07. Bijlage 5. Nota van beantwoording zienswijzen Oudeweg, Westerbroek
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Behorende bij het
Wijzigingsbesluit omgevingsplan Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties - Oudeweg 74, Westerbroek.
Inhoud
1.
Inleiding
2.
Zienswijzen/commentaar/wijzigingen
Bijlage 1:
Zienswijzen (geanonimiseerd)
1. Inleiding Het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan Diverse locaties programma vrijkomende (school)locaties heeft vanaf 3 juli 2025 tot en met 13 augustus 2025 zes weken ter inzage gelegen. Publicatie van de terinzagelegging heeft plaatsgevonden op 27 juni 2025 in het gemeenteblad en op 2 juli 2025 in De Regiokrant en via de gemeentelijke website (en www.omgevingswet.overheid.nl). De reactietermijn eindigde op 13 augustus 2025. Het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan Diverse locaties programma vrijkomende (school)locaties bevat 5 verschillende locaties. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is besloten om de vijf locaties apart vast te laten stellen door middel van vijf aparte vaststellingsbesluiten. Op deze manier zullen de verschillende locaties elkaar niet vertragen bij een eventueel beroep tegen een enkele locatie. Voor iedere locatie wordt dus, indien van toepassing, een aparte Nota zienswijzen opgesteld en bijgevoegd. Deze Nota van beantwoording zienswijzen geeft weer welke zienswijzen voor de bovengenoemde locatie zijn ingediend, hoe deze door het gemeentebestuur zijn beoordeeld en beantwoord en of dit tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerp wijzigingsbesluit op het omgevingsplan heeft geleid. Deze nota wordt als onderdeel van de besluitvorming van het wijzigingsbesluit op internet gepubliceerd.
In verband met de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. De ontvangen zienswijzen zijn genummerd, zodat de nota geen NAW gegevens (naam, adres, woonplaats) of andere persoonlijke gegevens van natuurlijke personen bevat. Om te kunnen herleiden wie welke zienswijze heeft ingediend, is een los overzicht van indieners van zienswijzen opgesteld. Dit overzicht wordt niet elektronisch beschikbaar gesteld.
2. Zienswijzen, commentaar en wijzigingen Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit (hierna: plan) zijn acht zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend en daarmee ontvankelijk. De zienswijzen zijn in een apart document opgenomen (zie bijlage 1). Hieronder wordt onder A een samenvatting van de zienswijze gegeven (de complete zienswijze is opgenomen in bijlage 1). Onder B staat de gemeentelijke reactie hierop en -indien van toepassingonder C de doorvertaling ervan in het wijzigingsbesluit op het omgevingsplan. Naar de indiener van de zienswijze wordt hieronder verwezen als ‘indiener’.
Zienswijze 1 A1
B1
C1 A2 B2
C2 A3
B3
C3 A4
B4
C4
Indiener stelt dat de gemeente Midden-Groningen heeft vastgesteld dat één kastanjeboom ziek is. Indiener geeft aan dat er op 1 juli 2025 met de gemeente Midden-Groningen is afgesproken dat de gezondheid van deze boom door een onafhankelijke partij nogmaals zal worden onderzocht. Indiener geeft aan nog geen nieuwe informatie te hebben ontvangen over het nog uit te voeren onderzoek. In samenspraak met de indiener is er een onafhankelijke partij ingeschakeld voor een contra-expertiseonderzoek wat betreft de te kappen boom. Het contra-expertiseonderzoek heeft niet tot een andere uitkomst geleid. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat er onnodige kap van gezonde bomen en struiken zal plaatsvinden aan de slootkant/Boekhorszijde. Voor de realisatie van het uiteindelijke bouwplan kan het zijn dat er bomen en struiken gekapt moeten worden. Ook worden er bomen gekapt die niet toekomstbestendig zijn. Als een boom in de toekomst niet kan blijven staan, dan wordt er gekeken of verplanten een optie is. De gemeente draagt er zorg voor om voldoende bomen en struiken te realiseren bij het uiteindelijke bouwplan. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Indiener stelt dat een goothoogte van maximaal 6 zes meter te hoog is, omdat dit zorgt voor onnodige inkijk in de tuinen van aangrenzende woningen. Indiener pleit voor een goothoogte van maximaal 3 meter, omdat de eigen woning van de indiener ook een goothoogte heeft van 3 meter hoog. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. Daardoor is geen sprake van onevenredige aantasting van de privacy van omwonenden. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het bestaande maaipad vervalt doordat eventuele tuinen doorlopen tot het hart van de sloot. Indiener pleit ervoor dat de gemeente elk jaar de sloot blijft schoonmaken. Indiener stelt dat bewoners zelf geen materiaal hebben om de sloot schoon te houden. Indiener pleit dat de gemeente medeverantwoordelijk blijft voor het schoonhouden van de sloot. De verplichting voor het schoonhouden van de sloot blijft in de nieuwe eigendomssituatie onveranderd. De scheiding van de verplichting voor het schoonhouden van de sloot ligt in het hart van de sloot. Wanneer de gronden worden verkocht zal de nieuwe eigenaar van de gronden de verplichtingen overnemen. Dit betekent dat het onderhoud van de sloot voor aangrenzende eigenaren blijft.
De gewijzigde situatie die met het wijzigingsbesluit voorligt is niet van invloed op de gronden dan wel wijze van onderhoud van indiener. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
A5 B5
C5 A6
B6
C6
Indiener is van mening dat het realiseren van meer parkeerplaatsen noodzakelijk is. In de motivering bij het wijzigingsbesluit is een toetsing aan het Facetbestemmingsplan Parkeren opgenomen. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen die voor een dergelijke ontwikkeling gehanteerd worden. Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat er in de Oudeweg een rare bocht zit en stelt dat door een toename van verkeer het zeer moeilijk wordt om elkaar te passeren op het kruispunt Oudeweg/Meesterlaan. Indiener stelt dat het kruispunt aan de Oudeweg/Meesterlaan moet worden vergroot.
Op de projectloca e stond voorheen een basisschool wat twee keer per dag een piekbelas ng oplevert voor het kruispunt aan de Oudeweg/Meesterlaan. Door de nieuwe woningen wordt de belas ng van de verkeersdruk op de Oudeweg meer verspreidt over de gehele dag en is er geen toename ten opzichte van voorgaande situa e. Het kruispunt Oudeweg/Meesterlaan is dan ook bestemd tegen de verkeersdruk van de nieuw te bouwen woningen. Het plan hee geen invloed op de bestaande infrastructuur. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 2 A1 B1
in
C1 A2 B2
C2 A3 B3
C3 A4
Indiener is van mening dat er gezonde bomen gekapt gaan worden. Bij het uiteindelijke bouwplan zal blijken hoe het beplantingplan er uit ziet. Het is in deze fase nog niet bepaald op welke plek bomen blijven of komen te staan. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijken we standaard naar de staat van de bomen, maar spelen er ook nog andere belangen mee. Er wordt ook gekeken of de staat van de boom toekomstbestendig is (gaat de boom langer dan vijf jaar mee) en of de levensverwachting verhouding staat tot de gebiedsontwikkeling. Ook wordt er gekeken of de boom in de toekomst op de plaats op de huidige plaats kan blijven staan. Als dat laatste niet het geval is wordt gekeken of verplanten mogelijk is. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de groenstrook gedeeltelijk verdwijnt. In het voorliggende plan is ruimte opgenomen voor groenvoorzieningen. Zo wordt er gewaarborgd dat er voldoende groen, waaronder bomen struiken aanwezig blijven op de projectlocatie. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een afstand vanaf de sloot achter Boekhors van 10 meter tot aan de nieuwbouw te dichtbij is. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen.
De genoemde afstand van 10 meter tot naastgelegen tuinen is in woonomgeving een acceptabele afstand wat niet leidt tot onevenredige aantasting van privacy of woongenot. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een goothoogte van 6 meter te hoog is en dit dient te worden teruggebracht tot maximaal 3 meter.
B4
C4 A5 B5
C5 A6 B6
C6
In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. In de omgeving zijn zowel woningen met een goothoogte van 3 meter als woningen met een goothoogte van 6 meter aanwezig. Het bouwen van woningen met een goothoogte van 6 meter sluit dan ook aan bij het aanwezige straat- en bebouwingsbeeld. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het bouwen van maximaal 22 woningen te veel is op deze locatie. In de voorbereidende fase van het omgevingsplan is vanuit zowel de vakdisciplines wonen als stedenbouw meegedacht over de mogelijkheden op deze gronden. Een woningaantal tussen 10 en 20 woning is op de locatie aanvaardbaar/passend Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het maaipad mogelijk verdwijnt. De verplichting voor het schoonhouden van de sloot blijft in de nieuwe eigendomssituatie onveranderd. De scheiding van de verplichting voor het schoonhouden van de sloot ligt in het hart van de sloot. Wanneer de gronden worden verkocht zal de nieuwe eigenaar van de gronden de verplichtingen overnemen, Dit betekent dat het onderhoud van de sloot voor aangrenzende eigenaren blijft.
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 3 A1
B1
C1 A2
B2
C2 A3
Indiener is van mening dat een maximale goothoogte van 6 meter te hoog is. Indiener is van mening dat de woningen van Boekhors fase 1 en fase 2 een goothoogte van 3 meter hebben en wat betreft de woningen in het voorliggend plan ook een maximale goothoogte van 3 meter mag bedragen. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. In de omgeving zijn zowel woningen met een goothoogte van 3 meter als woningen met een goothoogte van 6 meter aanwezig. Het bouwen van woningen met een goothoogte van 6 meter sluit dan ook aan bij het aanwezige straat- en bebouwingsbeeld. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener stelt dat de gemeente Midden-Groningen heeft vastgesteld dat één kastanjeboom en een eik ziek is. Indiener geeft aan dat er op 1 juli 2025 met de gemeente MiddenGroningen is afgesproken dat de gezondheid van deze bomen door een onafhankelijke partij nogmaals zal worden onderzocht. In samenspraak met de indiener is er een onafhankelijke partij ingeschakeld voor een contra-expertiseonderzoek wat betreft de te kappen boom. Het contra-expertiseonderzoek heeft niet tot een andere uitkomst geleid. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Indiener is van mening dat de groensingel tussen het schoolgebouw en Boekhors behouden moet blijven. Indiener stelt dat in het voorliggende plan te weinig rekening wordt gehouden met bestaande groene karakter. Indiener geeft aan indien bomen te worden gekapt hier tegen bezwaar aan te tekenen.
B3
C3 A4
B4
C4 A5
B5 C5 A6
B6
C7 A7 B7
C7
Bij het uiteindelijke bouwplan zal blijken hoe het beplantingplan er uit ziet. Het is in deze fase nog niet bepaald op welke plek bomen blijven of komen te staan. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijken we standaard naar de staat van de bomen, maar spelen er ook nog andere belangen mee. Er wordt ook gekeken of de staat van de boom toekomstbestendig is (gaat de boom langer dan vijf jaar mee) en of de levensverwachting in verhouding staat tot de gebiedsontwikkeling. Ook wordt er gekeken of de boom in de toekomst op de plaats op de huidige plaats kan blijven staan. Als dat laatste niet het geval is wordt gekeken of verplanten mogelijk is. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het maaipad behouden dient te blijven en het onderhoud van de schouwsloot door bewoners Boekshorszijde en de gemeente Midden-Groningen uitgevoerd moet worden om een goede afwatering in de toekomst te garanderen. De verplichting voor het schoonhouden van de sloot blijft in de nieuwe eigendomssituatie onveranderd. De scheiding van de verplichting voor het schoonhouden van de sloot ligt in het hart van de sloot. Wanneer de gronden worden verkocht zal de nieuwe eigenaar van de gronden de verplichtingen overnemen, Dit betekent dat het onderhoudt van de sloot voor aangrenzende eigenaren blijft.
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener stelt dat de gemeente Midden-Groningen de vraag bij Enexis heeft neergelegd of het stroomnetwerk in Westerbroek toereikend is voor maximaal 20 extra woningen, ook met oog op de toename van gasloze woningen. De gemeente heeft Enexis geïnformeerd over de benodigde capaciteit. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de parkeerplaatsen ter hoogte aan de Oudeweg 74 veelvuldig worden gebruikt tijdens activiteiten van het dorpshuis. Het verdwijnen van deze parkeerplaatsen zal een probleem vormen qua parkeergelegenheid. In de motivering bij het wijzigingsbesluit is een toetsing aan het Facetbestemmingsplan Parkeren opgenomen. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen die voor een dergelijke ontwikkeling gehanteerd worden. Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat door deze ontwikkeling een probleem wordt verwacht wat betreft de doorgang van agrarisch verkeer en vrachtwagens. De doorgang van agrarisch verkeer en vrachtwagens in Westerbroek staat los van de voorgenomen ontwikkeling. Bij de aanleg van de bestaande infrastructuur is rekening gehouden met de weggebruikers, waaronder agrarisch verkeer en vrachtwagens.
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 4 A1
Indiener is van mening dat de maximale goothoogte van 6 meter te hoog is. Indiener is van mening dat de omliggende woningen een goothoogte van 3 meter hebben en wat betreft de woningen in het voorliggend plan ook een maximale goothoogte van 3 meter mag bedragen.
B1
C1 A2 B2
C2 A3 B3
C3 A4 B4
C4 A5 B5
C5 A6 B6
In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. In de omgeving zijn zowel woningen met een goothoogte van 3 meter als woningen met een goothoogte van 6 meter aanwezig. Het bouwen van woningen met een goothoogte van 6 meter sluit dan ook aan bij het aanwezige straat- en bebouwingsbeeld. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat er onnodige kap van gezonde bomen zal plaatsvinden. Bij het uiteindelijke bouwplan zal blijken hoe het beplantingplan er uit ziet. Het is in deze fase nog niet bepaald op welke plek bomen blijven of komen te staan. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijken we standaard naar de staat van de bomen, maar spelen er ook nog andere belangen mee. Er wordt ook gekeken of de staat van de boom toekomstbestendig is (gaat de boom langer dan vijf jaar mee) en of de levensverwachting in verhouding staat tot de gebiedsontwikkeling. Ook wordt er gekeken of de boom in de toekomst op de plaats op de huidige plaats kan blijven staan. Als dat laatste niet het geval is wordt gekeken of verplanten mogelijk is. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de groenstrook gedeeltelijk verdwijnt.
In het voorliggende plan is ruimte opgenomen voor groenvoorzieningen. Zo wordt er gewaarborgd dat er voldoende groen, waaronder bomen struiken aanwezig blijven op de projectlocatie. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een afstand vanaf de sloot achter Boekhors van 10 meter tot aan de nieuwbouw te dichtbij is. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. De genoemde afstand van 10 meter tot naastgelegen tuinen is een woonomgeving een acceptabele afstand wat niet leidt tot onevenredige aantasting van privacy of woongenot. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een bouwhoogte van maximaal 10 meter niet passend is op deze locatie. De maximale toegestane nokhoogte, in combinatie met de maximale toegestane goothoogte en minimale en maximale dakhelling zorgt voor woningen met passende afmetingen op deze locatie. Om voldoende afstand tot naastgelegen percelen te waarborgen is er een groenstrook opgenomen waar niet gebouwd mag worden. Zo vindt er geen onevenredige aantast van privacy en woongenot plaats. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Indiener is van mening dat het bouwen van maximaal 22 woningen te veel is op deze locatie. het voorliggende plan maakt het bouwen van minimaal 10 tot maximaal 20 woningen mogelijk. Het zal bij de uiteindelijke uitwerking van het plan blijken hoeveel woningen er gebouwd worden. Er is bij het bepalen van het maximaal aantal woningen onder andere
C6 A7 B7
C7
rekeningen gehouden met het straat- en bebouwingsbeeld, verkeer-en parkeerdruk en de impact op omgeving. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het maaipad mogelijk verdwijnt. De verplichting voor het schoonhouden van de sloot blijft in de nieuwe eigendomssituatie onveranderd. De scheiding van de verplichting voor het schoonhouden van de sloot ligt in het hart van de sloot. Wanneer de gronden worden verkocht zal de nieuwe eigenaar van de gronden de verplichtingen overnemen, Dit betekent dat het onderhoud van de sloot voor aangrenzende eigenaren blijft. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 5 A1 B1
C1 A2 B2
C2 A3 B3
C3 A4
Indiener is van mening dat het bouwen van maximaal 20 woningen met bijbehorende parkeervoorzieningen te veel is op deze locatie. Het voorliggende plan maakt het bouwen van minimaal 10 tot maximaal 20 woningen mogelijk. Het zal bij de uiteindelijke uitwerking van het plan blijken hoeveel woningen er gebouwd worden. Er is bij het bepalen van het maximaal aantal woningen onder andere rekeningen gehouden met het straat- en bebouwingsbeeld, verkeer-en parkeerdruk en de impact op omgeving. De projectlocatie biedt voldoende ruimte voor het aanleggen van parkeergelegenheid op eigen terrein. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voorliggende plan te omvangrijk is en niet past bij de structuur- en lintbebouwing van de Oudeweg en het dorp Westerbroek. De locatie aan de oostzijde grenst aan de Oudeweg die inderdaad in de Welstandsnota Midden-Groningen 2020 gekwalificeerd is als hoofdlint. Er is een maximaal aantal woningen opgenomen op deze locatie maar dat betekent niet dat dit aantal ook gerealiseerd gaat worden. Er is door de verschillende vakdisciplines beoordeelt dat de projectlocatie voldoende ruimte biedt voor de realisatie van het maximaal aantal woningen met bijbehorende voorzieningen. In de motivering van het omgevingsplan is een parkeerberekening opgenomen.
In de kern van het dorp Westerbroek is geen sprake van een open lintstructuur en zeker niet op deze locatie met de reeds aanwezige bebouwing van de Boekhors. De open lintstructuur is alleen buiten het dorp aanwezig. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de opgenomen groenstrook van 12 meter te smal is en de afstand ten opzichte van de bestaande woningen minimaal 20 meter moet dragen. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. De genoemde afstand van 10 meter tot naastgelegen tuinen is in woonomgeving een acceptabele afstand wat niet leidt tot onevenredige aantasting van privacy of woongenot. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de aanwezige groenstrook en aanwezige natuurlijke erfscheiding behouden moet blijven.
B4
C4 A5
B5
C5 A6 B6
C6 A7 is B7
C7 A8 B8
Bij het uiteindelijke bouwplan zal blijken hoe het beplantingplan er uit ziet. Het is in deze fase nog niet bepaald op welke plek bomen blijven of komen te staan. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijken we standaard naar de staat van de bomen, maar spelen er ook nog andere belangen mee. Er wordt ook gekeken of de staat van de boom toekomstbestendig is (gaat de boom langer dan vijf jaar mee) en of de levensverwachting in verhouding staat tot de gebiedsontwikkeling. Ook wordt er gekeken of de boom in de toekomst op de plaats op de huidige plaats kan blijven staan. Als dat laatste niet het geval is wordt gekeken of verplanten mogelijk is. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de knip van 5 meter en 10 meter van de rooilijn niet logisch is gelet op de situering van het terras van naastgelegen woning en wil dat deze lijn aan de ene kant smaller en aan de andere kant breder wordt gemaakt. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. De genoemde afstand van 10 meter tot naastgelegen tuinen en 5 meter afstand tot de zijdelingse perceelgrens van naastgelegen hoofdgebouw is in woonomgeving een acceptabele afstand wat niet leidt tot onevenredige aantasting van privacy of woongenot.
Met de getekende rooilijn op de kaart is de afstand naar de naastgelegen percelen gewaarborgd wat betekent dat de bebouwingritmiek tussen de bestaande woningen en de eerste nieuwe woning gewaarborgd blijft. Daarnaast is er een eis in de goothoogte van 3 meter voor het eerste deel van het bouwvlak. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat wanneer de tuinen bij de woningen gericht zijn op het perceel van de indiener, indiener er te veel directe buren bij krijgt. In het voorliggende plan is opgenomen dat binnen het bouwvlak de woningen gesitueerd moeten worden. Daarnaast is er ook een rooilijn opgenomen waar de voorgevel van de woningen gesitueerd dienen te worden. De verdere invulling van het perceel en de exacte inrichting wordt bepaald bij het vaststellen van het bouwplan. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter te hoog is. Indiener geeft aan dat de woningen hierdoor veel te massief worden en er sprake van schaduwwerking en inkijk op perceel van indiener. Indiener stelt dat de goothoogte maximaal 3 meter mag bedragen. De maximale toegestane bouwhoogte, in combinatie met de maximale toegestane goothoogte en minimale en maximale dakhelling zorgt voor woningen met passende afmetingen op deze locatie.
Om voldoende afstand tot naastgelegen percelen te waarborgen is er een groenstrook opgenomen waar niet gebouwd mag worden. Zo vindt er geen onevenredige aantast van privacy en woongenot plaats. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener geeft aan dat zij in de huidige situatie last hebben van wateroverlast, omdat het terrein van de voormalige school hoger is gelegen dan het perceel van de indiener. Bij de inrichting van de projectlocatie is rekening gehouden met de waterhuishoudkundige staat van het terrein en afwatering. Bij het opstellen van het plan is het waterschap Hunze en Aa's betrokken bij het opstellen van de randvoorwaarden, zoals het realiseren van extra
C8 A9
B9
C9 A10
B10
C10
waterberging, die de een goede waterhuishoudkundige staat van de projectlocatie in de toekomst moet waarborgen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat alle woningen met de auto bereikbaar dienen te zijn. Indiener stelt dat dit de gehele dag voor lawaai zorgt. Indiener stelt dat daarom goed dient te worden gekeken naar de entree vanaf de Oudeweg naar de te bouwen woningen. In het voorliggende plan is bepaald dat de ontsluiting plaatsvindt aan de Oudeweg. Bij het de verdere invulling van het bouwplan wordt de exacte invulling van het terrein bepaald. Hierbij wordt rekening gehouden met omliggende percelen en woningen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voormalige voetbalveld van v.v. Westerbroek een geschiktere locatie is voor de realisatie voor de realisatie van dit project. Indiener geeft aan dat een kleiner bouwplan passender is op de projectlocatie. De ruimte in Nederland is schaars. Daarom dient er bij het realiseren van nieuwe bouwprojecten eerst te worden gekeken naar inbreidingslocaties. De beoogde projectlocatie is een inbreidingslocatie. Deze locatie ligt binnen de bebouwde kom en was voorheen al in gebruik als bebouwde locatie(school).
Als er geen inbreidingsmogelijkheden zijn kan er worden gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden, zoals de locatie van het voormalige voetbalveld van v.v. Westerbroek. Er is bij het bepalen van de randvoorwaarden zorgvuldig gekeken naar het ruimtegebruik van de projectlocatie. Daaruit blijkt dat het te realiseren aantal woningen met bijbehorende voorzieningen passend is op de projectlocatie. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit
Zienswijze 6 A1 B1
C1 A2 B2
C2
Indiener is van mening dat de groenstrook en bomen gedeeltelijk verdwijnen. Bij het uiteindelijke bouwplan zal blijken hoe het beplantingplan er uit ziet. Het is in deze fase nog niet bepaald op welke plek bomen blijven of komen te staan. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijken we standaard naar de staat van de bomen, maar spelen er ook nog andere belangen mee. Er wordt ook gekeken of de staat van de boom toekomstbestendig is (gaat de boom langer dan vijf jaar mee) en of de levensverwachting in verhouding staat tot de gebiedsontwikkeling. Ook wordt er gekeken of de boom in de toekomst op de plaats op de huidige plaats kan blijven staan. Als dat laatste niet het geval is wordt gekeken of verplanten mogelijk is. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een afstand vanaf de sloot achter Boekhors van 10 meter tot aan de nieuwbouw te dichtbij is. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. De genoemde afstand van 10 meter tot naastgelegen tuinen is een woonomgeving een acceptabele afstand wat niet leidt tot onevenredige aantast van privacy of woongenot. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
A3 B3
C3 A4 B4
C4
A5 B5
C5 A6 B6
Indiener is van mening dat de maximale goothoogte van 6 meter te hoog is. Indiener ziet de maximale goothoogte graag teruggebracht naar 3 meter. In het voorliggende plan is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden. Zo wordt een ruime afstand gecreëerd tot de tuinen van naastgelegen woningen. In de omgeving zijn zowel woningen met een goothoogte van 3 meter als woningen met een goothoogte van 6 meter aanwezig. Het bouwen van woningen met een goothoogte van 6 meter sluit dan ook aan bij het aanwezige straat- en bebouwingsbeeld. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat een bouwhoogte van maximaal 10 meter niet passend is op deze locatie. De maximale toegestane nokhoogte, in combinatie met de maximale toegestane goothoogte en minimale en maximale dakhelling zorgt voor woningen met passende afmetingen op deze locatie. Om voldoende afstand tot naastgelegen percelen te waarborgen is er een groenstrook opgenomen waar niet gebouwd mag worden. Zo vindt er geen onevenredige aantast van privacy en woongenot plaats. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Indiener is van mening dat het bouwen van maximaal 20 woningen te veel is op deze loca e. Het voorliggende plan maakt het bouwen van minimaal 10 tot maximaal 20 woningen mogelijk. Het zal bij de uiteindelijke uitwerking van het plan blijken hoeveel woningen er gebouwd worden. Er is bij het bepalen van het maximaal aantal woningen onder andere rekening gehouden met het straat- en bebouwingsbeeld, verkeer-en parkeerdruk en de impact op omgeving. Deze zienswijze hee niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
C6
Indiener maakt bezwaar tegen het mogelijk verdwijnen van het maaipad. De verplichting voor het schoonhouden van de sloot blijft in de nieuwe eigendomssituatie onveranderd. De scheiding van de verplichting voor het schoonhouden van de sloot ligt in het hart van de sloot. Wanneer de gronden worden verkocht zal de nieuwe eigenaar van de gronden de verplichtingen overnemen, Dit betekent dat het onderhoud van de sloot voor aangrenzende bewoners blijft. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
A7 B7 C7
Indiener is van mening dat de wadi mogelijk zal verdwijnen. De wadi wordt in het voorliggend plan in stand gehouden. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 7 A1
B2
Indiener is van mening dat het beoogde bouwplan een aantasting is van het dorpskarakter en hoofdlint: De Welstandsnota Midden-Groningen 2020 kwalificeert de Oudeweg als hoofdlint met hoog historische en ruimtelijke waarde. Intensieve bebouwing op een klein perceel doorbreekt de open lintstructuur en de kleinschalige bebouwingsritmiek. De locatie aan de oostzijde grenst aan de Oudeweg die inderdaad in Welstandsnota MiddenGroningen 2020 kwalificeert als hoofdlint. Er is een maximaal aantal woningen opgenomen op deze locatie. Er is bij het bepalen van het maximaal aantal te realiseren woningen rekening gehouden met bij de benodigde bijbehorende voorzieningen, zoals
C1 A2
B2
C2 A3
B3
C3 A4
B4
C4 A5 B5
parkeerplaatsen. In de kern van het dorp Westerbroek is geen sprake van een open lintstructuur en zeker niet op deze locatie met de reeds aanwezige bebouwing van de Boekhors. De open lintstructuur alleen buiten het dorp aanwezig. Met de getekende rooilijn op de kaart is de afstand naar de naastgelegen percelen gewaarborgd wat betekent dat de bebouwingritmiek tussen de bestaande woningen en de eerste nieuwe woning gewaarborgd blijft. Daarnaast is er een eis in de goothoogte van 3 meter voor het eerste deel van het bouwvlak. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voorliggend plan leidt tot onevenredige parkeer-en verkeersdruk. Indiener geeft aan dat volgens het Facetbestemmingsplan Parkeren (2019) per woning een minimale parkeernorm moet worden gehaald. Uitgaande van 1,5 parkeerplaats per woning voor grondgebonden woningen betekent dit 15–30 extra auto’s op een smalle straat zonder vrijliggende fietspaden. Het plan bevat geen onderbouwde parkeeroplossing en schuift de druk af op de openbare ruimte, die al intensief wordt gebruikt door bezoekers van het dorpshuis. In de motivering bij het wijzigingsbesluit is een toetsing aan het Facetbestemmingsplan Parkeren opgenomen. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen die voor een dergelijke ontwikkeling gehanteerd worden.
Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voorliggende plan leidt tot privacyverlies. Indiener is van mening dat de woningen direct grenzend aan de perceelgrens inkijk in naastgelegen tuin en woning veroorzaakt. De maximale toegestane nokhoogte, in combinatie met de maximale toegestane goothoogte en minimale en maximale dakhelling zorgt voor woningen met passende afmetingen op deze locatie. Om voldoende afstand tot naastgelegen percelen te waarborgen is er een groenstrook opgenomen waar niet gebouwd mag worden. Zo vindt er geen onevenredige aantast van privacy en woongenot plaats. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voorliggend plan leidt tot geluidsoverlast. Indiener is van mening dat voorliggend plan zorgt voor een toename van verkeersgeluid en stemmen van bewoners en bezoekers in de openbare groenstrook aan de zuidzijde. Op de projectlocatie stond voorheen een school met daarbij behorend geluidproductie. De realisatie van minimaal 10 tot maximaal 20 woningen zorgt niet voor een toename van geluid ten opzichte van de voormalige school. De genoemde groenstrook is bestemd als openbare groene ruimte en dient niet als tuin van de toekomstige bewoners.
Derhalve kan er van uit worden gegaan dat in de groenstrook niet de gehele dag bewoners of bezoekers aanwezig zullen zijn. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat de locatiekeuze onvoldoende is gemotiveerd en dat het voorliggend plan in strijd is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. In hoofdstuk 4.11 van de motivering van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties – Oudeweg, Westerbroek is gemotiveerd waarom er wordt voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking. Voor de volledige
C5 A6
B6
C6 A7
B7
C7
motivering wordt verwezen naar de tekst uit Hoofdstuk 4.11 Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze stukken konden door indiener geraadpleegd worden tijdens periode dat het plan ter inzage heeft gelegen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat het voormalige voetbalveld van v.v. Westerbroek een geschiktere locatie is voor de realisatie voor de realisatie van dit project. Indiener stelt dat de locatie van het voormalige voetbalveld van v.v. Westerbroek onderzocht had moeten worden als ontwikkellocatie. Indiener stelt dat het ontwikkelen van deze locatie een lagere ruimtelijke en sociale impact heeft en meer kansen op gebied van verkeersveiligheid en leefbaarheid biedt. De ruimte in Nederland is schaars. Daarom dient er bij het realiseren van nieuwe bouwprojecten eerst te worden gekeken naar inbreidingslocaties. De beoogde projectlocatie is een inbreidingslocatie. Deze locatie ligt binnen de bebouwde kom en was voorheen al in gebruik als bebouwde locatie (school). Als er geen inbreidingsmogelijkheden zijn kan er worden gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden, zoals de locatie van het voormalige voetbalveld van v.v. Westerbroek. Er is bij het bepalen van de randvoorwaarden is zorgvuldig gekeken naar het ruimtegebruik van het de projectlocatie.
Daaruit blijkt dat het te realiseren aantal woningen met bijbehorende voorzieningen passend is op de projectlocatie. In hoofdstuk 4.11 van de motivering van het wijzigingsbesluit Omgevingsplan Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties – Oudeweg, Westerbroek is gemotiveerd waarom er wordt voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking. Voor de volledige motivering wordt verwezen naar de tekst uit Hoofdstuk 4.11 Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze stukken konden door indiener geraadpleegd worden tijdens periode dat het plan ter inzage heeft gelegen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit. Indiener is van mening dat er een enquête is afgenomen tijdens één van de informatiebijeenkomsten. Indiener stelt dat de inhoudelijke bijdrage uit de enquête niet is meegenomen bij de locatiekeuze en er geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden naar aanleiding van afgenomen enquête. De enquête waar indiener over spreekt betreft een initiatief van dorpsbelangen en is niet afgestemd met de gemeente Midden-Groningen. Derhalve maakt de enquête geen onderdeel uit van het participatieproces van de gemeente Midden-Groningen. De uitkomsten van de enquête zijn dan ook niet meegenomen in een verdere afweging. De gemeente Midden-Groningen heeft twee bewonersavonden georganiseerd om kaders te stellen.
Er is tijdens deze avonden geen sprake geweest van een locatieafweging. Bewoners konden tijdens de twee bewonersavonden input leveren. Deze input is waar mogelijk verwerkt in het plan. De gemeente Midden-Groningen heeft met de betreffende bewonersorganisatie apart gesproken over het voorliggende plan. Geïnteresseerden konden zich aanmelden voor een nieuwsbrief over informatie van het voorliggende plan. Ook heeft er een informatieavond plaatsgevonden tijdens de ter inzagelegging van het ontwerp Diverse locaties – Programma vrijkomende (school)locaties. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsbesluit.
Zienswijze 2 A1 -
-
-
B1 C1
A2
B2
C2
A3
B3
C3
A4 B3
C3
Indiener is van mening dat er in het hydrologisch onderzoek onvoldoende is op een drietal punten. Er is alleen gekeken naar de hydraulische capaciteit van aanwezige duikers en niet van de sloten zelf, er zal moeten worden aangetoond dat de hydraulische capaciteit tot aan de uitstroom in de aanwezige hoofdwatergang voldoende is. Uit de berekening van het hydrologisch onderzoek kan niet worden gehaald of er alleen is gekeken naar het afvoerend verhard oppervlak van de ontwikkeling zelf of dat er ook rekening is gehouden met de afvoer van de afstromende terreinen. Dit laatste is nodig voor een goede beoordeling. Verder wordt er bij de verschillende ontwikkelgebieden gerefereerd aan de hoogteligging van de weg om te bepalen welke schijf water t.o.v. het winterpeil beschikbaar is voor de waterberging, dit is niet correct. In de maatgevende situatie van T=100, WL2050 mag het water stijgen tot aan het laagste gelegen maaiveld binnen het betreffende peilgebied waar de ontwikkeling plaatsvindt. Naar aanleiding van de zienswijze is het hydrologische onderzoek aangepast en opgenomen in de bijlage van het wijzigingsbesluit. De zienswijze heeft geleid tot aanpassing in de bijlage bij de motivering van het wijzigingsbesluit. De indiener stelt dat in artikel 21.62 van het omgevingsplan is opgenomen dat de waterstand in een peilbesluit wordt vastgelegd.
Indiener is van mening dat het vaststellen van een peilbesluit een bevoegdheid van het waterschap is. Wij begrijpen uit de reactie van de indiener dat de opgenomen regeling in het ontwerp wijzigingsbesluit interpretatieruimte biedt. De regeling is met die reden verduidelijkt; Het gaat om het vastgestelde peilbesluit. Deze zienswijze heeft geleid tot een aanpassing in de regeling van het wijzingsbesluit. Deze opmerking in de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing in de regeling van het wijzigingsbesluit. Het waterschap is van mening dat in het hydrologisch onderzoek is opgenomen dat er geen bergingscompensatie nodig is. Echter is dit door de ligging van de regenwaterafvoer wel nodig. Het klopt dat dit niet is opgenomen in het hydrologische onderzoek. Naar aanleiding van deze zienswijze is het hydrologische onderzoek aangevuld. De zienswijze heeft geleid tot aanpassing in de bijlage bij de motivering van het wijzigingsbesluit. Het waterschap stelt dat er het onduidelijk is tot waar het bouwvlak van het plan loopt op het kavelpaspoort. Het lijkt dat het bouwvlak boven over de aanwezige schouwsloot loopt. Het klopt dat op het kavelpaspoort de schouwsloot binnen het bouwvlak valt. In de verbeelding van het omgevingsplan is het bouwvlak kleiner. Het vlak wat is aangeduid is als bouwvlak op het kavelpaspoort is het bestemmingsvlak en niet het bouwvlak.
Buiten het bouwvlak zijn geen hoofdgebouwen toegestaan. Naar aanleiding van deze zienswijze is het wijzigingsbesluit aangepast. De kavelpaspoorten die zijn bijgevoegd in de motivering van het plan zijn aangepast waardoor het verschil tussen het bestemmingsvlak en het bouwvlak duidelijk is.
Bijlage I: Zienswijzen (geanonimiseerd) Zienswijze 1
Zienswijze 2
Zienswijze 3
Zienswijze 4
Zienswijze 5
Zienswijze 6
Zienswijze 7
Zienswijze 8