07. Conceptjaarstukken 2025
Tekst van het document
Conceptjaarstukken 2025
Versie: 01-DB Datum: 9 april 2026 Auteur: team Financiën
Inhoud Voorwoord......................................................................................................................................................... 3 Financiële samenvatting .................................................................................................................................... 5 Jaarverslag ......................................................................................................................................................... 7 Programmaverantwoording .............................................................................................................................. 8 Paragrafen ....................................................................................................................................................... 12 Jaarrekening .................................................................................................................................................... 20 Baten en lasten ................................................................................................................................................ 21 Balans ..............................................................................................................................................................
28 Datering en opmaak ........................................................................................................................................ 37 Vaststelling Algemeen Bestuur........................................................................................................................ 38 Controleverklaring onafhankelijk accountant ................................................................................................. 39 Bijlage 1. Verantwoording SiSa-regelingen ..................................................................................................... 41 Bijlage 2. Overzicht van baten en lasten uitgesplitst naar taakvelden............................................................ 42 Bijlage 3. Deelnemersbijdragen....................................................................................................................... 43 Bijlage 4. Overzicht van materiële vaste activa .............................................................................................. 44
2
Voorwoord Dagelijks werken we bij Omgevingsdienst Groningen aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving in Groningen. Wij zetten ons in om de regio een stukje mooier te maken, samen met gemeenten en de provincie. Zodat inwoners en ondernemers in een veilige, schone en duurzame leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Nu en in de toekomst. Als directie kijken we met trots terug op het jaar 2025, een jaar waarin mooie resultaten zijn geboekt ondanks veel dynamiek – zowel binnen als buiten de organisatie. Onze medewerkers hebben daarbij de rust bewaard en hebben de belangrijkste dossiers behandeld, nieuwe collega’s ingewerkt of meegewerkt aan de implementatie van het nieuwe VTH-systeem. De deelnemers hebben voor dat systeem een extra investering gedaan, waarmee de aanbesteding en implementatie zijn uitgevoerd. We zijn blij om te zien dat we als Omgevingsdienst Groningen (ODG) een resultaat rond de nullijn hebben weten te realiseren. Ontwikkelingen ODG was in 2025 volop in ontwikkeling en heeft stappen gezet om de organisatie verder te professionaliseren, onder andere in het kader van het organisatieplan, de landelijke robuustheidscriteria en de aanbevelingen van de in 2024 uitgevoerde visitatie. Daarnaast stond 2025 in het teken van de aanbesteding en implementatie van het nieuwe VTH-systeem Rx.Mission, die in december 2025 succesvol is afgerond.
In 2026 wordt het systeem verder geoptimaliseerd. Medewerkers Er is hard gewerkt aan het terugdringen van onze afhankelijkheid van inhuur, daarin slagen we steeds beter. Ook het werven van nieuwe medewerkers verloopt steeds beter, hoewel we bij specialistische functies hebben gemerkt dat deze moeilijk in te vullen waren. We zetten daarom (net als in voorgaande jaren) in op het werven en opleiden van junioren en zij-instromers. Binnen de directie was er sprake van personeelswisselingen; de op 1 januari 2025 gestarte algemeen directeur is in juli 2025 teruggetreden, vanaf oktober 2025 is de interim-algemeen directeur gestart. In 2026 wordt een vaste algemeen directeur geworven door het Dagelijks Bestuur. Uitvoering van de werkzaamheden Naast deze dynamiek hebben in 2025 ook veel zaken hun reguliere doorgang gevonden: medewerkers van ODG verleenden vergunningen, behandelden meldingen, hielden toezicht en handhaafden waar nodig, gaven adviezen en droegen bij aan regionale- en landelijke ontwikkelingen (U&H-beleid, Omgevingswet, inhoudelijke thema's). We zijn er trots op dat onze medewerkers - ondanks een niet volledig functioneel systeem en een relatief hoge werkdruk - hun werk blijven doen en dat de kwaliteit daarvan hoog is. Omdat we in de uitvoering hebben geconstateerd dat er verschillen zijn ontstaan in onze de dienstverlening voor onze deelnemers.
Over de wenselijkheid van meer uniformiteit is het bestuur in het laatste kwartaal van 2025 gegaan, dit gesprek is in het eerste kwartaal van 2026 voortgezet. Dit heeft geleid tot het opstellen van een ontwikkelplan voor de komende jaren, waarin een toekomstvisie op ODG in 2030 en agendavorming over de ontwikkeling van de organisatie samenkomen. Financieel resultaat Op financieel vlak hebben we gehandeld binnen de kaders die het Algemeen Bestuur ons heeft meegegeven in de Begroting 2025 en de gewijzigde begroting 2025. Ten tijde van het opmaken van de najaarsnota verwachtten we nog een licht positief resultaat (1%), in deze jaarrekening is een positief resultaat van € 60.000 (0,2%) zichtbaar. We zien dat de loonkosten in het primaire proces lager waren dan
3
begroot, met name door openstaande vacatures. Daarentegen waren de overheadkosten hoger, onder meer door kosten voor (inhuur van) management, opleidingskosten en afschrijvingskosten. Jaarstukken 2025 Met de Jaarstukken 2025 leggen wij in zowel financiële- als beleidsmatige zin verantwoording af over het door ons gevoerde beleid. De jaarstukken bestaan uit drie onderdelen: • Jaarverslag • Jaarrekening • Bijlagen In het jaarverslag vindt u informatie over de geleverde prestaties. Het jaarverslag omvat de programmaverantwoording en de verplichte paragrafen (artikel 26 BBV). De jaarrekening bestaat uit het overzicht van baten en lasten en de toelichting, de balans en de toelichting. In de bijlagen zijn onder meer een uitsplitsing naar taakvelden, de deelnemersbijdragen en de verantwoording over SiSa-regelingen opgenomen. De informatie over inhoudelijke onderwerpen, de voortgang van de dienstverlening en productie kunt u vinden in de jaarrapportage, deze is in maart 2026 opgeleverd.
Tjeerd Willem Hobma Algemeen directeur a.i. Veendam, april 2026
4
Financiële samenvatting Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2025 in hoofdlijnen weer. Allereerst komt de ontwikkeling van de Begroting 2025 aan de orde. Daarna leest u welke financiële afwijkingen het rekeningresultaat over 2025 vooral bepalen. We sluiten 2025 af met een positief resultaat van € 60.000.
Rekeningresultaat van het programma Uitvoering VTH-taken In onderstaande tabel presenteren wij u het rekeningresultaat van het programma Uitvoering VTH-taken in 2025:
Toelichting Het beeld van de lasten is in lijn met de verwachting die in de Najaarsnota 2025 is gepresenteerd. Waar daarin de “Reserve oud VTH-systeem" als aparte post was opgenomen, is de besteding van deze middelen in bovenstaande tabel bij de lasten voor VTH-taken gevoegd. Dit omdat het feitelijk geen reserve betrof, maar een saldo van overlopende baten en overlopende lasten. De lagere kosten worden verder veroorzaakt door een aantal structureel niet ingevulde vacatures, ontvangen ziekengeld en opgenomen ouderschapsverlof. Ten opzichte van de najaarsnota zijn de kosten voor overhead hoger uitgevallen, dit wordt met name veroorzaakt door het afboeken van investeringen in het vorige VTH-systeem Omnimap, hogere opleidingskosten en hogere kosten voor het management door tijdelijke inhuur.
5
De opbrengsten (en daarmee ook de kosten) van meerwerk en projecten zijn € 53.000 hoger dan begroot, dat zit met name bij SPUK Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht. Aan rentebaten is er € 56.000 meer binnengekomen dan begroot. Het resultaat komt uit op € 60.000 positief.
Rekeningresultaat van het programma Uitvoering Seveso-taken Het programma Uitvoering Seveso-taken loopt volgens een andere methodiek dan het programma Uitvoering VTH-taken en kent een jaarlijkse eindafrekening. Dit betekent dat ontstane tekorten of overschotten ten opzichte van het reeds voldane voorschot, aan het eind van het jaar worden verrekend. Op deze manier komt het resultaat van het Seveso-programma altijd uit op nul. In onderstaande tabel presenteren wij u het rekeningresultaat van het programma Uitvoering Seveso-taken in 2025:
Toelichting Zoals in de Najaarsnota 2025 is aangegeven, zijn de loonkosten hoger uitgevallen. Net als binnen het VTHprogramma is de extra bijdrage door de deelnemers voor het VTH-systeem in bovenstaande tabel bij de lasten voor VTH-taken gevoegd. De benodigde nacalculatie van € 100.000 om het resultaat op € 0 te krijgen is geboekt onder bijdrage Seveso-taken en is hieronder gesplitst per provincie. De opbrengsten vanuit meerwerk en projecten zijn € 207.000 lager dan begroot, wat voor een groot deel veroorzaakt wordt door lagere projectopbrengsten (dossier RWE) en project Bestuurlijke Boete. De eindafrekening Seveso 2025 ziet er als volgt uit: Seveso 2025
Afrekening 2025
Betaald 2025
Nacalculatie 2025
Provincie Groningen Provincie Drenthe Provincie Friesland Totaal
4.921.032 1.144.560 1.175.957 7.241.550
4.853.000 1.129.000 1.160.000 7.142.000
68.032 15.560 15.957 99.550
6
Jaarverslag
7
Programmaverantwoording Programma Uitvoering VTH-taken Wat willen we bereiken? De missie van ODG: Wij werken aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving in onze regio. Dagelijks zetten de medewerkers van ODG zich in om de regio een stukje mooier te maken. Zodat inwoners en ondernemers in een veilige, schone en duurzame leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Nu en in de toekomst. Wat hebben we gedaan? Het VTH-programma focust op drie strategische prioriteiten: scherp prioriteren binnen capaciteit en wettelijke kaders, het versterken van de basis (systemen, data, vakmanschap en samenwerking) en het bijdragen aan de regionale beleidscyclus. Dit heeft geleid tot drie zichtbare effecten: verbeterde interne processen en invoering van een nieuw VTHsysteem, verdere professionalisering van toezicht met meer flexibiliteit en minder achterstanden, en een steeds beter ingebedde Omgevingswet in de uitvoering - met nog enkele verbeteracties in het vooruitzicht. Wat betreft de gerealiseerde uren, zien we op basis van de beschikbare cijfers dat het aantal productieve uren (net als in voorgaande jaren) lager was dan in de jaaropdrachten was opgenomen. Zoals eerder is aangegeven, zijn niet alle cijfers volledig beschikbaar vanwege de implementatie van het nieuwe VTHsysteem en de onvolledige registraties in het vorige VTH-systeem.
Onder andere de inzet van bureaus waar ODG werkzaamheden heeft ondergebracht, zijn niet opgenomen in deze cijfers - zij leveren ongeveer 2% productiviteit. De beschikbare cijfers bieden wel een reëel beeld van de productiviteit. In 2025 was de realisatie van uren 85,3% ten opzichte van de verwachting. In onderstaande grafiek is het percentage gerealiseerde ureninzet ten opzichte van de verwachte realisatie te zien.
De verklaring voor de lagere productiviteit in de jaaropdracht is te vinden in de inzet van onze medewerkers op het opleiden en inwerken van nieuw personeel, het implementeren van nieuwe wet- en regelgeving en registraties in het kader van de Omgevingswet, maatwerkverzoeken van deelnemers en de inzet van medewerkers op projecten (waaronder de implementatie van het nieuwe VTH-systeem, regionale beleidstrajecten of regionale inhoudelijke projecten en initiatieven). Deze uren worden als onderdeel van
8
de collectieve taken geregistreerd. Het is de afgelopen jaren een trend dat de collectieve taken hoger zijn dan de verwachting. Daarom kijken ODG en de deelnemers in 2026 naar een betere verhouding tussen de collectieve taken en de jaaropdracht en zal landen in de geplande bijstelling van het financieringsmodel (gericht op Begroting 2028). In onderstaand overzicht, dat ook in de Jaarrapportage 2025 is opgenomen, is de urenbesteding van medewerkers opgenomen. Deze zijn verdeeld over ‘jaaropdracht’ (de uitvoering van de VTH-taken) en ‘collectief’ (de uitvoering van de collectieve taken waaronder piket, strafrecht, ketentoezicht, ontwikkeling en het inwerken van nieuwe medewerkers). Zoals hierboven is aangegeven, zijn de urenregistraties niet volledig geweest. De cijfers dienen daarom vooral als indicatie van de realisatie beschouwd te worden.
Wat heeft het gekost? Per saldo behaalde het VTH-programma een positief resultaat van € 60.000. De personeels- en materieelkosten waren lager dan begroot. Dit komt enerzijds door het vrijvallen van begrote projectmiddelen en anderzijds door lagere personeelskosten. De overheadkosten waren hoger dan begroot, voornamelijk door hogere afschrijvingskosten, hogere opleidingskosten en extra kosten voor tijdelijk ingehuurd management. De opbrengsten en kosten van meerwerk en projecten lagen boven begroting. Een nadere toelichting op het resultaat is te vinden in de jaarrekening 2025 (toelichting op het overzicht van baten en lasten).
Programma Uitvoering Seveso-taken Wat willen we bereiken? Dit programma heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde majeure risicobedrijven in Noord-Nederland. Deze bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of
9
hebben deze stoffen in opslag, en vallen daarom onder het Besluit risico’s zware ongevallen. RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH-taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen. Wat hebben we gedaan? In 2025 zijn alle geplande Seveso-inspecties bij de majeure risicobedrijven in Groningen, Fryslân en Drenthe uitgevoerd. Voor de reguliere milieu-inspectie is bewust gekozen voor een risicogestuurde herprioritering. Deze werkwijze heeft ertoe geleid dat beschikbare capaciteit is ingezet op locaties en situaties waar de risico’s voor milieu, veiligheid en gezondheid het grootst waren. Dit betekende onder meer extra inzet op hoogrisicolocaties en spoedeisende casussen. Bij behandeling van complexe vergunningaanvragen bij onder andere energieprojecten (waterstof, vergisting, circulaire industrie) is ingezet op: • CO₂-reductie en verduurzaming industrie; •
aanscherpen vergunningen bij ZZS-bedrijven;
•
opzet van projectstructuren voor grote industriële verduurzamingsprojecten;
•
uitvoering van het Meerjaren Actualisatieprogramma (MAP) voor actuele vergunningen.
Wat heeft het gekost? De personeels- en materieelkosten waren per saldo lager dan begroot. Dit komt door het vrijvallen van projectmiddelen, deels gecompenseerd door hogere personeelskosten als gevolg van extra externe inhuur. De opbrengsten uit meerwerk en projecten zijn lager dan begroot, met name door lagere opbrengsten voor taken rond RWE en de bestuurlijke boete. De deelnemersbijdragen vallen € 100.000 hoger uit door nacalculatie. Een nadere toelichting op het resultaat is te vinden in de jaarrekening 2025 (toelichting op het overzicht van baten en lasten).
Implementatie VTH-systeem In de Begroting 2025 werd nog aangenomen dat de implementatie van het VTH-systeem in 2024 afgerond zou zijn. Na de constatering dat de implementatie niet naar verwachting verliep, heeft het Algemeen Bestuur in februari 2025 besloten om de implementatie te beëindigen en een nieuwe aanbesteding te starten, met als doel om voor 1 juli 2025 een nieuwe leverancier te selecteren. Dit is volgens planning gerealiseerd. Vervolgens is een programmaorganisatie ingericht om de implementatie vorm te geven. Het streven was om per 1 januari 2026 een basisversie van het nieuwe systeem operationeel te hebben, waarmee de medewerkers en deelnemers de werkzaamheden kunnen uitvoeren. Deze ambitie is waargemaakt; vanaf 1 december werkt ODG met het nieuwe VTH-systeem Rx.Mission. In 2026 voert het implementatieprogramma de verdere optimalisatie van het systeem uit. Het Dagelijks- en Algemeen Bestuur worden in de reguliere vergaderingen op de hoogte gehouden van de voortgang.
10
Voor de afwikkeling van het contract met de vorige leverancier en de implementatie van het nieuwe systeem worden in 2025 en 2026 extra kosten gemaakt. Deze worden deels gedekt vanuit de begroting, deels door inzet van het jaarrekeningresultaat 2024 en deels via een aanvullende bijdrage van de deelnemers, die is verwerkt in de begrotingswijziging 2025. In deze jaarstukken rapporteren we specifiek over de kosten en dekking van de beëindiging, aanbesteding en implementatie. Hieronder zijn de kosten en de dekking voor 2025 opgenomen, evenals een verwachting voor 2026.
Als we bovenstaande tabel bekijken, dan kunnen we concluderen dat ODG binnen de bestaande begroting voor 2025 en 2026 blijft en tezamen op 0 verwacht uit te komen.
11
Paragrafen In het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) zijn acht verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Deze paragrafen gaan over: • lokale heffingen;* • weerstandsvermogen en risicobeheersing; • financiering; • bedrijfsvoering; • onderhoud kapitaalgoederen; • verbonden partijen;* • grondbeleid;* • openbaarheid wet openbare overheid. De paragrafen: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid zijn voor ODG niet relevant en zijn daarom niet opgenomen.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De omvang en beschikbaarheid van reserves bepalen mede de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Uitgangspunt van het beleid voor de omvang van weerstandsvermogen is dat de weerstandscapaciteit tenminste voldoende moet zijn om de gekwantificeerde risico's op te vangen. Daarnaast bevelen we aan om te streven naar een hogere weerstandscapaciteit in verband met de subjectiviteit van de inschatting, het feit dat wellicht niet alle risico's in beeld zijn en dat een aantal risico's een structureel karakter heeft. In de Gemeenschappelijke Regeling en de Nota reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2025 is dit afgerond € 1.392.000. De algemene reserve is op 31 december 2025 € 685.000 en blijft hiermee binnen de afgesproken bandbreedte. Weerstandsvermogen bestaat uit algemene reserve en onvoorzien. Het weerstandsvermogen bedraagt in totaal €785.000 (€ 685.000 algemene reserve plus € 100.000 onvoorzien).
Risicobeheersing De risico's relevant voor het weerstandsvermogen zijn risico's die niet op een andere manier te ondervangen zijn. Reguliere risico's die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn maken geen deel uit van de risico's in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Op basis van een intern opgestelde risicoanalyse zijn onderstaande risico’s geïdentificeerd.
12
Ris ico- analys e (begroting 2025) 1. Incidentele gelden 2. Arbeidsmarkt 3. Toenemende complexiteit Totaal Weerstandsvermogen Dek k ings graad
Bedrag € 250.000 € 300.000 € 150.000
Realis atie Ris ico- analys e 2025 1. Incidentele gelden 2. Arbeidsmarkt 3. Toenemende complexiteit Totaal Weerstandsvermogen (31-12-25) Dek k ings graad
Bedrag € 250.000 € 300.000 € 150.000
Ris ico- analys e (ris ico's 2026) 1. Implementatie nieuw VTH-systeem 2. Arbeidsmarkt 3. Incidentele gelden Totaal Weerstandsvermogen (31-12-25) Dek k ings graad
Bedrag € 300.000 € 300.000 € 200.000
Kans 70% € 50% € 50% € € €
realis atie 50% € 0% € 0% € € €
Kans 50% € 50% € 50% € € €
Bedrag 175.000 150.000 75.000 400.000 400.000 100%
Bedrag 125.000 125.000 416.000 333% Bedrag 150.000 150.000 100.000 400.000 416.000 104%
Het risico op minder incidentele gelden heeft zich ten dele voorgedaan. Op een aantal projecten en meerwerk zien we een onderschrijding. De arbeidsmarkt is onverminderd lastig gebleven. Het risico dat we alleen met duurdere inhuur het werk zouden kunnen uitvoeren heeft zich wel voorgedaan, maar toch zijn de totale loonkosten lager dan begroot omdat een aantal vacatures helemaal niet ingevuld konden worden. Daardoor is er toch geen realisatie van dit risico. Het risico op meerkosten in verband met toenemende complexiteit van de werkzaamheden heeft zich niet voorgedaan. Toelichting Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen voor 2025 is goed. We zijn in staat om eventuele risico’s op te vangen. Kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van begroting en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening zijn aangegeven in artikel 11 van het BBV en in onderstaande tabel berekend en toegelicht. Aangezien ODG geen grondexploitatie kent en geen eigen heffingen heeft, zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing.
13
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van ODG ten opzichte van het eigen vermogen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Aangezien ODG geen leningen heeft verstrekt, is de netto schuldquote gelijk aan voor leningen gecorrigeerde netto schuldquote.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het eigen vermogen verstaan we de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Een solvabiliteit tussen 25% en 40% is goed. Hieraan voldoet de solvabiliteit van ODG niet.
Structurele exploitatieruimte Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat structureel evenwicht een voorwaarde is voor het toepassen van repressief toezicht vanuit de provincie. Dit betekent dat structurele lasten inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Het saldo van structurele baten en lasten wordt nominaal weergegeven en als percentage van de totale baten.
14
Paragraaf Financiering Volgens de wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is iedere gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot treasury, geldleningen, kasgeldlimiet en renterisiconorm. Treasurybeleid De treasuryfunctie van ODG dient tot het: • verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut. Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het financieringsstatuut. Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en financiering voor ODG regelt, maakt ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is lager dan de geldende marktrente.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. ODG heeft, gelet op het feit dat zij bankiert bij de provincie Groningen, toestemming gekregen tot overschrijding van de kasgeldlimiet. Het verloop van de kasgeldlimiet was in 2025 als volgt:
15
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van € 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd.
ODG heeft geen vaste schuld. Schatkistbankieren ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
16
Paragraaf Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering wordt beschouwd als de sturing en beheersing van de beleidsprocessen en de ondersteunende processen. Over de beleidsprocessen en de daaruit voortkomende prestaties en maatschappelijke doelen wordt gerapporteerd in de verschillende beleidsprogramma’s. In deze paragraaf geven wij, conform artikel 14 van het BBV, inzicht in de relevante ontwikkelingen van de ondersteunende processen en bedrijfsmiddelen en de rechtmatigheid. Beleidsindicatoren Indicator Externe inhuur Overhead
Berekening Kosten als % van de totale loonsom % van de totale lasten
Resultaat 20% 27%
Personeel In totaal werken 283 medewerkers voor ODG. Hiervan waren 215 medewerkers in vaste dienst en werden 68 ingehuurd. We hebben 74 nieuwe collega’s aangenomen (waarvan 44 ingehuurd) en er zijn 45 medewerkers vanwege verloop en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bij ODG uit dienst gegaan (waarvan 25 ingehuurd). In 2025 was het verzuim 8% en de man-vrouw-verdeling 62%-38%. Onderstaande afbeelding, ontwikkeld voor onze jaarrapportage voor deelnemers, geeft een overzicht van ons personeelsbestand. Hierin zijn onder andere het aantal medewerkers, de inhuur, instroom en uitstroom, evenals het ziekteverzuim weergegeven.
Huisvesting Vanaf 2024 wordt er gewerkt aan het vervangen en verbeteren van een aantal zaken in het kantoorgebouw. Daar zijn in 2025 ook kosten voor gemaakt en dit project loopt nog door naar 2026. ICT Na het afronden van de aanbesteding van een nieuw VTH-systeem in juni 2025 heeft ODG de implementatie van het systeem Rx.Mission in december 2025 afgerond. Vanaf deze datum werken ODG en
17
de deelnemers in het nieuwe systeem en wordt er niet langer gebruikt gemaakt van het oude systeem. De eerste fase is daarmee afgerond en de inspanningen richten zich het komende jaar op het verder verbeteren van inrichting en gebruik van het VTH-systeem. Rechtmatigheid In deze paragraaf is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid (waaronder een toelichting op de begrotingsonrechtmatigheden en geconstateerde afwijkingen binnen het voorwaardencriterium). In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke acties zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Met ingang van 2023 verantwoordt het dagelijks bestuur middels de rechtmatigheidsverantwoording over de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties van de jaarrekening.
Dit betekent dat via verbijzonderde interne controles is vastgesteld of de drie hiervoor geldende rechtmatigheidscriteria zijn nageleefd: • Begrotingscriterium: het handelen binnen de budgettaire kaders die de gemeenteraad stelt in de begroting en begrotingswijzigingen; • Voorwaardencriterium: de naleving van wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader dat op 26 maart 2026 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; • Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium: het in voldoende mate voeren van een beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen te voorkomen. Als norm voor het rechtmatig handelen is in de Financiële verordening Omgevingsdienst Groningen 2025 een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten besloten (exclusief toevoegingen aan reserves). Op basis van de jaarrekening 2025 betekent dit een verantwoordingsgrens van € 555.840. Uit de intern uitgevoerde controles blijken de cumulatieve bevindingen deze grens niet te overschrijden. In het eerste kwartaal van 2026 heeft ODG een verkennende analyse laten uitvoeren op de door ODG uitgevoerde aanbestedingen in relatie tot de rechtmatigheid. De analyse laat zien dat aanbestedingsregels niet altijd volledig juist zijn toegepast. Op grond van deze analyse gaat het om niet volledig rechtmatig tot stand gekomen aanbestedingen met een waarde van € 444.000.
In de komende periode vindt een verdiepende analyse op mogelijk risicovolle dossiers plaats en wordt een prioritering opgesteld, naast het structureler inbedden van de inkoopfunctie binnen ODG en het opstellen van richtlijnen en procedures. Ook zullen de benodigde aanbestedingen uitgevoerd worden. De uitkomsten van de verkenning en de door ODG uit te voeren verdiepende analyse zullen worden betrokken bij de accountantscontrole. In afstemming met het bestuur heeft ODG vooralsnog geen vastgesteld M&O beleid. Voor ODG geldt een laag risicoprofiel. Wij zijn binnen de uitvoering alert op eventuele signalen. Er is geen sprake van bevindingen op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik. Ook is er in 2025 intern geen fraude geconstateerd.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ODG heeft geen eigen gebouw. De huur van het gebouw aan de Lloydsweg in Veendam loopt tot en met 31 augustus 2034.
Paragraaf Openbaarheid In deze paragraaf verantwoorden wij over de activiteiten die wij in 2025 hebben uitgevoerd die samenhangen met de Wet open overheid (Woo).
18
Actieve openbaarmaking Vanaf 1 november 2024 geldt de actieve openbaarmakingsplicht. De Woo schrijft voor welke categorieën overheidsinformatie we actief openbaar moeten maken (artikel 3.3 Woo). In 2024 zijn de eerste verplichte gegevens openbaar gemaakt via de Woo-index, een centrale locatie waar gegevens van alle overheidsorganisaties te vinden zijn. In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor de openbaarmaking van de volgende set gegevens (de tweede ‘tranche’), deze worden naar verwachting in de loop van 2026 gepubliceerd. ODG sluit hierbij aan bij de planning en volgorde die de Rijksoverheid hiervoor hanteert. Passieve openbaarmaking Net als andere overheidsorganisaties is ODG verplicht om gegevens op verzoek openbaar te maken, als daar via een Woo-verzoek om wordt gevraagd. Alle Woo-verzoeken die ODG in 2025 heeft ontvangen, waren verzoeken over gegevens die door de deelnemers (provincie of gemeenten) worden beheerd, omdat zij het archief voeren over de dossiers die ODG behandelt. ODG stuurt deze Woo-verzoeken door naar de betreffende deelnemer, die het verzoek in behandeling neemt. Medewerkers van ODG vervullen een actieve rol in de afhandeling door mee te denken of aanvullende gegevens aan te leveren aan de gemeente of provincie.
Er zijn in 2025 geen Woo-verzoeken binnengekomen die ODG zelf moest behandelen (dit geldt alleen voor informatieverzoeken over de bedrijfsvoering van ODG).
19
Jaarrekening
20
Baten en lasten Overzichten van baten en lasten In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de baten en lasten in 2025. Eerst op totaalniveau en vervolgens uitgesplitst per programma. Totale baten en lasten in 2025
21
Baten en lasten van het programma Uitvoering VTH-taken in 2025
Baten en lasten van programma Uitvoering Seveso-taken in 2025
22
Toelichting op de baten en lasten VTH- en Seveso-taken
De personele en materiele kosten voor het totaal zijn € 946.000 lager dan begroot. Dit voordeel is ontstaan door een dekking van € 520.000 vanuit middelen voor het VTH-systeem en door lagere personele kosten in het primair proces (VTH-programma). Overhead
De personeelskosten overhead en materieel bevatten de kosten voor directie, MT, afdeling Ondersteuning en materiele kosten inclusief ICT. Deze zijn € 373.000 hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door hogere afschrijvingen voor het deel van het VTH-systeem (Omnimap) dat reeds geactiveerd was. Dit is eind 2025 nu volledig afgeschreven en niet meer in gebruik. De inhuur van een aantal interimmanagers als tijdelijke invulling van vacatures heeft ook tot hogere kosten dan begroot geleid. Een ander deel van de overschrijding komt door meer opleidingskosten. Overhead meerwerk en projecten
De overhead meerwerk en projecten is € 46.000 lager uitgevallen dan begroot, dit wordt veroorzaakt door lagere projectopbrengsten. Meerwerk en projecten
Meerwerk en projecten bestaat uit: • specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparende maatregelen (SPUK THE); • meerwerk werkzaamheden ten behoeve van RWE; • grote uitstoters; • robuustheidsgelden; • bestuurlijke Boete • kleine meerwerkopdrachten van de bevoegde gezagen.
23
Met name de kosten ten behoeve van RWE en Bestuurlijke Boete waren een stuk lager dan begroot. De kosten voor SPUK THE zijn juist hoger dan begroot. Per saldo zijn de kosten lager dan begroot en daarmee zijn de opbrengsten ook lager dan begroot. Toelagen
Conform de uitgangspunten in het bedrijfsplan uit 2013 behouden medewerkers die zijn overgekomen van deelnemers van ODG hun recht op vergoeding behorende bij de uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. Deze bedragen komen voor rekening van de oorspronkelijke deelnemer en worden doorbelast door ODG aan deze deelnemer. De toelagen vallen iets hoger uit dan begroot. Tegenover deze kosten staat (vanwege het kunnen doorbelasten) een gelijke opbrengst. Per saldo heeft dat dus geen effect op het resultaat. Overige lasten
Er zijn meer detacheringen geweest van medewerkers dan begroot. Tegenover deze hogere lasten staan hogere opbrengsten zodat er geen voor- of nadelig effect is. Onvoorzien
De post onvoorzien is bedoeld ter dekking van onvoorziene uitgaven. Deze hebben zich ook specifiek voorgedaan in 2025, maar zijn (zoals beschreven in de BBV) geboekt op de specifieke posten, waardoor voor de post onvoorzien een voordeel ontstaat. Dit voordeel is verrekend met hogere kosten op de andere posten.
Wet normering topinkomens Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op ODG. Het voor ODG toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit maximum is van toepassing op de directeur en de plaatsvervangend directeur. Voor de leden van het algemeen en dagelijks bestuur bedraagt het WNT-maximum 10% van het bezoldigingsmaximum (€ 24.600) en voor de voorzitter van het algemeen/dagelijks bestuur 15% (€ 36.900). Voor de bezoldiging van topfunctionarissen geldt, naast de maximering, een publicatieverplichting in de jaarrekening. Dit geldt eveneens voor bezoldiging van niet-topfunctionarissen indien zij de maximale bedragen van topfunctionarissen overschrijden. Zowel het Dagelijks Bestuur als het Algemeen Bestuur van ODG wordt gevormd door leden die deze functie vervullen vanuit de rol van lid van een College van
24
Burgemeesters en Wethouders of Gedeputeerde Staten. Voor alle leden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de ODG geldt dat de omvang van het dienstverband (in FTE) nihil bedraagt. Bestuursleden ontvangen geen vergoeding voor de werkzaamheden verricht voor ODG. Daarnaast is geen sprake van belastbare onkostenvergoedingen en/of uitgekeerde beloningen betaalbaar op termijn. Dit betekent dat de bezoldiging over 2025 voor alle leden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van ODG nihil bedraagt. Overzicht topfunctionarissen: NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
dhr. A. Schmaal
lid AB/DB voorzitter lid AB/DB voorzitter lid AB/DB voorzitter
mw. K. Dekker dhr. P. Roemer
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 - 31/3 1/4 -30/11 1/12 - 31/12
mw. M. Wijnja
lid AB/DB
1/1 - 31/12
dhr. G. Borgesius
lid AB/DB
1/1 - 31/12
dhr. H.J. Kuper
lid AB
1/1 - 31/12
dhr. A. Nolles
lid AB
1/1 - 31/12
dhr. P. Prins
lid AB
1/1 - 30/11
dhr. J. Menninga
lid AB
1/12 - 31/12
dhr. H. Haze
lid AB
1/1 - 31/12
mw. E van der Burg
lid AB
1/1 - 15/2
dhr. J. Mellies
lid AB
16/2 - 31/12
dhr. G. Engelkens
lid AB
1/1 - 31/12
dhr. J. Kuin
lid AB
1/1 - 31/12
dhr. B. Wierenga
lid AB
1/1 - 31/12
De informatie over de bezoldiging van de directeur en de plaatsvervangend directeur wordt in de definitieve jaarstukken opgenomen.
Rechtsmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en omgevingsdienstverordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 26 maart 2026 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 555.840.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV van september 2025.
25
Bevindingen Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, op basis van een eerste analyse € 444.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 555.840. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken.
26
De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium 1A. 1B. 2. 3.
Overschrijding lasten programma's Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) Ongeautoriseerde reservemutaties Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (onderdeel 1 + 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium Niet volledig rechtmatig uitgevoerde aanbestedingsprocedures
Bedrag (*1.000) 0 0 0 0 0 0 0
444
M&O criterium 0 Totaal van onrechtmatigheden Totaal geconstateerde afwijkingen: Waarvan acceptabele begrotingsonrechtmatigheden zijn
444 0
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
27
Balans Overzichten balans In onderstaande overzichten is de balans op 31 december 2025 weergegeven. Daarin is de bestemming van het gerealiseerde resultaat nog niet opgenomen. Activa
28
Passiva
Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van ODG. De omgevingsdiensten hebben samen met de Belastingdienst overeenstemming dat, wanneer een omgevingsdienst kan aantonen dat de overheidstaken op basis van wetgeving zijn uitgevoerd en dat op alle andere (commerciële) activiteiten geen winst is behaald, een omgevingsdienst geen vpb-aangifte hoeft te doen. Op basis daarvan hoeft ODG geen vpb-aangifte te doen.
29
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa evenals de bepaling van het resultaat, vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Algemene grondslagen voor het opstellen van de balans Vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa.
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 10.000 worden conform de financiële verordening geactiveerd. Overige investeringen met economisch nut: Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten). Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Investeringen, zoals hieronder zijn opgenomen, worden met ingang van het jaar nadat de investering is gereedgekomen of is verworven, op jaarbasis afgeschreven. De afschrijving geschiedt op basis van annuïteit. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: Actief Technische installaties in gebouwen Veiligheidsvoorzieningen in bedrijfsgebouwen Kantoormeubilair Software, automatiseringsapparatuur en telefooninstallaties Verbouwingen
Afschrijvingstermijn in jaren 15 10 10 3 tot 5 1 tot 10*
*Termijn is afhankelijk van looptijd huurcontract, inclusief optietermijn verlenging Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statistisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
30
Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een Algemeen Bestuursbesluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van ODG. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen.
Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde/het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; • op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; • middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het ‘jaarlijks vergelijkbaar volume’ is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
31
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Toelichting balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende investeringen met een economisch nut:
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:
Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar: De in balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar wordt als volgt gespecificeerd:
32
Vorderingen op openbare lichamen:
Rekening-courantverhouding met niet-financiële instellingen: Dit betreft de rekening-courantverhouding met de provincie Groningen. Overige vorderingen: Dit betreft een btw-vordering van € 66.000. Liquide middelen: ODG heeft geen eigen bankrekening en houdt geen kas aan. Overlopende activa De overlopende activa betreffen:
Vaste passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:
33
Het verloop van het eigen vermogen was als volgt:
Bestemmingsreserve: Er is vorig jaar een bestemmingsreserve gevormd voor kosten in verband een nieuw zaaksysteem. In 2025 is er nog geen gebruik van gemaakt. Dit project loopt nog door in 2026. Na afloop van het project zal blijken of en zo ja, hoeveel er nodig is vanuit deze bestemmingsreserve. Voorzieningen Onder voorzieningen zijn opgenomen:
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de voorzieningen:
Voorziening spaarverlof: Sinds 2023 is er een voorziening opgenomen voor spaarverlof. Per kwartaal wordt het verloop hierop gemonitord. In 2025 is aan de voorziening € 143.000 toegevoegd. Voorziening WW: Er is met twee voormalig medewerkers een vaststellingsovereenkomst aangegaan. ODG loopt daar het risico op betaling van de WW-uitkeringen. Op basis van een inschatting van het aantal maanden per voormalig medewerker dat ze een WW-uitkering krijgen is deze voorziening bepaald.
34
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
Netto-vlottende schulden korter dan één jaar:
Overlopende passiva
Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen Op grond van artikel 53 BBV worden in de toelichting bij de balans opgenomen de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan ODG voor toekomstige jaren is gebonden. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomsten b. Operationele leasecontracten c. Overige meerjarige verplichtingen a. Huurovereenkomsten De huurtermijn van het pand te Veendam loopt tot 31 augustus 2034. ODG kan tussentijds opzeggen per 31 augustus 2029 mits dat 1 jaar van tevoren wordt gedaan. De waarde van de meerjarige verplichting bedraagt nog € 1.192.090.
35
b. Leasecontracten Per januari 2025 is er een contract aangegaan met Friesland Lease voor de lease van elektrische voertuigen. Per voertuig is een specifiek en operationeel contract aangegaan. In verband met leveringsproblemen van de autofabrikanten heeft de feitelijke omwisseling pas in juni en september plaatsgevonden. De totale waarde van de meerjarige verplichting aan Friesland Lease bedraagt € 379.058. Voor een overzicht wordt verwezen naar onderstaande tabel.
c. Overige meerjarige verplichtingen Sinds de start van de dienst in 2013 maakt ODG gebruik van de diensten van de provincie Groningen op het gebied van IT, HR en Financiën. In 2023 is de dienstverlening geëvalueerd en is besloten om deze te ontvlechten. In 2024 werkten ODG en de provincie in nauwe samenwerking aan het onderzoeken van de mogelijkheden met betrekking tot de dienstverlening voor de genoemde onderdelen, waarbij voldoende tijd wordt genomen om het proces zorgvuldig te doorlopen. Om deze reden is het contract verlengd totdat deze met wederzijdse instemming kan worden aangepast. Aan het einde van het boekjaar vindt een afrekening plaats op basis van de werkelijke lasten per jaar. In 2025 is besloten om de ontvlechting alleen nog voor Financiën te doen en tevens wordt toegewerkt naar het gebruik van digitale werkplekken. Deze wijzigingen leiden ertoe dat er meer tijd nodig is om de (financiële) gevolgen goed door te voeren. Op dit moment zijn de financiële gevolgen nog niet helemaal helder. Een eerste inschatting is dat de jaarlijkse kosten ongeveer € 1.300.000 zullen bedragen. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan verlofaanspraken. Gebeurtenissen na balansdatum Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie over de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt. Er hebben zich na het opmaken van de jaarrekening geen gebeurtenissen van betekenis voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum.
36
Datering en opmaak Veendam, 3 juli 2026 N. Siersema
T.W. Hobma
(voorzitter)
(secretaris a.i.)
37
Vaststelling Algemeen Bestuur Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Omgevingsdienst Groningen in de openbare vergadering van 3 juli 2026.
Veendam, 3 juli 2026 N. Siersema
T.W. Hobma
(voorzitter)
(secretaris a.i.)
38
Controleverklaring onafhankelijk accountant
39
Bijlagen
40
Bijlage 1. Verantwoording SiSa-regelingen
41
Bijlage 2. Overzicht van baten en lasten uitgesplitst naar taakvelden
42
Bijlage 3. Deelnemersbijdragen
43
Bijlage 4. Overzicht van materiële vaste activa
44