CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Muntendam, Oosterweg 41b en Egypteneind 1024.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Gebiedsbescherming Op 150 m ten zuiden van het plangebied ligt het gebied de Wiede (Natuurnetwerk Nederland). De Wiede is een stukje oud beekdallandschap van de Munte (Oude Ae). Op meer dan tien kilometer naar het westen ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Zuidlaardermeergebied.

In uurhok: Korenbloem, Krabbenscheer (RL-GE) en Akkerandoorn (RL-KW)(verspreidingsatlas.nl). Van het uurhok zijn bekend: Gewone en Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Watervleermuis (verspreidingsatlas.nl). 3 Laatvlieger (RL-KW) (verspreidingsatlas.nl). 4 Steenmarter en Eekhoorn (verspreidingsatlas.nl). 5 Bruine kikker en Gewone pad (verspreidingsatlas.nl) 1 2

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Oosterweg

4

Terreinbezoek en biotoop Het plangebied is omgeven door een bossingel van Zomereik. Plaatselijk komt hier veel Zwarte els in voor. De boom- en struiklaag bestaat verder uit Zachte berk, iepenopslag, Eenstijlige meidoorn, Vlier en Wilde lijsterbes. De ondergroei is rijk aan kruiden6. Dode bomen en takken zijn blijven staan en liggen. In het open middengebied liggen verhardingen, zandbulten die een soort duinlandschapje vormen en hopen zwarte grond met steilranden, begroeid met ruigtekruiden. Door de bossingel en de grondwallen is er veel luwte. Door de variatie in grondsoorten en begroeiingstypen is het een aantrekkelijk gebied voor dagvlinders en andere insecten. Op de hoogtekaart en op de bodemkaart is te zien dat het plangebied in het dal van de Oude Ae/Munte ligt. In het veld is de ligging in het dal te zien aan het opwellen van grondwater in de watergangen rondom het plangebied. Daarbuiten ligt het open, intensief agrarisch landschap. Vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen In het plangebied komen algemene plantensoorten voor. De aanwezigheid van beschermde en bedreigde plantensoorten is uitgesloten op basis van het veldbezoek. De zandbulten zijn geïnventariseerd op de aanwezigheid van de korstmossen uit Tabel 1 door verschillende exposities en stadia van begroeiing nauwkeurig te inspecteren. Deze soorten zijn niet aangetroffen.

Haarmossen en (in veel mindere mate) algemene mossoorten bedekken de bulten, waardoor het zand vastgelegd is. De diversiteit aan biotopen in het plangebied is belangrijk voor paddenstoelen. Van het uurhok zijn 19 soorten van de Rode Lijst bekend. In de zandbulten worden vanwege het droge milieu en de nog geringe bodemvorming geen zeldzame soorten paddenstoelen verwacht. Vleermuizen De bossingel vormt het foerageergebied voor soorten als Laatvlieger, Gewone en Ruige dwergvleermuis. Omdat de bomen en struiken vol in blad zijn, kan geen uitsluitsel gegeven worden over de aanwezigheid van verblijfplaatsen. In de muren van het gebouwtje van het waterschap zitten open stootvoegen, die waarschijnlijk te smal zijn om toegang te geven aan vleermuizen. In het plangebied vallen vliegroutes samen met het foerageergebied, omdat de bossingel een lijnvormig element is. Overige zoogdieren In het plangebied komen algemene soorten zoogdieren voor, zoals Ree, kleine marterachtigen, Vos en diverse soorten muizen. Ondanks de rust op het terrein en de diverse grondwallen zijn geen vossen- of dassenburchten aangetroffen. Wel zijn er graafsporen en enkele keutels van de Vos aangetroffen. Konijnenholen en vaste verblijfplaatsen van de Steenmarter zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van de Eekhoorn is uitgesloten vanwege de geïsoleerde ligging van het gebied.

Een beschermde soort die bezig is zich uit te breiden in Groningen is de Grote bosmuis (WnbA). o.a. Geel nagelkruid, Hondsdraf, Vingerhoedskruid, Look-zonder-Look, Stinkende gouwe, Robertskruid, Speenkruid, Zevenblad en Groot heksenkruid. 6

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Oosterweg

5

Deze soort komt voor in vergelijkbare biotopen als de gewone Bosmuis en kan in het plangebied voorkomen. Het is verboden vaste verblijfplaatsen te verstoren. Vaste verblijfplaatsen kunnen aanwezig zijn in de bossingel en de aangrenzende ruigtes. Onderzoek kan uitwijzen of de soort aanwezig is. Populaties en vaste verblijfplaatsen van overige streng beschermde soorten zijn uitgesloten. Vogels In de zandhopen op het terrein zijn nestgaten van de Oeverzwaluw aangetroffen. Tijdens het veldbezoek waren er negen gegraven nestgangen. Elders op deze zandhopen is een nest van de Boompieper gevonden. Waarschijnlijk broeden er in het plangebied twee paren. Verder broedt ook de Grasmus in de open ruimte, ter hoogte van het bouwvlak van de woning aan de zuidwestzijde. Ook de Geelgors had op deze plek zijn territorium. De overige vastgestelde vogelsoorten7 zijn meer gebonden aan de bossingel en de daaraan grenzende ruigtevegetaties. Langs het treinspoor ten oosten van het plangebied is waarschijnlijk een Buizerdnest aanwezig, op basis van het territoriaal gedrag. Ook werd (daar) een overvliegende Sperwer waargenomen. In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van roofvogels en uilen aangetroffen, evenmin als alarmerende of verdacht wegvliegende roofvogels. Ook overige jaarrond beschermde nesten zijn niet aanwezig.

Dagvlinders In het plangebied komen algemene soorten dagvlinders voor zoals Groot koolwitje en Dagpauwoog, die zich hier in de ruige vegetatie kunnen voortplanten. Dit zijn goede vliegers die grotere afstanden kunnen afleggen. Verder was ook het Oranjetipje aanwezig, die zich hier kan voortplanten dankzij de (plaatselijk massale) aanwezigheid in de bossingel van Look-zonder-Look als waardplant. Ook komt het Hooibeestje voor, die zijn leefgebied heeft waar lage, schrale vegetaties in mozaïek voorkomen met ruigere vegetaties. De Rode-Lijstsoorten Bruin blauwtje en Bruine vuurvlinder zijn uitgesloten, omdat de waardplanten voor de eitjes en rupsen schaars zijn of ontbreken, de locatie geïsoleerd ligt ten opzichte van andere leefgebieden en de vlinders onder geschikte zonnige omstandigheden binnen hun vliegperiode niet aanwezig waren. Vissen De omringende watergangen worden sterk gevoed door ijzerrijk kwelwater. Verwacht wordt dat ze vanwege het zuurstofarme grondwater arm zijn aan vissen. Onder dergelijke omstandigheden kan de Grote modderkruiper (WnbA) voorkomen. Deze soort kan verwacht worden in overgangsgebieden van zand naar veen en van veen naar klei, zoals rond het plangebied. Het is mogelijk dat er vanuit het verleden van de Oude Ae/Munte nog relictpopulaties aanwezig zijn en dat de soort uit dit gebied niet bekend is vanwege hiaten in het verspreidingsonderzoek.

Overige diersoorten In het plangebied komen algemene soorten amfibieën voor. Reptielen en zwaarder beschermde Zwartkop, Boomkruiper, Merel, Winterkoning, Roodborst, Houtduif, Tuinfluiter, Ringmus (RL-GE), Vink, Grote bonte specht, Zwarte kraai, Tjiftjaf en Koolmees.

7

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Oosterweg

6

amfibieën zijn op basis van de bekende verspreiding uitgesloten. Er komen algemene soorten libellen voor, zoals Platbuik. In het uurhok zijn diverse soorten wilde bijen8 vastgesteld, waaronder enkele Rode-Lijstsoorten die mogelijk ook voorkomen in het plangebied. Verder komen er algemene diersoorten voor. De aanwezigheid van overige beschermde diersoorten is uitgesloten. Beschermde houtopstanden De bossingel is een houtopstand die onder de Wet natuurbescherming valt. Wanneer hierin kap plaatsvindt, zal daarvan een melding moeten worden gedaan.

Effecten Werkzaamheden en uitstraling Het bouwvlak van de woning en de paardenstal worden bouwrijp gemaakt, waarna deze gebouwd zullen worden. Het bouwrijp maken omvat het verwijderen van vegetatie en verhardingen. Er wordt van uitgegaan dat heien niet nodig is. De kleinste afstand van het bouwvlak tot de dichtstbijzijnde watergang bedraagt ca 40 m. Om de omliggende gronden in te richten voor het nieuwe gebruik, zullen de zandbulten en de bulten met zwarte grond aan de noordzijde worden vergraven en (deels) afgevoerd. Rond de woning worden enkele zichtlijnen gemaakt in de bossingel, door het kappen van bomen en struiken. Op de impressie van het erf is aan de zuidzijde een grote opening te zien. Een zichtlijn kan behalve door kaalkap ook gecreëerd worden door de ondergroei plaatselijk te verwijderen en de bomen op te kronen, zodat men onder de kronen doorkijkt. Er is bij de beoordeling van de effecten van uitgegaan dat de maximale breedte van een open gekapte plek tien meter bedraagt. Bij deze breedte blijft het karakter van de bossingel in stand. De werkzaamheden hebben een lokale uitstraling van geluid, trillingen en visuele verstoring. Ze worden in 2020 uitgevoerd en vinden overdag plaats. Effecten op beschermde natuurgebieden De werkzaamheden hebben een lokale uitstraling.

Vanwege de grote afstand tot Natura 2000gebieden, zijn significante stikstofimmissies in Natura 2000-gebieden uitgesloten. Effecten op vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen Door de werkzaamheden verdwijnen er algemene soorten planten en (korst)mossen. Het meest waardevolle biotoop voor paddenstoelen, de bossingel, blijft in stand. Negatieve effecten op zeldzame soorten paddenstoelen worden niet verwacht.

Aardhommel, Akkerhommel, Geelstaartklaverzandbij (RL-KW), Gewone geurgroefbij, Gewone koekoekshommel, Kruiskruidzandbij (RL-BE), Matte bandgroefbij, Steenhommel, Tuinhommel, Veldhommel, Weidehommel, Wormkruidbij (Peeters et al. 2012. De Nederlandse bijen). 8

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Oosterweg

7

Effecten op vleermuizen Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van vleermuizen. Bij de bouw van de woning en de stal gaan geen verblijfplaatsen verloren. Bij het kappen van bomen ten behoeve van zichtlijnen kunnen verblijfplaatsen verloren gaan. De bossingel is het belangrijkste element van het foerageergebied van vleermuizen. Door het maken van zichtlijnen wordt ingegrepen in de bossingel. Door grote gaten in lijnvormige elementen kunnen foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen versnipperd raken, zodat ze niet meer gebruikt worden. Bij een maximale breedte van een open plek van tien meter is er voor de passeerbaarheid door vleermuizen geen probleem. Het plangebied binnen de bossingel blijft beschut doordat openingen in de bossingel een beperkte maatvoering hebben en gebouwen voor aanvullende beschutting zorgen. De werkzaamheden vinden overdag plaats. Foeragerende vleermuizen worden niet verstoord. In de nieuwe situatie zal er ten opzichte van de huidige situatie zonder verlichting sprake zijn van verlichting vanuit de gebouwen en door het plaatsen van buitenverlichting. Vooral schijnwerpers kunnen een groot gebied verlichten. Wanneer de bossingel wordt verlicht, kan daardoor de kwaliteit van het leefgebied verminderen.

Effecten van verlichting kunnen worden beperkt door verlichting specifiek te richten op het te verlichten oppervlak en af te schermen van de bossingel. Bij permanente buitenverlichting kan daarnaast gekozen worden voor vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig licht). Effecten op de Grote bosmuis Het is niet uitgesloten dat de Grote bosmuis in het plangebied voorkomt. Vaste verblijfplaatsen kunnen aanwezig zijn in de ruigte op de bulten met zwarte grond aan de noordzijde. Als gevolg van werkzaamheden aan deze bult worden deze verblijfplaatsen verstoord en kunnen individuen worden verwond of gedood. Na afvoeren van de bult blijft een biotoop over dat ongeschikt is voor vaste verblijfplaatsen. De aangrenzende bossingel blijft geschikt voor als verblijfplaats voor de soort. Effecten op vogels Als gevolg van het nieuwe gebruik verdwijnt het leefgebied van verschillende vogelsoorten in de open ruimte, zoals Grasmus, Boompieper en Oeverzwaluw. Het nieuwe gebruik brengt andere vogelsoorten, zoals Boerenzwaluw, Witte kwikstaart, Zwarte roodstaart en Spreeuw. Verwacht wordt dat de effecten op broedvogels in de bossingel verwaarloosbaar zijn, gezien de zeer beperkte ingrepen (zichtlijnen). Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten. Broedende vogels mogen niet worden verstoord.

De kap van bomen en het bouwrijp maken moeten buiten de broedperiode worden uitgevoerd (indicatief 15 maart t/m 15 juli). Effecten op overige soorten Bij de werkzaamheden kunnen algemene plant- en diersoorten worden verstoord, beschadigd/ verwond of gedood worden. Negatieve effecten op de eventueel aanwezige Grote modderkruiper zijn uitgesloten, vanwege de afstand tot het water en de afwezigheid van sterke impulsgeluiden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12811549/1