketting toe te voegen.
Een robuust blauw raamwerk
Verder spelen opgaven als waterveiligheid, waarin de laagveengordel tussen Assen en Groningen een belangrijke rol speelt om droge voeten te houden. Tegelijkertijd zorgt een hoger waterpeil in deze gebieden voor beperking van veenoxidatie met bijbehorende CO2-uitstoot [zie ook uitwerking deelgebieden Landschap leidend]. Deze vernatting biedt ook nieuwe kansen voor combinaties in beleid en uitvoering van doelen bijvoorbeeld voor de landbouw, natuur en landschap.
3.
Met nieuwe ecologische verbindingen bouwen aan samenhangend systeem
Ecologische verbindingen op de grote en kleine schaal. Binnen de woonomgeving is er aandacht voor stedelijke ecologie en natuur inclusief bouwen. Het tegengaan van hittestress vraagt om brede groene straat profielen (voldoende schaduw en doorluchting). De verstedelijking mag natuurambities niet in de weg zitten. Er liggen nog opgaven in de regio om nieuwe en oudere natuurgebieden met elkaar te verbinden om zo een sterker, biodivers systeem op te bouwen. Met name tussen de grote meren (watersysteem en natuursysteem verbinden) en vaak ook waar kruising met infrastructuur plaatsvindt (vervoersassen tussen Groningen, Leek en Hoogezand en Assen).
025
4.
Landschappelijke verbindingen van stad en dorp naar natuur nabij & buitenpoorten
Een grote kwaliteit van de regio is de nabijheid van groen in de woonomgeving. Naar 2040 willen we dat dit voor alle woningen gelijk blijft of beter wordt. Vanuit verstedelijkt gebied moet het mogelijk zijn om met de fiets of OV van klein naar groot landschap te komen langs groene corridors. Deze zijn niet alleen verbinders voor de mensen, maar ook voor planten en dieren. Vaak is het kansrijk om deze routes via de bestaande waterwegen te maken. Voor de bereikbaarheid van waardevolle landschappen kunnen zogenaamde ‘buitenpoorten’ ontwikkeld worden. Dit zijn bestaande hubs in het mobiliteitssysteem die op een strategische plek liggen om het landschap in te gaan. Dit verhoogt ook de waarde van deze plekken: het zijn hiermee niet alleen overstapplekken richting Assen of Groningen; maar ook ontsluitingsplekken voor recreatie. P+R Haren, Q-link haltes Leek, Zuidlaren en De Punt lenen zich hier bijvoorbeeld uitstekend voor. Zo zorgen we voor duurzame bereikbaarheid van het landschap voor iedereen, ongeacht vervoermiddel.
5.
Duurzaam cultuurlandschap voor voedsel en drinkwater
Een groot gedeelte van de groene contramal is beschermde natuur, naast het buitengebied dat met name een agrarische functie kent. Voedsel en water voor de inwoners van de RGA komt uit het buitengebied. Er liggen kansen om het voedselsysteem te verduurzamen en ketens te verkorten. De gebiedscoöperatie Westerkwartier onderzoekt op dit vlak vele nieuwe mogelijkheden en innovaties. Daarnaast is aandacht nodig voor het in stand houden van de drinkwatervoorziening. De vraag neemt toe met de bouw van nieuwe woningen en de waterwingebieden zijn daarmee belangrijke strategische plekken die goed beschermd moeten worden. In de verduurzaming in combinatie met landschap kan ook gedacht worden aan mogelijkheden voor productiebos gecombineerd met lokale sterkte van de maakindustrie en de bouw. Zo gaan landschap en economie gebalanceerd samen.
Groen in de RGA in 2040 De kaart laat de bestaande grote natuurgebieden en watergangen in de regio zien met daarbij de belangrijkste opgaven in het verstevigen van het groenblauwe netwerk. Deze kaart is in bewerking en wordt samen met alle regiopartners ontwikkeld.
Strategische opgaven in kaart 1.
De groene contramal met landschappelijke parels
2.
Een robuust blauw raamwerk Kwaliteit vaarwegen verbeteren Vernatting beekdalen
3.
Met nieuwe ecologische verbindingen bouwen aan samenhangend systeem Verbeteren ecologische verbindingen Biodiversiteit verbeteren Verbeteren stedelijke ecologie
4. Landschappelijke verbindingen van stad en dorp naar natuur nabij & buitenpoorten Sterk groenblauw netwerk Buitenpoorten 5. Duurzaam cultuurlandschap voor voedsel en drinkwater Kansen circulaire landbouw Waterwingebied beschermen
Bestaande structuren Huidig waternetwerk Grootschalig open landschap Esdorpenlandschap Zeekleilandschap Veen en laagveenlandschap
VRGA 026
Energiesysteem in de RGA in 2040 Verstedelijking is onlosmakelijk verbonden met het energiesysteem op regionaal niveau. Waar tot nu toe het stroomnet en warmtenet voornamelijk fossiel wordt aangedreven vanaf een paar locaties, zal een duurzaam systeem op hernieuwbare bronnen ook een grote ruimtelijke impact hebben: in productielocaties, knooppunten voor overslag en opslag en distributie. De verstedelijkingsstrategie is niet het traject waar deze keuzes worden gemaakt. Momenteel werken de provincies en gemeentes in de regionale energiestrategieën aan het bepalen van ruimte en ambitie voor energieproductie voor 2030. Ook werken gemeentes aan warmtevisies waarin uitspraken gedaan worden over warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Samen met vastgoedeigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden moeten zij eind 2021 een transitievisie warmte klaar hebben. Maar gezien het ruimtelijke karakter, de lange termijn en het verstedelijkt gebied als een van de belangrijkste energievragers volgen hier enkele uitspraken over ruimtelijke opgaven m.b.t. energietransitie in de regio.
Strategische opgaven 1.
Verstedelijking en verduurzaming combineren
De opgave voor duurzame opwek voor het bestaand verstedelijkt gebied is vele malen groter dan die van nieuwbouw. Voor individuele gebiedsontwikkelingen met nieuwbouw geldt dat energieneutraliteit de standaard moet zijn. Nieuwbouw moet de vraag naar duurzame elektriciteit en warmte niet vergroten en daarmee eigen ruimte gaan ruimte vragen voor opwek. Ook hier zijn weer de voordelen van bouwen in bestaand verstedelijkt gebied zichtbaar: er ontstaan mogelijkheden om de energiesystemen die toch nodig zijn voor de nieuwbouw ook in te zetten voor de bestaande voorraad en verduurzaming mee te nemen in de aanpak. Daarnaast kan de woningbouwopgave ook ingezet worden om de energietransitie vooruit te helpen, door in verschillende projecten te experimenteren met verschillende vormen van duurzame warmte en elektriciteit, zowel voor de nieuwe woningen, als ook de bestaande woningen buiten het bouwhek mee te koppelen.
2.
VRGA 027
Strategisch sturen op het netwerk en belangrijke knooppunten
Om het groeiende aanbod aan duurzame elektriciteit op een goede manier te verbinden is het van belang strategische knooppunten maximaal in te zetten. Vanuit de RES en CESen ontstaat al een beeld van plekken waar investeringen in het netwerk en stations zullen worden gedaan. Belangrijke knopen zijn het transformatorstation Zeijerveen bij Assen, Vierverlaten (Hoogkerk) en bij Europapark aan respectievelijk de west- en oostkant van de stad Groningen. Hier zijn gaan opslag en distributie een belangrijke rol spelen in het regionale systeem als schakel tussen opweklocaties op afstand en de energievraag in stedelijk gebied. Daarbij is aandacht gevraagd voor de ruimtelijke ontwikkeling rondom deze knooppunten: het is begrijpelijk dat opwekkers zo dicht mogelijk bij stations willen zitten vanwege beperkte kabellengtes, maar dit zijn ruimtelijk gezien niet altijd de beste plekken, omdat daar ook andere opgaven, zoals ruimte voor groen en water, spelen.
Aanlanding kabels windparken op zee belangrijke ruimtelijke opgave
Knooppunt Vierverlaten
Knooppunt Europapark
Het bestaande energienetwerk hangt nauw samen met het mobiliteitsnetwerk: de T-structuur is ook daarin herkenbaar. Nu al vestigen veel initiatieven voor energieopwekking zich langs dit netwerk. Ruimtelijk gezien is dit ook wenselijk omdat het voor concentratie zorgt en maatschappelijk omdat het netwerk daar al ligt en kabelcapaciteit zo goed mogelijk benut wordt.
3.
Knooppunt Meeden
Slimme keuzes energiesysteem op basis van ruimtelijke eigenschappen
Knooppunt Zeijerveen
Onderdeel van de RES is het bepalen voor welk warmteen elektriciteitssysteem op welke plek het beste gekozen kan worden. Dit is natuurlijk afhankelijk van verschillende scenario’s qua samenstelling van de duurzame opwek. Hierin speelt dichtheid van bebouwing en potentie voor warmtewinning uit bodem, water of restwarmte van productieprocessen een belangrijke rol.
Bestaande clusters windenergie noordoostelijk Groningen en Drenthe
Op regionale schaal benoemen zowel de Groningse als de Drentse RES dat leidende principes voor locatiekeuze bij opwek zijn: schaal bij schaal en aansluiten bij gebiedspecifieke kenmerken, het koppelen aan andere opgaven, meervoudig ruimtegebruik en het dicht bij elkaar brengen van vraag en aanbod.
bestaande windturbines bestaande zonneparken
Analysekaart energienetwerk: de RGA in context
Energiesysteem in de RGA in 2040 De thematische opgaven komen bij elkaar op verschillende plekken binnen de regio. Ieder gebied heeft een eigen rol en specifieke inzet binnen de verstedelijkingsstrategie. Hier worden de ruimtelijke ontwikkelkansen per deelgebied geschetst.
Strategische opgaven in kaart 1.
Verstedelijking en verduurzaming combineren Kansen voor zon op daken Zoeken naar energetische verbindingen binnen bedrijvenclusters
2.
Strategisch sturen op het netwerk en belangrijke knooppunten Hoogspanningsnet Belangrijke knooppunten Grotere restwarmtebronnen
3.
Slimme keuzes energiesysteem op basis van ruimtelijke eigenschappen Meekoppelkansen in wijken met vernieuwingsopgave Vastgestelde zoekgebieden zon op land Bron: http://zonopkaart.nl/
Bestaande structuren WKO-systemen Bestaande kleinschallige windturbines Bestaande grootschallige windturbines Gerealiseerde zonneparken
VRGA 028
VRGA 029
Uitwerking in deelgebieden De thematische opgaven komen bij elkaar op verschillende plekken binnen de regio. Ieder gebied heeft een eigen rol en specifieke inzet binnen de verstedelijkingsstrategie. Hier worden de ruimtelijke ontwikkelkansen per deelgebied geschetst. De verstedelijkingsstrategie bestaat uit ruimtelijke bouwstenen, die op verschillende manieren te ordenen zijn. In dit hoofdstuk per deelgebied:
Thema’s
Schaal
Principe
Wonen
1
Werk
2
XL
Deelgebied
Project Programma
3
Mobiliteit
4
Groen L
Energie
5
6 7
Type
L
Integratie in deelgebieden Vijf kaartlagen gecombineerd uitgewerkt in negen strategische deelgebieden: ruimtelijke ontwikkelkansen in alle delen van de regio.
VRGA 030
Landschap leidend: Sponsland
Negen strategische deelgebieden In negen strategische deelgebieden komen opgaven samen. De woningbouwopgave kan als kans en aanjager ingezet worden om samen met andere opgaven maatschappelijk meerwaarde te genereren.
Schaalsprong Oostflank
Schaalsprong Westflank
In elk gebied bevinden zich een aantal sleutelprojecten op het gebied van wonen, mobiliteit, werk en groen. Door deze in samenhang uit te werken (passend bij de diversiteit binnen de regio en de ontwikkelprincipes) wordt de agglomeratiekracht van de regio als geheel sterker. Dit wil niet zeggen dat elders opgaven niet samenkomen, maar wel dat een integrale aanpak in deze deelgebieden in de verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie het devies is. Het gaat er niet alleen om wonen, maar om wonen, leefbaarheid, werken, duurzaamheid en mobiliteit in samenhang. De deelgebieden verschillen naar aard, omvang en opgave sterk van elkaar. Daarom is per sleutelopgave een motto meegegeven. De negen sleutelprojecten bevatten niet alle projecten of onderdelen van de verstedelijkingsstrategie; tegelijkertijd zien we deze negen gebieden wel als de belangrijkste ingrediënten van het recept dat verstedelijkingsstrategie heet. En zoals we allemaal weten smaakt het gerecht minder lekker als er één basisingrediënt ontbreekt.
Lint verbindt: Hoogezand Landschap leidend: Groeningen
Leek & Roden: doorontwikkelen op dorpse schaal
Lint verbindt: Drentse dorpenweg Duurzame vernieuwing langs vervoersassen
Vijf thematische kaartlagen gecombineerd De kaart op deze pagina is een samengesteld beeld van de vijf thematische kaarten in het hoofdstuk hiervoor: 1. Wonen 2. Werken 3. Mobiliteit 4. Groen 5. Energiesysteem Een verzameling van kansen en ingrepen in de regio. Uiteindelijk landen deze opgaven op lokaal niveau, daarom kiezen we voor uitwerking in deelgebieden. NB: Voor de legenda bij deze kaart verwijzen we naar de losse kaartlagen in het voorgaande hoofdstuk.
Assen intensiveert het hart
Assen intensiveert hart van de groene stad Aandacht voor meer stedelijkheid in het hart van de hoofdstad, nieuwe woonmilieus voegen kleur toe aan het palet van de stad. Projecten: • Havenkwartier • Lariks (herstructurering) • Binnenstad
Met de focus op vernieuwing en verdichting in het hart van de stad zet Assen als groene stad van het noorden zich steeds steviger op de kaart. De verstedelijkingsopgave draagt bij aan het versterken van de binnenstad als regionaal voorzieningencentrum, maar ook aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het creëren van meer verbinding. In het hart van de stad wordt gewerkt aan een transformatie van het winkelgebied met leegstand naar een compact, aantrekkelijk en groen woon-winkelgebied. In het Havenkwartier wordt een verouderd bedrijventerrein getransformeerd naar een duurzaam en groen woonwerkgebied. Nieuwe woningen in deze twee gebieden en de schil rondom de binnenstad voegen een kwalitatief gemengd woon-werkmilieu toe aan de stad. Door een afgewogen combinatie van verdichting, maar ook vergroening en verduurzaming ontstaat er ruimte voor ontspannen stedelijk wonen. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: De bestaande wijken worden van binnenuit vernieuwd. Op de vrijkomende plekken zien we kans om met een ander aanbod te komen. Daarbij gaat het zowel om verdichten bij voorzieningen, als verdunnen en meer grondgebonden wonen aan de randen. Bij herstructureringsopgaven, zoals in de wijk Lariks, wordt de energietransitie gelijk opgepakt. Assen heeft veel wijken uit de jaren 70.
In deze zogenaamde bloemkoolwijken, tussen de Europaweg en de A28, zijn er meerdere aanleidingen om deze wijken een impuls te geven. Het verbeteren van de woningkwaliteit en –uitstraling en de openbare ruimte, het behoud van voorzieningen en het versnellen van de doorstroming zijn daarbij de hoofdelementen. Het verduurzamen van woningen vormt een belangrijke schakel in deze bredere verbeteraanpak voor deze wijken.
Voor alle wijken geldt dat verbindingen voor langzaam verkeer binnen de stad beter kunnen, waardoor lopen en de fiets aan aandeel wint en inwoners het rijke omringende landschap meer nabij ervaren. Er wordt stevig ingezet op groenblauwe netwerken, zodat overal in Assen de groene ervaring al bij de voordeur begint. Qua werkgelegenheid profileert Assen zich als stad in de gezondheidseconomie en dan met name de technische kant daarvan. Naast de grote zorgclusters in de stad verbindt de Tech Hub bij het Havenkwartier bedrijven op het gebied van innovatie in de zorg en bindt ze aan de stad. Er liggen nog interessante transformatiekansen in Assen. Innovaties in de energiesector kunnen worden versneld door de verstedelijkingsopgave hiervoor in te zetten (als experimenteerruimte), zowel in woningbouw als in het creëren van circulaire en duurzame werklandschappen. Op grote werklocaties worden zonnedaken toegepast. In het landschap rondom Assen wordt onderzoek gedaan hoe landschapsontwikkeling (verbeteren ecologische structuur) kan samengaan met benodigde ruimte voor energietransitie, transitie van de nabije landbouw, bosaanplant, sport en ontspanning. Het aantrekkelijke landschap is in Assen altijd nabij, ook in 2040. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd.
Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 031
Duurzame vernieuwing langs vervoersassen De T-structuur kan een nieuwe rol krijgen in de regionale ontwikkeling, bijvoorbeeld door in te spelen op economische veranderingen en in te zetten op energieopwekking, -infrastructuur en natuurontwikkeling. Projecten: • Ruimte voor bedrijven, circulair en duurzaam werkgebied • Ruimte voor energie • Knooppunt Vries • Luchthaven Eelde
De T-structuur is lange tijd de basis geweest voor economische ontwikkeling en verstedelijking van de regio, de A28 vanuit het zuiden, de A7 van west naar oost en het spoorwegennetwerk. De nieuwe koers in deze verstedelijkingstrategie zet in op nabijheid, wandel en fietsroutes en gebruik van openbaar vervoer staan centraal. Dat betekent echter niet dat de vervoersassen links blijven liggen. Juist in uitdagingen in de nieuwe economie en verduurzaming kan het een nieuwe rol krijgen, bijvoorbeeld voor energieopwekking, -infrastructuur en natuurontwikkeling. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Bedrijventerreinen langs de vervoersassen transformeren naar circulaire en duurzame landschappen. Alle daken worden zonnedaken. Haaks op het spoor en snelwegen liggen grote opgaven in het verbeteren van de leefkwaliteit in de regio. De benodigde schaalsprong in het groen vraagt om robuuste verbindingen tussen de diverse landschappen en water zonder barrièrewerking van deze infrastructuur, voor zowel mens als dier. Daarmee ligt er ook een kans enkele strategische bereikbare locaties in te zetten als opstap naar het recreatieve landschap – als buitenpoorten. Het systeem van regiopoorten langs de randen van de stad Groningen worden nog belangrijker in het regionale mobiliteitssysteem. Hier komen verschillende stromen samen.
Om binnen de stad het gemotoriseerd verkeer te kunnen terugdringen is het noodzakelijk dat de hoofdstructuur op orde is. De ontwikkeling van de luchthaven is van prominent belang voor de agglomeratiekracht van de regio en daarbuiten. Het bindt bedrijven aan zich, door in te zetten op verduurzaming en innovatie van de luchtvaarsector en luchtvaartschool nabij het vliegveld, maar ook verder gelegen werk- en onderwijs locaties, zoals de Eemshaven, universiteit en ziekenhuizen. Nieuwe ruimte voor bedrijvigheid bouwt voort op bestaande sterke werklocaties. Dat geldt ook voor goed ontsloten Leeksterveld, Westpoort, zone Driebond – Foxhol, Assen zuid. Hier liggen kansen voor energieopwekking, gebruik van restwarmte en het inzetten van slimme stadslogistiek. Altijd met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 032
Groningen maakt schaalsprong op west- en oostflank De stedelijke schaalsprong van Groningen vindt voornamelijk plaats op de flanken. Daar vinden de grootste woningaantallen plek. Voortbouwend op belangrijke regionale functies ontstaat ook een betere bereikbaarheid door verdeling van de druk over de stad. Westflank Projecten: • De Suikerzijde (gemengd wonen-werken) • Selwerd (herstructurering) • campus Zernike (ook wonen) • Schaalsprong OV: verbinden Hoogkerk, De Suikerzijde, Station Noord & hub Zernike
De westflank van van Groningen biedt ruimte voor een sprong in verstedelijking. Als de flanken zich ontwikkelen als subcentra in de stad ontstaat er meer evenwicht qua verdichting, voorzieningen, vervoersbewegingen, maar ook qua nieuwe impuls voor bestaande wijken. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Een sterke westflank ontstaat als er samenhang komt tussen binnenstad, Suikerzijde, Hoogkerk en Westpoort in oost-west richting en in noord-zuid richting tussen Suikerzijde, De Held, Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd & campus Zernike. Daarvoor zijn betere mobiliteit en ecologische verbindingen nodig: denk daarbij aan een extra station, tunnel, brug of fietsroute maar ook aaneenschakeling van groengebieden, een extra park, singel of faunapassage. Een nieuw station Suikerzijde en inpassing van de westelijke ringweg als stadsboulevard zijn opgaven om de schaalsprong mogelijk te maken. In de westflank is het mogelijk te wonen, werken en leren op korte afstand van elkaar. De vergrote nabijheid versterkt de stedelijke economie en beperkt energiegebruik door mobiliteit. Kansrijk is het ontwikkelen van een markthal op de Suikerzijde, waar lokale producten uit de nabije omgeving (bijvoorbeeld via de gebiedscoöperatie Westerkwartier) te koop kunnen zijn. Kansrijk is ook een MBO-cluster, waaronder de groene school Terra die nu al een pioniersgebouw op locatie heeft.
De nabijheid van bedrijventerrein Westpoort kan worden benut om slimme koppelingen te leggen in stadslogistiek en energie om de schaalsprong mogelijk te maken. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 033
Oostflank Projecten: • Stadshavens (gemengd wonen-werken) • “Bloemkoolboost” Beijum en Lewenborg • Campus Kardinge doorontwikkelen (ook wonen) • Schaalsprong OV: verbinden Europapark, hub Meerstad, hub Kardinge & UMCG
In de oostflank groeit de stad langs het water. De transformatie van oude bedrijventerreinen tot nieuwe stedelijke woonwijken (zoals Stadshavens) zorgt ervoor dat het water weer benaderbaar wordt. Zowel de nieuwe bewoners als de inwoners uit naastgelegen wijken profiteren daarvan. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Verbetering van wandel-, fiets- en vaarroutes kunnen aan deze kant van de stad het landschap toegankelijker maken. Knooppuntontwikkelingen (de hubs aan de oostelijke ringweg) versterken de structuur van oostflank als geheel. Een directe verbinding (op termijn) tussen station Europapark, hubs Meerstad & Kardinge en het UMCG om het OV aan deze kant van de stad te verbeteren is een optie. Deze OV-schaalsprong ontlast het hoofdstation en biedt kansen voor het toevoegen van regionale voorzieningen. Gezondheid staat centraal in de oostflank. Naast het UMCG ontwikkelt Kardinge zich tot een vitaliteitscampus met diverse opleidingen. De oostflank biedt een ontspannen, gezonde woon- en werkomgeving. De groene woonwijken uit de jaren 70 bieden ruimte voor nieuwe woon-werkvormen. Bestaande woningen kunnen worden mee gekoppeld in de energietransitie. Bedrijventerreinen met noodzakelijke stedelijke voorzieningen gaan circulair werken en worden energieleverend. Soms gemengd met wonen, maar soms ook niet (vanwege het behoud hoge milieucontouren).
Locaties voor watergebonden bedrijvigheid blijven behouden. De bedrijventerreinen zijn goed ontsloten met de snelweg. De natuurontwikkeling dwars op deze infrastructuur is ondergebracht in het project Groeningen. In het verlengde van de inprikker vanaf de oostelijke ring is de toekomstige (na 2030) transformatie van de Ulgersmaweg tot een levendig woon- en werkgebied kansrijk. De compacte kernen en lintdorpen in het weidse landschap zijn goed verbonden met OV en snelle fietsroutes. Het Woldmeer in Meerstad laat zien hoe klimaatopgave, recreatief gebruik en kwalitatief wonen goed samengaan.
Landschap leidend: Groeningen Bodem- en watersysteem biedt antwoord op verduurzamingsopgaven en behoefte aan meer groen in de regio. Een natuurpark van bovenregionale betekenis. Projecten: • Ruimte voor schaalsprong en divers groen • Ruimte voor water • Excellent wonen nabij het landschap
Tussen Assen en Groningen strekt zich een bijzonder gebied uit op de laagveengordel. Het bestaat uit vele kleine en grote natuurgebieden, meren en omliggende landschappen. Besloten zandruggen en laag gelegen open beekdalen zorgen voor een fraai, afwisselend landschap. Samen vormen zij één geheel: Groeningen. Voor dit gebied zijn ‘groene doelen’ gesteld, waarmee overheid, ondernemers en onderwijsinstellingen de eerste klimaatpositieve regio van Nederland willen realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: In Groeningen wordt ruimte gezocht voor waterberging, Groeningen biedt ruimte voor waterberging, watertekorten, recreatieve en economische mogelijkheden en natuurontwikkeling in de regio. De inzet is verdroging en veenoxidatie tegen te gaan. Het grote gebied is ontstaan op het snijvlak van de hoge zandgronden van het Drents Plateau, de kleigronden in het noorden en de zich steeds verder uitbreidende veengroei. De wisselende waterstanden zorgen voor een bijzondere natuur. Door het gebied als één geheel te beschouwen en te versterken kan het uitgroeien tot een natuurpark van (inter)nationale allure. En dat in de achtertuin van de nabijgelegen woonkernen en steden in de regio, zoals Peize, Haren en Glimmen.
De insteek is dat het gebied dankzij diverse functies en bijzondere natuur in de directe nabijheid van de woonkernen een belangrijke bijdrage levert aan het woon- en werkklimaat van de regio. Middels fiets-en wandelroutes langs groenblauwe netwerken wordt de toegankelijkheid van het gebied verbeterd. Voor het oplossen van knelpunten in ecologische verbindingszones (bijvoorbeeld door infrastructurele barrières) zijn samenhangende maatregelen nodig. De schaalsprong van het groen in de zuidflank is nodig voor de verdere verstedelijking in de regio. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 034
Landschap leidend: Sponsland Bodem- en watersysteem biedt antwoord op verduurzamingsopgaven en behoefte aan meer groen in de regio. ‘Groene doelen’ geven richting en stimuleren ontwikkeling. Projecten • Ruimte voor schaalsprong en divers groen • Winsum aan het water • Zuidhorn kenniscentrum Food Factory
Het noordelijke deel van de regio is onderdeel van een veel groter samenhangend landschap dat loopt “van stad tot wad”. Een aantal dorpen in de RGA ligt in de overgangszone tussen de stedelijke invloedsfeer van de stad Groningen en dit weidse landschap. Dit biedt kansen voor samenhangende ontwikkeling. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Het veranderende klimaat en de noodzakelijke transitie van de landbouw bieden kansen om hier een dynamisch voedsellandschap te laten ontstaan, waar natuur en landbouw geen tegenstelling vormt. De natuurlijke waterdynamiek kan terugkeren in het gebied, door een nieuwe zoetwaterverbinding tussen het Hunzedal en Reitdiep wordt verzilting voorkomen. Via leeflijnen wordt het prachtige landschap goed ontsloten: zowel met fiets, boot als trein. De dorpen blijven compact en versterken de kern. De relatie met het water wordt verbeterd, de transformatie van oude werklocaties (zoals in Winsum) helpt hierbij. Rondom de kleine stations is ruimte voor het aanbieden van bijzondere woonwerkmilieus en voorzieningen passend bij de dorpse schaal. Het toevoegen van nieuwe woningtypologieën zorgen voor doorstroming op de woningmarkt en houden het dorp vitaal. Kansrijk is de ontwikkeling van een kenniscentrum (Food Factory) voor de agrifoodsector nabij het station in Zuidhorn.
De wisselwerking met het onderwijs in Groningen kan een tegenspits op gang brengen en zo het OV frequent laten rijden. Naast voedsel biedt de grootschalige energietransitie (Eemshaven) ontwikkelkansen voor de het economisch profiel van het gebied. De schaalsprong van het groen in de noordflank biedt ruimte voor recreatief gebruik en geeft ruimte voor natuurontwikkeling op schaal die past bij de verstedelijkingsopgave. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 035
Leek en Roden: doorontwikkelen op dorpse schaal Krachtige dorpen die doorgroeien met een eigen economisch profiel. Focus op een aantrekkelijk en vitaal hart. Wijkvernieuwingen maken de kernen diverser en interessant voor mensen met verschillende woonwensen. Projecten • omgeving Industriepark Leek + wijkvernieuwing • uitbouwen agrifood als lokale sterkte met Food Factory als hub • omgeving Vrijetijdsboulevard + wijkvernieuwing • uitbouwen gezondheidseconomie rond Health Hub
Leek en Roden zijn van oudsher sterke werkkernen, goed ontsloten via A7 en Q-linernetwerk. Het zijn dorpen die doorgroeien. Het waardevolle cultuurlandschap rondom de kernen is onderdeel van de ‘tuin van de regio’. De bouw van nieuwe woningen is een kans om verouderde en rommelige bedrijventerreinen van meer kwaliteit te voorzien. Economische couleur locale biedt kansen om de economie vitaal en in de buurt te houden. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Soms is het daarbij denkbaar een milieubelastend bedrijf uit te plaatsen naar een terrein op een betere locatie. Binnen de kernen ontstaat dan ruimte om interessante woon-werkmilieus te ontwikkelen die aanvullend zijn op de bestaande voorraad en passen bij de geschiedenis van de plaatsen met sterk lokaal ondernemerschap. Zoals de omgeving van het Industriepark in Leek en de omgeving van de Vrijetijdsboulevard in Roden. Ook in bestaande woonwijken biedt verdichting (op kleine schaal) een impuls voor de wijkvernieuwing. In Leek en Roden is veel gebouwd in de jaren 1960-1980 en deze voorraad vraagt op korte termijn om aandacht.
Daarbij is het kansrijk te onderzoeken hoe dit noodzakelijk onderhoud op een duurzame manier plaatsvinden, waarbij ook ‘als de straat toch open moet’ vergroend kan worden en nieuwe woontypologieën toegevoegd kunnen worden en een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsroutes kan worden gemaakt. Zo zetten de dorpen in op compact ontwikkelen, voorzieningen daarmee op peil houden – want om de hoek – en lokale inwoners kansen bieden voor wooncarriere in eigen dorp.
Verder kan er voortgebouwd worden op de strategisch gelegen lokale herkomst-hubs zoals in Leek langs de A7. Deze plekken kunnen op termijn ook ruimte bieden voor diverse vormen van deelmobiliteit, waardoor wellicht in het dorp parkeerdruk kan worden verminderd ten gunste van een aantrekkelijkere openbare ruimte. Tezamen met de snelfietsroutes ontstaan er volop zo aantrekkelijke alternatieven voor het eigen autobezit. Onderzocht kan worden of knelpunten in het mobiliteitssysteem op een duurzame manier kunnen worden opgelost, met verstandige inzet van publieke middelen ten behoeve van duurzaam mobiliteitsgedrag en economische ontwikkelkansen. Economisch liggen er kansen op thema’s gezondheid en techniek, als lokale specialisatie van de Health Hub Roden. Gezondheid en voedsel bieden in Leek ontwikkelkansen, in samenhang met de gebiedscoöperatie Westerkwartier, waarbij gedacht wordt aan de ontwikkeling van een Foodfactory als kenniscentrum. Beide innovatieclusters trekken bedrijvigheid aan en zoeken de verbinding op met het onderwijs. Zo stimuleren we ook buiten de steden nabijheid van wonen en werken. Collectieve woonvormen rondom een moestuin of een knarrenhof spelen in op een gezonde leefomgeving en het gezond ouder worden. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd.
Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 036
Lint verbindt: Drentse dorpenweg Transformatie naar meer woningbouw en kwaliteitsimpuls. Klein maar fijn kan altijd. Het landschap en stedelijke structuren rijgen verschillende ontwikkelingen aan elkaar. Projecten: • binnendorpse ontwikkeling Eelde Paterswolde • Prins Bernhardhoeve Zuidlaren • verschillende kleinschalige initiatieven: “klein maar fijn”
De Drentse dorpen in de zuidflank van de regio liggen te midden van aantrekkelijk landschap. De dorpenweg N386 rijgt de verschillende landschapstypen en diverse dorpen aan elkaar. Het landschap is van bovenregionale betekenis, zowel op het gebied van recreatie (Hondsrug, Hunzedal) als waterberging en drinkwatervoorziening voor de gehele regio. Vanwege de strategische positie tussen Groningen en Assen zijn de dorpen zeer gewilde woonplekken. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Met de inzet op bouwen in bestaand verstedelijkt gebied blijven de dorpen compact. Nieuwe woningen worden in de kern toegevoegd en houden daarmee lokale voorzieningen op peil. Want ook voor de dorpen geldt dat iedere plek wordt leuker wordt door functie menging. Nieuwe woning typologieën zijn aanvullend op de bestaande voorraad en geschikt voor iedere portemonnee. En wanneer er een bijzondere initiatief langs komt (zoals de transformatie melkfabriek of een boerderij): klein maar fijn kan altijd! De onderlinge relatie tussen de dorpen wordt versterkt. Veilige fietsroutes en openbaar vervoer zorgen voor de toegankelijkheid van voorzieningen en ook als opstap naar het recreatieve landschap. Zuidlaren ontwikkelt zich verder met haar centrumplan en de ontwikkellocatie Prins Bernardhoeve.
Inzet van de nieuwe ontwikkeling is het versterken van de relatie van het dorp met het steeds mooier wordende Hunzelandschap. In het buitengebied spelen grote opgaven op het gebied van energie, water en landbouw. Daarbij ontstaat er door de verdere verstedelijking van de regio een grote vraag naar drinkwater, waar een duurzame oplossing voor moet komen. Op de kaart staan de verschillende acties uit de themakaarten gecombineerd. Deze bieden aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen die antwoord kunnen geven op transitieopgaven en omgevingskwaliteit kunnen verhogen.
VRGA 037
Lint verbindt: in Hoogezand Transformatie naar meer woningbouw en kwaliteitsimpuls. Klein maar fijn kan altijd. Het landschap en stedelijke structuren rijgen verschillende ontwikkelingen aan elkaar. Hoogezand nabij Projecten: • stadsentree Noord • station Martenshoek • historisch lint • vakschool
Hoogezand als stedelijke kern in de gemeente MiddenGroningen is sterk in de maakindustrie, die zich hier van oudsher gevestigd als toeleverancier voor de scheepsbouw. Nog steeds liggen er binnen de kern bedrijven met hoge milieucontour. Dit belemmert de ontwikkeling van de stad. Ook liggen er kansen om de stationsgebieden beter te benutten. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Door het uitplaatsen van enkele van deze bedrijven (nabij station, nabij wijk met noodzaak vernieuwing) wordt er ruimte gecreëerd voor nieuwe woningbouwlocaties in het centrum van het dorp. Aandachtspunt hierbij is het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving. De verdichting met nieuwe woningen moet zorgen voor vergroening en verduurzaming. Daarbij zijn goede wandel- en fietsroutes haaks op de infrastructuur nodig om het landschap bereikbaar te maken. Strategische projecten zijn daarbij de vernieuwing van Hoogezand Noord (als stadsentree), het historisch lint en station Martenshoek. Ook de linten in de omringende dorpen bieden kansen voor kleinschalige nieuwbouw en vernieuwing. Klein maar fijn kan altijd! Door de strategische ligging tussen Groningen en Winschoten en de goede bereikbaarheid (spoor, weg, water, fiets) is er grote keuze uit aanbod banen en voorzieningen binnen een straal van 20 minuten.
Door het toevoegen van woningen op strategische plekken wordt deze nabijheid en keuzevrijheid (voor iedereen) versterkt. Naast ruimte voor nieuwe woningen blijft de ruimte voor werk gewaarborgd, ook voor bedrijven met een hoge milieucontour, zeker als er sprake is van watergebonden bedrijvigheid. Bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) worden getransformeerd tot circulaire en duurzame werklandschappen. Een nieuwe vakschool dichtbij het station biedt ruimte voor innovatie en geeft perspectief.
VRGA 038
VRGA 039
Van concept naar uitvoering In het vervolg worden samen met alle regiopartners de thematische opgaven en deelgebieden verder ontwikkeld. Dat gebeurt in combinatie met het maken van nieuwe afspraken over woningbouw: waar en hoeveel woningen worden er aan de bestaande voorraad toegevoegd.
Toelichting voorkeursvariant
VRGA
Als onderdeel van het ontwikkelperspectief is de aangeleverde plancapaciteit in de regio onderzocht op basis van de 7 ontwikkelprincipes. Het biedt handvatten voor de regio om woningbouwafspraken kwalitatief te onderbouwen. Stroomschema en type projecten
Werkwijze voorkeursvariant
De aangeleverde plancapaciteit in de regio is onderzocht op basis van de 7 ontwikkelprincipes. De totale aangeleverde planvoorraad is ruim, circa 60.000 woningen onderverdeeld in zowel harde, zachte als nieuwe plannen in de periode tot 2040. Er valt dus wat te kiezen. Hierbij is het hiernaast weergegeven stroomdiagram gehanteerd. Het biedt handvatten voor de regio om woningbouwafspraken kwalitatief te onderbouwen: in het stroomdiagram is ruimte voor het afmaken van plannen die reeds zijn ingezet en prioriteert vervolgens plannen die passen bij de ontwikkelprincipes die afhankelijk zijn van locatiekeuze. Daarnaast is er ruimte voor kleinere ontwikkelingen die passen bij lokale vraag en opgave. Dit leidt tot een globaal onderscheid van verschillende type woningbouwprojecten, die uit het stroomschema voortkomen:
Wanneer het stroomdiagram wordt doorlopen wordt duidelijk dat er ruim keuze is uit bovenstaande type plannen om aan de vraag van 35.000 woningen voor 2040 te voldoen: circa de 130% gewenste plancapaciteit. Er kan dus voldoende snelheid gemaakt worden en er is ruimte voor planuitval. Om het voorkeursmodel te laten voldoen aan de gevraagde 35.000 zijn daarom dus niet alle plannen meegenomen. Deze plannen staan op een reservelijst, scoren dus goed op de ontwikkelprincipes, zijn wat groter in omvang en sommige starten wat later in de tijd. Maar een gedeelte van deze woningen staan al voor 2030 in de planning. Deze reservelijst kan dus opgevat worden als 130% plancapaciteit, ook voor 2030. In de samenstelling van het voorkeursmodel is rekening gehouden met de afspraken van regiopartners om tot 2030 het zogenaamde “middenscenario” van het KAWonderzoek te hanteren, met uitzondering van de gemeente Groningen, waarvoor de Woondeal-afspraak geldt. Deze twee afspraken bij elkaar opgeteld leidt ertoe dat er tot 2030 in het voorkeursmodel meer woningen zitten dan volgens het KAW-onderzoek nodig is. Om uiteindelijk ook niet ruim boven de prognose van de vraag van 35.000 woningen in 2040 te eindigen compenseert het model dat met minder woningen na 2030.
Ook is rekening gehouden met een verdeling van woonmilieus die past bij de bevindingen van het KAWonderzoek naar woonmilieuvoorkeuren in de regio. Dit leidt tot de volgende globale verdeling in het voorkeursmodel naar locatie, snelheid en woonmilieu: • Circa 70% in de stad Groningen • Circa 10% in Assen • Circa 20% proportioneel verdeeld over overige kernen • Circa 70% gepland voor 2030 (± 24.000 woningen) • Circa 30% gepland na 2030 (± 10.000 woningen) • Circa 60% in (hoog)stedelijke omgevingen • Circa 25% groenstedelijke ontwikkeling • Circa 10% in dorpse milieus • Circa 5% in landelijk milieu
A1. Harde plannen, oude koers: om betrouwbare overheid te zijn, afmaken waar je al mee bezig bent A2. Harde plannen die al in lijn zijn met de nieuwe koers, goede voorbeelden A3. Harde plannen met beperkte impact door beperkte omvang, doorzetten zoals gepland B1. Sleutelprojecten nieuwe koers, vormen gezamenlijk focus de komende 10 jaar, het betreft locaties rond knooppunten, woonwijken met vernieuwingsopgave op verouderende bedrijventerreinen, interessant voor gemengde ontwikkeling B2. Overige plannen nieuwe koers, kleiner in omvang, locatie van minder strategisch belang B3. Zachte plannen, geselecteerd vanwege [Principe 5. Passend en proportioneel] en beperkte impact vanwege kleine omvang C.
Dit zijn onder andere bestaande “PM posten” (plannen waar nog geen concrete precieze locatie voor is). Hier kan gedacht worden aan ruimte voor bewonersinitiatieven, hergebruik vrijkomend vastgoed, splitsingen, verdichting bij vernieuwing. NB: deze post is klein in de plancapaciteit – zodra plannen concreter worden vallen ze onder een andere categorie
Dit voorkeursmodel is tevens gebruikt om een eerste doorrekening te maken van de benodigde investeringen voor de gehele woningbouwopgave. Over het verdelingsvraagstuk en de uiteindelijke keuze voor woningbouwlocaties moeten regiopartners het gesprek voeren. Het voorkeursmodel biedt de start voor dit gesprek, wat uiteindelijk vastgesteld moet worden in het regionaal woondocument. Hiervoor wordt een apart proces georganiseerd, waarin de jarenlange samenwerking op het gebied van wonigbouwafspraken wordt voortgezet, met de nieuwe verstedelijkingsstrategie als uitgangspunt.
boven: Concept stroomdiagram onderzoek plancapaciteit onder: Overzicht van de plancapaciteit geanalyseerd volgens het stroomdiagram
040
Het vervolg: naar een uitvoeringsstrategie De verstedelijkingsstrategie geeft antwoord op de vraag welke ambities de overheid in de verstedelijkingsopgave heeft en hoe deze concreet in de regio vertaling kunnen vinden. De vervolgstap is de ‘wanneer’ en ‘hoe’-vraag. In de inleiding is de urgentie van de verstedelijkingsopgave in de regio Groningen-Assen al aangegeven. Er is sprake van grote woningnood en er moet meer en sneller worden gebouwd om in de woningvraag te kunnen voorzien. Die bouwopgave moet ook voor de lange termijn worden aangepakt en we willen dat de bouwopgave een breed positief effect heeft op de leefomgeving. Die uitdaging hebben de lokale en regionale overheden in het bredere verband van de RGA tezamen met het Rijk opgepakt. Deze verstedelijkingsstrategie geeft antwoord op de vraag welke ambities de overheid in de verstedelijkingsopgave heeft en hoe deze concreet in de regio vertaling kunnen vinden. Dit document heeft geen wettelijke status, maar het is de basis voor het uitwerken en vertalen in eigen gemeentelijke, provinciale en rijks beleidsinstrumenten. Daarom is als vervolgstap nu de ‘wanneer’ en ‘hoe’-vraag aan de orde. De overheden willen samen afspraken maken over het realiseren van de strategie. Een gezamenlijke uitvoeringsstrategie dus, waarmee woorden in daden kunnen worden omgezet.
Ook die uitvoeringsstrategie willen de overheden samen ter hand nemen. Uitgangspunt voor de verdeling van aantallen over gemeenten en woonmilieus is de rapportage van KAW (regio Groningen-Assen, woningmarktonderzoek 2020-2030, 2020). Parallel aan het opstellen van de uitvoeringsstrategie werken de lokale en regionale overheden aan vertaling van de KAW-rapportage en de inhoud van de verstedelijkingsstrategie in het Regionaal Woondocument. Dit gaat hand in hand met elkaar. In de vervolgstap naar een uitvoeringsstrategie zal in ieder geval de fasering verder worden uitgewerkt. Het voorkeursmodel geeft aan dat er voldoende plannen zijn die aan de voorkeursprincipes voldoen om in de regionale vraag van ca. 21.000 woningen tot 2030 en aan de geprognosticeerde vraag van 35.000 woningen tot en met 2040 te voldoen. Waar het nu om gaat is in beeld te brengen wat er nodig is op de korte, middellange en langere termijn, om daarbij vooral de ambities van een integrale aanpak van verstedelijking / gebiedsontwikkeling vast te houden én om aan te kunnen geven wat we vandaag moeten regelen en waarvoor we nog even de tijd hebben.
Dit afgezet tegen de vaststelling dat op dit moment ca. één derde van de plannen tot 2040 als ‘hard’ kunnen worden aangemerkt, geeft tegelijkertijd de opdracht om ook de overige plannen nu ter hand te nemen en ‘hard’ te maken en om daarbij vooral voor een robuuste plancapaciteit te zorgen. In afstemming en overleg met de regio partners kan besloten worden welke van de reserve plannen (130%) al eerder gaan starten. Daarbij is monitoring nodig om te zorgen dat er niet wordt over geproduceerd. De nieuwbouw zal altijd bezien moeten worden in relatie tot de bestaande woning voorraad, zodat er een evenwichtige en toekomstgerichte woningmarkt in de regio ontstaat. We bouwen immers niet alleen voor de eerste bewoners. Het bouwen in binnenstedelijke en binnen dorpse locaties is flexibel in planontwikkeling. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur en voorzieningen. Wanneer de woonvraag verandert kan binnen deze projecten geanticipeerd worden op verdere verdichting of verdunning en wanneer één van de projecten in de vertraging komt, kan een ander project juist versnellen. Majeur aandachtspunt daarbij is de dringende noodzaak om publiek te investeren om de ambities waar te kunnen maken en zo de motor van gewenste verstedelijking op gang te brengen en te houden. Zonder publiek investeringskapitaal kan het perspectief niet tot uitvoering worden gebracht.
Daarbij gaat heel duidelijk de kost voor de baat uit. De geformuleerde strategie leidt ertoe dat locaties ontwikkeld worden die in klassieke zin als ‘onrendabel’ worden betiteld. Maar tegenover de korte termijn investeringsbehoefte staan belangrijke en structurele maatschappelijke baten voor de langere termijn. De eerste verkenningen naar alleen al de kosten welke voor de functionele productie van de woningbouwgebieden (bovenwijkse kosten zoals infrastructuur inbegrepen) noodzakelijk zijn, geven aan dat sprake is van een substantiële publieke onrendabele top. Daarbij is nog niet gekeken naar zogenaamde ‘schaalspronginvesteringen’ (investeringen in infrastructuur, groenstructuur, etc. die
noodzakelijk zijn om de regio als goed te laten functioneren). Uit de verkenning blijkt dat 80% van het tekort op de publieke maatregelen welke noodzakelijk zijn voor de vereiste planproductie tot 2040 al in de planperiode tot 2030 aan de orde zijn. In de komende 10 jaar dient ook het merendeel van de plannen welke tot 2040 noodzakelijk zijn reeds in gang gezet te worden. Het oplossen van de publieke investeringsopgave is een basisvoorwaarde. Ook aan de organisatie van de opgave en aan de inzet van menskracht aan publieke én private kant zal extra aandacht gegeven moeten worden, evenals aan de wijze waarop aan plannen zorgvuldig en tegelijkertijd snel uitvoering gegeven kan worden. Deze Concept Verstedelijkingsstrategie is tot stand gekomen in eendrachtige samenwerking tussen de gemeenten Assen, Groningen, Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Tynaarlo en Westerkwartier, de provincies Drenthe en Groningen en de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Gezamenlijk pakken zij nu ook de handschoen op om het ontwikkelperspectief te voorzien van een uitvoeringsstrategie, waarmee de partijen zowel collectief als individueel de concrete stappen kunnen gaan zetten die nodig zijn om vorm en inhoud te geven aan duurzame ontwikkeling van de regio Groningen-Assen.
VRGA 041
juli 2021