CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

260625-04.1 Bijlage 1 - tussenevaluatie Nationaal Programma Groningen april 2026

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken van burgers en instanties28.878 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

7 alinea's met “uitwisseling”: 40 299 313 319 941 952 1292

Tabel C1: Totaaloverzicht middelden gereserveerd, toegekend en uitgegeven. Peildatum 31 december 2024. (bedragen in miljoenen)

64

BIJLAGE C

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

Ontwikkeling van het programma

• Fase 3: huidige situatie. Dit betreft 251 projecten die door

Op de peildatum 31 december 2024 omvat Nationaal Programma Groningen 327 projecten. Op hoofdlijnen onderscheiden wij een drietal fasen waarin deze portefeuille tot stand is gekomen:

• Fase 1: totstandkoming Nationaal Programma Groningen. Dit betreft 39 projecten die al voorafgaand aan de programmaperiode middelen hebben gekregen. Het gaat met name om leefbaarheids- en versterkingsprojecten onder de speciale (erfgoed, zorg en overig) en provinciale programma’s. Bij deze projecten is niet expliciet inzichtelijk gemaakt hoe ze bijdragen aan de doelen van het programma: deze doelen waren op moment van verstrekking niet bekend.

• Fase 2: opstartfase Nationaal Programma Groningen. Dit betreft 37 projecten die zijn gestart tijdens de opstart van het Nationaal Programma Groningen. Anders dan in fase 1 is er nu documentatie over hoe deze projecten bijdragen aan de doelen van het programma. In fase 2 wordt onderscheid gemaakt tussen de periode vóór en na toetsing aan het programmakader; aanvankelijk werd getoetst aan een voorlopige versie met globale doelstellingen.

Aantal projecten

Toegekende middelen (€ miljoen)

Aandeel in totaal toegewezen

FASE 1: TOTSTANDKOMING TOT MAART 2019

39

109,3

13%

FASE 2A: OPSTART (VOOR TOETSING AAN PROGRAMMAKADER) MAART 2019 TOT DECEMBER 2019

32

68,6

8%

FASE 2B: OPSTART (NA TOETSING AAN PROGRAMMAKADER) DECEMBER 2019 TOT JUNI 2020

5

74,2

8%

FASE 3: HUIDIGE SITUATIE JUNI 2020 TOT 31 DECEMBER 2024

251

623

71%

TOTAAL

327

874,8

100%

de onafhankelijke beoordelingscommissie getoetst zijn aan het programmakader. De projectdocumentatie (aanvragen, projectplannen en eindverslagen) van projecten uit fasen 1 en 2 is over het algemeen minder specifiek geënt op het programmakader dan die van projecten uit fase 3. In veel gevallen ontbreekt specifieke informatie over beoogde effecten of cofinanciering en voor een aantal projecten ontbreekt een eindverslag. In projectaanvragen moeten indieners van projecten aangeven hoe de aangevraagde middelen worden verdeeld over een bijdrage aan de vier ambities: Economie, Leefbaarheid, Werken & Leren en Natuur & Klimaat. In elke aanvraag verdeeld de aanvrager 100 punten over deze 4 ambities, zodat inzichtelijk wordt in welke mate een project op de afzonderlijke ambities een effect verwacht. Omdat in de projectdocumentatie uit fasen 1 en 2 (delen van) deze informatie ontbreekt, is het vaak lastiger om vast te stellen welke effecten indieners verwachten op de ambities van het programma. Momenteel valt 71% van de portefeuille onder fase 3, waarvan de beoogde effecten goed inzichtelijk zijn. Het overzicht van het aantal projecten en de toegekende middelen naar fase staat weergeven in tabel C2.

Tabel C2: Overzicht projecten per fase

65

BIJLAGE C

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

Uitvoering huidige projectenportefeuille Status van de projecten in de portefeuille Voor deze analyse is eerst gekeken naar de fase van uitvoering waarin goedgekeurde projecten zich op 31-12-2024 bevinden (voorbereidend, realisatie of afgerond). We kijken naar de omvang van toegekende middelen aan deze projecten. In figuur C1 is per fase en per type programma in beeld gebracht hoeveel middelen aan de projecten in de betreffende fase zijn toegekend. De meeste middelen van Nationaal Programma Groningen zijn toegekend aan projecten die zich op 31-12-2024 bevinden in de realisatiefase (51%) of voorbereidende fase (24%). De toegekende middelen aan projecten die op 31-12-2024 zijn afgerond, betreffen met name projecten uit de speciale programma’s, omdat deze projecten eerder zijn gestart. Voor 37 projecten is de fase op basis van de projectadministratie onduidelijk. €250

€200

€150

€100

€50

€0

x miljoen Lokale Programma’s Voorbereidende fase

Provinciaal Programma Realisatiefase

Speciale Programma's

Afgerond

Figuur C1: Middelen per programma, naar projectfase

Binnen de lokale programma’s zien we een wisselend beeld tussen dat de mate waarin de middelen toegekend zijn aan voorbereidende of afgeronde projecten. Wel zitten de meeste middelen in in de realisatiefase. Dit geldt ook voor de projec-

66

BIJLAGE C

ten binnen het Toukomstprogramma. Veel middelen die zijn toegekend binnen het provinciale programma is aan projecten die nog in de voorbereidende fase zitten. Dat betekent dat de uitgaven en effecten van deze projecten ook in een later stadium verwacht kunnen worden.

Doorlooptijd van de projecten Bij het opnemen van een project binnen Nationaal Programma Groningen wordt indieners gevraagd naar een inschatting van een einddatum van het project in kwestie. De doorlooptijd van projecten binnen Nationaal Programma Groningen varieert sterk, afhankelijk van de omvang en de beoogde impact. In sommige gevallen verschuift de geplande einddatum van een project. De meeste projecten ondervinden vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke verwachte planning. Eind 2024 is een gemiddelde verwachte vertraging van 50 weken geconstateerd. Vertragingen variëren per programma, waarbij lokale programma’s de grootste uitloop kennen, zie figuur C2. Het provinciale programma en het Toukomstprogramma vertonen een relatief kortere uitloop in doorlooptijd, terwijl speciale programma’s gemiddeld hebben ingelopen. Projecten met interventies gericht op verbetering van de fysieke leefomgeving kennen de grootste vertraging, gemiddeld 69 weken, wat vanwege de grote vertegenwoordiging zwaar weegt in de projectenportefeuille als geheel. De langere doorlooptijd van projecten heeft als gevolg dat de uitgaven binnen Nationaal Programma Groningen achterblijven op de verwachte uitgaven. Omdat actviteiten later worden uitgevoerd, worden middelen ook later besteed.

Dit wordt versterkt doordat uitgaven binnen projecten zich, zoals gebruikelijk in dit soort programma’s, vaak concenteren in het latere stadium van een project.

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

door minder goed zicht op de beoogde effecten, verdeling van middelen over ambities, uitgaven en opvolging. Binnen de afgeronde projecten, waar wel zicht is op de beoogde effecten, werd er het meest gericht op de ambitie Leefbaarheid. Voor de afgeronde projecten geldt dat volgens de projectadministratie niet alle toegekende middelen zijn uitgegeven. In totaal is in de afgeronde projecten 71% van de toegekende middelen (circa 142 miljoen) daadwerkelijk uitgegeven. –22

0

22

44

66

Lokale programma's

Provinciaal programma

Toukomst

Speciale programma's (excl. Toukomst)

88

Figuur C2: Gemiddeld aantal weken vertraging in doorlooptijd van projecten per programma

Afgeronde projecten Op de peildatum, 31 december 2024, zijn 97 projecten binnen Nationaal Programma Groningen afgerond. Een behoorlijk aandeel van de afgeronde projecten is totstand gekomen in de eerste fase, waarvan de projectdocumentatie minder specifiek geënt op het programmakader was en soms geen (volledige) eindverslagen zijn. Voor deze projecten is er daar-

Voor een groot deel (60%) van de afgeronde projecten is niet bekend hoe en of er opvolging van de projecten is. Dit volgt uit het feit dat er geen (volledige) projectdocumentatie is waar dit specifiek in in opgenomen. Van de overige afgeronde projecten is bekend dat het overgrote deel geen vervolg krijgt binnen of buiten Nationaal Programma Groningen. Van de afgeronde projecten is van 6 projecten bekend dat deze opvolging krijgt buiten Nationaal Programma Groningen. Eén project gaat verder als onderdeel van een ander programma en 2 projecten gaan verder als zelfstandig project binnen Nationaal Programma Groningen.

Verdeling van middelen over de vier ambities Nationaal Programma Groningen werkt aan vier ambities: Economie, Leefbaarheid, Werken & Leren en Natuur & Klimaat. Door de verdeling van punten over de ambities in de aanvragen te volgen wordt er inzichtelijk hoe middelen over de ambities verdeeld zijn. Bij de projectaanvragen van projecten die voor aanvang van de programmaperiode al middelen hadden gekregen, evenals een aantal speciale programma’s, ontbreekt deze verdeling. Naast toegekende middelen uit Nationaal Programma Groningen, hebben de meeste projecten ook (een verwachte) cofinanciering vanuit

3

67

BIJLAGE C

een andere bron opgenomen in de projectaanvraag. Door de toegekende middelen en de verwachte cofinanciering bij elkaar op te tellen is inzichtelijk wat de totale omvang van projecten is. Wanneer we deze totale omvang verdelen over de ambities zoals projectaanvragers zelf hebben opgegeven, krijgen we de totale omvang van projecten per ambitie. Dit staat weergegeven in figuur C3.3 Vanuit de toegekende punten door initiatiefnemers is de ambitie Leefbaarheid, met een aandeel van 40% in het

De totale omvang van de projectenportefeuille is groter, omdat sommige middelen niet over de ambities zijn verdeeld in de aanvragen.

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

€450

dan qua punten. Dit geldt minder voor Natuur & Klimaat, waardoor deze ambitie vanuit programmamiddelen het minst wordt bediend.

€400 €350 €300 €250 €200 €150 €100 €50 €0

x miljoen

Economie

Leefbaarheid

Werken en Leren Natuur en Klimaat

Totaal aan toegekende middelen naar rato

Totaal aan cofinanciering naar rato

Figuur C3: Totale omvang projecten (toegekende middelen plus cofinanciering) per ambitie

totaal aantal toegekende punten, het meest bediend. Dit is met name vanuit de Lokale Programma’s, waar de andere ambities meer vanuit het provinciale programma worden bediend. Het valt op dat projecten die zich in meerdere mate op Economie richten vaak groter van omvang zijn. Daardoor wordt deze ambitie qua middelen relatief meer bedient

Ondanks dat projecten inzetten op meerdere ambities is een deel van de projecten primair gericht op één van de vier programmatische ambities. Dat wil zeggen dat er 40 of meer punten aan die ambitie zijn toegekend. Binnen Leefbaarheid is ongeveer de helft van de projecten ook daadwerkelijk grotendeels gericht op Leefbaarheid. Binnen Economie is echter maar 1 op de vijf projecten een project met een primaire focus op de ambitie. Bij de verwachte cofinanciering per ambitie valt op dat projecten binnen de ambitie Economie de meeste cofinanciering aantrekken en bij de ambitie Werken en Leren het minste. Als gevolg van cofinanciering is de ambitie Economie qua totale omvang in middelen dan ook het grootst. Natuur & Klimaat maakt met de cofinanciering naar rato ook een inhaalslag wanneer het gaat om totale projectomvang. Meer over de opbouw van verwachte cofinanciering wordt hieronder toegelicht.

Verwachte cofinanciering Projecten kennen naast een bijdrage uit Nationaal Programma Groningen vaak ook investeringen vanuit andere partijen. In het programmakader is benoemd dat voor de totale projectenportefeuille binnen het Provinciaal programma minstens 50% van de geaggregeerde omvang aan cofinanciering gerealiseerd moet zijn. Er is geen eis op projectniveau Voor projecten binnen de Lokale programma’s is hier geen expliciete afspraak over gemaakt en speciale programma’s hebben veelal per programma specifieke afspraken gemaakt.

4

68

BIJLAGE C

Hieronder (Tabel C3) is per programma de verwachte multiplier, het aandeel projecten dat cofinanciering verwacht en de verwachte bron van cofinanciering inzichtelijk gemaakt. Vanwege de manier van documenteren4 is er geen uitspraak te doen over de omvang van de bron van cofinanciering. Pas ná afronding is het daadwerkelijk gerealiseerde bedrag aan cofinanciering te bepalen. Tot slot kan het voorkomen dat het bedrag uit cofinanciering gedeeltelijk komt uit Nationaal Programma Groningen zelf.

In veel projectaanvragen is de verdeling van cofinanciering over betrokken partijen nog niet inzichtelijk

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

Multiplier

Aandeel met cofinanciering

Aandeel met private cofinanciering

Aandeel met cofinanciering semipublieke partij

LOKALE PROGRAMMA’S

1,8

GEMEENTE EEMSDELTA  

1,8

41%

16%

31%

GEMEENTE GRONINGEN  

1,5

61%

4%

50%

GEMEENTE HET HOGELAND  

3,2

72%

17%

44%

GEMEENTE MIDDEN-GRONINGEN

1,3

45%

12%

27%

GEMEENTE OLDAMBT  

2,0

56%

31%

56%

GEMEENTE WESTERKWARTIER  

1,8

100%

100%

100%

PROVINCIAAL PROGRAMMA

2,6

80%

40%

63%

TOUKOMST

1,3

64%

34%

38%

SPECIALE PROGRAMMA’S  

1,0

–

–

–

TOTAAL

2,0

TOTAAL (EXCL. OVERIGE SPECIALE PROGRAMMA’S)

2,2

Tabel C3: Overzicht verwachte gerealiseerde cofinanciering per programma ten tijde van peildatum 31-12-2024

69

BIJLAGE C

Het provinciale programma kent de hoogste mate van cofinanciering, met een multiplier van 2,6. Bij 80% van de projecten in het provinciale programma is sprake van cofinanciering. De 10 projecten binnen dit programma met de hoogste cofinanciering zijn samen al goed voor bijna €450 miljoen euro aan cofinanciering. Dit betreffen enkele projecten binnen industrie, mobiliteit, maar ook het provinciale uitvoeringsprogramma gezondheid en energie. Ondanks het ontbreken van een expliciete eis, realiseren ook lokale programma’s cofinanciering, met een gemiddelde multiplier van 1,8. Projecten binnen Nationaal Programma Groningen verwachten vaker cofinanciering vanuit (semi-)publieke partijen dan vanuit private partijen (respectievelijk 45% en 25%). Dit zegt niets over de bedragen die verworven zijn uit deze bronnen van cofinanciering. Daarnaast vindt cofinanciering het vaakst plaats vanuit de regio. Over het geheel vindt de meeste ­cofinanciering plaats vanuit regionale partijen. Minder dan 1 op de 5 projecten verwacht cofinanciering van buiten de regio. Het aandeel projecten dat wel cofinanciering ontvangt van buiten de regio is het hoogst voor het provinciale programma (33%).

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

Bijlage D  ormenkader N 5 OKTOBER 2020 Inleiding Bij evaluatie en monitoring hoort een normenkader, waarin de manier van beoordeling van beleid beschreven wordt. In dit document wordt het normenkader gepresenteerd. Doel van het normenkader is tweeledig: 1. Beoordelen: het normenkader fungeert als meetlat waarlangs Nationaal Programma Groningen geëvalueerd wordt; 2. Signaleren en bijsturen: het normenkader geeft handvatten om naar aanleiding van de jaarlijkse monitoring aandachtspunten te signaleren om waar nodig zo vroeg mogelijk bij te kunnen sturen. Nationaal Programma Groningen wordt aan de hand van drie normen beoordeeld: doelmatigheid, doeltreffendheid en de impact van het programma. Doelmatigheid (efficiency) is de

verhouding tussen de input en output van beleid. Dit betekent dat gekeken wordt naar de geïnvesteerde tijd, middelen en capaciteit en de daarmee gerealiseerde prestaties. Doeltreffendheid (effectiviteit) is de mate waarin de vooraf gestelde doelen van beleid als gevolg van de prestaties van het beleid gerealiseerd worden. Dit betekent dat we niet alleen kijken of de doelen behaald zijn (doelbereik), maar ook naar de bijdrage van het beleid aan het bereiken van de doelen. Beleidsdoelen kunnen immers ook (niet) bereikt worden door externe ontwikkelingen en factoren. Impact is de uiteindelijk bereikte verandering in de maatschappij als gevolg van beleid. Deze verandering is, naast de doeltreffendheid van beleid, opnieuw afhankelijk van externe ontwikkelingen. Bovendien is de perceptie van betrokkenen en inwoners hierbij van groot belang.

Normenkader Hieronder zijn de normen verder uitgewerkt. Voor de uitwerking van de normen is het programmakader als leidraad gebruikt. Per norm is aangegeven waar deze haar ‘bron’ vindt in het programmakader. Een aantal normen is niet expliciet terug te leiden tot het programmakader. Deze normen zijn toegevoegd door het consortium omdat wij van mening zijn dat een doelmatig, doeltreffend en impact-

70

BIJLAGE D

vol programma ook aan deze normen dient te voldoen. Tot slot is per norm aangegeven of deze ook deel uitmaakt van de scope van de jaarlijkse monitorings- en evaluatiecyclus. Hierbij moet vermeld worden dat in de periodieke evaluaties Nationaal Programma Groningen langs alle normen zal worden gelegd. Jaarlijks is dit niet voor alle normen haalbaar.

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

→

71

BIJLAGE D

Nationaal Programma Groningen wordt als doelmatig beoordeeld wanneer de projecten die door Nationaal Programma Groningen ondersteund worden leiden tot resultaten die in verhouding staan tot de middelen die geïnvesteerd zijn. Dit wordt getoetst aan de hand van een aantal normen. Nationaal Programma Groningen is doelmatig als:

Nr.

Norm (doelmatigheid)

Bron programmakader

Toevoeging consortium

Jaarlijks of periodiek?

1

Programmadoelen op logische wijze zijn vertaald in projectdoelen

N.v.t.

Ja

Jaarlijks

2

Inwoners uit de aardbevingsgemeenten een aantoonbare rol gespeeld hebben bij het opstellen van lokale programmaplannen in hun gemeente

Participatie (randvoorwaarde)

Jaarlijks

3

Inwoners, gemeenten, bedrijven en organisaties actief betrokken zijn bij het maken van het thematische programmaplan

Participatie (randvoorwaarde)

Jaarlijks

4

Projectaanvragen uit lokale programma’s voldoende betrokkenheid en gedragenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen uit de betreffende gemeente kennen

Participatie (randvoorwaarde)

Jaarlijks

5

Uitvoering van projecten uit lokale programma’s voldoende betrokkenheid en gedragenheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen uit de betreffende gemeente kent

Participatie (randvoorwaarde)

Periodiek

6

Projecten zich richten op meerdere ambities uit het programmakader

Integraliteit (randvoorwaarde)

Jaarlijks

7

De projectenportefeuille en de toegekende programmamiddelen voldoende verdeeld zijn onder de vier ambities uit het programmakader

Integraliteit (randvoorwaarde)

8

Geïnvesteerde Nationaal Programma Groningen-middelen en beoogde projectresultaten in gewenste verhouding tot elkaar staan

Proportionaliteit (randvoorwaarde)

Jaarlijks

9

Geïnvesteerde Nationaal Programma Groningen-middelen en gerealiseerde projectresultaten in gewenste verhouding tot elkaar staan

Proportionaliteit (randvoorwaarde)

Periodiek

10

Er sprake is van synergie tussen de verschillende programma’s en de onderliggende projecten van Nationaal Programma Groningen

Samenhang (randvoorwaarde)

Jaarlijks

11

Er is voldoende afstemming en uitwisseling tussen de verschillende onderdelen plaatsvindt, waarbij zoveel mogelijk samenwerking en leereffecten tussen de verschillende overheidslagen gerealiseerd zijn

Samenhang (randvoorwaarde)

Periodiek

12

Projecten na afronding een doorlopend effect realiseren

Toekomstbestendigheid (randvoorwaarde)

Periodiek

13

Best practices en faalfactoren actief gedeeld worden en best practices worden opgeschaald (lerend effect)

N.v.t.

14

Projecten uit het thematische programma ten minste 50% van de totale begroting aan cofinanciering gerealiseerd hebben

Cofinanciering (randvoorwaarde)

Ja

Ja

Periodiek

Periodiek Jaarlijks

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

→

Norm (doelmatigheid)

Bron programmakader

15

De provincie en gemeenten op de indicator(en) per programma-ambitie beter presteren dan de gemiddelde ontwikkeling in de vastgestelde referentiegebieden

Ambities

Jaarlijks

16

De projecten voor de ambitie economie een positief effect hebben op de Bruto Toegevoegde Waarde en dat hierdoor deze indicator in Groningen beter Ambities gepresteerd wordt dan het landelijk gemiddelde

Periodiek

17

De projecten voor de ambitie natuur en klimaat een positief effect hebben op de Living Planet Index en dat hierdoor op deze indicator in Groningen beter gepresteerd wordt dan het landelijk gemiddelde

Ambities

Periodiek

18

De projecten voor de ambitie leefbaarheid in de gemeenten uit het aardbevingsgebied leiden tot betere prestaties op de Leefbarometer dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegroepen

Ambities

Periodiek

19

De projecten voor de ambitie werken en leren in de gemeenten uit het aardbevingsgebied leiden tot betere prestaties op de netto-participatiegraad, Ambities het gemiddeld besteedbaar inkomen en de uitstroom per opleiding dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegroepen

Periodiek

20

Projecten geen negatieve neveneffecten hebben op ambities uit het programmakader waarop deze projecten niet gericht zijn

Integraliteit (randvoorwaarde)

Periodiek

21

Er sprake is van synergie tussen de verschillende programma’s en resultaten van projecten van Nationaal Programma Groningen

Samenhang (randvoorwaarde)

Periodiek

Nr.

72

BIJLAGE D

Nationaal Programma Groningen wordt als doeltreffend beoordeeld wanneer de projecten die door Nationaal Programma Groningen ondersteund worden resultaten genereren die positieve effecten hebben op de vooraf gestelde ambities uit het programmakader en de indicatoren die hieronder hangen. Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen, waarbij Nationaal Programma Groningen doeltreffend is als: Toevoeging consortium

Jaarlijks of periodiek?

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

→

Nationaal Programma Groningen heeft voldoende impact wanneer het leidt tot een feitelijke verbetering van de Brede Welvaart en het imago van Groningen en wanneer relevante partijen een verbetering van de Brede Welvaart en het imago ervaren. Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen, waarbij Nationaal Programma Groningen voldoende impact heeft als: Norm (doelmatigheid)

Bron programmakader

22

Binnen de provincie en gemeenten een verbetering van de Brede Welvaart wordt gerealiseerd

Ambities

Jaarlijks

23

De inwoners van Groningen een positieve ontwikkeling van de Brede Welvaart Ambities ervaren

Periodiek

24

De eventuele verbetering van de Brede Welvaart is toe te schrijven aan de inzet vanuit Nationaal Programma Groningen

Ambities

Periodiek

25

Binnen de provincie en gemeenten een verbetering van het imago van Groningen wordt gerealiseerd

Ambities

Jaarlijks

26

Inwoners van Groningen, bedrijven van binnen en buiten de provincie en bezoekers van de provincie een verbetering van het imago ervaren

Ambities

Periodiek

27

De eventuele verbetering van het imago toe te schrijven is aan de inzet vanuit Nationaal Programma Groningen

Ambities

Periodiek

28

Het vertrouwen van inwoners van Groningen in de toekomst is toegenomen

N.v.t.

Ja

Periodiek

29

De eventuele verbetering van het vertrouwen is toe te schrijven aan de inzet vanuit Nationaal Programma Groningen

N.v.t.

Ja

Periodiek

Nr.

Dit normenkader fungeert als uitgangspunt voor de monitoring en evaluatie van Nationaal Programma Groningen. Bij materiële wijzigingen in de aard of opbouw van Nationaal Programma Groningen, zal het consortium samen met het

73

BIJLAGE D

Toevoeging consortium

Jaarlijks of periodiek?

programmabureau beoordelen of het normenkader gewijzigd dient te worden. Naar aanleiding van de oplevering van het Toekomstvisie 2040 zal in ieder geval een herbeoordeling van het normenkader plaatsvinden.

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

Colofon © 2026

ONDERZOEK EN TEKST KplusV Sociaal Planbureau Groningen Aletta Advies

ONTWERP Peter Boersma

74

T U SSE N EVA LUAT I E NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17057243/1