06. Legesverordening 2025
Tekst van het document
Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, zoals bedoeld in Hoofdstuk 5, afdeling 4 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 139,20
a. voor een vergunning met een geldigheidsduur van maximaal één week:
€ 45,40
b. voor een vergunning met een geldigheidsduur van maximaal één maand:
€ 93,00
c. voor een vergunning met een geldigheidsduur van meer dan één € maand: 158,95 d. voor een vergunning met een geldigheidsduur van meer dan een € half jaar: 259,65
Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: b. vervallen
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
€ 296,05
Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in € artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 473,60 per maatwerkvoorschrift: b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:
Artikel 2.36 Gereserveerd (Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten)
Artikel 2.37 Gereserveerd (Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten)
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel
€ 473,60
1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet Paragraaf 2.11als Overige tarieven betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief per uur:
€ 76,40
b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief per uur:
€ 76,40
c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief per uur:
€ 76,40
d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief per uur:
€ 76,40
2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.
€ 296,05
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:
€ 296,05
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:
€ 118,45
Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:
€ 296,05
Artikel 2.44 Overige kosten Als voor een planologische procedure, aangevraagd bij de gemeente, onderzoeken benodigd zijn, welke niet door aanvrager zijn aangeleverd, worden de gemaakte kosten voor onderzoeken door de gemeente in rekening gebracht bij de aanvrager.
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:
€ 15.000,0 0
Indien de aanvrager de aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan intrekt, voordat de gevraagde wijziging is vastgesteld, worden de leges voor de betreffende aanvraag verminderd: a. indien nog geen (principe)besluit is genomen om de procedure al dan niet te voeren, tot:
€ 296,05
b. indien nog vooroverleg en/of participatie en/of instemming (advies) heeft plaatsgevonden, met:
80%
c. indien nog geen ontwerpbesluit is gepubliceerd, met:
50%
d. na publicatie van het ontwerpbesluit, met:
5%
e. de verschuldigde leges met betrekking tot het wijzigen van het omgevingsplan worden verminderd als het verzoek wordt geweigerd door de gemeente met:
80%
Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 592,00
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
10%
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:
€ 8.759,00
b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 12.056,0 0
c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 8.759,00
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
€ 296,05
b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 296,05
c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
€ 296,05
d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 296,06
e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 296,05
f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
€ 5.938,00
g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen € 296,05 genoemd rapport:
Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:
€ 710,00
b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie (voor welstand) dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke € 398,00 eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. Bouwkosten nihil en meer, doch minder dan € 15.750:
€ 75,00
2. Bouwkosten € 15.750 en meer, doch minder dan € 241.500:
€ 75,00
vermeerderd met 0,25% van de bouwkosten boven de € 15.750; 3. Bouwkosten € 241.500 en meer, doch minder dan € 483.000: vermeerderd met 0,1% van de bouwkosten boven de € 241.500;
€ 639,00
4. Bouwkosten € 483.000 en meer, doch minder dan € 735.000: vermeerderd met 0,05% van de bouwkosten boven de € 483.000; 5. Bouwkosten € 735.000 en meer, doch minder dan € 1.260.000: vermeerderd met 0,025% van de bouwkosten boven de € 735.000;
€ 880,00
€ 1.006,00
6. Bouwkosten € 1.260.000 en meer: vermeerderd met 0,0125% voor het gedeelte van de bouwkosten boven € 1.260.000; c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b:
€ 1.138,00
€ 398,00
d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand € aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het 710,00 verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering
Artikel 2.52 Vermindering ‘Tijdelijke alternatieve maatregel omgevingsplan via Informatiemodel ruimtelijke ordening’ (TAM-IMRO plan) Indien het plan, zoals genoemd in artikel 2.45, betrekking heeft op een wijziging gebaseerd op de TAM-IMRO standaarden en de aanvrager hierbij alle benodigde stukken aanlevert (zoals motivering/ruimtelijke onderbouwing, regels en onderzoeken € inclusief volledige dataset) worden de leges verminderd met 10.000 aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: Voorwaarde hierbij is dat er een positief vooroverleg met de gemeente heeft plaatsgevonden, waarin is geoordeeld dat voor het specifieke plan een TAM-IMRO een goed alternatief is ten opzichte van een reguliere wijziging van het omgevingsplan.
Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten:
20%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten:
30%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges.
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
40%
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
90%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
80%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier
50%
. weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
80%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes . weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
25%
Artikel 2.58 Gereserveerd (Teruggaaf als gevolg van intrekking in overige situaties (verleende omgevingsvergunning voor bouw, aanleg-, sloop- of milieubelastende activiteiten)
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 80% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede . verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.60 Gereserveerd (Duurzaamheidsmaatregelen)
Artikel 2.61 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Paragraaf 3.1 Horeca
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
b.
een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid van de
€ 69,80
€ 69,80
Algemene plaatselijke verordening: c.
een aanvraag tot het wijzigen van een exploitatievergunning openbare inrichtingen:
€ 69,80
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
b.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet, voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet:
c.
een aanvraag om een ontheffing voor de aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet verbonden voorschriften en beperkingen:
d.
een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
e.
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:
€ 414,50
€ 295,20
€ 104,60 € 69,80
€
104,60 f.
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet
€ 104,60
g.
een aanvraag tot het wijzigen van een exploitatievergunning horeca
€ 69,80
h.
een aanvraag tot het verlenen van andere, in deze onderdelen niet genoemde vergunning, verlof of ontheffing, of tot het nemen van een andere beschikking:
€ 29,60
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijven Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 361,25
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
Artikel 3.4 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
€ 24,90
b.
een wijziging van een in artikel 3.4 onder a. bedoelde ontheffing
€ 69,80
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
Artikel 3.5 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25 van de
b.
c.
d.
Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning)
€ 281,80
een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een klein evenement dat niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.25a Algemene plaatselijke verordening
€ 23,80
een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een klein evenement dat niet voldoet aan artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10 van de Algemene plaatselijke verordening
€ 87,60
€ 29,55
Artikel 3.6 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een rommelmarkt, snuffelmarkt en dergelijke, als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 29,55
Paragraaf 3.5 Kinderopvang
Artikel 3.7 Exploitatie kinderopvangvoorziening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
b.
een aanvraag om het in exploitatie nemen van een kindcentrum of gastouderbureau, zoals bedoeld in artikel 1.45 lid 1 en artikel 1.46 lid 1 van de Wet kinderopvang: een aanvraag om het in exploitatie nemen van een voorziening gastouderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.45 lid 2 en artikel 1.46 lid 1 van de Wet kinderopvang:
Geen leges zijn verschuldigd indien de aanvraag uitbreiding van een bestaande locatie betreft, dan wel wijziging van de
€ 917,65
€ 295,80
opvanglocatie van gastouders binnen de gemeente.
Paragraaf 3.6 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Artikel 3.8 Diversen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
b.
c.
d.
een aanvraag om ontheffing van geluidhinder als bedoeld in artikel 4.6 van de Algemene plaatselijke verordening: een aanvraag om een ontheffing van het verbod om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (onder deze ontheffing worden paas- en vreugdevuren verstaan), als bedoeld in artikel 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening: een aanvraag om een ontheffing voor kamperen, zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene plaatselijke verordening: een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024.
De griffier van de gemeente Midden-Groningen, F.M. Bouwman
€ 59,25
€ 325,60
€ 177,60
€ 29,55