CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

20250327 T Afhandeling toezeggingen (juridische) uitleg zonneparken

Informatiebijeenkomst 27 maart 2025, gemeente Midden-Groningen1.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afhandeling toezegging

Datum: 15 juli 2025

Verzenddatum: 17 juli 2025

Behandeld door: Dennis van der Haar

Mailadres: dennis.vanderhaar@midden-groningen.nl Portefeuillehouder: Markus Ploeger

Onderwerp: Afhandeling toezeggingen ‘(juridische) uitleg zonneparken’

Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u over de afhandeling van de toezeggingen ‘gewekt vertrouwen beleid over draagvlak zonneparken’ en ‘voortgang RES en resterende doelstelling’ zoals gedaan tijdens de informatiebijeenkomst over de (juridische) uitleg zonneparken in de raadscommissie van 27 maart 2025. Toezegging: • Terug te komen op de volgende centrale vraag: heeft het herziene zonneparkenbeleid van Midden-Groningen (2023) verwachtingen gewekt bij omwonenden over de rol van draagvlak in vergunningverlening in tegenstelling tot de Omgevingswet die voorschrijft dat het ontbreken van draagvlak geen formele weigeringsgrond is? • Terug te komen op de voortgang in de RES (de huidige cijfers) met betrekking tot de resterende doelstelling in TWh. 1. Toezegging ‘gewekt vertrouwen beleid over draagvlak zonneparken’ Analyse Het ontbreken van draagvlak is géén wettelijke weigeringsgrond Op grond van de Omgevingswet is het ontbreken van draagvlak geen zelfstandige reden om een vergunning te weigeren. Draagvlak wordt meegewogen als onderdeel van de belangenafweging (bijvoorbeeld in relatie tot participatie en maatschappelijke acceptatie), maar vormt geen resultaatsverplichting. Het is dus niet doorslaggevend in juridische zin.

Inspanningsverplichting is wél juridisch bindend Zowel in het beleid van 2023 als in dat van 2019 wordt participatie, oftewel het betrekken van de

Pagina:

2 van 3

Datum:

15 juli 2025

Zaak:

981570

omgeving, als belangrijk uitgangspunt genoemd. Het herziene beleid stelt dat initiatiefnemers verplicht zijn om een participatieproces vorm te geven, zoals (aantoonbare) communicatie met omwonenden, inspraak en eventueel financiële participatie. Deze inspanning kan worden geëist en beoordeeld. Als een initiatiefnemer hierin ernstig tekortschiet, kan dat een gegronde reden zijn om medewerking of vergunning te weigeren. Risico op gewekt vertrouwen bij omwonenden In het beleid (2023) is onder meer het volgende opgenomen: “Een voorwaarde voor medewerking aan een zonnepark-initiatief is dat omwonenden en belanghebbenden in de omgeving van het zonnepark voldoende zijn betrokken bij de planvorming voor het creëren van draagvlak.” Deze formulering maar ook andere passages uit het beleid kunnen, zonder expliciete juridische duiding, de indruk wekken dat een vergunning zonder draagvlak onmogelijk is. Vooropgesteld: dit is niet in lijn met de juridische werkelijkheid onder de Omgevingswet. Afhankelijk van hoe iemand de tekst leest en interpreteert, is het echter voorstelbaar dat dit kan leiden tot een beroep op het vertrouwensbeginsel, indien alsnog een vergunning wordt verleend. Zo is het echter niet bedoeld met de manier waarop het verwoord is in het beleid.

In dat geval is een zorgvuldige en expliciete motivering vereist, waarin wordt toegelicht waarom de vergunningverlening gerechtvaardigd is ondanks beperkt draagvlak. Conclusie Hoewel het beleid niet expliciet stelt dat enkel het ontbreken van draagvlak op zichzelf leidt tot weigering, kan de gebruikte formulering bij inwoners wél verwachtingen oproepen. Echter, naar ons onderdeel schept het beleid, zoals dat nu wordt toegepast, geen gerechtvaardigd vertrouwen dat een vergunning automatisch wordt geweigerd puur wegens een gebrek aan draagvlak, zonder nadere onderbouwing. De Omgevingswet prevaleert boven het gemeentelijk beleid en vereist dat vergunningverlening plaatsvindt op grond van ruimtelijke overwegingen en een beleidsmatige belangenafweging. Hier kan, ondanks de mogelijk tegenstrijdige beleidsbepalingen ten aanzien van draagvlak als harde voorwaarde, op basis van vaste jurisprudentie niet van afgeweken worden. Draagvlak is daarom geen harde eis voor het verkrijgen van een vergunning (resultaatsverplichting), maar initiatiefnemers zijn wel verplicht om zich aantoonbaar in te spannen om draagvlak te realiseren. Het verplichte participatieproces vormt de manier waarop initiatiefnemers invulling geven aan hun inspanningsverplichting om draagvlak te creëren. Initiatiefnemers moeten belanghebbenden actief betrekken bij de planvorming en dit goed aantonen.

Deze inspanningsverplichting is juridisch afdwingbaar. Als het participatieproces onvoldoende is uitgevoerd of niet inzichtelijk is gemaakt, kan dat een geldige reden zijn om geen vergunning te verlenen. Het beleid legt dus de nadruk op een zorgvuldig en controleerbaar participatieproces. Daarom is het belangrijk dat de gemeente: • duidelijk communiceert dat draagvlak een onderdeel is van het bredere participatieproces, maar geen harde eis; • helder en navolgbaar motiveert wanneer zij vergunt ondanks beperkt draagvlak, en daarbij uitlegt hoe de participatie-inspanningen zijn gewogen; • consequent toepassing geeft aan het beleid en, waar nodig, nuancering aanbrengt in de

Pagina:

3 van 3

Datum:

15 juli 2025

Zaak:

981570

formulering van beleidsdocumenten om misverstanden te voorkomen. Zo voldoet de gemeente aan de eisen en het leidende principe van de Omgevingswet en wordt tegelijkertijd het vertrouwen van inwoners en betrokkenen in een transparante besluitvorming versterkt. N.B. Deze analyse is volledig van toepassing op het herziene zonneparkenbeleid van 2023 en deels van toepassing op het zonneparkenbeleid van 2019. De bepalingen over draagvlak - en de verplichting daartoe - zijn in het oorspronkelijke beleid minder expliciet geformuleerd en bovendien juridisch minder scherp afgebakend. Voor de lopende zonnepark initiatieven Siepweg (Sappemeer) en Geerlandweg (Siddeburen), die onder het beleid van 2019 vallen, blijft een goede motivering en zorgvuldige toepassing van de participatievereisten evenzeer van belang.

2. Toezegging ‘voortgang RES en resterende doelstelling’ Op dit moment is de verwachting dat er 0,78 TWh van het totale RES-bod voor wind- en zonneenergie van 0,95 TWh gerealiseerd wordt. Deze verwachting is onder meer afhankelijk van het al dan niet doorgaan van de lopende projecten (hieronder aangeduid als ‘RO-procedure’ en ‘Voortraject’) in hun huidige vorm (omvang, locatie, etc.). De waarden in deze tabel (opwek) zijn indicatief en kunnen nog wijzigen als gevolg van een aangepast ontwerp van het desbetreffende zonnepark naar aanleiding van de maatwerkmethode met de provincie en/of technologische ontwikkelingen. Wanneer projecten die op dit moment in procedure zijn afvallen, wordt de overgebleven doelstelling des te groter. Op basis van de meest recente cijfers in de RES bedraagt de resterende opgave naar schatting dus circa 0,17 TWh. Er zijn nog geen concrete initiatieven in beeld die de openstaande ambitie invullen. Zie ook de onderstaande tabel voor een nadere duiding. Voortgang RES Type

Elektriciteitsproductie (TWh)

Wind

0,31 tov ambitie 0,35

Zon

0,47 tov ambitie 0,60 •

Vergund/in productie

(0,385)

•

RO-procedure

(0,052)

•

Voortraject

(0,032)

Totaal

0,78

Resterend

0,17

Ambitie

0,95

Wij beschouwen de toezegging hiermee als afgedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15816280/1