211210 Bijlage bij Memo aan gemeenteraden
Tekst van het document
Bundel van de Bijlage bij Memo aan Groninger gemeenteraden van 10 december 2021
Bijlage bij Memo aan Groninger gemeenteraden 1.1 Reactie Accare op concept-regiovisie 1.2 Reactie Ambiq op concept-regiovisie 1.3 Reactie Elker op concept-Regiovisie 1.4 Reactie Molendrift op concept-regiovisie 1.5 Reactie Jonx op concept-regiovisie 1.6 Reactie Cosis op concept-regiovisie 1.7 Reactie Cedin op concept-regiovisie 1.8 Reactie Lagro Zorgkracht 12 op concept-regiovisie.pdf
Bijlage bij Memo aan Groninger gemeenteraden 1 1.1 Reactie Accare op concept-regiovisie
De Groninger gemeenten Programma Regiovisie NvO Aan de projectgroep t.n.v. de heer G. Ranter Raadhuisplein 10 9751 AN Haren
Groningen, 29 oktober 2021
Geachte heer Ranter,
Dank voor de gelegenheid om mee te denken over de regiovisie. Dat waarderen we erg. Met name omdat we het grote belang van een dergelijke visie onderschrijven voor de verdere doorontwikkeling van goed jeugdbeleid en goede jeugdhulp. We zullen in deze brief onze feedback op de regiovisie geven. Eerst in algemene zin, daarna meer specifiek. Over de gehele linie vinden we de regiovisie zoals die er nu ligt onvoldoende als basis voor de genoemde ‘paraplu voor de jeugdhulp voor de komende jaren’. Dat heeft wat ons betreft vooral te maken met het feit dat het document vooral ingaat op het WAT en eigenlijk nauwelijks een beeld geeft van het HOE. De knelpunten die worden gesignaleerd zijn over de gehele linie wel duidelijk en helder (bijvoorbeeld een mooie aanzet om de data rondom zorggebruik in kaart te brengen). Maar hoe de regio de gezamenlijk de gesignaleerde knelpunten gaat aanpakken, komt wat ons betreft nog te weinig aan bod. We zien dat feitelijk als enige concrete oplossingsrichting de inkoopstrategie wordt beschreven. We komen daar later nog specifieker op terug, maar beschrijven eerst een aantal andere punten. Samenhang tussen data en oplossingsrichtingen: duiding Het document geeft een mooie aanzet tot een beschrijving van de trends die in Groningen worden gezien in gebruik van jeugdhulp.
Wat echter mist is een grondige analyse en duiding van de trends die worden gesignaleerd. Hoe komt het dat de complexiteit van de problematiek toe neemt? Hoe komt het dat zoveel jongeren jeugdhulp nodig hebben? En hoe ziet precies de groep eruit die ‘zware’ jeugdhulp nodig heeft? Met welke maatschappelijke ontwikkelingen heeft dit te maken (denk aan onderwijs, toename van kansen ongelijkheid en gezondheidsverschillen, armoede, complexe gezinssituaties). Heeft de verzwaring van zorgvragen te maken met een toename van complexe problemen bij kinderen of met een toename van complexiteit in het jeugdhulpstelsel (bijvoorbeeld door te laat signaleren, ondoorzichtige zorgroutes, wachttijden?). En welke verwachtingen hebben we ten aanzien van de ontwikkeling van de toekomstige zorgvraag? Jeugdhulp is onderdeel van breder maatschappelijk en jeugdbeleid en kan dus ook niet los gezien worden van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Deze duiding en bredere inbedding ontbreekt grotendeels, maar is volgens ons wel nodig om ook gericht te kunnen werken aan oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten. Ook bij een aantal van de knelpunten (zie pp. 16 en verder bij
Ontwikkelpunten) ontbreekt – soms een cijfermatige onderbouwing – en meestal een goede duiding van verklarende factoren. Visie op samenhangend en dekkend zorglandschap We verwachtten in dit document een visie aan te treffen over hoe de regio wil komen tot een samenhangend en dekkend zorglandschap. Helaas constateren we dat die ontbreekt. Wat ons betreft hoort daar in elk geval bij een antwoord op de volgende vragen: • Helderheid over wat wordt gezien als jeugdhulp en wat niet (afgrenzingsvraagstuk): welke ondersteuning hoort collectief beschikbaar te zijn voor jeugdigen en gezinnen? Welke ondersteuning is de verantwoordelijkheid van het onderwijs? En welke zorg vinden we de eigen verantwoordelijkheid van burgers? • Welke schaalgrootte en expertise is nodig voor welk type zorg/welke zorgfuncties: hier hoort bij o.a. een helder onderscheid tussen collectieve en geïndiceerde voorzieningen en tussen specialistische en hoog specialistische functies. Welke onderdelen kunnen lokaal verankerd worden, welke regionaal en voor welke functies binnen het zorglandschap is zelfs bovenregionale coördinatie of samenwerking nodig. • Een visie op de samenhang met andere onderdelen van het sociaal domein, zoals wonen en werk en inkomen en hoe deze samenhang vorm kan krijgen.
Het stuk geeft wat ons betreft nog echt onvoldoende houvast voor een toekomstvisie op een samenhangend en dekkend zorglandschap. Het Groninger Functioneel Model kan een prima basis zijn voor deze verdere uitwerking (pp.9-10), maar we vinden het niet duidelijk wat de huidige status van dit model is. Gaat dit model worden herzien of blijft het de basis voor de indeling van het zorglandschap? En hoe worden de genoemde begrippen verder uitgewerkt? Bijlage 4 beschrijft de huidige organisatie, maar hoe gaat dit er in de toekomst uit zien? Integrale jeugdhulp reikt verder dan alleen jeugdhulp Als we iets hebben geleerd in de afgelopen 6 jaar is het dat de transformatie van de jeugdhulp zeer moeizaam tot stand komt. Het aantal jeugdigen in zorg is niet afgenomen, sterker nog het beroep dat gedaan wordt op professionele jeugdhulp is enorm, met name als we kijken naar de investeringen per jeugdige. De complexiteit van het zorglandschap is niet of nauwelijks afgenomen en de administratieve lasten voor professionals, aanbieders en gemeenten zijn niet minder geworden. Deze ontwikkelingen op een ander spoor brengen lukt niet als we niet een integrale visie ontwikkelen die aansluit bij ontwikkelingen in onderwijs, algemeen gezondheidsbeleid1 en het bredere maatschappelijke domein. Dat is zeker geen eenvoudige opgave, maar wel een noodzakelijke.
Ons inziens zou daar in deze regiovisie veel meer aandacht voor moeten zijn. Bovenregionale samenwerking (3Noord en 2Noord en JENN) Ook de beschrijving van de bovenregionale samenwerking (zoals beschreven op pp. 26-27) mist inhoudelijke visie. Behalve de JeugdhulpPlus zijn er ongetwijfeld meer onderdelen van het zorglandschap waarop bovenregionale samenwerking wenselijk, zo niet noodzakelijk is. Denk aan de
1
Zie bijvoorbeeld het Regiobeeld van Menzis
verdere ontwikkeling van verblijfsvoorzieningen t.b.v. jeugdigen met complexe psychiatrische problematiek zoals crisisverblijf, medisch-psychiatrische zorg binnen een MPU en zorg voor weinig voorkomende doelgroepen waarvoor schaars beschikbare expertise nodig is (denk bijvoorbeeld aan eetstoornissen). De drie noordelijke regio’s werken natuurlijk samen in het JENN, maar onze vrees is dat wanneer een stevige inhoudelijke visie en commitment op bovenregionale samenwerking ontbreekt, bovenregionale netwerken zoals het JENN (maar ook K-EET bijvoorbeeld) als het ware onvoldoende ‘grond onder hun voeten’ hebben om het verschil te kunnen maken. Preventie en versterken van basisvoorzieningen Het versterken van basisvoorzieningen en meer aandacht voor preventie vormen een van de belangrijkste pijlers van het jeugdzorgstelsel. Willen we er met elkaar voor zorgen dat minder specialistische jeugdhulp nodig is dan is – naast een breed en samenhangend aanbod van jeugdhulp – ook een breed en samenhangend jeugd- en preventiebeleid nodig. Dit punt wordt zijdelings aangestipt in de regiovisie, maar verder niet uitgewerkt.
Hoe kijken de gemeenten aan tegen het samenwerken op dit punt? Is dat een thema waarin ze samen optrekken? En welke keuzes worden hier in gemaakt als het gaat om budget? Dat vinden we een gemiste kans, terwijl we zien dat daar in de regio Groningen in de basis de infrastructuur voor aanwezig is (bijvoorbeeld Preventie Overleg Groningen) en het volgens ons ook echt noodzakelijk is om daarin samen te werken (denk bijvoorbeeld aan het verminderen van armoede en gezondheidsverschillen). Investeren in opleiden en vakmanschap: kennis op de juiste plek We vinden dat er in deze versie van de regiovisie te weinig aandacht wordt besteed aan opleiden en vakmanschap2. Goede jeugdhulp valt of staat met de juiste kennis en kunde van professionals. Wat is hierop de visie van de regio. Hoe is deze functie goed geborgd? Opleiden, kennis delen, maar ook consultatie bijvoorbeeld. Gaat de regio daar ‘als geheel’ een visie op ontwikkelen of is dat aan iedere aanbieder en iedere gemeente? In de analyses mist wat ons betreft ook de aandacht voor het enorme arbeidsmarktprobleem. We hebben in de jeugdhulp – in elk geval in de jeugd GGZ – te maken met schaarste van een aantal specifieke beroepsgroepen. Omgaan met deze schaarste vergt creativiteit maar ook onderlinge solidariteit en samenwerking (zie verder bij inkoopmodel). Dit geldt niet alleen voor zorgaanbieders, maar zeer zeker ook de lokale teams.
Zorg inkopen: hybride inkoopmodel De enige oplossingsrichting die concreet is uitgewerkt in deze regiovisie is die van het hybride inkoopmodel. We hebben daar – in andere gremia – het nodige over gezegd en hoeven dat hier niet allemaal te herhalen. Wat voor dit document van belang is, is het ontbreken van een echte inhoudelijke visie op hoe je het jeugdlandschap wilt organiseren terwijl tegelijkertijd al wel een inkoopmodel wordt uitgewerkt en zelfs in gang gezet. We kunnen ons best voorstellen dat gemeenten een deel van de zorg op lokaal niveau gaan inkopen, maar daaraan vooraf gaat dan wel
2
Inclusief visie op onderzoek
een heldere en gedeelde visie op alle zorgfuncties, de benodigde schaalgrootte en het type en aantal organisaties dat nodig is om deze functies goed te borgen. Is die visie er niet – zoals dat nu het geval is - dan ligt het risico op versnippering en versplintering op de loer. Voor regionaal en bovenregionaal werkende organisaties, die zich in het hybride model per gemeente zouden moeten organiseren naar een gemeente-specifiek samenwerkingsverband, zou dit bovendien een enorm risico betekenen op verzwaring van administratieve lasten. Proces We realiseren ons heel goed dat het komen tot een gezamenlijke, integrale regiovisie geen eenvoudig proces is. Zeker niet in een context waar de politieke en financiële druk groot is. U geeft aan (op pp. 30) dat er in vervolg op deze versie van de regiovisie ontwikkeltafels komen. We werken daar uiteraard graag aan mee, en hopen dat onze input daar een plaats krijgt. Wel willen we erop wijzen dat als deze ontwikkeltafels van start gaan zonder dat een grondige analyse en duiding van de trends heeft plaatsgevonden, de kans groot is dat er aan oplossingen gewerkt wordt voor afzonderlijke vraagstukken, die geen antwoord zijn op de daadwerkelijke problemen. We hopen daarom dat eerst de analyse plaatsvindt en daarna de ontwikkeltafels van start gaan.
Tot slot willen wij nogmaals benadrukken dat we het een groot risico vinden dat het nieuwe inkoopmodel al geïmplementeerd wordt, voordat de regiovisie gereed is en voordat de consequenties van dit model besproken zijn met aanbieders. Vriendelijke groet, Trea Veldema, regiodirecteur Accare Groningen Wieteke Beernink, bestuurder Accare
1 1.2 Reactie Ambiq op concept-regiovisie
Geachte mevrouw Kes, Namens onze bestuurder mevrouw J.H.M. Schilderinck ontvangt u hierbij de reactie van Ambiq op de concept regiovisie Groningen. Ambiq onderstreept het belang van het hebben van een regiovisie en wij willen daarin graag onze bijdrage leveren. Een goed uitgewerkte en gedragen regiovisie is nodig om gezamenlijk te komen tot een vernieuwend en verbeterd jeugdlandschap. Het dient als leidraad voor de te maken beleidskeuzes en de concretisering van de ontwikkelopgaven. 1
De concept regiovisie geeft een goede beschrijving van de huidige stand van zaken en ook de opgenomen data geven het huidige beeld aan. Dat wat nog niet goed gaat wordt beschreven, maar er is geen diepgaande analyse gemaakt wat de oorzaken zijn van de ervaren problemen. De gewenste beweging en de genoemde ontwikkelopgaven (hoofdstuk 3) zijn niet nieuw en missen onvoldoende diepgang om als basis voor beleidskeuzes te kunnen dienen. 2
In de regiovisie ontbreekt een duidelijke keuze wat nu lokaal, regionaal en bovenregionaal ingekocht wordt. Er wordt o.a. verwezen naar bijlage 5, maar die is niet uitgewerkt.
3
De keuze voor het hybride inkoopmodel heeft geen relatie met/vloeit niet voort uit de ervaren problematiek en de ontwikkelopgaven. Het inkoopmodel was al vooraf vastgesteld en dat is nu zichtbaar in de regiovisie. De behoefte van gemeenten tot meer lokale inkoop is begrijpelijk, maar voor een volledig en samenhangend zorglandschap moeten eenduidige keuzes gemaakt worden die gelden voor alle gemeenten. Dit ontbreekt in de regiovisie. Het model zoals nu genoemd leidt mogelijk tot versnippering van het zorglandschap en jeugdigen die tussen wal en schip gaan vallen. Daarmee is het dus de vraag of dit inkoopmodel gaat bijdragen aan het oplossen van de problemen en of een doorontwikkeling / verbetering van het huidige inkoopmodel niet tot betere resultaten leidt. Dit is ook benoemd in het rapport De volgende stap (inkoop jeugdhulp 2022 en verder ) van Uenk en Robbe (alle zorgen over het inkoopmodel zijn bestuurlijk ook al benoemd en worden hier verder niet opnieuw opgenomen). 4
Samenwerking; het proces van samenwerking is tot nu toe niet goed verlopen. In de totstandkoming van de concept regiovisie was geen sprake van gezamenlijkheid tussen gemeenten en aanbieders. Het is goed dat de gemeenten het partnerschap en het komen tot de benodigde passende en structurele overlegstructuren tussen gemeenten en aanbieders hebben opgenomen in de regiovisie. Alleen vanuit partnerschap zullen we kunnen komen tot een verbetering van het jeugdlandschap. Vertrouwen en elkaar leren begrijpen zijn daarin van belang. Tot zover onze reactie, graag worden wij geïnformeerd over hoe en op welke wijze de reacties op de regiovisie verwerkt worden.
1 1.3 Reactie Elker op concept-Regiovisie
De Groninger gemeenten Programma Regiovisie NvO Mevrouw A. Kes Raadhuisplein 10 9751 AN Haren anneke.kes@groningen.nl
Datum
Onderwerp
Kenmerk
26 oktober 2021
Reactie concept-regiovisie
RvB/IH/21469
Beste mevrouw Kes, Dank voor de gelegenheid als aanbieder te reageren op de concept-regiovisie jeugdhulp van de Groninger gemeenten. Graag maakt Elker hier gebruik van. We onderschrijven het belang dat gemeenten en aanbieders met elkaar het zorglandschap in onze regio structureel verbeteren. We zijn blij dat er een concept-regiovisie is en niet alleen omdat dit is afgesproken in VNGverband. In onze regio is de zorg voor kwetsbare kinderen, jongeren en hun netwerk nog niet goed genoeg. We missen ook nog het strategisch partnerschap dat nodig is om met alle betrokkenen partijen gezamenlijk verbeteringen te realiseren. Helaas constateren we dat het concept zoals dit nu voorligt, naar onze mening, geen verbetering gaat brengen – ondanks alle goede intenties die erin staan. We constateren ook dat het concept op vijf van de acht punten niet voldoet aan de NvO (Routekaart Norm voor Opdrachtgeverschap; afspraken 1, 2, 4, 5 en 6). Elker vindt de regiovisie op deze manier een gemiste kans, inhoudelijk en procesmatig. Een en ander lichten we hieronder toe. Inhoudelijke opmerkingen Probleemschets De Stand van zaken is een beschrijving van de huidige situatie met onvoldoende analyse van waarom de situatie zo is geworden.
Naar onze indruk was dit wel mogelijk geweest aangezien we inmiddels zes jaar (sinds 2015) werken volgens het Groninger Functioneel Model en we met de RIGG ook hebben geïnvesteerd in een stevige kennisbasis. Graag hadden we in de concept-regiovisie bijvoorbeeld gelezen over de mate waarin de juiste zorg op de juiste plek komt, de oorzaken van vraag naar zorg (zoals echtscheidingen), relaties tussen jeugdzorg, onderwijs en bijvoorbeeld huisvesting, en over de mate waarin we beschikken over een dekkend zorglandschap. Bij de cijfers die er wél staan in 2.4 is telkens onze vraag: wat is de oorzaak van de trends die we zien? Naast een kwantitatieve analyse, vraagt de huidige situatie ook om een kwalitatieve analyse. Bij de constateringen in 3.2 is telkens onze vraag: hoe komt het dat verbeteringen nog niet zijn gerealiseerd? Al met al vinden we de probleemschets te weinig diepgaand. Dit geldt ook voor de oplossingsrichtingen.
Elker Jeugdhulp & onderwijs is de nieuwe handelsnaam van Elker, Het Poortje Jeugdinrichtingen, Combinatie Elker – Het Poortje en Viyuna. De onderliggende stichtingsnamen met bijbehorende factuurgegevens blijven ongewijzigd. Stichting Combinatie Elker/Het Poortje, Postbus 274, 9700 AG Groningen, tel: 050 851 4666, www.elker.nl btw NL853552083B01, KvK 59576421, ABN Amro NL03 ABNA 0444 6269 72
Oplossingsrichtingen De ‘gewenste beweging’ krijgt gestalte in zes illustraties van ontwikkelopgaves. De illustraties lijken een kopie uit beleidsstukken van rondom 2015. Het is teleurstellend dat anno 2021 de visie op een dergelijk abstractieniveau is verwoord. Deze gewenste beweging doet ook geen recht aan al het werk dat afgelopen jaren is verzet door uw en onze mensen. De gewenste beweging sluit hiernaast nauwelijks aan op de geconstateerde problemen in hoofdstuk 2 en 3 (en de oorzaken daarvan). Zodoende ontbreekt ook de onderbouwing dat de gewenste beweging het verschil gaat maken. Opmerkingen over het proces Samenwerking In het stuk staat veelvuldig dat ‘we’ als ‘gemeenten en aanbieders’ ‘met elkaar’ ‘samenwerken’. In de praktijk herkennen wij ons hier niet in, in elk geval niet wat betreft de totstandkoming van de concept-regiovisie. We hebben bijvoorbeeld onze zorgen over de jeugdzorg en ons stelsel meerdere keren geuit maar we zien ze niet terug. We hadden graag actiever onze kennis en expertise gedeeld, bijvoorbeeld over problemen in de huidige situatie en over mogelijke oplossingsrichtingen. Tezamen met hoe we zien dat inkoop een plek heeft in de concept-regiovisie, vinden we het proces tot nu toe onzorgvuldig verlopen. Inkoop De Groninger gemeenten werken aan een nieuw inkoopmodel. Inkoop kan een effectief en concreet instrument zijn om een visie te realiseren.
Het valt ons hierom op dat 1. een nieuw inkoopmodel niet in de concept-regiovisie staat bij ‘de gewenste beweging’ maar als losstaand gegeven, en 2. dat een Groningse gemeente al een aanbesteding is gestart volgens nieuwe inkoopprincipes terwijl een nieuw inkoopkader, laat staan de regiovisie, nog niet is vastgesteld. Dit nieuwe inkoopmodel (zoals beoogd) brengt risico’s met zich mee. Kinderen, jongeren en hun netwerk zullen niet gegarandeerd zijn van (hoog-)specialistische jeugdhulp. Deze hulp vereist immers voldoende volume om voortdurend hoogwaardige kwaliteit te kunnen leveren en om betaalbaar te kunnen zijn. Een concrete, realistische en regio-brede definiëring van lokaal en regionaal te contracteren zorg is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Uit kosten-oogpunt lijkt het erg inefficiënt dat alle gemeenten eigen mensen moeten gaan inzetten voor aanbestedingen, contractmanagement, monitoring etc. Aanbieders vrezen een toename van aanbestedingen en verantwoording, die telkens verschillen per gemeente. Hierbij willen we ook in overweging geven dat uit onderzoek blijkt dat jeugdhulp(inkoop) vooral is gebaat bij consistentie en rust (De gemeentelijke inkoop van jeugdzorg, CPB, 2021; “Inkoopmodel over een andere boeg? De beste gemeenten zijn juist koersvast!”, Niels Uenk, 2021). Ter afsluiting Om goed samen te werken is het van belang elkaar goed te begrijpen.
De ingezette bemiddelingspoging zien we daarom als een mooie kans om met elkaar verdere stappen te zetten. In de regio hechten we veel belang aan transparantie. Dat is een groot goed. We verzoeken daarom onze reactie te sturen aan de gemeenteraden ten behoeve van de besluitvorming. Vanzelfsprekend zijn we zeer bereid onze kennis en expertise in te zetten aan de ontwikkeltafels. Leidt onze reactie nog tot vragen en/of opmerkingen? Dan horen we dat graag. Met hartelijke groet,
Ina Huesken bestuurder Elker
Reactie concept-Regiovisie
2/2
1 1.4 Reactie Molendrift op concept-regiovisie
Anneke Kes, Gert Ranter Programma Regiovisie Norm voor Opdrachtgeverschap
Groningen, 30 oktober 2021 Onderwerp: Reactie op Concept regiovisie regio Groningen, versie 12 okt 2021 Verzonden per e -mail aan geadresseerden op 30 oktober
Geachte heer Ranter en mevrouw Kes Dank voor het voorleggen van het ambtelijk concept van de Regiovisie voor de jeugdhulp in de provincie Groningen. In de toelichtende mail geeft u aan dat dit een versie op hoofdlijnen is en dat de Groninger gemeenten deze graag met ons samen willen invullen. Molendrift zal daar graag aan bijdragen. Deze brief bevat onze opmerkingen bij het concept. Het betreft de hiaten en onevenwichtigheden het ons inziens nog kent. Mogelijk gaat dat soms ‘wat ver’ aangezien dit de ambtelijke versie op hoofdlijnen is. In onze reactie gaan we er vanuit dat de regiovisie is bedoeld als basis onder een meerjarig plan voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp, ondersteund door nader uit te werken beleid en optimalisatie van het inkoopproces. Een dergelijke regiovisie moet zijn gebaseerd op een gedegen analyse van het huidige zorglandschap, waaronder een beschrijving van de stand van zaken over de zorginhoudelijke kwaliteit en toegankelijkheid, een overzicht van veelbelovende ontwikkelingen en hoe daar maximaal van te profiteren, en de voornaamste zorgen en gedachten over verbetering daarop. Dit vraagt een intensieve kennisuitwisseling tussen zorgaanbieders en gemeenten. Wat dat betreft is de huidige versie onevenwichtig: veel informatie over systeeminrichting, aantallen en kosten, weinig informatie over zorgbehoefte en aanbod en weinig verklarende informatie.
Op alle punten die wij benoemen is al veel kennis beschikbaar. Hetzij bij Molendrift, hetzij bij collega zorgaanbieders. Deze kennis kan binnen een korte doorlooptijd worden uitgewisseld, en via discussie op waarde worden gewogen. Alleen bij een dergelijke verdieping krijgt de regiovisie voldoende inhoud om als basis voor de ontwikkelopgaven voor de komende jaren te dienen. We hopen met deze reactie een goede bijdrage te leveren aan het verdere proces. Aarzelt u niet contact op te nemen bij vragen. Met vriendelijke groet,
Ellen Loykens Directeur behandelzaken
Maarten Wetterauw Directeur algemene zaken
1-4
Maak samenwerken concreet (hoofdstuk 1 en 4) ✓ Op pg. 4 wordt gesproken over een ‘verregaande samenwerking’, maar er staat niet met wie. Hoofdstuk 4 beschrijft de Governance, maar de wijze van verregaand samenwerken met zorgaanbieders is daarvan geen onderdeel. Om dit een goed vervolg te kunnen geven is het belangrijk tot een gezamenlijke definitie te komen. En samen een vorm te bedenken die uitvoeringsgericht is, kennis inbreng door gemeenten en zorgaanbieders borgt én interactie borgt op de grensvlakken met onderwijs, zorgverzekeraars en het medische segment. Ontwikkelopgaven (hoofdstuk 1) ✓ De op pg. 5 en 6 genoemde ontwikkelopgaven zijn geen ontwikkelopgaven maar uitgangspunten. De regiovisie zou moeten beschrijven wat de stand is ten opzichte van deze uitgangspunten. De ontwikkelopgaven beschrijven vervolgens wat nodig is om beter aan die uitgangspunten te gaan voldoen. Stand van zaken in het zorglandschap (hoofdstuk 1) ✓ Wat er nu staat is een opsomming over aantallen cliënten en kosten, de vermelding van een selectief aantal betrokken organisaties en de samenwerkingsafspraken die met hen zijn gemaakt. Maar je verwacht hier primair een kwalitatieve beschrijving: wat is er qua zorgaanbod, hoe is het geografisch verdeeld, hoe ‘matcht’ dat met de vraag en bereikbaarheid en hoe functioneert het in termen van geleverde zorg.
✓ Daarbij dan hoe dát wordt beïnvloed door de demografische ontwikkelingen inclusief de ontwikkeling in kosten. Vanwege de verschillen in concentratie van kennis en bevolkingsdichtheid is hier ook de mate van solidariteit tussen gemeenten relevant. De gewenste beweging in het zorglandschap (hoofdstuk 3) ✓ Paragraaf 3.1 geeft aan dat er veel goeds is ontwikkeld, maar noemt maar enkele daarvan. Het is belangrijk dit zorgveld-breed te beschrijven als basis onder de ontwikkelpunten in paragraaf 3.2. Immers, die successen hebben potentie voor het bredere zorglandschap: ze zijn veelal nog niet opgeschaald. Vanuit het overzicht van die ontwikkelingen kan dan de vertaling worden gemaakt naar de gewenste ontwikkelingen die zijn beschreven onder de stand van zaken van het zorglandschap. Om zo te bedenken hoe en waar deze kennis verder te verspreiden. Dit is van belang om uit de situatie te komen waarin ontwikkelde kennis niet maximaal wordt benut maar telkens nieuwe projecten worden gestart en wielen opnieuw worden uitgevonden. Als we naar onze eigen betrokkenheid en initiatieven kijken gaat het bijvoorbeeld om Jongeren Aan Zet, Samen1Plan, @ease Groningen, Triage/Duage model WIJ, het model van de Verklarende Analyse, Beweging van 0, het Schoolpoli Concept. Maar er is meer bij ons én zeker ook bij andere aanbieders. ✓
De in paragraaf 3.2 genoemde ontwikkelpunten zouden een logisch vervolg moeten zijn op de beschrijving van het zorglandschap, die relatie ontbreekt nu.
Wees kritisch op algemeenheden en onderbouwing De Regiovisie vormt de basis onder doorontwikkeling van het jeugdhulplandschap. Keuzes die bij die doorontwikkeling gemaakt worden kunnen grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van de jeugdhulp, het werkplezier van zorgprofessionals en kosten. Dat betekent dat een en ander feitelijk onderbouwd zal moeten zijn en waar dat niet kan vermeld moet worden dat het om aannames gaat. Daarbij is het belangrijk dat die aannames door terzake deskundigen zijn geformuleerd en onderbouwd: het beste vermoeden op basis van actuele kennis. Met name paragraaf 3.2 bestaat nu uit een opsomming van ‘statements’ waarvan we er een aantal als ‘juist’ herkennen en een aantal niet. Het ontbreekt aan onderbouwing per punt, waardoor er geen onderscheid is tussen feiten, veronderstellingen en meningen. Enkele voorbeelden: ✓
3.2.1. (….) er is onvoldoende toegekomen aan het investeren in preventie. Dit is te doorbreken door (….) o Zoals het er nu staat is het een mening. Het ontbreekt aan onderbouwing als: Waar zijn investeringen in preventie gedaan?, waaruit bestonden die?, wat werkte en wat niet en tegen welke kosten en baten? 2-4
Ook hier is een goede inhoudelijke beschrijving van het zorglandschap voorwaardelijk. Alleen dan kan gericht nagedacht worden hoe preventie een rol kan spelen. 2.3.1 (…) model draagt hieraan bij door in de regio te zorgen voor een vergelijkbare werkwijze en mate van preventie (….). Het betreft een model voor ordening van de inkoop, zonder zorginhoudelijke relevantie, zoals met de mate van preventie. o
✓
Voorkom misverstanden door onduidelijk taalgebruik Voorbeelden: ✓ In het document wordt regelmatig gebruik gemaakt van de woorden ‘(hoog)specialistisch’ en ‘hoog specialistisch’. Dit wordt geassocieerd met een bepaalde mate van schaalgrootte in organisatie en inkoop. Er wordt gesuggereerd dat het voldoende is alleen de hoog-specialistische ggz regionaal te blijven inkopen. In het werkveld wordt onder hoog specialistische ggz verstaan: de ggz die zich richt op zeer zelden voorkomende problematiek en daardoor een geografisch (bovenregionaal) monopolie vereist. Over ‘de andere specialistische ggz’ wordt soms gezegd dat die voldoende voor handen is en daardoor geen schaalgrootte criteria zou kennen en dus eenvoudig lokaal ingekocht kan worden. Het omgekeerde is waar: Kwalitatief hoogwaardige specialistische ggz vereist zaken als onderzoek, opleidingsplekken, multidisciplinaire teams, voldoende aanwezigheid van hoog opgeleid ervaren personeel. Dat vereist een schaalgrootte en efficiëntie die zich niet laat verenigingen met inkoop op gemeentelijk niveau. Doordat gemeenten specialistisch ggz aanbod zijn gaan inkopen bij aanbieders die bovengenoemde zaken niet bieden lijkt het nu of er legio aan aanbod is, maar daarbinnen bestaan dus grote kwaliteitsverschillen. Het trachten onderscheid te maken tussen hoog specialistisch en specialistisch vraagt dus overeenstemming over definities.
Daarbij heeft hoog specialistische ggz (definitie zorgaanbieders) bovenregionale inkoop (het geografisch monopolie moet groter zijn dan alleen de provincie Groningen) en vraagt specialistische ggz regionale inkoop. ✓
Op verschillende plekken wordt de Regiovisie geduid als ‘verplicht vanwege de NvO’. Een goed doordachte regiovisie is echter voorwaardelijk voor adequate doorontwikkeling van de jeugdhulp. Dat het ook een eis is die is opgenomen in de NvO, kan o.i. beter uit het stuk verwijderd worden, het wekt bij de lezer een verkeerde indruk en doet er (in dit document) in feite niet toe.
✓
Pg. 4, 2e alinea: de RIGG koopt niet alleen specialistische jeugdhulp in maar ook lichtere producten.
✓
2.3.4: (.) de experts zijn in staat out of the box te denken (.). Dat is niet juist: Het zijn experts in specialistische jeugdhulp, die redeneren op basis van kennis en ervaring. Als hun werkwijze als ‘out of the box’ wordt gezien dan wijst dat op een kennistekort bij de waarnemer. Deze misvatting en het gegeven dat ze uit hun organisaties moeten worden samengebracht in een expertteam wijst erop dat de kennis die zij inbrengen op bepaalde plekken in het zorglandschap ontbreekt. Relevant voor de regiovisie is dan: Welke kennis is dat en hoe kunnen we die kennis beter integreren in het werkveld?
✓
4.1 Hier wordt het Rietschansoverleg genoemd als een formeel gremium voor afstemming. Dat is onjuist. Het is een informeel overleg waar – buiten de bestaande overleggen om – tijd is om met elkaar terug en vooruit te blikken, zodat meer prospectief gehandeld kan worden
✓
Pg. 6 punt 4. Dit zijn teveel algemeenheden bij elkaar. Het roept vragen op als: wat was de kwaliteit van de toegang?, Hoe heeft die zich ontwikkeld?, Wat wordt bedoeld met ‘als het lokale team zijn basis op orde heeft?’. Immers niet alle gemeenten hebben lokale teams en voor 2015 waren er geen lokale teams en minder jeugdhulpbudget. Wat waren/zijn de doelen van het werken met lokale teams? Kan de toegang zijn werk momenteel niet goed uitvoeren? Waar wel? Waar niet? Wat veroorzaakt die verschillen? Waar vervullen ze al een essentiële rol in het landschap: op welke doelen wel en niet?
✓
2.1.3 het gaat over een nieuwe manier van werken via samenhangende hulp. Dat is in de kind- en gezinsbescherming i.h.a. inderdaad een nieuwe manier. Maar in het werkveld is het inmiddels al jaren géén nieuwe manier meer. Het zou goed zijn als de regiovisie duidelijk is over wat er op dit gebied in 3-4
Groningen aan kennis en ervaring beschikbaar is: Wie zijn hier al wel goed in, waar zien we dat? Hoe maken we gebruik van die ervaringen om het in de breedte beter te gaan doen? Opmerkelijk is, dat onder leiding van Molendrift, een dergelijke manier van werken werd ontwikkeld en dat wij hier landelijk en in Vlaanderen en Zwitserland advies geven. Dat is zo omdat Nederland kenniskoploper is in Europa op het gebied van de hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problemen. En binnen Nederland heeft de RuG deze kenniskoploperpositie. Relevant voor de regiovisie is de vraag waarom deze kennis dan nog zo vaak niet wordt ingezet in de regio waar deze wel is ontwikkeld en wat daarin de ambities zijn. ✓
In 2.3.2 staat dat de toegang een ‘sturingsmiddel om grip te krijgen’. Het is belangrijk om in deze regiovisie beter te tonen dat de toegang maar deels via de gemeenten loopt en om te beschrijven in hoeverre het nu inderdaad werkt, dat sturen en meer grip krijgen. Wat werkt daarin wel en wat niet? Is de prestatie van de lokale teams op deze punten merkbaar beter dan die van de andere verwijzers, met name de huisartsenroute of de huisartsen met OJG route? Wat weten we daarover? Wat doen we daarmee?
✓
2.4.3 (…) de gemeente is de verwijzer voor ongeveer 40% van de kosten en 25% van de cliënten. De huisarts is de verwijzer voor 18% va de kosten en 40% van de cliënten(…). Dit wordt gevolgd door de conclusie dat de huisarts voornamelijk naar relatief lichte jeugdhulp verwijst en de gemeenten voornamelijk naar relatief zware. Het is de vraag of dat klopt en als dat zo is wat de kwaliteit van de verwijzingen is. Het zou daarom goed zijn deze analyse samen te maken. Ook is het belangrijk toe te voegen dat de overall kosten van de beide verwijsroutes onderling verschillen doordat de inzet van de huisarts als verwijzer voor de gemeenten kosteloos is en die van gemeentelijke verwijzers niet. Wegen de kosten van verwijzen door lokale teams op tegen de baten? En weer is het relevant om regionale verschillen in deze percentages en vervolgkosten te betrekken. Zo ontstaat snel beter inzicht over de wenselijke vormgeving en haalbaarheid.
Aanvullend ✓ We missen de constatering dat jeugdhulp vaak als voorliggend wordt gezien en daardoor financieel gaten dichtloopt voor het passend onderwijs, WLZ etc. Zie ‘Onderzoek afbakening jeugdhulp zonder verblijf’ (Lorenz et. al., mei 2020). Het is goed mogelijk samen met zorgaanbieders in te schatten in hoeverre dat speelt en te bedenken of hier verbetering te halen valt: welke ervaringen hier al mee zijn. ✓
Het is goed dat naar cijfers wordt gekeken zoals de ontwikkelingen in aantallen in zorg, kosten en demografische ontwikkelingen. Echter deze zijn alleen bruikbaar voor verbetering als ze in verband gebracht worden met de aard en ernst van de problematiek van de cliënten. Alleen dan kan worden bedacht welke kennis/aanbod waar en in welke mate nodig is. Dit gaat terug tot en met preventie: er is kennis nodig over de aard van de problematiek om na te kunnen denken over het ontstaan ervan en daarmee wordt het dan mogelijk verantwoorde keuzes maken in de inzet van preventie. Wat dit betreft wijzen we op het monitoring instrument dat Molendrift en Accare maakten voor landelijk onderzoek naar de effectiviteit van de OJG. Daarbij wordt voor elke client de karakterisering van de problematiek gekoppeld aan de gepleegde interventie en het behaalde resultaat. Zo ontstaat snel een goed beeld van type problemen en wat daarop effectief is. Tegelijkertijd geeft het inzicht in de geografische spreiding van problemen wat weer handvatten geeft voor preventie. Deze monitoring laat zich eenvoudig vertalen naar een jeugdhulp brede monitoring. Om een verdere toename van de administratieve overhead te voorkomen zou deze in plaats van de beschikkingenadministratie kunnen worden ingevoerd. Veendam heeft goede plannen ontwikkeld hoe dat zou kunnen.
Tegelijkertijd kan een dergelijke aanpassing alleen succesvol worden doorgevoerd als dat jeugdhulp regio breed gebeurt..
✓
De zorg wordt meer en meer gekenmerkt door een groot verloop en schaarste aan goed personeel. De jeugdhulp is daarin geen uitzondering. Er is een relatie met werkplezier dat afneemt door toenemende bureaucratie en onredelijk beknotten van vrijheid in professioneel handelen. Het zou goed zijn hier een hoofdstuk aan te besteden. 4-4
1 1.5 Reactie Jonx op concept-regiovisie
Directie
De heer G. Ranter, Projectleider Via: anneke.kes@groningen.nl
Datum: Kenmerk: Betreft:
29 oktober 2021 IDCvB Concept regiovisie
Geachte heer Ranter,
Dank voor het toesturen van de concept regiovisie 12 oktober 2021. In uw schrijven van 14-10-2021 vraagt u een reactie hierop en in antwoord daarop stuur ik u hierbij de reactie vanuit Jonx, onderdeel van Lentis.
Correspondentieadres Postbus 128 9470 AC Zuidlaren Bezoekadres Lagerhout E 35 9471 KB Zuidlaren Telefoon 050 409 7034 Fax 050 409 7050
De concept regiovisie schetst voor ons de bekende ontwikkelingen landelijk en regionaal. De hieruit voorkomende opgaven zijn hiermee herkenbaar en noodzakelijk. Deze onderschrijven wij. Graag vragen wij wel nadrukkelijk aandacht voor het feit dat de ontwikkelingsvoortgang van jeugdigen ook verstoord kan verlopen als er geen aanwijsbare externe factoren of bedreigingen zijn. Vroeg signaleren en passend interveniëren is altijd van belang om verdere problemen in de toekomst voor te kunnen zijn. De visie voor Groningen wordt in de concept regiovisie op hoofdlijnen beschreven. De beschreven hoofdlijnen bieden echter nu nog onvoldoende houvast en concretisering om een gewenst, dekkend zorglandschap voor de jeugd te beschrijven voor de toekomst en de problemen op te lossen. Zonder deze concretisering is het ook niet mogelijk een keuze te maken voor passende monitoring en bekostiging. De cijfers in de conceptvisie zijn gebaseerd op indicaties en zorgzwaarte, maar geven geen duidelijkheid over type of complexiteit van zorg(vragen) en/of typering van de doelgroepen. Jonx is van mening dat een grondige analyse van de (hoog)specialistische zorgvragen/doelgroepen kan bijdragen aan geïnformeerde keuzes ten aanzien van het passende zorgaanbod. Graag denkt Jonx mee in de vervolgstappen om in gezamenlijkheid bij te dragen. Met vriendelijke groet,
dr. I.D.C. van Balkom, directeur Zorg & Bedrijfsvoering Jonx Jonx biedt jeugd geestelijke gezondheidszorg, behandeling en begeleiding voor autisme in de drie noordelijke provincies. Jonx maakt deel uit van Lentis.
1 1.6 Reactie Cosis op concept-regiovisie
1 1.7 Reactie Cedin op concept-regiovisie
Aan:
bestuurders van PG&Z ambtelijke projectgroep T.a.v.: dhr. G. Ranter, Projectleider
Geachte dames en heren, Hartelijk dank voor het bieden van de gelegenheid te reageren op de Norm voor Opdrachtgeverschap zoals geformuleerd in de concept-regiovisie. Wij onderstrepen het belang in het formuleren van die visie als gemeenten en zorgaanbieders samen te werken en waarderen de oproep die u daartoe doet. In reactie op uw concept leggen wij u een aantal zaken voor. Die zullen u uit eerdere correspondentie en gesprekken met aanbieders, waaronder ook Stichting Cedin, niet onbekend of verrassend voorkomen. Wetend dat u die eerder inbreng bezit en kent, formuleren wij in dit bericht onze kanttekeningen bij de regiovisie kort en bondig. Mocht een of ander toch niet helder zijn, dan geven wij u desgewenst graag nadere toelichting. Onze opmerkingen: - de concept-visie maakt duidelijk dat gemeenten zowel willen samenwerken, onderling en met aanbieders, op provinciaal niveau en tegelijkertijd en los van elkaar, gemeentelijke beleid willen voeren. Wij waarschuwen voor de door ons voorziene gevolgen van lokaal (i.c. gemeentelijk) georganiseerde jeugdhulp.
Die zijn verlies aan focus op wat voor het gehele provinciale zorglandschap geldt, versnippering van inzet op vraagstukken die in elke gemeente spelen, het risico van concurrentie tussen gemeenten op beschikbaarheid van voorzieningen en op de daarvoor vereiste personele capaciteit, een toename van indirecte (personele) capaciteit, en niet in het laatst een toename van bureaucratie in allerlei overleggen, procedures, werkprocessen en verantwoordingen. Elk van deze punten vloeit voort uit de keus voor het hybride inkoopmodel uit paragraaf 5.2 van de notitie. - in de conceptvisie wordt gesteld dat er ander beleid nodig is om een aantal knelpunten in het huidige jeugdhulpstelsel te kunnen oplossen. Wij wijzen erop, dat op geen enkele wijze wordt onderbouwd dat nieuw beleid, dat in de kern bestaat uit het invoeren van sterker gemeentelijk georganiseerde jeugdhulp, de knelpunten oplost. In de u bekende rapporten “Stelsel in Groei” en “De volgende stap” worden de risico’s daarvan zonneklaar gepresenteerd. Wij adviseren u de in de concept visie gemaakte keuzes nog eens af te zetten tegen de in deze rapporten gegeven waarschuwingen. Tot slot. Wij realiseren ons dat wij op belangrijke onderdelen van de concept-visie zeer kritisch zijn. Dat geldt niet voor de ambitie, ook bij gemeenten, voor de provincie Groningen een goed functionerend en betaalbaar jeugdhulpstelsel te realiseren.
Ook in de toekomst kunt u blijven rekenen op de bereidheid van onze organisatie daaraan constructief bij te dragen. Met vriendelijke groet, H. Wilbers bestuurder Cedin
1 1.8 Reactie Lagro Zorgkracht 12 op concept-regiovisie.pdf
Joost van de Wetering Reactie Bureau Lagro/Zorgkracht 12 op concept-regiovisie Beste Erik, Geachte wethouders Diks, Grimbergen, Verschuren en Schollema, Met enige weerzin dan toch een reactie, met het risico om wederom weggezet te worden als de (ongewenste) kritische noot, de luis in de pels, en betiteld te worden als ‘zie je wel, ze willen niet, ze zijn alleen maar tegen’. In alle openheid naar u allen, omdat het wederom deels de crux schetst van de ‘gespannen voet’. Deze Regiovisie brengt een hoop reeds ontstane frustratie naar boven en zoals Menting schetste: ‘Vanuit irritatie en het ontbreken van vertrouwen, kom je niet tot een goed gesprek.’ Ik had niet de intentie te reageren, of alleen te reageren met één of twee zinnen, maar vind het dan toch mijn verantwoordelijkheid om wel vanuit mijn bijna 60 aanbieders te reageren. Zoals u weet, ben ik niet geneigd een blad voor de mond te nemen. Na de berichten vanuit gemeente Groningen over ‘SAMEN’ afgelopen vrijdag en de publicatie van een marktconsultatie in Veendam, heeft een reactie op de regiovisie – met wat er nu op tafel ligt – wat mij betreft (in elk geval gevoelsmatig) weinig zin. Visie zou nog altijd vooruit moeten open op ‘inkoop’. We naderen vanuit in elk geval een deel van de aanbieders dan ook langzaamaan op het punt dat we het station van constructieve bijdragen zijn gepasseerd.
Dat is wat mij betreft een gemiste kans, als we (nog steeds) ergens gezamenlijk uit willen komen en vooral naar toe willen groeien. Onder politieke druk wordt nu een stuk ter tafel gebracht, omdat wethouders ‘dit aan hun raden beloofd hebben’ en ‘Den Haag erop zit te wachten’. Het geeft echter niet de inhoudelijke opgaven en ambities weer waar zorgaanbieders graag – zoals zij al maanden in verschillende combinaties en overleggen hebben getracht – met gemeenten hun bijdrage aan willen leveren. Nog steeds is dit een dusdanig hoog-over-verhaal dat gemeenteraden en Den Haag tevreden moeten stellen, vermoed ik, maar wat mij betreft ontbreekt nog steeds iedere inhoudelijk analyse om te komen tot gedragen, concrete, zorgvuldig en smart geformuleerde ambities voor de toekomst. Deze regiovisie valt nog steeds in de categorie ‘Iedereen wil wereldvrede’. Een aantal punten, die je niet zullen verbazen: Afbakening 2.1.1 De transformatie van de jeugdhulp vraagt om inzet op meerdere schaalniveaus: gemeentelijk, regionaal, bovenregionaal en landelijk. Een onderdeel van de uitwerking van de regiovisie is de afweging op welk schaalniveau de gewenste ontwikkeling nodig is en hoe de vormgeving van de inkoop kan plaats vinden en welke governance hierbij nodig is.
Een regiovisie geeft richting aan de samenwerking tussen, in ons geval, de Groninger gemeenten en aan de inhoudelijke opgaven en ambities waaraan gemeenten en jeugdhulpaanbieders willen werken.
5.3 De Groninger gemeenten hebben besloten om de hoog-specialistische jeugdhulp regionaal te blijven inkopen en de doorontwikkeling daarvan bij de RIGG te beleggen. De exacte afbakening van de jeugdhulp is onderdeel van het project en dient te worden afgestemd met aanbieders en gemeenten. Pagina 7: Daarnaast wordt er rekening gehouden met het feit dat er een deel van het hoogspecialistisch aanbod onder een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gaat vallen. Daar moeten landelijk nog afspraken over worden gemaakt.
In de regiovisie zou afbakening van ‘producten’ een onderdeel moeten zijn en vervolgens de vraag wat gemeenten lokaal, regionaal, bovenregionaal en landelijk ingekocht willen hebben. De afbakening is aan de orde geweest in de voorbereidingsgroep en in de klankbordgroep en is cruciaal voor de keuzes die gemaakt moeten worden voor de inkoop. Afbakening komt onvoldoende terug in de Regiovisie. Onder de genoemde AMVB valt verder niet alleen ‘een deel van het hoog-specialistisch aanbod’, maar ook (grote) delen van het specialistisch aanbod. Gelieve hier een correcte weergave te geven. 2.3.1 geeft een plaatje van de huidige inkoop, maar gaat nog steeds niet over de gevraagde afbakening, waar in de overleggen voorafgaand in de eerste sessie over de regiovisie in juni al om 1
gevraagd is. Ik hoef niet nogmaals te benadrukken dat visie leidend zou moeten zijn en daaruit volgt inkoop. Niet andersom. Stelsel in Groei Paragraaf 2.1.2. U refereert aan het rapport Stelsel in Groei met onder andere de tekst: ‘Tegelijkertijd zijn er aanbevelingen geformuleerd voor de efficiëntie en betaalbaarheid van het stelsel op de kortere en middellange termijn.’ Het AEF-rapport verwoordt ook helder dat bepaalde keuzes (die nu gemaakt worden) niet per definitie leiden tot de door gemeenten gewenste resultaten. Uw tekst en het aanhalen van het rapport is daarmee een eenzijdig belicht verhaal en daarmee zet u gemeenteraden op het verkeerde been. Als dit de argumentatie voor het één is, gelieve in het kader van transparantie ook de andere kant te belichten. Eenzijdig belichten kan politiek handig zijn, een waarheidsgetrouwe weergave van de inhoud van het rapport heeft echter mijn voorkeur (of het rapport weglaten). Eenzijdig belichten lijkt me politiek in deze fase niet handig. Gezamenlijke opgave Het vormt het gezamenlijke inhoudelijke kader waarop we gezamenlijk regionaal willen sturen. Het blijven bieden van kwalitatief goede zorg die aansluit bij de behoeften van jeugdigen en gezinnen en de betaalbaarheid van deze zorg, is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave.
Ten aanzien van het bieden van kwalitatief goede zorg zijn er vanaf april twijfels gerezen of deze provinciebreed gewaarborgd kan worden. De grootste oorzaak van ‘de patstelling’. U impliceert dat het een gezamenlijke opgave is. Laten we vanaf heden in gezamenlijkheid het inhoudelijke kader waarop we gezamenlijk regionaal willen sturen vormgeven. Met de nadruk op regionaal. En gezamenlijk. Een kader dat niet alleen gaat over ‘betaalbaarheid van deze zorg’, maar ook over ‘kwaliteit van deze zorg’ en ‘kwaliteit van samenwerking’ en ‘kwaliteit van de uitvoering’. Al deze aspecten zijn onderbelicht in de regiovisie, maar leiden uiteindelijk wel tot betaalbaarheid. Me dunkt dat al deze aspecten beter belicht zouden moeten worden, dat deze gezamenlijke opgave concreter gemaakt zou moeten worden voor alle betrokkenen en niet ‘betaalbaarheid’ leidend te laten zijn. We kunnen dit alleen realiseren met een verregaande samenwerking en het doorlopen van een zorgvuldig proces. Voldoende tijd en ruimte voor inspraak spelen hierbij een belangrijke rol.
Tot op heden is er geen sprake van verregaande samenwerking en is het proces niet zorgvuldig doorlopen. Mooie teksten, maar ver bezijden de werkelijkheid, en leveren een hoop irritatie op. Kan men ook over vallen. Of beter verwoorden en erkenning geven aan. Dat zou u sieren. Samenhang jeugd en onderwijs Het zorgaanbod is zoveel mogelijk in samenhang georganiseerd, bijvoorbeeld tussen jeugdhulp en onderwijs of tussen de jeugdhulpaanbieders en de gemeentelijke toegang.
De werkelijkheid vanuit de leerreviews in het kader van het door gemeenten zo gewenste ‘Ketenbreed leren’ geeft een andere kijk op de werkelijkheid. Het ‘in samenhang organiseren van jeugdhulp en onderwijs’, of ‘tussen aanbieders en toegang’ is waar het aan schort. De aannames zoals geschetst in 3.2.1 (er wordt teveel bekostigd uit jeugdhulp, en er zijn teveel aanbieders betrokken) zijn aannames die vooral de ‘schuld’ leggen bij de aanbieders. Dit was ook wezenlijk voelbaar het gevoerde gesprek met Menting. M.i. dient hier een betere analyse gemaakt te worden zoals meerdere malen eerder aangegeven in mei/juni en op de bijeenkomsten in juni en augustus. Namelijk analyses over het beter functioneren van de toegang, wat Veendam zo mooi noemt ‘werkgeluk’, kwaliteit en continuïteit van casemanagers, inzetten van experts met een brede kennis van zorg én onderwijs, het inzetten van meer expertsie aan de voorkant, het adequaat opvolgen van signalen, het verbeteren van processen bij gemeenten en het werkelijk luisteren naar de hulpvraag van het kind en de ouder, en ‘samen beslissen’. Al deze zaken zouden tot veel meer efficiëntie en effectiviteit moeten leiden dan nu het geval is en daarmee tot ‘betaalbaarheid’. In de regiovisie komt onvoldoende het functioneren (en de kosten) van gemeenten aan bod en ontbreekt de analyse hierover. 2
Grondige analyse De grondige analyse die toegezegd is, is niet gemaakt. De analyses in bijlage 1 en 2 is slechts een demografische en een cijfermatige onderbouwing van wat gemeenten hebben uitgegeven aan diverse vormen van zorg, aan hoeveel cliënten over een aantal jaren. De analyses zeggen niets over waarom de transformatie niet op gang is gekomen. Het zegt niets over hoe het met de jeugdige daadwerkelijk is. De analyse geeft ook niet weer wat de effectiviteit is van gemeenten, de kosten van sociale teams, CJG’s, en al dies meer zij. Het beeld gaat hier sect alleen heel koude data, een eenzijdig belicht. Het geeft niet aan waar de problemen werkelijk zitten. Een grondige analyse om te komen tot ambities dient veel meer te omvatten enn gaat over veel meer onderwerpen dan alleen deze financiële statistieken. Proces al twee stappen verder dan het gesprek dat we voeren Nu, dan wordt het toch nog een langer verhaal dan gedacht. Ik sluit mij verder graag aan bij de ongewijfeld kritische noten van andere aanbieders. De moed zakt me in de schoenen: het voelt zinloos om uitgebreid te reageren, en ‘Zinloos, daar ben je niet van’, appte iemand mij vanavond. Die uitspraak klopt als een bus. De mededelingen vanuit gemeente Groningen van afgelopen vrijdag over het TJG en ‘SAMEN’ doen me realiseren dat we meepraten over een proces dat al twee stappen verder is dan het gesprek dat we voeren.
Zo ook heb ik de Regiovisie als een wezenlijk ander stuk voorgesteld dan wat er nu ter tafel ligt. Het is geschreven vanuit een politieke en ambtelijke werkelijkheid die ver af staat van de werkelijkheid van de zorgaanbieder en erger nog, mijlenver afstaat van de werkelijkheid en realiteit van uw jeugdigen, waar ik had gehoopt ergens in het midden uit te komen. Iedereen wil wereldvrede is nog steeds de toon. Gemiste kans wat mij betreft. Uw criticaster, Andrea Lagro
3