109 1 Onderzoeksrapport Ondermijning in het Ommeland
Tekst van het document
Een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in negen Groningse gemeenten
Edward van der Torre Pieter Tops Menno van Duin Titia Jongepier 2023
1
DE OMMELANDEN
Alle 9 deelnemende gemeenten Eemsdelta
Stadskanaal
Het Hogeland
Veendam
Midden-Groningen
Westerkwartier
Oldambt
Westerwolde
Pekela
IN HOUDS OPGAVE 1. Inleiding 1.1 Onderzoeksvragen 1.2 Over ondermijning 1.3 Onderzoeksactiviteiten 1.4 Leeswijzer
3
2. Criminele kansen (1): een fysiek-sociale infrastructuur 2.1 Situationeel 2.1.1 Dun bevolkt: veel anonieme
7
(lint)dorpen en risicolocaties 2.1.2 Fysieke infrastructuur: kansen voor georganiseerde (drugs) criminaliteit 2.2 De ongeloofwaardige Haagse overheid 2.3 Afsluiting
4 5 6
8 8 10
16 19
3. Criminele kansen (2): economische kwetsbaarheden 3.1 Te midden van probleemcumulatie: normalisatie van drugsgebruik 3.2 Economische achterstanden: criminele kansen 3.3 Risicobranches 3.4 Afsluiting
20
4. Ondermijnende praktijken (1): drugscriminaliteit 4.1 Drugsproductie: vertrouwd met hennep 4.2 Drugshandel: mobiel, klantgericht en grensoverschrijdend 4.3 Afsluiting
27
5. Ondermijnende praktijken (2): criminele veelzijdigheid 5.1 Vastgoed: lokale invloed en schade 5.2 Digitale criminaliteit 5.3 Tussen mensenhandel en misstanden 5.4 Overige ondermijning 5.5 Afsluiting
43
6. De gemeentelijke aanpak van ondermijning 6.1 De beleidscontext 6.2 Gemeentelijke veiligheidsorganisaties: dun bezet 6.2.1 De OOV-organisaties 6.2.2 De BOA-organisaties 6.3 Gemeentelijke veiligheidsorganisaties: grenzen en opdrachten 6.4 Afsluiting
55
7. Samenvatting: in antwoord op de onderzoeksvragen 7.1 Criminele gelegenheidsstructuren 7.2 Criminele praktijken 7.3 De bestuurlijke aanpak: een wereld te winnen !? 7.4 Aanbevelingen
64
Literatuur Bijlage 1 – Drugslocaties Colofon
72 73
44 47 48 50 54
56 57
59 60
63
65 67 69 70
21
22 23 26
28 34
42
IN LEI DING 1.1 Onderzoeksvragen
Dit rapport beschrijft en analyseert de (aanpak van) ondermijning in negen gemeenten in het Groningse Ommeland: Westerkwartier, Midden-Groningen, Veendam, Pekela, Stadskanaal, Oldambt, Westerwolde, Eemsdelta en Het Hogeland. Het is een vervolg en aanvulling op het rapport ‘Groningse Praktijken’ (Van der Torre en Tops, 2022), over de gemeente Groningen. Dit rapport over het Ommeland verschijnt op een kantelpunt. De (gemeentelijke) aanpak van ondermijning is, door de Groningse burgemeesters, op de agenda gezet. Dit vergt meer inzicht in de problematiek, al is op voorhand duidelijk dat versterkingen nodig
1
zijn qua beleid, organisatie en personele bezetting. Dit rapport maakt de balans op en formuleert aanbevelingen. Daartoe worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. W at zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren en fenomenen in de provincie Groningen? 2. H oe geven de negen Groningse gemeenten in het Ommeland organisatorisch en inhoudelijk gestalte aan de aanpak van ondermijning? 3. Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd voor de gemeentelijke en integrale aanpak van ondermijning?
3
1.2 Over ondermijning Het begrip Het vraagstuk van de georganiseerde criminaliteit staat sinds ongeveer 2010 stevig op de agenda van het lokaal bestuur, aanvankelijk vooral in grotere steden. ‘Ondermijning’ is de term die werd gebruikt. Dit begrip spreekt aan en leidt tegelijkertijd tot onduidelijkheid. Begripsverheldering is nodig. Ondermijning wordt, in het kort, door ons opgevat als schadelijke (lokale) effecten van georganiseerde criminaliteit. Omschrijvingen van het begrip georganiseerde criminaliteit bevatten doorgaans de volgende elementen: het gaat om groepen die gericht zijn op illegaal gewin, die stelselmatig delicten plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving en die in staat zijn deze delicten met geweld of corruptie af te schermen (Fijnaut e.a., 1996). Inmiddels is de communis opinio dat de georganiseerdheid het best kan worden opgevat als een netwerk van groepen en groepjes, die allemaal hun specifieke plek hebben. Ondermijning gaat over de schadelijke effecten van de georganiseerde criminaliteit op de samenleving. Zij tast de beoogde en legale werking van het samenlevingssysteem aan. Ondermijning is in die zin de georganiseerde criminaliteit dichtbij. Een belangrijk ondermijnend effect is dat georganiseerde criminaliteit te vaak loont en dat met (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed en bedrijven.
Dit kan resulteren in bewegingen van de ‘onderwereld’ naar de ‘bovenwereld’. De criminele wereld lijkt aantrekkelijk vanwege het idee snel en gemakkelijk (veel) geld te kunnen verdienen. Dat is vaak schijn, want de criminele wereld is hard, met concurrentie, geweld en interne ongelijkheid. Criminele netwerken misbruiken afhankelijkheden van kwetsbare personen. In ruil voor woonruimte, drugs of schuldsanering worden bijvoorbeeld wederdiensten gevraagd, zoals drugshandel, het verrichten van (te) goedkope arbeid, meehelpen aan hennepteelt of illegale prostitutie. Het onderscheid tussen georganiseerde misdaad en ondermijning heeft praktische implicaties en draagt bij aan rolverduidelijking bij terugdringing van beide fenomenen. De aanpak van de georganiseerde misdaad is primair de taak van opsporingsdiensten zoals de politie, terwijl het reduceren van de
ondermijnende gevolgen met name de taak is van het openbaar bestuur. De burgemeester is in essentie geen crime fighter, maar verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid en integriteit van de samenleving. En dus voor het voorkomen en terugdringen van een gunstige voedingsbodem voor de georganiseerde misdaad. In de aanpak van ondermijning is samenspel tussen scholen, sociale wijkteams, jongerenwerk, reclassering, gemeentelijke handhaving, lokale politie (wijkpolitie en recherche) en justitie (inclusief rechtbanken) van groot belang. Georganiseerde misdaad en ondermijning zijn twee zijden van dezelfde medaille. De ene heeft betrekking op de criminele activiteiten zelf, terwijl de ander gaat over de maatschappelijke effecten daarvan. Beide zijn onmisbaar. Een serieus bestuurlijk optreden tegen ondermijning kan niet bestaan zonder effectieve strafrechtelijke aanpak van criminele samenwerkingsverbanden; en visa versa. Ook de politie en het OM moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen (en mogen daar ook op aangesproken worden).
De gemeentelijke aanpak: ontwikkelingen De aanpak van ondermijning is een bredere activiteit dan de terugdringing van georganiseerde misdaad als zodanig. Dat laatste is, zoals gezegd, vooral de taak van de justitiële keten (in het bijzonder de politie en het OM), die daarvoor bijzondere opsporingsbevoegdheden hebben gekregen, zoals bijvoorbeeld stelselmatige observatie en infiltratie. Zij kunnen die activiteiten ondernemen in de context van een strafrechtelijk regime. De aanpak van ondermijning is vooral een bestuursrechtelijke en bestuurlijke activiteit. Zij behelst naast het gebruik van specifieke bestuurlijke instrumenten (zoals de wet Bibob, artikel 13b Opiumwet en de APV), vooral ook het inzetten van toezicht, controle en handhaving èn de actieve ontwikkeling van preventief beleid, zowel in algemene zin (bijvoorbeeld via sociaal beleid) als meer specifiek (bijvoorbeeld gericht op ontmoediging van drugsgebruik). De bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit heeft sinds het begin van deze eeuw belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. De eerste stap bestond uit het tegengaan van misbruik door criminele organisaties 4
van bestuurlijke diensten. Daartoe werd in 2003 de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) ingesteld. Doel is dat gemeenten en andere bestuursorganen de integriteit toetsen van bijvoorbeeld aanvragers van vergunningen en subsidies. In eerste instantie door zelf onderzoek te doen en om bij twijfel daarna het landelijk bureau BIBOB te kunnen inschakelen. Ook artikel 13b van de Opiumwet, gericht op het tegengaan van gebruik van panden voor illegale drugsactiviteiten, stamt uit deze tijd. De tweede stap bestond uit het bij elkaar brengen van vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie (OM), belastingdienst (FIOD), gemeenten en andere organisaties in zogenoemde Regionale Informatie en Expertise Centra (verder: RIEC). In de kern functioneren deze RIEC’s op basis van een convenant dat de aangesloten organisaties in staat stelt onderling informatie uit te wisselen en op basis daarvan gemeenschappelijke actie te ondernemen. De derde stap bestaat uit de ontwikkeling van een brede aanpak van ondermijning binnen een gemeente. Zo’n aanpak bestaat niet alleen uit de inzet van controlerende instrumenten (zoals artikel 13b Opiumwet of de Wet BIBOB) en is ook niet alleen de verantwoordelijkheid van de afdeling veiligheid.
Het betreft een gemeente-brede inzet, waarbij de inzet van toezicht, handhaving en controle van cruciaal belang is (via boa’s en anderen). Maar ook andere onderdelen van een gemeentebestuur, zoals bijvoorbeeld de afdelingen bevolking (in- en uitschrijving BPR), sociale zaken (uitkeringen, sociaal beleid), onderwijs (startkwalificaties), economie (werk) en wonen (vastgoed) kunnen een belangrijke rol spelen. Deze gemeente-brede aanpak is inmiddels in veel gemeenten in gang gezet. In een aantal gemeenten is daar nog een vierde stap aan toegevoegd, een maatschappelijke component gericht op publiek-publieke samenwerking (bijvoorbeeld met woningcorporaties, scholen en welzijnsorganisaties), op publiek-private samenwerking (met bedrijven of brancheorganisaties) of op betrokkenheid van burgers (bijvoorbeeld via meldingen, al dan niet via Meld Misdaad Anoniem). In een aantal gemeenten zijn ook stappen gezet gericht op ontmoediging van drugs(en alcohol-)gebruik. In feite gaat het daarbij om de ontwikkeling van een gemeentebrede
coalitie tegen de ondermijnende effecten van georganiseerde misdaad. Soms wordt in dit verband wel gesproken over realisering van een ‘weerbare samenleving’. Deze activiteiten vergen inspanningen van gemeenten. Voor een deel kan daarbij aangesloten op reguliere activiteiten binnen een gemeente. Daarnaast kan een belangrijk deel van de ondermijningsactiviteiten in regionaal verband georganiseerd worden, ondersteund door het RIECNoord-Nederland. Daardoor kan van bestaande expertise en activiteiten gebruik gemaakt worden en bovendien heeft aanpak van ondermijning in één gemeente maar betrekkelijke zin. In enkele provincies heeft dat geleid tot de formulering van gezamenlijke bestuurlijke normen voor de aanpak van ondermijning (bijvoorbeeld in Noord-Brabant en Flevoland). Soms zal ook extra inspanning en menskracht in afzonderlijke gemeenten georganiseerd moeten worden. We komen daar aan het eind van ons rapport op terug.
1.3 Onderzoeksactiviteiten We hebben de volgende onderzoeksactiviteiten verricht om de geformuleerde vragen te beantwoorden: Interviews met negen burgemeesters. Eén of twee (aansluitende) groepsinterviews met OOV-ambtenaren, één of twee BOA’s en andere ambtenaren die door hun functie (b.v. actief bij burgerzaken, vergunningverlening, vastgoed of sociale recherche) zicht hebben op ondermijning en/of een rol hebben bij de aanpak daarvan. We spraken in totaal met 52 gemeenteambtenaren. Dit was als volgt verdeeld over de gemeenten: Westerkwartier (7); Midden-Groningen (7); Veendam (3); Pekela (3); Stadskanaal (6); Oldambt (6); Westerwolde (4); Eemsdelta (7) en Het Hogeland(9). Een interview met de gebiedsofficier van justitie. Een interview met twee RIEC-medewerkers. ier groepsinterviews bij vier basisteams van de V politie, waarbij we in totaal 23 politiemensen spraken.
5
Dit was als volgt verdeeld over de basisteams: Westerkwartier (6); Ommelanden Midden (6); Ommelanden Oost (4); en Ommelanden Noord (7). I n het basisteam Ommelanden Noord is met politiemensen een bezoek gebracht aan verschillende locaties, waaronder drie zeehavens (Lauwersoog, Eemshaven en Delfzijl), twee AZC-locaties, enkele bedrijfslocaties en een probleemwijk in Delfzijl. Een groepsinterview met zes medewerkers van de districtsrecherche. oorts is een interview afgenomen van een V medewerker van het Grensoverschrijdend Politieteam, een medewerker van de Dienst Regionale Informatieorganisatie van de politie en van een onafhankelijke expert. Ook is kort gesproken met een COA-medewerker, met de havenmeester (Groningen Seaports) en met twee ambtenaren van de provincie Groningen. Op een selectie van locaties die in de interviews werden benoemd vanwege ondermijnende praktijken is door tenminste één onderzoeker (kort) geobserveerd, om een beeld te krijgen van de omgeving waarover respondenten spraken. Om een idee te krijgen van het werkgebied is door het gebied gereden, gefietst en in grotere kernen gewandeld. e politie heeft informatie verstrekt over D geregistreerde drugscriminaliteit en we hebben gebruikgemaakt van openbare informatie van het project Zicht op Ondermijning. e hebben een abonnement genomen op het W Dagblad van het Noorden.
Dit leverde veel interessante (premium) artikelen op. Voor een deel worden die als bron vermeld in het rapport. Voor een ander deel was het nuttig om te lezen, ook als het niet (in directe zin) over criminaliteit ging, om op die manier beeld en ‘gevoel’ te krijgen bij het Groningse Ommeland.
De beschrijving van ondermijning is met name gebaseerd op informatie en inschattingen van respondenten, in het bijzonder professionals die werken in het veiligheidsdomein en in het ambtelijk apparaat. De door respondenten verstrekte informatie is deels gebaseerd op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers en/of op concrete ervaringen bij controles of bij sociaal-preventieve inspanningen. We hebben geen dossiers bestudeerd. Daarnaast baseren onze respondenten zich op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Hoewel het gaat om professionals met veel materie- en locatiekennis, verstrekten ze ook informatie over mogelijke criminaliteit die niet is bewezen. Zo dient de tekst dus steeds te worden gelezen, namelijk als een weergave van professionele ervaringen, inzichten en inschattingen wat betreft georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Daarnaast vertelden respondenten over criminele kansen. Dit was relevant, want die kansen bestaan onder meer vanwege het uitgestrekte gebied en het bescheiden niveau van toezicht, controle en handhaving. Respondenten zijn uiteraard ook bevraagd over de beleidsmatige gang van zaken.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 en 3 presenteren en analyseren de criminele gelegenheidsstructuren. In hoofdstuk 4 en 5 worden criminele praktijken beschreven: eerst de drugscriminaliteit en daarna andere criminaliteit. Hoofdstuk 6 analyseert de gemeentelijke veiligheidsorganisatie en in het bijzonder de gemeentelijke aanpak van ondermijning. Hoofdstuk 7 beantwoordt de onderzoeksvragen en kan worden gelezen als samenvatting.
en concepttekst van dit rapport is, ter controle E op feitelijke onjuistheden, voorgelegd aan de negen gemeenten, justitie, politie en het RIEC.
6
CRIMINELE KANSEN
EEN FYSIEK SOCIALE INFRA STRUC TUUR
2
Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de criminele gelegenheidsstructuren in het Groningse Ommeland voor zover die schuilen in fysieke kenmerken (‘situationele factoren’) en in de afstand tussen de lokale bevolking en de (vooral Haagse) overheid. Die analyse ligt deels in het verlengde van het rapport over de gemeente Groningen. Daarbij werd namelijk duidelijk dat een categorie criminelen niet alleen actief is in de stad, maar ook elders in de provincie. Het omvangrijke buitengebied biedt criminele kansen vanwege anonimiteit, havens, bedrijventerreinen, goedkoop vastgoed en (beschikbaar) agrarisch vastgoed. En dit alles in de nabijheid van illegale drugsmarkten in Duitsland en Scandinavië. Toch zijn dergelijke fysieke kenmerken en omstandigheden niet het belangrijkste waarover onze respondenten vertelden. Ze benadrukten de diepe kloof - een waardenconflict - tussen het sociaaleconomisch kwetsbare Groningse platteland en de Haagse overheid. Paragraaf 2.1 gaat in op de situationele kenmerken, met bijzondere aandacht voor de ruimte en anonimiteit die worden benut door criminelen. Paragraaf 2.2 gaat over de (groeiende) criminele kansen vanwege de ongeloofwaardigheid van de (Haagse) overheid op het Groningse platteland.
2.1 Situationeel 2.1.1 Dunbevolkt: veel anonieme (lint)dorpen en risicolocaties Het Groningse Ommeland is dunbevolkt, met ruim 350.000 inwoners op een oppervlakte van ongeveer 2.700 vierkante kilometer. Het Ommeland telt meer dan tweehonderd dorpskernen, vaak ‘lintdorpen’, die deels hun eigen signatuur en historie hebben. Al die kernen liggen, na een reeks gemeentelijke fusies, in negen gemeenten. De namen van de gemeenten spreken minder tot de verbeelding dan die van de voormalige gemeenten of dan de grootste kernen. Twee gemeenten tellen meer dan 50.000 inwoners. Het betreft gemeenten die tegen de gemeente Groningen aan liggen, namelijk Westerkwartier (ruim 64.000 inwoners, met 41 kernen) en Midden-Groningen: ruim 60.000 inwoners en met 25 kernen, waarvan Hoogezand verreweg de meeste inwoners telt (ongeveer
22.000). Gemeente Het Hogeland omvat de voormalige gemeenten Bedum, Eemsmond, De Marne en Winsum. Het telt ongeveer 48.000 inwoners en 51 kernen. Buurgemeente Eemsdelta, ontstaan na de fusie van Delfzijl, Appingedam en Loppersum, heeft ruim 45.000 inwoners en telt 32 kernen. Gemeente Oldambt is een samenvoeging van Scheemda, Winschoten en Reiderland, met ruim 38.000 inwoners en 15 kernen. Binnen Oldambt bestaat een groot verschil tussen de kernen (Winschoten-Heiligerlee-Scheemda) en de zogenoemde ‘Graanrepubliek’ met de polders richting het kustgebied van de Dollard. Gemeente Stadskanaal telt ongeveer 32.000 inwoners en (minimaal) 24 kernen. Gemeente Veendam telt ongeveer 28.000 inwoners en heeft, als het oude centrum van de zogenoemde Veenkoloniën, een stedelijk karakter. Het wordt ook wel Parkstad genoemd. Veendam heeft veel winkeloppervlakte en telt vier wijken. De gemeente Pekela telt ruim 12.000 inwoners en bestaat uit twee hoofdkernen, namelijk Oude Pekela en Nieuwe Pekela. Tot slot heeft gemeente Westerwolde (een fusie van Bellingwedde met Vlagtwedde) ruim 26.000 inwoners, met 21 kernen. Ter Apel telt een COAvoorziening met 2.000 plaatsen die onder andere fungeert als Centrale ontvangstlocatie.
Het dunbevolkte, omvangrijke en versnipperde karakter van het Groningse Ommeland heeft vergaande gevolgen voor de criminele kansen, want dit bemoeilijkt de aanpak van ondermijning in hoge mate. Dit komt door de volgende omstandigheden: D e afwezige overheid. De dunne bevolkingsdichtheid heeft ongunstige effecten op de verdeling van budget en personeel over politie en gemeenten, omdat deze in de kern wordt gebaseerd op het inwonertal. Een wel erg ‘slank’ gemeentelijk en politieapparaat dient dus te handhaven in een lastige fysieke omgeving. In het overgrote deel van de dorpen en onbebouwde gebieden is de politie fysiek afwezig of hooguit kortdurend aanwezig: “Er rijdt een politieauto door het dorp, op weg naar iets”. Overtredingen en (ook ernstige) strafbare feiten worden zelden opgemerkt door overheidsfunctionarissen. Bijvoorbeeld een vechtpartij of grove verkeersovertreding. Georganiseerde misdaad valt nog minder op, omdat deze wordt afgeschermd.
8
Criminelen zien - in al die dorpen en op de talrijke riscolocaties - politieauto’s vaak ‘van ver’ aankomen. Als er iets valt te verbergen, is daar doorgaans alle tijd voor. Als een politieauto (vanuit het Oosten) bijvoorbeeld de invalsweg oprijdt naar de haven in Lauwersoog, duurt het nog ruim tien minuten voordat deze daar arriveert. Zie verder paragraaf 2.2. A fwezige overheid: een rem op meldingen. Bewoners voelen zich door de afwezigheid van de overheid (gemeente, politie) op zichzelf aangewezen. Dit is - nog los van drempels om meldingen te doen over ‘bekenden’ - een rem op het melden van overtredingen of strafbare feiten bij politie of gemeente. Campagnes ‘om te melden’ werken nauwelijks, zo wordt geconstateerd. Het lijkt noodzakelijk dat de overheid via persoonlijke contacten informatie ophaalt, maar dat loopt dan weer vast door de ongelukkige verhouding tussen de personele sterkte en het oppervlakte. Veel bewoners voelen zich in de steek gelaten en zelfs belazerd door de Haagse overheid. Zelfredzaamheid is daarom nodig. In steeds bredere kring ontstaat acceptatie voor overtredingen of strafbare feiten. Ook dit is een rem op meldingen. Zie verder paragraaf 2.2. O ok de wijkagent staat op afstand. De norm van 1 wijkagent op 5.000 inwoners is bedoeld als garantie voor de lokale aanwezigheid van de politie: ‘kennen en gekend worden’.
Die norm houdt echter geen rekening met uitgestrekte lintdorpen, waarbij veel dorpen (beduidend) minder dan duizend inwoners tellen. Ze liggen ook nog eens tamelijk ver van elkaar. Zelfs als de norm wordt gehaald dat de wijkagent 80 procent van de tijd in zijn of haar werkgebied is, is het moeilijker om een sociaal netwerk op te bouwen dan in een dichtbebouwd gebied, met sleutelfiguren en geijkte ontmoetingsplekken. Zogenoemde ‘drankketen’ zijn belangrijke ontmoetingsplekken in het buitengebied en die zijn niet (vrij) toegankelijk voor professionals. Hier komt bij dat Groningse dorpen veel gesloten gemeenschappen kennen, aldus onze respondenten. Daar krijgt de (vaak afwezige) wijkagent niet zoveel te horen. T erughoudendheid bij controles en mogelijke aanhoudingen. Politie-eenheden die per auto surveilleren, zijn
- zeker in de avond of nacht - terughoudend om verdachte auto’s te controleren. Een eventuele aanhouding veroorzaakt al snel problemen qua capaciteit en logistiek. Dergelijke eenheden zijn schaars: doorgaans zijn er op die tijden twee of maximaal drie eenheden beschikbaar per basisteam. Bij een aanhouding is één eenheid (twee agenten) langdurig ‘van straat’, al snel ongeveer twee uren: vanwege de route naar het arrestantenverblijf en vanwege ‘papierwerk’. De consequentie is dat er dan tijdelijk geen snelle back up is voor collegaagenten. Het vergt een afweging of een aanhouding dat (risico) waard is. Indien meerdere arrestanten worden gemaakt, dient er bovendien mogelijk een politieauto bij te komen voor het arrestantenvervoer. Criminelen hebben inmiddels gemerkt dat de kans op een aanhouding gering is in het Groningse Ommeland. Niet alleen bij (opzichtige) drugshandel, maar ook bij geweld of bedreigingen in horeca. S treken die in de nacht of avond (liever) worden gemeden. Om zo nodig te kunnen voorzien in tijdige back up van collega-agenten, rijden politie-eenheden in de avond of nacht liever niet naar het ‘uiteinde’ van hun werkgebied. Dit betekent dat er op die tijden gebieden zijn waar niet of nauwelijks wordt gesurveilleerd. Bijvoorbeeld de ‘westkant’ van het werkgebied van Ommelanden Noord.
Dat is net wel een streek met risicolocaties qua ondermijning, namelijk een zeehaven (Lauwersoog), jachthavens, campings en opvanglocaties van vluchtelingen. C riminele netwerken: locatiekennis en zwijgzaamheid. Lokale criminelen beschikken in het Ommeland over het grote voordeel dat ze de omgeving op hun duimpje kennen. De lange wegen en talloze weggetjes zijn ideaal voor (drugs)criminelen. Het valt op als ze worden achtervolgd (door politie of ripdealers) en er zijn - met name in het donker (zeker als er nauwelijks of geen lantaarnpalen staan) - locaties waar criminelen over zijwegen gemakkelijk kunnen ontkomen. Indien criminelen in konvooi rijden bij het smokkelen van verboden of gesloten goederen, kunnen verkenners tijdig waarschuwen. Politiemensen vertellen over mislukte achtervolgingen of zoektochten op de weg. Zelfs verdachten op een trekker kunnen zich, over zijwegen, in enkele minuten onvindbaar maken. 9
Hier komt bij dat er tal van dorpen zijn met een gesloten cultuur: gemeenteambtenaren of politiemensen krijgen zelden criminele informatie. Angst of bedreiging kunnen daarbij een rol spelen. Het Ommeland is dus anoniem. Dat is een stimulans voor de georganiseerde criminaliteit, want afscherming is een basiskenmerk van dergelijke misdaad. Op het Groningse platteland gaat dit bijna vanzelf. Netwerkjes van lokale criminelen krijgen veel ruimte geboden: “Wie wordt gepakt, is een beetje dom”. Er zijn veel afgelegen of gemakkelijk af te schermen gebouwen en locaties. Het gaat om boerderijen, loodsen en schuren op het platteland en in mindere mate om woningen in de kernen. Ook twee geijkte risicolocaties zijn in veel opzichten anoniem, namelijk bedrijventerreinen en recreatieparken. Op deze locaties komen weinig politiemensen, gemeenteambtenaren of andere publieke professionals: nauwelijks voor toezicht, nog minder voor controle en zelden om te handhaven. Vaak ontbreekt cameratoezicht. Toch tellen de bedrijventerreinen bedrijven uit risicobranches, zoals de autosector, logistieke bedrijven, koeriersbedrijven, groothandels, meubelzaken, maritieme bedrijven en soms horeca of sportscholen. Deze panden lenen zich voor criminele ontmoetingen, voor (verborgen) drugsproductie en voor opslag en vervoer van illegale goederen en producten.
Het betreft drugs, maar ook illegale sigaretten of illegaal vuurwerk. Het zijn toegankelijke sectoren waarin veel geld omgaat. Sommige gemeenten tellen disproportioneel veel autobedrijven. Zie paragraaf 2.3 voor een analyse van risicobranches in het Ommeland. Respondenten en observaties wijzen op incongruenties op bedrijventerreinen: gedragingen en omstandigheden die indicaties (lijken te) bevatten voor illegale praktijken. Het betreft: edrijfspanden die beter worden beveiligd dan B past bij legale praktijken, bijvoorbeeld hoge en/of dubbele hekken, mogelijk inclusief tamelijk recent geplaatst hekwerk. anden die (lange tijd) leeg staan en niet worden P verhuurd, soms nadat er al eens drugsproductie is geconstateerd of daaromtrent meldingen zijn gedaan.
einig mutaties in de winkelvoorraad, zoals W bedrijven met lange tijd hetzelfde aanbod van auto’s. edrijven met een klantonvriendelijke uitstraling, B kennelijk niet gericht op het werven en ontvangen van cliënten. Mogelijk in combinatie met ongebruikelijke en onvoorspelbare openingstijden en niet-actuele en rommelige websites, terwijl een goede website (in die branches) een logisch onderdeel is van de bedrijfsvoering. edrijven met onder andere klanten ‘van buitenaf’, B terwijl ze gewone producten verkopen, waardoor er geen klantvoordeel is om een lange reisafstand af te leggen. Wat voor bedrijventerreinen geldt, gaat in veel opzichten ook op voor Groningse recreatieparken: weinig overheidstoezicht, veel anonimiteit en aantrekkelijke locaties voor criminelen. De gang van zaken op Groningse recreatieparken is een blinde vlek, in die zin dat onze respondenten er geen (goed) zicht op hebben. Er kan (veel) geld worden verdiend met het uitermate sober huisvesten van arbeidsmigranten. Mogelijk staat hun baan op het spel als ze de woonruimte niet accepteren. Recreatieparken lenen zich voor witwassen, onder meer omdat de huur contant kan worden betaald. Vervallen parken kunnen een vluchtheuvel worden voor kansarmen die geen andere woning kunnen vinden en voor criminelen die onder de radar willen blijven.
Investeringen met misdaadgeld in parken zijn ook een optie: in vervallen parken en in het topsegment (vgl. Van der Torre en Spoorendonk, 2020). In hoeverre dergelijke praktijken zich voordoen in het Ommeland, is niet in beeld. Het RIEC heeft recent wel een analyse gemaakt van (de huisvesting van arbeidsmigranten op) Drentse recreatieparken.
2.1.2 Fysieke infrastructuur: kansen voor georganiseerde (drugs)criminaliteit Groningen is dunbevolkt. Tegelijkertijd telt de provincie een omvangrijke regionale infrastructuur die resulteert in massale stromen van goederen en personen. Het Ommeland heeft een lange grens met Duitsland en kent - door verbindingen met het Verenigd Koninkrijk via zeehavens - een 10
EUbuitengrens. De zeehavens en de goede ontsluiting over weg, water, spoor en door de lucht zijn een sub-infrastructuur met economische opbrengsten en mogelijkheden. Wat voor Nederland geldt, geldt evengoed voor het Groningse Ommeland: de criminele drugsindustrie lift mee op het gebruik van de uitstekende fysieke infrastructuur. Dit is een belangrijke deelverklaring voor de disproportioneel hoge drugscriminaliteit in Nederland (Noordanus e.a., 2020). Gevoed door de Hollandse handelsgeest, wordt het massale handelsverkeer - tot voor kort zelfs op de geijkte mainports, zoals Schiphol en de zeehavens in Rotterdam en Vlissingen - mondjesmaat gecontroleerd bij binnenkomende personen en/of vracht. Uitgaand verkeer wordt minder gecontroleerd. En het goederen- en personenverkeer binnen de EU nóg minder, terwijl er massaal intern EUgoederenverkeer is: vanuit en (terug) naar Nederland, ook via periodieke pendeldiensten. Nederlandse drugscriminelen zijn binnen de EU de belangrijkste producenten, handelaren en doorvoerders van drugs. Ons land is dé logistieke draaischijf van de drugslogistiek in Europa (Noordanus e.a., 2020). Met een omweg biedt het bovenstaande criminele kansen in het Ommeland, al is het maar omdat (op de internationale markt actieve) tussenhandelaren veel betalen voor lokaal of regionaal geproduceerde drugs.
De volgende Groningse situationele omstandigheden resulteren in criminele (drugs)kansen: A. O ver de weg: anoniem, goed bereikbaar en een lange grens B. Over het spoor: (drugs)verkeer tussen stad, platteland en Duitsland C. Over het water: een blinde vlek D. D oor de lucht: enkele drugsvondsten en arrestaties E. In het buitengebied: afgeschermd (agrarisch) vastgoed Ad a.) Over de weg: anoniem, goed bereikbaar en een lange grens De gemeente Groningen en omliggende gemeenten zijn goed bereikbaar vanuit of via Assen (over de A28) en Heerenveen (over de A7). De A7 is de belangrijkste verkeersader in de provincie, als verbinding tussen de gemeente Groningen en
Duitsland, langs Kolham, Foxhol, Hoogezand, Sappemeer, Zuidbroek, Winschoten en Bad Nieuweschans. Langs die A7 liggen anonieme bedrijventerreinen, boerderijen en loodsen, net als parkeerplaatsen, tankstations of fastfoodrestaurants. Het Ommeland telt ook een netwerk van n-wegen en doorgangswegen, met als belangrijke routes: de N33 (van Assen, via Veendam naar Eemshaven); de N46 (van Groningen naar Eemshaven); de N360 (van Groningen naar Delfzijl); de N361 en N363 (centrale wegen in NoordGroningen, met een verbinding naar Groningen); en de N355 (tussen Groningen en Friesland). De lokale reistijden zijn al met al kort (weinig file), de reisbewegingen vallen niet snel op en het wegennet verbindt al die anonieme lintdorpen, bedrijventerreinen en agrarische objecten met elkaar. Dit is een gelegenheidsstructuur voor drugshandel en -transport. Respondenten weten dat deze infrastructuur op vijf manieren wordt benut: okale of regionale mobiele drughandelaren L die hoogfrequent leveren op bestelling. Zie verder hoofdstuk 4. e frequente handel tussen mobiele drugsdealers D uit Nederland en Duitse drugsklanten die hen tegemoet reizen. Hierbij kan geprofiteerd worden van de lange grens tussen Oost-Groningen en Duitsland. Er wordt in de omgeving van de grens drugs overhandigd: voornamelijk kleinschalige handel (per transactie) of tussenhandel.
Het kan een categorie drugshandelaren weinig schelen dat hun verkeersgedrag opvalt: op en neer rijden, verkeersovertredingen, wachten en voortdurend actief op sociale media (b.v. bij een tankstation of op een parkeerplaats) en ‘aan het werk’ op nietreguliere tijden. Ze rijden in een niet-goedkope (en soms dure) auto, al wekt hun gedrag de indruk dat ze geen reguliere baan hebben. xperts (bij de politie) wijzen op export van grote E partijen drugs over de weg naar (het achterland van) Duitsland en Scandinavië. Deze route is ook geschikt voor de import van illegaal vuurwerk. Net als voor de export van gestolen goederen, zoals auto’s of fietsen. e A28 en A7 verbinden Groningen met D (criminele netwerken of contacten) in de Randstad. Er worden ten behoeve van de 11
lokale en regionale drugshandel partijen (ingevoerde) drugs vanuit de Randstand naar Groningen gebracht. Een crimineel netwerk zorgt bijvoorbeeld dat op die route ANPR-camera’s worden gemeden.¹ r zijn rondom de grens risicovoorzieningen E gevestigd, zoals casino’s en prostitutiebedrijven. Respondenten constateren dat dit criminelen de mogelijkheid geeft om geld wit te wassen en om elkaar te ontmoeten. Ad b.) Over het spoor: (drugs)verkeer tussen stad, Ommeland en Duitsland Een spoorverbinding, dwars door Oost-Groningen, verbindt de gemeente Groningen met Weener en Leer in Duitsland. Ook lopen er twee lijnen door Noord-Groningen, richting Eemshaven en Delfzijl. Het spoor levert ‘drugsverkeer’ op. Drugshandelaren gebruiken (ultrakorte ritjes met) de trein om drugs te verkopen aan drugsklanten, ook uit Duitsland. Er worden of werden ook grotere partijen drugs in de trein verstopt en zo naar Duitsland uitgevoerd. Zie verder hoofdstuk 4. Per trein worden containers en goederen vervoerd: vanuit Rotterdam naar de zogenoemde ‘Railport Groningen’ in Veendam. Het Railport is een logistieke hub tussen mainports in de Randstad - namelijk in Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen en Duitsland, waaronder Bremen en Hamburg. Deze spoor-routes verbinden dus havens waar veel drugs de EU-grens passeert met Duitsland.
Dit lijkt - mede vanwege het lage niveau van controle en beveiliging - geschikt voor georganiseerde drugscriminaliteit, al weet geen respondent of dit gebeurt en welke rol de locatie in Veendam daarbij speelt. Railport Groningen maakt, hoe het ook zij, deel uit van de Groningse logistieke functies: “Together with Groningen’s sea ports – Eemshaven and Delfzijl – and the city of Groningen itself, Groningen Railport provides a complete northern logistics system.”²
Ad c.) Over het water: een blinde vlek Het Groningse Ommeland telt drie zeehavens. Die zijn gelegen in het werkgebied van basisteam Ommelanden-Noord, verdeeld over de gemeenten Het Hogeland (Lauwersoog en Eemshaven) en Eemsdelta (Delfzijl). Struiksma e.a. (2020) constateren dat de publiek-private beveiligingsorganisatie en de fysieke beveiliging in deze zeehavens weinig om het lijf hebben. Het is geen probleem (open toegang tot Lauwersoog) of zeker afgezet tegen grotere zeehavens (mainports) in Nederland - tamelijk eenvoudig om de haventerreinen te betreden. De onderzoekers wijzen op een vicieuze cirkel. Er zijn weinig controles en daardoor ligt er weinig informatie over criminaliteit op tafel als basis voor gerichte acties, controles of opsporingsonderzoeken die inzicht verschaffen in de havencriminaliteit (Struiksma e.a., 2020). Zo ontstaat een criminele achterdeur. Als in mainports wordt geïnvesteerd in de veiligheidsorganisatie, zijn de Groningse zeehavens een alternatief. Journalist Michel Maas verdiepte zich in Nederlandse vissershavens.³ Maas wijst op dezelfde beleidsmatige cirkelbeweging.4 Hij brengt in Harlingen een bezoek aan de “voltallige kustbewaking van de Waddenzee, Groningen en Friesland”, namelijk “een boot, een auto en vijf mannen”.
De kustbewakers zijn cynisch: “Dit is het lek van Schengen”, want “onze laatste vangst was in 2014 en dat is een cirkel: we vangen niets dus is er niets”. In 2016 is het grote patrouilleschip RV-180 Glinder wegbezuinigd. Dat schip bewaakte 24/7 de kust, in ploegendienst, in samenspel tussen douane, KMar en politie. Op het achterdek lag een RHIBboot5 die, zo nodig, kon worden ingezet. Nu rest alleen zo’n RHIB-boot, met louter werkuren van negen tot vijf. Tenzij het te hard waait, want zo’n boot is bij slecht weer een soort dobbertje. Informatieverzameling bij de bron, in gesprek met schippers en bemanningsleden, is bovendien niet te doen. De zwijgzaamheid is chronisch. Lauwersoog ligt op de grens met Friesland en is in de kern een vissershaven, waar kotters aanmeren van vissers uit onder andere Urk en
1 ANPR is automatische kentekenplaatherkenning. De afkorting ANPR staat voor de Engelse term Automatic Number Plate Recognition. Een speciale camera met ANPR-techniek leest kentekens van voorbijrijdende voertuigen. 2 Bron: https://www.groningen-railport.com/ 3 Twee zaken worden steeds genoemd in het debat over smokkel met kotters. Ten eerste de Urkse kotter Z181 die in Harlingen werd betrapt met 261 kilo cocaïne, hoogstwaarschijnlijk in opdracht van de ‘mocromaffia’ opgevist, nadat het door een Zuid-Amerikaans containerschip. Ten tweede de HD22 uit Den Helder, met circa 700 kilo cocaïne aan boord. 4 Bron: M. Maas, Zo brengen smokkelaars op hun viskotters cocaïne en hasj de havens van Delfzijl en Lauwersoog binnen. En de douane maakt geen schijn van kans, Dagblad van het Noorden, 27 november 2021. 5 Een kleine, snelle en wendbare boot.
12
Zoutkamp. Het dorp Zoutkamp is over het water bereikbaar. Ook daar worden kotters aangelegd, op korte afstand van de bewoonde wereld. Kort achter de zeehaven ligt een jachthaven, met toegang tot de zee. Ook aan het aangrenzende Lauwersmeer liggen jachthavens. De haven en de directe omgeving tellen horecazaken, campings en een terrein met een groot aantal garageboxen. Ook in Delfzijl meren kotters aan. Journalist Maas concludeert dat de criminele kansen in Lauwersoog en Delfzijl fors zijn: “Zo brengen smokkelaars op hun viskotters cocaïne en hasj de havens van Delfzijl en Lauwersoog binnen. De douane maakt geen schijn van kans”. Respondenten en bronnen wijzen op de volgende criminele kansen: et is eenvoudig om, verstopt tussen de vis, H drugs van boord te halen en af te voeren of op te slaan. We observeren hoe in Lauwersoog vis-kratten van een kotter direct en in zeer korte tijd in een vrachtwagen worden gehesen. In Zoutkamp liggen de kotters pal naast enkele gebouwen. et is eenvoudig om een grote RHIB-boot aan H te leggen op een dijk rondom de haven van Lauwersoog, want daar zijn geen woningen en het is in de nacht verlaten. Een auto kan parkeren op de dijk, waardoor een drugsoverdracht eenvoudig valt af te schermen. I n de avond en nacht (zeker als het donker is6) is dit gebied door de overheid verlaten (zie 2.1.1). Criminelen hebben vrij spel.
Kotters kunnen niet alleen drugs opvissen uit zee Ze kunnen ook drugs exporteren naar Scandinavië. otentiële smokkelaars zijn niet alleen schippers P die eigenaar zijn van een kotter, maar ook bemanningsleden en schippers op andermans kotter. De bemanningen van de kotters die gebruikmaken van Lauwersoog zijn afkomstig uit hechte en gesloten gemeenschappen, namelijk uit Zoutkamp, Anjum (vlakbij Lauwersoog, in
Friesland) en Urk. Er wordt niet met de overheid gesproken. Er bestaat een diepe afkeer van de overheid, onder meer omdat (Europees) beleid en de gas- en olieprijzen het economische bestaansrecht (en daarmee de manier van leven) ernstig bedreigen. Er zou angst bestaan voor criminele opdrachtgevers: zware criminelen die grof geweld gebruiken als met de overheid wordt gesproken. Een oude schipper en smokkelaar, geïnterviewd door journalist De Haas, is helder over de opdrachtgevers: “Het zijn altijd Marokkanen die erachter zitten”. Deze smokkelaar formuleert de zwijgzaamheid in positieve termen: “Er zitten betrouwbare mensen in de smokkel, goeie jongens, niemand daar laat ooit iets los”.7 Het stilzwijgen is een voedingsbodem voor (drugs) criminaliteit. r kan (veel) geld worden bespaard door te varen E op vervuilde stookolie. Het is aannemelijk dat dit gebeurt. Vanwege de beschikbaarheid daarvan en vanwege de hoge olieprijzen en existentiële crisis in de visserijsector. De gemeenschappelijke regeling8 Groningen Seaports telt twee zeehavens: de Eemshaven en de haven van Delfzijl. De haven in Delfzijl is een industriehaven, gericht op de chemische industrie. Delen van het havengebied worden gebruikt voor pleziervaart en door binnenvaartschepen.
Eemshaven is de grootste van de twee zeehavens en bestaat in feite uit vier havenbekkens: twee voor grote zeeschepen, één van middelgrote schepen en één voor dienstverleners en kleinere zeeschepen. Daarnaast telt het gebied grote energiecentrales, datacenters (o.a. Google) en het grootste windmolenpark van Nederland. In het gebied zijn en worden steeds meer (nieuwe) bedrijven gevestigd, want er wordt volop gebouwd. In de haven liggen de nodige kotters en binnenvaartschepen, al valt bij ons bezoek op dat pal achter een toegangshek (toegang via een pasje of met een code) - een schip met containers wordt geladen dat op Amerika vaart. Wie het toegangshek passeert, kan vervolgens
6 Het Lauwersmeergebied is een zogenoemd Dark Sky Park met zo min mogelijk lichtvervuiling. 7 Bron: M. Maas, Vissers smokkelen coke en hasj via de havens van Lauwersoog en Delfzijl. Deze smokkelaar doet zijn verhaal. Hij is 88 jaar oud, maar denkt niet aan stoppen, Dagblad van het Noorden, 27 november 2021. 8 Van de gemeenten Het Hogeland en Eemsdelta en Provincie Groningen.
13
alle kanten op in de haven. Sinds kort vaart er een veerdienst tussen Eemshaven en Kristiansand (Noorwegen). Respondenten (politie) en observaties wijzen op de volgende criminele kansen: e hekken rondom het haventerrein zijn laag. D Er valt in korte tijd overheen te klimmen, al voldoen de hekken aan internationale standaards. oegangshekken gaan open met een pasje of T code, al valt dit te omzeilen. Het is gemakkelijk om achter een auto aan te rijden, als het toegangshek opengaat, al dienen pasgebruikers erop toe te zien dat niemand met ze mee naar binnenrijdt (dit is een voorwaarde voor het pasgebruik). Bepaalde codes zijn al lang in gebruik bij publieke instellingen, zoals de brandweer. Andere codes zijn maximaal één maand geldig. Flexibele medewerkers (uitzendbureaus) krijgen pasjes en respondenten vragen zich af of de registratie van de pasjes actueel is. Bedrijven zijn verplicht om te registreren aan wie pasjes worden uitgereikt. Het vergt een analyse op zich om de status en veiligheid van het pasjessysteem te beoordelen, dus we houden een slag om de arm. Er is lang niet altijd, en evenmin bij alle hekken, toezicht door personeel. De politie heeft voorgesteld om consequent particuliere beveiligers in te zetten. Dit is geen wettelijke verplichting en er bestaat weerstand bij bedrijven om hierin te investeren.
Er wordt door publieke en private partijen aan gewerkt om dit (toch) voor elkaar te krijgen. Op de veerdienst tussen Eemshaven en Kristiansand worden bagage en passagiers steekproefsgewijs gecontroleerd. Noorwegen is een interessant land voor drugsexport vanuit Nederland, want de drugsprijzen zijn hoog in Scandinavië. Struiksma e.a. (2020) constateerden dat er nauwelijks of geen informatie beschikbaar was over de criminaliteit in de drie genoemde havens. Dit heeft geresulteerd in overleg over (met name) publieke inspanningen om dit te verbeteren. Er is - zo vertellen respondenten - verkend of het departement van Veiligheid en Justitie geld ter beschikking wilde stellen ten behoeve van het
versterken van de aanpak van ondermijning in deze Noordelijke zeehavens (en die van Harlingen). Dat bleek niet mogelijk. De consequentie is dat de Groningse haven-aanpak, wat politie en lokaal bestuur betreft, sterk leunt op één taakspecialist binnen het basisteam Ommelanden Noord en op een (door het RIEC gefinancierde) ambtelijk projectleider bij gemeente Het Hogeland. Op initiatief van de politie en de havenmeester bestaat sinds begin 2019 een zogenoemd Tactisch Overleg Zeehavens. Deelnemers zijn de douane, de KMar, de Landelijke Eenheid (politie), de lokale politie, het RIEC Noord-Nederland, OOV-ambtenaren van de gemeenten Het Hogeland en Eemsdelta en de havenmeester. Er wordt eens in de twee of drie maanden overlegd. Er worden wensen en voornemens besproken, zoals het uitbreiden van het particuliere toezicht en het plaatsen van camera’s en ANPR-camera’s. Het streven om de havenveiligheid met extra publiek-private inspanningen naar een hoger peil te tillen is niet alleen gericht op ondermijning, maar ook op terreur. Ad d.) Door de lucht: enkele drugsvondsten en arrestaties Op ongeveer tien kilometer afstand van de gemeente Groningen ligt (in de Drentse gemeente Tynaarlo) Groningen Airport Eelde. Het liegverkeer bestaat met name uit chartervluchten en uit privévluchten met kleine vliegtuigen. De provincie Groningen telt twee kleine vliegvelden en een Heliport.
Heliport Eemshaven is een landingsplaats voor internationaal helikopter-verkeer. Oostwold Airport in de gemeente Oldambt wordt voornamelijk gebruikt voor zakenluchtvaart, lesvluchten en parachutespringen. Vliegveld Stadskanaal, vlakbij het dorp Vledderveen, wordt gebruikt door ultralichte vliegtuigen. De burgerluchtvaart (zogenoemde general aviation) op deze drie vliegvelden biedt criminele kansen. Criminele netwerken hebben geld genoeg om privévliegtuigen te (laten) huren, zodat kopstukken kunnen reizen en/of een toestel kan worden benut voor drugstransporten. Het controleniveau ligt op een veel lager niveau dan op lijnvluchten van grote internationale luchthavens. Ook op Schiphol worden passagiers en bagage van privévluchten (vanaf Schiphol Oost) beduidend minder gecontroleerd dan op andere delen van deze luchthaven (Van Wijk e.a., 2020). Het is onbekend of, en zo ja in welke mate, het 14
controle-gat in de general aviation op de drie Noordelijke vliegvelden wordt benut door (drugs) criminelen. Er zijn enkele casus bekend, maar het is de vraag welke consequenties daaraan kunnen worden verbonden. Zijn het toevalstreffers of een eye opener, omdat het wijst op een patroon? We kunnen hierover geen uitsluitsel geven. Tabel 2.1 presenteert drie casus. Eén casus (over mensenhandel) betreft een lijnvlucht op Groningen Airport Eelde. Tabel 2.1: Drie casus waarbij criminelen gebruikmaakten van een Noordelijk vliegveld. Arrestatie op verdenking van mensensmokkel
leegstand en er zijn (agrarische) ondernemers die het economisch zwaar hebben. De consequentie is dat het Ommeland een geschikt gebied is voor criminelen die zoeken naar panden voor drugsopslag of -productie of naar locaties waar drugs kan worden gedumpt. Criminelen scouten actief geschikte locaties voor drugsproductie. Namelijk door mensen aan te spreken en ook door brieven te (laten) bezorgen. Uiteraard kunnen panden ook bij andere delicten worden gebruikt, zoals opslag van gestolen goederen of productie van illegale sigaretten. Zie tabel 2.2. Respondenten vermoeden dat in het Ommeland criminele opslagen drugslocaties jarenlang (of in het geheel) onopgemerkt blijven.
In februari 2020 houdt de Koninklijke Marechaussee op Groningen Airport Eelde een 36-jarige man aan op verdenking van mensensmokkel. Hij zette twee
Tabel 2.2: Productie en opslag van illegale sigaretten en seriematige autodiefstal
Venezolaanse vrouwen af op het vliegveld. De vrouwen bleken illegaal in Nederland te zijn,
Een sigarettenfabriek aan de Ambachtsweg in Ter
gingen naar Spanje en waren actief in de prostitutie.9
Apelkanaal is op 11 januari 2022 een mooie bijvangst in een onderzoek naar een bende die grossierde in
Drugsvlucht per gehuurde Cessna
autodiefstallen in Duitsland. De groep stal zeker 32
In april 2016 worden twee drugssmokkelaars, die
auto’s met een totale waarde van 2,5 miljoen euro.
vlogen per gehuurde Cessna, op het vliegveld van het
Op verzoek van Duitse collega-agenten deed de
Zweedse Landskrona aangehouden. Ze waren na een
Nederlandse politie invallen en werd een 66-jarige
tankstop opgestegen op Groningen Airport Eelde,
hoofdverdachte (van de bende autodieven en
met een tussenstop op het vliegveld in Drachten. In
-smokkelaars) in Ter Apelkanaal aangehouden.
het gehuurde vliegtuigje werden drugs aangetroffen.
Op de locatie ontdekken medewerkers van politie, justitie, FIOD, belastingdienst en de douane tot hun
Servische drugs-piloot op vliegveld Stadskanaal
verrassing de sigarettenfabriek. Het illegale bedrijf
In september 2022 wordt op het vliegveld bij
werd in alle stilte gerund en de handel werd goed
Stadskanaal een Servische piloot aangehouden met
verborgen gehouden. Bij het belendende bedrijf
een partij drugs. Hij wordt ervan verdacht drugs naar
werd volop gespeculeerd over wat zich afspeelde
het buitenland te willen smokkelen. Het vluchtplan
binnen de witte muren bij de buren. Eerder werd in
van de piloot was bijzonder, hetgeen aanleiding was
de loods een hennepkwekerij opgerold en het pand
voor een controle.11
wisselde daarna veelvuldig van eigenaar en van gebruikers: “Maar we roken niets verdachts. En het was er altijd rustig.’’ De 66-jarige hoofdverdachte van
Ad e.) In het buitengebied: afgeschermd (agrarisch) vastgoed Het uitgestrekte buitengebied telt talrijke afgeschermde (grote) panden, zowel agrarisch vastgoed als bedrijfspanden. Dit gebied kent bovendien relatief goedkope panden, er is
de autobende kocht het pand in 2018. In Alteveer huurde de hoofdverdachte sinds vier maanden het woonhuis en een schuur van een boerderijcomplex op een afgelegen locatie aan de Tangerveldweg. Hier werden anderhalf miljoen sigaretten gevonden, klaar voor de handel.12
9 Mensensmokkelaar opgepakt op vliegveld Eelde, Dagblad van het Noorden, 12 februari 2020. 10 Drugssmokkelaars vliegen via Groningen Airport Eelde, RTV Noord, 1 april 2016. 11 Piloot verdacht van drugssmokkel in Stadskanaal: ‘Toen hij terugkwam had hij die koffer’, Dagblad van het Noorden, 8 september 2022. 12 In Alteveer lagen anderhalf miljoen illegale sigaretten klaar voor export naar Engeland. Opgerolde sigarettenfabriek in Ter Apelkanaal opereerde in alle stilte, Dagblad van het Noorden, 1 februari 2022.
15
2.2 De ongeloofwaardige Haagse overheid Wie in het Ommeland bij de overheid werkt, wordt geconfronteerd met een waardenconflict. Het vertrouwen in de Haagse overheid is laag. ‘Den Haag’ is in de ogen van veel Groningers ongeloofwaardig. De Rijksoverheid draalt bij het oplossen van verschillende acute problemen. Het gevoel bestaat dat bij het definiëren en oplossen van problemen, en bij het verdelen van geld en middelen, de Randstad centraal staat. Dáár wordt bepaald wat belangrijk is, wat moet gebeuren en waar geld aan wordt gespendeerd. Met als consequentie, zo is althans het diepgewortelde gevoel, dat het Groningse platteland het nakijken heeft. Dit blijft niet zonder gevolgen en resulteert, met een omweg, langs vier lijnen in criminele kansen: A. D e afwezige overheid: Haagse verdeelsleutels pakken slecht uit B. Lokale opsporing: krapte C. De falende (Haagse) overheid D. Geloofwaardige criminelen of opportunisten Ad a.) De afwezige overheid: Haagse verdeelsleutels pakken slecht uit In de interviews werd ongevraagd benadrukt dat de overheid (te vaak) afwezig is in het Groningse Ommeland. Met kritiek op de afwezige overheid wordt primair gedoeld op de geringe zichtbaarheid van de twee (meest) gezichtsbepalende overheidsinstanties, namelijk politie en gemeenten.
Het gaat daarbij niet om kritiek op personen, want er bestaat waardering voor politiemensen, ambtenaren of burgemeesters. Gemeentelijke respondenten (ambtenaren en burgemeesters) zijn tevreden over politiemensen, maar kritisch over de slagkracht van het politie- en justitie-systeem. De (vergaande) praktische consequenties van de magere politiecapaciteit - afgezet tegen de grote oppervlakte, met lange aanrijtijden voor de politie zijn beschreven in paragraaf 2.1.1. Het Ommeland wordt geconfronteerd met de nadelige consequenties van Haagse
verdeelsleutels. De personele sterkte en begroting van politie, justitie en gemeenten worden voornamelijk bepaald door het inwonertal. Het Groningse Ommeland is echter dunbevolkt, met ruim 350.000 inwoners op een oppervlakte van ongeveer 2.700 vierkante kilometer. In interviews werd gehamerd op de (te) geringe politiecapaciteit. In de geografisch omvangrijke werkgebieden van de vier basisteams in het Ommeland zijn - in de avonduren en in de nacht - geregeld per basisteam slechts twee politieeenheden (twee politieauto’s, met elk twee agenten) beschikbaar. Als één dienstkoppel langere tijd ‘bezet’ is (bijvoorbeeld vanwege een aanhouding, calamiteit of tijdrovende kwesties rondom een COA-locatie), is er dan nog maar één beschikbaar voor meldingen of vrije surveillance. Met concrete voorbeelden over politieschaarste vertellen respondenten een groter verhaal. Op het Groningse platteland is de politie geen basisvoorziening (meer), maar een schaars goed.13 Dit is in lijn met twee studies uit 2017. Van der Torre en Van Valkenhoef (2017) constateren dat de politie – ook volgens politiemensen zelf - op twee punten onder elke reële ondergrens is beland. Het betreft twee hoofdthema’s van dit rapport, namelijk opsporing van de (lokale) georganiseerde criminaliteit en de politieaanwezigheid op het platteland.
Het rapport ‘Vanaf de Zijlijn Bekeken’ constateert in 2017 dat de Nationale Politie te veel is gericht op de Randstad (Wiegant, 2017). Dit rapport hanteert klare taal. Er dreigt “politieloosheid” op het platteland, waar de geüniformeerde politie (‘blauw’) te vaak ontbreekt, net als voldoende recherchecapaciteit en een functionerende waterpolitie. De consequentie is dat criminelen vrijwel ongestoord hun gang kunnen gaan: “Als je als crimineel carrière wil maken, doe je er verstandig aan naar landelijke gebieden te gaan, daar is nauwelijks politie” (citaat in: Wiegant, 2017, p. 17). Groningse gemeenten en basisteams zien hoe ‘hun’ agenten worden ingezet bij bovenlokale en bovenregionale activiteiten. De consequentie is dat het lokale basispolitiewerk in de knel komt (de wijkagent wordt niet gebiedsgericht ingeroosterd). Lokaal gerichte opsporingsonderzoeken komen niet
13 Observaties bevestigen dit beeld. Urenlang konden we bivakkeren bij tankstations langs de A7, op en langs n-wegen, op treinstations, op (vervallen) bedrijventerreinen of op horecalocaties zonder politiemensen of BOA’s te zien, maar wel talrijke personen en auto’s die - met name vanwege drugscriminaliteit - een verdachte indruk maakten. Op hotspots en hot-times was de verhouding ongelijkwaardig: opzichtige praktijken van dealers (in een auto of op een scooter) en sporadisch een glimp van een BOA of politieauto.
16
of nauwelijks van de grond. In onze gespreksronde benadrukten zelfs politiemensen dat de pakkans laag is in het Ommeland, waardoor “criminaliteit loont”. Sinds 2017 is de verdringing van lokaal politiewerk erger geworden door een optelsom van crises en leveringsverplichtingen: de coronacrisis, het bewaken en beveiligen van bedreigde personen, de boerenprotesten, het opgelaaide voetbalgeweld en opsporingsonderzoeken naar criminelen die op landelijk niveau actief zijn. De Groningse basisteams spenderen, aldus geïnterviewde politiemensen, “heel erg veel tijd” aan toezicht en handhaving rondom de elf COAvoorzieningen in de provincie: twee in de gemeente Groningen en negen in het Ommeland, met in totaal ongeveer 5.300 opvangplaatsen. Zie tabel 2.3. Tabel 2.3: COA-locaties in de provincie Groningen (per 1 januari 2023) 1. Zoutkamp 1 (gemeente Het Hogeland): Noodopvang met 500 opvangplaatsen op de Willem Lodewijk van Nassaukazerne Marnewaard t.b.v. Afghaanse evacués. Dit is inmiddels verplaatst naar twee locaties, namelijk in Winsum en Uithuizen. 2. Zoutkamp 2 (gemeente Het Hogeland): Tijdelijk
10. Musselkanaal (gemeente Stadskanaal): Asielzoekerscentrum (azc) met 428 opvangplaatsen 11. Ter Apel (gemeente Westerwolde): Centrale ontvangstlocatie (col), procesopvanglocatie (pol), alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) en vrijheidsbeperkende locatie (vbl) met 2.000 opvangplaatsen.
De politiecapaciteit staat onder druk, terwijl de maatschappelijke en bestuurlijke behoefte aan politie toeneemt. Niet alleen door (georganiseerde) criminaliteit, maar ook doordat veel (semi-) publieke en private voorzieningen zijn verdwenen: de bibliotheek, de bushalte, de basisschool, het bankfiliaal en soms het gemeentehuis. Bewoners van het platteland voelen zich vergeten en verlaten. Veel politiebureaus zijn gesloten en van de lokale politiepost is niet veel meer over. Illustratief is dat op de politiepost op een gemeentehuis (tijdens ons bezoek) een briefje hing, met de mededeling dat deze post voor onbepaalde tijd was gesloten. Het geeft bewoners het gevoel dat ze min of meer aan hun lot worden overgelaten. In zo’n sociaal klimaat gedijen criminelen die wél aanwezig zijn in een dorp of kern en die investeren in lokale activiteiten en voorzieningen. Zie daarover punt d.
asielzoekerscentrum voor 500 tot 700 mensen. Dit is het zogenoemde voorportaal. 3. Groningen 1: Noodopvang (locatie Sint Petersburgweg) met 100 opvangplaatsen 4. Groningen 2: Noodopvang in het Oude Winschoterdiep met 140 opvangplaatsen 5. Delfzijl (gemeente Eemsdelta): Asielzoekerscentrum (azc) en procesopvanglocaties (pol) in Zwet met 672 opvangplaatsen 6. Farmsum (gemeente Eemsdelta): Tijdelijke opvanglocatie met 150 opvangplaatsen 7. Zuidbroek (gemeente Midden-Groningen): Tijdelijke opvanglocatie (in de Eurohal) met 500 opvangplaatsen 8. Winschoten (gemeente Oldambt): Noodopvang in een voormalig Lentis-gebouw met 100 opvangplaatsen (dit wordt gefaseerd opgeschaald naar 180 plaatsen) 9. Pekela: Tijdelijke uitwijklocatie voor asielzoekers die (mogelijk) besmet zijn met het coronavirus met maximaal 120 opvangplaatsen
Ad b.) Lokale opsporing: krapte Bij lokale opsporing door de vier basisteams en door de Groningse districtsrecherche bestaat krapte. De zware en bovenregionale drugscriminaliteit komt - mede door gekraakt berichtenverkeer - in Friesland en Drenthe duidelijk meer in beeld dan in Groningen en krijgt prioriteit bij besluiten over het opstarten van grote opsporingsonderzoeken (Tops en Van der Torre, 2022). Lokale of regionale netwerken die actief zijn in de hennepteelt krijgen geen prioriteit. Politie-experts signaleren een zekere hennep-moeheid in prioriterende stuurcommissies, in die zin dat het idee is dat er al veel tijd is gestoken in de opsporing van hennepteelt. Er was - als verbinding tussen lokaal en regionaal - een opsporingsteam ingericht (‘Newton’), met medewerkers uit de basisteams, districtsrecherche (DR) en de dienst regionale recherche (DRR). Door het gebrek aan politiecapaciteit is dit team opgeheven. De consequentie is dat de lokale en districtelijke opsporing in handen ligt van de DR en van de 17
zogenoemde crime teams in de basisteams: geüniformeerde agenten die zijn vrijgemaakt voor opsporing. Dit resulteert wel degelijk in een reeks opsporingsonderzoeken - door de DR en op basisteamniveau - naar (ondermijnende) georganiseerde criminaliteit, zoals drugshandel of digitale criminaliteit. Hierbij wordt in het bijzonder gelet op kansen om - vanwege onverklaarbare bezittingen of uitgavenpatronen - te vervolgen voor witwassen. Zowel de DR als de crime teams zijn echter ook belast met de opsporing van (klassieke) aangiftedelicten, zoals woninginbraak, geweldsdelicten, winkeldiefstal of diefstal van of vanuit auto’s. Er is weinig tijd en ruimte voor lokale opsporingsonderzoeken, gebaseerd op informatie van basispolitiemensen, zoals wijkagenten. Bovendien werken agenten in het Groningse Ommeland vaak in gesloten gemeenschappen, waardoor hun informatieverzameling tegen grenzen aanloopt. Indien een crime team een opsporingsonderzoek wenst te starten naar lokale criminaliteit (bijvoorbeeld drugshandel) dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld. Hierover bestaat een perceptie-verschil. Politiemensen zien het als een extra (bureaucratische) drempel, terwijl justitie het bedoelt als een route om de lokale opsporing van schadelijke georganiseerde criminaliteit overeind te houden en van meet af aan te koppelen aan een zaaksofficier.
Niet als drempel, maar om het zo mogelijk in een stroomversnelling te brengen. Ad c.) De falende (Haagse) overheid Respondenten leveren harde kritiek op de Rijksoverheid en constateren dat veel inwoners verbitterd zijn geraakt. De legitimiteit van de Haagse overheid ligt op een bijzonder laag niveau. In verschillende interviews werd gewezen op de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021, waarbij twee partijen met harde kritiek op het kabinet - PVV en FVD - bij elkaar opgeteld het hoogste percentage stemmen behaalden in het Ommeland.14 In de gemeenten Pekela, Westerwolde en Stadskanaal werd de PVV de grootste partij. Dit rapport is niet de plaats voor een analyse van de Groningse onvrede. We volstaan met een korte opsomming: