07. Bijlage 6 Landschapsplan Transformatorstation Meeden 2022
Tekst van het document
Landschapsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
9 februari 2022, concept v1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Doel van het landschapsplan Ligging plangebied Leeswijzer
4 4 5 5
2.
Beleid en visies op plangebied
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Omgevingsvisie Bestemmingsplan Buitengebied Inrichtingsplan Trafostation Meeden, landschappelijke inpassing en natuurcompensatie Landschap en hoogspanningsnet, Visie en richtlijnen voor landschappelijke inpassing
6 8 9 10
3.
Analyse
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Historie Landschap en landschapselementen Natuur Zichtrelaties Omgevingsaspecten
12 14 17 18 19
4.
Landschappelijke inpassing
20
4.1 4.2 4.3 4.5
Huidige situatie Gewenste situatie en concept Inpassingsmaatregelen en plankaart Beplantingsplan
20 21 22 25
Colofon26
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Het hoogspanningsstation Meeden bevindt zich in het landelijk gebied, ten zuidwesten van Meeden en is gelegen aan de Beneden Veensloot. TenneT heeft geconstateerd dat, als gevolg van de voorziene toename van elektriciteitsproductie uit (voornamelijk) zon, het hoogspanningsstation Meeden uitgebreid moet worden. De uitbreiding bestaat uit extra 220-20kV-transformatoren, een extra 220/380 kVtransformator, een extra 110/220 kV-transformator, een uitbreiding van het 110 kVdeel en een uitbreiding van het 220 kV-deel.
hoogspanningsstation Meeden (12 april 2021, Antea group) en de landschapsvisie van TenneT. De beleidsstukken worden geanalyseerd en de daaruit relevante zaken betreffende landschappelijke waarden en doelstellingen worden in beeld gebracht. Ook een locatiebezoek, de analyse van de landschappelijke elementen en historische kaarten maken het beeld van de landschappelijke waarden compleet. Dit alles samen biedt aanknopingspunten voor een goede inpassing van het uit te breiden hoogspanningsstation.Het landschapsplan vindt zijn uitwerking in een beplantingsplan voor het uit te breiden hoogspanningsstation.
De bestaande groenzone in het zuidoosten van het hoogspanningsstation Meeden heeft een landschappelijke inpassingsfunctie. Daar waar de toekomstige uitbreiding van het hoogspanningsstation voorzien is, is een aangeplant bos van Canadese populier met een onderbegroeiing van eik, gladde iep, lijsterbes en grauwe wilg aanwezig. Dit betekent dat de nieuwe ontwikkeling niet alleen ingepast moet worden in het landschap, maar dat er ook een deel van het groen gecompenseerd zal worden. Daarvoor en ter ondersteuning van het bestemmingsplan dient een landschapsplan te worden opgesteld.
1.2
Doel van het landschapsplan
Het doel van dit landschapsplan is om te zorgen voor een goede inpassing van het uit te breiden hoogspanningsstation en te zorgen dat de bestaande landschappelijke waarden voor zover mogelijk behouden en/of versterkt kunnen worden. Een ingreep in het landschap zorgt altijd voor een verandering van het bestaande beeld en ook de waarden; Waarden kunnen verdwijnen, maar ook nieuwe waarden kunnen worden toegevoegd. Het streven is om de nieuwe ontwikkelingen in evenwicht te laten zijn met de bestaande waarden en de toe te voegen waarden. Om dit voor deze ontwikkeling goed te doen gaan we uit van de aanwezige en deels niet meer aanwezige (historische) groen-en landschapselementen, de bestaande beleidsstukken, het lanschappelijk inrichtingsplan Trafostation Meeden, landschappelijke inpassing en natuurcompensatie (08-08-2018, Duvekot), de natuurtoets, ten behoeve van uitbreiding 110 kV, 220 kV en 380 kV
4
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
fig. 1.1. Plangebied t.o.v. Meeden en de andere nabij gelegen kernen
Ligging plangebied
Het uit te breiden hoogspanningstation Meeden ligt ten zuidwesten van Meeden in de gemeente MiddenGroningen in het zuiden van de provincie Groningen. De locatie wordt ontsloten op de Wethouder L. Veemanweg en de Beneden Veensloot (fig. 1.1.).
Wethouder L. Veemanweg
1.3
De globale begrenzing van het plangebied is als volgt: • De weg ‘Wethouder L. Veemanweg’, • De weg ‘Beneden Veensloot’, • Een agrarisch perceel (weiland) in het oosten, • Ca. 5 agrarische percelen in het noorden (akkerbouw en weiland).
1.4
Leeswijzer
In dit rapport is in hoofdstuk 2 het beleidskader geschets. In hoofdstuk 3 is de analyse van het gebied weergegeven. Het gaat daarbij om de cultuurhistorie, het landschap en de landschapselementen, de natuurwaarden en de zichtrelaties. Ook de bij TenneT bekende omgevingsaspecten worden meegenomen. Het gaat daarbij met name om de direct omwonenden. Vervolgens komt op basis van de analyse in hoofdstuk 4 de landschappelijke inpassing aan bod, wordt het beeld van de gewenste situatie geschetst en wordt de toe te passen beplanting omschreven en verbeeld.
de
ne Be
loo ns ee V n
t
fig. 1.2. Huidige situatie
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
5
2. Beleid en visies op plangebied Bij het opstellen van het landschapsplan zijn de uitgangspunten en richtlijnen betreffende het landschap uit het vigerende beleid ook van belang. In de verschillende vigerende beleidsdocumten zijn regels te vinden die iets zeggen over de bestaande landschappelijke situatie en regels die van toepassing zijn op ontwikkelingen, waaronder ook de gewenste uitbreiding van het hoogspanningsstation. In dit hoofdstuk zijn uit de verschillende vigerende beleidsstukken regels over de landschappelijke inpassing gefilterd waaraan de nieuwe ontwikkeling dient te volden. Aan het eind van het hoofdstuk zijn ook de richtlijnen die TenneT hanteert voor de landschappelijke inpassing van hoogspanningsstations toegelicht.
2.1
Omgevingsvisie
Voor het ‘Buitengebied’ is de wens om de waarde van het ‘Buitengebied’ te ontwikkelen voor natuur en recreatie en de landschappelijke kernkarakteristieken te behouden en waar mogelijk te versterken. Een kernkwaliteit die van toepassing is op de planlocatie is die van ‘wierden, dijken en essen’.
fig. 2.1. Omgevingsvisie: Veenkolonieen (zuidelijk deel), Landschapsontwikkelingszone (noordelijk deel )
De actualisatie Omgevingsvisie provincie Groningen (vastgesteld 03-02-2021) en de geconsolideerde Omgevingsvisie februari 2021 (vastgesteld 03-022021) geven globaal weer welke landschappelijke en natuurlijke thema’s in en bij de planlocatie van toepassing zijn en welke regelgeving daar bij hoort.
6
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
Voor het kleine deel van de planlocatie dat in de zone ‘Veenkolonien’ ligt moet o.a. rekening gehouden worden met de grootschalige openheid en rationele verkaveling. Van grootschalige openheid is hier echter geen sprake, omdat direct grenzend aan de planlocatie een bossage is gelegen. Dit zorgt juist voor een afscherming van het hoogspanningsstation met de omgeving. Ook de rationele verkaveling is hier niet meer terug te vinden.
In de omgevingsvisie maakt de planlocatie onderdeel uit van: • het Buitengebied, • de Veenkolonien (zuidelijke rand plangebied) • de Landschapsontwikkelingszone (noordelijk deel plangebied). En direct ten zuiden van de Beneden Veensloot ligt een gebied aangeduid als bos en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland.
Aan de zuidzijde van de planlocatie bevindt zich de Beneden Veensloot, wat een voormalige oude dijk is. Hiervan dienen (ook op gemeentelijk niveau) bij ruimtelijke activiteiten en plannen de waarden beschermd te worden. Omdat de inrichting van het buitengebied zowel vitaal als duurzaam dient te zijn, is daarnaast zuinig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt.
fig. 2.2. Omgevingsvisie: Bos- en natuurgebieden buiten NNN, ten zuiden van plangebied
Voor de ‘Landschapsontwikkelingszone’ geldt dat dit een verbindingszone wordt met andere landschapsontwikkelingszones en de Hondsrug en aantrekkelijk wordt voor wonen en recreatie. Er wordt hier gezocht of er meer ruimte geboden kan worden aan wonen en werken in het buitengebied met behoud en zelfs versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Dit is echter niet van toepassing op de planlocatie omdat het wonen en werken niet gecombineerd kan worden met het hoogspanningsstation. Voor het gebied direct ten zuiden van De Beneden Veensloot, dat is aangeduid als ‘Bos en Natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN) geldt dat: De bescherming van de bos- en natuurgebieden buiten NNN, is geregeld via het ‘Nee, tenzij, …’-principe. Dat houdt in dat aantasting van de specifieke landschapskenmerken en natuurwaarden van een gebied niet mag, tenzij er geen alternatief is én er een groot openbaar belang wordt gediend. Ingrepen worden dus zoveel mogelijk vermeden. Wanneer een ingreep onontkoombaar is, moet de initiatiefnemer: • onderzoeken wat de effecten van een ingreep zijn op de natuur- en landschapswaarden; • zoveel mogelijk vermijden dat er schade ontstaat (mitigatie), en de resterende schade aan de natuur- en landschapswaarden compenseren.
Tevens zijn er allerlei kleinere en grotere bos- en natuurelementen, die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van het landelijk gebied. De Provincie vraagt aan gemeenten bos- en natuurgebieden buiten het NNN te beschermen via gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor het aangeduide bos- en natuurgebied buiten NNN ondersteunt, faciliteert en subsidieert de provincie natuurbeherende organisaties en particulieren om de natuurwaarden te handhaven en verrommeling van het landschap tegen te gaan en een veilig recreatief medegebruik mogelijk te maken. Zolang de uitbreiding buiten dit aangeduide bosgebied valt hoeft geen rekening gehouden te worden met de specifieke regels hiervoor uit de omgevingsverordening.
Een en ander zoals bepaald in het ‘Beleidskader Spelregels EHS’. De uitbreiding ligt ten noorden van het betreffende gebied dat het ‘Nee, tenzij, ...’-principe kent. Het verder onderzoeken van de effecten, het vermijden van schade en het compenseren is hier dus niet van toepassing.
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
7
2.2
Bestemmingsplan Buitengebied
Het bestemmingsplan Buitengebied (22-04-2021) is een ontwerp bestemmingsplan waarin de locatie van het hoogspanningsstation is opgenomen.Uit dit bestemmingsplan zijn de punten gefilterd die van toepassing kunnen zijn op de bestaande en toekomstige landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het hoogspanningsstation. Naast de hoofdbestemming ‘BedrijfTransformatieen verdeelstation’ heeft de locatie ook enkele dubbelbestemmingen. De zuidoostelijke hoek heeft de functieaanduiding specifiek vorm van natuur-landschappelijke inpassing gekregen. (fig. 2.3). Dit deel is ook bestemd voor natuur- en landinrichting ten behoeve van landschappelijke inpassing en natuurcompensatie, zoals vastgelegd in het inrichtingsplan in bijlage 8 (Inrichtingsplan Trafostation Meeden, landschappelijke inpassing en natuurcompensatie) van de toelichting van dit bestemmingsplan. Het zuidelijk deel, daar waar de grootste uitbreiding geprojecteerd is, heeft naast de hoofdbestemming ook de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. (fig. 2.3) Er zijn in het bestemmingsplan geen directe regels over en voor de bestaande en toekomstige landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het hoogspanningsstation opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar het bestaande Inrichtingsplan Trafostation Meeden (08-08-2018) behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied.
8
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
Globale begrenzing uitbreiding
fig. 2.3. Verbeelding bestemmingsplan met ligging uitbreidingsdeel en eerdere landschappelijke inpassing
2.3 Inrichtingsplan Trafostation Meeden, landschappelijke inpassing en natuurcompensatie Dit bestaande inrichtingsplan uit 2018 is opgesteld ten behoeve van de eerdere uitbreiding van het hoogspanningsstation. Het schetsontwerp voor die eerdere uitbreiding is specifiek voor die plek (fig. 2.4). Maar de toepassing van beplantingssoorten, natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke akkers en bloemrijk grasland zijn mogelijk door te zetten bij deze nieuwe uitbreiding. De toepassing van beplantingssoorten etc. uit het eerdere inrichtingsplan vormt voor deze nieuwe uitbreiding een belangrijk uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing. Ook de in het rapport opgenomen analyse en een aantal uitgangspunten zijn grotendeels van toepassing op deze uitbreiding. De bevindingen over de natuuraspecten zijn inmiddels door de natuurtoets, ten behoeve van uitbreiding 110 kV, 220 kV en 380 kV hoogspanningsstation Meeden (12 april 2021, Antea group) mogelijk gewijzigd. Voor het aspect natuur moet worden uitgegaan van de natuurtoets (12 april 2021, Antea group). Als uitgangspunt bij het inrichtingsplan uit 2018 zijn ook de direct belanghebbenden, de bewoners van de Beneden Veensloot 58 en 60 te Meeden, in ogenschouw genomen.
Al hoewel het zicht op de nieuwe uitbreiding voor de bewoners van de Wethouder Veemanweg 7 en 9 en Beneden Veensloot 56, 58 en 60 zeer gering is, door aanwezige bossages, is het wel wenselijk om de bij TenneT bekende omgevingsaspecten mee te nemen. De bewoners dienen voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geinformeerd te worden. fig. 2.4. Schetsontwerp inrichtingsplan landschappelijke inpassing en natuurcompensatie (2018)
Figuur 5.6 Het schetsontwerp met de genummerde hoofdonderdele Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden 9 inrichtingsplan.
2.4 Landschap en hoogspanningsnet, Visie en richtlijnen voor landschappelijke inpassing Zoals aangegeven is naast de bestaande beleidsstukken ook de landschapsvisie van TenneT een waardevol document, omdat TenneT in haar projecten altijd streeft naar het realiseren van ruimtelijke kwaliteit. In het visie document ‘Landschap en hoogspanningsnet, Visie en richtlijnen voor landschappelijk inpassing’ zijn o.a. richtlijnen voor de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsnet en - stations gegeven. In dit geval dient gekeken te worden naar de richtlijnen voor hoogspaningsstations, die een direct functionele relatie hebben met het lokale landschap. De hoogspanningsstations zijn namelijk de functionele schakels tussen het nationale/regionale net en het lokale elektriciteitsnet, naar de stroomgebruikers in de regio. De hoogspanningsstations kennen specifieke afmetingen en vormen vanuit hun functie. De inpassing van hoogspanningsstations is dan ook een meer specifiek, locatiegebonden ontwerpvraagstuk van de installatie zelf én van de directe omgeving. De primaire uitdaging ligt in het creëren van een goede samenhang van het hoogspanningsstation met de omgeving.
Hoe sluit een hoogspannings- station aan bij de lokale kavelpatronen? En ook: hoe sluit het hoogspanningsstation aan op de hoogspanninglijnen die vanuit verschillende windrichtingen op het hoogspanningsstation moeten worden aangesloten? Het aantakken van hoogspanningslijnen gebeurt bij voorkeur met een
10
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
hoek van 90 graden, omdat anders extra masten of jukken nodig zijn. De masten en/of jukken (met de bijbehorende geleiders en bliksemdraden) voor de aansluiting zijn hoger dan de hoogspanningsstationsinstallaties en daarmee op afstand beeldbepalend. Gestreefd wordt naar een eenvoudig en overzichtelijk beeld. Een hoogspanningsstation dat in zijn oriëntatie goed aansluit op het net, is vaak eenvoudig en weinig opvallend. Dichtbij woonwijken wordt meestal geprobeerd de installaties zoveel mogelijk te verbergen. Geïsoleerd in landelijk gebied zorgt het juist laten zien van de installatie tot een lage impact. Beplanting om installaties aan het zicht te onttrekken, kan zinvol zijn; schakelstations en opstijgpunten zijn immers niet zo hoog als masten. Met een zakelijke, terughoudende vormgeving en materiaalgebruik worden installaties vaak het beste opgenomen in het landschap. In specifieke situaties kan wel door beplanting en aarden wallen de samenhang met de omgeving worden verbeterd. Dit werkt het beste in meer (half)besloten gebieden, waarin vanuit specifieke locaties het zicht op de omgeving door deze maatregelen wordt gewijzigd. De ‘groen omklede’ installaties kunnen zo een minder grote invloed op de gebiedskarakteristiek hebben. Naast het kijken naar het bestaande landschap en beplanting, zijn ook de technische vereisten van het hoogspanningsstation op de inrichting van belang.
TenneT heeft daarbij ook een natuurvisie met richtlijnen voor natuurinclusief werken opgesteld (TenneT, 2017). Dit document schetst de impact van de activiteiten op de natuur en hoe daarmee om te gaan. De meest voor de hand liggende schade beperkende maatregel is het niet-aantasten van bestaande natuurwaarden en biotopen. Dat kan door de beschikbare ruimte zeer zuinig te gebruiken en door kwetsbare locaties zoveel mogelijk te mijden. Ook voorkomt ecologisch beheer van bestaande natuur het ontstaan van schade. Bij nieuw in te richten natuur is het belangrijk dat het nieuwe terrein in verbinding staat met al aanwezige populaties van wenssoorten in de omgeving.Meerwaarde kan ontstaan door bijvoorbeeld een stuk grond specifiek voor de natuur in te richten, de kwaliteit van een bestaand gebied een extra impuls te geven of een intensief beheerd gebied te extensiveren en geschikt te maken voor minder algemene soorten. Vanuit het ecologisch beleid (TenneT, 2017) is het wenselijk om de landschappelijke inpassing te realiseren met inheemse beplanting, gebaseerd op een potentieel natuurlijke vegetatie van de groeiplaats. Hierdoor is er minder intensief beheer nodig en is de meerwaarde van de beplanting voor inheemse fauna groter. TenneT probeert aan te sluiten bij lokale plannen, aangezien de oppervlaktes die door TenneT worden ingericht en beheerd relatief gering zijn.
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
11
3. Analyse 3.1
Historie
Het gebied waar de planlocatie is gelegen is eind 14e eeuw ontstaan door de ontginning van het veen. Dit is in het landschap te herkennen door de langgerekte smalle percelen. Later zijn door diverse ruilverkavelingen de karakteristieke ontginningsvormen naar meer blokvormige percelen ontwikkeld zoals te zien is op figuur 3.5 en 3.6 .Op de minder geschikte gronden voor de huidige vorm van landbouw, is rond 1980 bos aangeplant. Het populierenbos direct ten noorden en zuiden van het plangebied is rond 2005 aangeplant met als functie houtproductie. Daarvoor was het grondgebruik nog akkerbouw. fig. 3.1. Historische kaart 1850
Hiernaast is de ontwikkeling van het gebied middels een aantal historische kaarten weergegeven. (oranje is de planlocatie van het hoogspanningsstation Meeden). Opvallend is dat de richting in het landschap, door de verkavelingsstructuur en de onverharde wegen ter plekke van het hoogspanningstation niet meer zichtbaar is. Het hoogspanningstation heeft zijn eigen vorm en kavelstructuur.
fig. 3.2. Historische kaart 1903
12
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
fig. 3.3. Historische1928
fig. 3.4. Historische kaart 1954
fig. 3.5. Historische kaart 1970
fig. 3.6 Historische kaart 1982
fig. 3.7. Historische kaart 2005
fig. 3.8. Historische kaart 2017
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
13
3.2
Landschap en landschapselementen
De planlocatie bevindt zich in een voormalige veenontginning. Dit is ter plekke van het HS-station niet meer goed zichtbaar. Door schaalgrootte en vormgeving van het HS-station zijn de structuren van het veengebied verdwenen. De omgeving kenmerkt zich aan veel openheid. Groenstructuren zijn voornamelijk te vinden ten zuiden van de Beneden Veensloot of langs voormalige ontginningslinten en ontsluitingswegen. Deze structuren vormen een wezenlijke ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Ze zorgen grotendeels voor herkenbaarheid van de voormalige ontginning. Bebouwing en beplanting langs oude ontginningsassen staan veelal in contrast met het open veenlandschap.
fig.3.9. rij eiken en populierenbosjes langs Beneden Veensloot
14
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
Rondom het HS-station is veel beplanting aanwezig als landschappelijke inpassing. Deze beplanting vormt een verdichting in het open landschap. In ruimtelijke zin is deze beplanting een kwaliteit; het zorgt voor een contrast tussen het open veenweidegebied en het omsloten hoogspanningsstation. Echter niet elke houtopstand, boom, bosschage of bodembegroeiing is van dusdanige kwaliteit dat ze te allen tijde moeten worden behouden. De bestaande bosschages kennen weinig variëteit en raakt door uitval steeds minder besloten. Daarbij lijkt de beplanting soms willekeurig te zijn aangeplant waardoor deze geen deel uitmaken van de landschappelijke structuur. In de afbeeldingen zijn enkele kenmerkende groen- en landschapselementen ter plekke van het HS-station weergegeven. In figuur 3.16 is een overzichtskaart weergegeven met huidige landschapselementen en locatieaanduiding.
Bosschages:
fig3.10. enkele berken langs Beneden Veensloot
fig.3.11. Beplanting langs Wethouder L. Veemanweg en langs erven (nr. 7 en nr. 9)
De bosschages lijken veelal op willekeurige plekken te zijn aangeplant. Ook bestaan ze uit verschillende samenstellingen: • Aangeplant populierenbos aan de Beneden Veensloot ter hoogte van de uitbreiding van het HS-station (A). • Aangeplant populierenbos aan de noordzijde van het HS-station (B). • Gemengd bos ter hoogte van Beneden Veensloot 58 bestaande uit; hazelaar, eik en berk (C). • Gemengd bos ter hoogte van de splitsing Beneden Veensloot en Wethouder L. Veemansweg (D).
Bomenrijen:
De Beneden Veensloot heeft een kenmerkende laanstructuur (E). Aan de zuidelijke zijde staan enkele berken en aan de noordelijke zijde eiken. Op de locatie van het HS-station valt de ruimtelijke kwaliteit van deze laanstructuur weg door het aangeplante bos. Ook is de laanstructuur niet meer volledig intact. Verder is aan de noordelijke zijde van het HS-station een aangeplante rij eiken aanwezig (F).
Heesters/onderbeplanting:
De onderbeplanting van de bosschages bestaat voornamelijk uit hazelaar en Japanse duizendknoop. De bomenrijen hebben weinig onderbeplanting.
Wal:
Kruidenvegetatie:
Door de komst van ondergronds- of bovengronds elektriciteitsnetwerk zijn aangeplante bosschages gedeeltelijk verdwenen. Diepgewortelde of hoog opgaande beplanting zijn hier niet wenselijk. Op deze plekken is een kruidenvegetatie aanwezig (H).
Watergang:
De vele watergangen benadrukken de langgerekte strokenverkaveling die is voortgekomen uit de veenontginning (I). Het patroon van watergangen wordt door het HS-station onderbroken (J). Langs de Beneden Veensloot loopt een watergang die net zoals de weg als oude structuur door het landschap slingert (K).
Aan de oostelijke zijde is een grondwal aanwezig. Deze is niet beplant (G).
fig.3.12. rij eiken aan noordoostelijke begrenzing plangebied en halfverhard terrein
fig.3.14. watergang en nieuw bomenrij, verdwenen bossage
fig. 3.13. populierenbosje noordzijde planlocatie
fig.3.15. Wal langs locatie en bossage langs Beneden Veensloot bij woningen
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
15
Wethouder L. Veemanweg
(E)
(F) (B)
(D) fig. 3.16. bossage tussen locatie en Beneden Veensloot (nr. 58)
(G) (C)
(K) (A)
ne Be
d
o slo en Ve en
(E)
t
(H)
(J) Bossage gemengd hoog (hazelaar, eik, berk) Bossage gemengd laag (hazelaar, eik, berk) Bossage populier Bomenrij eik
(I)
Bomenrij populier Bomenrij berk Solitaire eik Solitaire berk
fig.3.17. Bossage van populieren tussen Beneden Veensloot en HS Station
Grondwal Verharding Water
fig.3.18. Kaart landschapselementen huidig 16
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
3.3
Natuur
De natuurwaarden zijn aangegeven in de ‘Natuurtoets, Ten behoeve van uitbreiding 110 kV, 220 kV en 380 kV hoogspanningsstation Meeden, Toetsing Wet natuurbescherming en NNN’ (Antea, 12 april 2021). Uit dit onderzoek blijkt dat de volgende beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: • Jaarrond beschermde nesten; • Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen aanwezig) • Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes); • Steenmarter (potentieel leefgebied/verblijfplaatsen);
Jaarrond beschermde nesten
In de omgeving van het projectgebied zijn twee natuurlijke jaarrond beschermde nesten aangetroffen die waarschijnlijk afkomstig zijn van roofvogel(s). Eén nest bevindt zich in de bosschage aan de oostzijde van het projectgebied. Het andere nest bevindt zich in het bosperceel, welke eigendom is van een derde partij, in de zuidelijke hoek van het projectgebied. Voor de uitbreiding van het projectgebied is het verwijderen van de bomen onderdeel van de werkzaamheden. Dit heeft tot gevolg dat deze nestplaatsen verdwijnen, wat in strijd is met de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek moet gedaan worden om te kijken of deze nesten in gebruik zijn en zo ja, door welke soort. Indien de nesten in gebruik zijn door een vogel met een jaarrond beschermd nest, dient er een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Hiervoor moeten dan mitigerende maatregelen worden genomen. Daarnaast zijn er twee kunstmatige jaarrond beschermde nesten aangetroffen, die nu niet benut zijn. In de bosschage waar deze zich bevinden zullen geen bomen worden verwijderd. Jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen worden niet verwacht in het projectgebied door de landelijke ligging en doordat het koloniebroeders zijn. Daarbij is het aanwezige habitat ongeschikt als broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart. Wanneer noodzakelijk zorgen voor mitigerende maatregelen.
Dit heef niet direct invloed op het landschap, maar kan evt. samen gaan met mogelijk compenserende maatregelen voor de bosschages.
Algemene broedvogels
Als er ten tijde van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het projectgebied broeden, kunnen de werkzaamheden geen doorgang vinden. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Wanneer gestart wordt aan het begin van het broedseizoen, dan dienen broedgevallen voorkomen te worden door ruim voor het broedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Wanneer gestart wordt ten tijde van het broedseizoen, dan dient het plangebied eerst door een ecoloog gecontroleerd te worden. Als er dan sprak is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied dan worden specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden. Het werken binnen het broedseizoen wordt sterk afgeraden. Werkzaamheden dienen bij voorkeur plaats te vinden buiten het broedseizoen. Dat geldt ook voor het verwijderen en nieuw aanplanten van bomen
Vleermuizen
Het hoofdgebouw, de gebouwen ten noorden en achter van het hoofdgebouw en de kleinere transformatorhuisjes zijn geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Ook het gebouw ten noorden van het hoofdgebouw heeft geschikte invlieglocaties. Daarnaast zijn er rond het projectgebied diverse lijnvormige landschapselementen aanwezig die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning voor vleermuizen. Aan de west- en zuidzijde, net buiten het plangebied, staan langs de weg Beneden Veensloot aan beide kanten bomen die mogelijk een vliegroute voor vleermuizen vormen. Langs de oostzijde en gedeeltelijk de noordzijde van het plangebied loopt ook een bomenrij die mogelijk dienst kan doen als vliegroute. Deze bomenrijen, langs de weg Beneden Veensloot en langs de oosten noordzijde van het projectgebied) worden niet gekapt. Het behoud van de bomenrijen langs de Beneden Veensloot zorgen voor het behoud van de vliegroutes voor de vleermuizen.
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
17
Steenmarter
Uit het onderzoeksrapport blijkt dat mogelijk in het gebouw aan de noordkant van het hoofdgebouw en het bosperceel in de zuidhoek verblijfplaatsen van de steenmarter aanwezig zijn. Het gebouw wordt niet aangepast. Het bosperceel zal grotendeels verwijderd worden, waardoor mogelijke verblijfplaatsen van de steenmarter verdwijnen. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming. Ook hiervoor moet nader onderzoek gedaan worden door een ecoloog. Wanneer er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn is er geen belemmering voor de uitvoering van de werkzaamheden. Als dit wel het geval is, moet er een ontheffing aangevraagd worden bij het bevoegd gezag. Mitigerende maatregelen zijn dan nodig, door bijvoorbeeld te zorgen voor alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving. Wanneer noodzakelijk zorgen voor mitigerende maatregelen. Dit heef niet direct invloed op het landschap, maar kan evt. samen gaan met mogelijk compenserende maatregelen voor de bosschages.
Houtopstanden
Ten behoeve van de werkzaamheden dienen er aardig wat bomen gekapt te worden. De bosschage aan de oostzijde van het plangebied is kleiner dan 10 are. Hiervoor hoeft ten aanzien van het kappen van houtopstanden geen vergunning bij de gemeente Midden-Groningen aangevraagd te worden en ook hoeft er geen kapmelding gedaan te worden bij de provincie Groningen. De bosschage, niet in eigendom, gelegen in de zuidelijke hoek van het projectgebied is echter wel groter dan 10 are.Hiervoor dient een
18
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
vergunning bij de gemeente aangevraagd te worden en bij de provincie zal een kapmelding gedaan moeten worden. Ook zal de provincie Groningen eisen dat de te kappen houtopstanden gecompenseerd dienen te worden door middel van herbeplanting. De te kappen houtopstanden dienen gecompenseerd te worden door middel van herbeplanting.
3.4
Op een aantal plekken langs de randen van de planlocatie is geen opgaande beplanting aanwezig, om de kabels te vrijwaren. Het is niet toegestaan om onder de kabels hoogopgaande beplanting (zoals bomen) te plaatsen. Deze zones zijn dus vrijgehouden en zorgen voor zichtlijnen wanneer de zijkanten van deze zones begeleid worden door beplanting.
Zichtrelaties
De planlocatie is voornamelijk waarneembaar vanaf een deel van de Wethouder L. Veemanweg en vanaf een deel van de Beneden Veensloot. De noordzijde van de planlocatie is meer open dan de zuidzijde omdat hier minder beplanting aanwezig is. aan de zuidzijde van de Beneden Veensloot bevindt zich een besloten bossage met de bestemming Bos. Ten noorden van het plangebied, op ca. 650 tot 700 meter, liggen enkele erven aan de Bovenstreek. Deze hebben deels zicht op de locatie doordat ze zelf ook een deels groene erfafscheiding hebben. De woningen aan de Wethouder L. Veemanweg nr. 7 en nr. 9 hebben directer zicht op de planlocatie en liggen op ca. 75 tot 80 meter vanaf de planlocatie. Aan deze zijde van de planlocatie is ook geen groene begrenzing aanwezig. De erven zelf hebben wel een groene perceelsbegrenzing. De woningen aan de Beneden Veensloot 56 en 58 liggen nog dichterbij de planlocatie. Alleen zijn deze meer afgeschermd van de planlocatie door bestaande bossages langs het HS station.
fig.3.19. Kaart zichtrelaties
3.5
Omgevingsaspecten
Er is een beperkt aantal woningen die in de directe nabijheid van het hoogspanningsstation liggen. Negen woningen liggen in een straal van 500 meter. Hiervan hebben vijf woningen beperkt zicht of vol zicht op het station. Dit zijn de woningen aan de Wethouder Veemanweg 7 en 9 en de woningen aan de Beneden Veensloot 56, 58 en 60; Het zicht op het hoogspanningsstation en of het verslechteren van de zichtbelemmerende groenstructuur is één van de kritiekpunten die is vermeld. Voor de zichthoek vanaf de Beneden Veensloot 58 en 60 is indertijd een groenplan opgesteld, waarvoor er een dialoog is geweest met de bewoners. In Meeden is er ook een actieve Dorpsraadcommissie (DRC) die o.a. als speerpunt heeft om middels gelden van het Rijk te zorgen voor de realisatie van een goed landschap en biodiversiteit aan de Noordkant van het dorp en ook het bos ter hoogte van het schakelstation van Tennet aan het Beneden Veensloot. Het kappen van bomen is voor wat betreft de DRC en de omwonende in principe niet wenselijk. De gemeente Midden Groningen geeft n.a.v. de verschillende omwonenden en betrokken partijen het volgende aan: 1. Plant aan de oostzijde van het station meer bomen en heesters aan, zodat de installaties vanuit het oosten gezien minder zichtbaar zijn. 2.
Zorg voor meer biodiversiteit op de grasvelden rond de toekomstige installaties aan de zuidkant en ook langs de bestaande installaties elders. Hierdoor kan een meer interessante landschappelijke inrichting en -beeld ontstaan, welke goed is voor de biodiversiteit en interessanter voor voorbijgangers. Zo ontstaat er een geleidelijke overgang van ommeland / bestaand bos naar de technische installaties.
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
19
4. Landschappelijke inpassing 4.1
Huidige situatie
Latere uitbreidingen hebben de groene inpassing tenietgedaan. Aangeplante bosschages en bomenrijen zijn deels weggehaald en op willekeurige plekken teruggeplaatst. Hiermee is het oog op de landschappelijke structuur verloren gegaan.
Wethouder L. Veemanweg
De omgeving kenmerkt zich door een relatief open landschap met een regelmatige verkaveling dat is gevormd door veenontginningen. Door het landschap lopen ontginningswegen die te herkennen zijn aan bomenrijen en lintvormige bebouwing. Het HSstation Meeden is begin jaren 80 van de vorige eeuw in dit landschap geplaatst. Gelijktijdig vond een ruiverkaveling plaats waarbij door schaalvergroting de kleinschalige strokenverkaveling is verdwenen. De richting van het verkavelingspatroon is nog steeds zichtbaar doordat het slotenpatroon en de overheersende lengterichting van de verkaveling is behouden. Het HS-station bevindt zich aan de Beneden Veensloot, een typerende ontginningsweg die door het landschap slingert. Het station is geplaatst in een slingerende bocht van deze weg. Bij aanleg van het station is een eerste landschappelijke inpassing gerealiseerd. Tussen de Beneden Veensloot en de ontginningssloot werd bos aangeplant. Dit bos bestaat uit vlakken die de kavels tussen de twee ontginningssloten volledig vullen met bomen en beplanting. Aan de noordelijke- en oostelijke zijde bestaat de landschappelijke inpassing uit een groene rand met struweel en bomen welke niet de landschappelijke structuur volgt maar de grens van het HS-station.
o slo en Ve en
t
d
ne Be
Bossage hoog Bossage laag Bomenrij Solitaire boom Grondwal Verharding Water
fig.4.1. Kaart huidige situatie 20
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
4.2
Gewenste situatie en concept
Voor de nieuwe uitbreiding wordt opnieuw nagedacht over landschappelijke inpassing. De oorspronkelijke gedachte uit het verleden wordt als uitgangspunt genomen. Het HS-station krijgt een stevige landschappelijke rand in lijn met het landschap. De buitenrand negeert de oriëntatie van het station en reageert zo min mogelijk op technische installaties. Waar beplanting heeft plaatsgemaakt voor technische installaties wordt nagedacht over een passende groene invulling. Oude ontginningsstructuren worden met bomen aangesterkt en gekapt bos wordt zoveel mogelijk binnen de plangrenzen gecompenseerd.
Verleden
Groene wand aan noordelijke- en oostelijke zijde Aan de noordelijke- en oostelijke zijde wordt een struweel met bomen geplaatst welke als stevige landschappelijke rand reageert op de oude verkavelingsstructuur. Hiermee wordt het HS-station beter ingepast in de omgeving.
Versterken ontginningsstructuren De Beneden Veensloot ligt als herkenbare ontginningsstructuur in de omgeving en is aangezet met een laan van eik en berk. Op verschillende plekken is deze laan niet meer intact. Waar ruimte is kan de laan opnieuw worden aangeplant.
Aangeplant bos aan de zuidelijke- en westelijke zijde Het aangeplante bos aan de zuidelijke- en westelijke zijde heeft op meerdere plekken plaatsgemaakt voor hoogspanningsleidingen. De gemaakte openingen volgen de hoogspanning waardoor zichtassen ontstaan. De zichtassen kunnen worden versterkt met kruidenrijk gras en laagblijvende heestergroepen.
Compenseren bos en vergroenen waar mogelijk Het terrein van het HS-station wordt groen ingericht. Waar ruimte is wordt gekapt bos gecompenseerd. Daarnaast wordt overal waar mogelijk groen toegevoegd. Dit kunnen solitaire bomen, bomenrijen, laagblijvende heestergroepen of kruidenrijk gras zijn.
Huidig
Gewenst
fig.4.2. Concept Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
21
4.3
Inpassingsmaatregelen en plankaart
De plankaart staat weergegeven in figuur 4.8 op pagina 24. Nieuw: bos (A) De uitbreiding van het HS-station zal resulteren in de kap van 17.373 m2 aan populierenbos (Zie figuur 4.3 rood gestippeld). Ter compensatie wordt op twee plekken nieuw bos aangeplant met een totale oppervlakte van 10.525 m2 (Zie figuur 4.3 donkergroen). Er is gezocht naar een gevarieerde soortensamenstelling die aansluit op de bestaande berken- en eikenbossen. De samenstelling bestaat uit bomen met een onderbegroeiing.
Nieuw: struweel met bomen hoog (B en C) Aan de noordelijke- en oostelijke zijde wordt een dichte groene wand aangeplant. Deze wand bestaat uit struweel met bomen en wordt buiten hoogspanningskabels geplaatst (B). De bestaande bomenrij met eiken aan de noordelijke zijde wordt aangeplant met onderbegroeiing zodat ook hier een dichte groene wand ontstaat (C). Zie figuur 4.4. Donkergroen is nieuw struweel met bomen en donkergrijs is bestaande bomenrij met eiken die wordt aangeplant met onderbegroeiing.
Nieuw: solitaire boom (E) Waar ruimte is op het terrein worden solitaire bomen aangeplant. Zie figuur 4.5 (lichtgroen). Nieuw: bomenrij (F) Waar ruimte is op het terrein worden nieuwe bomenrijen geplaatst. Zie figuur 4.5 (donkergroen).
Nieuw: struweel laag (D) Door hoogspanningskabels is het niet mogelijk om overal hoog opgaande beplanting te plaatsen. Onder hoogspanningskabels wordt een struweel met laagblijvende vegetatie aangeplant. Zie figuur 4.4 (lichtgroen).
5.988 m2
4.537 m2 17.373 m2
fig.4.3. Bos
22
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
fig.4.4. Struweel met bomen, hoog en laag
fig.4.5. Solitaire boom of bomenrij
Nieuw: heesters laagblijvend (G) Op het terrein en onder hoogspanningskabels worden laagblijvende groepen heesters aangeplant. Zie figuur 4.6 (donkergroen). Nieuw: kruidenrijk gras (H) Waar ruimte is wordt een kruidenrijk mengsel ingezaaid. Dit kan op het terrein zijn op plekken waar ondergronds kabels lopen, of buiten het terrein onder hoogspanningskabels. Zie figuur 4.6 (lichtgroen). Nieuw: bomen t.b.v. laanstructuur Beneden Veensloot (I) Omdat de laanstructuur aan de Beneden Veensloot niet meer volledig intact is wordt deze waar mogelijk opnieuw aangeplant met berk en eik. Zie figuur 4.7 (donkergroen).
Overige maatregelen Groen in omliggende dorpen Binnen de projectgrenzen is te weinig ruimte om aan de volledige groencompensatie te voldoen. Er is een tekort van 6.848 m2. Deze compensatie kan buiten de projectgrenzen vorm krijgen. Het aanplanten van beplanting of bomen in omliggende kernen is een waardevolle mogelijkheid die bewoners direct toegang geeft tot groen. Natuurinclusieve inpassing Beschermde nesten van roofvogels of verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen verdwijnen door de uitbreiding van het HS-station. In de landschappelijke inpassing kunnen maatregelen worden genomen om vestiging van beschermde soorten te stimuleren. Denkend aan kunstmatige nesten, nestkasten en het creëren van een geschikte habitat voor doelmatige soorten.
Niet-doelmatige verharding verminderen Binnen de projectgrenzen kan de hoeveelheid verharding worden verminderd. Niet-doelmatige verharding kan in kaart worden gebracht en plaats maken voor een kruidenrijke vegetatie.
Overzichtstabel met aantallen Kap bestaand bos
17.373 m2
Nieuw bos
10.525 m2
Nieuw struweel met bomen hoog
3.030 m2
Nieuw struweel toevoegen aan eiken
1.875 m2
Nieuw struweel laag
2.155 m2
Nieuwe solitaire bomen
3 st.
Nieuwe bomen bomenrij
21 st.
Nieuwe groepen heesters laagblijvend
22 st.
Nieuw kruidenrijk gras
41.620 m2
Nieuwe bomen t.b.v. laanstructuur Beneden Veensloot
fig.4.6. Bloemrijk grasland en laagblijvende heesters
32 st.
fig.4.7. Bomen langs Beneden Veensloot
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
23
Wethouder L. Veemanweg
(I)
(C)
(B)
(D)
(A) (H)
(I) (A)
(G) (H)
(E)
(F)
de
(G) Nieuw: bos Nieuw: struweel met bomen hoog Nieuw: struweel laag Nieuw: solitaire boom Nieuw: bomenrij Nieuw: bomen t.b.v. laanstructuur Beneden Veensloot Nieuw: heesters laagblijvend Nieuw: kruidenrijk gras Bestaand: bomenrij eik, toevoegen onderbeplanting Bestaand: bos Bestaand: solitaire boom Bestaand: grondwal
fig.4.8. Plankaart 24
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
ne Be
t loo ns ee V n
4.5
Beplantingsplan
In onderstaande tabel staat een overzicht van beplantingssoorten die per inpassingsmaatregel kunnen worden toegepast.
Soort
Nederlandse naam
Hoogte (m)
Inpassingsmaatregelen
Nieuw: bos
Nieuw: struweel Nieuw: struweel met bomen hoog laag
Nieuw: solitaire boom Nieuw: bomenrij
Nieuw: bomen t.b.v. laanstructuur Beneden Veensloot
Nieuw: heesters laagblijvend
Bomen: Acer campestre
Veldesdoorn
12
Alnus glutinosa
Zwarte els
10-20
x
x
x
x
Betula pendula
Ruwe berk
15-20
x
x
Betula pubescens
Zachte berk
15-20
x
x
Populus nigra
Zwarte populier
25-30
b
b
Populus tremula
Ratelpopulier
25-30
b
b
Prunus avium
Boskriek
15-20
Quercus robur
Zomereik
25-30
b
b
Sorbus aucuparia
Gewone lijsterbes
10-15
x
x
Tilia cordata
Zomerlinde
20-25
x
x
Tilia platyphyllos
Winterlinde
30-35
x
x
x
x
x
b
x
Onderbegroeiing: Cornus sanguinea
Rode kornoelje
1-3
x
x
x
x
Corylus avellana
Hazelaar
5-7
x
x
x
x
Frangula alnus
Sporkelhout
3-4
x
x
x
x
Prunus padus
Gewone vogelkers
8-12
x
x
Prunus spinosa
Sleedoorn
4-6
x
x
x
x
Rosa canina
Hondsroos
1-2
x
x
x
x
Rosa rubiginosa
Egelantier
1-2
x
x
x
x
Salix aurita
Geoorde wilg
1-2
x
x
x
x
Salix cinerea
Grauwe wilg
3-6
x
x
x
x
x = toepassen b = beperkt toepassen Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
25
Colofon Titel:
Landschapsplan uitbreiding hoogspanningsstation Meeden
Subtitel: Projectnummer:
51000353
Revisie:
concept v1 (under construction)
Datum:
9 februari 2022
Auteur(s):
Margriet Snaaijer, Bram van Mil
E-mail adres:
margriet. snaaijer@sweco.nl
Gecontroleerd door:
Goedgekeurd door:
Contact:
Sweco Nederland B.V. Velperweg 26 6824 BJ Arnhem +31 88 811 66 00 www.sweco.nl