060. Schriftelijke vragen PvdA - niet geregistreerde incasobureaus
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 8 december 2025
Onderwerp: Niet geregistreerde incassobureaus
Toelichting: In de pers zijn de laatste tijd met enige regelmaat berichten over niet geregistreerde incassobureaus. Zie ook het bericht van Divosa op https://www.divosa.nl/nieuws/bijna-geenenkel-incassobureau-houdt-zich-aan-de-regels Deze niet geregistreerde incassobureaus veroorzaken veel problemen bij mensen die door hun schulden al in een erg moeilijke situatie zitten. Citaat Divosa: Voor inwoners met betalingsachterstanden betekent dit dat ze te maken krijgen met agressieve praktijken en onduidelijke regels. Alleen al in 2024 kwamen hierover bij het Juridisch Loket meer dan 1.400 meldingen binnen. Dat baart ook gemeenten zorgen. Ook zij zien dagelijks dat dit soort intimiderende incassomethoden herstel en financiële rust in de weg staan.
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden:
Kan het college duidelijkheid geven of onze gemeente ook zakendoet met dit soort niet geregistreerde incasso bureaus?
Namens de fractie van de PvdA Henk Flederus
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief.
2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.