09. Verlengde Veenlaan te Slochteren Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Verlengde Veenlaan te Slochteren
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
Lijst vrije beroepen
6
Bijlage 2
Beleidsnotitie recreatieve verblijfsaccommodaties
8
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
11
Bijlage 4
Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
30
Bijlage 5
Toetsingskader kleinschalige windturbines
44
Bijlage 6
Beleidskaart kleinschalige windturbines
52
3
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
4
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlagen bij de regels
5
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 1
6
Lijst vrije beroepen
Lijst vrije beroepen 1.
advocaat
2.
accountant-administratieconsulent
3.
acupuncturist
4.
alternatieve genezer
5.
bouwkundig architect
6.
belastingconsulent
7.
dierenarts (kleine huisdieren)
8.
fysiotherapeut
9.
gerechtsdeurwaarder
10.
grafisch ontwerper/ webdesigner
11.
huidtherapeut
12.
huisarts
13.
interieurarchitect
14.
juridisch adviseur
15.
kunstschilder/kunstenaar
16.
logopedist
17.
makelaar
18.
medisch specialist
19.
notaris
20.
oefentherapeut Cesar/Mensendieck
21.
organisatieadviseur
22.
orthopedagoog
23.
psycholoog
24.
raadgevend adviseur
25.
redacteur
26.
registeraccountant
27.
stedenbouwkundige
28.
tandarts
29.
tandarts-specialist
30.
(al dan niet beëdigd) tolk-vertaler
31.
tuin- en landschapsarchitect
32.
verloskundigenpraktijk
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 2
8
Beleidsnotitie recreatieve verblijfsaccommodaties
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 3
11
Beeldkwaliteitsplan
DA AD
Beeldkwaliteitsplan Verlengde Veenlaan Slochteren 13.12.2022
2
Links: rond de tafel gesprekken met omwonenden
Slochteren 13.12.2022
Beeldkwaliteitsplan Verlengde Veenlaan
In 2018 is het voorstel ambtelijk geanalyseerd en zijn aansluitend gesprekken door de gemeente met de bewonersgroep gevoerd om tot een gezamenlijk gedragen voorstel te komen . Op basis van bovenstaand doorlopen proces is door DAAD Architecten voorliggend gezamenlijk gedragen voorstel opgesteld met nieuwe beeldkwaliteitsregels. Doel is deze regels, met bijbehorend gewijzigd bestemmingsplan door de raad te laten vaststellen.
Naar een alternatief voorstel In de periode juni – oktober 2017 is door de bewonersgroep, onder begeleiding van de procesbegeleider, een alternatief voorstel geformuleerd. Dit voorstel is opgetekend door DAAD Architecten en is in november 2017 gepresenteerd aan de gemeenteraad van de voormalige gemeente Slochteren.
Een hernieuwde start? De voormalige gemeente Slochteren heeft eind 2016 aan Enno Zuidema, stedenbouwkundige, gevraagd om als onafhankelijk procesbegeleider te verkennen of en op welke wijze de omwonenden aan een andere ontwikkelstrategie zouden willen werken. Van de ca. 18 bezwaarmakers tegen het bestemmingsplan bleek een vijftal omwonenden bereid over een alternatief voorstel na te denken. Het college heeft de procesbegeleider gevraagd om zonder tussenkomst of sturing van college, raad of ambtenaren met de groep omwonenden een voorstel op te stellen. Deze is daarmee aan de slag gegaan.
Inleiding Voorgeschiedenis De voormalige gemeente Slochteren zat in haar maag met de ontwikkeling van de Verlengde Veenlaan. De ‘lintontwikkeling’van woningen aan weerszijden van de Verlengde Veenlaan is afkomstig uit de Structuurvisie Slochteren en is vastgelegd in het bestemmingsplan. Hierover én over verschillende aanvragen voor bouwen omgevingsvergunningen voerden omwonenden en gemeente talrijke procedures. Ondanks pogingen de kavels te verkopen, viel de interesse tegen. Het beeldkwaliteitsplan (BKP) bleek niet goed te passen op de nieuwe realiteit van aardbevingsbestendig bouwen en de veranderende marktvraag. Ook de toen heersende woningbouwcrisis heeft een rol gespeeld in de tegenvallende kavelverkoop.
DA AD
www.daad.nl
+31 (0)593 582 450 info@daad.nl
DAAD Architecten B.V. Paltz 21 9411 PM Beilen
Projectnummer: 17.046
Contactpersoon:
Huidige situatie Bestemmingsplan 2011 Oud verkavelingsplan Gesprekken met omwonenden Nieuwe uitgiftekaart Inrichtingsprincipe stand van zaken/uitwerking
Inhoud 4 5 6 7 8 9 15
3
4
Huidige situatie ---------------------------------------------------------------
ed gd n
laa
eV ee n
ijk en
ci P r ov in
G
roe n Ve rl
He t ‘O ve rbo s’ ( ofw el
we g al e N o or d e rw eg
‘Lu tje Bo s’)
De gemeentewerf heeft een hindercirkel waarbinnen woningbouw ongewenst is (rode cirkel)
Het uitgeefbare gebied loopt tot de berm van de Verlengde Veenlaan. De rij met bomen hoort niet bij het eigen erf van de bewoner. De kaveldiepte is 65 meter.
Op 20-09-2011 is het bestemmingsplan “Verlengde Veenlaan Slochteren” vastgesteld.
Bestemmingsplan 2011 ---------------------------------------------------------------
5
6
Hieronder is het initiële verkavelingsplan uit 2011 weergegeven. Deze is niet meer actueel.
Oud verkavelingsplan ---------------------------------------------------------------
8
Legenda
uitgeefbaar gebied
het
63.700m2 29.550m2
Dit voorstel vormt de onderlegger voor inrichtingsprincipe van de kavels.
Uitgeefbaar in plan 2011: Uitgeefbaar in voorstel:
--------------------------------------------------------------Op basis van de gesprekken met de bewonersgroep én overleg met de gemeente is een voorstel opgesteld voor de inpassing van de nieuwe kavels. Met dit voorstel is de impact op het landschap getoetst. Dit heeft geleidt tot onderstaand voorstel.
Nieuwe uitgiftekaart
Schaal 1:2000
Inrichtingsprincipe 9
10
Goed: vrijstaande of geschakelde woningen (mits individueel herkenbaar) zijn mogelijk.
Uitgangspunt is dat een samenhangend lint ontstaat met individueel herkenbare woningen.
---------------------------------------------------------------
Uitgangspunt inrichtingsprincipe
Fout: er worden verschillende kapvormen toegepast, waardoor er een ongewenst onsamenhangend beeld. ontstaat.
)RXWGHLQGLYLGXHOHZRQLQJLVQLHWPHHUDʴHHVEDDU
Fout: de kavels zijn te smal, waardoor de individuele ZRQLQJQLHWPHHUDʴHHVEDDULV
Landschappelijke uitgangspunten ȫ De bomenrij aan beide zijden van de Verlengde Veenlaan is waardevol en blijft gehandhaafd. Toegangswegen worden tussen de bestaande bomen aangelegd. Per kavel wordt maximaal één boom gerooid als dit noodzakelijk is om een goede erftoegang te verkrijgen; ȫ De kavelontsluiting vindt plaats over een duiker. ȫ Tussen de bomen aan de Verlengde Veenlaan mag niet worden geparkeerd. Daarnaast is er geen bouwplaatsinrichting toegestaan tussen de eiken.
---------------------------------------------------------------
BKP regels
Terreininrichting ȫ Erfafscheiding achterzijde (parallel aan Verlengde Veenlaan): bomenrij. ȫ Opritten ter plaatse van de berm grenzend aan de kavels uitvoeren in elementverharding i.v.m. behoud bestaande eiken. ȫ Schuttingen zijn niet toegestaan. ȫ Erfafscheiding aan voorzijde tot rooilijn: hagen met max. hoogte 1m. ȫ Parkeren vindt plaats op eigen terrein achter de voorgevellijn.
Bijgebouw ȫ Aan- en bijbouwen staan minimaal 5 meter achter de voorgevellijn. ȫ Bijgebouwen zijn afgedekt met plat dak of zadeldak loodrecht op de Verlengde Veenlaan. ȫ Indien afgedekt met plat dak is de maximale bouwhoogte 3m. ȫ Indien afgedekt met zadeldak bedraagt de goothoogte maximaal 3m en de nokhoogte maximaal 6m. ȫ Indien afgedekt met zadeldak is de dakhelling gelijk aan die van het hoofdgebouw.
Hoofdgebouw ȫ De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 meter bedragen, tenzij het hoofdgebouw geschakeld is met de naburige woning. ȫ De horizontale diepte en breedte van een hoofdgebouw mogen niet minder dan 5 meter bedragen. ȫ De horizontale diepte en breedte van een hoofdgebouw inclusief eventuele aangebouwde bijgebouwen, mogen niet meer dan 25 respectievelijk 10 meter bedragen. ȫ Goothoogte: max. 3m ȫ Bouwhoogte: max. 10m ȫ Dakhelling: 40° tot 50° ȫ De overbouwde oppervlakte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 150m² bedragen. ȫ De rooilijn kan per kavel verspringen en bevindt zich binnen de zogenaamde ‘rooilijnzone’: 6 tot 11m uit de voorste erfgrens. ȫ Kapvorm: zadeldak loodrecht op Verlengde Veenlaan. ȫ De massa-opbouw is enkelvoudig.
11
Vormgeving ȫ Er dient een helder conceptueel ontwerpuitgangspunt te worden gekozen. ȫ De individualiteit van de woning wordt benadrukt: iedere woning heeft een eigen, helder architectonisch concept en uitwerking in detail en materiaal. Ook wanneer meerdere woningen worden geschakeld wordt iedere woning individueel benadrukt. ȫ Gebruik van natuurlijke materialen en gedekte kleuren. ȫ Geen in het oog springende, lichtgekleurde, UHʴHFWHUHQGHPDWHULDOHQRIDFFHQWHQ ZLQGYHUHQ schoorsteenkappen, etc.) toepassen. ȫ Afwijkingen en verbijzonderingen in materiaal en hoofdvorm dienen ondergeschikt te blijven aan het hoofdvolume en de hoofdmaterialisatie. ȫ Alle bijgebouwen zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen.
12
Schaal 1:2000
---------------------------------------------------------------
Voorbeelduitwerking
13
14
STAND VAN ZAKEN/UITWERKING
15
16
65m
112m
70m
--------------------------------------------------------------De stand van zaken d.d. 03.06.2020. Een aantal kavels heeft reeds een invulling. Een deel van de kavels is nog invulbaar met een lintwoning.
Stand van zaken
65m
28m
20m
50m
91m
91m
De linker kavel is reeds verkocht. Rechts blijft een kavel over met een breedte van 24m. Hier zal een lintwoning worden geprojecteerd.
70m
6m 4,5m
2,2m
schaal 1:500
5m
65m
Uitwerking lintwoning ---------------------------------------------------------------
3m
26m
<max10m>
max 150m2
<max25m>
24m
nieuwe sloot op hart kavelgrens
3m 3m
rooilijnzone
vrije strook (niet verkoopbaar)
3m
17
18
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 4
30
Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding ................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding ...................................................................................... 3
1.2
Juridisch kader ................................................................................ 4
1.3
Leeswijzer ..................................................................................... 4
Beleidsregel ............................................................................................... 5 2.1
Onderscheid activiteiten .................................................................... 5
2.2
Vrije beroepen ................................................................................ 6
2.2.1
Definitie ........................................................................................ 6
2.2.2
Beoordelingscriteria .......................................................................... 7
2.3
Overige aan huis verbonden bedrijven .................................................... 8
2.3.1
Definitie ........................................................................................ 8
2.3.2
Beoordelingscriteria .......................................................................... 8
2.3.3
Toelichting op de voorwaarden ........................................................... 10
2.4
Slotbepaling .................................................................................. 11
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 12 3.1
Opstellen beleidsregel ...................................................................... 12
3.1.1
Inherente afwijkingsbevoegdheid ......................................................... 12
3.1.2
Inspraak en vaststellen van beleidsregels ............................................... 12
3.1.3
Inwerking treden beleidsnotitie ........................................................... 12
3.2
Implementeren van de beleidsregel ...................................................... 13
3.2.1
Bestemmingsplan ............................................................................ 13
3.3
Werkwijze ..................................................................................... 13
3.4
Handhaving ................................................................................... 13
2| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente ontvangt regelmatig verzoeken om een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit te mogen uitoefenen in of bij een woning. De gemeente moet vervolgens beoordelen of de desbetreffende activiteit past binnen de woonomgeving. Dit gebeurde in het verleden aan de hand van de desbetreffende bestemmingsplanvoorschriften, die echter op dit punt nogal eens van elkaar verschilden. Daarnaast is het mogelijk om een verzoek tot afwijking van de gebruiksregels in te dienen waarop burgemeester en wethouders besluiten of zij bereid zijn hiervoor een afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. Om eenheid te brengen in het beoordelingskader voor verzoeken om een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit te mogen uitoefenen in of bij een woning, hebben de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Slochteren, ieder voor zich, beleid opgesteld. In deze beleidsnotities zijn de uitgangspunten geformuleerd voor de toetsing van verzoeken om beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis al dan niet toe te staan. Deze uitgangspunten vormden de blauwdruk voor de gebruiksregels voor aan-huis-verbondenberoepen en bedrijven bij de actualisering van bestemmingsplannen. Daarnaast worden deze beleidsregels gebruikt voor de toetsing van individuele verzoeken in die gevallen waarin het bestemmingsplan nog niet geactualiseerd is.
Hoewel de uitgangspunten voor de aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven in de beleidsnotities van de afzonderlijke gemeenten grotendeels overeenkomen zijn er op onderdelen toch duidelijk verschillen aan te wijzen. Deze verschillen hebben voornamelijk betrekking op het al dan niet bij recht toestaan van aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven (ja, mits/nee, tenzij), het toegestane oppervlakte voor de beroeps- en bedrijfsactiviteiten en de aard van de toegestane beroeps- en bedrijfsactiviteiten. HARMONISATIE Door de samenvoeging van de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Slochteren in de gemeente Midden-Groningen per 1 januari 2018, is de noodzaak ontstaan tot harmonisatie van het beleid ten aanzien van aan-huis-verbonden-beroepen en bedrijven. Uitgangspunt is een eenduidige regeling vast te stellen die voor het gehele grondgebied van de gemeente Midden-Groningen geldt en die zowel kan worden gebruikt als blauwdruk voor gebruiksregels bij de actualisering van bestemmingsplannen en als afwegingskader voor individuele gevallen, daar waar het bestemmingsplan nog niet is aangepast. Er is voor gekozen om aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven zoveel mogelijk bij recht toe te staan en daarbij uit te gaan van de “ja, mits” benadering.
Op dit moment worden aanhuis-verbonden bedrijven in veel bestemmingsplannen nog niet toegestaan of slechts door middel van een binnenplanse afwijking. Verder is ervoor gekozen om per onderdeel steeds de meest maximale invulling die een der gemeenten daaraan heeft gegeven in de regeling op te nemen. De enige uitzondering hierop betreft de in de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer toegestane aan-huis-verbonden beroepen: escortservice en prostitutie. De regeling voor deze beroepen zal worden
3| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
meegenomen bij de aanstaande herziening en harmonisatie van het Prostitutiebeleid en wordt niet meegenomen in deze beleidsnotitie.
1.2 Juridisch kader In de bestemmingsplannen is de bepaling opgenomen dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de woonbestemming. Een bedrijfswoning wordt in dit kader ook als woning beschouwd. Een ander gebruik dan wonen is niet toegestaan. In de jurisprudentie is echter bepaald dat het vestigen van een vrij beroep niet strijdig is met de woonbestemming, mits de woonbestemming in overwegende mate gehandhaafd blijft. Tegen het samengaan van kleinschalige economische activiteiten met de woonfunctie bestaan geen bezwaren. Deze vermenging van functies hoeft geen afbreuk te doen aan het karakter van een woongebied, mits de kleinschaligheid (ondergeschikt aan de woonfunctie, overlast omgeving) in de hand wordt gehouden. De bedrijvigheid rond het uitoefenen van een vrij beroep kan zelfs een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in een woongebied. Er moet dan wel voldaan worden aan het criterium dat de woonfunctie in alle gevallen in overwegende mate gehandhaafd wordt. In sommige bestemmingsplannen is het uitoefenen van een al als een uitzondering op het strijdige gebruik van de woonbestemming opgenomen.
Het ontbreken van deze uitzonderingspositie in een bestemmingsplan maakt volgens de jurisprudentie echter niet dat het uitoefenen van een vrij beroep binnen een woonbestemming niet is toegestaan wegens strijdigheid met de woonbestemming. Dit geldt echter niet voor aan-huis-verbondenbedrijven. Deze zijn strijdig met de woonbestemming tenzij expliciet toegestaan in het bestemmingsplan.
1.3 Leeswijzer Nadat in hoofdstuk 2 een uiteenzetting is gegeven van de categorieën aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven wordt in het vervolg van het hoofdstuk weergegeven welke beleidsruimte wordt geboden aan: vrije beroepen; overige aan-huis-verbonden-beroepen. Tevens worden de criteria genoemd waaraan moet worden voldaan om een dergelijke activiteit te ontplooien. In hoofdstuk 2 wordt beschreven op welke wijze wordt bepaald of een activiteit binnen het kader past en welke stappen nodig zijn. Hoofdstuk 3 beschrijft het ontwikkelings- en communicatietraject, waarna in hoofdstuk 4 de definities worden gegeven zoals die ook in de toekomstige bestemmingsregels worden gehanteerd.
4| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
2. Beleidsregel 2.1 Onderscheid activiteiten Bij welke activiteiten is er nu sprake van een functie passend binnen de woonfunctie? Daarbij is het onderscheid tussen vrije beroepen en overige aan-huis-verbonden beroepen van belang. Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat vrije beroepen worden geacht binnen de woonbestemming te passen. Mede op grond van jurisprudentie kan worden gesteld dat het beroepen zijn op juridisch, administratief, medisch of artistiek gebied. In de definitie in de volgende paragraaf wordt dit verder omschreven. Overige aan-huis-verbonden beroepen hebben vaak een consumentverzorgend karakter (bijvoorbeeld een kapper). Deze overige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten worden op grond van de bestaande bestemmingsplannen zelden bij recht toegestaan, ondanks het feit dat deze qua aard, karakter en hinder niet wezenlijk afwijken van de vrije beroepen. Ten slotte is er een categorie hobbymatige activiteiten (zoals een landbouwwerktuigenmuseum), welke vergelijkbaar zijn met een aan-huis-verbonden-bedrijven, die op zich wel past binnen de woonomgeving, maar feitelijk volgens het bestemmingsplan in strijd zijn met de woonbestemming. Dit omdat deze activiteiten niet onder de verblijfsfunctie zijn te scharen. Deze categorie wordt hier om die reden ondergebracht bij de aan-huis-verbondenbedrijfsactiviteiten.
Voor de aan-huis-verbonden beroepen en hobbymatige activiteiten – als hiervoor bedoeld geldt niet de in de jurisprudentie ontwikkelde regel dat deze geacht moeten worden binnen de woonbestemming te passen. Dit betekent dat de overige aan-huis-verbonden beroepen en hobbymatige activiteiten alleen dan zijn toegestaan als deze in het bestemmingsplan zijn toegestaan. Van de drie voormalige gemeenten was alleen Hoogezand-Sappemeer een ermee begonnen de overige aan-huis-verbonden beroepen en hobbymatige activiteiten in haar bestemmingsplannen bij recht toe te staan. In de gemeenten Slochteren en Menterwolde werden de overige aan-huis-verbonden beroepen en hobbymatige activiteiten door middel van een (binnen- of buitenplanse afwijkingprocedure) toegestaan. Figuur 1 (zie hieronder) laat zien dat de bedrijvigheid in de woonomgeving in een drietal subcategorieën kan worden onderverdeeld, die al dan niet binnen de huidige vigerende bestemmingsplannen passen. In figuur 2 wordt vervolgens de gewenste – toekomstige situatie weergegeven waarbij de genoemde vormen van bedrijvigheid allen bij recht zijn toegestaan. 1. de vrije beroepen (de begrippen: aan-huis- gebonden beroep, beroep aan huis en vrij beroep worden vaak synoniem gebruikt); 2. overige aan huis verbonden beroepen ofwel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten; 3. hobbymatige activiteiten.
5| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
De gemeente Midden-Groningen kiest hiermee voor een ja-mits benadering. De inwoners moeten op een eenvoudige manier de mogelijkheid krijgen om een beroep of bedrijf aan huis te beginnen, mits wordt voldaan aan de vooraf gestelde voorwaarden. Op deze manier worden de gebruiksmogelijkheden van de woning vergroot en kan de bedrijvigheid aan huis toenemen, terwijl er toch een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft. Het is de bedoeling dat de regeling met betrekking tot aan-huis-verbonden-beroepen & bedrijven op termijn in alle bestemmingsplannen (toekomstig omgevingsplan) wordt opgenomen, zodat een situatie daar rechtstreeks aan kan worden getoetst. Zolang het beleid niet is opgenomen in het bestemmingsplan, kan dit beleid dienst doen als afwegings- en toetsingskader.
2.2 Vrije beroepen 2.2.1 Definitie Onder een vrij beroep wordt verstaan: De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of overige aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten.
6| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
2.2.2 Beoordelingscriteria Andere voorwaarden om een activiteit onder een vrij beroep te scharen zijn dat: het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning; waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn. Onder de vrije beroepen worden in ieder geval begrepen: 1. advocaat 2. accountant-administratieconsulent 3. acupuncturist 4. alternatieve genezer 5. bouwkundig architect 6. belastingconsulent 7. dierenarts (kleine huisdieren) 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. grafisch ontwerper/ webdesigner 11. huidtherapeut 12. huisarts 13. interieurarchitect 14. juridisch adviseur 15. kunstschilder/kunstenaar 16. logopedist 17. makelaar 18. medisch specialist 19. notaris 20. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 21. organisatieadviseur 22. orthopedagoog 23. psycholoog 24. raadgevend adviseur 25. redacteur 26. registeraccountant 27. stedenbouwkundige 28. tandarts 29. tandartsspecialist 30. tolk-vertaler (al dan niet beëdigd) 31. tuin- en landschapsarchitect 32. verloskundigenpraktijk Waar het gaat om de bovengenoemde activiteiten is geen procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening, Wabo of het BOR noodzakelijk zolang deze activiteiten voldoen aan de volgende criteria: a.
de woonfunctie van het betreffende pand blijft in overwegende mate behouden; in totaal mag maximaal 40% van het grondgebonden oppervlak van de woning, maar nooit meer dan 70 m2, worden gebruikt;
7| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
b. de woning en de (aangebouwde) bijgebouwen blijven voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Wabo; c. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan, stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen daarvan uitgezonderd. Er mogen geen bedrijfsvoertuigen in de openbare ruimte worden gestald, met uitzondering van één personenauto welke door de bewoner ook in privé wordt gereden; e. het betreffen niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten dat verkeersoverlast wordt veroorzaakt dan wel dat daardoor het treffen van verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk wordt. Onevenredige hinder door klantenbezoek en leveranciers moet worden voorkomen; f. reclame-uitingen zijn toegestaan overeenkomstig het gemeentelijk reclamebeleid.
2.3 Overige aan huis verbonden bedrijven Of een bedrijfsactiviteit kan worden geschaard onder een overig aan-huis-verbonden bedrijf kan niet worden afgeleid uit jurisprudentie. Slechts de gemeentelijke afweging welke activiteiten hier wel en niet toelaatbaar zijn, is hier maatgevend. Uit zorgvuldigheid kunnen vanzelfsprekend niet alle bedrijfsactiviteiten hieronder worden geschaard. Uitgangspunt is dat het uitsluitend gaat om bedrijfsactiviteiten met een consumentverzorgend karakter.
2.3.1 Definitie Onder overige aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten worden verstaan: het beroepsmatig uitoefenen van dienstverlenende bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, dan wel ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel ondersteund door maximaal één andere arbeidskracht, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel.
2.3.2 Beoordelingscriteria Andere voorwaarden om een activiteit onder een aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteit te scharen zijn dat: het aan-huis-verbonden bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning; waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn. Onder een aan-huis-verbonden bedrijf wordt in ieder geval begrepen: 1. 2. 3. 4. 5.
autorijschool (geen theorie) bloemschikker computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) decorateur fietsenreparateur (verkoop niet inbegrepen)
8| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
6. fotograaf 7. goud- en zilversmid 8. glazenwasser 9. hoedenmaker 10. hondentrimmer 11. instrumentenmaker 12. kaarsenmaker 13. kapper 14. klompenmaker 15. klussenbedrijf (geen be- en verwerkende activiteiten op het perceel) 16. koeriersdienst (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) 17. lijstenmaker 18. loodgieter 19. meubelmaker 20. muziekinstrumentenmaker 21. nagelstudio/pedicure/manicure 22. pottenbakker 23. prothesemaker 24. reisorganisatie (geen reisbureau met etalagefunctie) 25. reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio's-tv's/horloges etc.) 26. schoonheidsspecialist 27. schilder 28. traiteur 29. taxibedrijf (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) 30. tussenpersoon/commissionair 31. zadelmaker 32. hobbymatige activiteiten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met bovengenoemde activiteiten (uitgezonderd agrarische activiteiten) 33. hobbymatige exposities en musea 34. bedrijfsmatige activiteiten welke naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met de hierboven genoemde bedrijfsmatige activiteiten.
2.3.3 Voorwaarden Bij de beoordeling of een activiteit is toegestaan dan wel op welke schaal de activiteit mag worden uitgeoefend, dienen, naast hetgeen in de bestemmingsplanregels over de toelaatbaarheid van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten is opgenomen, de volgende regels in acht te worden genomen: a. zolang deze beleidsnotitie niet is opgenomen in het bestemmingsplan, is een aanhuis-verbonden bedrijf alleen toegestaan nadat een buitenplanse afwijking van de gebruiksbepaling(en) van het bestemmingsplan is verleend (dan wel een binnenplanse afwijking, indien het vigerende bestemmingsplan dit mogelijk heeft maakt); b. onder een aan-huis-verbonden bedrijf worden tenminste de onder 2.3.2. genoemde bedrijven begrepen; c. de woonfunctie van het betreffende pand blijft in overwegende mate behouden; in totaal mag maximaal 40% van het grondgebonden oppervlak van de woning, maar nooit meer dan 70 m2 daarvan, worden gebruikt; d. het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning;
9| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en direct in verband met het bedrijf; f. de woning en of een bijbehorende aanbouw of bijgebouw blijven voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; g. er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, daarom zijn in beginsel slechts bedrijven toegestaan genoemd in categorie A van het Activiteitenbesluit; h. buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan, stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen daarvan uitgezonderd. Er mogen geen bedrijfsvoertuigen in de openbare ruimte worden gestald, met uitzondering van één personenauto welke door de bewoner ook in privé wordt gereden; i. het betreffen niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten dat verkeersoverlast wordt veroorzaakt dan wel dat daardoor het treffen van verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk wordt. Onevenredige hinder door klantenbezoek en leveranciers moet worden voorkomen; j. reclame-uitingen overeenkomstig het reclamebeleid zijn toegestaan: k. in beginsel is geen werkplaats toegestaan;
2.3.3 Toelichting op de voorwaarden c. Het oppervlak waar de activiteit mag plaatsvinden strekt ook tot vrijstaande bijgebouwen, mits deze zijn gelegen binnen de gronden waarop bijgebouwen zijn toegestaan. De wens om meer flexibiliteit te bieden door de activiteiten niet slechts toe te staan binnen het hoofdgebouw en aangebouwde bijgebouwen moet gedeeltelijk worden beperkt. Deze beperking dient ter bestendiging van de concentratie rond de woning en om overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Zonder dit sturingsinstrument is vestiging van een aan-huis-verbonden activiteit in gebouwen < 40%/70 m2 mogelijk binnen de woonbestemming zonder dat daar een bouwmogelijkheid ligt. Bij de berekening van het percentage dat wordt gebruikt voor de activiteit wordt uitgegaan van de fysieke situatie. Onder de woning wordt verstaan: het neergeslagen oppervlak van de woning, aangebouwde bijgebouwen meegerekend. e. Detailhandelsactiviteiten die worden geschaard onder de aan-huis-verbonden beroepen, strekken uitsluitend tot datgene dat ter plaatse is geproduceerd. Indien accessoires voor een product worden geproduceerd betekent dit dat het product waarvoor het accessoire dient niet mag worden aangeboden. Uitgezonderd hiervan zijn de gevallen waarbij het accessoire is geïntegreerd in het product of hiermee tenminste onlosmakelijk is verbonden (bijvoorbeeld shampoo bij de kapper). g.
Om te voorkomen dat de activiteiten hinderlijk zijn voor de omgeving worden in beginsel slechts bedrijven genoemd in categorie A van het Activiteitenbesluit toegestaan. Na afweging door het college van Burgemeester en Wethouders worden ook sommige inrichtingen uit categorie B toegestaan, mits deze geen overlast veroorzakende componenten hebben. j. De betreffende bepalingen komen overeen met wat is opgenomen in het reclamebeleid.
10| Definitief – 2019-06-12
~ ~
~
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
k.
Gemeente Midden-Groningen
De hinder als gevolg van de activiteiten in een werkplaats is niet vergelijkbaar met de uitstraling van een woonperceel. Klussenbedrijven, schilders en andere bedrijven in de bouwsector zijn daarom niet toegestaan indien een werkplaats ter plaatse is inbegrepen.
2.4 Slotbepaling Citeertitel en inwerkingtreding Deze beleidsregel wordt aangehaald als: "Beleidsnota aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven 2019" Zij treden in werking de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen d.d. 23 juli 2019
11 ~ gefinitief - 2019-06.12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
3. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 3.1 Opstellen beleidsregel Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de gemeente de bevoegdheid (niet de verplichting) om beleidsregels vast te stellen en burgemeester en wethouders moeten zich aan hun eigen beleidsregels houden. Het formuleren van beleidsregels heeft als voordeel dat een grote mate van uniformiteit kan worden bereikt. Verder kan op een eenvoudige wijze, dus zonder een planherziening, aanpassing van de beleidsregels plaatsvinden, waardoor een grote mate van flexibiliteit kan worden bereikt. Zijn de beleidsregels vastgesteld en bekend gemaakt, dan kan daar in de besluitvorming zonder meer naar worden verwezen.
3.1.1 Inherente afwijkingsbevoegdheid In bijzondere gevallen kan gebruik worden gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid (artikel 4:84 Awb). Per geval moet worden bekeken of de belangen voldoende zijn afgewogen. Een afwijking van de beleidsregels is alleen gerechtvaardigd in bijzondere omstandigheden en niet voor situaties waarmee bij de opstelling van beleidsregels rekening had moeten worden gehouden. Onder bijzondere omstandigheden valt niet dat het vertrouwen is opgewekt dat medewerking zou worden verleend. Ook moet er altijd een deugdelijke belangenafweging plaatsvinden om vast te kunnen stellen of sprake is van bijzondere omstandigheden. Verder is het aanwezig zijn van bijzondere omstandigheden niet altijd voldoende om van beleidsregels af te wijken. Er moet onevenredigheid ontstaan bij toepassing van de beleidsregels en de onevenredigheid moet ook nog zijn gerelateerd aan de doelstelling van die beleidsregels. De motivering van de afwijking moet in ruimtelijke termen worden gegoten.
3.1.2 Inspraak en vaststellen van beleidsregels Uit de wet vloeit geen verplichting voort dat een beleidsregel ter inzage moet worden gelegd waarbij aan belanghebbenden de gelegenheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van de Inspraakverordening ten aanzien van haar besluiten om inspraak toe te staan. Inspraak wordt niet toegestaan als het gaat om ondergeschikte herzieningen van eerder vastgesteld beleid. Deze beleidsregel harmoniseert het bestaande beleid van de drie voormalige gemeenten. De hieruit voortvloeiende herzieningen zijn van ondergeschikt belang. Om die reden is de beleidsregel niet in de inspraak gebracht.
3.1.3 Inwerking treden beleidsnotitie Bekendmaking van de beleidsnotitie vindt plaats door kennisgeving in het Gemeenteblad. De beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum waarop het bekend is gemaakt. Op
12| Definitief – 2019-06-12
Beleidsnota Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven
Gemeente Midden-Groningen
grond van artikel 8:2 juncto 7:1 Awb is een beleidsregel, niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
3.2 Implementeren van de beleidsregel De beleidsnotitie kan worden gebruikt om individuele aanvragen te toetsen waarbij voor de motivering wordt verwezen naar voorliggende beleidsregels.
3.2.1 Bestemmingsplan Voor een effectieve (handhaving en) uitvoering is het van belang om niet alleen het beleid vast te stellen, maar om het beleid ook in het bestemmingsplan vast te leggen. Momenteel is de gemeente Midden-Groningen bezig met de actualisatie van bestemmingsplannen. In nieuwe bestemmingsplannen van de gemeente Midden-Groningen zal zowel voor het stedelijk gebied als het landelijk gebied een bepaling worden opgenomen die het gebruik van gronden en bouwwerken voor overige aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven bij recht toe staat. Hierbij zal een verband worden gelegd met de functie “wonen” en “bedrijf” -al dan niet “agrarisch”- voor zover sprake is van een rechtmatig aanwezige bedrijfswoning.
3.3 Werkwijze De beleidsregel aan-huis-verbonden-beroepen en bedrijven leent zich bij uitstek voor reactieve toepassing. Hiermee wordt bedoeld dat op basis van deze beleidsregel door een inwoner gemakkelijk zelf kan worden getoetst of hij voldoet aan de voorwaarden en van start kan gaan met zijn aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf. Controle vooraf of aan de voorwaarden wordt is dan niet nodig. Deze kan altijd achteraf worden uitgevoerd, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten over overlast c.q. een verzoek tot handhaving. Voor vrije beroepen geldt het vorenstaande al. Voor aan-huis-verbonden bedrijven geldt dit pas op het moment dat deze beleidsregel is opgenomen in de bestemmingsplannen. Zolang dat niet is gerealiseerd, zal voor aan-huis-verbonden bedrijven een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Hierbij kan deze beleidsregel dan als toetsingskader voor de binnen- of buitenplanse afwijking dienst doen.
3.4 Handhaving De inhoud van de beleidsregel zal niet alleen worden gebruikt om verzoeken tot afwijking of herziening van het bestemmingsplan te beoordelen. Ook in geval van bestaande situaties die tot nu toe niet zijn gelegaliseerd, zal worden getoetst of de situatie al dan niet voor legalisatie in aanmerking kan komen.
13| Definitief – 2019-06-12
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 5
44
Toetsingskader kleinschalige windturbines
4. Toetsingskader kleinschalige windturbines In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het toetsingskader. In het toetsingskader zijn de criteria opgenomen voor de plaatsing van een kleinschalige windturbine. Het kader is geldig voor het gehele grondgebied van de gemeente en wordt gebruikt om te toetsen of medewerking aan een binnenplanse afwijkingsprocedure of een buitenplanse (kleine) afwijkingsprocedure voor het plaatsen van een kleinschalige windturbine mogelijk is.
4.1 Criteria A Kleinschalige windturbines moeten aan de volgende ruimtelijke voorwaarden voldoen: 1. Een kleinschalige windturbine wordt geplaatst binnen een bouwvlak of: het daarbij behorende bouwperceel; de ‘wro zone - ontheffingsgebied’ of ‘wro zone – afwijkingsgebied’, mits tegelijk de bijbehorende afwijking kan worden verleend; binnen een afstand van 25 meter vanaf het bouwvlak, mits niet geplaatst achter het perceel van een derde en passend binnen het provinciaal beleid en/of de gemeente door de provincie is aangewezen als ‘pilotgemeente’ op basis van artikel 2.41.2 van de Omgevingsverordening met inachtneming van de bijbehorende voorwaarden. Een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw is daarbij een vereiste. 2. Voor de maatvoering van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: de rotordiameter van een VAT type bedraagt maximaal 2 meter; bij plaatsing op het maaiveld bedraagt de ashoogte van een kleinschalige windturbine maximaal 15 meter; bij plaatsing op een gebouw mag de hoogte van een windturbine niet meer dan 1/3 van de bouwhoogte van het gebouw bedragen, tot een maximum van 5 meter; 3. Voor een kleinschalige windturbine gelden de volgende afstandscriteria: − De onderlinge afstand tussen kleinschalige windturbines bedraagt minimaal 3 keer de rotordiameter.
− De afstand tussen een kleinschalige windturbine en de bijbehorende bebouwing bedraagt maximaal 100 meter. − De afstand tussen een kleinschalige windturbine en gasinfrastructuur welke is opgenomen in het bestemmingsplan, bedraagt minimaal 25 meter. − De afstand tussen een kleinschalige windturbine van een HAT type en hoogspanningsinfrastructuur, welke is opgenomen in het bestemmingsplan, is afhankelijk van de maximale werpafstand bij 2 x nominaal toerental van de windturbine. 4. Binnen bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven op de kaarten in de bijlagen 1 en 2, zijn geen wiekturbines (HAT type) toegestaan. Uitzondering hierop vormen de terreinen zoals aangegeven op de kaart in de bijlagen 1 en 2. In deze gebieden zijn wiekturbines (HAT type) wel toegestaan. 5. Kleinschalige windturbines (HAT type en VAT type) zijn niet toegestaan in de gebieden ‘natuur, groen, bos en water en een ‘beschermd dorpsgezicht’, zoals aangegeven op de kaarten in de bijlagen 1 en 2. Uitzondering hierop vormen kleinschalige windturbines voor waterhuishoudkundige doeleinden tot een ashoogte van maximaal 10 meter. B Kleinschalige windturbines moeten aan alle relevante wet- en regelgeving voldoen, waarbij in ieder geval geldt dat: 1. De kleinschalige windturbine voldoet aan de van toepassing zijnde eisen uit het Bouwbesluit. 2.
De kleinschalige windturbine voldoet aan de van toepassing zijnde eisen van het Activiteitenbesluit, waaronder de geluidsnormen. 3. Bij elke aanvraag voor plaatsing van een kleinschalige windturbine wordt zo nodig rekening gehouden met de (aanvullende) regels uit het geldende bestemmingsplan. 4. Bij elke aanvraag voor plaatsing van een kleinschalige windturbine wordt per locatie gekeken of de Flora- en Faunawet van toepassing is. 5. De te plaatsen kleinschalige windturbine voldoet aan de ter plaatse geldende welstandsnota. Indien de kleinschalige windturbine wordt geplaatst op of bij een
Rijksmonument, beeldbepalend pand of karakteristiek pand wordt alleen medewerking verleend bij een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw. 6. De aanvrager van de kleinschalige windturbine is bereid een planschadeovereenkomst aan te gaan met de gemeente. 7. De kleinschalige windturbine is, voor zover mogelijk, voorzien van het Kleinwind-keurmerk of een daarmee gelijk te stellen keurmerk.
4.2 Toelichting criteria RUIMTELIJKE VOORWAARDEN A.1 - Plaatsing binnen bouwvlak. Als algemene regel geldt dat een kleinschalige windturbine geplaatst moet worden binnen een bouwvlak. Dit om het open landschap -met name het buitengebied- niet te vervuilen met de kleinschalige windturbines. Hierdoor sluiten de turbines aan bij de bestaande bebouwing en wordt de visuele hinder beperkt. Daarnaast wordt bij plaatsing in het bouwvlak voorkomen dat een windturbine wordt gebouwd in bijvoorbeeld landschappelijk waardevol open gebied, een natuurgebied of structureel groen. Binnen de bestemmingen ‘Natuur’, ‘Groen’, ‘Bos’ en ‘Water’ zijn namelijk geen bouwvlakken opgenomen in het bestemmingsplan. Uitzondering hierop vormen kleinschalige windturbines voor waterhuishoudkundige doeleinden, zie criteria A.6. Daarnaast kan een kleinschalig windturbine geplaatst worden binnen het bij een bouwvlak behorende bouwperceel. Een bouwperceel is een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Verder kan een kleinschalige windturbine geplaatst worden in de ‘wro zone - ontheffingsgebied’ of ‘wro zone –afwijkingsgebied’, mits tegelijk de bijbehorende afwijking kan worden verleend.
Bij een deel van de agrarische bedrijven in het buitengebied is namelijk naast het bouwvlak een zone in aansluiting op het bouwvlak als ‘ontheffingsgebied’ of ‘afwijkingsgebied’ aangeduid. In deze gebieden is nieuwe agrarische bebouwing, inclusief kleinschalige windturbines, onder voorwaarden toegestaan. Tevens kan een kleinschalige windturbine geplaatst worden binnen een afstand van 25 meter vanaf het bouwvlak, mits niet geplaatst achter het perceel van een derde en passend binnen het provinciaal beleid*. Als er bij bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf of woning binnen het bouwvlak ruimtelijke beperkingen zijn voor plaatsen van een windturbine, is het mogelijk om af te wijken van het bestemmingsplan en kleinschalige windturbines tot maximaal 25 meter buiten het bouwvlak toe te staan. Een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw is daarbij een vereiste. *Voorwaarden provinciaal beleid Het plaatsen van kleinschalige windturbines buiten bouwpercelen is op dit moment (februari 2018) alleen mogelijk als een gemeente door de provincie is aangewezen als ‘pilotgemeente’ op basis van artikel 2.41.2 van de Omgevingsverordening provincie Groningen.
A.2 - Maximale maatvoering. De rotordiameter van een VAT type bedraagt maximaal 2 meter. Deze afstand is afgeleid uit het Activiteitenbesluit. Vanaf een rotordiameter van 2 meter of meer is een kleinschalige windturbine op grond van het Activiteitenbesluit namelijk een inrichting. Een VAT type is ontwikkeld voor toepassing in stedelijk gebied. Door de maximale rotordiameter aan te houden wordt het kleinschalige karakter van het VAT type gewaarborgd. Bij plaatsing op het maaiveld bedraagt de ashoogte van een kleinschalige windturbine maximaal 15 meter. Deze maat is een harde grens binnen de Omgevingsverordening van de provincie Groningen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijde, heeft de gemeente tot 15 meter beleidsvrijheid Bij plaatsing op een gebouw mag de hoogte van een windturbine niet meer dan 1/3 van de bouwhoogte van het gebouw bedragen, tot een maximum van 5 meter. Hierdoor is een goede samenhang en verhouding met de afmetingen van het gebouw gewaarborgd. A.3 - Afstandscriteria. De onderlinge afstand tussen kleinschalige windturbines bedraagt minimaal 3 keer de rotordiameter.
Hierdoor wordt voorkomen dat een veelheid aan turbines op een kleine ruimte worden geplaatst. De afstand komt voort uit een handreiking van de VNG en is afgeleid van de minimale onderlinge afstand tussen de ‘grote’ windturbines. Hiervoor geldt een onderlinge afstand van 5 keer de rotordiameter. Verder bedraagt de afstand tussen een kleinschalige windturbine en de bijbehorende bebouwing maximaal 100 meter. Binnen een bestemmingsplan kunnen grote bouwblokken worden toegestaan, zonder dat deze -al- volledig bebouwd zijn. Om de visuele hinder van kleinschalige windturbines te beperken is de afstand tussen de windturbine en de bijbehorende bebouwing maximaal 100 meter. Daarnaast zijn in het buitengebied een aantal bouwvlakken aanwezig die nog- onbebouwd zijn. Dit zijn bijvoorbeeld de voormalige locaties van de NAM. Op of rondom deze bouwvlakken is geen omliggende bebouwing aanwezig, ze liggen in het open landschap. Door de afstandsvoorwaarde tot bebouwing wordt voorkomen dat op deze locaties een kleinschalige windturbine wordt gebouwd. De afstand tussen een kleinschalige windturbine en gasinfrastructuur welke is opgenomen in het bestemmingsplan, bedraagt minimaal 25 meter. In het bestemmingsplan is namelijk alle planologisch relevante gasinfrastructuur opgenomen.
Indien een kleinschalige windturbine buiten de 25 meter afstand wordt gerealiseerd, heeft de plaatsing van de windturbine geen effect op de veilige ligging en integriteit van de gasinfrastructuur. Voor hoogspanningsinfrastructuur, die opgenomen is in bestemmingsplannen, is ook een afstandseis opgenomen. Deze afstandseis geldt specifiek voor windturbines van het HAT type. Ondanks het ontbreken van een richtlijn voor kleinschalige windturbines in het ‘Handboek risicozonering windturbines’ is er op verzoek van leidingbeheer TenneT wel een afstandseis opgenomen. Vanwege het ontbreken van certificering stelt TenneT als voorwaarde de regeling ten opzichte van de het handboek (grote) windturbines aan te passen. Daarbij wordt uitgegaan van een minimale afstand die gebaseerd is op de maximale werpafstand bij 2 x nominaal toerental van de windturbine. A.4 - Geen wiekturbines in bestaand stedelijk gebied. Om overlast te beperken worden geen wiekturbines (HAT type) toegestaan binnen het bestaand stedelijk gebied. Wiekturbines (HAT type) veroorzaken in de regel namelijk meer overlast op het gebied van geluid en slagschaduw. In een aantal specifieke gebieden, zoals aangegeven op de kaartbijlagen, worden wiekturbines (HA type) wel toegestaan binnen het bestaande stedelijke gebied. Dit is passend gezien de functie en het stedenbouwkundig karakter van de gebieden.
Bedrijventerreinen zijn hiervan een goed voorbeeld. De begrenzing van het bestaand stedelijk gebied en het buitengebied is overgenomen uit de provinciale Omgevingsverordening. Deze indeling is maatgevend binnen de ruimtelijke ordening in Groningen en is daarom ook toegepast binnen deze beleidsregels en opgenomen in de kaartbijlagen. A.5 - Geen kleinschalige windturbines in natuurgebieden en beschermde dorpsgezichten. Om aantasting van de natuurgebieden te voorkomen worden hier geen kleinschalige windturbines (HAT type VAT type) toegestaan. Dit geldt ook voor eventuele bouwvlakken van woningen of andere panden - met bijbehorende bouwpercelen - die vallen binnen de aangegeven natuur, groen, bos en/of water gebieden. Hetzelfde geldt voor beschermde dorpsgezichten. Op de kaartbijlagen zijn de gebieden weergegeven waar kleinschalige windturbines worden uitgesloten. In Menterwolde gaat het onder andere om Polder de Wieden. In Slochteren komt deze begrenzing grotendeels overeen met de begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Enige uitzondering hierop vormen kleinschalige windturbines voor waterhuishoudkundige doeleinden tot een ashoogte van maximaal 10 meter. Om aan natuurdoelen te voldoen zijn namelijk vaak (lokaal) hogere peilen nodig die afwijken van de omgeving.
Vanwege het veelal ontbreken van elektriciteitsinfrastructuur heeft een kleine windturbine de voorkeur boven andere
alternatieven. De maximale ashoogte van 10 meter is afgestemd met het waterschap.
WET- EN REGELGEVING B.1 - Voldoen aan Bouwbesluit. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) getoetst worden het Bouwbesluit. Dit geldt voor alle bouwwerken en dus ook voor de kleinschalige windturbines. B.2 - Voldoen aan Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling. Een kleinschalige windturbine valt in veel gevallen onder de werking van het Activiteitenbesluit met bijbehorende regeling. In het Activiteitenbesluit en de regeling zijn onder andere geluidsnormen en normen over slagschaduw opgenomen. Hiermee wordt hinder voor omwonenden zoveel mogelijk voorkomen. B.3 - Voldoen aan aanvullende regels bestemmingsplan. Op grond van het geldende bestemmingsplan kunnen er op een locatie regels gelden, gericht op het veiligstellen van bepaalde ruimtelijke belangen, die plaatsing van een kleinschalige windturbine ongewenst maken of waarvoor nader onderzoek en/of toestemming van derden nodig is. Voorbeelden zijn regels op het gebied van externe veiligheid, waterhuishouding, archeologie en/of cultuurhistorie. B.4 - Voldoen aan Flora- en Faunawet. Deze voorwaarde komt rechtstreeks voort uit de Flora en Faunawet. B.5 - Voldoen aan Welstandsnota / goede ruimtelijke kwaliteit. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) getoetst worden aan de welstandeisen.
Dit geldt voor alle bouwwerken en dus ook voor de kleinschalige windturbines. Een Rijksmonument, beeldbepalend pand of karakteristiek pand is beeldbepalend in de omgeving en heeft een bijzonder karakter. Dit beeld moet niet verstoord worden door het plaatsen van een kleinschalige windturbine. Een positief advies van een onafhankelijk deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw is dan ook een vereiste. B.6 - Planschade overeenkomst. Indien wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan wordt standaard een planschadeovereenkomst gesloten met de betreffende aanvrager. Hiermee komen eventuele planschadekosten voor rekening van de aanvrager. Dit geldt voor alle afwijkingen van het bestemmingsplan en dus ook voor kleinschalige windturbines. Wanneer de aanvrager geen planschadeovereenkomst wil aangaan, wordt er niet afgeweken van het geldende bestemmingsplan en geen vergunning verleend. Dit om financiële risico’s te vermijden. B.7 - Keurmerk. De veiligheid van de omgeving mag, door de oprichting van een kleinschalige windturbine, niet in het geding komen. Door het ontbreken van een officiële certificering bestaan er nog geen veiligheidsrichtlijnen. Een eerste aanzet tot certificering wordt gegeven door de Nederlandse Beoordelingsrichtlijn. Deze richtlijn geeft onder andere inzicht in de veiligheid en de geluidsemissies van een kleinschalige windturbine.
Wanneer een turbine de richtlijn kan doorstaan, ontvangt de turbine het zogenaamde Kleinwind-keurmerk. Het voldoen aan het Kleinwind-keurmerk of een ander vergelijkbaar keurmerk geeft de gemeente handvat om aan te nemen dat het product veilig is en aan alle technische eisen van deze tijd voldoet.
Begrippenlijst Bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedelijk gebied: gebied, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 4.20 van de provinciale omgevingsverordening. Bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; Bouwvlak: Een in het bestemmingsplan opgenomen, geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop ingevolge de regels van het bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Gebouw: Elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. HAT type: De horizontale as turbines zijn ‘traditionele’ windturbines met twee, drie of meer wieken bevestigd aan een horizontale as. Bij Horizontale As Turbines (HAT type) ligt de as evenwijdig aan de richting van de wind, terwijl de wieken loodrecht op de richting van de wind staan.
Kleinschalige windturbine: een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind, met een ashoogte van maximaal 15 meter. Maaiveld: De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het 'aangrenzende maaiveld' wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. VAT type: Bij Verticale As Turbines (VAT type) staat de as loodrecht op de richting van de wind, terwijl de wieken/ bladen evenwijdig aan de as zijn bevestigd. Deze turbines vangen de wind die loodrecht op de wieken komt, ongeacht de richting. Bijzondere horizontale as-turbines zonder wieken vallen hier ook.
Wijze van meten Ashoogte van een windturbine: de hoogte gemeten vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein gemeten wordt vanaf het niveau van het afgewerkte terrein dat direct aansluit op de dichtstbijzijnde weg in de zin van de Wegenverkeerswet 1994; Bouwhoogte bij HAT type: De som van de mastlengte en de afstand vanaf de rotor tot aan het bovenste verticaal staande rotorblad. Bouwhoogte bij VAT type: De som van de mastlengte en de rotorhoogte.
Afbeelding: HAT-turbine en VAT-turbine
Rotordiameter: de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.
Onderlinge afstand bij meerdere kleinschalige windturbines D = rotordiameter
Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)
Bijlage 6
52
Beleidskaart kleinschalige windturbines
Beleidskaart kleinschalige windturbines HAT
Legenda Voormalig Gemeente Slochteren Provinciaal buitengebied Bedrijventerreinen Bestaand stedelijk gebied Beschermd dorpsgezicht Fraeylema Natuur, bos en water
VAT