CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

284 3 Nota van Antwoord gecoördineerde besluiten Nedmag

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Instemmingsbesluit zoutwinning (R)47.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Tot slot zijn de uitkomsten van alle studies m.b.t. het voorval met omwonenden gedeeld tijdens een info-bijeenkomst op 13 november 2018 en is op 12 december 2018 een overkoepelende eindrapportage over het voorval naar SodM gestuurd.

21

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Conclusie

2 2a

R002, R036 Onderzoeken zijn nog niet afgerond

Zienswijze

Antwoord

2b

R002 Technische risico’s van beoogde

Zienswijze

Bovenstaande zienswijzen over planmatig beheer geven aanleiding om het ontwerpinstemmingsbesluit met het winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen. De minister zal het voorschrift over het treffen van een financiële voorziening voor de kosten voor abandonneren van cavernes niet opnemen in dit instemmingsbesluit, maar zal dit opnemen in een separaat besluit op grond van artikel 47 en 48 van de gewijzigde Mijnbouwwet. Daarnaast zal de minister de formulering van voorschrift 8 wijzigen door ‘waar mogelijk een alternatief voor diesel’ te vervangen door ‘anders dan diesel’. De minister past het maximale volume magnesiumzout aan naar aanleiding van het niet langer winnen uit VE-3.

Bodemdaling De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat de minister, naar aanleiding van hun advies en ook die van SodM en het Waterschap Hunze en Aa’s, opdracht heeft gegeven voor nader onderzoek naar de bodemdaling. Zolang dit onderzoek loopt kan niet worden ingestemd met het winningsplan. Onderzoek zoals ook plaatsvindt binnen het nationaal KEM-programma is nog in volle gang. De minister heeft TNO op 21 januari 2020 gevraagd om de cumulatieve bodemdaling in het gebied westelijk van Veendam, die op grond van de geldende mijnbouwvergunningen en maatregelen wordt verwacht, in kaart te brengen. De minister heeft daarbij gevraagd om uit te gaan van de bestaande informatie en rekening te houden met het winningsplan van Nedmag. Dit onderzoek is 21 april 2020 afgerond en reeds betrokken bij de instemming met het winningsplan. SodM heeft geadviseerd over de manier van winnen zoals Nedmag die beschrijft en de bodemdaling die dit tot gevolg heeft. SodM heeft via het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) onderzoek laten uitvoeren naar wat er gebeurt met de pekel nadat een zoutcaverne afgesloten is. Het KEM-17 onderzoek onderzoekt de risico’s van het afsluiten van zoutcavernes. SodM laat dit systematisch en wetenschappelijk onderzoeken door een team van vooraanstaande wetenschappers. De resultaten van het onderzoek helpen om de risico’s van zoutwinning beter te begrijpen.

De onzekerheid over de bodemdaling op langere termijn is geminimaliseerd door de pekel aan het einde van de levenscyclus af te laten. De bovengrens aan mogelijke bodemdaling is het scenario waarbij de caverne weer volledig is verdwenen. Dit scenario is ook beoordeeld in het winningsplan. De gemeente Aa en Hunze stelt dat SodM aangeeft dat de technische risico’s van de beoogde nieuwe winningen aanvaardbaar zijn. Mede op advies van de Mijnraad maakt de minister die winning onder voorwaarden van monitoring, fasering en evaluatie nu mogelijk. Voor wat betreft de nieuw te ontwikkelen winputten constateert de gemeente dat die zullen leiden tot een

22

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

winningen zijn niet aanvaardbaar Antwoord

2c

R003 Ter goedkeuring ontbreekt

Zienswijze

Antwoord

2d

R003 Statusrapport in begrijpelijke taal

Zienswijze

Antwoord

2e

R005

Zienswijze

uitbreiding van het effectgebied en een onwenselijke toename van de bodemdaling in de gemeente Aa en Hunze. Het klopt dat het effectgebied van de bodemdaling groter wordt, en zich vooral in zuidwestelijke richting uitbreidt. Dat betekent dat nu ook in de gemeente Aa en Hunze sprake zal zijn van enige bodemdaling. Die komt aan het eind van de winning uit op minder dan 5 cm aan de rand van de gemeente. Ten aanzien van bodemdaling heeft SodM geadviseerd over de prognoses en onzekerheden, verificatie van gemeten bodemdaling en de manier van monitoren. De gemeente Aa en Hunze heeft in zijn advies aangegeven de bodemdaling onwenselijk te vinden. De minister heeft deze adviezen betrokken bij het besluit. De minister constateert dat de kans dat de geleidelijke bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag van minder dan 5 cm in de gemeente Aa en Hunze schade aan bouwwerken veroorzaakt verwaarloosbaar is. De provincie Drenthe stelt dat de artikelen 5, 7b, 8b en 10 Nedmag opdragen te rapporteren aan de minister dan wel de IGM, alvorens bepaalde stappen in het winningsproces te ondernemen. De provincie Drenthe stelt dat deze artikelen moeten worden aangevuld met de zinsnede dat ‘deze stukken de goedkeuring’ van de minister dan wel de IGM behoeven. De minister stelt dat er niet hoeft te worden vastgelegd dat de stukken de goedkeuring van de minister behoeven.

De minister heeft beschreven waar de rapportages aan moeten voldoen. SodM ziet toe op de naleving van de voorschriften bij het instemmingsbesluit. Aan de hand van deze stukken kan SodM toezicht houden op de activiteiten van Nedmag. De provincie Drenthe stelt dat artikel 9 toeziet op de tijdige aanlevering van het statusrapport van de bodemdaling aan de verschillende decentrale overheden. De provincie Drenthe stelt dat dit artikel moet worden aangevuld met de zinssnede dat dit rapport begrijpelijk dient te zijn voor niet-deskundigen. De minister vindt het wenselijk dat Nedmag de decentrale overheden op de hoogte stelt van het statusrapport van de bodemdaling na iedere bodemdaling. Het waterschap is dan in staat om de effecten van de bodemdaling op de waterhuishouding vast te stellen. Het waterschap kan, indien daar aanleiding toe is, een opgaaf verstrekken van de te nemen maatregelen welke door Nedmag vergoed dienen te worden. Het statusrapport wordt reeds gedeeld met het waterschap en de gemeenten Veendam en Midden-Groningen op grond van de overeenkomst uit 2002. De minister schrijft voor dit uit te breiden met de Provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo. De minister stelt dat de decentrale overheden de doelgroep zijn van een statusrapport en dat dit dan ook geschreven hoort te zijn zodat het begrijpelijk is voor nietdeskundigen.

Dit is echter geen onderdeel van het toetsingskader. De minister hecht eraan dat de informatievoorziening door Nedmag op een publieksvriendelijke manier verstrekt wordt. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de mate van bodemdaling sturend moet zijn en niet het winningsvolume.

23

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Bodemdaling is bepalend Antwoord

2f

R005 Maximale bodemdaling moet worden begrensd tot 84 cm

Zienswijze

Antwoord

2g

R005 Actualisatie bij 75 cm

Zienswijze Antwoord

2h

R006 Gebied kan deze bodemdaling niet aan

Zienswijze

De minister stelt dat beide factoren van belang zijn. In het winningsplan wordt zowel de verwachte bodemdaling als het winningsvolume beschreven. De winning dient op grond van artikel 34, eerste lid, van de Mijnbouwwet overeenkomstig het winningsplan plaats te vinden. Dit betekent dat zowel het winningsvolume als de maximale bodemdaling een grens zijn die door Nedmag niet overschreden mag worden. Zowel de mate van bodemdaling als het winningsvolume zijn dan ook sturend. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de maximale bodemdaling voor het diepste punt vast moet worden gesteld op 84 cm, exclusief onzekerheidsmarge. De bodemdaling door cavernes VE3 en TR-9 moet niet worden vergund. De minister stelt dat het verzoek om de maximale bodemdaling van 88 naar beneden bij te stellen in principe haaks staat op de maatregel van SodM om maximaal pekel af te laten uit de cavernes en de onzekerheid in de bodemdaling die dat geeft. De in het winningsplan verwachte bodemdaling van circa 2 cm door winning uit caverne VE-3 zal niet plaatsvinden. Om dat te benadrukken zal de bodemdalingsprognose met 2 cm worden bijgesteld tot een verwachte bodemdaling van 86 cm.. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de actualisatie van het winningsplan 2018 nodig is bij een bodemdaling van 75 cm of in het jaar 2035.

De minister stelt dat het aflaten van het pekelwater uit de bestaande cavernes, zoals SodM aan Nedmag als beheersmaatregel heeft opgelegd, leidt tot een bodemdaling van 80cm, met een onzekerheidsmarge van -9cm en +7cm. Een bodemdaling van 75 centimeter ligt derhalve binnen de bodemdalingsprognose in het voorliggende winningsplan Nedmag 2018. Bij de risicobeoordeling in het genomen besluit is rekening gehouden met de maximaal verwachte bodemdaling in het gebied. De minister merkt op dat er geen aanleiding is om tussentijds te evalueren in de vorm van een geactualiseerd winningsplan. De provincie Groningen stelt dat de bodemdaling in de komende jaren dan wel decennia nog verder zal toenemen en dat het overgrote deel van die bodemdaling onlosmakelijk het gevolg is van de zoutwinning door Nedmag in het verleden en toekomst. Daarnaast hangt deze bodemdaling voor een deel samen met het veilig achterlaten van de cavernes, waarbij alle vrije pekel zoveel mogelijk moet worden afgelaten. Dat veilig achterlaten staat bij de provincie Groningen voorop en de provincie Groningen onderkent dat vanuit dit oogpunt dit aflaten wenselijk en noodzakelijk is en helaas de daarmee samenhangende bodemdaling onontkoombaar

24

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

2i

R006

Zienswijze

Evaluatiemoment Antwoord

is. Toch maakt de provincie Groningen zich samen met de inwoners, bewonersorganisaties en andere overheden van het desbetreffende gebied zorgen over deze bodemdaling en de impact daarvan. Dit gebied kan deze mate van bodemdaling in de toekomst niet aan. De te verwachte gemodelleerde bodemdaling boven en rond Veendam als gevolg van zoutwinning zoals beschreven in dit winningsplan, bedraagt maximaal 95 cm in 2045. Dit brengt de totale gemodelleerde cumulatieve bodemdaling sinds 1972 (het referentiejaar voor de gaswinning) door zoutwinning én gaswinning in omliggende velden in de nabijheid van Veendam op maximaal 1,1 m in 2080. Als gevolg van de bodemdaling dienen maatregelen te worden genomen. De minister stelt vast dat de hoeveelheid maatregelen zullen toenemen en dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het gebied als uitkomst van het gebiedsproces, duidelijkheid kan geven in de maatregelen die nodig zijn. De minister wijst erop dat mede door een gebiedsproces de decentrale overheden kunnen anticiperen op de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. Het gebiedsproces is geen voorwaarde is bij het besluit op het winningsplan. Nedmag heeft de verplichting tot het abandonneren en veilige achterlaten van cavernes na beëindigen van de winning. Abandonneren vindt plaats nadat de cavernes zijn afgelaten. Een herhaling van het incident wordt hiermee voorkomen.

Er blijft beperkt pekelwater achter in de bodem, waardoor de meeste bodemdaling plaatsvindt tijdens de winning en het aflaten. Provincie Groningen stelt dat in de verdere looptijd van deze instemming, gedurende 25 jaar, naast het reguliere toezicht op de winning door het SodM, meerdere evaluaties moeten worden ingebouwd. Hiertoe roept de provincie Groningen de minister op. De minister heeft begrip voor de wens om meer zekerheid te krijgen en ook de minister wil bijdragen aan grotere transparantie ten aanzien van evaluatiemomenten. Telkens moet de vraag beantwoord worden of de (voortzetting) van de winning afhankelijk gemaakt moet worden van het al dan niet openbaar maken van dergelijke rapportages. Vanwege de grote mate van bodemdaling en de maatregelen die de overheden daardoor moeten nemen is het belangrijk dat diezelfde overheden inzicht houden in de ontwikkeling van de bodemdaling. Als verplichting is in het instemmingsbesluit er een vorm van openbaarmaking of een rapportageverplichting opgenomen: • Publiceren van het meet- en regelprotocol • Het statusrapport bodemdaling na iedere waterpassing • Een 4-jaarlijks statusrapport ten aanzien van de winning in relatie tot de bodemdalingsprognoses in het winningsplan.

25

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2j

0001

Zienswijze

Indiener stelt dat het aanleggen en ontwikkelen van 4 nieuwe cavernes in Borgercompagnie zeer nadelig is voor omwonenden, gezien de onzekere toekomst. Wat er precies gaat gebeuren met de bodem en welke gevolgen dit heeft is onbekend.

Antwoord

Nedmag heeft een bodemdalingsanalyse uitgevoerd waarin alle onzekerheden zijn meegenomen. Deze bodemdalingsanalyse is beoordeeld door SodM en TNO. Op basis van de analyse en de beoordeling stelt de minister dat het bekend is wat de bodemdaling is in een worstcasescenario. Op basis van de verwachte bodemdaling en mits de waterhuishouding adequaat wordt aangepast, is de kans op schade als gevolg van deze bodemdaling niet te verwachten. Indieners stellen dat de bodemdaling na afloop van de 1,7 miljoen ton winning op het diepste punt 69 centimeter zal bedragen sinds 1977. De bodemdaling aan het einde van productieperiode 2 zal 88 centimeter bedragen in 2045. In het winningsplan is een maximale daling van 95 cm als uitgangspunt genomen. Nedmag geeft daarmee aan dat zij een onzekerheidsmarge hebben ingebouwd die naar boven is afgerond. SodM heeft aangegeven dat Nedmag de vergunde grens van 50 cm heeft overschreden. De bodemdaling betreft momenteel circa 76 cm. De overschrijding van de bodemdalingsgrens heeft als gevolg dat Nedmag buiten de grenzen van het huidige winningsplan opereert. Niet alleen nu is de vergunde bodemdalingsgrens overschreden, maar dat lijkt ook een reëel risico bij het nieuwe winningsplan.

Immers, incidenten zoals in april 2018 kunnen wederom voorkomen nu ze nog niet weten wat er precies aan de hand is en daarop dus ook nog niet passende voorzorgsmaatregelen kunnen treffen. Dat een bodemdaling van 95 cm voor problemen kan zorgen is evident. In juni 2020 bedroeg de daling op het diepste punt van de dalingskom 56,5 cm: 4 cm van 1977 tot 1993 en 52,5 cm van 1993 tot juni 2020, gemeten met waterpassing. Van juni-oktober 2020 was de totale daling (door zoutwinning plus gaswinning plus autonome daling) ca. 1 cm, gemeten met satelliet en gps. Op www.nedmag.nl is een kaart met daarop de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag te vinden. Deze wordt met enige regelmaat geactualiseerd.

Gevolgen nieuwe cavernes onbekend

2k

0010, 0012, 0019, 0032

Zienswijze

Antwoord

De reeds ontstane bodemdaling, en de componenten van gas- en zoutwinning daarin is samengevat in de memo van TNO. Het toezicht op toekomstige bodemdaling gebeurt via continue gps-monitoring en periodieke waterpassing-campagnes die jaarlijks worden beschreven in het meetplan. SodM ziet erop toe dat aan de hand van de metingen de bodemdaling goed gemeten en geanalyseerd kan worden. De te verwachten bodemdaling als gevolg van de activiteiten van Nedmag bedraagt 88 cm in 2045 ten opzichte van 1977. Hierbij houdt de minister rekening met een onzekerheidsmarge van 7 cm. 95 cm is daarmee de maximale bodemdaling die zou kunnen ontstaan door de activiteiten van Nedmag en zal door de in het winningsplan beschreven zoutwinning niet worden overschreden.

26

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2l

0011

Zienswijze

Antwoord

2m

0017, 0019, 0032

Zienswijze

Antwoord

Indiener stelt dat bodemdaling langdurig effect heeft. De door Nedmag gecreëerde bodemdaling veroorzaakt jarenlang niet alleen overlast van de winning, maar ook jaren last van de bodemdaling. Het is een meerdere generatie overlast. Dat is anders dan steenkool- en gaswinning. De bodem blijft in beweging en onvoorspelbaar zelfs als de winning is gestopt. Bij aflaten voorspelde men een lange winningstijd omdat het winningstempo lager lag en het bodemherstel wat trager na-ebde. De baggermethode is een ramp. Als de natuur de baggerwoede van Nedmag zou willen volgen ontstaan problemen en dat is gebleken bij de laatste calamiteit. Er zullen er nog veel volgen. De bodemdalingseffecten van de zoutwinning door Nedmag een langdurig effect hebben en deels plaatsvinden na beëindiging van de actieve winning. Nedmag heeft een bodemdalingsanalyse uitgevoerd waarin alle onzekerheden zijn meegenomen. Deze bodemdalingsanalyse is beoordeeld door SodM en TNO. Op basis van de analyse en de beoordeling stelt de minister dat het bekend is wat de bodemdaling is in een worstcasescenario. De verwachte effecten als gevolg van bodemdaling zijn beschreven in het winningsplan en onderliggende onderzoeken van onder andere Royal Haskoning DHV. De bodembeweging is daarmee niet onvoorspelbaar. De incidenten waar indiener naar verwijst zijn geen gevolg van de bodemdaling.

Door middel van het beperken van het cavernevolume is de kans op een dergelijk incident thans verwaarloosbaar. Door middel van monitoring wordt zicht gehouden op de groei van de caverne. Indieners stellen dat een door Nedmag frequent gebruikt argument bij het thema bodemdaling is dat in Borgercompagnie en omstreken slechts sprake is van gelijkmatige bodemdaling. Die kwalificatie is onjuist en daarmee misleidend en lijkt voort te komen uit onvoldoende kennis van en inzicht in de processen die zich in de ondergrond voltrekken. Waar SodM stelt in zijn advies dat de kennis van het gedrag van de ondergrond verre van volledig is, is het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de minister, zonder op dit punt een minstens vergelijkbare kennis van zaken te hebben als die van zijn adviesorgaan, een afwijkende mening heeft, met potentieel langdurige en onomkeerbare consequenties. De minister stelt dat de bodemdaling die wordt veroorzaakt door het toestromen van zout naar een caverne, op 1500m diepte, aan het oppervlak een glad en gelijkmatig karakter heeft. Zoals SodM in het advies op het winningsplan aangeeft wordt bodemdaling door mijnbouw veroorzaakt op de diepte van de winning. De komvorm die aan het oppervlak ontstaat, is uitgestrekter dan het gebied waar de winning plaatsvindt. De vertaling naar boven gebeurt met een invloedsfunctie.

Deze invloedsfunctie modelleert effecten van stijfheid in de lagen boven de winning. Wanneer de invloed niet constant is in de tijd kan een veranderende invloedsfunctie worden gebruikt om de vormverandering te modelleren. Voor de directe effecten van bodemdaling als gevolg van zoutwinning is het belangrijk te constateren dat de komvorm altijd een glad verloop kent in ruimte en tijd. Deze gladheid betekent een gelijkmatig verloop tussen de

27

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2n

0017, 0018, 0019, 0032, 0027

Zienswijze Antwoord

2o

0010, 0012, 0017, 0019, 0032,

Zienswijze

Antwoord

maximale bodemdaling en het gebied dat niet beïnvloed wordt over enkele kilometers afstand. Ook in tijd kent de bodemdaling een glad verloop. Schoksgewijze daling is niet aan de orde. De onvolledige kennis over de exacte opbouw en gedragingen van de ondergrond leidt niet tot onzekerheid daarover. Indieners stellen dat in het gebied rond de Nedmag locaties in Borgercompagnie en Tripscompagnie vanwege de nabije aanwezigheid van het Annerveen gasveld en het Groningen gasveld bodemdaling plaatsvindt. De minister houdt hier onvoldoende rekening mee. De minister stelt dat het voornemen is om zowel de gaswinning uit het Annerveenveld en het Groningenveld te stoppen. Hierdoor zijn de verwachte effecten van deze gaswinningen op de bodemdaling (en bodemtrillingen) in deze omgeving kleiner dan eerder verwacht. In het instemmingsbesluit heeft de minister de effecten van de gestapelde mijnbouw door de gaswinning uit deze omliggende gasvelden beoordeeld, waarbij de minister is uitgegaan van de door de NAM en Nedmag berekende bodemdaling. De te verwachte gemodelleerde bodemdaling boven en rond Veendam als gevolg van zoutwinning zoals beschreven in dit winningsplan, bedraagt maximaal 95 cm in 2045.

Dit brengt de totale gemodelleerde cumulatieve bodemdaling sinds 1972 (het referentiejaar voor de gaswinning) door zoutwinning én gaswinning in omliggende velden in de nabijheid van Veendam op maximaal 1,1 m in 2080. Deze berekeningen zijn beoordeeld door TNO en SodM. De minister heeft zich daarom op deze berekeningen gebaseerd. Hierbij is rekening gehouden met cumulatieve effecten met gaswinningen uit het Groningenveld en het gasveld Annerveen op de cavernes van Nedmag. Indieners stellen dat er te veel onzekerheden zijn en dat er te weinig onafhankelijk onderzoek is gedaan. Het is wrang te moeten constateren dat met de verre van volledige kennis van het gedrag van de ondergrond en dus van de risico's en de daarmee nauw samenhangende mate van veiligheid, de minister toch van mening is dat de veiligheid voor de omwonenden voldoende gewaarborgd lijkt te zijn. Een stevige basis voor die overtuiging ontbreekt echter in het ontwerpbesluit. De minister stelt dat het winningsplan van Nedmag en onderzoeken die eraan ten grondslag liggen zijn beoordeeld door zowel TNO, SodM als de Tcbb en de minister heeft zijn oordeel gebaseerd op de adviezen van deze onafhankelijke adviseurs. TNO en SodM hebben hier onafhankelijk onderzoek naar uitgevoerd. De minister stelt dat een bodemdalingsprognose altijd een onzekerheidsmarge kent.

De volgende onzekerheden spelen een rol: Openstaand volume TNO heeft deze massabalans-studie beoordeeld, en geeft aan dat er forse onzekerheden overblijven. De minister heeft daarom aanvullende informatie verzocht van Nedmag. Nedmag heeft in haar aanvullende informatie de onzekerheidsmarge goed onderbouwd.

28

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2p

0017

Zienswijze

Antwoord

Druk in de caverne Door de volledige cyclus van vorming van cavernes tot het weer laten verdwijnen van dit openstaand volume te beschrijven in het voorliggende winningsplan, reduceert Nedmag onzekerheid in het drukverloop in de caverne. Komvorm Nedmag heeft in 2018 een uitgebreide studie laten doen naar de beste manier van modelleren van de kom. Omdat een goede overeenkomst tussen model en metingen in het verleden niet altijd een garantie biedt voor de accuraatheid van een voorspelling, kent deze nog altijd een onzekerheidsmarge. Deze onzekerheden leiden ertoe dat er rekening is gehouden met een onzekerheidsmarge van +7 cm. Indiener stelt dat Nedmag stelselmatig heeft aangevoerd dat het bedrijf geen schade veroorzaakt, ondanks de door de zoutwinning veroorzaakte bodemdaling. Echter, door het dalen van de bodem is het Waterschap Hunze en Aa’s inmiddels tegen de grens van zijn mogelijkheden aangelopen. Met de uitbreidingsplannen wordt die grens, zoals in het advies van deze organisatie te lezen valt, overschreden. Bij dit alles dient men zich te realiseren dat het bij Nedmag gaat om een private onderneming. Dan is het op zijn zachtst gezegd stuitend te lezen in het ontwerp dat de minister stelt dat het waterschap zich ontegenzeggelijk extra inspanningen moet getroosten om een privaat bedrijf overeind te kunnen houden.

Het is, ondanks alle daartoe strekkende onderzoeken en rapporten, vooralsnog onduidelijk of het waterschap erin slaagt de waterpeilen voor de bewoners en voor de landbouw op een aanvaardbaar niveau te houden. Verder valt het op dat de minister het advies van een direct bij de gevolgen van de zoutwinning betrokken adviseur, namelijk het Waterschap Hunze en Aa's, naast zich neerlegt. De minister stelt dat de overige adviseurs zijn van oordeel dat het winningsplan volledig is en voldoende informatie bevat om een instemmingsbesluit te nemen. De minister geeft hier geen onderbouwing voor zijn opvatting dat, in vergelijking met de experts van het waterschap, die overige adviseurs met de benodigde kennis ten aanzien van waterbeheer geëquipeerd zijn. Hier lijkt eerder sprake te zijn van een getalsmatige constatering dan van een gefundeerd oordeel. De minister stelt dat het waterschap in haar advies stelt dat verdere bodemdaling onwenselijk is, maar wel te beheersen is door middel van het treffen van maatregelen. De minister heeft dit advies betrokken bij zijn besluit tot instemming. Het waterschap geeft vanuit haar expertise in haar advies een onderbouwing van de te nemen maatregelen.

Het extra produceren van zout zal leiden tot extra bodemdaling en daardoor zullen extra maatregelen getroffen moeten worden, om het huidige grondgebruik van de juiste drooglegging te kunnen blijven bedienen. Een eerste inventarisatie geeft aan dat er wederom een vergaande opsplitsing van de bestaande peilgebieden nodig zal zijn, waardoor nog verdere verkleining van de peilgebieden zal

29

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2q

0017

Zienswijze

Antwoord

2r

0017

Zienswijze Antwoord

2s

0017

Zienswijze

Antwoord

plaatsvinden en risico’s door het veranderende klimaat ook voor het grondgebruik zullen toenemen. Met de ervaring aan benodigde maatregelen voor een bodemdaling tot 65 cm, heeft het waterschap een prognose gemaakt voor het aantal extra peilgebieden kunstwerken met een bodemdaling tot 80 cm en tot 95 cm. Ongeacht de instemming met het winningsplan dient het waterschap rekening te houden met de effecten van een bodemdaling tot 87 cm (80 cm +7 cm onzekerheid) als gevolg van de beheersmaatregelen als gevolg van het incident van april 2018. De minister merkt op dat de kosten voor deze maatregelen door Nedmag dienen te worden betaald. Indiener stelt dat de minister voorwaardelijk in met de aanleg van de cavernes VE-7 en VE-8. Bij deze voorwaarde schaart de minister zich achter de aanname van Nedmag ten aanzien van de verwachte bodemdaling. Echter, bodemdaling is een niet te stoppen proces en dus is de genoemde voorwaarde onhoudbaar. De minister stelt dat de minister in zijn beoordeling uitgaat van de maximaal voorspelde bodemdaling. Het is geen aanname, maar een prognose. De door Nedmag uitgevoerde bodemdalingsprognose is door SodM en TNO beoordeeld. TNO en SodM kunnen zich vinden in de wijze waarop Nedmag de bodemdaling heeft bepaald en de uitkomsten van de prognose.

Indiener stelt dat het meet- en regelprotocol voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de boringen en de ontwikkeling van de cavernes VE-5 en VE-6 door Nedmag ontwikkeld dient te zijn en door SodM gevalideerd te zijn voorafgaand aan de instemming. De minister stelt dat het meet- en regelprotocol een belangrijk middel is om via bijvoorbeeld het monitoren en aanpassen van de pekeldruk de veiligheid voor mens en milieu te bewaken. De minister neemt aan dat met valideren indiener bedoelt dat SodM het meet en regelprotocol adequaat bevindt. Nedmag moet het meet- en regelprotocol indienen bij SodM en een afschrift sturen aan de minister. Het meet- en regelprotocol moet voorafgaand aan de winning zijn uitgewerkt en adequaat bevonden door SodM. Indiener stelt dat hoofdstuk 6, Kosten van de zoutwinning, van het winningsplan aangeeft dat deze gegevens vertrouwelijk zijn. In het artikel van de Mijnbouwwet waar in dit hoofdstuk naar verwezen wordt, staat niets over de vertrouwelijkheid van dit soort gegevens. Denkend aan de ongetwijfeld negatieve financiële consequenties van de calamiteit van april 2018 is het des te meer van belang dat ook voor omwonenden en overige bewoners binnen het concessiegebied van Nedmag duidelijkheid bestaat over de actuele financiële situatie van het bedrijf. Verder verwijst Nedmag naar het Mijnbouwbesluit art. 24 lid 1 1.

Dat artikel heeft betrekking op de winning van koolwaterstoffen. De relevantie hiervan voor het Winningsplan van Nedmag wordt niet duidelijk gemaakt. De minister stelt dat de kosten voor de zoutwinning vertrouwelijk zijn. Deze gegevens maken geen deel uit van het openbare winningsplan en zijn separaat ingediend bij de minister. Dit is niet

30

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2t

0017

Zienswijze

Antwoord

2u

0017

Zienswijze

Antwoord

op grond van de Mijnbouwwet, maar is geregeld in Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Het gaat hier om bedrijfs- en fabricagegegevens, die door Nedmag vertrouwelijk zijn meegedeeld. Op grond van artikel 10, eerste lid onder c van de Wob blijft het verstrekken van deze informatie achterwege. Indiener stelt dat de Mijnraad in zijn advies aangeeft dat er aanzienlijke onzekerheden bestaan, dikte en helling van de nieuw te winnen zoutlaag. Dit betekent niets anders dat de minister toestaat dat met het boren van nieuwe putten en vervolgens de winning van magnesiumzout op WHC-1 die locatie een proeftuin wordt. Dat roept in elk geval nogmaals de vraag op of de met die winning onvermijdelijk samenhangende bodemdaling zich nog wel goed verhoudt tot een goed gebruik van het gebied. De minister wijst erop dat de Mijnraad heeft geadviseerd dat het geomechanische model dat door TNO is gevalideerd, van toepassing is op en afgeleid van de reeds bestaande cavernes. De nieuwe cavernes zijn gepland op de flanken van het zoutkussen op een afstand van ongeveer 1,5 km van de bestaande winning. Dit betekent dat er aanzienlijke onzekerheden bestaan over diepte, dikte en helling van de nieuw te winnen magnesiumzoutlaag. De minister heeft daarom voorgeschreven dat Nedmag van de geplande vier cavernes er eerst slechts twee zal aanleggen en ontwikkelen.

Met de verkregen gegevens over de eerste twee cavernes kan Nedmag het geomechanische model toetsen en eventueel opnieuw valideren om daarmee onzekerheden in de bodemdalingsprognose zoveel mogelijk te reduceren. Hiervan hangt dan af of, en zo ja waar, er nog volgende cavernes gerealiseerd kunnen worden. De minister stelt dat een onzekerheid in de hoeveelheid te winnen zout niet wil zeggen dat de maximale bodemdaling is onderschat. In de bodemdalingsprognose worden alle onzekerheden meegenomen, ook het hoogste productiescenario. Zo wordt uitgegaan van een worst casescenario. Indiener stelt dat in de afgelopen jaren de minister keer op keer Nedmag de ruimte heeft gegeven zijn eigen activiteiten te beoordelen en valideren. Ook nu staat de minister Nedmag toe als mijnbouwer het eigen zout te keuren. Nedmag moet met de verkregen gegevens uit de eerste twee cavernes het geomechanisch toetsen en eventueel opnieuw valideren waar het gaat om het gebleken onbeheersbare proces van de bodemdaling. Met die vrijblijvende opstelling schiet de minister te kort waar het zijn zorgplicht richting de bewoners van Borgercompagnie en omstreken betreft. SodM houdt toezicht op de activiteiten van Nedmag. Voor aanvang van de winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 dient Nedmag een analyse van de effecten van de winning uit de cavernes VE-5 en VE-6 te overleggen aan de minister.

De winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 mag uitsluitend worden aangevangen indien uit deze analyse aannemelijk wordt dat de bodemdaling ten gevolge van de totale winning zoals opgenomen in het winningsplan niet zal worden

31

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2v

0018

Zienswijze

Antwoord

2w

0020

Zienswijze Antwoord

overschreden. Het geomechanische model wordt opnieuw getoetst en gevalideerd en voorgelegd aan SodM voordat met de winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 kan worden aangevangen. Indiener stelt dat in een second opinion op het ontginningsplan Nedmag 2001 wordt aangegeven dat verandering in de relatieve grondwaterstand de belangrijkste oorzaak is van mogelijke schade aan gebouwen en percelen. De grondwaterstanden dienen de bodemdaling nauwgezet te volgen. Pas in 2016 is een peilbesluit genomen en zijn er peil-aanpassingen verricht. Middels een theoretisch grondwatermodel is berekend wat het effect is van de peilwijziging op de grondwaterstand. Indiener verzoekt de minister om zorg te dragen dat er een representatief netwerk van freatische peilbuizen in het bodemdalingsgebied van Nedmag wordt gerealiseerd. Indiener stelt dat de minister zorg moet dragen dat er een representatief netwerk van freatische peilbuizen in het bodemdalingsgebied van Nedmag wordt gerealiseerd. Voorzien van realtime dataloggers waarmee automatisch de waterstanden worden geregistreerd, publicatie realtime openbaar toegankelijk via een speciaal hiervoor ingerichte website en een jaarlijkse analyse en publicatie van de resultaten met daarbij de focus op afwijkingen. De minister stelt dat het waterschap verantwoordelijk is voor peilaanpassing. Het waterschap dient dit te monitoren.

Deze taak ligt bij het waterschap en niet bij de minister. Sinds 2018 monitort Nedmag de kwaliteit van het grondwater in de (diepe) ondergrond rondom de locatie Tripscompagnie. Eerst vooral met bestaande voorzieningen (peilbuizen, waterbronnen, winningsputten), inmiddels vooral met strategische geplaatste nieuwe, diepe peilbuizen. De grootste diepte waarop grondwatermonsters genomen kunnen worden is ca. 400 m, via de 16” buitenbuis van winningsput TR-2. Daarnaast worden de standen van freatisch grondwater gemonitord, deels via peilbuizen van de overheid (zie het DINO-loket) en deels door Nedmag. Nedmag deelt haar meetdata met het waterschap en de omliggende gemeentes. De minister vindt het belangrijk dat Nedmag naar de omgeving communiceert over eventuele relatieve veranderingen in de grondwaterstand. Artikel 36 van de Mijnbouwwet geeft echter geen basis om ten aanzien van communicatie voorschriften over op te nemen in het instemmingsbesluit met het winningsplan. Indiener stelt dat de bodemdaling door Nedmag niet gelijkmatig is, op basis van de in 2018 bij het waterpassen gemeten daling van het viaduct over Borgercompagnie. De minister stelt zich op het standpunt dat de conclusie dat de bodemdaling door Nedmag ongelijkmatig is op basis van de in 2018 gemeten daling van het viaduct over de Borgercompagnie onjuist is. Dit blijkt een meetfout.

Deze hangt samen met een afwijkende daling van slechts 1 van de 125 peilmerken die gebruikt zijn bij alle waterpassingen van 1993 tot 2018. In 2020 was de daling weer in lijn met die van de omgeving. Ook de satellietmetingen laten geen afwijkend daalgedrag van het viaduct zien. De minister verwijst hierbij ook naar het rapport

32

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2x

0025

Zienswijze

Antwoord

2y

0025

Zienswijze

Squeeze mining-induced stress changes in the faulted overburden of the Veendam salt Pillow, van de Universiteit van Aken (2018), wat als referentie 19 bij het winningsplan is gevoegd. Indiener stelt dat het gebied waarin Nedmag opereert niet alleen de gevolgen ondervindt van de magnesium zoutwinning. In de directe nabijheid bevinden zich drie gasvelden en op iets grotere afstand wordt gas opgeslagen in zoutcavernes en bevinden zich drie waterwingebieden. De schades en risico's veroorzaakt door gestapelde mijnbouw zijn enorm en nog door niemand volledig te overzien. De gevolgen van gestapelde mijnbouw worden in het Winningsplan 2018 genegeerd. Ook in het advies van SodM ontbreekt het onderwerp gestapelde mijnbouw vrijwel volledig. Dit is zeer vreemd omdat er in april 2019 een motie in de Tweede Kamer is aangenomen waar ingesteld is dat is slechts een besluit over een nieuw winningsplan voor Nedmag genomen kan worden, nadat eerst de effecten van gestapelde mijnbouw in de regio onderzocht zijn. Dit onderzoek heeft tot op heden niet plaatsgevonden. De minister heeft de cumulatieve effecten wel degelijk beoordeeld. Naar aanleiding van de motie van april 2019 heeft de minister TNO gevraagd om de cumulatieve bodemdaling in het gebied westelijk van Veendam, die op grond van de geldende mijnbouwvergunningen en -maatregelen wordt verwacht, in kaart te brengen.

21 april 2020 heeft TNO hierover de minister geïnformeerd. De cumulatieve bodemdaling als gevolg van zout- en gaswinning in het gebied westelijk van Veendam is in kaart gebracht. Na correctie voor de daling door zoutwinning van voor 1993 bedraagt deze in het centrum van de dalingskom momenteel ruim 0,6 m en dit loopt in de komende decennia naar verwachting op tot krap 1,1 m. Dit resultaat is in lijn met eerdere adviezen over de te verwachten bodemdaling door de zoutwinning in het gebied westelijk van Veendam. Ook SodM adviseert over de cumulatieve effecten. De interactie beperkt zich volgens SodM tot het optellen van de bodemdalingseffecten tot een cumulatieve bodemdalingskom, en kent geen speciale risico’s voor mens of milieu. Indiener stelt dat de bodemdaling, als gevolg van de zoutwinning eeuwigdurend grote invloed heeft op het waterpeil. Er zal een groot aantal gemalen en stuwen geplaatst moeten worden om zowel voor de landbouw als voor de bebouwing het juiste waterpeil te kunnen waarborgen. De voorgestelde waterhuiskundige maatregelen bij 95 cm bodemdaling in een straal van circa 3 kilometer zijn volgens Nedmag 15 nieuwe gemalen, 15 nieuwe stuwen, 2 nieuwe duikers en 2 nieuwe dammen. Dat alles in een gebied waarbij landbouw en bewoning samengaan, met als gevolg heel veel schade voor de inwoners en eeuwigdurende kosten.

Het waterbeheer dreigt door de complexiteit onbeheersbaar te worden. Afgezien van de risico's die dit nu al met zich mee brengt is dit maatschappelijk totaal onverantwoord met het oog op de onzekerheden over de maatregelen die nodig zijn in verband met de klimaatcrisis, de zeespiegelstijging en de dreigende problemen met het reguleren van de waterstand. Bij een bodemdaling van 95 cm reikt de invloed van de peilgebieden tot aan Zuidlaren, dus al voorbij het grondwater beschermingsgebied de

33

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

2z

0025, 0028

Zienswijze

Antwoord

Groeve. Bovendien kunnen hierdoor optredende grondwaterstromingen eveneens schade veroorzaken. De kosten en gevolgen voor de bewoners zijn niet in de afweging van het ontwerp instemmingsbesluit meegenomen. In het besluit merkt de minister op dat het waterbeheer ook bij een bodemdaling van meer dan 80 cm nog steeds beheersbaar zal zijn. Dit heeft de minister niet onderbouwd en dit is geheel in tegenspraak met het terdege onderbouwde advies van het Waterschap Hunze en Aa's De minister stelt vast dat het waterschap in het advies niet heeft aangegeven dat het waterbeheer niet beheersbaar is. Het waterschap heeft gesteld dat er meer maatregelen moeten worden getroffen. Een bodemdaling tot 80 cm of tot 95 cm, conform het ingediende winningsplan 2018, heeft een dermate extra toename aan noodzakelijke kunstwerken in het watersysteem tot gevolg, dat deze niet meer in redelijke verhouding staat tot de normale dichtheid aan peilgebieden en kunstwerken. Royal Haskoning/DHV heeft de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op de inrichting en het beheer van het watersysteem als gevolg van het gewijzigd winningsplan 2018 voor zoutwinning door Nedmag in kaart gebracht. De minister stelt op grond daarvan vast dat er ontegenzeggelijk extra inspanningen van het waterschap nodig zijn.

Het feit dat er extra inspanningen nodig zijn en meer dan in andere veenweidegebieden is op zichzelf geen reden om instemming te weigeren. De minister heeft tevens meegewogen dat, nu de bodemdaling ook zonder instemming oploopt tot maximaal 95 cm (inclusief + 7 cm onzekerheid) er hoe dan ook extra maatregelen getroffen dienen te worden. Zoals SodM heeft aangegeven, is er bij het in kaart brengen van de maatregelen voor de waterhuishouding uitgegaan van volledig functiebehoud. Soms zijn met minimale aanpassingen in het gebruik van met name agrarische gronden in totaalveel minder aanpassingen nodig. De minister merkt op dat kosten voor deze maatregelen voor rekening zijn van Nedmag. Indieners stellen dat de bestaande overeenkomst schadeafhandeling tussen Nedmag enerzijds en het Waterschap en twee gemeenten anderzijds in 2022 afloopt. Wanneer de gemeenten niet worden opgenomen in de genoemde constructie, zullen de kosten voor het aanpassen/onderhouden van hun infrastructuur als gevolg van de bodemdaling na 2022 ten laste komen van de gemeentelijke begrotingen. De inwoners van de betrokken gemeenten draaien dan op voor deze kosten. Indiener verzoekt met klem ook de kosten die gemeenten en overheden moeten maken op te nemen in de financiële waarborg. Eveneens moet milieuschade aan bodemen grondwater hierin worden opgenomen.

De minister stelt dat een nieuwe overeenkomst tussen Nedmag, het waterschap en de gemeenten Veendam en Midden-Groningen zal worden gesloten. De kosten voor maatregelen door de bodemdaling ten gevolge van de winning moeten worden getroffen, worden door Nedmag gedragen. Op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is Nedmag wettelijk

34

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

2aa

0027

Zienswijze

Antwoord

2ab

0028

Zienswijze

Antwoord

2ac

0028

Zienswijze

aansprakelijk voor deze kosten. Deze aansprakelijkheid is dan ook niet afhankelijk van de overeenkomst welke de afhandeling van kosten van bodemdaling tussen Nedmag en lokale overheden betreft. De gevolgen van de bovengrondse activiteiten van de winning zijn geregeld in de milieuwetgeving. Als Nedmag normen overschrijdt, kan SodM handhavend optreden. Dit hoeft niet in afzonderlijke overeenkomst geregeld te worden. Indiener stelt dat het winningsplan ontegenzeggelijk een verdergaande bodemdaling tot gevolg heeft. De vernatting van de gronden van cliënt zal daardoor steeds ernstiger vormen aannemen. Mogelijk is het landbouwkundig gebruik over enkele jaren niet meer mogelijk. Naast het feit dat cliënt daarmee zijn inkomen verliest, blijft hij achter met een onverkoopbaar bedrijf. Het winningsplan noch enige ander regeling voorziet in een schadeloosstelling of compensatie. De belangen van grondeigenaren en -gebruikers, waaronder die van indiener, zijn ten onrechte niet afgewogen en meegenomen in de besluitvorming. De minister stelt dat de voortzetting van de zoutwinning door Nedmag verdere bodemdaling tot gevolg heeft. Een effect hiervan is dat het grondwaterpeil relatief stijgt. Het waterschap kan hiervoor maatregelen treffen. Hierdoor worden de effecten voor grondeigenaren- en gebruikers beperkt.

Op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is Nedmag wettelijk aansprakelijk voor schade als gevolg van de zoutwinning Indiener stelt dat Nedmag niet alleen feitelijk wordt beloond omdat de winning vooralsnog kan doorgaan, maar wordt ook een veel forsere bodemdaling veroorzaakt dan aanvankelijk gelegaliseerd. Tevens is de positie van SodM als onafhankelijk toezichthouder komen te vervallen. Om die reden dient het monitoringsplan door een onafhankelijk partij als Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek te worden beoordeeld en waar nodig aangepast. Overigens is een waterpassing een te trage methode van monitoring en dient er tenminste maandelijks een meting op basis van satelliet plaats te vinden. De minister stelt dat SodM de wettelijke onafhankelijk toezichthouder is op de mijnbouwactiviteiten. SodM ziet op dit moment geen reden voor een review van het Meetplan Veendam, maar als daar op enig moment aanleiding toe is, zal SodM daar een geschikte partij voor uitnodigen. Wat de geschikte partij is om zo’n review uit te voeren, hangt af van de vraag die op dat moment speelt. In verband met het tempo waarin de bodemdaling plaatsvindt is er geen aanleiding tot een maandelijkse satellietmeting. Een waterpassing volstaat.

Indiener stelt dat als gevolg van natuurkundige principes de in de grond gevormde cavernes na verloop van tijd door kruip van het magnesiumzoutgesteente weer gevuld worden. Dat heeft tot gevolg dat er een recht evenredig verband is tussen iedere m3 gewonnen zout en de bodemdaling. In dat kader is het opvallend te noemen dat de producten van Nedmag kennelijk zo goedkoopzijn dat deze grootschalig worden ingezet voor de productie van voedingsmiddelen.

35

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

2ad

0029

Zienswijze

Antwoord

2ae

0029

Zienswijze

Antwoord

2af

0029

Zienswijze

De minister stelt dat het juist is dat er een direct verband is tussen de zoutwinning van Nedmag en bodemdaling in het gebied. Door de volledige hoeveelheid pekel af te laten vindt er geen bodemdaling meer plaats nadat de cavernes zijn afgesloten. Het gewonnen magnesiumzout wordt niet gebruikt voor de voedingsmiddelenindustrie. Het gewonnen magnesiumzout wordt gebruikt als grondstof voor diverse industriële toepassingen, zoals additieven voor kunststofproducerende en verwerkende industrie en voor vuurvaste stenen die gebruikt worden bij de productie van staal en cement. Indiener stelt dat niet wordt vermeld dat de bodem verder gedaald is dan de genoemde 50 cm. Of en hoe groot de schade voor de direct omwonenden is, is indiener niet bekend. Het is niet uit te sluiten dat meerdere huizen in de omgeving als gevolg van deze versnelde bodemdaling schade hebben ondervonden. De minister heeft in het ontwerpbesluit aangegeven dat de bodem verder gedaald is dan 50 centimeter, namelijk 55 centimeter, als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. De cumulatieve bodemdaling met bodemdaling veroorzaakt door gaswinning van NAM is 65 centimeter. De bodemdaling door de zoutwinning ontstaat geleidelijk. Daardoor leidt deze naar verwachting niet tot schade aan bebouwing, maar de minister sluit het ontstaan van schade niet op voorhand uit.

De minister is ervan op de hoogte dat er sinds 2001, ruim 200 schademeldingen zijn gedaan bij Nedmag. Een deel daarvan is tevens onderzocht door de Tcbb. Uit deze onderzoeken is geen causaal verband aangetroffen tussen de zoutwinning en de schade. Indien er desondanks schade ontstaat aan bebouwing als gevolg van de zoutwinning door Nedmag dan is Nedmag op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor deze schade. Indiener stelt dat in het winningsplan staat vermeld dat alle gegevens over de winning, samenstelling van de zouten enzovoorts vanaf het begin wordt bijgehouden. Daarom zou een goede prognose kunnen worden gegeven van onder andere de bodemdaling. Gelet op de recentere ontwikkelingen blijkt dat deze bewering mank gaat. De prognose was eerder een daling tot 50 cm. Dit is inmiddels overschreden. De minister stelt dat de prognose uit het winningsplan 2013 van Nedmag een bodemdaling was maximaal 65 centimeter. Hierbij ging Nedmag ervan uit dat de bestaande cavernes niet volledig werden afgelaten en dat er nog pekel in de ondergrond aanwezig bleef. Naar aanleiding van het incident van april 2018, heeft Nedmag geoordeeld dat het gelet op de veiligheid verstandig is de cavernes volledig af te laten. SodM heeft hiermee ingestemd. Als gevolg van het aflaten van de cavernes bedraagt de verwachte bodemdaling circa 80 centimeter sinds 1977.

Indiener stelt dat Nedmag in 2019 omwonenden nog heeft geïnformeerd over de verwachte bodemdaling. Toen zijn de cijfers van het winningsplan 2013 nog getoond, waarin de voorspelde bodemdaling in 2028 een grens kent net voor de lintbebouwing van Kielwindeweer. Uit de cijfers

36

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

2ag

0029

Zienswijze

Antwoord

Conclusie

3 3a

R006

Zienswijze

Plaatsing extra geofoon Antwoord

die in het winningsplan 2018 staan, blijkt dat op basis van metingen in 2018 al bekend was dat deze kom veel groter is. De minister stelt dat Nedmag in 2019 er al van uitging dat de volledig aanwezige hoeveelheid pekel werd afgelaten en de bodemdaling groter was dan in het winningsplan 2013 was voorspeld. Het is aan Nedmag om de omgeving te informeren over de bodemdaling. De minister constateert dat Nedmag reeds op 13 december 2018 via hun website en via brieven naar de omwonenden heeft gecommuniceerd dat de bodemdaling groter zou worden dan in het winningsplan 2013 is beschreven. Indiener stelt dat Nedmag voor de voorspelling van de bodemdaling een model heeft gebruikt gebaseerd op de eigen gegevens van bodemdaling. Dit model is gebleken onbetrouwbaar. Immers de bodemdaling is nu al groter dan voorheen ingeschat. Dit model had niet mogen worden toegestaan. De minister stelt dat het model dat Nedmag heeft gehanteerd voor het berekenen van de bodemdaling geverifieerd is door TNO en ook de onzekerheden daarin zijn geverifieerd door TNO. TNO kan zich vinden in de wijze waarop de bodemdaling is voorspeld. Dat de bodemdaling groter is dan in het verleden is ingeschat is het gevolg van het volledig aflaten van de aanwezige pekel uit de bestaande cavernes. Dit is een maatregel waarmee SodM heeft ingestemd, die wordt uitgevoerd ten behoeve van de veiligheid.

Bovenstaande zienswijzen over bodemdaling geven geen aanleiding om het ontwerpinstemmingsbesluit met het winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen.

Bodemtrilling De provincie Groningen stelt dat het adequaat monitoren van bodemtrillingen van groot belang is, zodat de oorsprong van een trilling goed detecteerbaar en te lokaliseren is. Op 1 april 2020 motie nr. 733 in de Tweede Kamer aangenomen, gericht op het optimaliseren van het seismisch meetnetwerk bij mijnbouwlocaties om ongerustheid bij burgers voor een deel weg te nemen door onafhankelijke metingen en een fijnmazig, met de regio afgestemd, netwerk. De provincie Groningen wordt hierbij graag betrokken. De minister is het met de provincie Groningen eens dat het adequaat monitoren van bodemtrilling van groot belang is, zodat de oorsprong van seismische trilling goed detecteerbaar en lokaliseerbaar is. De minister stelt mede op basis van het SodM vast dat het risico op bodemtrilling door de zoutwinning van Nedmag klein is. In mei 2019 heeft Nedmag reeds een geofoon geplaatst in de nabijheid van de mijnbouwinrichting WHC-2. Met enkel dit meetstation is er echter geen goed onderscheid in locatie te maken tussen bodemtrillingen die plaats kunnen vinden ten zuiden van dit station. De minister heeft daarom in het instemmingsbesluit met het

37

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

3b

0013, 0014, 0015, 0024

Zienswijze

winningsplan van Nedmag voorgeschreven dat Nedmag ervoor moet zorgen dat ook een goede locatie moet worden bepaald voor mogelijke bodemtrillingen in de cavernes VE-7, VE-8 en TR-9. De plaatsing van dit station dient Nedmag met het KNMI te overleggen. De aanleiding van de motie nr. 33529-733 had betrekking op gaswinning. Voor de kleine gasvelden in Nederland is een geavanceerdere methodiek ontwikkeld om te kunnen voorspellen of aardbevingen zullen plaatsvinden door gaswinning. Deze methodiek gaat uit van lokale geologische modellen en gedetailleerde data per veld. Het SodM adviseert om vooralsnog gebruik te blijven maken van de huidige statistische methode voor het inschatten van het seismisch risico van de kleine gasvelden totdat per veld voldoende data beschikbaar is om aan deze nieuwe methode invulling te geven. Het meten van lichte trillingen, als die al voorkomen, is een onderdeel van de benodigde data. Mede daarom wordt geïnvesteerd in het uitbreiden en verdiepen van het seismische monitoringsnetwerk van het KNMI voor de kleine gasvelden. De minister maakt afspraken met het KNMI hierover. De provincie wordt hier ook bij betrokken. Deze afspraken maken echter geen onderdeel uit van voorliggend winningsplan. Indieners stellen dat als gevolg van het winnen de kans op bodemtrillingen een stuk groter is met alle gevolgen van dien.

Risico op bodemtrilling Antwoord 3c

0017

Zienswijze

Breuken boven de zoutlaag Antwoord

3d

0019, 0025, 0032

Zienswijze

De minister stelt mede op basis op het advies van het SodM vast dat het risico op (voelbare) bodemtrillingen door de zoutwinning van Nedmag klein is. Door voortzetting van de winning neemt de kans op bodemtrillingen niet toe. Indiener stelt dat de minister geen inzicht in het gedrag van de breuken boven de zoutlaag heeft. Deze breuken kunnen verschuiven en de vraag is dan op welke onderzoek dat inzicht is gebaseerd. Indien nog geen onderzoek naar dit aspect is gedaan, dan lijkt er alle aanleiding om dit alsnog door een van Nedmag onafhankelijke instelling te laten onderzoeken. De minister stelt dat breuken in de ondergrond zijn ontstaan gedurende een periode van duizenden jaren. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze breuken kunnen verschuiven als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. TNO heeft in het verleden onderzoek gedaan naar breuken in de ondergrond. De veronderstelling van de zienswijze-indiener dat breuken verschuiven komt hierin niet naar voren. Er bestaat dan ook geen aanleiding nader onderzoek te doen naar de breuken in de ondergrond. Indiener verwijst naar de website HiQuake. Dit is een database van geïnduceerde aardbevingen, ook bekend bij de minister, het SodM en Nedmag. In het besluit wordt genoemd dat in het winningsgebied van Nedmag alleen aardbevingen gemeten zijn op een diepte van 3 km. Dit is de

38

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Diepte bodemtrillingen

Antwoord

3e

0020 Breuken ondiepe ondergrond

Zienswijze

diepte waar gas gewonnen wordt. Hieruit concludeert de minister dat Nedmag deze aardbevingen niet veroorzaakt kan hebben. KNMI doet pas sinds kort een poging om de werkelijke diepte van aardbevingen te meten of te analyseren. Jarenlang is er voetstoots van uitgegaan dat de diepte van 3 km. juist is omdat op die diepte gas gewonnen wordt. Indiener vraagt de minister dan ook te onderbouwen waarom alle in het verleden gemeten aardbevingen op 3 km diepte plaatsgevonden zouden hebben, en het bewijs aan te leveren dat er geen trillingen gemeten zijn die door Nedmag veroorzaakt kunnen zijn. De minister is bekend met de database van HiQuake. Op basis van het KNMI-meetnetwerk kan de diepte van een beving worden gemeten. Op basis hiervan blijken de meeste bevingen rondom Veendam op een diepte van rond de 3 km diepte gedetecteerd. Twee bevingen zijn gedetecteerd op een ondiepere diepte. Het KNMI heeft op 20 april 2018 twee zeer lichte bevingen gedetecteerd rond het tijdstip van de lekkage. Deze bevingen waren zo licht dat er geen goede locatiebepaling kon worden gedaan. Nedmag heeft inmiddels een meetstation geïnstalleerd op een locatie die is afgestemd met het KNMI. Met dit extra meetstation zijn toekomstige trillingen beter te detecteren, lokaliseren en is de oorzaak beter te achterhalen.

Met artikel 12 van het instemmingsbesluit is vastgelegd dat er nog een extra meetstation dient te komen op een locatie die bepaald is in overleg met het KNMI. Het is te verwachten dat met de extra geofoons kleine seismische activiteiten gemeten zullen worden. Dit is de ervaring van het micro-seismisch monitoren van zoutcavernes elders in het land. De (micro) seismische activiteiten worden veelal veroorzaakt door het vereffenen van gesteentespanningen rond de cavernes en af en toe het vallen van een blok zout in een caverne. Indiener stelt dat bodemtrillingen ontstaan waar bestaande breuken in de aarde gaan bewegen. Breuken gaan bewegen als de spanningen aan weerszijde van de breuk zodanig verschillen dat een breekpunt wordt overschreden. Het spanningsverschil wordt opgeheven bij het bewegen van de breuk. Dit zal in Groningen veelal een verticale verschuiving teweegbrengen. In een onderzoek van de technische universiteit in Aken uit 2016 is aangetoond dat boven de zoutkussens ondiepe breuken aanwezig zijn, tot zo'n 120 m onder het maaiveld. Deze zullen bij activering merkbaar bodembeweging veroorzaken aan het oppervlak. Immers, er is hier geen zoutbuffer die de verschuiving van diepe breuken, geactiveerd als gevolg van gaswinning, kan absorberen.

In opdracht van Nedmag heeft RWTH Aachen in 2017 een model gebouwd om de veranderingen van spanning door bodemdaling in de gesteentes boven het zout, te simuleren. Uit de resultaten kon worden geconcludeerd dat aardbevingen door activering van ondiepe breuken als gevolg van bodemdaling door zoutwinning, niet waarschijnlijk zijn. Het sterk vereenvoudigde model is niet representatief en de conclusie is gebaseerd op een situatie op 1300 m diepte. Uit resultaten van dit niet representatieve model is op te maken dat op 900 m het wel mogelijk is dat breuken geactiveerd worden. De conclusie dat aardbevingen door beweging van ondiepe breuken niet

39

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

mogelijk zijn, is door Nedmag gesteld in de aanvraag tot instemming met het winningsplan en overgenomen in diverse adviezen. Dit is dus gebaseerd op zeer beperkte en deels foute aannames, beperkte opdracht en uitgevoerd voordat het frack incident in 2018 heeft plaatsgevonden. Het is zeer wel mogelijk dat bodemdaling van 60 cm aardbevingen kan veroorzaken. Een bodemdaling van 50 cm is eind 2018 bereikt. Met een daling van 6 cm per jaar is 60 cm al overschreden. De minister stelt dat het ontstaan van bodemtrillingen door activering van ondiepe breuken als gevolg van bodemdaling door zoutwinning niet waarschijnlijk is. Bodemdaling op zich leidt niet tot bodemtrillingen. Het SodM stelt in het advies op het winningsplan van Nedmag dat de zoutwinning een stabiliserend effect heeft op de grotere breuken in het Tryas Krijt en Tertiair boven de zoutcavernes. Ook de universiteit van Aken komt tot deze conclusie (Raith, A.F. en Urai, J.L. , University of Aachen (25-05-2017). Squeeze mining induced stress changes in the faulted overburden of the Veendam salt pillow). De spanning in verticale richting neemt sterker af dan in horizontale richting, en dus neemt de schuifspanning af. De minister stelt mede op basis van het advies van het SodM dat het model dat door Nedmag wordt gehanteerd representatief is. Een dergelijk model wordt ook gehanteerd bij andere winlocaties in Nederland.

De ondergrondse structuur in Noord-Nederland is, vanwege de gaswinning, goed in kaart gebracht in 2016 door de Universiteit van Aken. Hierbij is een 3D geologisch model ontwikkeld. Uit dit model blijkt dat specifiek onder Veendam zich een voorkomen bevindt met een winbare laag zeer zuiver magnesiumzout oftewel bischofiet. Geomechanische modellen van de ondergrond in de omgeving van Veendam waar veranderingen in de spanning door oplosmijnbouw kunnen optreden, zijn in 2017 doorgerekend door de universiteit van Aken om te onderzoeken of deze veranderingen tot het reactiveren van bestaande breuken kunnen leiden (Raith, A.F. en Urai, J.L. , University of Aachen (25-05-2017). Squeeze mining induced stress changes in the faulted overburden of the Veendam salt pillow). De resultaten van deze berekeningen laten zien dat de veranderingen in spanning in de lagen boven het zout ten gevolge van oplosmijnbouw veel kleiner zijn dan die in de gasreservoirs ten gevolge van gaswinning. Er is een klein gebied aan de rand van het caverneveld van Nedmag waar de schuifspanningen licht toenemen, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat deze toename tot reactivering van de breuken kan leiden.

Een nadere analyse is door de universiteit van Aken in 2018 uitgevoerd naar de invloed van de in dit winningsplan beschreven zoutwinning op de mogelijke reactivering van aanwezige breuken in het gesteente (Urai, J.L. en Raith, A.F., University of Aachen (10-11-2018). Squeeze mininginduced stress changes in the faulted overburden of the Veendam salt Pillow). De conclusie is dat het onwaarschijnlijk is dat de zoutwinning van Nedmag inactieve bestaande breukvlakken zal reactiveren, zolang het zout-dak intact blijft.

40

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

3f

0020

Zienswijze

Incident 2018 en risico op bodemtrillingen Antwoord

3g

0020

Zienswijze

Verhoogd risico bodemtrilling door omliggende gasvelden Antwoord

Het is echter niet uit te sluiten dat door de zoutkruip en het aflaten van de zoutcavernes lichte bodemtrillingen zullen voorkomen. Dit is ook de ervaring met andere winlocaties in Nederland. Als gevolg van de zoutwinning door Nedmag is er een klein risico op lichte bodemtrillingen. De kans op bovengrondse effecten als gevolg van deze lichte bodemtrillingen is echter verwaarloosbaar. Omdat bodemtrillingen niet zijn uit te sluiten en met het bestaande seismisch meetstation geen goed onderscheid in locatie te maken is tussen bodemtrillingen die plaats kunnen vinden in het zuidelijke deel van het wingebied van Nedmag, heeft de minister voorgeschreven dat Nedmag ervoor moet zorgen dat ook een goede locatie kan worden bepaald voor mogelijke bodemtrillingen in VE-7, VE-8 en TR-9. De plaatsing van de benodigde seismische meetapparatuur dient Nedmag met het KNMI te overleggen. Mocht ondanks de verwachting toch een bodemtrilling plaatsvinden als gevolg van de zoutwinning door Nedmag, dan wordt dit gemeten met deze meetstations. Indiener stelt dat het incident van 2018 tot aardbevingen kan leiden. Stanford University heeft onderzocht hoe het stromen van vloeistof door een poreuze laag spanningsverschillen veroorzaken. Zijn bevindingen waren dat spanningsverschillen zich vooral rond breuken concentreren, waardoor reactivering van breuken snel waarschijnlijk wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12745508/1