05. Ruimtelijke onderbouwing Botjes Zandgat
Tekst van het document
Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V.
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Document referentie
30129769 N/A N/A N/A
2023-12-21 Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
2/24
Inhoudsopgave
1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 5 1.2 Begrenzing plangebied ....................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................... 6
2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 7 2.1 Huidige situatie .................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ........................................................................................... 7
3
Beleidskader .................................................................................................................. 9 3.1 Rijksbeleid ........................................................................................................... 9 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie ..................................................................... 9 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................ 9 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen .................................................... 9 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 ............................. 10 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 11 3.3.1 Omgevingsvisie Midden-Groningen .................................................... 11
4
Omgevingsonderzoek ................................................................................................. 13 4.1 Bodem ............................................................................................................... 13 4.2 Archeologie ....................................................................................................... 14 4.3 Water ................................................................................................................. 17 4.4 Natuur ................................................................................................................ 17 4.5 Stikstof ............................................................................................................... 18 4.6 Geluid ................................................................................................................ 19 4.7 Milieuzonering ................................................................................................... 20 4.8 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 21 4.9 Externe veiligheid .............................................................................................. 21 4.10 M.e.r. ............................................................................................................. 22
5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................... 24 5.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 24 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 24
3/24
Losse, bij de omgevingsvergunning behorende, bijlagen Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Bijlage 3. Hydrologisch onderzoek Bijlage 4. Verkennend natuuronderzoek Bijlage 5. Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 6. AERIUS-berekening Bijlage 7. Akoestisch onderzoek
4/24
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Noordkorrel B.V. is voornemens het huidige zanddepot aan de westzijde van de zandwinningslocatie Botjes Zandgat te verplaatsen zodat in de toekomst de geplande en reeds vergunde verdieping van de zandwinplas volledig uitgevoerd kan worden. Volgens het huidige bestemmingsplan “Buitengebied” heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch – cultuurgrond’. De geplande werkzaamheden passen daarmee niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Met voorliggende omgevingsvergunning wordt de ontwikkeling van het zanddepot mogelijk gemaakt.
1.2
Begrenzing plangebied
De locatie van het te realiseren zanddepot betreft een perceel aan de Botjesweg ter grootte van 2,9 hectare, gelegen in de gemeente MiddenGroningen. Het perceel ligt ten noorden van Zuidbroek en ten zuidwesten van Noordbroek. Figuur 1.1 geeft de locatie van het plangebied weer.
Figuur 1.1 Locatie plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
In het plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied” van kracht. De gronden hebben de volgende bestemmingen: - De enkelbestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ - De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
5/24
- De dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. De voor ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ aangewezen gronden zijn bestemd voor cultuurgrond, te weten grasland en akkerbouwgronden. De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en beschermen van de archeologische waarden van de gronden. De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van hogedruk gastransportleidingen en van ondergrondse gasproductieleidingen, met bijbehorende belemmeringsstroken. Figuur 1.2 toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
De aanleg van een zanddepot past niet binnen de bestemming ‘Agrarisch – cultuurgrond’. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen door middels van het buitenplans afwijken van een bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3⁰, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op voor dit bestemmingsplan relevant rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 komen de milieuaspecten aan bod en de daaraan verbonden onderzoeken. In hoofdstuk 5 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
6/24
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
In de huidige situatie is het gebied in gebruik als zandwinning. Het uit te breiden gebied aan de noordzijde voor het zanddepot is in agrarisch gebruik. Het gebied is nu ingericht als grasland. In de directe omgeving bevinden zich 12 woningen aan het Veen en de Drostenlaan aan de zuidzijde en 2 woningen aan de Botjesweg aan de westzijde. Aan de noordzijde ligt de NAM-aardgaslocatie Zuiderveen. Ten oosten van plangebied ligt het lint Uiterburen.
2.2
Toekomstige situatie
Het zanddepot wordt verplaatst naar het gebied ten noorden van het huidige zanddepot. Aan de westzijde van het plangebied wordt de houtsingel aan de Botjesweg doorgetrokken tot aan de noordgrens van het plangebied. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een nieuwe sloot gegraven met daaromheen een schouwpad van drie meter. Om het zanddepot heen wordt de kade ingezaaid.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
7/24
Figuur 2.1 Inrichting plangebied
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
8/24
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de allereerste rijksbrede visie op de fysieke leefomgeving. In de visie komt naar voren dat Nederland voor grote uitdagingen staat die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Duurzame ontwikkeling is, net als in de Omgevingswet, een belangrijk uitgangspunt in de NOVI. De NOVI bevat een ambitieus toekomstperspectief, een belangrijke voorwaarde om de samenleving te mobiliseren. Tegelijkertijd zal het nog veel laveerkunst vergen om de Nationale Omgevingsvisie te laten voldoen aan de integrale intenties van de Omgevingswet. De NOVI brengt de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2) Duurzaam economisch groeipotentieel 3) Sterke en gezonde steden en regio’s 4) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Klimaatadaptatie dient onderdeel te zijn van ruimtelijke ingrepen en investeringen die vanwege andere ontwikkelingen en grote transities gedaan moeten worden. Compacte verstedelijking in combinatie met voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering vragen om een doordachte en afgewogen invulling van het openbare en private ruimtegebruik. Een afgewogen locatiekeuze dient te worden gemaakt voor nieuwe ruimtelijke plannen, zoals woningbouw.
Doorwerking in plangebied Voorliggend plan voorziet in het verplaatsen van het zanddepot naar het noordelijke deel van het plangebied, zodat het zand op de huidige locatie van het zanddepot in de toekomst gewonnen kan worden. Het plan voorziet in een duurzamer economisch groeipotentieel, omdat beter gebruik gemaakt kan worden van de aanwezige grondstoffen in het gebied. Daarnaast voorziet voorliggend plan in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de NOVI.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen
In juni 2022 hebben Provinciale Staten de geconsolideerde Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de integrale langetermijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Deze is in de plaats van het Provinciaal Omgevingsplan (POP) gekomen. Uit de Omgevingsvisie vloeien richtlijnen en voorschriften voort, die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit De provincie streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
9/24
verhouding geoptimaliseerd zijn. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebied en buitengebied. Dit plangebied ligt in het buitengebied. Binnen het buitengebied is de provincie Groningen voornemens de waarden natuur en recreatie te ontwikkelen en de landschappelijke kernkarakteristieken te behouden en waar mogelijk te versterken. Tevens wil de provincie Groningen het buitengebied als woongebied aantrekkelijk houden en bedrijven de mogelijkheid bieden om zich te vestigen in vrijkomende bebouwing en zich daar te ontwikkelen. Vanuit het provinciaal beleid worden hier aanvullende eisen gesteld. Deze eisen zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Beschermen landschap en cultureel erfgoed De provincie Groningen ziet het beschermen en versterken van de kenmerkende landschapsstructuren die bijdragen aan de identiteit van en variëteit in onze provincie als een provinciaal belang en een kerntaak. De provincie stelt kaders op voor de bescherming, het beheer en de ontwikkeling van de samenhangende landschapsstructuur, waarbinnen ruimte is voor gebiedsinitiatieven en maatwerk. Voor de bedrijfsverplaatsing is reeds de 'maatwerkmethode' positief doorlopen. Winning delfstoffen De winning van de ondiepe delfstoffen zand en klei is nodig om te kunnen voorzien in de behoefte aan deze bouwstoffen.
Zandwinningen en andere ontgrondingen vinden sinds vele jaren in de provincie plaats op een beperkt aantal regionale winplaatsen. Als bevoegd gezag verleent de provincie hiervoor vergunningen. Nieuwe vergunningen voor ontgrondingen worden alleen verleend als deze bredere maatschappelijke doelen dienen, zoals natuurontwikkeling- en recreatieprojecten of waterpartijen, en/of als sprake is van bijzondere omstandigheden zoals winning/toepassing van delfstoffen met een unieke kwaliteit. Hierbij leggen we de nadruk op de ruimtelijke kwaliteit en multifunctionaliteit. Doorwerking in plangebied Het plan ziet op het verplaatsen van het zanddepot. De verleende ontgrondingsvergunning wordt niet uitgebreid. De locatie van het bestaande zanddepot en toekomstige zandwinningslocatie valt binnen de bestaande vergunning. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
3.2.2
Omgevingsverordening provincie Groningen
In november 2022 hebben Provinciale Staten de geconsolideerde Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening Provincie Groningen (hierna Omgevingsverordening genoemd) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De Omgevingsverordening is nauw verbonden met de Omgevingsvisie provincie Groningen. Doorwerking in plangebied De Omgevingsverordening stelt regels met betrekking tot nieuwe ontgrondingen. Aangezien dit plan slechts ziet op het verplaatsen van het zanddepot, worden er geen aanvullende regels gesteld vanuit de Omgevingsverordening. Het plan is hiermee in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
10/24
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Midden-Groningen
De omgevingsvisie is een toekomstvisie op hoofdlijnen. Die visie gaat over de plek waar gewoond, gewerkt en verbleven wordt. Het gaat over de kernen en het platteland daaromheen, over de kwaliteit van onze omgeving, over hoe de ruimte gebruikt en ingericht wordt. Dit heet de fysieke leefomgeving. Midden-Groningen is een gemeente waar volop rust en ruimte is. Met fraaie landschappen. Van het open veenkoloniale gebied rond Kiel-Windeweer tot het wegdorpenlandschap rond plaatsen als Slochteren en Siddeburen. Ook is het een gemeente op korte afstand van de stad Groningen. Zeer goed met omliggende gemeenten verbonden door trein-, water- en wegverbindingen. Een gemeente met als hart een middelgrote kern met goede dagelijkse en nietdagelijkse voorzieningen. Met volop industriële en agrarische bedrijvigheid. En een gemeente met een reeks van landelijk gelegen dorpen. Ieder met een eigen karakter, met gemeenschapszin als verbindende eigenschap. Speerpunt Ontwikkeling naar toekomstbestendige landbouw en buitengebied Doel: - Toekomstbestendige landbouw en buitengebied. - Toenemende betekenis van recreatie en vrijetijdseconomie. - Behoud natuurgebieden, versterking verbindingen en vergroten biodiversiteit.
Wat gaat de gemeente doen? - De gemeente biedt flexibiliteit en maatwerk voor de gebruiksmogelijkheden van bedrijven in het buitengebied in combinatie met duidelijkheid daar waar iets echt niet kan. Altijd is daarbij aandacht voor het voorkomen van hinder en onnodige verkeersbewegingen. - De gemeente gebruikt de landschappen, bodem en water als basis voor de opgaven en kansen per gebied. - Ze versterkt de toeristische recreatieve netwerken van wegen, paden en vaarmogelijkheden. - De gemeente gaat door met dorps- en wijkplannen met het oog op de leefbaarheid ook in het buitengebied. Wat stimuleert de gemeente of maakt ze mogelijk? - Ze geeft ruimte voor de ontwikkeling naar toekomstbestendige landbouw. - Ze geeft mogelijkheid voor verbreding: ▪ van bedrijven door opwekking van duurzame energie, door zonnepanelen op het dak of kleinschalige windturbines; ▪ van (agrarische) bedrijven naar wonen, zorg, recreatie of kleinschalige bedrijvigheid; ▪ van agrarische bedrijven passend bij de ruimte die ondernemers zien in het perspectief dat hen door provincie, rijk en waterschap geboden wordt. - Ze geeft mogelijkheid voor functieverandering bij bedrijfsbeëindiging in het buitengebied: ▪ behoud als woonboerderij; ▪ omvorming naar woonboerderij met meerdere woningen, zorg, recreatie of in het buitengebied passend bedrijf.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
11/24
-
Ze geeft mogelijkheden voor versterking van de (watergerichte) recreatieve voorzieningen en bedrijvigheid. Ze vraagt bij nieuwe ontwikkelingen mede aandacht voor versterking van de biodiversiteit. Ze ondersteunt innovatieve initiatieven die helpen bij de opgaven op het gebied van water, bodem en natuur.
Bij veranderingen van of bij bedrijven zullen voorwaarden horen. Maat en schaal van nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de omgeving. Ook kijkt ze altijd goed of een ontwikkeling op voldoende afstand van woningen ligt. En of een ontwikkeling niet te veel verkeer aantrekt. Er moet een goede inpassing zijn in het landschap. En er zijn gesprekken nodig met de omgeving. Doorwerking in plangebied De zandwinning zelf wordt niet uitgebreid, het zanddepot wordt slechts verplaatst. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de omgevingsaspecten van het plan. Hieruit blijkt dat het planvoornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
12/24
4
Omgevingsonderzoek
4.1
Bodem
Wet- en regelgeving In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht moet worden verkregen in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is daarom onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een gevoelige bestemming in beginsel worden voorkomen. De bodem kan ook geschikt worden gemaakt voor een gebruiksfunctie door middel van het uitvoeren van een bodemsanering. Onderzoek In opdracht van Noordkorrel B.V. heeft Sweco een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de zandwinlocatie Botjes Zandgat te Zuidbroek (zie bijlage 1). Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: -
NEN 5725: 2017 nl – Bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; NEN 5740: 2009 + A1:2016 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.
Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit beperkingen oplevert en zo ja, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Uit het onderzoek blijkt dat zintuiglijk in de vrijkomende grond geen bodemvreemde materialen zijn waargenomen. Ook is ter plaatse van de slootdempingen en de voormalige weg geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. In zowel de boven- als ondergrond op de onderzoekslocaties is in geen van de geanalyseerde parameters een gehalte boven de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater is ter plaatse van twee peilbuizen (PB05 en PB08) koper in een concentratie boven de tussenwaarde aangetoond. Op de gehele onderzoekslocatie zijn in het grondwater licht verhoogde concentraties aan koper en barium aangetoond. Plaatselijk (PB01) overschrijdt de concentratie aan naftaleen de streefwaarde. De exacte oorzaak voor deze licht verhoogde concentratie is niet bekend.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
13/24
Figuur 4.1 Locatie boringen
De matig verhoogde concentraties aan koper kunnen niet gerelateerd worden aan verontreinigingen in de grond. In agrarische gebieden in heel Nederland worden vaker afwijkende concentraties in het grondwater aangetoond en hebben naar alle waarschijnlijkheid een natuurlijke oorsprong. Nader onderzoek wordt niet als zinvol beschouwd, omdat de verhoogde concentraties aan (semi)natuurlijke bodemprocessen worden toegeschreven, er geen aanwijsbare bron voor de verhoogde concentraties zijn en er geen sprake is van onaanvaardbare humane risico’s of overschrijding van andere normen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie. De geplande graafwerkzaamheden kunnen vanuit milieuhygiënisch oogpunt zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen uitgevoerd worden. De werkzaamheden vallen onder de standaard ‘basishygiëne’. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.2
Archeologie
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet als deze in 2024 in werking treedt. Vooruitlopend hierop zijn de artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet is geregeld dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de archeologische monumentenzorg. De gemeente moet bij vast te stellen Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
14/24
ruimtelijke plannen rekening houden met in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische waarden en dat archeologische resten bij bodemverstoring intact blijven. Deze verplichting volgt ook uit de Wro/Bro, die voorschrijft dat archeologie en cultuurhistorie uitdrukkelijk moeten worden meegewogen bij ruimtelijke plannen. Volgens het provinciaal beleid en het rijksbeleid is integratie van de (archeologische) monumentenzorg in het gemeentelijke ruimtelijk beleid een fundamenteel uitgangspunt. Borging van archeologische waarden wordt gerealiseerd door integratie van archeologie in het proces van de ruimtelijke ordening. Een ruimtelijk plan moet hierdoor naast de inventarisatie van mogelijke archeologische waarden ook, indien nodig (en mogelijk), bescherming bieden aan waardevolle gebieden. Onderzoek In opdracht van Noordkorrel B.V. heeft Sweco een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd (zie bijlage 2) op het plangebied. Op het plangebied ligt in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Binnen deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek verplicht voor bouwwerken en andere werkzaamheden met een oppervlakte van 200 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder maaiveld wordt geroerd. Deze vrijstellingsgrenzen zullen worden overschreden bij de geplande werkzaamheden.
Een archeologisch onderzoek is daarom vereist.
Figuur 4.2 De archeologische dubbelbestemmingen
Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied archeologische waarden kunnen voorkomen uit alle perioden van het Laat-Paleolithicum t/m het Neolithicum en de Nieuwe Tijd. Eventueel aanwezige archeologische waarden worden verwacht in de top van het dekzand, direct onder of dicht onder het maaiveld. Ze zouden dus verstoord kunnen worden door de geplande werkzaamheden. Gezien het gebruik van het plangebied als akker en de ruilverkaveling die er heeft plaatsgevonden, bestaat er echter een redelijke kans
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
15/24
dat de bodem en eventuele archeologische waarden in de bodem al verstoord zijn. Om deze reden is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het veldonderzoek is gebleken dat er in het gehele plangebied verstoringen voorkomen onder de bouwvoor. Deze verstoringen reiken tot een diepte van maximaal 100 cm onder het maaiveld (gemiddeld 70 cm). Deze verstoringen duiden mogelijk op het gebruik van een diepploeg in het verleden en/of mogelijke aftopping of egalisatie. Deze verstoringen hebben de top van de Formatie van Boxtel en het Laagpakket van Wierden dusdanig verstoord, dat het pakket in slechts 6 van de 19 boringen is aangetroffen. In geen enkele boring is een intacte podzolbodem aangetroffen. Het prehistorische maaiveld is hiermee verdwenen en daarom is er een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het Laagpakket van Wierden is voornamelijk in het midden van het plangebied aangetroffen. De Formatie van Drente is in vrijwel elke boring aangetroffen in het plangebied.
Figuur 4.3 Locatie boringen
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
16/24
4.3
Water
Wet- en regelgeving Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Onderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Sweco een hydrologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Oppervlaktewater In het plan wordt een schouwsloot gedempt en het graven van een nieuwe sloot voorzien. Voor het dempen van de schouwsloot moet een vergunning worden aangevraagd bij het waterschap. Voor de afvoer van water dat meekomt via de zandwinning is geen vergunning nodig, omdat dit water teruggevoerd wordt naar de plas. Het gaat om een gesloten proces.
Waterberging Hemelwater in het plangebied zal met de herinrichting sneller afgevoerd worden op het oppervlaktewatersysteem. Het Botjes Zandgat heeft voldoende bergingscapaciteit om het hemelwater vanaf het plangebied op te vangen. Waterkwaliteit Materiaal van het bedrijfsproces moet via de nieuwe sloot teruggeleid worden naar de zandwinplas. Gecertificeerde materialen moeten toegepast worden om uitloging in hemelwater te voorkomen. Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte ter plaatse van woningen, wegen en bedrijventerreinen blijft naar verwachting gehandhaafd in het gebied. Conclusie Voorliggend plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding binnen het plangebied. De conclusies uit de waterparagraaf zijn afgestemd met het waterschap Hunze en Aa’s.
4.4
Natuur
Wet- en regelgeving Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de Wet Natuurbescherming die in Nederland geldt. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming:
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
17/24
• •
• Natura 2000-gebieden. • Soorten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) en eventueel gebieden buiten het NNN, zoals weidevogelleefgebieden, akkervogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Overig beleid (bijvoorbeeld gemeentelijk).
De natuurwetgeving heeft als belangrijkste component het zorgplichtbeginsel, dat van elke initiatiefnemer verlangt dat hij zich vooraf op de hoogte stelt van eventuele schadelijke effecten op voorkomende beschermde soorten planten en dieren en hun leefomgeving. Onderzoek Noordkorrel B.V. heeft Sweco gevraagd een Verkennend Natuuronderzoek uit te voeren (zie bijlage 4). Dit onderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt nergens binnen Natura 2000-gebied, waardoor directe aantasting zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000gebied niet aan de orde is. Soortenbescherming Het plangebied is geschikt als broedplaats voor vogels (algemene soorten). Om verstoring van broedende vogels te voorkomen, zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd moeten worden. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt habitat voor overige beschermde, niet vrijgestelde, soorten aangetroffen. Negatieve effecten op overige niet vrijgestelde soorten zijn uit te sluiten. Wel moet voor alle voorkomende (vrijgestelde) soorten de zorgplicht in acht genomen worden. De zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor platen en dieren zoveel mogelijk voorkomen moet worden.
Aanwezige dieren moeten in gelegenheid gesteld worden het plangebied te verlaten. Natuurnetwerk Nederland De geplande werkzaamheden leiden niet tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN Groningen, omdat deze buiten de begrenzing plaatsvinden. Tevens valt het plangebied buiten de begrenzing van Natuur buiten NNN, akker- en weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.5
Stikstof
Onderzoek In opdracht van Noordkorrel B.V. heeft Sweco een onderzoek uitgevoerd in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. Als onderdeel hiervan moeten de effecten van het project op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000gebieden inzichtelijk worden gemaakt (zie bijlage 5 en 6). Daarbij moet worden nagegaan of ten gevolge van het project een toename van de stikstofdepositie optreedt in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
18/24
Figuur 4.4 Projectlocatie en omliggende (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebieden
Uit het onderzoek blijkt dat de maximale toename van de depositie ten gevolge van het plan op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Op basis van bovenstaande zijn negatieve effecten in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden uitgesloten. Conclusie Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.6
Geluid
Wet- en regelgeving In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat geluidgevoelige objecten geen hinder mogen ondervinden van geluid afkomstig van wegen en industrieterreinen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen daarom te worden getoetst op hun geluidseffecten op geluidsgevoelige objecten. Onderzoek Sweco heeft Noorman Bouw- en milieuadvies gevraagd een akoestisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 7). Geluidsbelasting representatieve bedrijfsruimten (RBS) Uit de rekenresultaten volgt dat ter plaatse van de woningen aan de Botjesweg 2 en 3 kan worden voldaan aan de richtwaarden van 50 dB(A) in de dagperiode en 45 dB(A) in de avondperiode. In de nachtperiode vinden geen activiteiten plaats.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
19/24
Figuur 4.5 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vergunningpunten (RBS)
Maximale geluidsniveaus Uit de rekenresultaten blijkt dat ter plaatse van de woningen voldaan wordt aan de maximale waarden van 70 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode. Indirecte hinder In de praktijk komt het overgrote deel van het vrachtverkeer uit zuidelijke richting (A7) en verlaat de inrichting in zuidelijke richting. In de verkennende berekening is er worstcase vanuit gegaan dat al het vrachtverkeer de inrichting vanuit noordelijke richting bereikt en in noordelijke richting verlaat. De vrachtwagens passeren daarbij de woningen aan de Botjesweg 2 en 3. Deze woningen liggen op circa 20 meter uit de as van de weg. Uit de resultaten volgt dat de geluidsbelasting in dat geval ten hoogste 48 dB(A) bedraagt. Ook dan wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.7
Milieuzonering
Wet- en regelgeving Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met eventuele milieuhinder door omliggende functies. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van milieugevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Milieuzonering is alleen van toepassing op nieuwe situaties en beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Doorwerking in plangebied De VNG-publicatie gaat niet specifiek in op een depot van (fijn)zand. Daarom wordt aansluiting gevonden bij SBI-code 0812.1, oftewel de winning van zand, grind, klei, zout, e.d. (algemeen). Hiervoor geldt een richtafstand van 10, 100, en 200 meter voor respectievelijk geur, stof en geluid. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ of ‘rustig buitengebied’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van ‘rustig buitengebied’, maar van een ‘gemengd gebied’. Dit is bijvoorbeeld het geval in een lint van een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg zit.
In dit geval is sprake van ‘rustig buitengebied’. Binnen de zone van 200 meter bevindt zich één gevoelige functie, namelijk de woonfunctie
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
20/24
aan de westzijde van het plangebied. Deze woonfunctie ligt nu ook al in de milieuzone van de huidige zandwinning. De verplaatsing van het zanddepot verandert hier niets aan. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.8
Luchtkwaliteit
Wet- en regelgeving De Wet luchtkwaliteit is onderdeel van de Wet Milieubeheer. In de wet zijn normen opgenomen voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. Doorwerking in plangebied De ontwikkeling ziet slechts op het verplaatsen van het zanddepot. De werkzaamheden veranderen niet en worden uitgevoerd binnen de bestaande verleende ontgrondingsvergunning. Deze ontwikkeling zal niet leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.9
Externe veiligheid
Wet- en regelgeving In 2004 is het Besluit externe veiligheid (Bevi) in werking getreden. Het Bevi is van toepassing op inrichtingen, die in het kader van de Wet milieubeheer een vergunning nodig hebben, maar ook op ruimtelijke plannen. Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen; • het gebruik van luchthavens. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van de activiteit wel risico kunnen lopen, zoals omwonenden. Doorwerking in plangebied In de omgeving van het plangebied liggen diverse risicobronnen: 1. NAM-locatie Zuiderveen; 2. NAM-locatie Spitsbergen; 3. aardgascondensatieleiding 500190 (NAM); 4. aardgasleidingen 501011, 501021 en aardgascondensatieleiding 500200 (NAM); 5. aardgasleiding 502180 (NAM).
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
21/24
In onderstaande afbeelding zijn de risicobronnen weergegeven.
Figuur 4.6 Risicobronnen omgeving plangebied
De ontwikkeling ziet slechts op de verplaatsing van het zanddepot. Er vinden geen veranderingen plaats in het kader van externe veiligheid, bijvoorbeeld een toename van personen in de omgeving van de risicobronnen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.10 M.e.r. Wet- en regelgeving In de Wet milieubeheer is verankerd dat voor sommige projecten en besluiten het opstellen van een milieueffectrapport is vereist. Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Voor een aantal activiteiten geldt daarom een zogenaamde m.e.r.-plicht. In het Besluit milieueffectrapportage is gespecificeerd voor welke gevallen deze verplichting van toepassing is. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor andere activiteiten geldt dat zij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Voor deze activiteiten geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Doorwerking in plangebied De zandwinning valt onder onderdeel D 16.1 ‘De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem’ van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Zie ook onderstaande figuur.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
22/24
Kolom 1 Activiteiten De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem
Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 12,5 hectare of meer
Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en de plannen, bedoeld in artikelen 3.1, eerste lid, 3.6 eerste lid, onderdelen a en b van die wet.
Kolom 4 Besluiten Het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet.
Figuur 4.7 D 16.1 Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage
De ontgrondingsvergunning is in dit geval m.e.r.-beoordelingsplichtig. De verplaatsing van het zanddepot vindt plaats binnen de bestaande ontgrondingsvergunning. Hierdoor geldt er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect m.e.r. vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
23/24
5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Voor het kostenverhaal van door de gemeente te maken kosten zal, indien van toepassing, met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst ex artikel 6.24 Wro worden afgesloten. Hiermee zijn alle plankosten als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De ruimtelijke onderbouwing wordt met het ontwerpbesluit om een omgevingsvergunning te verlenen conform de Wabo en 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegd. Eventuele zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en eventuele aanpassingen van de ruimtelijke onderbouwing zullen te zijner tijd worden samengevat in een reactienota. Initiatiefnemer heeft de direct omwonenden bezocht en de plannen toegelicht.
Sweco | Omgevingsvergunning verplaatsen depot Botjes Zandgat Noordkorrel B.V. Projectnummer N/A Datum 13-10-2023
Versie
Document referentie Ruimtelijke onderbouwing Botjeszandgat
24/24