CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Toelichting bestemmingsplan Kadeverbetering Steendam-Tjuchem

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan14.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit dient ‘gelijkwaardig’ gecompenseerd te worden. Gelijkwaardig wil zeggen dat de natuurcompensatie op eenzelfde manier moet functioneren en dezelfde planologische bescherming krijgt als de huidige natuur. Dit betekent dat compensatie aansluitend aan bestaande natuur plaatsvindt en vergelijkbaar wordt aangelegd als het verlies aan natuurareaal. Het gaat dan om soorten als populier, Witteveen+Bos (11 december 2020). Oplegnotitie Quickscan ecologie - beoordeling bos- en natuurgebied buiten NNN, referentienummer 110010/20-019.037.

28 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els (vochtig bos met productie) of dennen, eiken, beuken en/of berken (dennen-, eiken-, beukenbos). Bij voorkeur vindt compensatie plaats aansluitend aan de bosgebieden waar het areaalverlies optreedt, anders gebeurt dit bij andere bosgebieden in de provincie Groningen. De compensatie wordt binnen drie jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gerealiseerd. Hiertoe is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting voor de natuurcompensatie opgenomen. De beste kans voor compensatie van areaalverlies bestaat door de te realiseren compensatie te bundelen met de bosaanplant die facultatief is opgenomen in het landschapsplan dat hoort bij de aanpassing van de N33. Ook liggen er kansen om de compensatie te combineren met de visie Steendam-Tjuchem, EVZ of de opgave voor bosontwikkeling van de provincie Groningen. Gemeente Midden-Groningen en de provincie Groningen kijken gezamenlijk naar de meest geschikte locatie voor compensatie. Vanuit de gemeente Midden-Groningen en waterschap Hunze en Aa’s is budget beschikbaar gesteld voor de compensatie. Met het voorgaande wordt voldaan aan de vereisten uit artikel 2.47 Omgevingsverordening Groningen. Soortenbescherming Onderzocht is of binnen het plangebied onder de Wnb beschermde soorten voorkomen, en wat de effecten van de geplande werkzaamheden op deze soorten zijn.

Vleermuizen Met de voorgenomen plannen zijn negatieve effecten op vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten. Voor deze soorten geldt, bij aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen, vliegroutes en essentiële foerageergebieden een ontheffingsplicht in het kader van de Wnb. In de oude schietwilg ter hoogte van het adres Afwateringskanaal 16 zijn meerdere spechtengaten aanwezig die mogelijk dienst doen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Daarnaast is vastgesteld dat er aan de rand van het te kappen bos bij Steendam een aantal oude bomen met loshangend schors of holen staat, die als verblijfplaats gebruikt kunnen worden door boombewonende vleermuizen. Nader soortgericht onderzoek conform het vleermuisprotocol is nodig om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen in de betreffende bomen vast te stellen. Wanneer blijkt dat verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten aanwezig zijn, dan dient voor de kap een ontheffing te worden verkregen. Daarnaast maakt de omgeving van de watergangen mogelijk deel uit van het foerageergebied of betreft het een vliegroute van vleermuissoorten.

Hiervoor geldt dat niet tijdens de actieve periode (schermer of ’s nachts van maart tot november) mag worden gewerkt of dat een vleermuisonderzoek moet worden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 en dat wordt aangetoond dat wel in de actieve periode mag worden gewerkt. In september 2019 is een baltsonderzoek uitgevoerd. Bij een oude schietwilg (ter hoogte van het adres Afwateringskanaal 16) is een baltsende ruige dwergvleermuis aangetroffen. Tijdens het veldbezoek in juni 2020 is bij dezelfde boom een aantikkende ruige dwergvleermuis waargenomen. Op basis van deze waarnemingen wordt geconcludeerd dat de holten in de boom als paar-en zomerverblijfplaats voor de ruige dwergvleermuis fungeren. In het najaar van 2020 wordt het onderzoek (uitgevoerd door Altenburg & Wymenga) afgerond. Indien nodig worden mitigerende maatregelen getroffen of wordt gecompenseerd met een ontheffing. Vogels De aanwezige bospercelen, struwelen en oeverzones rondom het plangebied bieden een potentieel geschikt broedbiotoop voor verschillende algemeen voorkomende broedvogelsoorten. Werkzaamheden in het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) kunnen leiden tot verstoring van broedende vogels in en nabij het plangebied. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat opzettelijk verstoren in het broedseizoen (individuen, nesten of eieren) verboden is volgens de Wnb.

Het verkrijgen van ontheffing hiervoor is meestal niet mogelijk. De effecten op vogels en daarmee een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb zijn namelijk gemakkelijk te voorkomen, te weten door in principe drie mogelijkheden: - buiten het broedseizoen werken, dit met risico dat sommige vogels tot in september kunnen broeden;

29 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

-

-

de werkzaamheden vlak voor het broedseizoen inzetten en dan continue doorwerken (werkzaamheden niet langer dan enkele dagen stilleggen), zodat vogels niet gaan broeden in het gebied waar gewerkt wordt; het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt maken voor broedvogels.

Op het bosperceel bij Steendam is een potentieel jaarrond beschermd nest aangetroffen. Er werd in het begin van de broedperiode nog geen verse opbouw op het nest gezien. Echter kan er niet worden uitgesloten dat het nest in gebruik is, omdat sommige jaarrond beschermde soorten later in het jaar starten broeden. Indien de nestboom wordt gekapt, dient te worden onderzocht of het nest een jaarrond beschermde status heeft Hiervoor is onderzoek nodig naar het gebruik van het nest gedurende het broedseizoen. Indien sprake is van de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest in de te kappen boom, dan is voor de velling een ontheffing nodig. Voor het verkrijgen van de ontheffing dient een belang uit de Vogelrichtlijn te worden onderbouwd. Zorgplicht De zorgplicht is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen bij (de start van) werkzaamheden in de broedperiode broedende vogels worden verstoord, of hun nesten worden aangetast. Als dit leidt tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding van deze vogelsoort, is een dergelijk nest strikt beschermd volgens de Wnb.

De broedperiode loopt globaal van half maart tot half augustus. Er is hiervoor geen vrijstelling te verkrijgen in het kader van de Wnb. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten. Conclusie Het aspect natuur leidt (voorlopig) niet tot belemmeringen voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

4.8

Cultuurhistorie en archeologie

De Wet op de archeologische monumentenzorg beschrijft het beleid ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan wordt in de ruimtelijke ordening het behoud van cultuurhistorische en archeologische waarden meegewogen. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Midden-Groningen heeft het onderzoeksgebied een lage verwachting (zie afbeelding 4.9). Hier is vanuit de gemeente geen advies bij weergegeven.

Afbeelding 4.9 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Midden-Groningen (blauw kader: globale ligging plangebied)

30 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Daarnaast valt plangebied onder drie verschillende bestemmingsplannen. In het bestemmingsplan ‘Kleine kernen, partiële herziening 2013’ (oostelijk deel) zijn geen dubbelbestemmingen ter bescherming van eventuele archeologische waarden opgenomen. In de bestemmingsplannen ‘Steendam’ (westelijk deel) en ‘Buitengebied 2012’ (middelste deel) is op delen van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ opgenomen ter bescherming van de eventueel in de bodem aanwezig zijnde archeologische waarden. In april 2019 is door De Steekproef bv een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd1. Dit onderzoek is als bijlage IV opgenomen bij de toelichting. In het plangebied is een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de perioden steentijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. Daarom wordt geadviseerd om voor de zones met een huidige archeologisch dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een booronderzoek (IVO-O) uit te voeren, wanneer de ingrepen de voorwaarden van het bestemmingsplan overschrijden. Dit betreft ingrepen groter dan 200 m2 of dieper dan 45 cm of bij het graven of dempen van watergangen, het permanent verlagen van het waterpeil en bij het graven van sleuven breder dan 50 cm of dieper dan 100 cm. In september 2019 is door De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd2.

Dit onderzoek is als bijlage V opgenomen bij de toelichting. Tijdens dit onderzoek is naar voren gekomen dat de archeologische verwachting, zowel voor resten uit de steentijd, de romeinse tijd als uit de middeleeuwen, naar beneden kan worden bijgesteld. Wel zijn er sterke aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid van een (weggezakte) wierde/terp waarbij het risico bestaat dat deze door graafwerkzaamheden wordt bedreigd. Het advies is om een 4 m brede en 50 m lange proefsleuf te graven op de locatie als aangegeven in afbeelding 4.10, tussen de punten 38 en 42. Dit zal gevolgen hebben voor de te graven sloot op die plaats. Als de wierde/terp worden aangetroffen, moet een definitieve opgraving verricht worden met een goedgekeurd Programma van Eisen, afgegeven door het bevoegde gezag.

Afbeelding 4.10 Uitsnede boorpuntenkaart ten oosten van Steendam (gele stippen geven locaties weer van verkennende boringen, de oranje vierkanten locaties van karterende boringen)

1

De Steekproef bv. (april 2019). Steendam-Tjuchem, Kadeverbetering (Gemeente Midden-Groningen, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek, rapportnummer: 2019-04/11.

2

De Steekproef bv. (september 2019). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase, rapportnummer: 2019-09/14.

31 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Conclusie Ter plaatse van het plangebied is een mogelijke wierde ontdekt. Dit heeft gevolgen voor de te graven sloot op die plaats. Geadviseerd wordt om op die locatie een proefsleuf te graven om uitsluitsel te geven over de mogelijke aanwezigheid. Als deze wierde wordt aangetroffen dient een plan te worden opgemaakt conform een goedgekeurd Programma van Eisen. Indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dient hiervan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 en 5.11.

4.9

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai van inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd. De Wet geluidhinder beschermt woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. Onderhavig bestemmingsplan maakt de aanleg van nieuwe ontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 60 km/uur mogelijk. Bij de aanleg of het wijzigen van een weg moeten de grenswaarden uit de Wet geluidhinder in acht worden genomen. De meest westelijke weg ontsluit de percelen aan de Damsterweg 23, 25 en 27 en het Afwateringskanaal 16 en 18. De nieuwe ontsluitingsweg vanaf de Ooster Zandenweg ontsluit de percelen aan het Afwateringskanaal 1, 4, 6, 8, 10 en 12. Het perceel aan het Afwateringskanaal 2 wordt ontsloten via een eigen erftoegangsweg vanaf de Koopmanslaan. Alle ontsluitingswegen geven alleen toegang tot de voornoemde percelen en zijn doodlopend.

Gezien het feit dat de ontsluiting, met uitzondering van de nieuwe weg vanaf de Ooster Zandenweg, in de huidige situatie reeds op soortgelijke wijze plaatsvindt en het aantal voertuigbewegingen ten opzichte van de huidige situatie niet toeneemt, is er geen dusdanige toename van de geluidbelasting te verwachten dat een onaanvaardbaar woon- en leefomgeving in het plangebied en de directe omgeving ontstaat vanwege een te hoge geluidsbelasting ten gevolge van de ontsluitingswegen. Conclusie Het aspect geluid leidt tot geen belemmeringen voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

4.10

Luchtkwaliteit

Projecten met een verwachte invloed op de luchtkwaliteit dienen te worden getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. De volgende grondslagen zijn voor onderhavig project relevant om aan te tonen dat het voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: - het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (artikel 5.16, 1ste lid, onder a, Wm); - het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (artikel 5.16, 1ste lid, onder c, Wm). In onderhavige situatie worden emissies van de in de Wet milieubeheer opgenomen stoffen NOx, PM10 en PM2,5 verwacht. De grenswaarden voor deze stoffen zijn weergegeven in tabel 4.2.

Tabel 4.2 Grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer

Stof

Criterium

NOx

jaargemiddelde concentratie

40

uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden)

200

jaargemiddelde concentratie

40

PM10

32 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Grenswaarde (µg/m3)

Stof

PM2.5

Criterium

Grenswaarde (µg/m3)

etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden) 1

50

jaargemiddelde concentratie

25

In het Besluit ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Sinds verlening van derogatie door de EU is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwalteit (NSL) in werking getreden en is NIBM gedefinieerd als 3 % van de grenswaarde. De voorgenomen ontwikkeling betreft een kadeverbetering langs het Afwateringskanaal tussen de dorpen Steendam en Tjuchem en de aanleg van nieuwe erftoegangswegen ten behoeve van de ontsluiting van de bestaande percelen aan de Damsterweg en het Afwateringskanaal. Het plan heeft in totaal betrekking op 14 vrijstaande koopwoningen. Op basis van de CROW kunnen gemiddeld per woning (8,2 * 0,9 =) 7,4 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal worden verwacht. In totaal komt dit neer op 104 motorvoertuigbewegingen in het hele plangebied. Uitgaande van de gegeven rekenmethode van het Besluit NIBM, valt de combinatie van de geplande woningbouw ruimschoots onder het 3 % criterium van 1,2 microgram/m3 voor zowel NOx als PM10. Het project draagt derhalve niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien blijkt uit de NSL-monitoringstool dat in 2017 de jaargemiddelde PM10 en NOx concentraties nabij het plangebied lager zijn dan 35 μg/m3.

Het aantal overschrijdingsdagen van PM10 ligt onder de 35 dagen. In de bestaande situatie wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor door voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied. De berekende maximale concentratietoenamen NO x en PM10 zijn lager dan de grens voor NIBM. Het plan voldoet daarmee aan artikel 5.1.6.c (NIBM) en er wordt tevens voldaan aan artikel 5.16.1.a (grenswaarden).

4.11

Bodem

Ingevolge de Wet bodembescherming dient de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit geschikt te zijn voor de gewenste bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit hangen samen met het beoogde gebruik van de gronden. Eisen voor de bestemming wonen zijn anders dan die voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Voor onderhavige bestemmingsplan geldt als uitgangspunt dat de grond geschikt dient te zijn voor een verkeersfunctie en waterkeringsfunctie. Verdachte plekken dienen te worden gesaneerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Waar nodig moeten de saneringsmaatregelen worden aangegeven. Bodem In 2019 is door Witteveen+Bos een vooronderzoek (water)bodem conform NEN 5725 en NEN 5717 uitgevoerd2. Dit onderzoek is bij dit bestemmingsplan opgenomen als bijlage VI. Op basis van het vooronderzoek zijn verdachte en/of verontreinigde locaties in beeld gebracht. Binnen het plangebied betreft het een locatie aan de Damsterweg 2, welke asbestverdacht is, omdat er puin in de bodem is aangetroffen. In het plangebied bevinden zich daarnaast verschillende dammen, puinpaden en slootdempingen. Deze

1

In de praktijk wordt aan deze grenswaarde getoetst op basis van de jaargemiddelde concentratie. Deze mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden, uitgerekend komt dit op een jaargemiddelde concentratie van 31,2 µg/m3 (geen zeezoutcorrectie toegepast).

2

Witteveen+Bos. (17 juni 2019). DO dijkversterking Steendam Tjuchem. Vooronderzoek (waterbodem), referentie: 110010/19-010.041.

33 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

locaties zijn verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging en de aanwezigheid van asbest. In de omgeving van het plangebied bevindt zich nog een aantal verdachte locaties. Wanneer hier grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd, moet (nader) onderzoek worden gedaan en moet rekening gehouden worden met mogelijke saneringskosten. Toepassingseisen en eventueel hergebruik van de gronden worden afgestemd met het bevoegd gezag. In januari 2020 is door Unihorn een asbestonderzoek uitgevoerd conform de NEN 58971. Dit onderzoek is als bijlage VII opgenomen bij de toelichting. Uit dit onderzoek blijkt dat de fundering op de rijbaan Damsterweg West een zeer laag gehalte asbest bevat en dat deze daarom niet kan worden hergebruikt. Waterbodem Door ENVISO is een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 57202. Dit onderzoek is als bijlage VIII bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het verkennend (water)bodemonderzoek is gebleken, dat er uit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen bestaan voor de voorgenomen werkzaamheden ter plaatse. Indien grond/slib van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet.

Aanvullend onderzoek In mei 2020 is door ENVISO een aanvullend waterbodem-, asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5720, NEN 5707 en de NEN 57403. Dit onderzoek is als bijlage IX opgenomen bij de toelichting. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat er uit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen bestaan voor de uit te voeren werkzaamheden, uitgezonderd het puin in dam P01 (net ten oosten van de woonboten bij Steendam) waar asbesthoudend materiaal tot boven de hergebruiksnorm is aangetroffen. Het puinpad wordt gesaneerd. Conclusie De voorgaande resultaten uit de bodemonderzoeken worden overlegd met het bevoegd gezag en indien nodig worden maatregelen genomen conform wet- en regelgeving. Dit staat de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen op grond van dit bestemmingsplan niet in de weg. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het plan.

4.12

Bedrijven en milieuzonering

Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijk ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. In ruimtelijke plannen wordt de situering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van elkaar (milieuzonering) geregeld. In de toelichting bij een bestemmingsplan dient aangegeven te worden op welke wijze aan dat beleid gestalte wordt gegeven. Het aanhouden van afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is in veel gevallen voldoende om overlast te voorkomen. Dit gebeurt door milieuzonering. Daarbij geeft een ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten’ aan welke activiteiten zijn toegelaten en welke afstand tussen bedrijf en gevoelige functie nodig is. Onderhavig bestemmingsplan maakt een kadeverbetering mogelijk en zorgt voor nieuwe ontsluitingsroutes van de percelen aan de Damsterweg en het Afwateringskanaal. Deze functies zijn niet milieuhindergevoelig en dat betekent dat de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven door de voorgenomen ontwikkeling niet

1

Unihorn B.V. (14 januari 2020). Milieutechnisch verhardingsonderzoek en asbestonderzoek, locatie Damsterweg Steendam., Rapport nummer 3905-19302-01-RAP-MOZ-01 v1.0.

2

ENVISO. (10 juli 2019). Verkennend (water)bodemonderzoek. Dammen tussen Steendam en Tjuchem, projectnummer: EN05117.

3

ENVISO. (26 mei 2020). Aanvullend waterbodem, asbest & bodemonderzoek kadeverbetering tussen Steendam en Tjuchem, projectnummer: EN05364.

34 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

wordt belemmerd. Daarnaast zorgen de nieuwe functies niet voor een toename van milieuhinder ter plaatse van omliggende gevoelige functies. Conclusie De aanwezige bedrijven ondervinden geen hinder van de te realiseren plannen. De aanwezigheid van de bedrijven staat de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. In het kader van bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.13

Externe veiligheid

In 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van kracht geworden. Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee risico’s, te weten het plaatsgebonden- en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Afbeelding 4.11 Externe veiligheidsrisico’s rondom het plangebied (blauwe aanduiding) op basis van risicokaart.nl

In afbeelding 4.11 is een uitsnede van de Risicokaart opgenomen. In en nabij het plangebied bevindt zich een groot aantal risicovolle inrichtingen en transportroutes. Het plangebied wordt doorkruist door de autoweg N33 Siddeburen-Eemshaven. Ten westen van deze weg ligt een NAM-leiding. Ten oosten ervan liggen enkele aardgasleidingen. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een cluster risicovolle inrichtingen. Aan de Ooster Zandenweg 10 bevinden zich Tjuchem-Noord OV en Tjuchem-Zuid OV, gericht op de verlading van aardolie en aardgas. Aan de Ooster Zandenweg 7 en Geerlandweg 1 bevinden zich procesinstallatie ten behoeve van de aardolie- en aardgaswinning. Ten noordwesten van het plangebied ligt, op ruim 3 km afstand, een binnenvaarroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

35 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Gezien het feit dat onderhavig bestemmingsplan geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maakt waar mensen verblijven en de doorlopende functie van de weg langs het kanaal wordt opgeheven waardoor de verwachting is dat er minder mensen in het gebied zullen zijn, levert de aanwezigheid van de risicovolle inrichtingen en transportroutes geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkelingen. Dubbelbestemmingen ter bescherming van de leidingen die deel uit maken van de bestaande hoofdtransportstructuur worden in onderhavig bestemmingsplan overgenomen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied. Het plan leidt niet tot een verandering van het groepsrisico en er vindt geen overschrijding plaats van de geldende norm van het plaatsgebonden risico.

4.14

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Ook moet rond dergelijke leidingen en verbindingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in drie typen: 1 buisleidingen met een externe veiligheidszone; 2 bovengrondse hoogspanningslijnen; 3 overige leidingen. De eerste twee type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Voorbeelden van planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: - gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; - aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; - defensiebrandstoffen; - warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Voor elk van de drie typen leidingen en verbindingen is het wettelijk gezien anders geregeld: 1 voor buisleidingen geldt een wettelijke verplichting. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang; 2 voor bovengrondse hoogspanningsleidingen geldt een advies van het Rijk.

Hoe omgegaan moet worden met bovengrondse hoogspanningslijnen bij ruimtelijke plannen heeft het rijk aangegeven in haar ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ uit 2005 met kenmerk SAS/2005183118; 3 voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Gewone nutsleidingen zijn meestal niet relevant. Maar voor sommige leidingen is het toch wenselijk deze in het bestemmingsplan op te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze van groot maatschappelijk belang zijn en er grote problemen ontstaan als de leiding niet meer werkt. Bij het kadaster is informatie opgevraagd over de kabels en leidingen in en nabij het plangebied. Op basis van deze KLIC melding is op te maken welke kabels en leidingen aanwezig zijn in het gebied, wat de functie is van deze kabels en leidingen en wie de eigenaar is. Uit de oriëntatiemelding is naar voren gekomen dat in het plangebied een groot aantal kabels en leidingen aanwezig is. Het uitgangspunt van het projectontwerp is dat de kabels en leidingen niet zorgen voor een vermindering van de waterveiligheid. Dit geldt zowel voor de normale gebruikssituatie als ook voor calamiteitsituaties, zoals het ontstaan van schade aan een leiding of een explosie. Het waterschap heeft hiervoor de NEN3651:2020 als kaderstelling bepaald. Alle kruisingen van kabels en leidingen met de kade dienen te voldoen aan deze NEN-norm.

Ten behoeve van de uitvoering van de plannen vindt nadere afstemming plaats tussen het Waterschap Hunze en Aa’s en de verantwoordelijke netbeheerders.

36 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het plan. Over eventuele verlegging van kabels en leidingen vindt nauwe afstemming plaats tussen het waterschap en de netbeheerders.

4.15

Niet-gesprongen explosieven

Na de Tweede Wereldoorlog zijn op diverse plekken in Nederland niet-gesprongen explosieven (verder NGE genoemd) achtergebleven. Deze NGE’s vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd, zoals graven. Voorafgaand aan deze bodemroerende werkzaamheden dient de aanwezigheid van deze NGE’s uitgesloten te worden of dienen eventuele NGE’s verwijderd te worden. In november 2019 is door BeoBom in het plangebied een onderzoek uitgevoerd naar NGE’s1. Het onderzoeksrapport en de bijbehorende notitie zijn opgenomen als bijlage X bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het plangebied niet verdacht is op NGE, met uitzondering van de bruggen bij de kernen Steendam en Tjuchem. Deze bruggen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield. Doordat eventuele restanten van springstof al meer dan 70 jaar in het water hebben gelegen en restanten chemisch ontleed zijn en/of niet meer aanwezig zijn door bouwwerkzaamheden rondom de walkant in de afgelopen 70 jaar, is de kans op gevaar echter niet meer aannemelijk. Het gehele onderzoeksgebied is daarmee volledig vrijgegeven voor NGE, inclusief de twee bruggen.

Op 23 januari 2020 is door Leemans Speciaalwerken B.V hierop per e-mail een aanvulling gedaan en aangegeven dat de voornoemde conclusie ook geldt ter plaatse van de nieuwe ontsluiting voor het agrarische perceel bij Steendam.

Afbeelding 4.12 CE bodembelastingkaart traject Steendam - Tjuchem

Conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. 1

Witteveen+Bos. (22 november 2019). Conclusie vooronderzoek niet gesprongen explosieven, referentie: 110010/19-019.066.

37 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

5 JURIDISCHE PLANOPZET 5.1

Het juridische systeem

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor de kadeverbetering langs het Afwateringskanaal tussen Steendam en Tjuchem en nieuwe ontsluiting van de percelen aan de Damsterweg en het Afwateringskanaal. Het is een plan op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. De bestemmingsregels zijn opgemaakt in een vaste indeling en bevatten in principe voor elke bestemming achtereenvolgens: een bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, ontheffing van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, ontheffing van de gebruiksregels, en waar nodig een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Voor wat betreft de regels is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels uit het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan.

De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Groen De bestemming Groen voorziet in een bestemmingsregeling voor openbaar groen. Hieronder vallen onder andere openbare groenelementen als plantsoenen, brede wegbermen en bossingels die bijdragen aan de bovenwijkse groenstructuur. Hierbinnen wordt het ook mogelijk gemaakt om water aan te leggen en verhardingen, additionele voorzieningen en nutsvoorzieningen te realiseren. Ook is de bestemming Groen bedoeld voor voorzieningen ten behoeve van de waterveiligheid. Hieronder valt bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van de waterkering. Verkeer De bestemming Verkeer is gericht op de verblijfsfunctie en secundair op de verkeersfunctie. Deze gronden hebben in principe een multifunctioneel karakter waarbij de inrichting gericht is op woonstraten, pleinen, fiets- en voetpaden, speel- en parkeervoorzieningen en daarnaast ook groen en water. De ontsluitingswegen van de percelen aan de Damsterweg en het Afwateringskanaal zijn bestemd als ‘Verkeer’. Leiding - Gas Ter bescherming van de aardgastransportleidingen is deze dubbelbestemming opgenomen. Binnen de vrijwaringszone van deze leidingen mogen gronden niet in gebruik zijn op een manier die strijdig is met het beheer van de leidingen. Ter plaatse mogen geen bouwwerken worden opgericht en mag geen bewerking

38 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

van de bodem plaatsvinden, tenzij die uitgezonderd is van de vergunningplicht voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden. Leiding - Hoogspanning Ter bescherming van ondergrondse hoogspanningsleidingen is deze dubbelbestemming opgenomen. Binnen de belemmerende strook van deze leiding mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder schriftelijke toestemming van TenneT. Daarnaast zijn er ook regels opgesteld voor (het beperken van) bouwen. Leiding - Hoogspanningsverbinding Ter bescherming van bovengrondse hoogspanningsleidingen is deze dubbelbestemming opgenomen. Binnen de belemmerende strook van deze leiding mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder schriftelijke toestemming van TenneT. Daarnaast zijn er ook regels opgesteld voor (het beperken van) bouwen. Leiding - Riool Deze dubbelbestemming regelt de bescherming van aanwezige rioolpersleidingen. Bouwen hierbinnen is alleen mogelijk na toepassing van de afwijkingsregels. Waarde - Archeologie Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, die deel uitmaakt van Monumentenwet, moeten archeologische (verwachtings)waarden worden gewaarborgd in het bestemmingsplan. In onderhavig bestemmingsplan zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’ opgenomen. Dit betreffen gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

Bouwwerken en werken of bepaalde werkzaamheden met een oppervlakte groter dan respectievelijk 100 m² en 200 m² zijn verbonden aan een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Waarde - Landschap De verschillende landschappelijke elementen die in het buitengebied van Midden-Groningen aanwezig zijn, zijn opgenomen onder de bestemming ‘Waarde - Landschap’. Uitgangspunt van de dubbelbestemming is het beschermen, in stand houden en verbeteren van de landschappelijke waarden. Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming wordt gebruikt ter bescherming van de waterkering. Bouwwerken mogen alleen worden opgericht indien de belangen in verband met de betreffende waterkering zich hier niet tegen verzetten.

39 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

6 UITVOERBAARHEID Wettelijk bestaat volgens artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Onderhavig plan wordt in samenwerking uitgevoerd door het Waterschap Hunze en Aa’s en de gemeente Midden-Groningen. De gemeente Midden-Groningen is verantwoordelijk voor de infrastructuur en het Waterschap Hunze en Aa’s voor de kadeverbetering.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Het Waterschap Hunze en Aa’s heeft met omwonenden en aanliggende eigenaren in het plangebied nauwkeurig gekeken naar mogelijk alternatieve ontsluitingen van de percelen aan de Damsterweg en het Afwateringskanaal. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij was dat de fietsverbinding tussen Steendam en Tjuchem kon worden gehandhaafd en dat de percelen goed bereikbaar moesten blijven. Ten behoeve van de planuitwerking is een intensief participatietraject doorlopen met omwonenden en aanliggende eigenaren. Op 19 maart 2019 en 1 juli 2019 hebben de bewoners tijdens omwonendenavonden in respectievelijk Siddeburen en Steendam mogen meedenken, -praten en -ontwerpen. In de eerste maanden van 2020 zijn daarna met individuele perceeleigenaren keukentafelgesprekken gehouden om detailafspraken te maken over de aansluiting van percelen op de nieuwe kade. Deze werkwijze heeft geresulteerd in een definitief ontwerp waarvoor draagvlak bestaat bij zowel aanwonenden, omwonenden als belanghebbende organisaties zoals Staatsbosbeheer en de provincie Groningen. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1. van het Bro wordt bij de voorbereiding van het bestemmingsplan in ieder geval overleg gepleegd met het waterschap en provincie. Reacties uit het vooroverleg worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 17 september 2020 tot en met woensdag 28 oktober 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken. Hiervan is vooraf openbare kennisgeving gedaan, op de in de gemeente gebruikelijke wijze in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. De stukken zijn gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl en via de gemeentelijke website.

40 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Vaststelling Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn verwerkt in de zienswijzennota1 welke als bijlage XI bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd: Ondergrondse hoogspanningsverbinding Op het ontwerpbestemmingsplan is één reactie ingediend ten aanzien van het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsverbinding’. Hierin is aangegeven dat de ondergrondse 110 kV hoogspanningsleiding Slochteren Zuidolinger Polder - Slochteren Tjuchem ontbreekt in het bestemmingsplan. Als gevolg van de zienswijze is het bestemmingsplan hierop aangepast. De ondergrondse verbinding is toegevoegd aan de toelichting in paragraaf 4.3 en opgenomen als ‘Leiding - Hoogspanning’ in de regels en op de verbeelding. Bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland Op het ontwerpbestemmingsplan is één reactie ingediend ten aanzien van het onderwerp ‘Bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland’. Hierin is aangegeven dat in de quickscan flora en fauna onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd wat precies de effecten zijn van de ingreep in het plangebied op het bos- en natuurgebied in termen van areaal, samenhang en verlies aan actuele natuurwaarden.

Daarnaast wordt verzocht om in te gaan op de vraag of de voorgenomen ontwikkeling van groot openbaar belang is of kleinschalig van aard is, of deze ook buiten de aangewezen bos- en natuurgebieden kan worden gerealiseerd en hoe negatieve effecten en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Als gevolg van de zienswijze is een oplegnotitie flora en fauna opgesteld. Deze is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. In paragraaf 4.7 van de toelichting zijn de resultaten van de oplegnotitie opgenomen. Ambtelijke wijzigingen Het wegontwerp is op één punt aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Het betreft een verschuiving van de afrit nabij Steendam. Deze is circa 20 meter naar het oosten verschoven. Als gevolg hiervan is afbeelding 4.1 aangepast en is de bestemming ‘Verkeer’ op de verbeelding aangepast. Het bestemmingsplan is op 4 maart 2021 vastgesteld.

1

Witteveen+Bos (10 december 2020). Nota van Beantwoording Zienswijzen, referentienummer 110010/20-018.917.

41 | 41

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Definitief 06

Bijlage(n)

I BIJLAGE: VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage I | Definitief 06

II BIJLAGE: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage II | Definitief 06

III BIJLAGE: OPLEGNOTITIE QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage III | Definitief 06

IV BIJLAGE: ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage IV | Definitief 06

V BIJLAGE: INVENTARISEREND ARCHEOLOGISCH VELDONDERZOEK

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage V | Definitief 06

VI BIJLAGE: VOORONDERZOEK (WATER)BODEM

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage VI | Definitief 06

VII BIJLAGE: MILIEUTECHNISCH VERHARDINGSONDERZOEK EN ASBESTONDERZOEK

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage VII | Definitief 06

VIII BIJLAGE: VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage VIII | Definitief 06

IX BIJLAGE: AANVULLEND WATERBODEM-, ASBEST- EN BODEMONDERZOEK

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage IX | Definitief 06

X BIJLAGE: ONDERZOEK NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage X | Definitief 06

XI BIJLAGE: ZIENSWIJZENNOTA

Witteveen+Bos | 110010/21-000.163 | Bijlage XI | Definitief 06

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12872853/1