CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Verlengde Veenlaan te Slochteren Toelichting

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Verlengde Veenlaan te Slochteren11.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Scheiden schoon hemelwater en vuilwater Binnen het voornemen wordt het hemelwater afgekoppeld op de sloten en de waterpartij. Zoals reeds beschreven hebben de sloten en de waterpartij voldoende bergingscapaciteit. Het vuilwater wordt afgevoerd op het riool. 4.9.4

Conclusie Met de voorwaarden omtrent de hoofdwatergangen en schouwsloten wordt in het voornemen rekening gehouden. Tevens voorziet het plan in een voldoende bergingscompensatie. Op basis van dit gegeven kan worden gesteld dat het planvoornemen wat betreft het aspect water uitvoerbaar is.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Wettelijk kader Voor een ruimtelijk initiatief geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een voornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381: Toekomstbestendig parkeren (2018) van CROW zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. Bij de beoordeling of voldoende parkeergelegenheid bestaat hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. De publicatie heeft voor verschillende variabelen parkeerkencijfers. Dit gebied is geclassificeerd als weinig stedelijk en ligt in de rest bebouwde kom. Het gaat worst-case om de bouw van maximaal 23 vrijstaande koopwoningen.

25

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

4.10.2 Toetsing Voor de verkeersgeneratie van dergelijke woningen is een kental van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per etmaal opgenomen. Dit komt naar boven afgerond neer op een totaal van 189 ritten per etmaal. De weg waarop het plangebied is ontsloten, de Verlengde Veenlaan, heeft voldoende capaciteit om deze verkeersgeneratie aan te kunnen. Voor de parkeerbehoefte van dergelijke woningen is een kental van gemiddeld 2,3 parkeerplaatsen opgenomen. Deze parkeerbehoefte zal op het eigen erf achter de voorgevellijn opgelost worden. 4.10.3 Conclusie Het planvoornemen leidt niet tot een verslechtering van de verkeerssituatie in het plangebied en de parkeerbehoefte wordt opgelost op eigen erf. Wat betreft verkeerseffecten wordt het planvoornemen dan ook uitvoerbaar geacht.

4.11

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.11.1 Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

4.11.2 Toetsing 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De eerste vraag bij de Laddertoets is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Artikel 1.1.1 van het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Het plan maakt de realisatie van maximaal 23 woningen mogelijk. Met dit plan is dus sprake van een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro worden beschouwd.

2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De vervolgvraag is of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. De Laddertoets geldt immers alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit

26

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het plangebied is onderdeel van het bestemmingsplan 'Verlengde Veenlaan Slochteren' (vastgesteld op 20 september 2011). In dit bestemmingsplan heeft het plangebied onder andere de bestemming 'Wonen - 1B'. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met onderhavig plan minder bebouwing mogelijk gemaakt. Er is aldus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Aangezien vraag 2 ontkennend dient te worden beantwoord is het doorlopen van de overige vragen niet relevant. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de behoefte van de ruimtelijke ontwikkeling aan te worden getoond. Deze vraag naar behoefte is in paragraaf 3.3.2 reeds besproken. Uit het woonbeleid blijkt dat er voldoende behoefte is aan woningbouw binnen de gemeente Midden-Groningen. 4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de Ladder niet van toepassing is op het onderhavig voornemen. Wel voorziet het plan in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte.

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. 4.12.2 Toetsing en conclusie In onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r. is voor stedelijke ontwikkelingsprojecten als grenswaarde een aantal van 2.000 woningen opgenomen. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van maximaal 23 woningen. Het project is daarmee dusdanig kleinschalig van aard en omvang dat het ruimschoots onder de drempelwaarden voor ontwikkelingen blijft, zoals die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het planvoornemen geen significante effecten op de omgeving heeft. Gezien de afwezigheid van die effecten is een m.e.r.-beoordeling dan ook niet nodig.

27

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Plansystematiek Dit hoofdstuk bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wro bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Bro is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: 1. een verbeelding van het bestemmingsplangebied zowel analoog (bestaande uit een kaartblad met bijbehorende legenda en verklaring) als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; 2. de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Daarnaast is het bestemmingsplan voorzien van een toelichting omdat het op grond van artikel 3.1.6 van het Bro verplicht is om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachten aan het plan ten grondslag liggen, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld.

De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige bestemmingsregels puntsgewijs besproken.

5.2

Bestemmingsregels In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de bestemmingsregels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs.

5.2.1

Inleidende regels Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. De gemeente heeft bindende afspraken over planregels opgesteld. Deze zijn aangepast conform de eisen van de SVBP2012. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'.

28

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

5.2.2

Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit de bestemmingen: 1. 2. 3. 4.

'Agrarisch - Cultuurgrond'; 'Groen'; 'Verkeer - Wegverkeer'; 'Wonen - 1B'.

De navolgende tekst bespreekt de bestemming.

'Agrarisch - Cultuurgrond' Deze bestemming is specifiek voor agrarische cultuurgronden. Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan.

'Groen' Een tweede bestemming in het plangebied betreft de bestemming 'Groen'. Deze bestemming is opgenomen als klein gebied aan de zuidoostelijke zijde van het plangebied. In de huidige situatie is ter plaatse al groen aanwezig is. Gebouwen zijn slechts in beperkte mate toegestaan in deze bestemming.

'Verkeer - Wegverkeer' Een klein deel van de gronden kent de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer'. Deze gronden mogen worden gebruikt voor wegen met een ontsluitingsfunctie en maximaal twee rijstroken, pleinen, fiets- en/of voetpaden, groenvoorzieningen en bermen en een andere vergelijkbare voorzieningen. Gebouwen zijn slechts in beperkte mate toegestaan in deze bestemming.

'Wonen - 1B' Het grootste deel van grondgebied van dit bestemmingsplan heeft de bestemming 'Wonen 1B'. Gronden die deze bestemming hebben, zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met een vrij beroep. En voorzieningen en functies die bij wonen voorkomen; het gaat dan om tuinen, erven, groen en water. Ook is het onder andere toegestaan om ter plaatse een bed and breakfast uit te baten, zij het dat de specifieke gebruiksregels onder 'toegestaan gebruik' hier nadere voorwaarden aan stellen. Deze functies sluiten aan op hetgeen elders ook in Slochteren mogelijk is. Wat betreft bouwmogelijkheden zijn de uitgangspunten van de bestemming 'Wonen - 1B' van het bestemmingsplan in Slochteren als uitgangspunt genomen. Deze regels zijn vervolgens indien nodig - aangepast op de specifieke kenmerken van dit plan zoals ook uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan dat bij dit voornemen hoort. Op basis van de planregels en het beeldkwaliteitsplan worden de woningen gebouwd als lintwoning, waardoor het uitgangspunt bestaat dat een samenhangend lint ontstaat met individueel herkenbare woningen. Het beeldkwaliteitsplan wordt ook opgenomen als bijlage bij de regels en gekoppeld aan een voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in de specifieke gebruiksregels.

Met andere woorden houdt dit in, dat het verboden is een hoofdgebouw te bouwen die niet voldoet aan de eisen uit het beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 3 bij de regels). Het beeldkwaliteitsplan wordt ook vastgesteld als onderdeel van het welstandsbeleid. Het totale aantal woningen in het plangebied bedraagt niet meer dan 23. Er zijn verscheidene bouwregels opgenomen voor het bouwen van de woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Deze zijn zoveel mogelijk op de gemeentelijke systematiek voor het gebied dan wel het BKP afgestemd. Eén van de bouwregels luidt dat de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens niet

29

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

minder mag bedragen dan 36 meter. Deze regel is opgenomen vanwege de molenbiotoop die over het plangebied valt. Door deze bouwregel op te nemen, wordt de molen niet verhinderd door de nieuw te bouwen woningen. 5.2.3

Algemene regels De 'Anti-dubbeltelregel' is op basis van artikel 3.2.4 van het Bro. Het betreffende besluit schrijft voor dat de tekst van artikel 3.2.4 van het Bro één op één in een bestemmingsplan wordt overgenomen. Verder bestaan de algemene regels ook uit de 'Algemene bouwregels', 'Algemene gebruiksregels', 'Algemene afwijkingsregels' en de 'Overige regels'. Deze regels sluiten aan bij hetgeen ter plaatse al gold, met daarbij enige toevoegingen ten aanzien van parkeren en kleinschalige windturbines.

5.2.4

Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden/ Bebouwing die niet voldoet aan de regels van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat Hoofdstuk 4 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

Hoofdstuk 6

6.1

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid De gemeente is initiatiefnemer van dit plan. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overlegpartners. Van de provincie Groningen is een vooroverlegreactie ontvangen. Deze vooroverlegreacties zijn als bijlage 6 opgenomen. De provincie Groningen is akkoord met de ruimtelijke ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 december 2022 tot en met 1 februari 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon een ieder een zienswijze indienen. Naar aanleiding hiervan is een nota opgesteld. Deze nota van beantwoording zienswijzen is als bijlage 7 opgenomen. De zienswijzen leiden tot de volgende wijzigingen:

Toelichting In de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan is de watertoets van 28 april 2022 opgenomen. Tevens is de waterparagraaf nader uitgewerkt en aangevuld.

30

Verlengde Veenlaan te Slochteren (vastgesteld)

Regels In de regels is aan artikel 10.1.2 sub c punt 4 toegevoegd. Daarin is bepaald dat de bepalingen ten aanzien van de molenbiotoop niet gelden voor bouwwerken met een maximale bouwhoogte van 8 meter.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12885358/1