276.1 Onderzoek Energiehub-met bijlagen
Tekst van het document
Hup! Hub! De samenwerking en energietransifie in MiddenGroningen aanjagen Een onderzoek naar manieren om de samenwerking tussen bedrijven, studenten en de gemeente rondom energievraagstukken te bevorderen 3 februari 2025
Samenvafting “Welke (bestaande) werk en/ of organisatievorm(en) geven invulling aan de wens om een energiehub voor energievraagstukken in te richten, waarbij een goede verbinding tussen ondernemersvraagstukken, onderwijs en overheid het hoofddoel is en waar draagvlak en financiering voor bestaat?”, dat was de hoofd onderzoeksvraag. Ons onderzoek toont aan dat er brede steun is voor het bevorderen van de samenwerking tussen bedrijven, studenten en de gemeente op het gebied van energievraagstukken. Gedurende het onderzoek kwam een logische organisatievorm naar voren: het gebruik van het energieloket voor ondernemers (Groningen Werkt Slim) als centrale plek om verbindingen te leggen tussen vraagstukken en studenten. Entrance biedt daarvoor ook concrete handreikingen. Een belangrijke randvoorwaarde voor succes is dat deze samenwerking lokaal wordt aangejaagd en goed zichtbaar wordt gemaakt. Hierover waren de mensen die we spraken eensgezind. Toch klinkt uit de gesprekken niet het vertrouwen door dat ondernemers en onderwijsinstellingen ook bereid zijn om financieel bij te dragen aan deze constructie. Die zal eerst z’n waarde moeten bewijzen. Wat daarbij meespeelt is dat de belangen van ondernemers eigenlijk op een ander vlak liggen (arbeidsmarktontwikkeling).
Er is vanuit het Programma Energie en Duurzaamheid evenwel dekking tot mei 2027 om het voortouw te nemen en om Groningen Werkt Slim als ‘hub’ voor energievraagstukken neer te zetten. Tijdens het onderzoek zijn daarnaast mogelijkheden blootgelegd om ook op de andere thema’s uit het raadsinitiatiefvoorstel (het voorkomen van netcongestie en het voorkomen van een braindrain) de samenwerking tussen bedrijven en studenten te organiseren. Wij adviseren deze thema’s evenwel in andere (lopende) trajecten op te pakken. Vanwege de verschillende context zijn die naar ons idee beter geborgd binnen de uitwerking van de bedrijventerreinenvisie, respectievelijk de lokale uitwerking van de Economische Agenda (Nij Begun). Hoewel ons onderzoek concrete vervolgstappen biedt voor alle doelen uit het raadsinitiatiefvoorstel, raakt haar ambitie van één centrale energiehub voor alle thema’s hiermee wel uit beeld. Maar hier zien we op dit moment ook geen draagvlak en financiering op ontstaan.
2
Inhoud Samenvafting .............................................................................................................................. 2 1
2
3
Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding ................................................................................................................... 4
1.2
Doelstelling ................................................................................................................. 4
1.3
Onderzoeksvraag ........................................................................................................ 4
1.4
Interviews ................................................................................................................... 5
Afbakening onderzoek ........................................................................................................ 5 2.1
Rolopvafting................................................................................................................ 5
2.2
Wat is een energiehub?.............................................................................................. 5
2.3
Welke energievraagstukken, waar?............................................................................ 6
Samenvafting van de gesprekken ....................................................................................... 7 3.1
Verhaallijnen in de gesprekken .................................................................................. 7
4
Analyse ............................................................................................................................... 8
5
Advies ................................................................................................................................. 9
6
Samenvafting .................................................................................................................... 11
Bijlagen ..................................................................................................................................... 12
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding
Eind 2023 kwamen de Boer Burger Parfij Midden-Groningen, Gemeentebelangen MiddenGroningen en D66 met een inifiafiefvoorstel (zie bijlage 1). De kern van dit voorstel is om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de oprichfing van een energiehub in de gemeente Midden-Groningen. De energiehub in dit voorstel is een plafform. Het biedt de infrastructuur voor (meerjarige) samenwerking tussen de gemeente, het MKB, en onderwijsinstellingen op het gebied van energievraagstukken. De samenwerking fungeert als katalysator voor kennisuitwisseling, innovafie en duurzame energieoplossingen. De beoogde effecten zijn meerledig: het versnellen van de energietransifie, het versterken van de lokale economie en het voorkomen van een ‘braindrain’ (het weglekken van kennis en talent uit de gemeente).
1.2 Doelstelling
Op 1 februari 2024 stemde de gemeenteraad unaniem in met het inifiafiefvoorstel, inclusief een amendement. Het raadsbesluit over de doelstelling van het onderzoek is als volgt geformuleerd: Het college op te dragen een onderzoek uit te laten voeren naar de mogelijkheden om de samenwerking tussen de gemeente, het MKB en onderwijsinstellingen op duurzaamheidsvraagstukken te intensiveren, alsmede de financiële haalbaarheid te onderzoeken van het oprichten van een energiehub in de gemeente Midden-Groningen indien externe parfijen in deze organisafievorm willen parficiperen. De kern van het amendement is het verbreden van de scope: een energiehub is geen doel op zich, maar een middel, en kan – in de onderzoeksfase – nog verschillende vormen aannemen, zowel fysiek als niet-fysiek.
1.3 Onderzoeksvraag Als vervolgstap zijn in samenspraak met de raadswerkgroep Duurzaamheid onderzoeksvragen opgesteld. Negen specifieke deelvragen geven richfing aan het onderzoek, dat uiteindelijk antwoord moet geven op de hoofdvraag: Welke (bestaande) werk en/ of organisafievorm(en) geven invulling aan de wens om een energiehub voor energievraagstukken in te richten, waarbij een goede verbinding tussen ondernemersvraagstukken, onderwijs en overheid het hoofddoel is en waar draagvlak en financiering voor bestaat? Nadat de raadswerkgroep instemde met deze opzet, is de gemeenteraad geïnformeerd (zie bijlage 2) en is het onderzoek van start gegaan. Het is uitgevoerd door de eigen ambtelijke organisafie.
4
1.4 Interviews
Van juni tot en met oktober 2024 zijn er elf gesprekken gevoerd. Met onderwijsinstellingen, (vertegenwoordigers van) bedrijven en andere parfijen die kunnen bijdragen aan het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Daarnaast is intern, ambtelijk afgestemd hoe de beoogde effecten het beste geborgd kunnen worden.
2 Afbakening onderzoek
Omdat iedereen een ander beeld heeft bij wat de rol van de gemeente is of zou moeten zijn, wat een energiehub is en welke energievraagstukken er überhaupt zijn, zijn deze aspecten in de volgende paragrafen uitgediept. Het heeft geholpen de interviews scherp te voeren en beoogt de lezer van dit onderzoek mee te nemen in hoe we tot onze analyse en adviezen gekomen zijn.
2.1 Rolopvafting Voor de zomer van 2024 is een plan ontwikkeld op het thema ‘duurzaam ondernemen en circulaire economie’. Het plan beschrijft de projecten die de gemeente gaat starten om energievraagstukken bij bedrijven te helpen oplossen. Ook beschrijft het de rol die zij daarbij voor zichzelf ziet. Er is een strategie in opgenomen die gericht is op het al doende ontdekken wat nodig is en wat werkt. Nieuwe of vaste structuren worden niet meteen opgezet, omdat die mogelijk niet aansluiten bij de behoeften van bedrijven en uiteindelijk niet haalbaar zijn. Aanhaken bij landelijke programma’s, regionale netwerken en plafforms is het devies. Zo kan eenvoudig worden geprofiteerd van bestaande dekking of geldstromen. Het plan voorziet o.a. in het oplossen van energievraagstukken bij bedrijven en bedrijventerreinen door het provinciale Groningen Werkt Slim en een aanjaagrol voor een ondernemersdienstverlener Duurzaamheid van de gemeente. De context van dit plan is belangrijk omdat het richfing geeft aan hoe het college naar het onderhavige onderzoek kijkt. Het plan is op 16 juli 2024 vastgesteld door het college, waarna de gemeenteraad is geïnformeerd (zie bijlage 3). In de ontwikkeling van de bedrijventerreinenvisie is het afgelopen jaar ook gekeken naar de rol van de gemeente.
Deze rol is het ondersteunen van de organisafiekracht van bedrijven, afgestemd op hun behoeften en draagvlak.
2.2 Wat is een energiehub?
Hoewel een energiehub in de context van het inifiafiefvoorstel helder is, is het relevant om sfil te staan bij het feit dat er landelijk een andere omschrijving bestaat van het fenomeen energiehub. Van de website van de RVO: “Energiehubs zijn nog nieuw. In ons energiesysteem waren losse overeenkomsten tussen een bedrijf of huishouden en de netbeheerder en energieleverancier normaal. Een bedrijf of huishouden was alleen afnemer van energie. Energiehubs zijn juist een lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie. U kunt dus met andere inwoners en bedrijven samenwerken in een energiehub. En stemt dan energieopwekking, -transport, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar af. Om samenwerking en gezamenlijke investeringen mogelijk te maken, maken de deelnemers in een energiehub afspraken met elkaar.”
5
Dit type energiehub gaat dus primair over het oplossen van een energieprobleem dat zich al ergens voordoet; veelal netcongesfie. Met directe belanghebbenden op een specifieke locafie, zoals bijvoorbeeld op een bedrijventerrein. Betrokkenheid van studenten is daarbij geen voorwaarde. In het inifiafiefvoorstel wordt ook gerefereerd aan de problemafiek van netcongesfie. Natuurlijk kan de energiehub uit het inifiafiefvoorstel ook dit soort vraagstukken oppakken, maar dat is niet waar het inifiafiefvoorstel in essenfie om draait. In onderstaande tabel zeften we de verschillen tussen de twee type energiehubs nog eens naast elkaar om duidelijk te maken dat ze echt anders zijn; een belangrijk gegeven als het op financierbaarheid vanuit landelijke subsidies aankomt. Energiehub Aanleiding
Landelijke definifie Een bestaand energieprobleem dat alleen collecfief kan worden opgelost
Doel/ Effect
Beheersbaar maken van netcongesfie
Middel
Afspraken over de locafie specifieke samenwerking tussen directe belanghebbenden
Inifiafiefvoorstel De behoefte om de samenwerking tussen studenten en bedrijven op het gebied van diverse energievraagstukken (van probleem tot kans) te faciliteren Versnellen energietransifie, versterken lokale economie, voorkomen van ‘braindrain’ Een plafform of andere construcfie die meerdere samenwerkingen (meerjarig) faciliteert
2.3 Welke energievraagstukken, waar? Er zijn niet alleen verschillende soorten energiehubs; ook energievraagstukken bij bedrijven komen in verschillende vormen voor. Deze zijn in onderstaande tabel gezet. In het overzicht hebben we ook genoemd voor wie we een rol zien weggelegd voor het oppakken ervan. Type energievraagstukken Benuften van kansen (energieefficiency, besparing, opwek) Oplossen van energieproblemen, zoals netcongesfie
Bij individuele bedrijven Op bedrijventerreinen Dit is het primaire domein van Groningen Werkt Slim (GWS). Er is advies en subsidie voor bedrijven Hier heeft Groningen Werkt Slim Hier heeft Groningen Werkt Slim een signaalfuncfie. Wellicht een signaalfuncfie. Wellicht biedt bieden advies en subsidie een een energiehub (landelijke oplossing definifie) een lokale oplossing De gemeente Midden-Groningen zal acfiviteiten kunnen gaan ontwikkelen om te voorziene energieproblemen te voorkomen
Op al deze aspecten kan de energiehub uit het raadsinifiafief een rol spelen. Anderzijds: we kennen in Midden-Groningen nog geen plekken waar er concrete aanleiding bestaat om een energiehub – overeenkomsfig de landelijke definifie – te gaan organiseren. We weten dat er zich her en der problemen met netcapaciteit voordoen en dat dat zal gaan toenemen, maar het maken van locafiespecifieke, collecfieve afspraken? Dat is nog niet aan de orde! In de bedrijventerreinenvisie staat wel dat we ons daarop kunnen gaan voorbereiden. “We onderzoeken samen met bedrijven en regionale partners de mogelijkheden om (…) energiehubs op te zeften. Daarbij vinden wij het belangrijk om ook prakfisch en theorefische opgeleide jongeren energievraagstukken op te laten lossen.”
6
3 Samenvafting van de gesprekken Alle gesprekspartners zijn posifief over het raadsinifiafiefvoorstel en de insteek om de samenwerking tussen ondernemers, studenten en gemeente te bevorderen. Wat ze ons meegeven is als volgt samen te vaften: 1. Er moet één loket zijn voor de energievraagstukken van ondernemers. Daar zal ook de verbinding met studenten gelegd moeten worden; door een aanjager. 2. Ga geen ambifies stapelen. Begin klein en zorg voor confinuïteit. 3. Sluit aan bij regionale (onderwijs)structuren. Werk lokaal aan zichtbaarheid en ontmoefingen. 4. Het belang van de ondernemer ligt primair bij het binden van studenten; niet bij het laten oplossen van energievraagstukken door studenten.
3.1 Verhaallijnen in de gesprekken
Eén ondernemer grijpt het raadsinifiafief aan om vooral te praten over de lokale economie en het voorkomen van een braindrain. “We moeten het niet over een (energie)hub hebben, maar over hoe we studenten in Midden-Groningen kunnen houden!”. “Bedrijven zoeken personeel. Hoe krijg ik mensen enthousiast voor mijn bedrijf?”. Waarop zich een gesprek ontvouwt over wat er zou moeten gebeuren om Midden-Groningen te profileren als aantrekkelijke werkgemeente. “De bedrijven in Midden-Groningen hebben veel te bieden; dat zou beter verkocht moeten worden”. De ondernemer suggereert dat bedrijven graag de portemonnee trekken voor een kwalitafief, meerjarig traject gericht op arbeidsmarktontwikkeling, omdat daar échte belangen liggen, maar ziet minder belangen en betwijfelt de financieringsbereidheid als het gaat over een plafform dat (met studenten) het oplossen van energievraagstukken centraal stelt. Dat ondernemers energievraagstukken hebben is daarentegen evident. Meerdere gesprekspartners geven aan “Dat daar één loket voor moet komen.” “Voor raad én daad”. Ook dat studenten aan oplossingen kunnen bijdragen. Maar “bedrijven gaan niet zelf leuren bij onderwijsinstellingen. Daar is geen doorkomen aan”. “Te veel contactpersonen. Te veel soorten onderwijs”. “Ondernemers zijn niet georganiseerd en te druk om dat op te pakken”. “Dat moet de gemeente doen”.
“Het koppelen van ondernemers en studenten moet georganiseerd worden. Daar heb je een aanjager voor nodig met fijd en knowhow”. “Dat moet gedaan worden door iemand die zowel de weg weet in onderwijsland én de taal van ondernemers spreekt”. Er wordt gewaarschuwd voor te veel taken bij één persoon. “Het begeleiden van studenten is echt een aparte taak, want dat vraagt andere competenfies”. “Je hebt fullfime iemand nodig om studenten op pad te sturen. En ze hebben een vaste basis nodig.” Er wordt vooral de suggesfie gedaan om aan te haken bij bestaande trajecten. “Het onderwerp is niet uniek voor Midden-Groningen. Zoek de oplossing in de regio”. “Vooral die met betrekking tot onderwijs”. In de gesprekken ontvouwt zich een hele logische oplossingsrichfing: “Groningen Werkt Slim gaat in Midden-Groningen het energieloket voor bedrijven zijn en zal tegen energievraagstukken aanlopen. Innovafiewerkplaats Entrance heeft studenten met een energieprofiel en knowhow op het gebied van samenwerkingen. Deze regionale funcfies hoeven dan alleen nog maar gekoppeld te worden aan lokale funcfies gericht op ontmoefingen en communicafie”. 7
“Bedrijven weten van elkaar niet dat ze tegen dezelfde problemen aanlopen. Ook hen moet je laten ontmoeten”. “Eén iemand zou daar lokaal verantwoordelijk voor moeten zijn; net als het creëren van bekendheid”. “Zichtbaar maken dat we ondernemers helpen”. “Breed de wereld in slingeren; dat roept nieuwe vragen op”. “Zoals ondernemersbeurs De Kracht van Stadskanaal. Een lokale happing, waar leerlingen, studenten, werkzoekenden en andere belangstellenden kennis kunnen maken met bedrijven in de gemeente”. “De gemeente moet eerst de kar trekken, met een kwarfiermaker”. “Dat moet een aantal jaar geborgd zijn”. “Over de colleges heen.” “Klein beginnen”. “Ga geen ambifies stapelen”. “Het begint bij iemand die concreet de vraagstukken in beeld brengt.” “En iemand die ondernemers en studenten kan verbinden”. In geen van de gesprekken werd de suggesfie gedaan om een nieuwe organisafie of een nieuw plafform op te tuigen en daar financiering voor te zoeken. RVO (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) gaf daarnaast aan: “De landelijke sfimuleringsprogramma’s en subsidies zijn er niet voor het type energiehub dat de samenwerking centraal stelt.”
4 Analyse Als we de beoogde effecten uit het raadsinifiafiefvoorstel willen oppakken op een manier die past bij onze gemeentelijke rolopvafting én de inzichten uit de gesprekken, dan zien we drie sporen ontstaan. Elk met z’n eigen karakterisfieken.
Aanleiding
Effect Belang gemeente Belang bedrijven Belang studenten Tijdshorizon Gemeentelijke rol Beleggen bij
Mogelijke dekking voor uitwerking Logische partners uit onderwijs
Sporen Energievraagstukken Samenwerken aan energievraagstukken Energietransifie versnellen + + +++ Voor de korte en lange termijn Van faciliteren tot sfimuleren Projecten/ acfiviteiten “duurzaam ondernemen en circulaire economie” Programma Energie en Duurzaamheid, Groningen Werkt Slim Entrance
Energiehub Energieprobleem moet collecfief en lokaal opgelost worden Beheersbaar maken netcongesfie ++ +++ ++ Alleen indien nodig en wenselijk Van faciliteren tot sfimuleren Uitvoering van de bedrijventerreinenvisie
Binden en boeien Aantrekkelijke werkgemeente willen zijn Braindrain voorkomen
Landelijke sfimuleringsprogramma’s en subsidies Entrance
Nij Begun, Just Transifion Fund, Masterplan Campussen Hanze, Alefta Jacobs College
++ +++ + Voor de langere termijn Van sfimuleren tot regisseren Lokale uitwerking Economische Agenda
Uit de gesprekken ontstaat namelijk duidelijk het beeld dat de energiehub uit het inifiafiefvoorstel op dit moment een te ambifieus vehikel is, o.a. omdat het te veel doelstellingen probeert te verenigen. Er is draagvlak voor meer samenwerking, maar gaat een hub het bedrijfsleven personeel leveren (hun voornaamste behoefte) of is het toch vooral een investering in de kennis van studenten?
8
Een hub kan beide beogen, maar voor financieel partnerschap op zo’n construcfie is meer nodig. Daarvoor is het vertrouwen nodig dat dat kan gaan werken, wat betekent dat de gemeente in de prakfijk eerst de kar zal moeten gaan trekken; ook financieel. Hiervoor zijn geen subsidies beschikbaar; de landelijke subsidies en sfimuleringsprogramma’s zijn er voor de andersoorfige energiehubs. Eén van de gesprekspartners adviseert het gevolg treffend: “Eerst het voortouw nemen en je waarde laten zien”.
5 Advies
Op basis van onze rolopvafting (gebruik wat er al is, ontdek stap voor stap of iets werkt en in een behoefte voorziet) en de uitkomsten van de gesprekken, is het advies om niet te werken vanuit de construcfie van één centrale hub. In plaats daarvan adviseren we de samenwerking en de gewenste resultaten binnen drie (lopende) trajecten te gaan uitwerken. 1.
Gebruik de projecten en acfiviteiten van het traject “Planvorming Duurzaam Ondernemen en Circulaire Economie” om studenten te betrekken bij het oplossen van concrete energievraagstukken bij bedrijven en op bedrijventerreinen. Het plan (zie bijlage 3) voorziet o.a. in een energieloket voor bedrijven en bedrijventerreinen (Groningen Werkt Slim) en het organiseren van oploopjes met ondernemers. Ons college heeft posifief besloten over het plan en er bestaat tot 1 mei 2027 dekking voor. Ook zijn er afspraken binnen de gemeentelijke organisafie gemaakt over capaciteit, waaronder de aanstelling van een ondernemersdienstverlener Duurzaamheid. Gebruik Groningen Werkt Slim als zichtbaar plafform voor energievraagstukken en maak de ondernemersdienstverlener Duurzaamheid lokale aanjager van de ontmoefing en samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen. Maak die samenwerking zichtbaar met ontmoefingen en zet prakfijkvoorbeelden, best pracfises en innovafies op het podium. Vanuit een aantal onderwijsinstellingen (Entrance, Alefta Jacobs College) is ook al de handreiking gedaan om de samenwerking aan de hand van bestaande organisafievormen als learning communifies (stages en afstudeeropdrachten), de podcast ‘Groen geld verdienen’ en prakfijkgerichte opdrachten te gaan organiseren. Informafieverstrekking over subsidies voor ondernemers moet in alle contacten geopfimaliseerd worden.
Daarnaast adviseren we aan te haken bij de zoektocht van Innovafiewerkplaats Groeningen (voorheen Hellum) naar een nieuwe plek. Deze zou ook als ‘thuisbasis’ voor energievraagstukken gebruikt worden.
2.
In de bedrijventerreinenvisie is opgenomen dat we onze huidige bedrijventerreinen toekomstbestendig willen maken. De gemeente is aanjager en verbinder en speelt een belangrijke rol als het gaat om ontsluifing van financiering. Als bij gesprekken op de bedrijventerreinen aanleiding en draagvlak is om in Midden-Groningen een energiehub (volgens de definifie van landelijke sfimuleringsprogramma's) op te richten, ga dat proces dan starten. Het voor zijn van problemen met betrekking tot energievoorziening is in het belang van de confinuïteit van bedrijfsvoering; Groningen Werkt Slim zal bedrijven dat gaan voorhouden. Verken binnen de uitwerking van de bedrijventerreinenvisie of de gemeente nog meer moet doen aan dit thema op bedrijventerreinen.
9
Vanuit Entrance is de suggesfie gedaan om “Groningen Stroomt Door” en de We Energy Game te gebruiken als één van de instrumenten om netcongesfie te mifigeren. Studenten helpen daarbij door het energieprofiel van bedrijventerrein in kaart te brengen (hoeveel capaciteit van het elektriciteitsnet gebruiken bedrijven, wanneer). Het advies is om bij de uitwerking van de bedrijventerreinenvisie (opstellen uitvoeringsplannen) te onderzoeken of dat instrument ook in Midden-Groningen voorziet in een behoefte. 3.
Het inifiafiefvoorstel roept ook op tot de transformafie naar een meer veerkrachfige en duurzame regio en het voorkomen van een ‘braindrain’. Hoewel het binden en boeien van talent ook veel betekenis heeft voor bedrijven en studenten, is dit een breder en complexer vraagstuk dan dat van energie alleen. Wij adviseren deze opgave onder te brengen bij de lokale uitwerking van de Economische Agenda (Nij Begun) waar de gemeente momenteel mee bezig is. Daarnaast is het belangrijk om goed aangehaakt te zijn bij het regionale proces over de Masterplan Campussen. In het gesprek met Energiehub050 kwam een goede suggesfie naar voren. Deze coalifie van bedrijven en prakfijkgerichte onderwijsinstellingen richt zich op het ontwikkelen van vakmanschap in de energietransifie. Er werd voorgesteld om als Midden-Groningen aan te haken, bijvoorbeeld met een aantal lokale bedrijven of het Alefta Jacobs College. Wij adviseren te onderzoeken of dit voorziet in een behoefte.
Het werken langs drie sporen brengt het risico mee dat de ambifie van één centrale hub uit beeld verdwijnt. Daarom is het belangrijk dat de ondernemersdienstverlener Duurzaamheid alert is op prakfijkvoorbeelden die zich lenen voor dwarsverbanden en innovafieve projecten. Het voorkomen van netcongesfie is daarbij naar verwachfing een belangrijk thema. Dat thema leent zich bij uitstek voor innovafie en deskundigheidsbevordering bij ondernemers én studenten. Het vraagt ook om alertheid bij en afstemming met subsidieadviseurs. We communiceren regelmafig over de sporen, de acfiviteiten daarin en de kansen voor onderwijsinstellingen en bedrijven. Voorlichfing over subsidies We adviseren medio 2026 en 2027 de resultaten te evalueren en te bekijken of er behoefte ontstaat aan een andere organisafievorm. Zo blijft de samenhang en mogelijke samenloop zichtbaar. Hier zal in een communicafieplan aandacht voor moeten zijn. Meer ambifie; meer middelen Het advies om te werken via drie sporen is ook kosteneffecfief; de sporen zijn immers al in gang gezet. De komende jaren is hierdoor geen extra financiering nodig. We adviseerden al om deze construcfie twee jaar uit te testen en jaarlijks te evalueren. Mocht de gemeenteraad vooraf meer ambifie willen tonen, dan zijn aanvullende middelen nodig. Bijvoorbeeld voor extra inzet op het aanjagen en zichtbaar maken van de samenwerking.
10
6 Samenvafting “Welke (bestaande) werk en/ of organisatievorm(en) geven invulling aan de wens om een energiehub voor energievraagstukken in te richten, waarbij een goede verbinding tussen ondernemersvraagstukken, onderwijs en overheid het hoofddoel is en waar draagvlak en financiering voor bestaat?”, dat was de hoofd onderzoeksvraag. Ons onderzoek toont aan dat er brede steun is voor het bevorderen van de samenwerking tussen bedrijven, studenten en de gemeente op het gebied van energievraagstukken. Gedurende het onderzoek kwam een logische organisatievorm naar voren: het gebruik van het energieloket voor ondernemers (Groningen Werkt Slim) als centrale plek om verbindingen te leggen tussen vraagstukken en studenten. Entrance biedt daarvoor ook concrete handreikingen. Een belangrijke randvoorwaarde voor succes is dat deze samenwerking lokaal wordt aangejaagd en goed zichtbaar wordt gemaakt. Hierover waren de mensen die we spraken eensgezind. Toch klinkt uit de gesprekken niet het vertrouwen door dat ondernemers en onderwijsinstellingen ook bereid zijn om financieel bij te dragen aan deze constructie. Die zal eerst z’n waarde moeten bewijzen. Wat daarbij meespeelt is dat de belangen van ondernemers eigenlijk op een ander vlak liggen (arbeidsmarktontwikkeling).
Er is vanuit het Programma Energie en Duurzaamheid evenwel dekking tot mei 2027 om het voortouw te nemen en om Groningen Werkt Slim als ‘hub’ voor energievraagstukken neer te zetten. Tijdens het onderzoek zijn daarnaast mogelijkheden blootgelegd om ook op de andere thema’s uit het raadsinitiatiefvoorstel (het voorkomen van netcongestie en het voorkomen van een braindrain) de samenwerking tussen bedrijven en studenten te organiseren. Wij adviseren deze thema’s evenwel in andere (lopende) trajecten op te pakken. Vanwege de verschillende context zijn die naar ons idee beter geborgd binnen de uitwerking van de bedrijventerreinenvisie, respectievelijk de lokale uitwerking van de Economische Agenda (Nij Begun). Hoewel ons onderzoek concrete vervolgstappen biedt voor alle doelen uit het raadsinitiatiefvoorstel, raakt haar ambitie van één centrale energiehub voor alle thema’s hiermee wel uit beeld. Maar hier zien we op dit moment ook geen draagvlak en financiering op ontstaan.
11
Bijlagen 1. Inifiafiefvoorstel energiehub 2. Raadsbrief onderzoek energiehub 3. Planvorming ‘duurzaam ondernemen en circulaire economie’
12
Initiatiefvoorstel
Hoogezand, 15-12-2023
Aan: de raad der gemeente Midden-Groningen
Onderwerp: Initiatiefvoorstel tot de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting en cofinanciering van een energiehub in de gemeente Midden-Groningen
Met verwijzing naar artikel 31 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Midden-Groningen nemen wij het initiatief u voor te stellen tot het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting en cofinanciering van een energiehub in de gemeente Midden-Groningen. Ter toelichting verwijzen wij u naar de bij dit voorstel behorende toelichting.
Gertjan Bruins (raadslid Boer Burger Partij)
Mede-ondertekening:
Jan Buurke (raadslid GemeenteBelangen Midden-Groningen) Esmeralda Smith (raadslid D66)
Initiatiefvoorstel
Datum: Zaaknr.:
16-11-2023
Opsteller: Gertjan Bruins Contactgegevens: Gertjan.bruins@midden-groningen.nl
Portefeuillehouder: Dhr. Drenth
Onderwerp:
Initiatiefvoorstel haalbaarheidsonderzoek oprichting en co-financiering Energiehub Midden-Groningen
1. Voorstel a. Het college op te dragen een onderzoek uit te laten voeren naar de financiële haalbaarheid van het oprichten van een energiehub in de gemeente MiddenGroningen, alsmede naar de bereidheid van externe partijen tot samenwerking en investering. b. Bij gebleken haalbaarheid vervolgens een nieuw voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad voor de oprichting van een energiehub. 2. Inleiding Reeds langer dan een eeuw wordt Groningen gebruikt als leverancier van energie. Dit begon met turf, werd vervangen door gas en inmiddels is de provincie leverancier van energie uit zon en wind. In een vooronderzoek naar de samenvoeging van Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde tot Midden-Groningen werd reeds gemeld dat hier anders naar gekeken moet worden. Groningen moet niet worden gezien als leverancier, maar als kennispartner. Toen al werd ingezien dat Groningen tot meer in staat is dan alleen leveren. Helaas is de handschoen toen niet opgepakt. Om ervoor te zorgen dat de gemeente Midden-Groningen niet weer leeggezogen wordt als leverancier is het belangrijk dat we hier anders naar gaan kijken. Dit kan beginnen met de oprichting van de Energiehub Midden-Groningen. Een hub die kansen geeft aan studenten om zich te ontwikkelen en te ontplooien. Een hub die ondernemers helpt in hun zoektocht om energieneutraal te worden.
Een hub die bestaande processen tegen het licht houdt om ze te transformeren naar een bestendige toekomst. Dit voor de ondernemers, de inwoners en natuurlijk de gemeente Midden-Groningen zelf. De gemeente Midden-Groningen kan het zich niet veroorloven een afwachtende houding aan te nemen in de energietransitie. Als dit gebeurt, zal de provincie slechts leverancier blijven. Dit moet en kan anders. Samen met studenten (mbo, hbo en wo) en ondernemers kan de gemeente MiddenGroningen het verschil maken. Waar veel van de ondernemers nu voor zichzelf aan de gang gegaan
zijn, biedt het een mogelijkheid samen op te trekken. Dit maakt onze ondernemers sterker en laat ieder in zijn kracht staan. De gemeente Midden-Groningen kan hierbij faciliteren. Onder het motto: ‘Niet praten maar doen’. 3. Publiekssamenvatting De raad wordt voorgesteld om een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren naar het oprichten van een energiehub in de gemeente Midden-Groningen. De voorgestelde Energiehub MiddenGroningen is een centraal platform waar innovatie, kennisuitwisseling en duurzame ontwikkeling samenkomen, met als doel Midden-Groningen te transformeren tot een duurzame en veerkrachtige regio. Samenwerking met externe partijen, zoals het MKB en onderwijsinstellingen is een belangrijk onderdeel van deze energiehub. 4. Bevoegdheid raad Op grond van artikel 147a van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om via een initiatiefvoorstel een opdracht aan het college te geven. De raad kan in een dergelijk initiatiefvoorstel kaders stellen en voorstellen om nieuw beleid te maken. 5. Beoogd effect Het haalbaarheidsonderzoek moet aantonen of het mogelijk is om een energiehub op te richten in de gemeente Midden-Groningen. Een energiehub is een lokale samenwerking tussen meerdere partijen op het gebied van energie. Het biedt een platform voor samenwerking tussen de gemeente, het MKB en onderwijsinstellingen.
Deze samenwerking richt zich met name op het oplossen van netcongestie. De verschillende betrokken partijen kunnen hier bijvoorbeeld nadenken over plannen om hun energieopwek, -opslag, -conversie en -verbruik af te stemmen. Een energiehub draagt dus bij aan de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van MiddenGroningen. Enerzijds gebeurt dit door te richten op duurzame energieoplossingen die niet alleen op korte termijn voordelen bieden, maar ook op lange termijn levensvatbaar en duurzaam zijn. Anderzijds wordt via een energiehub ook gewerkt aan de veerkracht van de gemeenschap door studenten binnen de gemeente een kans te geven om mee te denken over de toekomst van de gemeente en een zogenaamde ‘braindrain’ te voorkomen. 6. Historische context De gemeenteraad heeft in 2019 de duurzaamheidsvisie vastgesteld. Hierin staat onder meer dat in 2030 de CO₂-uitstoot met 55 procent moet zijn teruggebracht. Duurzame elektriciteit levert echter nieuwe problemen, zoals een toename van het gebruik van elektriciteit, waardoor bijvoorbeeld netcongestie kan ontstaan. Gevolg is dat nieuwe zonneparken of bedrijven bijvoorbeeld niet kunnen worden aangesloten op het net. Een energiehub wordt gezien als een belangrijk middel om tot een oplossing van allerlei maatschappelijke vraagstukken op het gebied van energie te komen.
Als het al niet is voor het behalen van de bovenstaande doelstellingen, dan is het wel voor het energievraagstuk van de ondernemers van Midden-Groningen. Daarnaast geeft de gemeente Midden-Groningen ook studenten uit de regio de kans zich te ontplooien en zich te ontwikkelen. Midden-Groningen kan door middel van de energiehub het voortouw nemen in de volgende fase van de energietransitie. Op dit moment wordt er in de gemeente al wel gewerkt aan een innovatiewerkplaats. Deze richt zich echter op allerlei maatschappelijke vraagstukken, en niet specifiek op de energietransitie. Een
energiehub zou zorgen voor een groter platform en bijdragen aan concrete oplossingen. Wel zou uit het onderzoek kunnen blijken dat voor de energiehub dezelfde locatie wordt gekozen als voor de innovatiewerkplaats, aangezien de Hanzehogeschool hier reeds gevestigd is. 7. Argumenten Zoals in het voorgaande genoemd zijn het oplossen van maatschappelijke vraagstukken omtrent energie(transitie), het bieden van kansen voor jongeren en bedrijven en het voorkomen van een ‘braindrain’ belangrijke argumenten voor het oprichten van een energiehub. Verder is betrokkenheid van de gemeente van belang om de regie in Midden-Groningen te houden. De gemeente zou hiervoor een projectcoördinator moeten aanstellen die de dagelijkse leiding van de energiehub op zich neemt, en werkt aan het ontwikkelen en implementeren van projecten, stakeholdermanagement, en het monitoren en rapporteren van de voortgang. Dit zorgt voor meer zeggenschap en hierdoor hebben bedrijven en inwoners van de gemeente er meer profijt van dan wanneer de energiehub elders zou worden opgericht. Het uiteindelijke doel is de energietransitie in de regio te versnellen, terwijl een energiehub tegelijkertijd de lokale economie stimuleert door het creëren van nieuwe banen en kansen. Landelijk zijn er al meerdere vergelijkbare initiatieven die als voorbeeld kunnen dienen.
Ook wordt er vanuit het Rijk gestimuleerd om energiehubs op te tuigen. Zo is er een nationaal programma vanuit het ministerie voor Economische Zaken en Klimaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om meerdere energiehubs op te zetten in het kader van de energietransitie. Enkele voorbeelden van programma’s en projecten waarin energiehubs zijn opgenomen: - Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050); - Integraal programmeren; - Het Landelijk Actieprogramma Netcongestie; - Het Nationaal Programma Werklocaties; - De Ruimtelijke Verkenning voor de inrichting van Nederland in 2050 van het PBL; - Nationaal Plan Energiesysteem; - Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen. 8. Kanttekeningen en risico’s Het gaat om een haalbaarheidsonderzoek. De gemeente is afhankelijk van de medewerking van externe partijen en de beschikbaarheid van subsidies vanuit het rijk. 9. Financiële paragraaf Kosten voor het onderzoek worden ingeschat op €10.000,00. Voorstel is dit eerst uit het raadswerkprogramma te halen. Als na het onderzoek blijkt dat er behoefte is aan een energiehub in Midden-Groningen zullen de kosten gedekt kunnen worden uit allerlei subsidiemogelijkheden die hiervoor beschikbaar zijn, zoals de SDE++, MIA/Vamil: Horizon Europe en verschillende waterstofsubsidies. De financiering van de energiehub moet worden meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek. 10.
Communicatie Dit besluit wordt op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Een energiehub kan niet alleen vanuit de gemeente worden opgericht. Er is samenwerking nodig met verschillende organisaties om een energiehub succesvol te laten zijn. In de totstandkoming van dit initiatiefvoorstel zijn de onderstaande organisaties benaderd om input te leveren:
-
Hanzehogeschool: wil actief participeren; Kwekerij Smit: heeft vooruitlopend op de plannen reeds twee studenten van de Hanzehogeschool betrokken; De Leidinggroothandel; De Ondernemerskring Midden-Groningen: wil ook een bemiddelende rol op zich nemen.
11. Draagvlak en vervolgtraject Als het oprichten van een energiehub haalbaar blijkt, wordt het college verzocht om de raad een plan voor te leggen.
Gertjan Bruins Boer en Burgerpartij
Jan Buurke GemeenteBelangen Midden-Groningen
Esmeralda Smith D66
Raadsbrief
Datum:
9 april 2024
Verzenddatum:
10 april 2024
Behandeld door:
Marco van Dalfsen
Mailadres:
marco.vandalfsen@midden-groningen.nl
Zaak:
1384165
Portefeuillehouder:
Erik Drenth
Onderwerp:
Haalbaarheidsonderzoek energiehub
Geachte leden van de raad,
Op 1 februari jongstleden heeft u unaniem ingestemd met het geamendeerde raadsinitiatiefvoorstel over de zogeheten energiehub. De kern van het voorstel is het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar een zichtbare – niet perse fysieke – constructie waarbinnen ondernemers, studenten en gemeente samenwerken aan energievraagstukken in Midden-Groningen. Wij willen u ervan op de hoogte brengen dat wij - in samenspraak met de raadswerkgroep Duurzaamheid - de navolgende onderzoeksvragen hebben opgesteld: -
Wie zijn de partijen, die kunnen bijdragen aan de samenwerking op het gebied van energievraagstukken en een energiehub in het bijzonder? Wat is de effectiviteit van reeds lopende initiatieven op het gebied van samenwerking, waarbij vaak de Innovatiewerkplaats wordt genoemd? Wat zijn de ervaringen en behoeftes van ondernemers m.b.t. samenwerking met onderwijsinstellingen en hun studenten? En vice versa? Op welke (aanvullende) manieren kan Midden-Groningen de samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs op energievraagstukken intensiveren? Waar bevinden zich de (clusters van) ondernemers/ gebieden waar energievraagstukken zich binnen onze gemeente voor (gaan) doen? Welke subsidiemogelijkheden zijn er voor de beoogde samenwerking en/of het oplossen van energievraagstukken? Wat vinden betrokken partijen de meest effectieve constructie van een samenwerkingsvorm (energiehub) en is men bereid daar in geld of natura aan bij te dragen?
-
Pagina:
2 van 2
Datum:
10 april 2024
Zaak:
1384165
Wat zijn lopende of aanstaande beleidsontwikkelingen, programma’s en/ of projecten waarbinnen de beoogde effecten geborgd kunnen worden?
Middels deze onderzoeksvragen zijn wij van mening dat we het antwoord op de hoofdvraag kunnen vinden: “welke (bestaande) werk en/ of organisatievorm(en) geven invulling aan de wens om een energiehub voor energievraagstukken in te richten, waarbij een goede verbinding tussen ondernemersvraagstukken, onderwijs en overheid het hoofddoel is en waar draagvlak en financiering voor bestaat?” Ons college laat het haalbaarheidsonderzoek door haar eigen ambtelijke organisatie uitvoeren. Zij zullen (vertegenwoordigers van) onderwijsinstellingen en ondernemers consulteren. Wij sturen eropaan om u voor de zomer de eerste resultaten te presenteren, zodat we het haalbaarheidsonderzoek in oktober 2024 kunnen afronden. In de tussentijd zullen we niet nalaten – om in de geest van uw besluit – binnen lopende projecten ad-hoc studenten te koppelen aan ondernemersvraagstukken. We hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen
A. Hoogendoorn Burgemeester
M.H.M. Nieuwenhuijsen-Janssens Gemeentesecretaris
Deze raadsbrief is digitaal vervaardigd en daarom niet ondertekend.
Planvorming ‘Duurzaam ondernemen en circulaire economie’ 27 juni 2024
Inhoud Aanleiding .................................................................................................................................. 3 A2akening ................................................................................................................................. 3 Doelstelling ................................................................................................................................ 3 Beleidsopgave ............................................................................................................................ 4 Visie ........................................................................................................................................... 4 Strategie .................................................................................................................................... 5 Ac@viteiten (2024-2025) ............................................................................................................ 5 Beoogd resultaat ....................................................................................................................... 5
Aanleiding In de Duurzaamheidsvisie van Midden-Groningen is in 2019 beschreven hoe de gemeente rich<ng gee= aan duurzame ontwikkeling. De visie richt zich op zes thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Duurzame samenleving Duurzame energievoorziening Duurzaam landschap en klimaat Duurzaam wonen Duurzaam ondernemen en circulaire economie Duurzame gemeentelijke organisa<e
In de afgelopen jaren is vanuit het Programma Energie en Duurzaamheid hoofdzakelijk gewerkt aan de energietransi<e; aan de programmalijnen ‘ondersteunen energiebesparing bewoners’ en ‘woonwijken van het aardgas af’ (thema’s 1, 2 en 4). Niet alleen omdat dit het grootste maatschappelijke vraagstuk is, maar ook omdat landelijke en regionale trajecten en (incidentele) geldstromen (denk aan de regionale energiestrategie, de transi<evisie warmte en budgeSen ter bestrijding van energiearmoede) het mogelijk maakten om met een beperkte ambtelijke bezeTng ‘meters te maken’. Daarnaast was de aandacht binnen het Programma ook gericht op de eigen bedrijfsvoering (wagenpark, maatschappelijk verantwoorde inkoop), waar in 2020 ook een plan van aanpak voor geschreven is (thema 6). Begin 2022 concludeert de Rekenkamer Midden-Groningen dan ook dat “Midden-Groningen goed op weg is”, maar dat de voortgang op alle duurzaamheidsthema’s niet duidelijk genoeg is. Ze adviseerde de gemeenteraad om het college te vragen om “meetbare doelen” en “planvorming op het gebied van duurzaam ondernemen en circulaire economie” (thema 5). De raad nam dit advies op 3 maart 2022 over.
A7akening Net als ‘duurzaamheid’ zijn ‘duurzaam ondernemen’ en ‘circulaire economie’ ruime begrippen. Wat verstaan we eronder? In de Duurzaamheidsvisie gaat het daarbij vooral over de vraag hoe we bedrijven kunnen helpen om hun gebruik van energie en grondstoffen te verminderen. Hoewel consumenten een belangrijke rol spelen binnen een thema als ‘circulaire economie’ ligt de nadruk in eerste instan<e dus op bedrijven.
Doelstelling Eerste fase (2024-2025) Met dit document komen we - als eerste doelstelling - tegemoet aan de planvorming die de raad vraagt en brengen we het thema met concrete projecten vanuit de gemeente aan de rol. De gemeente hee= beperkte invloed op de bedrijfsvoering van ondernemers. Het is dus belangrijk om een effec<eve rol te vinden. Hoe kunnen we bedrijven het beste bijstaan? Het vinden van dat antwoord is een tweede doelstelling. Tweede fase (2025 en verder) Verderop in dit document leggen we uit dat we hiermee de basis leggen voor het noodzakelijke vervolg: planvorming en meetbare doelen, die we in gezamenlijkheid met ons bedrijfsleven willen gaan opleveren.
Beleidsopgave In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de na<onale en gemeentelijke doelen op onderwerpen die raken aan ons thema ‘duurzaam ondernemen en circulaire economie’.
Landelijke Coali$eakkoord 2021-2025 Klimaatakkoord
Na$onaal Programma Circulaire Economie
MVO Nederland
Na$onale doelen 2030 55% minder CO2-uitstoot t.o.v. 1990. Streven naar 60% 49% minder uitstoot van broeikasgassen t.o.v. 1990, 70% van alle elektriciteit komt uit hernieuwbare bronnen, minimaal 32% van alle opgewekte energie In 2024 worden na$onale circulariteitsdoelen gekwan$ficeerd. Sowieso 60% recycling van stedelijk afval Minimaal 20% van de Nederlandse economie is duurzaam (2025)
2050
95% minder uitstoot van broeikasgassen t.o.v. 1990. Industrie is volledig circulair. Landbouw is volledig klimaatneutraal Volledig circulair; bijna geen afval
Gemeentelijke doelen, 2030 50% minder CO2-uitstoot t.o.v. 1990 bij bedrijven. Aardgasverbruik met 50% afgenomen, 1,5% energiebesparing/ jaar en 25% duurzame energieproduc$e. Gebruik van grond- en hulpstoffen in land- en tuinbouw substan$eel verminderd. Vermindering bedrijfsafval en recycling. Maximaal maatschappelijk verantwoord inkopen.
Uit dit overzicht blijkt dat er meetbare, gemeentelijke doelen zijn voor energie, maar dat deze nog ontbreken voor circulariteit. In de loop van 2024 zullen na<onale circulariteitsdoelen voor 2030 worden vastgesteld; onze gemeente zal in de tweede fase van dit plan met haar bedrijven beoordelen hoe we die kunnen gebruiken.
Visie Geen klimaatbelas<ng meer door bedrijven en een volledige transi<e naar een circulaire economie in 2050 is een enorme opgave. Niet alleen vanwege het lange <jdpad, maar vooral ook door de brede thema<ek, de hoeveelheid aan betrokken bedrijven en de vele manieren waarop gestuurd kan worden. Als het gaat over ondernemen en over de bedrijfsvoering van bedrijven, dan past ons als gemeente bescheidenheid. Het zijn de investeringsbesluiten van bedrijven die maken of beleidsdoelen wel of niet gehaald worden. Zij moeten willen en kunnen verduurzamen. Het zijn de ondernemers die kansen of bedreigingen zien in een nieuwe, circulaire economie. Bovendien zit er bij bedrijven vaak veel meer knowhow dan wij - als overheid - beseffen. Mits wij een regulerende taak - denk aan vergunningverlening, toezicht en handhaving - of een inkopende taak hebben, bepalen wij niets. Maar natuurlijk kunnen wij wel invloed uitoefenen en een verschil maken. Door ons bedrijfsleven, hun diensten en producten, te leren kennen, en hun opvaTngen en rela<e tot duurzaam ondernemen en circulaire economie goed te doorgronden. Pas dan kunnen wij een goede samenwerking aangaan, een goede rol kiezen en desgewenst (bij)sturen.
In aanvulling op regulering kunnen we bijvoorbeeld inspirerende bedrijven of innova<eve bedrijfsvoeringen voor het voetlicht brengen, handelingsperspec<ef aanreiken, samenwerkingen faciliteren, maar ook proberen lokaal markt te creëren. Willen wij met onze plannen invloed uitoefenen, dan is samenwerking met en draagvlak bij de bedrijven onontbeerlijk. En plan – zeker één met meetbare doelen – kan pas effec<ef zijn als die in gezamenlijkheid is opgesteld.
Daarnaast menen wij dat we niet alleen naar bedrijven moeten kijken omdat ze iets met klimaat moeten, maar de diensten en producten van onze bedrijven kunnen juist ook de oplossing vormen. Deze insteek is goed voor ons ondernemersklimaat; het mes snijdt zo aan twee kanten!
Strategie Hoewel de na<onale en gemeentelijke (tussen)doelen nog niet op alle onderdelen zijn uitgekristalliseerd, weten we een ding zeker: ze zijn hoog of zullen hoog zijn. Onze uitdaging, als gemeente, is de meest effec<eve rol te vinden, die ons bedrijfsleven hierbij gaat helpen. Hoe we dat vormgeven? Dat vraagt om een vorm van management die anderen mo<veert en ruimte biedt. Ruimte om mee te definiëren (wat betekent duurzaam ondernemen eigenlijk voor òns? Wat gaat een circulaire economie voor mijn bedrijf betekenen?), de weg ernaar toe te bepalen en ruimte om de samenwerking te structureren. Onze strategie om dit te bereiken is gebaseerd op programma<sch creëren1 en bestaat uit drie componenten: 1. Groeiend draagvlak. Het uitwerken van doelen met een groeiende groep bedrijven. 2. Groeiende inhoud. Verschillende programmalijnen en daarbinnen passende projecten creëren met het bedrijfsleven, die mogen veranderen met voortschrijdend inzicht. 3. Groeiende organisa<e en rolbewustzijn. De uitvoering ligt bij ons bedrijfsleven. De toegevoegde waarde vanuit de gemeente is primair gericht op het bevorderen van samenwerking, het ontwikkelen van mo<va<e en het wegnemen van obstakels.
We verzinnen zelf geen nieuwe projecten, maar zorgen ervoor dat onze bedrijven desgewenst kunnen aanhaken bij landelijke programma’s, (regionale) netwerken, plahorms en zodoende makkelijk kunnen profiteren van geldstromen die daaruit voortkomen. Twee voorbeelden van programma’s waar we de komende jaren meters mee kunnen maken zijn het Programma Verduurzamen Bedrijventerreinen en het Programma Ontzorging Mkb, die in de provincie Groningen worden uitgevoerd door Groningen Werkt Slim: het energieloket voor bedrijven.
Ac?viteiten (2024-2025) Het komende jaar brengen we als gemeente het thema aan de rol met een negental concrete ac<viteiten, deze zijn uiteengezet op de volgende pagina -9. Zoals hiervoor beschreven zijn dat vooral projecten1,2,3,4 waar we met beperkte middelen op kunnen aanhaken. Ook hebben we gekeken naar ac<viteiten5,6 waarmee we kunnen ophalen waar bedrijven behoe=e aan hebben. En hebben we trajecten7,8 benoemd waarbinnen we onze bedrijven kunnen posi<oneren als oplossers.
Beoogd resultaat Los van alle individuele projectresultaten willen we voor de zomer van 2025 met een groep bedrijven een gezamenlijk eerste plan presenteren. Een plan met meetbare doelen, programmalijnen, projecten en wellicht zelfs een organisa<evorm. Van daaruit willen we uitbouwen en als gemeente in een steeds effec<evere rol groeien.
1 Centraal staat het sturen op basis van commitment en verbinding; ‘sturen zonder macht’, het effec$ef beïnvloeden van netwerkpar$jen zonder de formele bevoegdheden om die opdrachten te geven. Daaronder ligt de overtuiging dat mensen pas bereid zijn om het beste van zichzelf te geven als zij zich serieus genomen voelen en innerlijk overtuigd zijn van het belang van de programmadoelen (Jo Bos, Hans Licht en Anne Jece van Loon).
Ac$viteiten 2024-2025 1
Naam Circulaire bedrijventerreinen
2
Zonnepanelen op agrarische daken
3
Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB)
4
Programma Ontzorging Mkb
5
Overige ondersteuning/ structuren inventariseren
6
Consulta$e. Netwerken. Gezamenlijke planvorming o.h.g.v. duurzaam ondernemen
7
Posi$oneren lokaal mkb/ energiebesparing
8
Posi$oneren lokaal Mkb/ circulaire energietransi$e
9
Energiehub overheid, ondernemers, onderwijs
Project/ac-viteit Een project gericht op het voorkomen van afval en het zoeken naar waardevolle toepassingen van reststromen. Hiermee doen we ervaring op met het verbinden van bedrijven op het thema afval- en reststromen (circulariteit). Projectleider Vereniging Circulair Groningen (VCG) voert dit project uit voor meerdere gemeenten. Het project wordt voor 50% gefinancierd vanuit de provincie Groningen en overige subsidies. Een project gericht op het wegnemen van drempels en bedenkingen bij agrariërs m.b.t. het plaatsen van zonnepanelen. Een en ander ook in rela$e tot netconges$e. Projectleider LTO Noord wil dit project voor meerdere gemeenten uitvoeren, maar eerst testen in Midden-Groningen. Het project zal in 2024 voor Midden-Groningen dan ook kosteloos worden uitgevoerd. Een driejarig project gericht op het verduurzamen van bedrijventerreinen. De aanpak hangt af van de wensen van lokale ondernemers en van de situa$e op de terreinen. Hoe pakken we dat het beste aan? Het PVB-programma laat ons hier ervaring mee opdoen. Groningen Werkt Slim (GWS) is de beoogde projectleider en aanjager van het collec$eve adviestraject. Er is Rijksfinanciering voor het gehele traject; cofinanciering vanuit onze zijde maakt dat we dit project kunnen integreren met het uitvoeringsprogramma van de bedrijventerreinenvisie.
Het beoogde resultaat is het aanjagen van een verduurzamingstraject op minimaal 2, maximaal 4 terreinen. Een driejarig project gericht op het ontzorgen van mkb’ers m.b.t. het verduurzamen van hun onderneming, zoals het energiezuiniger maken van bedrijfsprocessen en het verduurzamen van het pand. Las$g, omdat de mkb’er vaak het pand huurt. Groningen Werkt Slim (GWS) is de beoogde projectleider en adviseur van de individuele adviestrajecten. Er is Rijksfinanciering voor het gehele traject; cofinanciering vanuit onze zijde maakt dat we zelf kunnen prioriteren en meer bedrijven kunnen helpen. Beoogde resultaat: $entallen ondernemers geholpen, die slechts 20% bijdragen aan eventuele commerciële advieskosten. Naast bovengenoemde projectondersteuning (vanuit VCG, LTO en GWS), is er meer en andersoor$ge (na$onale en regionale) ondersteuning voor mkb’ers beschikbaar. Deze gaan wij in kaart brengen. Denk daarbij aan GroBusiness, het Koplopersproject en Versnellingshuis Circulaire Economie. Wat kunnen zij voor onze ondernemers en onze plannen betekenen? Hun dienstverlening moeten we hapklaar ontsluiten, zodat we deze in alle contacten met onze ondernemers kunnen communiceren en meegeven. Elke jaar organiseren we per sector (landbouw, industrie, retail, recrea$e en overig mkb) een oploopje om ondernemers te laten delen over waar ze m.b.t.
duurzaamheid en circulariteit vastlopen en wat hun beoogde oplossingsrich$ngen zijn. Wat verwachten zijn van de gemeente en wat kunnen zij voor elkaar betekenen? Wij formuleren ac$es op de signalen en ideeën die ontstaan en werken toe naar het formuleren van gezamenlijke doelen en planvorming. Natuurlijk delen we welke duurzame ondersteuning er beschikbaar is voor ondernemers en informeren we over subsidies, programma’s, maar anderzijds ook over de informa$eplicht energiebesparing en onze handhaving daarop. Idealiter gebruiken we bestaande netwerkstructuren voor de oploopjes. We betrekken onze eigen bedrijvencontackunc$onarissen en externe beleidsmakers en vergunningverleners als de provincie Groningen, Regio GroningenAssen en de Omgevingsdienst bij de organisa$e. Een eigen gemeentelijk traject gericht op het mobiliseren van lokaal mkb m.b.t. energiebesparende producten (leveranciers van warmtepompen, zonnepanelen, isola$e e.d.), zodat we hen kunnen posi$oneren in energiebesparingsaanpakken, waaronder die van Maatregel 29. We gaan ook verkennen of deze ondernemers er open voor staan om – met elkaar – te werken aan lokale marke$ng en productontwikkeling. Een eigen gemeentelijk traject gericht op het mobiliseren van regionaal/ lokaal mkb m.b.t. circulaire producten en diensten, zodat we hen kunnen posi$oneren in de energiebesparingsaanpakken, waaronder die van Maatregel 29.
We gaan ook verkennen of deze ondernemers er open voor staan om – met elkaar – te werken aan lokale marke$ng en aan bijvoorbeeld ketenontwikkeling van biobased isola$ematerialen. Een eigen gemeentelijk traject gericht op het intensiveren van de samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers op het gebied van energievraagstukken en netconges$e in het bijzonder. Het eerste deel van dit traject is het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie: op welke manieren kunnen we effec$ef samenwerken?