CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2022

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Verordeningen Jeugd en Wet Maatschappelijke Ondersteuning 202210.436 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wel wordt hieronder in grote lijnen een overzicht gegeven van een aantal vaak voorkomende factoren, die afhankelijk van de situatie, een rol kunnen spelen bij de besluitvorming. 1. De snelheid waarmee het probleem kan worden gecompenseerd De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is. Het hele traject van het maken van een plan, het vragen van offertes, de uitvoering en keuring vervalt dan of speelt een minder belangrijke rol. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt. Uit de jurisprudentie blijkt dat het essentieel is dat uit het advies blijkt binnen welke medisch aanvaardbare termijn een oplossing gevonden moet zijn voor het woonprobleem. 2.

Rekening houden met sociale factoren Sociale omstandigheden waarmee burgemeester en wethouders rekening kunnen houden zijn bijvoorbeeld: de voorkeur van de aanvrager; de binding van de aanvrager met de huidige woonomgeving; de nabijheid van voor de aanvrager belangrijke voorzieningen; Ook de waardering van de aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning van de aanvrager kan een rol spelen in het afwegingsproces, met name in situaties waarin sprake is van mantelzorg. De sociale omstandigheden moeten in het onderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd worden. De sociale factor zal minder zwaar wegen in het voordeel van aanpassen, als dicht in de buurt van de huidige

woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden. Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen, kan dat de beslissing in het voordeel van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder vervoersvoorzieningen nodig zijn. Als de aanvrager zijn werk ‘aan huis’ heeft (eigen bedrijf), moeten de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant meegewogen worden. Het is immers mogelijk dat de vestiging van het bedrijf op een andere, in commercieel opzicht minder aantrekkelijke, locatie negatieve gevolgen voor het inkomen uit eigen bedrijf kan hebben. 3. Rekening houden met woonlasten en financiële draagkracht van de gehandicapte Rekening houdend met eventuele mogelijkheden op het gebied, maakt het college een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woning. Alle relevante woonlasten moeten daarbij in aanmerking worden genomen. Als de aanvrager eigenaar van de woonruimte is, brengt een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen met zich mee dan wanneer deze de woning huurt. Bij het verkopen van een huis komen meer aspecten aan de orde dan bij het verlaten van een huurwoning. Een aantal aspecten pleit voor het verkopen van de woning en verhuizen naar een huurwoning.

Andere aspecten daarentegen zullen de balans naar het aanpassen van de eigen woning doen doorslaan. Een punt betreft de vraag in hoeverre vermogenswinsten of -verliezen optreden. Een eigenaar heeft doorgaans geld geleend en/of een hypotheek op het huis. Ook indien de aanvrager, al dan niet geheel op eigen kosten, veel aan de woning heeft verbeterd of aanpassingen heeft getroffen, ligt verhuizing minder voor de hand. 4. Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte Het college maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de overwegingen: huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte; de verhuiskostenvergoeding; de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning; kosten van het eventueel vrijmaken van de woning; een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving. De kosten zijn het uitgangspunt bij deze afweging, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen. 5. De mogelijke gebruiksduur van de aanpassing Er wordt ook rekening gehouden worden met het feit dat een aan te passen koopwoning naar alle waarschijnlijkheid minder makkelijk kans heeft om voor hergebruik in aanmerking te komen. •

Een revisiebeding, zoals bij huurwoningen, bestaat niet voor eigen woningen;

•

De gemeente heeft geen instrument om de woning vrij te krijgen;

•

Het zal niet zo eenvoudig zijn om een geschikte kandidaat voor die woning te vinden, die zowel financieel als ergonomisch gezien geschikt is voor de betreffende woonruimte.

Consequentie hiervan zal zijn dat eigen woningen meestal voor één enkele belanghebbende aangepast worden. Aanpassingen aan sociale huurwoningen zijn vaker opnieuw in te zetten dan aanpassingen aan koopwoningen, omdat deze huurwoningen opnieuw kunnen worden verhuurd aan personen met een beperking, waardoor de gebruiksduur van de aanpassing wordt verlengd. Dit speelt in de afweging dan ook een rol. Ook de medische prognose speelt hier een rol. Als vaststaat dat iemands toestand naar verwachting zodanig zal verslechteren, en dat als gevolg daarvan de aanpassing slechts voor beperkte tijd zal volstaan, kan dat gegeven een rol spelen in de afweging tussen verhuizen en (eventuele toekomstige) aanpassingen. Weigering van verhuizen Als de bovenomschreven afweging in het voordeel van verhuizing uitvalt, is die wens niet meer doorslaggevend. Het weigeren van aangeboden geschikte woningen heeft gevolgen. Na het weigeren van adequate woningen beoordeelt het college of er voldoende is gedaan door de gemeente ten aanzien van een compenserende oplossing. Dit wordt afgemeten aan de oorzaak voor het weigeren. Na het afwegen van deze factoren kan een beslissing worden genomen over het al dan niet hanteren van het primaat van de verhuizing.

Als mensen blijven weigeren dan bestaat voor de klant de mogelijkheid de verhuiskostenvergoeding in de vorm van een pgb te ontvangen en deze aan te wenden voor een duurdere woningaanpassing. Voorwaarde is dat de vergoeding alleen wordt gebruikt voor een woningaanpassing conform het programma van eisen zoals dat bij de beschikking zal worden gevoegd.

Bijlage 5: financiële zelfredzaamheid bij de maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden (HH1) Bij de beoordeling van de mogelijke financiële zelfredzaamheid wordt een inkomensgrens gehanteerd die afgeleid is van het op dat moment geldende bruto wettelijk minimumloon. Het bruto wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar (op 1 januari en 1 juli) vastgesteld en bedraagt voor een persoon van 21 jaar of ouder vanaf 1 januari 2022 € 1.725,00 per maand. Wanneer er sprake is van een gezinsinkomen hoger dan 150% van het bruto wettelijk minimumloon wordt in principe geen maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden toegekend omdat er sprake is van financiële zelfredzaamheid waarbij men zelf in een oplossing kan voorzien. Hiermee komt de grens van het maandinkomen waarop in principe geen aanspraak meer bestaat op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden op € 2.587,50 (1 januari 2022). Volledig onderzoek Indien er sprake is van een gezinsinkomen dat hoger is dan 150% van het bruto wettelijk minimumloon dient nog steeds verder onderzocht te worden wat de omstandigheden van de cliënt zijn. Het uitsluitend afwijzen van een aanvraag vanwege een te hoog inkomen is niet toegestaan. In alle gevallen dient er een volledig onderzoek plaats te vinden wat de omstandigheden zijn van de cliënt, welke mogelijkheden en beperkingen er zijn. Dit alles dient goed vastgelegd te worden.

De Centrale Raad van Beroep heeft in haar uitspraken keer op keer het belang benadrukt van het doen van een zorgvuldig onderzoek, eventueel ondersteund door een deskundig advies en een goed onderbouwde motivering in de verslaglegging. Omstandigheden die kunnen leiden tot een toekenning hulp bij het huishouden bij een inkomen hoger dan 150% van het bruto wettelijk minimumloon Er zijn omstandigheden waarbij iemand een inkomen heeft dat hoger is dan 150% van het bruto wettelijk minimumloon en dat er toch aanspraak kan zijn op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Bijvoorbeeld: Er is beslag gelegd op het gezinsinkomen Er is sprake van grote schulden met een hoge aflossingsverplichting De inwoner volgt een traject als bedoeld in de Wet schuldsanering natuurlijke personen of een vergelijkbaar minnelijk traject bij een gemeentelijke kredietbank Er is sprake van persoonlijk onvermijdbare kosten waardoor de draagkracht afneemt (bijvoorbeeld alimentatie, hoge studiekosten, etc) Er is sprake van een chronische ziekte of beperking waardoor er ook sprake is van andere, aantoonbare kosten Een mogelijk aanwezige hypotheekschuld van de woning waar ook feitelijk verbleven wordt telt hierin in principe niet mee, aangezien de betaling van de rente en aflossing in dat geval tot de reguliere woonlasten behoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12810874/1