CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

260507NB-65 Nieuwsbrief 26-3 - gemeenteraadsverkiezing in juridisch perspectief

Raadsvergadering 7 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Nieuwsbrieven1.187 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Olaf Schuwer <email@olafschuwer.nl> Verzonden: zondag 1 maart 2026 14:19 Aan: Olaf Schuwer <email@olafschuwer.nl> Onderwerp: Nieuwsbrief 2026/3: gemeenteraadsverkiezing in juridisch perspectief Goedemiddag! Elke eerste zondag van de maand gaat deze Nieuwsbrief naar een groot aantal griffiers, adjunctgriffiers en andere medewerkenden in en om raadsgriffies. Doelstelling is om “iets juridisch” dat mij afgelopen maand het meest is opgevallen met de lezers te delen, en er waar mogelijk leermomenten uit te halen. Dit alles om zoveel mogelijk gemeenteraden support te bieden bij het juridisch optimaliseren van hun besluitvormingsprocessen en andere werkzaamheden. Thema voor deze Nieuwsbrief is: gemeenteraadsverkiezing in juridisch perspectief. Grondrecht geactiveerd Nog 17 nachtjes slapen en dan doet artikel 4 Grondwet zijn werk: op 18 maart wordt het actief en passief kiesrecht op lokaal niveau geactiveerd. De Kieswet wordt die dag (on)bewust by far het meest toegepast in en voor Nederlandse gemeenten. Op die dag stelt de kiezer de gemeenteraad van zijn woonplaats samen met het uitbrengen van zijn stem. Het laat in de avond vieren dan wel betreuren van de uitslagen doen we met een dikke slag om de arm. Immers de definitieve uitslag wordt pas 8 dagen later vastgesteld, namelijk op 26 maart. Tussen 18 en 26 maart worden vanuit politieke partijen hertellingen aangevraagd.

“Niet omdat het kan maar omdat het mag.” Om onnodig gedoe te voorkomen worden dergelijke verzoeken niet zelden gehonoreerd. Roept de vraag op: bestaat het recht op hertelling eigenlijk wel? Nieuwe opneming van de stembiljetten: hoe dan? Het antwoord op deze vraag luidt: nee! Niemand in dit land heeft het recht op het doen van een aanvraag om hertelling. Dat kort na de verkiezingsdag (steeds meer) hertellingen plaatsvinden is een niet te ontkennen realiteit. Om louter politieke redenen wordt hiertoe overgegaan. Met een soort van besluit van het Centraal stembureau. Dit bureau noch zijn voorzitter is hiertoe bevoegd. Sprake is dus van een gepretendeerde bevoegdheid. Staatsrechtelijk is bij uitsluiting de gemeenteraad bevoegd, zo lezen wij in artikel V4a lid 1 Kieswet. Het raadsbesluit om (zoals dat zo mooi heet) tot een nieuwe opneming van de stembiljetten over te gaan wordt genomen in dezelfde raadsvergadering als die waarin de raad beslist over de toelating tot de raad van de tot raadslid benoemde inwoners. Die toelating wordt vervolgens op een zijspoor gezet in afwachting van de hertelling.

Zo zou het moeten gaan eind deze maand! Dat dit tot gevolg heeft dat de be?diging van de nieuwgekozen raadsleden niet op 1 april kan plaatsvinden is geen grap maar een staatsrechtelijk feit. Meer niet. De ‘oude’ raad blijft gewoon aan om op een later moment het besluit tot toelating te nemen. En ondertussen draait de wereld gewoon door. Het geloofsbrievenonderzoek In artikel V4 lid 1 Kieswet staat dat de geloofsbrieven worden onderzocht door het vertegenwoordigend orgaan. Oftewel door de gemeenteraad. Dat de raad uit zijn midden een commissie onderzoek geloofsbrieven kan instellen is mooi, maar niet verplicht. De indruk bestaat dat menigeen ervan uitgaat dat die commissie bij wet verplicht is. Nou, niet dus. Dat betekent dat de raad er zijn eigen draai en invulling aan kan geven. Dus ook kan bepalen wanneer dat onderzoek plaatsvindt. Voor een effici?nt en vlot verlopende toelatingsraadsvergadering is het aan te bevelen dat de commissie onderzoek geloofsbrieven haar werk verricht voorafgaand aan de raadsvergadering. In alle rust, met de adviserende griffier aan haar zijde. Het onderzoek is beperkt van omvang. Allereerst moet worden nagegaan of wordt voldaan aan de eisen die artikel 10 Gemeentewet aan het raadslid stelt. Belangrijkste daarvan zijn de minimumleeftijd van 18 jaar en ingezetene zijn van de gemeente.

Daarnaast moet de commissie een blik op artikel 13 lid 1 Gemeentewet werpen: is er sprake van een onverenigbare betrekking? Verder dan dit reikt het onderzoek niet. Dus nevenfuncties die niet in artikel 13 lid 1 Gemeentewet worden genoemd maar wel op het CV van betrokkene staan kunnen probleemloos worden uitgeoefend in combinatie met het raadslidmaatschap. Mits het raadslid er maar voor zorgt dat geen schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Maar dat is pas relevant nadat het raadslidmaatschap eenmaal is begonnen. Er bestaan geen gewenste en ongewenste nevenfuncties. De raad gaat niet over de nevenfuncties van het raadslid. Het rechtmatigheidsbesluit als niet bestaande kers op de taart Op onverklaarbare wijze heeft in gemeenteland een aantal jaren geleden de mening postgevat dat de raad in de toelatingsvergadering ook het besluit moet nemen dat de verkiezingen rechtmatig zijn verlopen. “Want dat moet volgens de Kieswet”. Als dat volgens de Kieswet moet, zal in die wet een bepaling van die strekking moeten staan. Neem de proef op de som en doe het kunstje met ‘Control F’. Resultaat zal zijn dat u geen zoekresultaat op het scherm krijgt. De simpele waarheid is dat er geen bepaling van die strekking in de Kieswet staat.

Wat er wel staat (artikel V4 lid 1) is dat de raad de geschillen beslist welke met betrekking tot de geloofsbrief of de verkiezing zelf rijzen. Dus alleen als er een geschil is over hetzij een geloofsbrief hetzij de verkiezing zelf, moet de raad hierin een besluit nemen. Dat besluit moet een oplossing voor het geschil in zich dragen, en hoeft niets te bevatten over al dan niet rechtmatig zijn van de verkiezingen. 1 april: de dag van de be?diging Op deze dag draait alles om een correcte toepassing van artikel 14 Gemeentewet al dan niet in combinatie met de artikelen 1 en 3 Wet vorm van de eed. Artikel 14 Gemeentewet bevat de tekst van de af te leggen eed dan wel verklaring en belofte. Deze dient letterlijk te worden genomen en uitgesproken. De keuze is reuze: het raadslid kan Nederlands- dan wel Friestalig door de wasstraat van de be?diging. Het ligt op de weg van de voorzitter om de tekst hetzij Nederlandstalig hetzij in het Fries uit te spreken. Ook al is de voorzitter de Nederlandse dan wel Friese taal niet machtig. Bij het uitspreken van de eed geldt de Wet vorm van de eed. Leuk weetje is dat deze wet na artikel 3 stopt en dat het ding dateert van 24 augustus 1911. Hoe compact kan een wet zijn! Het heeft al die jaren aan belang niet ingeboet. Wee je gebeente als je het verkeerde handgebaar maakt bij de be?diging.

Dat heeft tot gevolg dat de eed niet op rechtmatige wijze is afgelegd en dat een herkansing op zijn plaats is. Heel moeilijk is het niet om je houden aan de vereisten van de Wet vorm van de eed: het raadslid moet de voorste twee vingers van de rechterhand opsteken bij het uitspreken van de tekst van de eed zoals vermeld in artikel 14 Gemeentewet. Aldus artikel 1 van de wet. Artikel 3 geeft de oplossing voor het geval een lichaams- of spraakgebrek in de weg staat aan het volgens artikel 1 afleggen van de eed. In dat geval is het de bedoeling dat een alternatief in praktijk wordt gebracht die het dichtst staat bij het vormvoorschrift van artikel 1. Zo kan bijvoorbeeld de werknemer van de houtzagerij twee van de resterende vingers omhoogsteken. Met vriendelijke groet Schuwer Opleiding & Advies Olaf Schuwer www.schuweradvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16657701/1