054. Schriftelijke vragen GBMG - Verlenen vergunning Akkereindenweg te Siddeburen
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 23 oktober 2025 Onderwerp: Verlenen vergunning Akkereindenweg te Siddeburen Geachte leden van het College van Burgemeester en Wethouders, De fractie van GemeenteBelangen heeft de volgende vragen over het verlenen vergunning betreffende Akkereindenweg te Siddeburen kadastraal bekend sectie T nummer 392 en 393. In een brief d.d. 1 augustus 2008 lezen we dat het perceel Akkereindenweg 10 een agrarische bestemming heeft tot 11 maart 2005. Klopt dit? Destijds is afgesproken dat er een splitsing van het perceel mogelijk werd voor no 10 een opslagfunctie en voor no 12 een woonbestemming. Voor beide bedrijven geldt dat er na de bestemmingsplanwijziging geen uitbreidingsmogelijkheden meer mogelijk worden gemaakt en dat er geen activiteiten kunnen plaatsvinden die een milieuvergunning vereisen. Klopt dit? Uit eerdere schrijven maken wij op dat er op genoemd perceel niet gebouwd mag worden. Echter heeft het college op 1 oktober 2025 een vergunning verleend. Aanwonenden maken echter bezwaar tegen het verlenen van een vergunning. Heeft er participatie plaatsgevonden met de aanwonenden die bezwaar maken? Het college heeft op 1 oktober 2025 een besluit genomen voor het verlenen van een vergunning voor de genoemde adressen, kadastraal bekend onder sectie T, nummers 392 en 393.
Op welke gronden heeft het college besloten om een vergunning te verstrekken? Namens de fractie van GemeenteBelangen Midden-Groningen, Jan Velthuis, fractievoorzitter
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat
dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.