06. Overzicht wijzigingen verordeningen en nadere regels Jeugdhulp en Wmo 2025
Tekst van het document
Was / Wordt
1. Jeugd verordening Artikel 1
Was a. algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders; b. cliëntondersteuner: persoon die jeugdige en/of ouder(s) op hun verzoek ondersteunt bij het gehele proces van hulpvraag tot hulpverlening; c. eigen kracht: de feitelijke eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jeugdige en/of ouders om problemen op te lossen of het hoofd te bieden, al dan niet met behulp van het sociaal netwerk; d. hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet; e. individuele voorziening: op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden jeugdhulp die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt; f. persoonsgebonden budget (pgb): het door het college verstrekte budget dat een jeugdige of ouder(s) in staat stelt een individuele voorziening
Wordt a. algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders; b. cliëntondersteuner: persoon die jeugdige en/of ouder(s) op hun verzoek ondersteunt bij het gehele proces van hulpvraag tot hulpverlening; c. draagkracht: de dagelijkse hulp bij persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf aan de jeugdige kunnen bieden. d. draaglast: de dagelijkse hulp bij persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf die de jeugdige nodig heeft. e. eigen kracht: de draagkracht samen met hulp die personen die tot de sociale omgeving van de ouders behoren kunnen bieden en beschikbare voorliggende voorzieningen; f. hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet;
Motivatie Het begrip eigen kracht is verwijderd en vervangen door draagkracht en draaglast ivm toevoeging van een nieuw artikel (art 6) over draagkracht en draaglast nav uitspraken CRvB.
op grond van de Jeugdwet bij derden in te kopen, zoals bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; g. plan: het document waarin het onderzoek en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd; h. voorliggende voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, onder meer op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, waar recht op is voorafgaand aan een voorziening op grond van de Jeugdwet; i. sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhoudt; j. wet: de Jeugdwet.
1
5.3, 10.2, 15,1c
g. plan: het document waarin het onderzoek en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd;
Plan
g. individuele voorziening: op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden jeugdhulp die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt; h. onderzoeksverslag: het document waarin het onderzoek en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd; i. persoonsgebonden budget (pgb): het door het college verstrekte budget dat een jeugdige of ouder(s) in staat stelt een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet bij derden in te kopen, zoals bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; j. voorliggende voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, onder meer op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, waar recht op is voorafgaand aan een voorziening op grond van de Jeugdwet; k. sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhoudt; l. wet: de Jeugdwet. h. onderzoeksverslag: het document waarin het onderzoek en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd;
Onderzoeksverslag
Het begrip plan is veranderd in onderzoeksverslag. Hierdoor sluit de verordening aan bij de gebruikte definities in de uitvoering en X-works. Het begrip plan is veranderd in onderzoeksverslag. Hierdoor sluit de verordening aan bij de gebruikte definities in de uitvoering en X-works.
6
-
Artikel 6. Draagkracht, draaglast en eigen kracht 1. Als de draagkracht voldoende is om de draaglast te dragen kent het college geen maatwerkvoorziening toe. 2. Als de draaglast groter is dan de draagkracht bepaalt het college in haar onderzoek de balans tussen draaglast en eigen kracht. 3. Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen eigen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. 4. In kortdurende situaties neemt het college aan dat eigen draagkracht en draaglast in balans zijn en wordt vanuit eigen kracht
Artikel 6 is toegevoegd. Het gaat om een artikel over draagkracht en draaglast. De CRvB stelde onlangs in 3 uitspraken dat er in de gemeentelijke verordening een hoofdrichting moet worden opgenomen over hoe om te gaan met de voorwaarde ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. De gemeenteraad mag dit niet delegeren aan het college. We hebben een artikel over draagkracht en draaglast in de verordening opgenomen en deze verder uitgewerkt in de nadere regels.
volledig voorzien in hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet mag worden verwacht. In langdurende situaties wordt vanuit eigen kracht volledig voorzien in bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en eigen kracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet worden verwacht. 5. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke hulp, zowel in kortdurende als langdurende situaties. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen kracht en draaglast en de uitwerking daarvan. 7 t/m 30
6 t/m 30
7 t/m 32
8
-
Artikel 8. Identificatie Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 5 stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s)
Vanwege toevoeging van een nieuw artikel 6 en 8, zijn alle opeenvolgende artikelen 1 plek of 2 plekken doorgeschoven Artikel 8 is toegevoegd. We hebben in het nieuwe regiesysteem X-works opgenomen dat casemanagers
vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
13
Artikel 11. Beschikking 1. Als de jeugdige en/of ouder(s) verzoeken om een beschikking, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. 2. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt ook aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is, en c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 4. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt altijd een
Artikel 13. Beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt ook aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is, en c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
jeugdige en ouders identificeren. Daarom is er weer een artikel aan de verordening toegevoegd rondom identificatie. Het eerste lid verwijderd. Vanaf 1 januari 2024 worden er ook beschikkingen afgegeven voor ZIN, ipv alleen voor pgb of als ouders om een beschikking vragen. Dit naar aanleiding van een rechtszaak in drie gemeenten die ook beschikkingsarm werkten. Naar aanleiding hiervan is er door het ministerie van VWS een brief opgesteld waarin oa wordt aangegeven dat beschikkingsarm werken in strijd is met de Awb. De VNG spreekt zich niet uit tegen beschikkingsarrm werken. Toch kiezen wij ervoor om vanaf 1 januari 2025 ook beschikkingen te verstrekken voor ZIN jeugdhulp. Verder nog enkele tekstuele aanpassingen nav het verwijderen van het oorspronkelijke 1e lid.
beschikking afgegeven, waar in ieder geval in wordt vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 20
Artikel 18. Zak- en kleedgeldregeling 1. Het college stelt ten behoeve van de jeugdige op wie een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is, waarbij het voor de voogd waar de jeugdige onder toezicht staat, blijkt dat het duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet. De bijdrage wordt uitbetaald aan de voogd van de jeugdige of de instelling waar de jeugdige verblijft mits de jeugdhulpinstelling aantoont dat zij zelf voldoende heeft
c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Artikel 20. Zak- en kleedgeldregeling 1. Het college stelt ten behoeve van de jeugdige die ten minste gedurende een maand in een accommodatie voor jeugdhulp verblijft, niet zijnde pleegzorg, waarbij het voor de jeugdige duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan de tarieven zak- en kleedgeld van het NIBUD. De bijdrage wordt uitbetaald aan de jeugdhulpaanbieder waar de jeugdige verblijft mits de jeugdhulpinstelling aantoont dat zij zelf voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht.
Aangepast naar de huidige richtlijnen en werkwijze. Voorheen alleen voor jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel, waarbij het bedrag in lijn met de bedragen kinderbijslag waren. In 2024 is afgesproken dat de vergoeding geldt voor alle jeugdigen die minimaal een maand ergens bij een aanbieder verblijven en voldoen aan de criteria. Daarnaast is het bedrag gebaseerd op de NIBUD norm zak- en kleedgeld.
getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht. 2. Ter onderbouwing van de aanspraak uit het eerste lid overlegt de gecertificeerde instelling een dossier waaruit blijkt dat tenminste één schriftelijke aanschrijving is gedaan, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan en de ouders van de jeugdige zijn vertrokken onbekend waarheen, of dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden, of dat de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens- en vermogenssituatie.
2. Ter onderbouwing van de aanspraak uit het eerste lid overlegt de verwijzer een dossier waaruit blijkt dat tenminste één schriftelijke aanschrijving is gedaan, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan of de ouders van de jeugdige zijn vertrokken onbekend waarheen, of dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden, of dat de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens- en vermogenssituatie.
2. Jeugd nadere regels Artikel 1
6
Was
Wordt
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1. In deze Nadere regels wordt verstaan onder: a. eigen kracht: de feitelijke eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jeugdige en/of ouders om problemen op te lossen of het hoofd te bieden; b. verordening: verordening Jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2024; c. wet: Jeugdwet; d. Wlz: Wet langdurige zorg; e. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; f. Zvw: Zorgverzekeringswet.
2. In deze Nadere regels wordt verstaan onder: a. draagkracht: de dagelijkse hulp bij persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf aan de jeugdige kunnen bieden; b. draaglast: de dagelijkse hulp bij persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf die de jeugdige nodig heeft; c. eigen kracht: de draagkracht samen met hulp die personen die tot de sociale omgeving van de ouders behoren kunnen bieden en beschikbare voorliggende voorzieningen; d. verordening: verordening Jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2024; e. wet: Jeugdwet; f. Wlz: Wet langdurige zorg; g. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h. Zvw: Zorgverzekeringswet
Artikel 6. Eigen kracht
Artikel 6. Draagkracht en draaglast
1. Het uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en jeugdigen ligt en dat jeugdigen en/of ouders op eigen kracht problemen oplossen, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit niet mogelijk is.
1. Het uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en jeugdigen ligt en dat jeugdigen en/of ouders op eigen kracht problemen oplossen, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit niet mogelijk is.
Motivatie Definitie eigen kracht vervangen door definitie draagkracht en draaglast, in overeenstemming met verordening
Eigen kracht vervangen door draagkracht en draaglast, zodat het in overeenstemming is met het nieuwe artikel 6
7
2. Van ouders wordt verwacht dat zij hun minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking waardoor de benodigde zorg meer is dan bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. 3. Het college is alleen gehouden een individuele voorziening te treffen als de jeugdige en ouder(s) er niet op eigen kracht uitkomen, doordat de benodigde hulp de eigen draagkracht overstijgt, er geen mogelijkheden zijn in het sociale netwerk, algemene/voorliggende voorzieningen of aanvullende verzekeringen niet beschikbaar zijn of dat er financiële problemen ontstaan bij gebruikmaking van eigen kracht.
2. Van ouders wordt verwacht dat zij hun minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking waardoor de benodigde zorg meer is dan bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. 3. Het college is alleen gehouden een individuele voorziening te treffen als de jeugdige en ouder(s) er niet op eigen kracht uitkomen, doordat de benodigde hulp de eigen draagkracht overstijgt, er geen mogelijkheden zijn in het sociale netwerk, algemene/voorliggende voorzieningen of aanvullende verzekeringen niet beschikbaar zijn of dat er financiële problemen ontstaan bij gebruikmaking van eigen kracht.
uit de verordening.
Artikel 7. Het onderzoek naar eigen kracht
Artikel 7. Het onderzoek naar draagkracht en draaglast
Eigen kracht vervangen door draagkracht en draaglast, zodat het in overeenstemming is met het nieuwe artikel 6 uit de verordening.
1. Het onderzoek naar de eigen kracht van jeugdige en/of ouders is onderdeel van het algemene onderzoek naar de hulpvraag van jeugdige en/of ouders, zoals genoemd in artikel 5 van de verordening. 2. Het onderzoek naar de eigen kracht van jeugdige en/of ouders richt zich op twee aspecten: a. wat mag redelijkerwijs van de jeugdige en/of ouder(s) verwacht worden, en; b. is de ouder hiertoe ook daadwerkelijk in staat? i. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? ii. Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? iii. Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
3. Het onderzoek naar de draagkracht en draaglast van jeugdige en/of ouders is onderdeel van het algemene onderzoek naar de hulpvraag van jeugdige en/of ouders, zoals genoemd in artikel 5 van de verordening. 4. Het onderzoek naar de draagkracht en draaglast van jeugdige en/of ouders richt zich op twee aspecten: a. wat mag redelijkerwijs van de jeugdige en/of ouder(s) verwacht worden, en; b. is de ouder hiertoe ook daadwerkelijk in staat? i. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? ii. Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? iii. Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?
iv. Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden? 8
iv. Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?
Artikel 8. Afwegingskader eigen kracht
Artikel 8. Afwegingskader draagkracht en draaglast
1. Om vast te stellen welke hulp van ouders verwacht mag worden op basis van eigen kracht, betrekt het college de volgende factoren: a. leeftijd van de jeugdige; b. aard van de hulp; c. frequentie en patroon van de hulp; d. tijdsomvang van de hulp. 2. Het college moet vaststellen of degene waarvan oplossingen vanuit eigen kracht wordt verwacht: a. in staat is om de jeugdige noodzakelijke hulp te bieden; b. beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te verlenen; i. in het geval van belemmeringen in de beschikbaarheid van ouders kan een kortdurende voorziening worden geboden om de gelegenheid te bieden de beschikbaarheid aan de ontstane situatie aan te passen; c. niet overbelast dreigt te raken door het bieden van de noodzakelijke hulp; i. indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan er een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp dat niet geboden kan worden op basis van eigen kracht;
6. Om vast te stellen welke hulp van ouders verwacht mag worden op basis van eigen kracht, betrekt het college de volgende factoren: a. leeftijd van de jeugdige; b. aard van de hulp; c. frequentie en patroon van de hulp; d. tijdsomvang van de hulp. 7. Het college moet vaststellen of degene waarvan oplossingen vanuit eigen kracht wordt verwacht: a. in staat is om de jeugdige noodzakelijke hulp te bieden; b. beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te verlenen; i. in het geval van belemmeringen in de beschikbaarheid van ouders kan een kortdurende voorziening worden geboden om de gelegenheid te bieden de beschikbaarheid aan de ontstane situatie aan te passen; c. niet overbelast dreigt te raken door het bieden van de noodzakelijke hulp; i. indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan er een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp dat niet geboden kan worden op basis van eigen kracht;
Eigen kracht vervangen door draagkracht en draaglast, zodat het in overeenstemming is met het nieuwe artikel 6 uit de verordening.
ii. de inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan; iii. er moet een causaal verband zijn tussen de overbelasting en de hulp die iemand aan een jeugdige biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk; iv. wanneer de geldigheidsduur van de indicatie is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen; d. niet in de financiële problemen komt door het bieden van de hulp; i. het gezinsinkomen moet toereikend blijven, ongeacht het bieden van de hulp. Indien een ouder minder gaat werken om zelf hulp te bieden, betekent dit niet dat een eventuele daarmee gepaard gaande financiële teruggang gecompenseerd moet worden door een individuele voorziening;
ii. de inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan; iii. er moet een causaal verband zijn tussen de overbelasting en de hulp die iemand aan een jeugdige biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk; iv. wanneer de geldigheidsduur van de indicatie is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen; d. niet in de financiële problemen komt door het bieden van de hulp; i. het gezinsinkomen moet toereikend blijven, ongeacht het bieden van de hulp. Indien een ouder minder gaat werken om zelf hulp te bieden, betekent dit niet dat een eventuele daarmee gepaard gaande financiële teruggang gecompenseerd moet worden door een individuele voorziening;
12.5
ii. de ouder moet geen gedwongen keus maken tussen het verlenen van de jeugdhulp of het verkrijgen van een inkomen; iii. indien ouder(s) stellen dat hun gezinsinkomen niet meer toereikend is doordat zij zelf hulp moeten leveren, kan dit aangetoond worden door middel van een draagkrachtberekening met behulp van de rekentool van het NIBUD, te raadplegen via https://persoonlijkbudgetadvies.nibud.nl. 3. De genoemde factoren moeten telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. 4. Er is sprake van voldoende eigen kracht als er door het zelf verlenen van jeugdhulp door de ouder geen (onoplosbare) problemen ontstaan op één van de gebieden zoals benoemd in lid 2. 5. Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de eigen kracht, wordt op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige op eigen kracht geboden kan worden en dat zich geen andere in deze nadere regels opgenomen omstandigheid voordoet waardoor het college desondanks een voorziening verstrekt.
ii. de ouder moet geen gedwongen keus maken tussen het verlenen van de jeugdhulp of het verkrijgen van een inkomen; iii. indien ouder(s) stellen dat hun gezinsinkomen niet meer toereikend is doordat zij zelf hulp moeten leveren, kan dit aangetoond worden door middel van een draagkrachtberekening met behulp van de rekentool van het NIBUD, te raadplegen via https://persoonlijkbudgetadvies.nibud.nl. 8. De genoemde factoren moeten telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin. 9. Er is sprake van voldoende draagkracht als er door het zelf verlenen van jeugdhulp door de ouder geen (onoplosbare) problemen ontstaan op één van de gebieden zoals benoemd in lid 2. 10. Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de eigen kracht, wordt op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige op eigen kracht geboden kan worden en dat zich geen andere in deze nadere regels opgenomen omstandigheid voordoet waardoor het college desondanks een voorziening verstrekt.
Artikel 12. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs
Artikel 12. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs
Artikel verduidelijkt.
5. Indien er onduidelijkheid is over de verantwoordelijke wettelijke bepaling bij een hulpvraag op het snijvlak van de Wet passend onderwijs en de Jeugdwet, wordt er een gezinsplan opgesteld door jeugdige, ouders, school, JGZ en een casemanager jeugd van het sociaal team conform vastgestelde werkwijze.
5. Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een inspanningsverplichting om in samenwerking met het onderwijs een gezamenlijk plan op te stellen en indien nodig de casus in te brengen bij het stagnatiepunt, om zo tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag conform de vastgestelde werkwijze.
3. Wmo verordening Artikel 1
Was 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; c. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; d. formele ondersteuning: hulp die tot een maatwerkvoorziening behoort en die wordt bekostigd vanuit een pgb en wordt verleend op basis van een door het college goedgekeurde overeenkomst met een derde. Als deze derde een natuurlijk persoon is moet bovendien sprake zijn van een hulpverlenend beroep;
Wordt 2. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau; b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; c. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; d. Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. e. formele ondersteuning: hulp die tot een maatwerkvoorziening behoort en die wordt bekostigd vanuit een pgb en wordt verleend op basis van een
Motivatie In 2.a is de financiële draagkracht toegevoegd aan de begripsbepaling. Daarnaast zijn het begrip eigen kracht toegevoegd.
e. formeel tarief: tarief voor formele ondersteuning; f. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; g. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; h. informele ondersteuning: ondersteuning, ingekocht met een pgb, die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; i. informeel tarief: tarief voor informele ondersteuning; j. melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; 2.3.2) de plicht cliëntondersteuning gratis beschikbaar te stellen voor inwoners. k. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; l. sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt; m. vog: verklaring omtrent gedrag n. voorliggende voorziening: algemeen gebruikelijke voorziening of andere voorziening waarmee aan
door het college goedgekeurde overeenkomst met een derde. Als deze derde een natuurlijk persoon is moet er bovendien sprake zijn van een hulpverlenend beroep; f. formeel tarief: tarief voor formele ondersteuning; g. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; h. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; i. informele ondersteuning: ondersteuning, ingekocht met een pgb, die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; j. informeel tarief: tarief voor informele ondersteuning; k. melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; l. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; m. sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt; n. vog: verklaring omtrent gedrag
de hulpvraag tegemoet wordt gekomen; o. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 4
1.
In aansluiting op de artikelen 1.2.1, onder a. en 2.3.5 lid 3 van de wet wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt voor zover de cliënt de problematiek waarvoor in het gegeven geval een maatwerkvoorziening wordt aangevraagd, kan verminderen of wegnemen: a.
door gebruik te maken van zijn eigen kracht;
b.
met gebruikelijke hulp van huisgenoten;
c.
met mantelzorg of hulp van anderen uit zijn sociale netwerk;
d.
door gebruik te maken van algemene voorzieningen;
e.
door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten.
2. a.
Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4. onder b. van de wet beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 beschikbaar is.
b.
Huisgenoten van de cliënt zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die
Toegevoegd naar aanleiding van uitspraken van het crvb
redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder a. genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de wet. 3.
Bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid, onder a. wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met: a.
de samenstelling van de leefeenheid van de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten;
b.
de aard van de relatie tussen de cliënt en diens huisgenoten;
c.
de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt;
d.
de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de cliënt bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
e.
de mate waarin en de wijze waarop de cliënt voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van
invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de cliënt hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving
5
. Advisering, informatieplicht en medewerking aan de beoordeling 1. Het college vraagt een daartoe door hem aangewezen adviseur om advies, indien dat advies naar het oordeel van het college nodig is voor een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek; 2. De adviseur moet, afhankelijk van de vereisten van het in lid 1 bedoelde onderzoek, aantoonbaar beschikken over: a. Sociaal-medische kennis op het niveau van een arts; b. Ergonomische kennis; c. Bouwkundige/technische kennis; d. Gedragswetenschappelijke kennis. 3. De inwoner met beperking die een melding heeft gedaan of voor wie dat is gedaan dan wel een aanvraag heeft ingediend of aan wie een voorziening is toegekend, is verplicht om aan het college desgevraagd medewerking te verlenen die redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de wet, de verordening en deze nadere regels. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. het voldoen aan een oproep om op een aangegeven tijdstip en plaats te verschijnen, dan wel iemand op een
Verplaatst uit de nadere regels. Lid 1 en 2 zijn ter verheldering uitgebreid.
van tevoren aangegeven moment toegang tot zijn woning te verlenen; b. het meewerken aan een onderzoek door één of meer door het college aangewezen deskundigen, daaronder zo nodig begrepen een lichamelijk of andersoortig onderzoek om de belemmeringen te kunnen vaststellen; 2. De inwoner met beperking die een aanvraag heeft ingediend of aan wie een voorziening is toegekend, is verplicht om op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening, dan wel op de aard, de hoogte of de duur daarvan.
5 t/m 31 7.4 9.3
Artikel 4 tot en met 18 kwaliteitskader Onverlet het bepaalde in de vorige twee leden wordt een pgb-beheerder alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te kunnen voeren, indien de pgb-beheerder: a. niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht; b. er geen sprake is van een (financiële) relatie tussen de pgb-beheerder en de pgb-aanbieder;
Artikel 6 tot en met 20 kwaliteitskader 2024 Onverlet het bepaalde in de vorige twee leden wordt een pgb-beheerder alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te kunnen voeren, indien : e. de pgb-beheerder niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht; f. er geen sprake is van een (financiële) relatie tussen de pgb-beheerder en de pgb-aanbieder;
redactioneel
c. in voldoende nabijheid is in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; d. een inwoner kan maximaal twee keer een pgb-beheerder aandragen. Als dit niet leidt tot een geschikte pgbbeheerder, dan wordt het financieren van een individuele voorziening door middel van een pgb afgewezen.
g. de pgb-beheerder in voldoende nabijheid is in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; h. een inwoner niet vaker dan twee keer een pgb-beheerder heeft aangedragen. Als dit niet leidt tot een geschikte pgb-beheerder, dan wordt het financieren van een individuele voorziening door middel van een pgb afgewezen.
12.1
Het college stelt afzonderlijke formele pgb-tarieven vast voor de volgende vormen van Wmoondersteuning: a) Hulp bij het huishouden 1; b) Hulp bij het huishouden 2; c) individuele begeleiding basis; d) individuele begeleiding plus; e) persoonlijke verzorging; f) logeren/respijtzorg basis; g) logeren/respijtzorg plus; h) begeleiding groep plus; i) begeleiding groep basis; j) woonvoorziening; k) vervoer; l) beschermd wonen.
Het college stelt afzonderlijke formele pgb-tarieven vast voor de volgende vormen van Wmoondersteuning: a) Hulp bij het huishouden 1; b) Hulp bij het huishouden 2; c) Individuele begeleiding basis; d) Individuele begeleiding plus; e) Begeleiding gezinsondersteuning; f) Persoonlijke verzorging; g) Logeren basis; h) Logeren plus; i) Dagbesteding basis; j) Dagbesteding plus; k) woonvoorziening; l) vervoer; m) beschermd wonen.
12.1 13
A tot en met h beschermd wonen (formeel en ZZP) op de onderdelen:
A tot en met g 6. De hoogte van het tarief pgb beschermd wonen (formeel en ZZP) op de onderdelen:
redactioneel
1. ‘verblijf accommodatie met toezicht op afroep of 24 uurs toezicht’ bedraagt maximaal 100% van het inkooptarief zorg in natura (ZIN) , indien de zorg/ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling. Indien de zorg bij een ZZP’er wordt ingekocht bedraagt het tarief maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; 2. woonbegeleiding complex (intra- en extramuraal) bedraagt 100% van het inkooptarief ZIN per uur en ingeval van inkoop bij ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; 3. ‘Thuis Plus’ voor de bandbreedte 13 uur, 4-6 uur en 7- 10 uur per week bedraagt indien de ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling 100% en ingeval van inkoop bij ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; 4. activering en participatie bedraagt 100% van het inkooptarief ZIN per dagdeel en er kan, indien noodzakelijk, een door het college
a. ‘verblijf accommodatie met toezicht op afroep of 24 uurs toezicht’ bedraagt maximaal 100% van het inkooptarief zorg in natura (ZIN) , indien de zorg/ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling. Indien de zorg bij een ZZP’er wordt ingekocht bedraagt het tarief maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; b. woonbegeleiding complex (intra- en extramuraal) bedraagt 100% van het inkooptarief ZIN per uur en ingeval van inkoop bij ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; c. ‘Thuis Plus’ voor de bandbreedte 1-3 uur, 4-6 uur en 7- 10 uur per week bedraagt indien de ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling 100% en ingeval van inkoop bij ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN; d. activering en participatie bedraagt 100% van het inkooptarief ZIN per dagdeel en er kan, indien noodzakelijk, een door het college vast te stellen adequaat tarief voor vervoer worden gehanteerd; 7. De hoogte van het tarief pgb beschermd wonen wordt jaarlijks per 1 januari opnieuw afgeleid van de dan geldende ZIN tarieven.
vast te stellen adequaat tarief voor vervoer worden gehanteerd; 5. en wordt jaarlijks per 1 januari opnieuw afgeleid van de dan geldende ZIN tarieven. 14.3 14.7 20
hoogste € 20,60 per maand bijdrage is € 4,50 1. Het college geeft invulling aan de tegemoetkoming meerkosten voor personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problematiek door op aanvraag bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, derde lid, Participatiewet te verlenen aan personen met een laag inkomen. 2. Het college bepaalt in beleidsregels op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 Participatiewet (Beleidsregels bijzondere bijstand) in welke gevallen en in welke mate een tegemoetkoming kan worden verstrekt.
Hoogste €21,- per maand Bijdrage is €4,70 [Verwijderd]
Jaarlijke indexatie door CAK Jaarlijkse indexatie De tegemoetkoming meerkosten is als kanbepaling opgenomen in de Wmo 2015 als mogelijkheid tot financiële maatwerkvoorziening die een passende bijdrage moet leveren aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie. De tegemoetkoming genoemd in 18.1 gaat over de collectieve aanvullende zorgverzekering. Een vorm van bijzondere bijstand die via de participatiewet is geregeld en die niet wordt uitgekeerd op basis van de mogelijke bijdrage die deze kan leveren aan zelfredzaamheid of
participatie. Daarom is ervoor gekozen dit artikel uit de Wmo verordening te verwijderen.
4. Wmo Nadere regels Artikel 8
was Artikel 8. Advisering, informatieplicht en medewerking aan de beoordeling
wordt verwijderd
10.4 10.8 14.1
..zoals bedoeld in het vierde lid ..zoals bedoeld in het achtste lid
..zoals bedoeld in het derde lid ..zoals bedoeld in het zevende lid
Artikel 14. Maatwerkvoorziening begeleiding groep
Artikel 14. Maatwerkvoorziening dagbesteding
1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening begeleiding groep als: a. de aanvrager als gevolg van een beperking onvoldoende zelfredzaam is om een dagbesteding, waaronder het volgen van een opleiding of het leveren van een arbeidsprestatie, voor zichzelf of met behulp van zijn netwerk te organiseren; of b. er sprake is van een dermate complexe beperking, dat gedurende de dagbesteding directe nabijheid van gespecialiseerde zorg, ondersteuning en/of toezicht nodig is, of
1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening Dagbesteding als: a. de aanvrager als gevolg van een beperking onvoldoende zelfredzaam is om een dagbesteding, waaronder het volgen van een opleiding of het leveren van een arbeidsprestatie, voor zichzelf of met behulp van zijn netwerk te organiseren; of b. er sprake is van een dermate complexe beperking, dat gedurende de dagbesteding directe nabijheid van gespecialiseerde zorg, ondersteuning en/of toezicht nodig is, of c. daarmee de mantelzorger ontlast wordt; of d. daarmee een sociaal isolement voorkomen wordt. 2. Dagbesteding wordt als maatwerkvoorziening verstrekt als
motivatie Verplaatst naar de verordenig artikel 5
Aangepast naar de productnaam en omschrijving zoals opgenomen in het Wmo productenboek 2024.
c. daarmee overbelasting van eventuele mantelzorgers wordt voorkomen. 2. Begeleiding groep wordt als maatwerkvoorziening verstrekt als begeleiding groep basis of begeleiding groep plus. Daarbij geldt dat: a. begeleiding groep basis bestaat uit activiteiten in groepsverband buiten de woonsituatie gericht op het stabiliseren, activeren, oefenen of stimuleren van vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie bevorderen; b. begeleiding groep plus bestaat uit activiteiten in groepsverband buiten de woonsituatie voor inwoners met ernstige gedragsmatige, meervoudige problematieken of sociaalemotionele belemmeringen die grote impact hebben op de inwoner en zijn omgeving. 18.4
Woonvoorzieningen worden onder andere onderscheiden in: a. verhuis- en inrichtingskosten; b. een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing; c. roerende woonvoorzieningen; d. overige woonvoorzieningen.
Dagbesteding basis of Dagbesteding plus. Daarbij geldt dat: a. Dagbesteding basis bestaat uit activiteiten in groepsverband buiten de woonsituatie gericht op het stabiliseren, activeren, oefenen of stimuleren van vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie bevorderen. Indien mogelijk toeleiding naar re-integratie of een betaalde baan. b. Dagbesteding plus bestaat uit activiteiten in groepsverband buiten de woonsituatie voor inwoners met ernstige gedragsmatige, meervoudige problematieken of sociaal-emotionele belemmeringen die grote impact hebben op de inwoner en zijn omgeving.
Woonvoorzieningen worden onder andere onderscheiden in: a. verhuis- en inrichtingskosten; b. woningsanering; c. een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing; d. roerende woonvoorzieningen;
Woningsanering is opgenomen onder woonvoorzieningen. Deze was al opgenomen als forfaitaire tegemoetkoming, maar stond niet genoemd in dit artikel.
e. overige woonvoorzieningen. 18.7
De woonvoorziening verhuizen of woningsanering wordt geleverd in natura of als pgb, tenzij een inwoner met een beperking kiest voor een tegemoetkoming aannemelijke meerkosten.
18.11
11. Een aanpassing ten behoeve van gemeenschappelijke ruimten is niet mogelijk ten behoeve van wooncomplexen die specifiek bestemd zijn voor ouderen of personen met een beperking.
De woonvoorziening verhuis- en inrichtingskosten of woningsanering wordt geleverd in de vorm van een tegemoetkoming aannemelijke meerkosten.
11. Bij het verstrekken van een woonvoorziening zoals bedoeld in het vierde lid onder c, houdt de gemeente rekening met de algemeen gebruikelijke levensduur zoals beschreven in de bijlage. 12. Een aanpassing ten behoeve van gemeenschappelijke ruimten is niet mogelijk ten behoeve van wooncomplexen die specifiek bestemd zijn voor ouderen of personen met een beperking.
We kennen in de praktijk uitsluitend een tegemoetkoming in de aannemelijke meerkosten toe. We leveren geen verhuizen in natura of als pgb. Daarom is de optie uit de nadere regels gehaald. Lid 11 is nieuw. We krijgen aanvragen voor aanpassingen van erg oude badkamers en keukens. Het aanpassen is vaak ook een modernisering. Eigenaren hebben bewust gekozen de ruimte niet te renoveren. De noodzaak van het aanpakken van die ruimte is voorzienbaar. Met dit artikel krijgt de maatwerkspecialist de mogelijkheid ook op dit onderwerp eigen kracht en voorzienbaarheid mee te laten wegen in haar overweging. Om hier verdere invulling aan te geven is bijlage 5 toegevoegd.
Voorheen lid 11 is 12 geworden. Verhelderend
20.1
Een inwoner met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen kan aanspraak maken op een vervoersvoorziening als hij belemmeringen ondervindt in het lokaal verplaatsen en gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer niet mogelijk is.
Een inwoner met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen kan aanspraak maken op een vervoersvoorziening als hij belemmeringen ondervindt in het lokaal verplaatsen en gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer vanwege die beperking of dat probleem niet mogelijk is.
22.2
Met het collectief vervoer kan een inwoner met beperkingen zich lokaal verplaatsen van deur tot deur, waarbij geldt dat medisch noodzakelijke persoonlijke begeleiding bij het gebruik van het collectieve vervoer gratis is.
Met het collectief vervoer kan een inwoner met beperkingen zich lokaal verplaatsen van deur tot deur, waarbij geldt dat medisch noodzakelijke persoonlijke begeleiding die nodig is tijdens het gebruik van het collectieve vervoer gratis is.
Verhelderend
27.9
Het college kan op grond van artikel 3.1, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, een vrijstelling van de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening geven wanneer die bijdrage in de kosten tot mishandeling, verwaarlozing, of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige kunnen leiden.
Indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en otnwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, is de bijdrage niet verschuldigd.
Voorheen was dit een kanbepaling. Dit komt niet overeen met wat in het uitvoeringsbesluit staat. De nieuwe tekst is overgenomen uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
28.1.a
Zorg aangeboden door een organisatie of zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) die beroeps- of bedrijfsmatig hulp verleent en als
Zorg aangeboden door een organisatie of zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) die beroeps- of bedrijfsmatig hulp verleent en als zodanig met een
SBI-code huishoudelijke hulp toegevoegd
Bijlage 5
zodanig met een SBI-code beginnend met 86, 87 of 88 staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, of
SBI-code beginnend met 81 voor de producten huishoudelijke hulp of een SBI-code beginnend met 86, 87 of 88 voor de overige producten staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, of
Financiële zelfdredzaamheid bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden
Levensduur woonvoorzieningen
Bijlage 1 tabel 1 was: Activiteit
Tarief ZIN
Formeel tarief pgb
Hulp bij het huishouden 1
€
36,98
Hulp bij het huishouden 2
€
39,04
Individuele begeleiding basis
€
66,12
€ 46,28
Individuele begeleiding plus
€
77,03
€ 53,92
uur
Begeleiding gezinsondersteuning
€ 53,91
€ 37,74
uur
Persoonlijke verzorging
€
48,77
€ 34,14
uur
Logeren basis
€ 127,37
€ 89,16
Logeren/plus
€ 157,18
€ 110,03
etmaal
Dagbesteding basis
€
€ 30,29
Dagdeel (3 tot 4 uur)
43,27
€ 25,89
Informeel tarief pgb € 20,99
€ 27,33
uur uur
€ 24,42
€ 24,92
uur
etmaal
Is nadere uitwerking van artikel 18, 11de lid. Deze bijlage hoort bij dat nieuwe artikel.
Dagbesteding plus
Vervoer
Vervoer (rolstoel)
€
€
€ 64,76
€ 45,33
17,63
€ 12,34
28,58
€ 20,01
Dagdeel (3 tot 4 uur)
€ 2,88
retour
retour
Wordt: Motivatie Nog aanpassen Bijlage 1 tabel 2 was Productnaam Verblijf met 24 uurs toezicht* Verblijf met 24 uurs toezicht (zonder wooncomponent)
ZIN-tarief
pgb-tarief
pgb-tarief 2024
2024
2024
voor ZZP
€174,89
€174,89
€148,66 per etmaal
Nvt
€140,53
€119,45 Per etmaal
Verblijf met toezicht nabij en op afroep* Verblijf met toezicht nabij en op afroep (zonder wooncomponent)
€160,90
€160,90
€136,76
nvt
€126,53
€107,55
Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 1
€35,87
tot en met 3 uur per week
Eenheid
per etmaal Per etmaal
€35,87
€30,49
per etmaal
Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 4
€67,58
€67,58
€57,45
€105,38
€105,38
€89,57
Woonbegeleiding Complex
€78,87
€78,87
€67,04 per uur
Woonbegeleiding Complex (bij Thuis
€84,80
€84,80
€72,08
Activering en participatie
€39,40
€39,40
€33,49 per dagdeel
Activering en participatie (bij Thuis
€39,40
€39,40
€33,49
Vervoer
€9,33
€9,33
€9,33 per retour
Vervoer met rolstoel
€24,25
€24,25
€24,25 per retour
tot en met 6 uur per week Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 7 tot en met 10 uur per week
Plus)
Plus) alleen Arbeidsmatige activiteiten
per etmaal per etmaal
per uur
per dagdeel