053. Schriftelijke vragen GBMG - Zonnepark Siepweg
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 21 oktober 2025 Onderwerp: Zonnepark Siepweg te Sappemeer
Geacht college, Langs deze weg wil ik schriftelijk namens de fractie van GemeenteBelangen een aantal vragen stellen en opmerkingen maken over de locatie Siepweg. Uit onderzoek blijkt dat we al meerdere jaren spreken over een zonnepark bij de Siepweg te Sappemeer. Reeds in het eerste kwartaal van 2018 ging het over opstart verduurzaming vraagstuk Smit kwekerijen. Op 11 april 2022 is daarvoor een principeverzoek ingediend. Binnen onze gemeente is er nog steeds veel onrust over de plannen van zonneparken. Er heerst bij velen het gevoel van onmacht en het gevoel niet gehoord te worden. Deze gevoelens van onmacht kunnen we ons best voorstellen. Onder welk regime valt zonnepark Achterdiep (Siepweg)? Waarom deze vraag, het hele proces duurt al een aantal jaren en de aanwonenden weten nog steeds niet of dit nu onder de nieuwe Omgevingswet, of het onder de oude regeling zal vallen. Gelet op de lange doorlooptijd van dit project is de fractie van GemeenteBelangen van mening dat dit onder de oude regeling zou moeten vallen. Bent u dat met ons eens? Zo ja, is het de oude regeling (voor ingangsdatum nieuwe Omgevingswet) dan is draagvlak een bepalende factor. Geen draagvlak, dan heeft de raad daar rekening mee te houden in de besluitvorming. Een afwijzingsgrond waar de raad een democratische meerderheid voor moet hebben. Onder de noemer van verklaring van wel of geen bedenkingen.
Het verbaast velen dat in het overzicht van de provincie de locatie Siepweg niet meer in de geometrische begrenzingskaart te zien is. Mogen we daar de conclusie aan verbinden dat het daar voor de provincie niet hoeft, of is dat te voorbarig? -
-
Op welke termijn zal de provincie officieel een besluit nemen en deze publiceren? Is de nieuwe geometrische begrenzing voor Geerlandweg vastgesteld en zo ja, staat dit niet haaks op de uitspraak van de provincie van maart 2025 om geen zonneparken meer op landbouwgrond toe te staan? Valt de aanvraag van de Siepweg onder de nieuwe Omgevingswet?
De fractie van GemeenteBelangen is zich ervan bewust dat draagvlak in de Omgevingswet niet doorslaggevend is. Echter moet het criterium draagvlak wel mee worden gewogen bij het verlenen van een vergunning. Klopt deze stelling? Onderzoek van Wageningen University toont aan dat slechts 3 van de 25 onderzochte zonneparken goed beheerd worden voor biodiversiteit. Slecht beheer kan leiden tot een monocultuur van gras en brandnetels, minder insecten en vogels, verstoring van ecosystemen. Veel zonneparken worden gebouwd op plekken waar het elektriciteitsnet al overbelast is. Dit leidt tot vertragingen, extra kosten en soms stilstand van parken omdat stroom niet kan worden afgevoerd. Bekijken we als Midden-Groningen ook andere alternatieven dan zonneparken? Zonneparken blijven 20-30 jaar staan, terwijl er betere alternatieven in ontwikkeling zijn, zoals zonnepanelen op daken, infrastructuur of agri -PV. Het risico is dat we nu kostbare ruimte opofferen voor een tussenoplossing. Voor de locatie Siepweg heeft men tussentijds besloten om af te wijken van het bestemmingsplan (buitenplanse afwijking), de raad is daar niet in meegenomen. Klopt deze bewering en zo ja, waarom is de raad daar niet in meegenomen? Een argument van de provincie dat van toepassing is op de locatie Siepweg en Geerlandweg (besluit van 4 maart 2025): de provincie wil zo min mogelijk zonnepanelen op landbouwgrond.
In elk geval niet meer dan nodig is is om het provinciale doel om meer duurzame energie op te wekken in 2030 te halen. Een ander argument dat de provincie heeft aangegeven is: zonneparken tast het open landschap aan. Kijken we naar de locatie Siepweg en de Geerlandweg dan is dit zeker van toepassing. Deelt u deze mening? Een criterium van de provincie is: zo min mogelijk zonneparken op landbouwgrond, in elk geval niet meer dan nodig is om het provinciale doel te halen. In onze optiek heeft MiddenGroningen meer dan voldoende bijgedragen aan de doelstelling om provinciaal duurzame energie te halen in 2030. De provincie hanteert Zonneladder en locatievoorkeur. Zonnepanelen horen op daken en binnen bestaand stedelijk gebied. GemeenteBelangen onderschrijft dit en is het met de provincie eens om eerst op reeds gebruikte terreinen, zoals stortplaatsen, zandwinning plassen of boven parkeerplaatsen te gebruiken. Hebben we als gemeente MiddenGroningen andere alternatieven? Een belangrijk argument van de provincie en dat zou ook voor de gemeente moeten gelden: Nieuwe zonneparken op landbouwgrond zijn niet meer toegestaan, tenzij voortkomen uit eerder gemaakte afspraken in de Regionale Energiestrategie (RES 1.0). En daar hebben we als gemeenteBelangen wel een mening over.
Wij zijn koploper als gemeente als het gaat om het opwekken van duurzame energie en hebben ruimschoots voldaan aan onze bijdrage van RES 1.0. Deelt u deze mening?
Wij willen niet het resterende open landschap van onze gemeente belasten. Over Noaberschap zullen we het maar niet hebben, buurgemeenten die aan de randen van onze gemeentegrenzen alles vol zetten met zonneparken en windturbines. Kijk maar eens naar de plannen van de gemeente Groningen, Stainkoeln en Roodehaan. Geven we ambtelijk en bestuurlijk ook het signaal af bij een vergunningsaanvraag dat de indieners de planschade moet betalen? Uit betrouwbare informatie hebben we kunnen lezen dat planschade voor aanwonenden al gauw kan oplopen in forse bedragen. Bedragen die wellicht meer dan 100,000 euro per woning kunnen oplopen. Is deze informatie ook medegedeeld aan indieners?
Namens de fractie van GemeenteBelangen, Jan Velthuis, fractievoorzitter
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.