27. Schriftelijke vragen VVD - Jacobskruiskruid
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 33 RvO) Datum: 27 juli 2021 Onderwerp: Jacobskruiskruid We zien de bermen langs de wegen weer geel kleuren met het Jacobskruiskruid. Een pioniersplant, die vooral goed gedijt op een schrale grond. Het gemeentelijk maaibeleid is erop gericht om de bermen schraal te houden, om zo de kosten van bermonderhoud te drukken. Tijdens de behandeling van de voorjaarsnota 2018 heeft de VVD, bij monde van Mieke Bos, aandacht gevraagd voor het steeds verder oprukken van het Jacobskruiskruid. Daarin is een inventarisatie van de verspreiding van het Jacobskruiskruid en enkele invasieve exoten (Japanse duizendknoop en grote Bereklauw) in het buitengebied en aanpassing van het maaibeleid om verdere verspreiding te voorkomen gevraagd. Een motie met deze strekking is middels een ruime meerderheid van de Raad aangenomen. Vraag 1. Heeft het college een begin gemaakt met het gevraagde onderzoek? Vraag 2. Heeft het college inmiddels resultaten van dat onderzoek en zo niet, heeft zij een tussenrapportage, die op korte termijn openbaar gemaakt kan worden? Vraag 3. Heeft het college naar aanleiding van deze motie aanpassingen gemaakt in het gemeentelijk maaibeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke en zijn daar intussen resultaten van te presenteren? Vraag 4.
Kan het college toezeggen, dat indien de motie uit 2018 nog niet is uitgevoerd, deze nu wel uitgevoerd wordt? In de gemeente Midden-Groningen worden sommige bermen in het buitengebied gemaaid en geoogst door (hobby)veehouders. Deze veehouders hebben op deze manier extra ruwvoer (hooi), dat zij in de winter aan hun dieren kunnen voeren. Voor de gemeente heeft deze werkwijze het voordeel, dat het een aanzienlijke besparing op het bermonderhoud oplevert. Om deze wijze van bermonderhoud te kunnen (blijven) volhouden is het van zeer groot belang dat deze bermen vrij zijn en blijven van Jacobskruiskruid. In het hooi kunnen dieren deze giftige plant niet herkennen. Daarnaast kan de giftige stof uit Jacobskruiskruid via bijen in honing terecht komen en op den duur schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen. Aangezien het Jacobskruiskruid een pioniersplant is die vooral gedijt op een arme bodem, lijkt voldoende budget (vaker en volledig maaien), in combinatie met goed
opdrachtgeverschap, gericht op het verrijken van de bermen (niet afvoeren van maaisel en na plaggen opnieuw bemesten en inzaaien) essentieel om verdere verspreiding van Jacobskruiskruid te voorkomen. Vraag 5. 5a. Wat doet de gemeente om de bermen vrij van Jacobskruiskruid te houden? 5b. Zijn er in de afgelopen jaren bermen, niet meer voor voederwinning in aanmerking gekomen, door het voorkomen van Jacobskruiskruid, terwijl deze bermen daar zo'n 15 jaar geleden daar nog wel voor in aanmerking kwamen? Vraag 6. Onderschrijft het college de stelling, dat het van het grootste belang voor zowel de gemeente, de betrokken veehouders, als het vee dat dit voer toegediend krijgt, is, dat de gemeentelijke bermen in het buitengebied vrij zijn en blijven van Jacobskruiskruid? Sinds 2005 is er een Convenant van kracht: "Gedragsregels Jacobskruiskruid Groningen". Dit convenant heeft tot doel de verspreiding van het Jacobskruiskruid tegen te gaan, dan wel te beperken. Hoewel de actieradius van het zaad van het Jacobskruiskruid klein is, constateren we een steeds verder gaande verspreiding van deze plant in de provincie Groningen en ook in de gemeente Midden-Groningen. De plant wordt inmiddels in tal van weilanden aangetroffen. Dit convenant is door alle drie de voormalige gemeenten, Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Slochteren medeondertekend.
https://docplayer.nl/22444547-Convenant-gedragsregels-jacobskruiskruidgroningen.html Vraag 7. Is het college bekend met dit convenant? Vraag 8. Is het college, met de VVD-fractie van mening, dat dit convenant in de laatste 16 jaar onvoldoende soelaas heeft geboden tegen de verspreiding van deze plant? Hierbij kan in het midden worden gelaten, of de gedragsregels zelf onvoldoende zijn, of dat de convenant regels door een of meerdere partijen onvoldoende worden nageleefd. Vraag 9. Is het college bekend met de volgende zinsnede uit het convenant: "Mochten de gedragsregels niet het gewenste effect hebben dan zal de provincie alsnog overwegen een verordening in te stellen op grond waarvan de bestrijding kan worden verplicht"? Vraag 10. Is het college bereid op basis van bovenstaande constateringen, - de giftigheid van het Jacobskruiskruid, zowel voor dier als mens, - de steeds verdere verspreiding van deze plant, ondanks de bepalingen in het convenant, - het belang voor de gemeente Midden-Groningen om wegbermen vrij van Jacobskruiskruid te houden,
-
er bij de provincie op aan te dringen gebruik te maken van de in vraag 9 vermelde zinsnede?
Namens de fractie van de VVD Dolf Vink (plv. commissielid) Mieke Bos (fractievoorzitter) Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 33 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie staat op het intranet bij weten en regelen: schriftelijke vragen art. 33