CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

211210 Memo aan gemeenteraden

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Regiovisie Jeugdhulp Groningen3.688 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

Memo Betreft: Concept-regiovisie jeugdhulp Datum: 10 december 2021 Van:

Accare, Ambiq, Elker, Molendrift, Jonx (onderdeel van Lentis), Cosis, Cedin, Bureau Lagro/Zorgkracht12

Aan:

Gemeenteraden Groninger gemeenten

Constateringen, zorgen en voorstellen vanuit aanbieders

Inleiding Binnenkort ligt de Regiovisie Jeugdhulp Regio Groningen voor bij uw gemeenteraad. Alle gemeenteraden uit de provincie Groningen besluiten hierover eind 2021 of begin 2022. De regiovisie is ter consultatie voorgelegd aan onder andere de ondergetekende jeugdhulpaanbieders. Hun individuele reacties zijn bijgevoegd als bijlage 1. Gezien de ernst van onze zorgen over de beweging die in de concept-regiovisie wordt gemaakt, wenden we ons in dit memo ook gezamenlijk als aanbieders tot u. Het is namelijk belangrijk om te onderkennen waarvoor de gemeenteraad groen licht geeft wanneer de raad instemt met de regiovisie. Huidige situatie In de regiovisie wordt op meerdere plekken de huidige situatie beschreven. Veel aandacht is er daarbij voor de inkoop, kort samengevat: het grootste deel van de jeugdhulp wordt nu regionaal ingekocht via de RIGG (Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten). Dat gebeurt via een zogeheten ‘open house’ overeenkomst. Dit houdt in dat alle aanbieders die aan minimumeisen voldoen een contract krijgen en jeugdhulp mogen leveren. De cliënt kiest samen met de verwijzer welke aanbieder ingezet wordt. Voordeel van regionale, bovengemeentelijke organisatie en inkoop van jeugdhulp is dat er een dekkend, samenhangend jeugdzorglandschap is voor de hele provincie.

Dat is belangrijk voor gemeenten, verwijzers, jeugdhulpaanbieders (die vaak gemeente-overstijgend werken) en vooral jeugdigen. Ook jeugdigen die met meerdere gemeenten te maken hebben (bijvoorbeeld bij echtscheiding: vader woont in een andere gemeente dan moeder of het kind gaat in een andere gemeente naar school dan waar het woont). De Groninger gemeenten ondervinden als nadeel van de huidige situatie dat via de ‘open house’ sprake is van heel veel aanbieders. Vooral in de lichte basishulp is het aantal aanbieders groot. De gemeenten ervaren te weinig mogelijkheden om lokaal te sturen, onder andere op kosten.

Pagina 1 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

Onze reactie hierop Wij herkennen de beweegredenen om tot een aanpassing in het zorgstelsel te komen. De stijgende kosten voor de jeugdhulp in totaliteit én in de regio Groningen zijn bekend. Ook signaleren we dat het belangrijk is stil te staan bij de afbakening van jeugdhulp en daarin keuzes te maken. En we vinden met de gemeenten dat het aantal zorgaanbieders veel te groot is. We hebben echter grote zorgen over de weg die de regio nu bewandelt door te kiezen voor een hybride inkoopmodel. In deze notitie lichten we vanuit het perspectief van een aantal aanbieders (groot en klein) die werkzaam zijn in de regio toe welke zorgen we hebben over de regiovisie. Die zorgen hebben te maken met de consequenties voor jeugdigen en gezinnen door de inhoud van de plannen, maar ook met de manier waarop deze tot stand zijn gekomen, het proces voorafgaand aan de concept-regiovisie. Voordat we inhoud en proces toelichten, beginnen we met een korte schets van de landelijke en regionale context waarin we ons bevinden, omdat dit samenhangt met hoe we aankijken tegen de voorgenomen veranderingen in de provincie Groningen.

Landelijke en regionale context Op dit moment speelt er veel in jeugdhulp. Vanuit het Rijk komt er extra geld naar de gemeenten1 om tegemoet te komen aan de financiële problemen bij het bekostigen van de jeugdhulp. Het is voor iedereen helder dat het huidige jeugdstelsel niet houdbaar is. Het ministerie van VWS, VNG, brancheorganisaties, cliënten(vertegenwoordigers) en professionals stellen daarom samen de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 op waarin deze partijen – de vijfhoek – werken aan verbetering van de hulpverlening en het beheersbaar maken van het jeugdstelsel. In de Hervormingsagenda worden afspraken gemaakt over: - reikwijdte en preventie - kwaliteit en effectiviteit - toegang - inkoop en administratieve lasten - data en monitoring - kennis, leren en ontwikkelen - regionalisering Deze agenda is begin 2022 gereed. De landelijke Hervormingsagenda heeft onder meer tot doel te komen tot een dekkend zorglandschap met beschikbare en toegankelijke zorg voor alle jeugdigen en sturingsmogelijkheden op de gewenste ontwikkeling van het aanbod. Daarbij wordt op voorhand stevige regionale samenwerking bepleit, in plaats van meer lokale organisatie en inkoop van jeugdhulp. Op 7 december jl. nam de Tweede Kamer ook een motie aan waarin de Kamer de regering verzoekt om op zeer korte termijn gespecialiseerde jeugdzorg bovenregionaal te regelen.

De beweging die in de concept-regiovisie wordt gemaakt is hier tegengesteld aan. Al eerder zijn jeugdhulpregio’s begonnen met uitvoering geven aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Het ontwikkelen van een regiovisie is hier onderdeel van. Daarin worden ook onderlinge afspraken gemaakt over onder andere de gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap, de borging van de regionale en bovenregionale cruciale functies, regionale governance

1 Uitspraak arbitragecommissie

Pagina 2 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

(hoe werken gemeenten met elkaar samen) en bovenregionale samenwerking. We komen hier later op terug. Beide ontwikkelingen zijn bedoeld om meer samenhang te brengen in het zorglandschap en samenwerking en partnerschap tussen belanghebbenden te verstevigen. Dat laatste, samenwerking vanuit verschillende perspectieven, is essentieel in de ontwikkeling naar een duurzaam en kwalitatief goed jeugdstelsel. In de context van deze ontwikkelingen kijken we als aanbieders naar wat er momenteel binnen de regio Groningen gebeurt. We maken ons grote zorgen over de manier waarop de samenwerking vormt krijgt. Maar ook zorgen over de dreigende versnippering. Bewegingen die tegengesteld zijn aan wat we op landelijke en regionale schaal met elkaar moeten bereiken. Ook de Jeugdautoriteit gaf in november nog aan zich grote zorgen te maken over de continuïteit en beschikbaarheid van jeugdhulp en vindt het samenspel tussen aanbieders en gemeenten cruciaal om knelpunten op te lossen. De zorgen in de regio Groningen zijn voor de brancheverenigingen Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse ggz, VGN en VOBC (samen de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ)) reden geweest om op 6 december jl. een brief te sturen aan het college van B&W van de gemeente Groningen.

In die brief gaat het niet alleen over de gemeente Groningen, maar ook over de grotere regio Groningen: “Nu gaan in de regiogemeenten delen van specialistische hulp apart van elkaar inkopen. Hier zien we het risico op versnippering in de jeugdzorg, terwijl landelijk juist de noodzaak wordt gezien van regionale samenwerking als randvoorwaarde voor de continuïteit en beschikbaarheid van zorg om maatwerk voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen mogelijk te maken. Zeven jaar na de decentralisatie is het tijd om te veel diversiteit en onnodige bureaucratie een halt toe te roepen.”

Inhoudelijke bezwaren Bij de regiovisie zoals deze nu voorligt, hebben we grote inhoudelijke bezwaren. Goede zorg voor alle kinderen, jongeren en hun netwerk zal niet meer gegarandeerd zijn in de Groningse regio. Dit baart ons zorgen. 1. Regiovisie zonder visie Wat ons van belang lijkt voor de gemeenteraad, is dat de raad een regiovisie ter besluitvorming krijgt voorgelegd die niet is uitgewerkt. Feitelijk is slechts sprake van een inleiding op een regiovisie. De regiovisie bevat veel ‘algemene waarheden’, maar het eindplaatje waar die toe zouden moeten leiden, wordt niet beschreven. We verwachtten in de regiovisie te lezen hoe de regio wil komen tot een samenhangend en dekkend zorglandschap. Helaas hebben we geconstateerd dat een duidelijke visie daarop nog ontbreekt.2 Cruciaal binnen zo’n visie is antwoord op onder andere de volgende vragen: •

Hoe zijn vraag en aanbod momenteel geografisch verdeeld en hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Welke veelbelovende verbeteringen zijn al in ontwikkeling in het werkveld en in welke

2 We hebben als aanbieder de gelegenheid gehad om feedback te leveren op de regiovisie. De wethouder geeft in de

presentatie op 11 november aan dat deze feedback is verwerkt, maar we hebben de nieuwe versie nog niet gezien. Pagina 3 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

gemeenten? Welk perspectief hebben die in andere gemeenten? Welke problemen worden geconstateerd en hoe matcht dat met het voorgaande? •

Welke schaalgrootte en expertise is nodig voor welk type zorg/welke zorgfuncties: hier hoort onder andere een helder onderscheid bij tussen collectieve en geïndiceerde voorzieningen en tussen specialistische en hoogspecialistische functies. Welke onderdelen kunnen lokaal verankerd worden, welke regionaal en voor welke functies binnen het zorglandschap is zelfs bovenregionale coördinatie of samenwerking nodig.

•

Helderheid over wat wordt gezien als jeugdhulp en wat niet (afgrenzingsvraagstuk): welke ondersteuning hoort collectief beschikbaar te zijn voor jeugdigen en gezinnen? Welke ondersteuning is de verantwoordelijkheid van het onderwijs? Welke vanuit de zorgverzekeraars? En welke zorg vinden we de eigen verantwoordelijkheid van burgers?

Voor het overige verwijzen wij op dit punt naar de individuele reacties (zie bijlage 1) van de zorgaanbieders op de conceptregiovisie. 2. Hybride inkoopmodel als onderdeel van de regiovisie Aan het slot van de regiovisie wordt melding gemaakt van een ‘hybride inkoopmodel’ (§ 5.2). Daarmee wordt bedoeld dat gemeenten zelf kunnen bepalen wat zij lokaal gaan inkopen en wat zij via de ‘open house’ overeenkomsten van de RIGG laten verlopen. Hoe invulling zal worden gegeven aan het hybride inkoopmodel, is nog volledig onbekend, behalve dat dit per gemeente sterk zal verschillen. Dat schrijven ook de door de Groninger gemeenten zelf ingeschakelde adviseurs Uenk en Robbe (p. 6 van het rapport van 8 februari 2021). Met name in § 5.6 en hoofdstuk 6 van hun rapport beschrijven zij aanzienlijke risico’s. Mede op basis van ervaringen in de rest van het land kwalificeren ze de risico’s als groot en reëel. Het komt erop neer dat het model aanbieders dwingt zich te focussen op enkele gemeenten, waardoor andere gemeenten het risico lopen verstoken te blijven van specialistische jeugdhulp. In § 5.6 (p. 19-20) beschrijven ze dit ‘waterbedeffect’ wanneer specialistische jeugdhulp lokaal wordt ingekocht: “Voorgaande betekent dat – per gemeente – enkele jeugdhulpaanbieders verantwoordelijk zullen zijn voor een groot aantal jeugdigen. Groter dan nu.

Zij moeten de verantwoordelijkheid overnemen voor enkele tientallen jeugdigen van andere jeugdhulpaanbieders. Daarmee ontstaat een risico op onwenselijke ‘waterbedeffecten’. Als een individuele (verkenner)gemeente een contract sluit met enkele jeugdhulpaanbieders (in een samenwerkingsverband of als hoofdaannemers) voor een groot deel van de jeugdhulp in de betreffende gemeente, kan dit twee ongewenste effecten hebben: 1. De betreffende jeugdhulpaanbieders zullen flink moeten groeien in de gemeente waarmee zij contracteren. Om deze groei te realiseren is een logische stap dat de jeugdhulpaanbieder capaciteit weghaalt uit buurgemeenten. Dit is een ongewenst effect voor deze buurgemeenten. Er ontstaat daar tijdelijk of permanent een gat in de jeugdzorgcapaciteit. Dit is met name problematisch als het gaat om meer specialistische jeugdhulp waarvoor schaarse specialistische kennis en capaciteit nodig is. En/of als de betreffende jeugdaanbieder (op termijn) ook één van de beoogde samenwerkingspartners is in de buurgemeenten. 2. Jeugdhulpaanbieders die naast het net vissen, kunnen in de gemeenten waar zij niet meer gecontracteerd zijn veel marktaandeel verliezen ten opzichte van de jeugdhulpaanbieders Pagina 4 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

waarmee de gemeenten wel contracteren. Dit kan de jeugdhulp van die verliezende jeugdhulpaanbieders in andere gemeenten (te) duur maken. Die gemeenten blijven echter verplicht op basis van de Jeugdwet een redelijk tarief te betalen, afgestemd op de lokale werkelijkheid. Ook kan het zijn dat jeugdhulpaanbieders helemaal stoppen met het leveren van jeugdhulp in de buurgemeenten omdat met het niet contracteren in bepaalde gemeenten voor hen te veel omzet wegvalt in de regio om nog rendabel te opereren. Omdat dit een groot en reëel risico is bij het hybride model en in de ontwikkeling naar de stip op de horizon, besteden wij hier in het volgende hoofdstuk meer aandacht aan.” Zonder dit (tot voor kort geheime) rapport te kennen, hebben wij als jeugdhulpaanbieders dezelfde kritiek op het nieuwe model geuit. Kern van onze kritiek was en is dat met de keuze voor een hybride inkoopmodel de Groninger gemeenten het dekkende zorglandschap dat zij via regionale inkoop hebben bewerkstelligd, op de tocht zetten. De noodzaak tot verbetering en doorontwikkeling delen wij volledig, maar nu wordt het kind met het badwater weggespoeld. Dit is bovendien een tegengestelde beweging aan de landelijke beweging tot eenduidige inkoop en juist specialistische jeugdhulp regionaal en bovenregionaal in te kopen.

Opmerkelijk in dit verband is dat de keuze voor een hybride inkoopmodel al was gemaakt, voordat gestart was met de ontwikkeling van een regiovisie. Als aanbieders hebben wij in de gesprekken steeds benadrukt dat het inkoopmodel een afgeleide moet zijn van de regiovisie. Nergens geeft de regiovisie er blijk van dat de keuze voor een hybride inkoopmodel een oplossing zou zijn voor de voorliggende verbeteropgaven. Ook staat in de regiovisie niet hoe het dekkend zorglandschap in de regio eruit ziet en wat dit betekent voor regionale en bovenregionale samenwerking. Daarnaast wordt – zoals gezegd – niet beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het hybride inkoopmodel. Terwijl juist dat het eindplaatje zou moeten zijn in de regiovisie. De regiovisie laat nog heel veel open; alles wordt doorgeschoven naar ontwikkeltafels, waaronder het thema “De afbakening en het realiseren van een dekkend zorglandschap” Deze tafels zijn gericht op alle belangrijke thema’s van de regiovisie. Tevens wordt aangegeven dat na het concretiseren van de regiovisie in 2022 de ontwikkeling richting het hybride model ingezet wordt. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling PG&Z heeft ons laten weten dat deze ontwikkeltafels begin 2022 plaats vinden, dus na besluitvorming door de gemeenteraden.

Als aanbieders kunnen we slechts hopen dat het college bij die ontwikkeltafels meer doet met de input vanuit de aanbieders dan zij gedaan heeft bij de totstandkoming van de regiovisie (zie verderop onder het kopje ‘samenwerking’). De werkelijkheid leert echter dat in verschillende gemeenten de voorbereiding richting lokale inkoop en organisatie al volop gaande zijn. Van de raad wordt nu – door de regiovisie op deze manier ter besluitvorming voor te leggen – in feite om een carte blanche gevraagd. Een carte blanche met een hoog risicoprofiel. Het zou ons inziens meer recht doen aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad, wanneer de raad om besluitvorming wordt gevraagd op basis van een heldere probleemanalyse en een duidelijke koers voor de toekomst, waarbij op zijn minst helder is hoe het dekkend zorglandschap eruit gaat zien en wat de implicaties zijn van het inkoopmodel voor dit zorglandschap. Een en ander zodat uitvoering door het college de komende jaren plaatsvindt binnen de inhoudelijke kaders die de raad heeft vastgesteld. In onze ogen zou in de regiovisie in ieder geval de beperking aangebracht moeten worden dat lokale inkoop wordt beperkt tot de lichte basishulp met een duidelijke afbakening van wat daar wel en niet onder valt. Specialistische jeugdhulp zou hier nadrukkelijk buiten moeten vallen. De complexe aard van deze zorg leent zich niet voor lokale inkoop.

Dat dit een reële bedreiging is, bewijzen de colleges Pagina 5 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

van Groningen en Veendam door expliciet voor te sorteren op lokale organisatie van specialistische jeugdhulp (zie het voorbeeld in punt 3 hieronder). 3. Een voorbeeld waar dit toe leidt Wanneer de Groninger gemeenteraden de regiovisie vaststellen, staat het de colleges van de afzonderlijke gemeenten vrij hun eigen koers te varen, ook met betrekking tot specialistische jeugdhulp. De gevolgen hiervan voor andere gemeenten kunnen desastreus zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval met de plannen van het college van B&W van de gemeente Groningen. Het college van de gemeente Groningen heeft de raad per collegebrief geïnformeerd (d.d. 29 oktober, Team Jeugd en Gezin in WIJ (SAMEN)) over haar besluit om delen van de jeugdhulp aan WIJ Groningen op te dragen. Het gaat volgens de collegebrief om “begeleiding en lichte behandeling” dan wel om “lichte begeleiding en behandeling”. Alleen lichte vormen van jeugdhulp dus. Dit besluit is op een bijeenkomst op 11 november jl. door de gemeente Groningen toegelicht aan aanbieders. Toen bleek dat het helemaal niet om alleen lichte vormen van jeugdhulp ging, maar – al dan niet in een later stadium met een implementatietermijn tot uiterlijk 1 juli 2024 – ook om gespecialiseerde jeugdhulp. De gekozen afbakening hiervoor is (vooralsnog) onduidelijk.

Los van de gevolgen hiervan beslissing voor de gemeente Groningen zelf, heeft dit ernstige gevolgen voor kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen in de Ommelanden. Daar kan specialistische jeugdhulp mogelijk niet meer geboden worden. Specialistische jeugdhulp is alleen te bieden bij voldoende volume. Wanneer het volume van de gemeente Groningen wegvalt voor de jeugdhulpaanbieders, blijft er in de rest van de provincie onvoldoende volume over om deze specialismen in stand te kunnen houden. Financieel is dat niet haalbaar,3 maar ook niet voor het borgen van de kwaliteit, om op te kunnen leiden, om de werkbelasting acceptabel te houden (bijvoorbeeld door een mix van lichte en zware caseload), etc. Gevolg: door de keuze van de gemeente Groningen om een delen van specialistische jeugdhulp zelf – via Stichting WIJ – te verlenen, dreigt deze zorg in de rest van de provincie niet meer geleverd te kunnen worden. Door als gemeenteraad van één van de Groninger gemeenten in te stemmen met de huidige conceptregiovisie, geeft u carte blanche voor deze of vergelijkbare ontwikkelingen.

Verloop van het proces Naast de geschetste inhoudelijke bezwaren, vinden we als aanbieders ook het proces van besluitvorming niet acceptabel. We beschrijven hieronder waarom we dat vinden. Timing regiovisie en inkoop We zien dat in de regio op verschillende plekken geacteerd wordt met inkoop- en stelselwijzigingen zonder dat het overkoepelende ‘masterplan’, namelijk de regiovisie klaar is. De uitvoering start al, terwijl het plan nog niet klaar is.

3 Vergelijk ook de problematiek in de ziekenhuiswereld waarbij relatief eenvoudige knieoperaties in privéklinieken worden

ondergebracht, waardoor de marge die de ziekenhuizen daarop haalden niet langer beschikbaar is voor complexere operaties. Pagina 6 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

We hebben op dit moment geen zicht op de antwoorden, maar worden in dit stadium al wel geconfronteerd met lopende inkoopprocedures en met ingrijpende wijzigingen in de inkoop en organisatie van de jeugdhulp (zoals in de gemeente Groningen met SAMEN en in Veendam met een aanbestedingsprocedure voor – onder andere – specialistische jeugdhulp). Dit heeft verregaande consequenties zonder dat de algehele koers helder is. Het behoeft geen verdere uitleg dat hieraan enorme risico’s verbonden zijn, in de allereerste plaats voor kinderen, jeugdigen en gezinnen. Bovendien is dit in strijd met alle landelijke ontwikkelingen; de Hervormingsagenda Jeugd is begin 2022 gereed. De Hervormingsagenda is gericht op meer eenduidigheid en meer samenhang binnen de regio en vooral ook voor stabiliteit en continuïteit in inkoopsystematiek. Samenwerking We hebben als aanbieders in zeer beperkte mate kunnen meedenken over de vraagstukken die opgelost dienen te worden, de voorgestelde oplossingsrichting en mogelijke alternatieve scenario’s. We zien onze inbreng niet terug in wat nu voorligt. We weten dat daar vanuit de wethouders anders naar wordt gekeken. De gemeenten gaan hun eigen gang. Informatievoorziening en raadpleging vindt plaats op momenten dat besluitvorming al in een vergaand stadium is.

Bovendien voldoet de regiovisie mede om deze reden niet aan zeker vijf van de acht onderdelen uit de Norm voor Opdrachtgeverschap, welke de basis is op grond waarvan een regiovisie tot stand moet komen. Ook kijken de gemeenten te weinig naar de aanbevelingen die binnen de Hervormingsagenda Jeugd worden gedaan. Dit is niet wat wij verstaan onder partnerschap of co-creatie en daarmee wordt de kennis en ervaring uit het werkveld onvoldoende benut. Gesprekken, met en zonder externe begeleiding, tussen gemeenten en aanbieders hebben tot nu toe geen verandering in gebracht.

Tot slot: voorstel voor vervolg Wij hopen dat u onze zorgen begrijpt. Verbetering van de zorg en het zorglandschap is goed, maar versnippering niet. Kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen dreigen het kind van de rekening te worden. We zien als aanbieders nog steeds de noodzaak om kosten te besparen, om mee te werken aan het kwalitatief versterken van de basisvoorzieningen, met onze kennis bij te dragen aan goede, kosteneffectieve jeugdhulp en te zorgen voor een goede aansluiting tussen basis- en gespecialiseerde jeugdhulp. We vinden dat de concept-regiovisie en vooral het hybride inkoopmodel dat daarvan onderdeel uitmaakt hier afbreuk aan doen. Van de gemeenteraad wordt nu gevraagd om ‘ja’ te zeggen tegen een regiovisie die nog helemaal geen visie op een eindsituatie bevat, maar die al wel zeer zorgelijke vooruitzichten kent. Nergens blijkt dat de plannen een oplossing zijn voor de voorliggende verbeteropgaven. De kinderen en jongeren waar het hier om gaat, zijn samen met hun gezinnen te kwetsbaar voor zo’n experiment. Zes jaar na de decentralisatie moet de tijd van experimenteren met de jeugdhulp voorbij zijn. Het zou nu moeten gaan om stapsgewijs verbeteren op basis van een goede analyse en passend bij lokaal, regionaal en landelijk opgedane expertise en landelijk beleid. Dat is echter niet het geval. Graag geven wij de gemeenteraad de volgende suggesties mee.

Bij besluitvorming over jeugdhulp de komende periode is goede zorg in elk geval gebaat bij: 1.

Een regiovisie die daadwerkelijk in nauwe samenspraak met aanbieders en overige stakeholders (jeugdigen, huisartsen, onderwijs, etc.) tot stand is gekomen en die plannen

Pagina 7 van 8

Memo aan Groninger gemeenteraden – 10 december 2021

bevat waarvan op basis van een goede analyse verwacht mag worden dat deze een oplossing bieden voor de voorliggende verbeteropgaven. 2.

Wanneer door vaststelling van de regiovisie besloten zou worden tot een hybride inkoopmodel, deze te beperken tot de lichte basishulp met een duidelijke afbakening van wat daar wel en niet onder valt. Specialistische jeugdhulp is niet geschikt voor lokale inkoop.

3.

De verzekering dat voor alle kinderen, jongeren en hun netwerk in de stad en de Ommelanden een dekkend zorglandschap van basis en specialistische jeugdhulp overeind blijft.

4.

Een helder politiek mandaat, bijvoorbeeld door de resultaten van de ontwikkeltafels te zien als stap om alsnog te komen tot een gedegen, breed gedragen regiovisie en die vervolgens ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraden.

5.

En last but not least: aansluiting bij de uitkomsten en ontwikkelrichting van de landelijke hervormingsagenda.

Mochten er bij u nog vragen leven, dan zijn wij graag tot nadere toelichting bereid. Bijlage: 1. Reacties van ondergetekende jeugdhulpaanbieders op de concept-regiovisie.

Accare – Wieteke Beernink en Trea Veldema w.beernink@accare.nl

Cosis – Bert Hogeboom b.hogeboom@cosis.nu

Ambiq – José Schilderinck j.schilderinck@ambiq.nl

Elker Jeugdhulp & onderwijs – Ina Huesken i.huesken@elker.nl

Bureau Lagro/Zorgkracht 12 – Andrea Lagro andrea.lagro@bureaulagro.nl

Jonx│Lentis - Inge van Balkom idc.vanbalkom@lentis.nl

Cedin – Henk Wilbers h.wilbers@cedin.nl

Molendrift – Maarten Wetterauw m.wetterauw@molendrift.nl

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12804451/1