07. Bijlage 5 - Toelichting op de begroting Ultiem 2026
Tekst van het document
Oplegger begroting 2026 incl. meerjarenperspectief voor de gemeente Midden-Groningen
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................. 2 2. Huidige financiële situatie ............................................................................................................... 3 3. Financiële positie t.o.v. inspectienorm .......................................................................................... 4 4. Oorzaken van het negatieve resultaat ......................................................................................... 4 4.1
Daling aantal leerlingen ..................................................................................................... 4
4.2
Wegvallen aanvullende subsidies ..................................................................................... 4
4.3
Oplopende huisvestingslasten na verzelfstandiging ....................................................... 4
5. Maatregelen die al zijn meegenomen in de begroting ............................................................. 6 6. Begroting 2026 – specifieke aandachtspunten ........................................................................... 6 7. Nij Begun en personele inzet .......................................................................................................... 6 8. Aanvullende opgave: materieel tekort dichten .......................................................................... 7
Pagina 1
1. Inleiding Deze oplegger bij de begroting 2026 geeft in de kern een beeld van de financiële situatie van Stichting Ultiem in 2026. In de begroting is ook een meerjarenperspectief opgenomen tot en met 2030, dit gebaseerd op ongewijzigde omstandigheden. In deze oplegger worden de belangrijkste oorzaken van het financiële beeld genoemd, evenals de opgave die we hebben om de financiële huishouding structureel op orde te brengen. Tijdens het directieoverleg van 10 december 2025 is de begroting aan de orde geweest en hebben we het gesprek met de directeuren gevoerd over mogelijke oplossingsrichtingen. In dit overleg is aandacht besteed aan organisatorische en financiële opties, waaronder keuzes ten aanzien van groepsindeling, inzet en inhuur van personeel en materiële uitgaven. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) is tijdens de vergadering van 11 december 2025 gevraagd mee te denken over mogelijke oplossingsrichtingen. Dit heeft geleid tot een inhoudelijk gesprek, waarin onder meer het belang van public relations en profilering van de Ultiem-scholen in relatie tot het marktaandeel is benoemd. Daarbij is aangegeven dat het verkrijgen van beter inzicht in de motieven van ouders om wel of niet voor een Ultiemschool te kiezen, kan bijdragen aan gerichtere keuzes en beleidsontwikkeling.
De raad van toezicht (RvT) heeft tijdens de vergadering van 15 december aangegeven dat Ultiem een realistisch en zorgvuldig onderbouwd beeld schetst van de financiële situatie. Daarbij is het vertrouwen uitgesproken dat passende maatregelen zullen worden genomen om het negatieve meerjarenperspectief om te buigen naar een structureel positief resultaat. De GMR heeft op 11 december 2025 een positief advies uitgebracht over de begroting 2026 en de RvT heeft de begroting 2026 op 15 december 2025 goedgekeurd, waarna de bestuurder de begroting heeft vastgesteld. Zowel de RvT als de GMR hebben kennisgenomen van de meerjaren begroting. Tijdens de komende formatiebesprekingen zal zorgvuldig worden gestuurd op een verantwoorde personele inzet, met betrokkenheid van alle relevante partijen. Hiernaast vinden op bestuurlijk niveau gesprekken plaats over mogelijke vormen van bestuurlijke samenwerking, met als doel het realiseren van synergievoordelen. Marian Bakker Bestuurder 18 december 2025
Pagina 2
2. Huidige financiële situatie Het resultaat van de begroting 2026 laat een aanzienlijk negatief resultaat zien van €699.978. In de jaren 2027 t/m 2030 schommelt het resultaat rond de €300.000 negatief. In dit resultaat is al een daling van fte’s verwerkt. Ervan uitgaande dat de opgenomen leerlingprognoses juist zijn en dat nog te ontvangen middelen in het kader van Nij Begun budgetneutraal meegenomen worden, zullen er nadere maatregelen genomen moeten worden om te voorkomen dat het eigen vermogen daalt tot een onacceptabel niveau. Prognose 2e (laatste) IMR 2025 (P)
Jaar Aantal leerling op 1 februari t-1 Mutatie #leerlingen t.o.v. vorig jaar
Begroting 2025
Begroting 2026 (B)
Begroting 2027 (B)
Begroting 2028 (B)
Begroting 2029 (B)
Begroting 2030 (B)
1875 -85
1875
1829 -46
1803 -26
1762 -41
1754 -8
1725 -29
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
3.1 - Rijksbijdragen
€
17.211.013 €
17.219.012 €
17.323.658 €
17.179.130 €
16.651.752 €
16.581.952 €
16.360.975
3.2 - Overige overheidsbijdragen
€
303.314 €
132.287 €
325.052 €
339.954 €
342.127 €
344.605 €
345.802
3.4 - Opbrengst werk voor derden
€
-
-
-
-
-
-
3.5 - Overige baten
€
704.065 €
763.244 €
611.116 €
610.816 €
610.816 €
610.816 €
610.816
Totaal Baten
€
€
€
€
€
€
€
-
18.218.392 €
18.114.543 €
18.259.826 €
18.129.900 €
17.604.695 €
17.537.373 €
17.317.593
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten
14.851.361
14.434.542
15.191.558
14.703.397
14.387.797
14.364.981
14.217.340
4.1.2 Overige personele lasten
1.594.454
1.357.237
1.317.769
1.254.800
1.076.680
1.066.012
1.043.007
4.1.3 Ontvangen vergoedingen
-810.792
-508.072
-711.848
-714.386
-717.269
-720.772
15.635.023 €
15.487.383 €
15.797.479 €
15.243.811 €
14.747.208 €
14.710.221 €
-724.890
4.1 - Personele lasten
€
14.535.457
4.2 - Afschrijvingen
€
300.379 €
311.755 €
323.959 €
338.219 €
328.752 €
332.451 €
315.511
4.3 - Huisvestingslasten
€
1.726.073 €
1.713.573 €
1.728.756 €
1.728.127 €
1.725.127 €
1.726.620 €
1.726.620
4.4 - Overige instellingslasten
€
647.288 €
657.288 €
665.291 €
660.714 €
661.023 €
663.023 €
652.395
4.5 - Leermiddelen
€
471.506 €
471.506 €
497.819 €
497.819 €
488.871 €
484.549 €
485.486
Totaal lasten
€
18.780.269 €
18.641.505 €
19.013.304 €
18.468.689 €
17.950.981 €
17.916.864 €
17.715.470
5.1 - Financiële baten
€
-100.000 €
-100.000 €
-56.000 €
-56.000 €
-56.000 €
-56.000 €
-56.000
5.2 - Financiële lasten
€
2.736 €
2.736 €
2.500 €
2.500 €
2.500 €
2.500 €
2.500
Totaal financiele baten en lasten
€
97.264 €
97.264 €
53.500 €
53.500 €
53.500 €
53.500 €
53.500
Resultaat reguliere bedrijfsvoering
€ -464.613 € -429.698 € -699.978 € -285.289 € -292.785 € -325.991 € -344.376
Eigen Vermogen
€ 2.664.165
Financiele Baten en lasten
€ 1.964.187 € 1.678.898 € 1.386.112 € 1.060.121 €
715.745
Tabel 1 – Begroting en resultaatontwikkeling • • • •
De baten dalen van € 18,26 mln (2026) naar € 17,32 mln (2030), met name door lagere rijksbijdragen. De lasten dalen mee, maar minder snel; huisvesting blijft vrijwel constant op ± € 1,73 mln. Het negatief resultaat piekt in 2026 (–€ 699.978) en blijft daarna structureel negatief (–€ 285k tot –€ 344k). Het eigen vermogen daalt van € 2,66 mln (2025) naar € 715k (2030).
Pagina 3
3. Financiële positie t.o.v. inspectienorm De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde voor (bovenmatige) reserves bij onderwijsinstellingen (“normatief publiek eigen vermogen”). Ultiem zakt in de periode 2025– 2030 (ver) onder deze norm.
Kengetal Normatief publiek eigen vermogen *) Eigen vermogen Ultiem Verschil werkelijk - normatief
Realisatie 2024 (R)
Prognose 2025 (P)
Begroting 2026 (B)
Begroting 2027 (B)
Begroting 2028 (B)
Begroting 2029 (B)
Begroting 2030 (B)
2.795.842
2.756.734
2.637.150
2.567.300
2.480.133
2.501.005
3.128.778
2.664.165
1.964.187
1.678.898
1.386.112
1.060.121
2.277.101 715.745
332.936
-92.569
-672.963
-888.402
-1.094.021
-1.440.884
-1.561.356
Tabel 2 - Inspectienorm eigen vermogen • • •
In 2024 is er nog een positieve afwijking (+€ 333k). Vanaf 2025 is de afwijking negatief, oplopend tot –€ 1,56 mln in 2030. Dit kan leiden tot toezichtsignalen en een beperking van bestuurlijke handelingsruimte.
4. Oorzaken van het negatieve resultaat 4.1 Daling aantal leerlingen De leerlingenaantallen dalen structureel (bij ongewijzigde omstandigheden) als gevolg van demografische krimp in Midden‑Groningen. Dat vertaalt zich direct in lagere rijksbijdragen. Leerlingen op teldatum
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose Prognose
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1-2-2027
1-2-2028
1-2-2029
Basis voor bekostigingsjaar Aantal leerlingen
2025 1875
2026 1829
2027 1803
2028 1762
2029 1754
2030 1725
Mutatie
-85
-46
-26
-41
-8
-29
Tabel 3 - Leerlingen op teldatum en mutaties 4.2 Wegvallen aanvullende subsidies In de afgelopen jaren heeft het primair onderwijs als sector diverse aanvullende subsidies gekend. Een deel van deze subsidies was bedoeld om de negatieve effecten van de coronapandemie tegen te gaan, zoals de subsidie “Extra hulp voor de klas” en “Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs” en “Nationaal Programma Onderwijs. Daarnaast ontving Ultiem ook fusiegelden om de personele gevolgen van een aantal fusies op te kunnen vangen. Dankzij deze extra middelen hebben we de groepsgrootte jarenlang laag kunnen houden. Dat heeft goed uitgepakt, omdat we hiermee ook recht konden doen aan een kwalitatieve bezetting in relatie tot vraagstukken over de leerlingpopulatie. Nu die middelen wegvallen staan we wellicht voor het maken van andere keuzes. 4.3 Oplopende huisvestingslasten na verzelfstandiging Na de verzelfstandiging werden meer gebouwkosten (waaronder in nieuwe kindcentra) voor rekening van Ultiem. De werkelijke kosten (toegerekend o.b.v. m²) liggen boven de vergoeding uit de materiële instandhouding.
Pagina 4
Leerlingen (teldatum voorafgaand jaar)
1960
1875
1829
1803
1762
1754
1725
Realisatie 2024
Prognose 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
3.1.1.1 Gebouwafhankelijke baten
€
884.743 €
875.874 €
892.992 €
884.424 €
884.424 €
858.720 €
850.152
3.5.1 Opbrengst verhuur
€
496.794 €
538.339 €
520.966 €
520.966 €
520.966 €
520.966 €
520.966
€
-
-
-
4.2.2 Afschrijvingen (zonnepanelen) 4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huurlasten 4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud) 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting 4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8 Overige huisvestingslasten Totaal: 4.3 Huisvestingslasten
€ 359.002 € 127.974 € 254.303 € 545.261 € 46.457 € 274.060 € 43.310 € 1.650.367
€
€ 362.573 € 169.500 € 242.500 € 549.450 € 57.750 € 296.000 € 48.300 € 1.726.073
61.859 €
€
€ 355.956 € 179.500 € 189.000 € 604.000 € 58.100 € 296.200 € 46.000 € 1.728.756
67.500 €
€ 345.827 € 172.500 € 189.000 € 604.000 € 58.100 € 312.700 € 46.000 € 1.728.127
€ 345.827 € 169.500 € 189.000 € 604.000 € 58.100 € 312.700 € 46.000 € 1.725.127
€ 339.820 € 177.000 € 189.000 € 604.000 € 58.100 € 312.700 € 46.000 € 1.726.620
€ 339.820 € 177.000 € 189.000 € 604.000 € 58.100 € 312.700 € 46.000 € 1.726.620
Loonkosten (conciërge, administratie)
€
67.500 €
67.500 €
67.500 €
67.500 €
67.500
Resultaat huisvesting
€ -330.689 € -379.360 € -382.298 €
-390.237 €
-387.237 €
-414.434 €
-423.002
Tabel 4 - Huisvestingsbaten en ‑lasten • • •
Huisvestingslasten stegen van € 1,65 mln (2024) naar ± € 1,73 mln (2025‑2030). Opbrengst verhuur stabiliseert op € 521k. Het resultaat huisvesting verslechtert naar -/- € 423k (2030). Dit is een structureel materieel tekort.
In de periode direct na de verzelfstandiging was de gemeente nog verantwoordelijk voor het grootste deel van de gebouwexploitatie van Ultiem. Alleen de gebouwen van de Walstraschool, ’t Heidemeer en De Ontdekking werden overgedragen aan Ultiem. Voor deze locaties was Ultiem zelf verantwoordelijk voor de gebouwexploitatie, ook financieel. Voor de andere scholen droeg Ultiem alleen het gebouwafhankelijke deel van de materiële instandhouding af aan de gemeente Midden-Groningen. OBS De Achtbaan (november 2022) en OBS Het Noorderlicht (augustus 2021) zijn gehuisvest in nieuwe kindcentra. De kosten van deze kindcentra worden op basis van een m² verdeling verdeeld onder de gebruikers. De werkelijke kosten zijn een stuk hoger dan de materiële instandhouding die aanvankelijk werd afgedragen.
Pagina 5
5. Maatregelen die al zijn meegenomen in de begroting In de begroting zijn: • • •
tijdelijke arbeidscontracten niet verlengd. pensioneringen (AOW leeftijd) niet ingevuld met nieuw personeel. extra bezuinigingen in geld opgenomen (die niet in fte doorwerken).
Jaar
Prognose 2e (laatste) IMR 2025 (P)
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 (B) 2027 (B) 2028 (B) 2029 (B) 2030 (B)
Totaal fte's
152,53
155,72
149,14
Bezuiging (in geld) in begroting (cumulatief)
140,56
138,81
138,03
137,05
€(148.000) €(139.000) €(375.000) €(428.000) €(592.000)
Tabel 5 - fte‑ontwikkeling en bezuinigingen in geld • •
fte daalt van 152,53 (2025) naar 137,05 (2030) (–15,48 fte; –10%). aanvullende bezuinigingen in geld lopen op tot € 592.000 in 2030.
Jaar personeel resultaat gecorrigeerd materieel resultaat gecorrigeerd Totaal resultaat
Prognose 2e (laatste) IMR Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 (R) 2025 (P) 2026 (B) 2027 (B) 2028 (B) 2029 (B) 2030 (B) € 103.731 € -126.634 € -358.855 € -4.907 € -10.703 € -8.612 € -19.318 € -316.252 € -337.979 € -341.123 € -280.382 € -282.083 € -317.379 € -325.058 €
-212.521 €
-464.613 €
-699.978 €
-285.289 €
-292.785 €
-325.991 €
-344.376
Tabel 6 – Personeel vs. materieel resultaat • • •
Het personele resultaat is vanaf 2027 vrijwel neutraal. Het materiële resultaat blijft structureel negatief (–€ 325k in 2030). Het totaalresultaat blijft daardoor negatief.
6. Begroting 2026 – specifieke aandachtspunten In de begroting is het bestuursformatieplan 2025-2026 verwerkt. Deze is in 2025 goedgekeurd en hier wordt tijdens de looptijd van dit plan niets in veranderd. De afname van fte’s van 3,39 fte door het niet verlengen van tijdelijke arbeidscontracten en niet ingevulde pensioneringen heeft daarom alleen betrekking op augustus tot en met december 2026. Ook de bezuiniging in geld heeft alleen betrekking op de periode augustus t/m december 2026. In 2026 resteert daardoor een negatief personeel resultaat van €359.000 en een negatief materieel resultaat van €341.000.
7. Nij Begun en personele inzet In 2025 is in samenspraak met de raad van toezicht gekozen om personeel aan te houden met het oog op de aanstaande inzet voor de subsidie Nij Begun. In de begroting van 2025 waren hiervoor baten opgenomen, omdat de startdatum toen gepland was voor september 2025. In 2026 zijn geen baten opgenomen, vanwege onzekerheid over het moment van ontvangst van de middelen en eventuele voorwaarden voor inzet. Deze beleidsrijke keuze leidde echter alleen tot een financieel overschot aan fte’s, maar niet tot een feitelijke overbezetting: het
Pagina 6
aangehouden personeel was in 2025-2026 noodzakelijk om in te zetten binnen de schoolformatieplannen voor met name groei in het aantal leerlingen, die extra zorg en begeleiding nodig hebben.
8. Aanvullende opgave: materieel tekort dichten Om het materiële tekort en daarmee het totaalresultaat te neutraliseren, zijn er vanaf 2027 maatregelen nodig, bovenop het natuurlijk verloop en al begrote reducties op personeel gebied. Onderstaande tabel laat een extra bezuiniging in fte’s zien, maar dit kan evengoed een besparing op het materiele deel zijn. Hoe groter dit deel is, des te minder fte’s bezuinigd hoeven te worden. Prognose 2e 2025 (P) 152,53
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Jaar 2025 2026 (B) 2027 (B) 2028 (B) 2029 (B) 2030 (B) Aantal fte's prognose 2025 Mutaties fte-natuurlijk verloop en beëindiging tijdelijke contracten (cumulatief) -6,57 -3,39 -11,97 -13,72 -14,50 -15,48 -1,64 -1,54 -4,17 -4,76 -6,58 Mutaties fte-a.g.v. extra bezuiniging (cumulatief) Totaal in begroting 2026-2030 (cumulatief) -5,03 -13,51 -17,88 -19,25 -22,06 Benodigde bezuiniging a.g.v. materieel resultaat (cumulatief) -3,12 -3,12 -3,12 -3,12 Totaal mutaties fte na bezuiniging a.g.v. materieel resultaat (cumulatief) -5,03 -16,63 -21,00 -22,37 -25,17 Fte's na bezuinigingen 147,50 135,90 131,53 130,16 127,36 Benodigde extra fte daling buiten natuurlijk verloop en beëindiging tijdel
-1,64
-4,66
-7,28
-7,87
-9,69
Tabel 7 - Benodigde aanvullende fte‑reductie • • •
Totaal (incl. benodigde extra reductie) daalt het formatievolume naar 127,36 fte in 2030 (– 25,17 fte t.o.v. 2025). De benodigde extra daling buiten natuurlijk verloop loopt op tot –9,69 fte in 2030. De extra benodigde daling in fte’s is mede afhankelijk van de mogelijke besparingen op de materiele kosten
Het resultaat dat resteert in de jaren 2027-2030 van meerjarenbegroting is ongeveer gelijk aan het negatieve materiële resultaat welke met name wordt veroorzaakt door de huisvestingslasten. Deze worden in de vereenvoudigde bekostiging ruim onvoldoende gecompenseerd. Dit sluit aan bij het onderzoek van McKinsey & Company (2019), waarin werd geconcludeerd dat de landelijke bekostiging voor huisvesting structureel tekortschiet. Perspectief op formatie en werkgelegenheid Op basis van natuurlijk verloop en beëindiging van tijdelijke contracten verwachten we geen gedwongen ontslagen. Vervroegd vertrek (voor pensionering) en mobiliteit bieden ruimte om de noodzakelijke aanpassingen te realiseren. Deze noodzakelijke aanpassingen zijn gericht om te kijken naar de huidige systematiek voor de indeling van de schoolformatie en oplossingen te bedenken om een en ander anders te organiseren. Hiernaast zien we kansen om de geprognosticeerde daling in aantal leerlingen in positieve zin te beïnvloeden.
Pagina 7