CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Bijlage 5 - Provinciale voordracht

Raadsvergadering 27 oktober 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Perspectief A7/N336.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

v o o r d r a c h t

Datum : (Vergaderdatum GS) Documentnummer : 2022-061366 , Beleid Programmamanagement Dossiernummer : K35313

Voordracht van gedeputeerde staten aan provinciale staten van Groningen over het ruimtelijk en economisch perspectief voor de A7/N33-regio.

1. Samenvatting In deze voordracht wordt u geïnformeerd over het ruimtelijk en economisch perspectief voor de A7/N33-regio dat de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en de provincie Groningen gezamenlijk hebben opgesteld (zie bijlage 1). Het perspectief richt zich op het gebied vanaf de stad Groningen in oostelijke richting, met daarin plaatsen als Hoogezand, Veendam, Zuidbroek en Winschoten. Met dit perspectief geven de betrokken gemeenten samen met de provincie richting aan hoe de A7/N33-regio zich tot 2040 verder kan ontwikkelen. Uw raad wordt met deze voordracht verzocht het perspectief vast te stellen als bouwsteen voor de omgevingsvisie. Hoewel het document over veel meer gaat dan enkel bedrijventerreinen wordt u ook verzocht het perspectief vast te stellen als regionale bedrijventerreinenvisie om daarmee in overeenstemming met de provinciale regelgeving ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken. Om tot een perspectief voor de A7/N33-regio te komen is een open planproces doorlopen. Na de vele reacties van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties is het perspectief op een aantal onderdelen aangepast.

Zo geldt onder andere: - Dat wij afzien van een uitbreiding van bedrijventerrein Rengers bij Kolham en in plaats daarvan nader willen verkennen waar rondom Hoogezand-Sappemeer ontwikkelruimte te realiseren isen in plaats daarvan uitbreidingsmogelijkheden bij Sappemeer-Oost willen verkennen; - Dat wij een vervolgonderzoek voorstellen voor de Eekerpolder als alternatieve locatie voor bedrijven die een kavel vragen van meer dan 20 ha en dus afzien van de locaties bij de Tussenklappenpolder en Scheemda/Westerlee. Een uitgebreide toelichting op alle doorgevoerde wijzigingen staat bij punt 6 van deze voordracht. NB: Deze voordracht ligt gelijktijdig in de colleges van de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en de provincie Groningen. 2. Doel en wettelijke grondslag De gemeenten Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en de provincie Groningen willen een sterke en aantrekkelijke gemeente en provincie zijn voor inwoners, ondernemers, agrariërs, organisaties, instellingen, toeristen en recreanten. Eigenlijk voor een ieder die woont, werkt, onderneemt of de gemeente en provincie bezoekt. Om hier invulling aan te geven zetten de betrokken gemeenten en de provincie onder andere in op het creëren van werkgelegenheid.

Hoewel het vertrekpunt een economische is geweest, is een belangrijk uitgangspunt bij de verkenning voor de A7/N33-regio dat economie in samenhang wordt bekeken met opgaven op het terrein van energie, klimaat, leefbaarheid, landbouw, natuur, recreatie en toerisme en duurzaamheid. Want de druk op de ruimte is enorm. Door integraal te kijken en over de gemeentegrenzen heen, middels een gebiedsgericht en open planproces, kan beter invulling worden gegeven aan deze opgaven en een impuls worden gegeven aan deze regio. Voor de provincie geldt dat zij een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft en inzet op het aantrekken van nieuwe bedrijven. Er is regelmatig belangstelling vanuit bedrijven om zich hier te vestigen. Zo lang het gaat om wat kleinschaliger bedrijven bieden de bestaande bedrijven- en industrieterreinen daar nog ruimte voor. Echter, voor grootschalige, duurzame en hoogwaardige industrie is de beschikbare ruimte beperkt. Vanuit onze ervaringen met dit soort bedrijven weten we dat proceduretijden een belangrijk criterium is bij het bepalen van de keuze voor een locatie. Op provinciale schaal zijn daarom verschillende gebiedsverkenningen gestart om te inventariseren wat geschikte locaties zijn om dit soort bedrijven te kunnen vestigen. Dat gebeurt samen met gemeenten met een gebiedsgerichte aanpak en een open planproces.

In de kadernota 2020-2024 is dit ook als zodanig bekrachtigd door Provinciale Staten. Pagina 1 van 15

Commented [LJ1]: Voor de gemeente Veendam wordt dit nog enigszins anders beschreven, omdat Veendam haar omgevingsvisie al heeft vastgesteld. Uw raad wordt met deze voordracht verzocht het perspectief vast te stellen als regionale bedrijventerreinvisie om daarmee in overeenstemming met de provinciale regelgeving ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken. Waar de andere betrokken gemeenten het perspectief ook vaststellen als bouwsteen voor hun omgevingsvisie hebben wij de bevindingen vanuit het perspectief zoveel mogelijk geïntegreerd in onze omgevingsvisie. De omgevingsvisie is door uw raad op … vastgesteld. Commented [LJ2]: Toevoeging voor gemeenten

Clustering van (grote) bedrijven in de economische kernzones binnen de provincie is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Het gaat dan om de kernzones Groningen-West, de Eemshaven, Delfzijl, de A7/N33-regio en de N366-regio (zie onderstaande afbeelding).

Aansluiting zoeken bij de bestaande economische kernzones geeft ook meteen goed weer dat er natuurlijk al een hele economie in het gebied aanwezig. Eén die ook haar eigen groeikracht heeft, maar ook uitdagingen kent waar het bijvoorbeeld gaat over herstructurerings- en transformatieopgaven. Welke economische kansen er zijn voor de A7/N33-regio (zowel als het gaat om "bestaand" als om "nieuw") maakt allemaal onderdeel uit van dit perspectief. Voor de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt en Veendam geldt dat zij afzonderlijk ook de ambitie hebben om de werkgelegenheid binnen hun gemeente een impuls te geven. Daarbij hebben de A7 en de N33 altijd een rol gespeeld. Ten tijde van de bestuurlijke herindeling is zelfs verkend of er één A7 gemeente kon worden gevormd, waar de huidige gemeenten Midden-Groningen en Oldambt dan beide deel van uit zouden gaan maken. Uiteindelijk is er een gemeente MiddenGroningen gekomen en een gemeente Oldambt, maar deze gemeenten hebben in verschillende bestuurlijke gremia altijd de potentie van de A7 onderkend. Ook in overleg met de gemeente Veendam in relatie tot de N33 als belangrijke economische as in het gebied. De gemeenten MiddenGroningen, Oldambt en Veendam en de provincie hebben elkaar bestuurlijk als zodanig gevonden om de economie in de A7/N33-regio een impuls te geven.

Waar het binnen het perspectief gaat over het aantrekken van nieuwe bedrijven en (nieuwe) vestigingslocaties voor bedrijvigheid heeft de provincie regels gesteld in de omgevingsverordening. Daarin staat dat een nieuw bedrijventerrein en uitbreiding van een bedrijventerrein alleen mogelijk is als dat past in een regionale bedrijventerreinenvisie.1 Ook wordt uitgelegd wat wordt verstaan onder een regionale bedrijventerreinvisie.2 In het kort komt het erop neer dat er niet zomaar in het buitengebied een nieuw bedrijventerrein kan worden gerealiseerd, maar dat de provincie in de omgevingsverordening voorschrijft dat gemeenten daarvoor gezamenlijk een regionale visie opstellen. Dat is wat nu gebeurt met het perspectief voor de A7/N33-regio. Het is uiteindelijk aan de raden van de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt en Veendam om het perspectief vast te stellen als een regionale bedrijventerreinenvisie. Provinciale Staten hoeven dat niet te doen.

1 Zie hoofdstuk 2 (ruimtelijke ordening) van de provinciale omgevingsverordening: artikel 2.17.1. 2 Zie hoofdstuk 2 (ruimtelijke ordening) van de provinciale omgevingsverordening: artikel 2.16.

Pagina 2 van 15

Commented [LJ3]: Alleen voor PS

Omdat het perspectief veel breder is dan enkel een regionale bedrijventerreinenvisie als bedoeld in de omgevingsverordening is ervoor gekozen om Provinciale Staten het perspectief wel vast te laten stellen als bouwsteen voor de nieuwe provinciale omgevingsvisie. Zo speelt het thema over hoe om te gaan met grote bedrijven op provinciale schaal, net als veel van de andere genoemde thema’s die naar voren komen in het perspectief. Kort samengevat stellen zowel de gemeenten als de provincie het perspectief vast als bouwsteen voor hun omgevingsvisies, maar stellen alleen de gemeenten het perspectief ook vast als regionale bedrijventerreinenvisie (conform de regels van de provinciale omgevingsverordening). Voor de gemeente Veendam geldt dat zij haar nieuwe omgevingsvisie al heeft vastgesteld en de bevindingen in het perspectief zoveel mogelijk heeft geïntegreerd. Het perspectief is richtinggevend en dient als een ruimtelijk en economisch kader, maar moet dus nog wel vertaald worden naar (juridisch gezien) hardere plannen zoals omgevingsvisies en bestemmingsplannen (waar zienswijzen en beroep tegen ingesteld kunnen worden). Belangrijke nuance die tot slot bij de benaming "A7/N33-regio" nog is te maken, is dat het slechts om een geografische aanduiding gaat.

De A7 en N33 zijn weliswaar belangrijke economische assen/structuren in het gebied, maar het perspectief gaat nadrukkelijk over het hele gebied. 3. Procesbeschrijving en planning De gemeenten Midden-Groningen, Veendam, Oldambt en de provincie Groningen hebben de handen dus ineengeslagen om tot één gezamenlijk en regionaal ruimtelijk economisch perspectief te komen voor de A7/N33-regio. Zij zien potentie om de economie in dit gebied een impuls te geven. Daarom hebben zij gezamenlijk een opdracht geformuleerd om dit nader te verkennen. Zoals genoemd is een belangrijk uitgangspunt bij deze verkenning dat dit gebeurt in samenhang met opgaven op het terrein van energie, klimaat, leefbaarheid, landbouw, natuur, recreatie en toerisme en duurzaamheid. Er is daarom nadrukkelijk gekeken naar wat het beste aansluit bij de omgeving en hoe opgaven het beste landschappelijk ingepast kunnen worden; ontwikkelingen worden niet overal zomaar toegestaan. Vanuit de colleges van B&W en het college van Gedeputeerde Staten is hier positief op gereageerd en is het opstellen van een perspectief na de zomer van 2020 gestart. Er zijn vervolgens in het najaar van 2020 twee bureaus gecontracteerd: een economisch bureau en een ruimtelijk bureau.

Het economisch bureau, Buck Consultants International (hierna BCI), heeft een marktanalyse uitgevoerd (zie bijlage 2) en heeft daarvoor gesprekken gevoerd met verschillende bedrijven in de regio. In de marktanalyse is in beeld gebracht wat de kracht is van het gebied en waar de economische potentie zit. Dat is ruimtelijk vertaald in het perspectief. Voor een groot deel zit de potentie in de bestaande economie (immers de bestaande bedrijven in het gebied zijn de economische basis voor de toekomst). Er is gekeken naar mogelijkheden voor herstructurering, transformatie, verduurzaming, versterking van wat je hebt en het optimaal benutten van bestaande kwaliteiten. Daarnaast is gekeken naar nieuwe impulsen van buitenaf. Om zo de economie als geheel een impuls te geven. Deze analyse is gebruikt als onderlegger voor het doorlopen van een open planproces samen met het ruimtelijk bureau H+N+S Landschapsarchitecten. Het schrijven van dit regionaal ruimtelijk economisch perspectief kon niet zonder inbreng van professionele (ervarings)deskundigen en betrokken bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en inwoners. Daarom is door de betrokken overheden ingezet op een open planproces. Verschillende deskundigen, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en inwoners hebben in het voorjaar van 2021 tijdens drie workshops meegedacht over de huidige en toekomstige kansen van de A7/N33-regio.

Zij hebben verschillende belangen ingebracht die door de betrokken overheden zijn vertaald naar een eerste versie (een concept) van een perspectief. Vervolgens is deze eerste versie in het najaar van 2021 breed gedeeld, zodat iedereen die dat wilde kon meedenken over het perspectief. Het perspectief is beschikbaar gesteld via het online participatieplatform www.destemvanprovinciegroningen.nl. In een periode die nog werd gedomineerd door het coronavirus kon men online reacties achterlaten. In februari en maart 2022 zijn er in de drie gemeenten in totaal zeven inloopbijeenkomsten georganiseerd waar veel gebruik van is gemaakt. Ook kon men reacties per mail sturen. Daarnaast zijn er ook nog veel individuele gesprekken gevoerd met inwoners en grondeigenaren.

Pagina 3 van 15

Belangrijk hierbij om te vermelden is dat de marktanalyse van BCI in beeld brengt waar de economische potentie zit in het gebied en dat het perspectief, zoals opgesteld door H+N+S, daarvoor een ruimtelijk kader biedt in samenhang met andere belangrijke thema's. Samen met alle reacties die zijn opgehaald tijdens het open planproces leidt dit tot verschillende beleidsmatige keuzes. Het is aan de politiek om die keuzes op basis van deze voordracht te maken en daarmee richting te geven voor het gebied. Het perspectief biedt in die zin - gelet op de strategische beleidscyclus - een ruimtelijk en economisch kader.

4. Begroting De kosten die met dit besluit aan de orde zijn bedragen in totaal € 145.000. Omschrijving Werkzaamheden HNS Werkzaamheden BCI Communicatie Inloopbijeenkomsten Totale kosten

Commented [LJ4]: HNS moet de laatste werkzaamheden nog uitvoeren. Indicatie van die kosten zit bij dit bedrag in.

Kosten € 74.180 + 2.779,34 € 58.800 € 5.340 € 3.900,66 ---------------€ 145.000

De gemeenten hebben hiervoor ieders een bijdrage gedaan van € 30.000,-. De provincie een bijdrage van € 55.000,-. Omschrijving Bijdrage gemeenten Bijdrage provincie Totale budget

Bedrag € 90.000 € 55.000 ---------------€ 145.000

Voor de provincie worden deze kosten gedekt uit de in de begroting 2020/2021 beschikbare middelen. De uitgaven van € 55.000,- komen ten laste van het krediet 600885 "Omgevingsvisie" en het krediet 600735 "Bouwheerschap". De provinciale personele inzet is gedekt vanuit het AKP van de afdeling Programma en Projectmanagement. Alle middelen zijn voor dit perspectief ingezet. 5. Inspraak/participatie Voor de totstandkoming van het ruimtelijk en economisch perspectief voor de A7/N33-regio is ingezet op een gebiedsgericht en open planproces. De gemeenten Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en de provincie Groningen vinden het belangrijk om samen met de omgeving tot een perspectief te komen (een nieuwe werkwijze en een duidelijk voorbeeld van interactieve beleidsvorming, waarbij wij in gesprek zijn gegaan met belanghebbenden en belangstellenden en wat heeft geleid tot wijzigingen in het conceptperspectief). In het voorjaar van 2021 zijn drie workshops gehouden met verschillende bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties. Op basis van de workshops en de verschillende belangen die zijn ingebracht hebben de betrokken gemeenten en de provincie samen met H+N+S een eerste versie voor een perspectief opgesteld. Die eerste versie is in het najaar van 2021 gedeeld met de brede omgeving.

Via inloopbijeenkomsten, een website (stemvanprovinciegroningen.nl) en per mail zijn vervolgens veel reacties binnengekomen. Daarvoor is een reactienota opgesteld waarin alle reacties een plek hebben gekregen (zie bijlage 3). Pagina 4 van 15

De reacties hebben geleid tot een aantal wijzigingen in het perspectief. De wijzigingen staan vermeld onder punt 6 nadere toelichting. In de reactienota staan enkel alle reacties. 6. Nadere toelichting Bij dit punt zullen wij eerst kort het perspectief schetsen en daarna ingaan op de wijzigingen die zijn doorgevoerd in het perspectief, mede naar aanleiding van het open planproces dat is doorlopen. Het perspectief Het perspectief zoals dat nu voorligt geeft richting aan hoe de A7/N33-regio zich tot 2040 verder kan ontwikkelen. Wij onderscheiden daarbij drie strategieën die in samenhang moeten worden bekeken. Het gaat om: - Een groenblauwe strategie: natuur, water en landschap; - Een rode strategie: leefbaarheid en bebouwing - in dorpen, steden en in het landelijk gebied; - Een paarse strategie: industrie/bedrijventerreinen.

Strategieën De groenblauwe strategie gaat over het behouden en waar mogelijk versterken van de eigenschappen van het landschap. Denk dan aan: - De groene ruimtes in de strook van de A7; - Plekken waar het landschap kan worden hersteld en/of behouden; - Dat de (kringloop)landbouw de ruimte krijgt als drager van het open landschap. De rode strategie gaat over ontwikkelingsmogelijkheden voor het combineren van wonen en werken op de erven, in dorpen en steden. Denk dan aan: - Het gebruiken van vrijkomende agrarische erven als economische broedplaatsen; - Het veranderen en verbeteren van verouderde bedrijventerreinen, die dicht op de woonwijken liggen; - Het verder ontwikkelen van stations- en centrumlocaties. De paarse strategie gaat over het maken van een regionaal ruimtelijk beleid voor bedrijventerreinen. Denk dan aan: - Bestaande bedrijventerreinen opnieuw inrichten; - Benutten restruimte op bestaande bedrijventerreinen; - Het versterken en uitbreiden van vier industrie-energieknooppunten; - Het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen voor bedrijven van 3 tot 10 hectare; - Een onderzoek starten naar een plek en draagvlak in het gebied voor één of meer nieuwe bedrijven die kavels vragen van meer dan 20 hectare.

De strategieën zijn bepaald op basis van de kwaliteiten van het gebied, een aantal basisideeën en de economische actielijnen die in de uitgevoerde marktanalyse van BCI naar voren komen. De actielijnen en basisideeën staan hieronder kort beschreven. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar het volledige rapport van het perspectief en de analyse van BCI (bijlagen 1 en 2). De bedoeling is dat ontwikkelingen in het landschap, de leefomgeving en de bedrijfslocaties elkaar waar mogelijk - versterken. Zodat we maximaal investeren in de leefbaarheid en de vitaliteit van het gebied.

Pagina 5 van 15

Economische actielijnen en basisideeën De A7/N33 regio is een diverse regio met kenmerken als een open landschap, een historische verwevenheid van landbouw en industrie, veel bedrijven in de maak- en procesindustrie, variatie in steden en kleine kernen, goede verbindingen (weg, water en spoor), natuur, water en recreatiemogelijkheden. Daarnaast ligt de regio centraal in de nationale energie infrastructuur. Er zijn kansen voor economische ontwikkeling en er is ook al veel om trots op te zijn en op voort te bouwen. Bureau BCI, heeft voor ons een marktanalyse uitgevoerd en acht economische actielijnen voor het gebied beschreven. Voor deze actielijnen is gebruik gemaakt van (data)analyses, beleidsdoelstellingen van gemeenten en provincie, gesprekken met bedrijven en workshops met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Met deze actielijnen willen we versterken wat er is en zorgvuldig besluiten wat de juiste plek is voor nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om de volgende actielijnen: - Combineren van wonen en werken in woonkernen. - Kringlooplandbouw als duurzame toekomst. - Stimuleren van woningbouw. - Toerisme en leisure (recreatie) als stimulering van de lokale economie. - Bestaande bedrijventerreinen (gedeeltelijk) opnieuw ontwikkelen. - De toepassing van duurzame energie in productieprocessen. - De aanleg van duurzame industriële-energieknooppunten stimuleren.

- Vestiging van nieuwe grootschalige bedrijven. In de door BCI uitgevoerde marktanalyse is in beeld gebracht welke kansen er zijn voor huidige en nieuwe bedrijvigheid in de A7/N33-regio. In het perspectief is vervolgens ruimtelijk vertaald wat er moet gebeuren om de economische kansen te combineren met het behouden en misschien zelfs versterken van de mooie en karakteristieke kanten en plekken in het gebied. Daarbij gaat het zeker niet alleen om het kiezen van nieuwe plekken voor bedrijven en hoe we nieuwe ontwikkelingen het beste kunnen inpassen. Want de economische kansen zitten niet alleen op bedrijventerreinen, maar juist ook op de erven en in de dorpen en steden. Juist die kansen willen we ondersteunen en aanmoedigen. Er komt veel af op het gebied rondom de A7 en de N33, denk bijvoorbeeld aan opgaven op het gebied van energie, klimaat, leefbaarheid, landbouw, natuur, recreatie en toerisme en duurzaamheid. Om de uitdagingen aan te kunnen denken wij dat een aantal basisbeginselen/ basisideeën van belang zijn voor de toekomst van het A7/N33-gebied. Met een goede balans tussen de kwaliteit van het landschap en economische ontwikkeling. Onderstaand noemen wij kort de verschillende basisideeën.

Het eerste basisidee gaat over trots zijn op het landschap en hoe dat met alles dat er speelt mogelijk blijft. Volgens ons moet er daarom ruimte zijn voor groen/blauwe structuren (zoals landschap, natuur, beplanting en water).

Het tweede basisidee gaat over de leefbaarheid, karakteristiek en herkenbaarheid in de dorpen en kernen; over gemeenschapszin. Het behouden en vergroten van de omgevingskwaliteit en diversiteit van erf, lint, dorp en stad vinden wij dan ook belangrijk.

Pagina 6 van 15

Als derde basisidee geldt dat er al een hele economie zit in het gebied die ook een transitie door moet maken. Wij vinden het daarom belangrijk dat er ruimte wordt geboden aan bestaande/groeiende bedrijven. Het juiste bedrijf komt op de juiste plek en aanwezige ruimte voor bedrijven wordt optimaal benut. Zo liggen er ook uitdagingen op het gebied van herstructureren van bestaande bedrijventerreinen.

Het vierde basisidee speelt op (boven)regionaal niveau. Er liggen kansen voor het gebied voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Bedrijven die grote kavels vragen en de economie in de regio kunnen versterken. Wij vinden het belangrijk om die bedrijven te faciliteren.

Doorgevoerde wijzigingen en aandachtspunten Tijdens het open planproces hebben wij veel reacties ontvangen. Wij lichten hier toe hoe het perspectief is aangepast op basis van deze reacties. Vooraf De meeste reacties richtten zich vooral op hoofdstuk 8 van het conceptperspectief en dan in het bijzonder de mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Rengers bij Kolham en de mogelijke vestiging van bedrijven groter dan 20 hectare bij Westerlee/Scheemda of in de Tussenklappenpolder. Zoals u kunt lezen in de reactienota gaat het om circa 400 reacties die zich hierop richten. Voordat wij hier nader op ingaan vinden wij het belangrijk om te benadrukken dat het gaat om één onderdeel binnen de paarse strategie van het perspectief, te weten: kansen voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Over de hoofdstukken 1 t/m 7 zijn weinig reacties ontvangen. Ondanks de vele, vaak kritische, reacties over hoofdstuk 8 zitten er dus ook veel positieve punten in het perspectief. Wij gaan logischerwijs eerst en vooral in op het aspect waar de meeste reacties over zijn ontvangen: de paarse strategie (industrie/bedrijventerreinen). Dat wil echter niet zeggen dat andere aspecten in het perspectief minder belangrijk zijn, zoals de groenblauwe strategie (natuur/water/landschap) of de rode strategie (leefbaarheid en bebouwing).

Het perspectief gaat uit van drie strategieën - een groenblauwe, rode en paarse strategie - die in samenhang dienen te worden bezien. Waar het gaat over de paarse strategie (industrie/bedrijventerreinen) vinden wij de gekozen opbouw die in beide documenten zit goed (dat geldt voor zowel de marktanalyse als het perspectief). In de marktanalyse is in beeld gebracht hoe de economie in de A7/N33-regio een impuls kan krijgen. BCI geeft aan dat dit kan door de bestaande kwaliteiten en de autonome groeikracht optimaal te benutten (versterken wat je al hebt) en door zorgvuldig en goed onderbouwd te kiezen voor nieuwe impulsen van buitenaf (niet alles zomaar overal). In het perspectief is dat ruimtelijk vertaald naar een vijftraps regionaal ruimtelijk beleid voor bedrijventerreinen. Dat houdt in dat er aandacht moet zijn voor: - Bestaande bedrijventerreinen opnieuw inrichten; - Benutten restruimte op bestaande bedrijventerreinen; - Het versterken en uitbreiden van vier industrie-energieknooppunten; - Het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen voor bedrijven van 3 tot 10 hectare; - Een onderzoek starten naar een plek en draagvlak in het gebied voor één of meer nieuwe bedrijven die kavels vragen van meer dan 20 hectare.

Het perspectief kent dus een zorgvuldige opbouw: het gaat zeker niet alleen om het vestigen van nieuwe bedrijven van buitenaf, maar ook over herstructurering en benutten van restruimtes.

Pagina 7 van 15

Daarnaast merkten wij bij veel reacties, ook tijdens de georganiseerde inloopbijeenkomsten, dat over een aantal economische aspecten onduidelijkheid bestond. Belangrijk is het onderscheid tussen reguliere vraag (lokale/regionale bedrijven) en bovenregionale vraag (grootschalige bedrijven), maar ook het verschil tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld het aanbod van kavels op bestaande bedrijventerreinen). Voor een goede vergelijking dient naar vraag en aanbod op het lokale/regionale schaalniveau te worden gekeken en naar vraag en aanbod op het bovenregionale schaalniveau. Vraagzijde Lokaal-regionaal Gemengd/MKB Kavels <3 hectare Bovenregionaal Grootschalig Kavels >3 hectare

Aanbodzijde A

B

C

D

Zoals in het begin van deze voordracht al is benoemd zien wij dat er vraag is van grote(re) bedrijven in de provincie (C), maar dat voor de aanbodzijde geldt dat wij weinig kavels beschikbaar hebben om dit soort bedrijven te faciliteren (D). Om de economie in de regio in zijn totaliteit een impuls te geven vinden wij het belangrijk om ook daarop in te spelen en voorbereid te zijn op die vraag (als één van de onderdelen van het vijftraps regionaal ruimtelijk beleid voor bedrijventerreinen). Waar het gaat om het bedienen van de reguliere vraag (A) geldt dat er nog aanbod is op bestaande bedrijventerreinen. Daarbij past dan ook het benutten van restruimtes (B). BCI heeft een aanvullende opdracht gekregen en deze zaken beter in beeld gebracht. De door BCI uitgevoerde marktanalyse is intact gebleven, maar daar is een addendum voor opgesteld - een soort oplegnotitie (zie bijlage 4). Daarin wordt ook de samenhang met verschillende uitgevoerde economische onderzoeken uiteengezet. Verder hebben wij ons voordeel gedaan met een behoefteraming voor bedrijventerreinen die momenteel voor de hele provincie wordt uitgevoerd door de Stec groep. Nieuwe vestigingslocaties Het perspectief kent 2040 als tijdshorizon. We kijken dus een aanzienlijke tijd vooruit.

Daarbij hoort in eerste instantie dus het benutten van restruimtes op bestaande bedrijventerreinen, maar ook herstructurering en het nadenken over nieuwe vestigingslocaties voor met name grote(re) bedrijven. We willen voorbereid zijn en kunnen inspelen op de (toekomstige) vraag, maar ook enige flexibiliteit inbouwen. Dat houdt in dat we vraaggericht willen ontwikkelen; in plaats van aanbodgericht waarbij kant en klare bedrijventerreinen worden opgeleverd en vervolgens kavels worden uitgegeven. De in het perspectief opgenomen nieuwe vestigingslocaties zijn daarom bedoeld voor zowel grote(re) bedrijven (die kavels nodig hebben van 3 hectare of meer) als voor kleinere bedrijven. Zo geldt voor Midden-Groningen en Oldambt bijvoorbeeld dat er namelijk ook een gebrek is aan schuifruimte voor transformatieprojecten en een beperkte beschikbaarheid van vestigingsruimte voor bedrijven kleiner dan 3 hectare van binnen en buiten de regio. Maar ook voor een gemeente als Veendam geldt dat enige flexibiliteit gewenst is. De ontwikkeling van SHINE bij Wildervank is daar een goed voorbeeld van. SHINE is een innovatief bedrijf dat medische isotopen wil gaan produceren voor de gezondheidssector in Europa. Door flexibel te zijn kan ook gekeken worden wat voor aanpalende bedrijven zich bij SHINE kunnen vestigen die zich bijvoorbeeld richten op onderzoek.

Uiteraard kijken wij voor kleinere bedrijven wel altijd eerst naar het benutten van de restruimtes op de bestaande bedrijventerreinen. Er zijn in het perspectief een aantal nieuwe terreinen benoemd voor grote(re) bedrijven, te weten uitbreidingen van de Gouden Driehoek bij Zuidbroek, Reiderland bij Winschoten-Oost en de Dallen bij Wildervank (met de ontwikkeling van SHINE). Dit vinden wij logische nieuwe vestigingslocaties grenzend aan bestaande bedrijventerreinen en ze sluiten ook mooi aan op de ontwikkeling van de duurzame industrie/energie knooppunten.

Pagina 8 van 15

Uitbreiding Gouden Driehoek bij Zuidbroek

Uitbreiding Reiderland bij Winschoten-Oost

Uitbreiding Dallen bij Wildervank/Veendam Pagina 9 van 15

De in het perspectief benoemde duurzame industrie/energie knooppunten: meer samenhang tussen economie en energie (en tussen vraag en aanbod van energie) Wijzigingen die wij t.o.v. het conceptperspectief hebben doorgevoerd zijn: - Dat wij afzien van een uitbreiding van bedrijventerrein Rengers bij Kolham en in plaats daarvan uitbreidingsmogelijkheden bij Sappemeer-Oost willen verkennennader willen verkennen waar rondom Hoogezand-Sappemeer ontwikkelruimte te realiseren is; - Dat wij een vervolgonderzoek voorstellen voor de Eekerpolder als alternatieve locatie voor bedrijven die een kavel vragen van meer dan 20 ha en dus afzien van de locaties bij de Tussenklappenpolder en Scheemda/Westerlee. - Dat wij willen verkennen wat de uitbreidingsmogelijkheden bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie bij Scheemda zijn (ook wel bekend als Scheemder Hoogte). Rengers-West en Sappemeer-Oost: Uitbreiding bedrijventerrein Rengers bij Kolham heeft het nieuwe college van B&W van de gemeente Midden-Groningen standpunt over ingenomen. In het coalitieakkoord staat beschreven dat zij hiervan afziet. De gemeente Midden-Groningen heeft ruimte nodig voor het (grotere) lokale bedrijfsleven om te kunnen door ontwikkelen, alsook voor bedrijven om te verplaatsen uit gebieden waar wonen en bedrijvigheid teveel is verweven. Dat biedt kansen voor zowel de leefbaarheid, als voor de economie.

Ook zullen de terreinen aantrekkelijk zijn voor sectoren die aanvullend zijn aan het bedrijfsleven van Midden-Groningen. Het gebied rondom Hoogezand-Sappemeer kent specifieke uitdagingen. De forse druk op de woningmarkt in de Regio Groningen-Assen leidt tot druk op bestaande bedrijventerreinen en een verplaatsing- en vervangingsvraag: lokale bedrijven die moeten worden verplaatst (als gevolg van binnenstedelijke transformatie naar wonen) en bedrijven uit bijvoorbeeld Groningen die op zoek moeten naar andere locaties waarvoor een kern als Hoogezand-Sappemeer interessant is. Daarom willen wij nader verkennen waar ontwikkelruimte rondom Hoogezand-Sappemeer te realiseren is. De gemeente Midden-Groningen en de provincie werken dit gezamenlijk uit. Tijdens de inloopbijeenkomsten zijn door inwoners alternatieven aangedragen die bij de nadere verkenning door gemeente en provincie worden meegenomen.Tijdens de inloopbijeenkomsten zijn door inwoners alternatieven aangedragen voor het gebied rondom Hoogezand en Sappemeer. Eén van de alternatieven is een locatie aan de noordzijde van de A7 direct grenzend aan het grootschalige zonnepark aldaar. Wij zien dat de ene ontwikkeling de andere kan uitlokken met als gevolg een industrialisering van het landschap.

Op deze plek willen wij echter geen industrie toestaan, omdat een belangrijk uitgangspunt in het perspectief is om de noordzijde van de A7 juist vrij te houden van industriële ontwikkelingen vanuit een landschappelijk oogpunt.Een ander alternatief dat is aangedragen is Sappemeer-Oost. Deze locatie komt in de marktanalyse en het perspectief ook al Pagina 10 van 15

naar voren als één van de te ontwikkelen duurzame industrie-energie knooppunten. Daarom willen wij verkennen wat de ruimte is voor uitbreidingsmogelijkheden rond Sappemeer-Oost. Aandachtspunt bij deze nadere verkenning is dan wel het in gesprek gaan met de (direct) omwonenden bij Sappemeer-Oost, omdat deze locatie niet in het conceptperspectief zat. Nadere verkenning starten naar uitbreidingsmogelijkheden bij Sappemeer-Oost XXL locaties Scheemda/Westerlee en Tussenklappenpolder: In het perspectief is ook een ruimtelijke vertaling gemaakt voor het eventueel kunnen vestigen van bedrijven die kavels vragen van meer dan 20 hectare. Dit is beschreven in het perspectief als een bijzondere categorie, want de inpassing van bedrijven met een dergelijke omvang is tot nu toe een ongekend fenomeen in de A7/N33-regio. Terwijl zich aan de andere kant wel potentiële vestigers aandienen in de regio, bijvoorbeeld in de categorie automotive/batterijenfabriek en in de categorie datacenters. Vaak zijn dit grote buitenlandse bedrijven die voor een West-Europese vestiging meerdere ijzers in het vuur houden. In principe zijn in de A7/N33-corridor als internationale verbinding tussen Noord-Nederland en Noord-Duitsland, met een zeehaven op niet al te grote afstand en een aangenaam vestigingsklimaat voor medewerkers voorwaarden voor dergelijke bedrijven aanwezig.

In het perspectief van het ‘vijftraps-beleid’ past het om voor deze categorie nader onderzoek in een vervolgfase aan te bevelen: onderzoek naar de economische positieve bijwerking voor de regio van een dergelijk bedrijf; onderzoek naar de aanspraak die een dergelijk bedrijf maakt op hulpbronnen (bijv. energie en water); onderzoek naar draagvlak bij bewoners en andere betrokkenen in de omgeving. Denk ter illustratie aan de vestiging van Tesla in Duitsland.

Gigafactory Tesla - Berlijn/Brandenburg, Duitsland

Pagina 11 van 15

In het conceptperspectief zijn wij uitgegaan van twee locaties die daarvoor in aanmerking komen: bij Scheemda/Westerlee en de Tussenklappenpolder. Daarbij uitgaand van clusteren rond de verkeersknoop A7/N33. Echter, dit levert meteen een enorm spanningsveld op met andere waarden in het gebied, zoals: - De gevolgen voor het kenmerkende Groninger landschap en de cultuurhistorie met de oude Dollardboezem, de plek van de slag bij Heiligerlee en de Groningse stuwwallen; - De stapeling van lasten voor de inwoners van onder andere Westerlee, Scheemda en Meeden door gaswinning, zoutwinning, stikstofopslag, windmolenpark, plannen voor grote zonneparken, een spoorverdubbeling en dan ook nog grootschalige industrie; - De gevolgen voor de landbouw (vruchtbare landbouwgrond) en natuurwaarden. Een duidelijke bestuurlijk en politieke afweging. Inwoners van Westerlee, Scheemda en Meeden hebben zich vervolgens massaal laten horen en aangegeven dat het genoeg is geweest: Geen XXL bij Scheemda, Westerlee en Meeden! Wij stellen dan ook voor om af te zien van de locaties Scheemda/Westerlee en Tussenklappenpolder. Tijdens de inloopbijeenkomsten in Westerlee is nog wel een interessante alternatieve locatie aangedragen, te weten de Eekerpolder.

ied

eksgeb Onderzo

Nader onderzoek doen naar Eekerpolder als alternatief voor bedrijven die kavels vragen van meer dan 20 hectare Gelet op de interesse die er vanuit de markt is voor het gebied en wat het voor de regio zou kunnen betekenen, stellen wij voor om de Eekerpolder nader te verkennen. Gezien het DNA van het gebied met een historische verwevenheid tussen de maak- en procesindustrie en de landbouw zou het wat ons betreft dan sowieso moeten gaan om doelgroepen die veel waarde en arbeid toevoegen. De vestiging van een hyperscale datacenter in dit gebied is bijvoorbeeld niet aan de orde; het kabinet heeft hier onlangs een verbod voor ingesteld3 en wij vinden dit ook niet passen bij het gebied. Verder sluiten wij geen sectoren uit, maar zijn wij van mening dat er wel kritisch moet worden gekeken naar het type bedrijf, wat het toevoegt, of het past in de keten en of het past bij het karakter van het gebied. Bij een dergelijke nadere verkenning hoort ook het opnieuw in gesprek gaan met de omgeving en met partijen die grondposities hebben in de Eekerpolder. Tot nu toe is de teneur overigens dat de (direct) omwonenden de meerwaarde van dergelijke XXL bedrijven niet zien en dat de stapeling van lasten in het gebied al groot/enorm is.

3 Het kabinet beperkt de mogelijkheid tot vestiging van hyperscale datacenters om te voorkomen dat

nieuwe hyperscale datacentra zich op ongewenste plekken in Nederland kunnen vestigen. Van het verbod om in een bestemmingsplan of omgevingsplan hyperscale datacentra toe te laten is in de provincie Groningen alleen de gemeente Het Hogeland uitgezonderd (en dan alleen het deel dat voorheen de gemeente Eemsmond was).

Pagina 12 van 15

Wij denken echter dat de Eekerpolder een goed alternatief zou kunnen zijn. Deze locatie ligt niet nabij de dorpen en zou, mits ruimhartig ingepast en goed ontsloten, geschikt kunnen zijn. Er staan nu windmolens en er komen grote zonneparken. Daarnaast zitten er locaties van de Gasunie en de NAM en is het een verzamelpunt van veel grote kabels en leidingen. Al met al een grote (civiel)technische uitdaging, maar vanuit een gedachte van meervoudig ruimtegebruik en energieinclusief ontwikkelen interessant om nader te verkennen. Ook voor deze locatie geldt dan nog steeds dat het gaat om het starten van een vervolgonderzoek, waarin de al eerder genoemde aspecten als economische meerwaarde en draagvlak betrokken dienen te worden. Maar bijvoorbeeld ook ontsluitingsmogelijkheden - zodat de omliggende dorpen niet met extra verkeer worden belast - en hoe planologisch gezien de juiste ruimtelijke kaders geschapen kunnen worden om daarmee proceduretijden te verkorten en ook daadwerkelijk interessant te worden voor bedrijven. Arbeidsmarkt Het is lastig om dit nu al te vertalen naar concrete economische cijfers, omdat er momenteel geen gegadigden/bedrijven zijn in de categorie 20ha+. Veel gehoorde vragen/reacties hierover tijdens de inloopbijeenkomsten zijn: - Wat levert het ons op? - Hoe komt een bedrijf aan voldoende personeel? Er is krapte op de arbeidsmarkt.

MKB bedrijven kunnen nu al vacatures niet ingevuld krijgen, laat staan als er een bedrijf komt die duizenden arbeidsplaatsen moet opleveren. - En waar moeten al die mensen wonen, als er al een woningtekort is? Dat zijn inderdaad belangrijke aandachtspunten die bij het vervolgonderzoek betrokken dienen te worden. Vraag en aanbod, ook op de arbeidsmarkt, ontwikkelen zich nu eenmaal grillig en het is daarbij moeilijk om tot 2040 vooruit te kijken. BCI besteedt hier in haar oplegnotitie aandacht aan. Ook al zijn op bovenstaande vragen op dit moment geen sluitende antwoorden te geven, wij vinden het te voorbarig om daarom de Eekerpolder niet nader te onderzoeken. Om nog een voorbeeld te noemen: Een bedrijf als SHINE, dat zich nu bij Wildervank wil vestigen, weet dat het over een aantal jaren (wanneer het bedrijf operationeel wordt) voldoende geschoold personeel nodig heeft en investeert daar daarom nu al in. Kansen rond Scheemder Hoogte Rond Scheemder Hoogte doen zich kansen voor die wij hebben toegevoegd aan het perspectief. De gemeente Oldambt ontwikkelt daar reeds een bedrijventerrein aan de westzijde van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Gedurende het open planproces dat wij voor het perspectief doorlopen zijn ons ook de gronden aan de oostzijde van de rioolwaterzuiveringsinstallatie aangeboden.

Daarnaast is op bedrijventerrein Eexta nog een perceel aanwezig dat nu nog een agrarische bestemming heeft. Wij stellen voor om deze terreinen direct langs de A7 toe te voegen aan het perspectief, om daarmee ook op de toekomstige lokale/regionale en bovenregionale vraag in te kunnen spelen. Voor deze nieuwe vestigingslocaties bij Scheemder Hoogte geldt net als voor Sappemeer-Oost dat dit nader onderzocht dient te worden, omdat deze locaties nog niet in het conceptperspectief waren opgenomen en ook geen onderdeel waren van het open planproces.

Toegevoegde gebieden rond Scheemder Hoogte Pagina 13 van 15

Overige wijzigingen en aandachtspunten: Naast de bovengenoemde wijzigingen is er nog een aantal andere punten waarvan wij het belangrijk vinden om te belichten. -

-

-

-

-

Het thema over de landbouw is uitgebreid. Hierover stonden al goede aanknopingspunten in het perspectief, maar gelet op de actualiteit rondom het nationaal programma landelijk gebied is dit uitgebreid. Onze provincie is een landbouwprovincie en blijft ook een landbouwprovincie. Wij hebben veel reacties ontvangen om vooral te stoppen met het realiseren van zonneparken op (vruchtbare) landbouwgronden. Het advies vanuit de omgeving luidt om veel meer in te zetten op zon-op-dak en meervoudig en multifunctioneel ruimtegebruik. Wij denken dat het goed is om deze signalen te betrekken bij de op te stellen regionale energiestrategie. Vanuit verschillende hoeken, waaronder de netbeheerders, zijn er positieve signalen over de ontwikkeling van duurzame industrie/energie knooppunten. Om zo vraag en aanbod (van energie) dichtbij elkaar te hebben. Ook een interessante gedachtegang voor de regionale energiestrategie. In relatie tot het aantrekken van nieuwe bedrijven kwam al aan de orde dat wonen ook een belangrijk thema is. De regio heeft wat dat betreft iets te bieden (aantrekkelijke woonmilieus). Dat biedt kansen, mede gelet op de stevige woningbouwopgave die er is. Vanuit inwoners komt de roep om ook in de kleinere kernen te kijken naar mogelijkheden voor woningbouw. Wij geven dit graag mee als advies voor de uitwerking richting omgevingsvisies en woonvisies.

Vanuit de omgeving is er ook nadrukkelijk de oproep om steviger in te zetten op recreatie en toerisme in de regio. Dat nemen wij ter harte.

Op basis van de reacties hebben wij het perspectief op een aantal onderdelen aangepast. Het voert te ver om in deze voordracht tot in detail in te gaan op alle reacties. Met deze voordracht wordt een antwoord gegeven op veel reacties, maar zeker niet alle. Zo zijn er door de verschillende organisaties (de eerste 19 reacties in de reactienota) ook uitgebreide reacties naar ons gestuurd. Sommige hebben niet alleen betrekking op het perspectief voor de A7/N33-regio. In die reacties zitten goede aanknopingspunten waarover wij graag met deze organisaties in gesprek gaan en blijven. Zij hebben daarover een brief ontvangen. Vervolg Naar aanleiding van de vaststelling van dit perspectief zullen de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en de provincie Groningen in gesprek over hoe het perspectief concreet vertaald kan worden en waar prioriteit aan gegeven zal worden. Zodra daar meer over bekend is zullen raden en Staten en omgeving daarbij betrokken worden. 7. Geheimhouding Niet van toepassing. Deze voordracht is vooruitlopend op agendering voor raden en Staten actief gecommuniceerd met de omgeving. 8. Voorstel Wij stellen u voor het bijgevoegde perspectief vast te stellen.

Pagina 14 van 15

Groningen, (Vergaderdatum GS) gedeputeerde staten van Groningen:

F.J. Paas

, voorzitter.

, secretaris.

Behandeld door : J. Lingbeek Telefoonnummer : 050 316 4605 e-mail : j.lingbeek@provinciegroningen.nl Bijlagen bij de voordracht Nr. 1 2 3 4

Titel Perspectief Marktanalyse Reactienota Addendum marktanalyse

Soort bijlage Rapport Rapport Rapport Rapport

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12810430/1