CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek Toelichting

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vaststelling van het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Gouden Driehoek12.070 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wateroverlast Het waterschap zorgt voor het functioneren van het watersysteem. Het watersysteem moet nu, maar ook op de lange termijn, goed functioneren. Bij stedelijke uitbreidingen of herstructureringen mag een toename van het verhard oppervlak niet resulteren in een extra belasting van het watersysteem, er moet

29

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

waterneutraal gebouwd worden. Dit houdt in dat bij een planontwikkeling met extra verhard oppervlak maatregelen dienen te worden genomen om versnelde waterafvoer te compenseren. In het kader van het vigerend bestemmingsplan is het extra verhard oppervlak van dit bestemmingsplan (circa 43.000 m2) reeds opgenomen. Zo zijn er op het huidige industrieterrein de Gouden Driehoek meerdere bergingssloten inclusief hemelwaterriool aangelegd. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet noodzakelijk. Wel dient er bij de invulling van het gebied rekening gehouden te worden met de algemene uitgangspunten zoals die nu gelden en die in Uitgangspuntennotitie waterschap staan opgenomen. Afvalwater & riolering Met het onderhavig bestemmingsplan wordt aangesloten op het reeds aanwezige verbeterd gescheiden rioolstelsel van het bedrijventerrein. Het hemelwater wordt afgekoppeld en waar mogelijk geïnfiltreerd in de bodem of aangesloten op het hemelwaterriool. Hierbij worden geen werkzaamheden uitgevoerd of materialen gebruikt waardoor het hemelwater verontreinigd kan raken. Oppervlaktewaterpeilen & drooglegging Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig. In het plangebied is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op overlast toeneemt.

De voor het plan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor primaire wegen is de ontwateringsnorm 1,0 m-mv, voor industrieterreinen en secundaire wegen is dit 0,7 m-mv. In het ontwerp en bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de geringe ontwateringsdiepte. Slecht doorlatende lagen Onder het plangebied zijn slecht doorlatende bodemlaag aanwezig (zie onderstaande figuur). De diepte en dikte waarop deze lagen onder het maaiveld aanwezig zijn en beginnen kunnen verschillend zijn. Dit beperkt de mogelijkheden voor het toepassen van infiltratiemaatregelen.

30

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

ondiep slecht doorlatende bodemlagen

4.9.3

Conclusie

Voor de verdere procedurele afhandeling van de watertoets is het van belang om het waterschap te blijven betrekken en rekening te houden met de in dit document aangegeven adviezen.

4.10 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.10.1

Inleiding

Om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren, hanteert het Rijk de ladder voor duurzame verstedelijking. Zoals in hoofdstuk 3 ook al omschreven is bestaat de ladder uit de volgende aspecten: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. 4.10.2 1.

Toetsing

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

De realisatie van circa 5 ha bedrijventerrein wordt beschouwd als een 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Gelet op het voorgaande is onderhavig bestemmingsplan aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.

31

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

2.

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met onderhavig bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk gemaakt. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Echter dient te worden opgemerkt dat circa 7 ha aan bestemming bedrijventerrein elders in de gemeente is of wordt ingetrokken. Netto is derhalve sprake van een vermindering van het ruimtebeslag. 3.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor bedrijventerreinen is het ruimtelijke verzorgingsgebied veelal groter dan de gemeente, omdat bedrijven vaak een grotere actieradius hebben dan sec binnen de gemeentegrens. 4.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

Het bestemmingsplan voorziet in lichtere bedrijvigheid. Op de overige in de gemeente Midden-Groningen uitgeefbare bedrijventerreinen zijn terreinen voor deze categorieën niet beschikbaar. Voor de variatie in het aanbod van verschillende categorieën bedrijventerrein in de gemeente Midden-Groningen is het ontwikkelen van het plangebied noodzakelijk. 5.

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde omringd door bedrijvigheid. 4.10.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Het plan voorziet in een behoefte. Deze behoefte wordt opgevangen aan de rand van het bestaand stedelijk gebied. Derhalve voorziet de ontwikkeling in een zorgvuldige benutting van de ruimte.

4.11 M.e.r.-beoordeling 4.11.1

Inleiding

In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie situaties. Ten eerste zijn activiteiten benoemd waarvoor het maken van een milieueffectrapportage verplicht is en waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht). In bijlage C van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. Ten tweede zijn activiteiten benoemd waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure wel of niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlage D van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen. Hierbij zijn per type activiteiten drempelwaarden opgenomen. Ten derde moet voor ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven zoals genoemd in bijlage D van

32

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

het Besluit m.e.r, wel beoordeeld worden of de geplande activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben (vormvrije m.e.r.-beoordeling). Voor deze motivering/toets wordt een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geschreven. Uit de aanmeldingsnotitie kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. Op basis van de aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Voor activiteiten die niet zijn opgenomen in de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r geldt geen vorm van een m.e.r. verplichting.

4.11.2

Toetsing

Een uitgebreide beschrijving van het plangebied is opgenomen in paragraaf 2.2 Nieuwe situatie. Het bestemmingsplan valt in categorie D11.3 van bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Deze categorie bevat: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Binnen deze categorie geldt de volgende drempelwaarde: een oppervlakte van 75 hectare of meer. Het plangebied blijft ruim onder de drempelwaarden. Voor het plan geldt dan ook geen m.e.r.-beoordelingsplicht. Er wordt dan ook volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In de vormvrije m.e.r.- beoordeling zijn de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie hoofdthema's: 1. 2. 3.

De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico's van ongevallen). De plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu). De kenmerken van het potentieel effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van effect).

1.

Kenmerken van het project

Conform bijlage III van de EU-richtlijn dienen de volgende aspecten in overweging te worden genomen: Criteria

Beschrijving van de mogelijke effecten

Doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk?

Omvang van het project

zie hoofdstuk 2

nee

Cumulatie met andere projecten

In de omgeving van het projectgebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten.

nee

Kenmerken van het project

33

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten nee behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. Bedrijfsgebouwen en installaties worden immers gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Voor wat betreft energie stimuleert de gemeente het gebruik van duurzame energie(systemen).

Productie van afvalstoffen Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als nee gevolg van de bedrijfsvoering . De bedrijven moeten voldoen aan de vigerende milieuweten regelgeving en best beschikbare technieken. Verontreiniging en hinder

Verontreiniging en hinder kunnen vrijkomen nee en/of ontstaan als gevolg van de bedrijfsvoering van bedrijven. Zowel bestaande als nieuwe bedrijven moeten voldoen aan de vigerende milieuwet- en regelgeving en best beschikbare technieken. Door nieuwe bedrijven kunnen de emissies van bijvoorbeeld geluid en (fijn)stof als gevolg van extra bedrijvigheid en verkeer toenemen. Het bestemmingsplan kent een interne milieuzonering gebaseerd op de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Hierbij zijn bedrijven en activiteiten uit lichtere milieu-categorieën op kortere afstand tot woningen toegestaan dan bedrijven en activiteiten uit zwaardere categorieën. Binnen de gehanteerde richtafstanden kunnen verstoringen optreden, daarbuiten zijn de effecten beperkt en kan hinder en gevaar voor de omgeving worden voorkomen. Voor het projectgebied geldt een geluidsverdeelplan. Hiermee wordt de omgeving beschermd. Geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan o.

Risico van ongevallen

In het project zijn nieuwe risicovolle bedrijven nee (besluit externe veiligheid) niet toegestaan. Wat betreft de bestaande risicobronnen geldt dat het eventuele restrisico aanvaardbaar is.

34

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

2.

Plaats van het project

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: Criteria

Beschrijving van de mogelijke effecten

Doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk?

zie hoofdstuk 2

nee

Plaats van het project Het bestaande grondgebruik

Relatieve rijkdom aan en Het projectgebied heeft door het huidige nee de kwaliteit en het gebruik geen hoge ecologische waarde. regeneratievermogen van Gebieden met hogere natuurwaarden, zoals de natuurlijke hulpbronnen de Natura 2000-gebieden Zuidlaardermeer van het gebied en het Drentsche Aa-gebied, liggen op behoorlijke afstand van het projectgebied en wor-den daardoor niet negatief beïnvloed. Er bestaat namelijk geen directe ecologische relatie tussen het projectgebied, de aard van het plan en de soorten waarvoor voornoemde gebieden als beschermd natuurgebied zijn aangewezen. Het opnamevermogen van Er is een inventarisatie van natuurwaarden nee het natuurlijke milieu uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Uit dit onderzoek komt naar voren dat natuurwaarden in en rond het projectgebied niet negatief worden beïnvloed.

3.

Kenmerken van het potentiële effect

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: Criteria

Beschrijving van de mogelijke effecten

Kenmerken van het potentiele effect

35

Doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk?

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

Het bereik van het effect

Het bestemmingsplan kent een interne nee milieuzonering. Hierbij zijn bedrijven en activiteiten uit lichtere milieu-categorieën op kortere afstand tot woningen toegestaan dan bedrijven en activiteiten uit zwaardere categorieën. Maximaal zijn in het projectgebied activiteiten voorzien met een effectbereik tot 50m. Werkzaamheden in de aanleg- en gebruiksfase kunnen echter depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden als gevolg hebben. Voor deze ontwikkeling is een berekening met het programma AERIUS uitgevoerd. Uit deze berekening kwam naar voren dat door de stikstofdepositie geen negatief effect optreedt op beschermde Natura 2000-gebieden.

Het grensoverschrijdende karakter van het effect

Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake.

De waarschijnlijkheid van het effect

De effecten zijn reeds aanwezig en duren zo nee lang het projectgebied als zodanig in gebruik is. De effecten zijn uitsluitend omkeerbaar door het gebruik te beëindigen.

nee

Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar in vergelijking met de drempelwaarde van een relatief zeer geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.11.3

Conclusie

Omdat de activiteiten ruim onder de drempelwaarden zoals opgenomen in categorie D11.3 van bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De activiteiten hebben geen belangrijke nadelige milieueffecten. Het is niet noodzakelijk de m.e.r.-procedure te doorlopen.

4.12 Verkeer en parkeren

36

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog (bestaande uit een kaartblad, schaal 1:1.000 met bijbehorende legenda en verklaring) als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

5.1

Bestemmingsregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.1.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Begrippen) en de wijze van meten (Wijze van meten). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. De gemeente heeft bindende afspraken over planregels opgesteld. Deze zijn aangepast in overeenstemming de eisen van de SVBP2012. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. Voor de begrippen is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan dat elders op het bedrijventerrein geldt: 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidbroek'. Voor de wijze van meten geldt dat ook deze overeenkomt met dat bestemmingsplan. 5.1.2

Bestemmingsregels

'Bedrijf - Bedrijventerrein' De belangrijkste bestemming van het bestemmingsplan betreft de bestemming 'Bedrijf - Bedrijventerrein'.

37

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

Gronden met deze bestemmingen zijn voor verschillende typen bedrijven bestemd. Door middel van aanduidingen wordt een nadere specificering aangebracht gemaakt in het type bedrijf dat mogelijk is. Ten eerste geldt dat alle gronden (dus ongeacht aanduidingen) geschikt zijn voor bedrijven die zijn gericht op vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken, vervaardiging van textiel, kleding en leer, vervaardiging van artikelen van hout, riet en kurk, vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren, vervaardiging van chemische producten, vervaardiging van producten van rubber en kunststof, vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten, vervaardiging van metalen, vervaardiging en reparatie van producten van metaal, vervaardiging van machines en apparaten, vervaardiging van transportmiddelen, productie en distributie van stroom, aardgas, stoom en warm water, bouwnijverheid, recycling en milieudienstverlening.

Gronden die op de verbeelding zijn aangegeven met 'specifieke vorm van bedrijventerrein - logistiek', zijn daarnaast ook nog bestemd voor bedrijven die zijn gericht op transport en distributie, over- en opslag van goederen, alsmede groothandel, vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken, uitgeverijen en drukkerijen, vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten, vervaardiging van chemische producten, vervaardiging van producten van rubber en kunststof, vervaardiging van metalen, vervaardiging en reparatie van producten van metaal, vervaardiging van machines en apparaten, bouwnijverheid, speur en ontwikkelingswerk. Voor deze beide bedrijfsfuncties geldt dat daarnaast ook een onderscheid wordt gemaakt in milieucategorieën. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' zijn bedrijven toegestaan die in Bijlage 1 (Staat van bedrijven) als zodanig zijn ingedeeld. Voor gronden met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Ten aanzien van de bouwmogelijkheden geldt dat deze vergelijkbaar zijn aan de overige bedrijfspercelen op het bedrijventerrein. Die percelen, die onderdeel zijn van het 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidbroek' kennen dezelfde bouwregels.

In tegenstelling tot het 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidbroek' zijn echter in dit onderhavige bestemmingsplan geen bedrijfswoningen zijn toegelaten. Tot slot geldt voor de gebruiksregels dat deze gelijkluidend zijn aan het 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidbroek'. 'Groen' PM 5.1.3

Algemene regels

De algemene regels bestaan uit een zestal regels: 1. 2. 3. 4. 5.

Anti-dubbeltelregel; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels.

De Anti-dubbeltelregel is op basis van artikel 3.2.4 van het Bro. Het betreffende besluit schrijft voor dat de tekst van artikel 3.2.4 van het Bro één op één in een bestemmingsplan wordt overgenomen. De Algemene gebruiksregels, Algemene afwijkingsregels, Algemene wijzigingsregels en de Overige regels zijn ontleend aan het 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zuidbroek'. Voor deze algemene regels geldt hetzelfde als voor de bestemmingsregels: onderdelen van de regels die niet van toepassing zijn in het plangebied zijn uit de artikelen verwijderd. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien

38

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat hoofdstuk 3 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

39

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

40

bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein De Gouden Driehoek

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Kosten voor ontwikkeling van het plangebied komen ten laste van de initiatiefnemer. Hiermee is een exploitatie-overeenkomst inclusief planschadeverhaalovereenkomst gesloten. Een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Gouden Driehoek heeft vanaf 18 februari 2021 zes weken ter inzage gelegen. In de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen geeft weer welke zienswijzen zijn ingediend, hoe deze door het gemeentebestuur zijn beoordeeld en beantwoord en of dit tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan heeft geleid. Het ontwerpbestemmingsplan is ook voorgelegd aan de (relevante) wettelijke overlegpartners. Van twee overlegpartners (ptrovincie Groningen en Veiligheidsregio Groningen) zijn reacties ontvangen. De reacties samengevat en van een reactie voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12812634/1