05. Bijlage 3 - Concept beleidsbegroting 2027
Tekst van het document
De crisisorganisatie versterken met de juiste competenties Wij versterken de crisisorganisatie structureel met de noodzakelijke competenties. Door zowel op de vakbekwaamheid van de crisisorganisatie als op de vakbekwaamheid van de sector crisisbeheersing te richten versterken we het vak van crisisbeheersing. We verankeren geleerde lessen en innovaties in de organisatie, zodat de VRG zich verder ontwikkelt als lerende crisisorganisatie. Daarmee versterken we zowel het adaptief vermogen als de wendbaarheid van de crisisorganisatie op de middellange termijn. De weerbaarheid van de crisisfunctionarissen zelf is onderwerp van aandacht.
5.2 Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig? Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 begroting Begroting
Verschil
812
841
29
1.396
1.447
51
Overige baten
72
72
0
Totale baten
2.280
2.360
80
Personele lasten
1.745
1.818
74
Materiele lasten
590
603
13
Totale lasten
2.335
2.422
87
-55
-62
-7
Reservemutaties
55
62
7
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Rijksbijdrage (BDuR)
Resultaat voor reserve mutaties
19
6 Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) Programma:
Gemeentelijke Kolom Groningen
Portefeuillehouder:
E. van Lente
Directeur:
A. Castelein en B. Aukema
6.1
Wat wil het programma GKG realiseren in 2027?
In opdracht van de directie GKG wordt voor gemeenten Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau uitgevoerd. Dit ter preparatie op en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen: publieke zorg, omgevingszorg, informatie, ondersteuning, crisiscommunicatie en nafase. Bevolkingszorg omvat de werkzaamheden van een gemeente ten tijde van een incident, ramp of crises binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal. De GKG maakt deel uit binnen crisisbeheersing van het cyclische proces: Multi-risicobeheersing, preparatie, respons, evalueren. We bouwen vanuit bevolkingszorg verder aan het versterken en verder vormgeven van dit proces.
6.1.1
Multi risicobeheersing
Vanuit crisisbeheersing wordt in 2027 gestart met de voorbereidingen van de actualisatie rondom het Regionaal Risicoprofiel. De GKG draagt hier actief aan bij.
6.1.2 Preparatie Multidisciplinaire planvorming is een belangrijk onderdeel van de preparatie. Ook de GKG draagt bij aan het opstellen en actualiseren hiervan. De samenwerking tussen (crisis)partners, verschillende regio's (en het rijk) is een vanzelfsprekendheid, waarbij de GKG als onderdeel van de sector Crisisbeheersing ook een rol heeft als netwerkregisseur. Uiteraard zijn we nauw verbonden met de gemeenten. Daarnaast werken we voor de bevolkingszorgprocessen samen met partners zoals het Rode Kruis, Waterbedrijf Groningen, Omgevingsdienst, Stichting Salvage en dierenhulporganisaties.
6.1.3 Respons Een belangrijk aandachtspunt voor de crisisbeheersing is het versterken van de crisisorganisatie en zodoende ligt daar ook een rol voor de GKG. De uitvoering van crisisbeheersing (waaronder bevolkingszorg) moet naadloos aansluiten op de gemeentelijke taken, zowel tijdens als na een incident, ramp of crisis. De geactualiseerde regionale crisisorganisatie bevolkingszorg en crisiscommunicatie staat paraat en heeft de piketten op orde. Door de projectgroep “Kloarstoan” wordt in 2026 een adviesrapport met bijbehorend implementatieplan opgeleverd, wat gaat over de inrichting en het beheer van de 24/7 organisatie bij de VRG. In dit generiek beheer wordt ook GKG meegenomen. Zodat ook hiervoor generieke afspraken gelden en dezelfde middelen kunnen worden gebruikt.
6.1.4 Evalueren Er vindt nauwe afstemming plaats tussen multidisciplinaire evaluaties en monodisciplinair. De GKG werkt mee en draagt bij aan deze multidisciplinaire evaluaties. Indien gewenst en nodig wordt aanvullend een monodisciplinaire evaluatie gedaan.
6.1.5 Vakbekwaamheid Vakbekwaamheid is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op crisisbeheersing. De GKG draagt integraal bij op basis van het jaarprogramma vakbekwaamheid. Het is van belang dat (nieuwe) crisisfunctionarissen, ook bij alle gemeenten, snel vakbekwaam worden en dat zij flexibel en wendbaar zijn binnen de verschillende soorten crises. Voor de monodisciplinaire vakbekwaamheid van bevolkingszorg en crisiscommunicatie wordt uitvoering gegeven aan het Operationeel jaarplan vakbekwaamheid bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Daarnaast is het leervolgsysteem in gebruik waarmee een van de adviezen uit het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg is gerealiseerd. 20
6.2 Wat heeft de GKG hiervoor nodig?
GKG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 begroting Begroting
Verschil
1.485
1.539
54
Rijksbijdrage (BDuR)
0
0
0
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.485
1.539
54
Personele lasten
1.286
1.338
52
Materiele lasten
199
201
2
Totale lasten
1.484
1.539
54
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reservemutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
21
7 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Programma:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
Portefeuillehouder:
E. van Lente
Directeur:
J. Koopman
7.1
Wat wil het programma GHOR realiseren in 2027?
Onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid worden GHOR-taken uitgevoerd. De GHOR zorgt voor verbinding in de geneeskundige keten door organisaties samen te brengen en te sturen op onderlinge afstemming. Ook stemt de GHOR af met de multidisciplinaire partners uit de veiligheidsketen en de partners uit de andere functionele ketens. Daarnaast behartigt de GHOR daarbij de belangen ten aanzien van zorgcontinuïteit en is verantwoordelijk voor de processen van publieke en acute gezondheidszorg tijdens rampen en crises. Als integraal onderdeel van sector Crisisbeheersing draagt de GHOR op alle vlakken bij aan de realisatie van de ambities van Crisisbeheersing.
7.1.1
Multi risicobeheersing
De GHOR werkt in lijn met de strategische agenda van het Veiligheidsberaad (2024-2027) en op basis van de uitwerkingen van GGD GHOR NL aan de thema's klimaatveiligheid, veilige energietransitie en de het versterken van weerbare zorg. De GHOR geeft in samenwerking met AZNN (Acute Zorgnetwerk Noord Nederland) en GHOR Drenthe en GHOR Fryslân uitvoering aan het implementatieplan van het zorgrisicoprofiel 2024-2028.
7.1.2 Preparatie De Noord-Nederlandse samenwerking in de acute zorgketen werkt in 2027 opnieuw met een gezamenlijke ontwikkelagenda van de 3 noordelijke GHOR-regio’s die gericht is op: -
Goed aansluiten bij ons acute zorgnetwerk dat 3-noord georganiseerd is;
-
Beter voorbereid te zijn op langdurige en bovenregionale crisis, door planvorming en werkwijzen op elkaar aan te sluiten;
-
Efficiënte vertegenwoordiging van 3-Noord in alle landelijke platforms.
De doelstellingen zullen in het verlengde liggen van 2026 en zich richten op het verder ontwikkelen van informatiemanagement in de witte keten, het versterken van ketencontinuïteit van zorg ook tijdens langdurige crisis, uniformiteit GHOR-crisisfunctionarissen en de implementatie van een nieuwe evaluatiemethode. De samenwerking tussen de drie noordelijke GHOR-bureaus en AZNN is geborgd in het ROAZ-GHOR crisisplan, welke onlangs is vastgesteld binnen het bestuurlijk ROAZ. Daarnaast sluit de GHOR in ROAZ-verband aan bij de ontwikkelingen die voorkomen uit het transformatieplan zorgcoördinatie. Dit plan draagt bij aan het toekomstbestendig maken van de zorg door het zo optimaal mogelijk inzetten van de kritische en schaarse capaciteit binnen de zorg.
7.1.3 Respons Door de projectgroep “Kloarstoan” wordt in 2026 een adviesrapport met bijbehorend implementatieplan opgeleverd, wat gaat over de inrichting en het beheer van de 24/7 organisatie bij VRG. In dit generiek beheer wordt ook GHOR meegenomen. Zodat ook hiervoor generieke afspraken gelden en dezelfde middelen kunnen worden gebruikt.
7.1.4 Evalueren Er vindt nauwe afstemming plaats tussen het multi- en monodisciplinaire evaluatiebeleid. De GHOR werkt mee en draagt bij aan multidisciplinaire evaluaties, welke worden uitgevoerd vanuit de sector crisisbeheersing. Indien gewenst
22
wordt daarom aanvullend een monodisciplinaire evaluatie uitgevoerd. Indien van toepassing heeft de GHOR ook een rol in de ketenevaluatie van de zorgpartners, welke in samenwerking met het AZNN wordt uitgevoerd.
7.1.5 Vakbekwaamheid De GHOR draagt bij aan het vakbekwaamheidsprogramma van Veiligheidsregio Groningen. Voor het opleiden, trainen en oefenen van de GHOR-functionarissen wordt ook nadrukkelijk de samenwerking gezocht met GHOR Drenthe en Fryslân. Dit om uniformiteit en uitwisselbaarheid te bevorderen en daarmee optimaal voorbereid te zijn op bovenregionale en langdurige inzetten. Wat heeft de GHOR hiervoor nodig? GHOR (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 begroting Begroting
Verschil
563
583
20
1.244
1.289
45
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.807
1.872
66
Personele lasten
1.647
1.717
70
Materiele lasten
209
214
5
Totale lasten
1.857
1.931
74
Resultaat voor reserve mutaties
-50
-59
-9
Reservemutaties
50
59
9
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Rijksbijdrage (BDuR)
23
8 Paragrafen 8.1 Gemeentelijke bijdragen en lokale heffingen Het belangrijkste doel van de VRG is de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. In de gemeenschappelijke kosten zijn ook de kosten van GHOR en GKG opgenomen. De gemaakte kosten voor de uitvoering van de VRG-taken worden, onder aftrek van rijksbijdragen, volgens een vooraf overeengekomen verdeelsleutel toegerekend aan de deelnemende gemeenten. Deze verdeelsleutel is een mix van inwonerbijdrage en een verdeelsleutel die samenhangt met het fictief aandeel brandweerzorg in het gemeentefonds. Voor bepaling van het juiste aandeel per gemeente in de bijdrage, zijn de berekeningen gebaseerd artikel 24a van de Gemeenschappelijke Regeling VRG en op het Cebeon rapport van januari 2026. Naast genoemde kostenverrekening komen geen door het veiligheidsbestuur vast te stellen lokale heffingen voor.
8.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: •
Het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s.
•
Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken.
•
Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit.
De in de beleidsnota opgenomen kaders voor de periode 2023-2026 voor risicomanagement en weerstandsvermogen worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen=
Beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) Benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Hier werken we in de komende jaren naartoe. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de VRG beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het verwachte meerjarige verloop van de algemene reserves waarover de VRG beschikt. In de geprognosticeerde stand is met de volgende mutaties rekening gehouden: • •
Verwachte resultaatbestemming 2025. Verwachte begrote mutaties in de algemene reserve.
Algemene reserve (in €)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
3.461.739
3.461.739
3.461.739
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
3.461.739 3.461.739
3.461.739
3.461.739
3.461.739
Stand per 1-1
3.777.239
3.859.739 3.461.739
Toevoeging i.v.m. BDUR
398.000
-
Ontrekking i.v.m. FLO
-772.000
-
Rekeningresultaat
456.500
-
-
-398.000
Onttrekking vim BDUR Stand per 31-12
3.859.739
-
24
De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend, bestaande uit: •
• • • • •
Materieel: deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. Huisvesting: de reserve is bestemd om fluctuaties in de totale vastgoedopgave te kunnen opvangen. Kapitaallasten: deze reserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Tweede loopbaanbeleid: de reserve is bestemd voor kosten voor opleiding en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten over het tweede loopbaanbeleid voor de beroepsbrandweer. ICT: deze reserve is gevormd en bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent. Meldkamer: deze reserve is bij de resultaatbestemming van 2025 ingesteld met als doel de verdere ontwikkeling van de Meldkamer Noord Nederland.
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregio-taken worden, volgens vastgesteld beleid, gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Met name de herhuisvesting van de kazerne aan de Sontweg in Groningen en het strategisch huisvestingsplan voor de rest van provincie zal in de toekomst tot een financiële opgave leiden. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM-post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor twee jaar worden voorzien, conform onze nota risicomanagement en weerstandsvermogen. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties. In bijlage 5.2 zijn onderstaande risico’s beschreven. Risico
Impact*
Kans
I/S
Risicobedrag
Financiering Weerbaarheid
800.000
90%
S
720.000
Omgevingswet
200.000
50%
S
100.000
Verplichtend karakter vrijwilligers (structureel)
1.000.000
50%
S
500.000
Verplichtend karakter vrijwilligers (incidenteel)
2.800.000
50%
I
1.400.000
FLO
2.000.000
50%
I
1.000.000
Tweede loopbaanbeleid
1.000.000
70%
S
700.000
Hardheidsclausule na dienstongevallen
450.000
10%
I
45.000
1.000.000
50%
S
500.000
Vakbekwaamheid
570.000
50%
S
285.000
Achterstallig onderhoud
500.000
50%
I
Paraatheid vrijwilligers
250.000
Totaal
5.500.000
Risicobedrag (*0,9)
4.950.000
*I/S; structureel bedrag wordt voor 2 jaar voorzien conform onze nota risicomanagement en weerstandsvermogen
25
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen: Risico
Impact
Kans
I/S
Risicobedrag
Ontwikkelingen binnen Informatieveiligheid
PM
50%
S
PM
Meldkamer Noord-Nederland
PM
90%
S
PM
Missiekritische Communicatie
PM
90%
S
PM
PTSS
PM
30%
I
PM
Brancheontwikkelingen binnen brandweerzorg
PM
50%
S
PM
Brandkranen
PM
10%
I
PM
PFAS
PM
30%
I
PM
Strategisch Huisvestingsplan-Herhuisvesting Sontweg
PM
50%
S
PM
Vervangingsinvesteringen
PM
50%
S
PM
Beoordeling weerstandsvermogen De VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • De geschatte financiële omvang van het risico; • De waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet; • Het effect van bijsturingsmaatregelen. Conform onze nota risicomanagement en weerstandsvermogen, worden structurele risico’s voor twee jaar voorzien. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van negentig procent. Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit ruim € 5 miljoen bedraagt. Op het moment dat de benodigde weerstandscapaciteit hoger is dan het aanwezige weerstandsvermogen, moet de VRG zich beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Momenteel is deze ratio 0,8. Voorzieningen Primo 2027 zijn naar verwachting de volgende voorzieningen getroffen, waarvan hieronder weergegeven is welke afloop in 2027 te verwachten valt: Voorziening (*1.000)
1-1-2027
Vrijval/ aanwending
Dotatie
31-12-2027
Personeel gerelateerd
-
-
-
-
Groot onderhoud kazernes
1.768
-345
317
1.740
Voorziening FLO-overgangsrecht
8.846
-1.100
100
7.846
Totaal
10.614
-1.445
417
9.586
Personeel gerelateerd De personeel gerelateerde voorzieningen zijn ultimo 2025 nihil. De VRG is eigen risicodrager WW. Dit betekent dat de WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, voor eigen rekening komt. Momenteel zijn er geen medewerkers die deze uitkering ontvangen. Groot onderhoud huisvesting De VRG is zelfstandig bevoegd om groot onderhoud uit te laten voeren voor de gebouwen die haar eigendom zijn. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt de voorziening gevormd. Het MJOP wordt in lijn gebracht met 26
het strategisch huisvestingsplan (SHP). In 2026 zal door een externe partij een grondige analyse plaats vinden en hiermee samenhangend een update van het MJOP, zodat deze ook naar alle laatste inzichten en prijspeilen is opgesteld. Voorziening FLO-overgangsrecht Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen voor de toekomstige FLO-kosten tot en met 2045. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd door een extern adviseur, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde uitgangspunten. Het verloop is vastgesteld op basis van de actuele berekening opgesteld bij de jaarrekening 2025.
27
Financiële kengetallen Realisatie 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Netto schuldquote *
25,4%
52,9%
76,1%
124,5%
155,8%
170,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen *
25,4%
52,9%
76,1%
124,5%
155,8%
170,4%
Solvabiliteitsratio *
36,9%
22,4%
17,3%
11,8%
9,5%
8,7%
Structurele exploitatieruimte
1,2%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Kengetallen
Begroot Begroot 2029 2030
* De kengetallen 2025 zijn gebaseerd op de balans na verwachte resultaatbestemming 2025. De ratio’s voor 2026 e.v. zijn berekend op het verwachte verloop van de balansposities.
Netto schuldquote Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen •
0% t/m 100%: normaal
•
100%: weinig leencapaciteit
•
130%: zeer hoge schuld
De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote stijgt aankomende jaren tot een zeer hoog niveau doordat meer langlopende financiering wordt aangetrokken voor voornamelijk de herhuisvesting van de Sontweg. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio stijgt eerst om later weer af te nemen. Dit wordt veroorzaakt door de toenemende langlopende financiering waardoor het eigen vermogen in relatie tot het totale vermogen afneemt. Structurele exploitatieruimte Er is sprake van een evenwichtige begroting waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Grondexploitatie Alle gronden worden ingezet voor eigen gebruik. Er is dus geen sprake van grondexploitatie met andere doeleinden dan de primaire taak van de VRG.
28
8.3 Organisatiekosten In overeenstemming met het BBV (besluit Beleidsbegroting en Verantwoording) is in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de organisatiekosten. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead wordt gebruikt gemaakt van de volgende definitie: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Volgens de notitie Overhead BBV* zijn alle kosten beoordeeld op aard (overhead of primair). De overhead komt als volgt tot uitdrukking in het overzicht baten en lasten. De totale overhead op basis van de BBVdefinitie is berekend op 20,5% uitgedrukt in euro’s van de totale lasten van de VRG. Overzicht baten en lasten (in overeenstemming met artikel 17 BBV): VRG (* € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Brandweerzorg
53.284
46.998
6.286
Crisisbeheersing
841
2.409
-1.567
GKG
1.539
1.539
0
GHOR
583
1.931
-1.348
12.450
0
12.450
Overhead
39
14.109
-14.069
Heffing VPB
0
0
0
Bedrag onvoorzien
0
0
0
68.736
66.985
1.752
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma Brandweerzorg
0
1.873
-1.873
Crisisbeheersing
0
-62
62
GKG
0
0
0
GHOR
0
-59
59
68.736
68.736
-
Resultaat
* De notitie Overhead 2023 is voor gemeenschappelijke regelingen van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2026
8.4 Onderhoud kapitaalgoederen Vastgoed In 2024 is de nota onderhoud geactualiseerd met behulp van een extern bureau. Hierin is de stand van zaken van het onderhoud van de gebouwen voor het heden en de toekomst bekeken en op basis hiervan een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. De planning die voortvloeit uit het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van ontwikkelingen binnen de portefeuille vastgoed en eventueel onvoorziene externe omstandigheden. Voor de onderhoudskosten is een voorziening gevormd zodat er gelijkmatige spreiding van de kosten over de jaren plaatsvindt. Materieel De VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materieel. Op basis van het Organisatieplan Brandweerzorg 2023-2026 is gewerkt aan een visie voor invulling van het benodigde materieel en bezetting. Op basis van een brede inventarisatie van risico’s en ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons afkomen, is een prioritering en aanpak bepaald om te komen tot een toekomstbestendige inzet met de juiste middelen. Dit project vormt ook een berekende grondslag voor het toekomstige meerjareninvesteringsplan (MJIP) en de bijbehorende kapitaallasten.
29
8.5 Financiering Beleid financieringsrisico’s Het financieringsbeleid is erop gericht dat de VRG in beginsel haar investeringen financiert uit eigen middelen. Als de middelen ontoereikend zijn, worden de financieringsrisico’s eerst zoveel mogelijk afgedekt door kortlopende financiering/ kasgeldleningen (tot de kasgeldlimiet) omdat de meerjaren investeringsbegroting qua bedragen en timing met onzekerheden gepaard gaat. Als blijkt dat de financieringsbehoefte structureel van aard is, wordt deze afgedekt met langer lopende vastrentende leningen. Het type, de omvang en looptijd van deze leningen zijn afgestemd op de spreiding in de leningenportefeuille en de aflossing is gepland binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, zoals vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en worden geen afgeleide financiële instrumenten ingezet. Leningenportefeuille en liquiditeit In overeenstemming met het investeringsoverzicht in paragraaf 5.3 is voor de periode 2026-2030 een totaal investeringsbedrag geraamd van € 138,1 miljoen inclusief de huisvestingsopgave.
Rekening houdend met vrijkomende cashflow uit afschrijvingen, herfinanciering en andere cashflowmutaties betekent dit een totaal aanvullende kapitaalbehoefte van € 117 miljoen over de periode 2026-2030. Daarmee zal de totale omvang van de langlopende leningen toenemen van € 10,5 miljoen primo 2026 tot ongeveer € 127,5 miljoen ultimo 2030. Om de benodigde (project) financiering voor huisvesting aan te trekken en binnen de vereiste normen te blijven, zal expertise van een (externe) treasurer worden ingeschakeld. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van het beleidsbegrotingstotaal, dit is voor 2027 een bedrag van € 5,5 miljoen. Zoals hierboven is aangegeven kan in 2027 tijdelijk kortlopend worden geleend tot maximaal deze grens, voordat de financiering langlopend wordt vastgelegd. Renterisiconorm Op grond van de wet Fido moet de beleidsbegroting inzicht verschaffen in de renterisiconorm voor de komende vier jaar van de organisatie. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het beleidsbegrotingstotaal en bedraagt in 2027 € 13,4 miljoen. In de huidige leningenportefeuille is bij planning van het aflossingsschema rekening gehouden met deze limiet. Af te sluiten nieuwe financieringen worden zodanig gepland, dat de renterisiconorm niet wordt overschreden.
Stap Renterisico norm (*€ 1.000) Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage Renterisico norm
2026
2027
2028
2029
2030
64.169
66.985
70.356
75.031
79.250
20%
20%
20%
20%
20%
12.834
13.397
14.071
15.006
15.850
-
-
-
-
-
1
Renteherzieningen
2
Aflossingen
-323
-323
-3.573
-323
-323
3
Renterisico (1 + 3)
-323
-323
-3.573
-323
-323
4
Renterisiconorm
12.834
13.397
14.071
15.006
15.850
Renterisico
-323
-323
-3.573
-323
-323
Ruimte onder de renterisiconorm (4 >3)
12.511
13.074
10.498
14.683
15.527
5
Een van de treasury-doelstellingen is een flexibele leningenportefeuille, waarvan het aflossingspatroon is afgestemd op de resterende looptijd van de onderliggende activa. Daarmee zal het renterisico in de eerste paar jaar minimaal zijn. 30
Uit het overzicht blijkt dat het risico bij herfinanciering van de huidige portefeuille vooralsnog ruim binnen de renterisiconorm blijft. Schatkistbankieren Bij schatkistbankieren moeten decentrale overheden, alsook de VRG, hun tegoeden aanhouden bij het ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is per 1 juli 2021 gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1 miljoen. Het drempelbedrag voor de VRG voor 2027 is € 1,3 miljoen.
8.6 Bedrijfsvoering De VRG werkt continu aan de verdere optimalisatie van haar bedrijfsvoering, met als doel een efficiënte, wendbare en doelgerichte organisatie. Hierbij ligt de focus op verschillende aandachtsgebieden: informatieveiligheid en het behalen van BIO2-status, duurzaamheid volgens geldende wet- en regelgeving, financiële transparantie en sturing, en een toekomstbestendige huisvesting. Daarnaast wordt ingezet op versterking van de projectorganisatie en portfoliomanagement. Sectorbrede thema’s worden opgepakt en gestructureerd binnen een projectmatige aanpak, met duidelijke procesflows en verantwoordelijkheden. De doorgevoerde kwaliteitsverbeteringen zijn specifiek gericht op het optimaal ondersteunen van de vitale processen van crisisbeheersing en brandweerzorg, met als doel de continuïteit en betrouwbaarheid van deze kernactiviteiten te waarborgen.
8.6.1 Personeels- en organisatieontwikkeling In 2027 werkt P&OO vanuit de vastgestelde HR-visie als richtinggevend kader. Landelijke en sectorbrede ontwikkelingen op het gebied van toekomstgericht werkgeverschap, arbeidsvoorwaarden, duurzame inzetbaarheid en zorg voor personeel raken direct aan de opgaven van VRG. Deze ontwikkelingen vragen om een samenhangende HR-inzet waarin collectieve afspraken worden vertaald naar de specifieke context van de organisatie. De inzet van P&OO is geordend rond vier samenhangende HR-thema’s: persoonlijk leiderschap, cultuur en gedrag, toekomstgericht werkgeverschap en werknemerschap, en HR-digitalisering met een stevig HR-fundament. Binnen deze thema’s ligt in 2027 de nadruk op leren en ontwikkelen, waaronder leiderschapsontwikkeling op alle niveaus, strategische personeelsontwikkeling en duurzame inzetbaarheid over de gehele loopbaan. Strategische personeelsontwikkeling, voortbouwend op strategische personeelsplanning, vormt een belangrijke meerjarige pijler. Hiermee wordt gestuurd op tijdige instroom, doorstroom en uitstroom, mede in het licht van arbeidsmarktkrapte en verwachte uitstroom in de jaren na 2027. Dit wordt ondersteund door verdere professionalisering van arbeidsmarktcommunicatie, recruitment en onboarding, met aandacht voor een sterke positionering van VRG als werkgever.
HR-digitalisering ondersteunt deze ambities door het versterken van HR-processen, besluitvorming en dienstverlening. De inzet van digitalisering, waaronder AI, is gericht op beter inzicht, een zorgvuldige match tussen mens en werk en het ondersteunen van medewerkers en leidinggevenden, met blijvende aandacht voor mensgerichtheid en betrouwbaarheid.
8.6.2 Informatiemanagement Informatie vormt een fundamenteel en blijvend essentieel onderdeel van de VRG en noodzakelijk voor de continuïteit van de bedrijfsprocessen. Daarom willen we ook het komend jaar blijvende aandacht besteden aan en investeren in onze informatievoorziening. Het Veiligheidsinformatie Knooppunt (VIK) wordt in 2027 verder doorontwikkeld om de ondersteuning van crisisbeheersing te versterken, met aansluiting op het landelijke KCR2. De samenwerking met de Veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en de Meldkamer Noord-Nederland wordt voortgezet om het bovenregionale beeld verder te verbeteren. De taskforce Informatievoorziening (IV) richt zich op de aansluiting bij de vijf programmalijnen van het landelijke masterprogramma IV. Deze taskforce is het antwoord van de VRG op de in 2025 ingestelde landelijke Vakraad IV. Binnen de taskforce worden de verschillende programmalijnen gedeeld en worden raakvlakken en afhankelijkheden in kaart gebracht. Daarnaast wordt hiermee de IV-beslisser van VRG, die als vertegenwoordiger in de landelijke Vakraad 31
IV optreedt, effectief ondersteund, zodat snel kan worden ingespeeld op landelijke ontwikkelingen en wet- en regelgeving.
8.6.3 Duurzaamheid De uitvoering van de CO₂-reductie wordt verder voortgezet, in lijn met de landelijke duurzaamheidsagenda voor Veiligheidsregio’s. Daarnaast wordt ingezet op verdere verduurzaming van het wagenpark (personenauto’s) en de gebouwen van de organisatie. De ingezette koers wordt voortgezet, en er wordt ruimte geboden om nieuwe initiatieven en samenwerkingen te verkennen die bijdragen aan een duurzame toekomst voor zowel de organisatie als de samenleving. Hoewel de financiële impact van deze maatregelen nog niet volledig inzichtelijk is, streeft de VRG ernaar binnen de bestaande financiële kaders te blijven opereren. Tegelijkertijd kunnen maatregelen op het gebied van verduurzaming op termijn ook leiden tot besparingen, waardoor de uitvoering van deze ambities haalbaar blijft.
8.7 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Stichting BON De bestuurlijke deelname, samen met de veiligheidsregio’s Friesland en Groningen, in de Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON), maakt de BON tot een verbonden partij. De stichting is aandeelhouder in de BON B.V. De BON B.V. heeft een 100%-deelneming in Oefencentrum Noord B.V. en Brandweeropleidingen Noord B.V.
32
9 Overzicht van baten en lasten Onderstaand is de ontwikkeling van baten en lasten inclusief meerjarenraming tot en met het jaar 2030 weergegeven, waarbij ook de geactualiseerde beleidsbegroting 2026 is opgenomen per overzicht.
9.1
Overzicht baten en lasten per totaal en per programma
VRG (*1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 2028 2029 2030 begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 53.853
55.807
57.971
60.116
62.341
Gemeentelijke bijdrage FLO
100
100
100
100
100
Gemeentelijke bijdrage Huisvesting
94
379
617
2.129
2.909
Rijksbijdrage (BDuR)
10.617
11.002
11.449
11.893
12.353
Weerbaarheid (BDuR)
915
1.050
1.050
1.050
1.050
Overige baten
398
398
398
398
398
Totale baten
65.977
68.736
71.585
75.686
79.151
Personele lasten
45.672
47.608
49.800
51.930
54.132
Materiele lasten
18.497
19.377
20.556
23.102
25.118
Totale lasten
64.169
66.985
70.356
75.031
79.250
Resultaat voor reserve mutaties
1.808
1.751
1.229
655
-100
Reservemutaties
-1.808
-1.751
-1.229
-655
100
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
Brandweerzorg (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 2028 2029 2030 begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 50.994
52.844
54.895
56.926
59.032
Gemeentelijke bijdrage FLO
100
100
100
100
100
Gemeentelijke bijdrage Huisvesting
95
379
617
2.129
2.909
Rijksbijdrage (BDuR)
7.977
8.266
8.607
8.946
9.297
Weerbaarheid (BDuR)
915
1.050
1.050
1.050
1.050
Overige baten
326
326
326
326
326
Totale baten
60.407
62.965
65.595
69.477
72.714
Personele lasten
40.994
42.734
44.700
46.610
48.584
Materiele lasten
17.499
18.358
19.513
22.035
24.026
Totale lasten
58.493
61.092
64.213
68.645
72.610
Resultaat voor reserve mutaties
1.914
1.873
1.382
832
103
Reservemutaties
-1.914
-1.873
-1.382
-832
-103
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
33
Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 2028 2029 2030 begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 812
841
874
906
940
1.396
1.447
1.503
1.558
1.616
Overige baten
72
72
72
72
72
Totale baten
2.280
2.360
2.449
2.536
2.628
Personele lasten
1.745
1.818
1.902
1.984
2.069
Materiele lasten
590
603
617
631
645
Totale lasten
2.335
2.422
2.519
2.615
2.715
-55
-62
-70
-78
-87
Reservemutaties
55
62
70
78
87
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
Rijksbijdrage (BDuR)
Resultaat voor reserve mutaties
GKG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 2028 2029 2030 begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 1.485
1.539
1.598
1.657
1.719
Rijksbijdrage (BDuR)
0
0
0
0
0
Overige baten
0
0
0
0
0
Totale baten
1.485
1.539
1.598
1.657
1.719
Personele lasten
1.286
1.338
1.402
1.462
1.525
Materiele lasten
199
201
208
212
217
Totale lasten
1.484
1.539
1.609
1.674
1.742
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
-11
-17
-23
Reservemutaties
0
0
11
17
23
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
34
GHOR (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier
2026 Act. 2027 2028 2029 2030 begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 563
583
605
627
650
1.244
1.289
1.339
1.389
1.440
Overige baten
0
0
0
0
0
Totale baten
1.807
1.872
1.944
2.016
2.090
Personele lasten
1.647
1.717
1.796
1.873
1.954
Materiele lasten
209
214
219
224
229
Totale lasten
1.857
1.931
2.015
2.097
2.183
Resultaat voor reserve mutaties
-50
-59
-71
-82
-93
Reservemutaties
50
59
71
82
93
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
Rijksbijdrage (BDUR)
35
9.2 Geprognosticeerde balans In het onderstaande overzicht is de geprognosticeerde balans (per 31-12 van enig jaar) opgenomen. Activa (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Materiele vaste activa
39.013
56.571
73.594
109.578
137.739
153.326
Vorderingen
711
711
711
711
711
711
Liquide middelen
120
120
120
120
120
120
Totaal activa
39.844
57.402
74.425
110.409
138.570
154.157
Passiva (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Eigen vermogen
11.159
10.999
11.708
12.089
12.416
12.018
Voorzieningen
11.417
10.614
9.586
8.302
7.362
6.196
Langlopende schulden
10.460
28.981
46.323
83.210
111.984
129.135
Vlottende passiva
6.808
6.808
6.808
6.808
6.808
6.808
Totaal passiva
39.844
57.402
74.425
110.409
138.570
154.157
In de voorspelde balans is rekening gehouden met de geplande investeringen voor 2026-2030 (inclusief het strategisch huisvestingsplan en de herhuisvesting Sontweg) en een stabiel werkkapitaal. Ook zijn de geplande mutaties in reserves en voorzieningen, zoals in de eerdere paragrafen genoemd, verwerkt. De behoefte aan langlopende financiering is bepaald op basis van het meerjareninvesteringsplan, de vastgelegde financieringsstructuur en cashflowmutaties. De rentelast voor deze financiering is gedekt in de begroting 2027. Bovenstaande balans is de basis voor de berekende financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen.
9.3 Toelichting meerjarenraming Algemeen Deze begroting inclusief meerjarenraming is opgesteld aan de hand van de uitgangspunten in de kaderbrief 20272030. Zoals uit deze kaderbrief blijkt, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die nog omkleed zijn met (financiële) onzekerheden. Zoals vorig jaar al geschetst is de nullijn nog steeds het uitgangspunt, maar rondom huisvesting, weerbaarheid en Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) niet meer haalbaar. De komende jaren zullen ook op andere ontwikkelingen extra stappen gezet moeten worden, maar de meeste hiervan zijn momenteel te onzeker om te kwantificeren. Bij nieuwe ontwikkelingen sluiten we aan bij de gemaakte financiële afspraken (hygiëneregels). Dit betekent het volgende: • • • • • •
Er wordt onderscheid gemaakt tussen autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen en niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen leiden in principe tot uitzetting van de begroting; Niet-autonome ontwikkelingen worden voorgelegd aan het bestuur inclusief risico’s, financieel effect en dekking. We geven invulling aan wettelijke taken vanuit een realistisch perspectief. Onze landelijke inzet is om financiële effecten van nieuwe ontwikkelingen te verkleinen. We kijken expliciet naar financieringsmogelijkheden door derden.
36
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en Weerbaarheid Uit de begroting van het Ministerie van JenV volgt dat de specifieke uitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met ingang van 2026 met een budgetkorting van 10% wordt uitgekeerd aan veiligheidsregio's. Op de landelijke tafels is geprobeerd de BDuR-korting van tafel te krijgen, maar dit is niet gelukt. De korting is daarom ook opgenomen in de junibrief van het Ministerie voor 2026. Het verschil tussen de oorspronkelijke BDuR-bijdrage vóór korting (€ 11,014 miljoen) en de feitelijke bijdrage uit de junibrief 2025, waarin zowel de korting als de loon- en prijsbijstelling zijn verwerkt (€ 10,616 miljoen), betekent dat de VRG vanaf 2026 te maken krijgt met een structurele bijstelling van € 398.000. In 2026 wordt deze korting eenmalig incidenteel gedekt vanuit het positieve resultaat van 2025. Bij de Voorjaarsnota van het Rijk is voorgesteld vanaf 2027 € 70 miljoen structureel toe te kennen aan het Ministerie van JenV voor het versterken van de weerbaarheid in de samenleving, met de volgende verdeling: • •
€ 10 miljoen voor landelijke publiekscampagne. € 25 miljoen voor het versterken van de veiligheidsregio’s ten behoeve lokale en regionale weerbaarheid. Deze financieringsstroom wordt volgens de reguliere BDuR verdeelsleutel en bestaande verantwoordingssystematiek uitgekeerd aan de veiligheidsregio’s. Dit betekent voor de VRG ongeveer € 1 miljoen structureel vanaf 2027 voor dit onderwerp.
€ 35 miljoen is vanaf 2027 structureel bestemd voor het opzetten en inrichten van noodsteun- en coördinatiepunten. Hoe de verdeelsleutel uiteindelijk zal zijn tussen Rijk, gemeenten en veiligheidsregio’s is nog niet duidelijk en is afhankelijk van de pilots die in 2026 lopen. € 25 miljoen wordt vanaf 2027 dus structureel toegekend aan de veiligheidsregio’s volgens de reguliere BDuR verdeelsleutel en bestaande verantwoordingsystematiek. Voor de VRG betekent dit vanaf 2027 € 1 miljoen. Deze middelen zijn bestemd voor het versterken van de veiligheidsregio’s ten behoeve van de lokale en regionale weerbaarheid, maar vanuit de redeneerlijn van het ministerie van JenV zijn deze middelen ook beschikbaar om dekking te bieden voor de generieke BDuR korting van 10%. De structurele generieke BDuR korting zien wij als een autonome ontwikkeling, waar onze financiële hygiëneregels op van toepassing zijn. Gezien de redeneerlijn van het ministerie en gezien het feit wij inmiddels de beschikking van deze middelen hebben ontvangen, hebben wij in de beleidsbegroting 2027 de BDuR korting in eerste instantie gedekt uit deze extra toegekende middelen. In 2026 wordt de BDuR korting eenmalig incidenteel opgevangen door het positieve resultaat van 2025, omdat de extra middelen weerbaarheid pas vanaf 2027 structureel worden toegekend.
Momenteel is het nog niet geheel duidelijk welke extra taken aan ons worden opgedragen in het kader van weerbaarheid. De vraag is of de extra toegekende middelen überhaupt toereikend zijn voor de weerbaarheidsopgave, vandaar dat we dit ook in onze risicoparagraaf hebben opgenomen. De uiteindelijke impact hangt samen met de landelijk lopende pilot noodsteun- en coördinatiepunten (2025–2026) en hoe we het onderwerp weerbaarheid regionaal vorm gaan geven. Hierover wordt het gesprek gevoerd met ons algemeen bestuur. Als laatste merken we hierbij op dat de landelijk beschikbaar gestelde middelen voor weerbaarheid volgens ons nooit voldoende zullen zijn om invulling te geven aan het brede vraagstuk: weerbaarheid van de samenleving. Huisvesting In juli 2023 is het Strategisch Huisvestingsplan vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Voor het Strategisch huisvestingsplan is vanaf de begroting 2024 voor de eerste 10 jaar € 1,3 miljoen per jaar toegevoegd voor fondsvorming. De fondsvorming houdt in dat middelen die we in de eerste jaren niet besteden, worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve huisvesting zodat deze in latere jaren ingezet kunnen worden. Met deze fondsvorming voorkomen we schommelingen in de begroting en gemeentelijke bijdrage ten gevolge van nieuwbouw van de kazernes. Deze eerste tranche loopt tot 2033. Echter, deze vernieuwsopgave houdt niet op na 2033.
Na de eerste 10 jaar zal de volgende cyclus starten, waarin wederom tien kazernes worden vernieuwd, wat nogmaals een extra uitzetting met zich mee zal brengen. Dit patroon herhaalt zich totdat alle 38 kazernes zijn vernieuwd. Inzake de herhuisvesting van de Sontweg is op 11 juli 2025 besluitvorming geweest tot grondverwerving van de Bornholmstraat en Winschoterweg te Groningen en op 13 juli 2023 zijn de programma’s van eisen met kennisname van de stichtingskostenraming voor beide locaties vastgesteld. Op 1 juli 2026 zal de grond worden overgedragen. Naast de grondverwerving is voor de herhuisvesting van de Sontweg vanaf de begroting 2023 reeds € 100.000 per jaar toegevoegd aan de begroting ter dekking van rentekosten voorbereidingskrediet. De verwachting is dat we in 2027 te maken krijgen met de volgende stap in het aantrekken van het voorbereidingskrediet. De daadwerkelijke bouw zal naar verwachting starten in het laatste kwartaal van 2028 waarna oplevering in 2030 plaatsvindt. In het Besluit van het Algemeen Bestuur van 13 juli 2023 is € 72,6 miljoen opgenomen als de geraamde stichtingskosten met het prijspeil 1-1-2023. Bij de actualisatie in oktober 2025 zijn deze stichtingskostenraming, doorgerekend tot prijspeil 1-1-2031, uitgaande van een indexactie van 3% per jaar. Dit levert uiteindelijk een raming op van € 90,5 miljoen. 37
In deze raming is ook de grondverwerving en het voorbereidingskrediet meegenomen wat in eerdere besluitvorming al is vrijgegeven door het AB. In de actualisatie van de begroting 2026 en in de beleidsbegroting 2027 zijn de rentelasten van de aan te trekken investeringsbedragen opgenomen. Na opleveringen krijgen ook de afschrijvingen en de overige exploitatielasten zijn beslag in de begroting van de VRG. Dit valt buiten het kader van deze begroting. In onderstaande tabellen is daarom weergegeven wat dit betekent vanaf 2031 voor de uitzetting van de begroting van de VRG. Exploitatielasten Herhuisvesting (x € 1 mln.)
Prijspeil 1-1-2023 Per 1-1-2031
Exploitatielasten Bornholmstraat
2,4
3,5
Exploitatielasten Winschoterweg
1,2
1,8
Exploitatielasten totaal
3,7
5,3
Exploitatielasten VRG
2,9
4,3
Exploitatielasten GGD
0,8
1,1
Uitzetting exploitatielasten (x € 1 mln.)
Per 1-1-2031
Exploitatielasten VRG
4,3
Huidige exploitatielasten Sontweg
1,5
Verwachte toename exploitatie VRG
2,7
De exploitatielasten die gepaard gaan met de gebouw-specifieke inrichting is nog niet verwerkt in bovenstaande tabellen. Dit betreft onder andere specifieke inrichting van de crisisruimten, inrichting oefenlocatie (leslokalen e.d.), de inrichting voor de PPMO-baan, audiovisuele middelen, studio-inrichting, keukeninrichting, installatie ten behoeve van de rooktoren, werkplaatsinrichting, duikbassin installatie, beveiliging en losse inventaris. Vanuit het oogpunt van transparantie over de gehele investering voor de herhuisvesting van de Sontweg zijn deze kosten geraamd op €7 miljoen, uitgaande van prijspeil 1-1-2025, rekening houdend met 5% onvoorzien en geïndexeerd met 3% per jaar tot 1-1-2031. Dit komt neer op circa 8% van de totale investeringsbehoefte. Daarnaast zal sprake zijn van organisatiekosten als gevolg van het werken op twee locaties. Deze kosten zijn op dit moment nog niet te concretiseren, wel is duidelijk dat dit zal leidt tot een verhoging van de exploitatiekosten. Bovenstaande heeft het volgende effect op de exploitatielasten per 1-1-2031: Exploitatielasten gebouw-specifieke inrichting (x € 1 mln.)
Per 1-1-2031
Afschrijvingen
0,5
Rentelasten
0,2
Organisatiekosten
PM
Exploitatielasten totaal
0,7
Voor zowel de exploitatiekosten als voor het investeringskrediet is rekening gehouden met een indexering van 3%. Voor de financiering en dus de rentelasten is rekening gehouden met een percentage van 3,5%. Beide percentage zijn met de kennis van nu toegepast. Afwijkingen kunnen vanzelfsprekend leiden tot een bijstelling van de prognose van de exploitatielasten. In de reguliere P&C-cyclus zal dit continu gemonitord worden en zullen afwijkingen tijdig worden gepresenteerd. Daarnaast is de inschatting van de investeringsbedragen hoe dan ook omgeven met veel onzekerheid, omdat de start van de bouw nog een aantal jaren op zicht laat wachten. Deze onzekerheden en risico's worden continu gemonitord en bijgehouden in een separate risicoparagraaf behorende bij het project herhuisvesting Sontweg. Herijking gemeentefonds/effecten op verdeelsleutel Onze gemeenten worden geconfronteerd met oplopende tekorten in de financiën, doordat de kosten stijgen en het Rijk gemeenten onvoldoende middelen geeft om taken naar behoren uit te voeren. De eventuele effecten van deze landelijke ontwikkeling voor 2027 en verder voor de VRG zijn op dit moment nog niet in te schatten. In mei 2025 heeft 38
de VRG een antwoord gegeven op het verzoek van acht gemeenten om scenario’s te onderzoeken voor de financiële uitdagingen waar gemeenten voor staan.
9.4 Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2027 Autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting: • Indexering 2027 Indexering van de (meerjaren)begroting vindt plaats op basis van loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening. Conform de verhouding (70/30) tussen de personele en materiele lasten is de gewogen indexatie 3,63%. De beleidsbegroting 2027 is geïndexeerd met 3,63% (€ 1.954 duizend) en deze is als volgt berekend: Looncomponent
Weging
2027 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers *
4,24%
Totale indexatie looncomponent in 2027
4,24%
70
2,97%
2,20%
30
0,66%
Totaal
3,63%
Materieelcomponent (IMOC) 2027 Prijs overheidsconsumptie, netto materieel * Totale indexatie materieelcomponent in 2027 * Gebaseerd op CAO en tabel 4.2.2 septembercirculaire 2025 Gemeentefonds
2,20%
De meerjarige indexatie is volgens dezelfde systematiek gebaseerd op onderstaande tabel uit de septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds.
39
FLO – bijdrage Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln. (netto contante waarde) voor de toekomstige FLO-kosten tot en met 2045. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd door een extern adviseur, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd. Voor 2027 en verder is berekend dat jaarlijks € 100.000 noodzakelijk is tot 2045. Dit wordt veroorzaakt doordat sprake is van wijzigingen in de (fiscale) regelgeving en een netto-inkomensgarantie. De berekening is afgestemd met de accountant en de uitzetting van € 100.000 voor de jaren 2026-2030 is opgenomen in deze beleidsbegroting conform de kaderbrief. Onderdeel van de afspraken met de gemeenten is dat de bijdrage FLO jaarlijks wordt na gecalculeerd. Eens in de vijf jaar worden de uitgangspunten opnieuw geëvalueerd. De hierboven geschetste financiële ontwikkelingen zijn verwerkt in alle tabellen in deze begroting.
40
9.5 EMU-saldo Omschrijving
2025
2026
2027
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
Realisatie 2025
Volgens begroting 2026
Volgens meerjarenraming in begroting 2027
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
799
1.380
1.751
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
3.062
21.009
20.593
3.
Mutatie voorzieningen
404
-803
-1.028
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-1.859
-20.432
-19.870
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
41
10 Bijlagen
42
10.1 Taakvelden Begroting 2027 Taakveld (* € 1.000)
VRG totaal Baten
Lasten
Brandweer
Saldo
Baten
Crisisbeheersing
Lasten Saldo
Gemeentelijke kolom
GHOR
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
0. Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
1.350
39
14.184
90
145
973
10
-
1.350 14.145 55
-
1.353
39 14.095
1.353 14.055 55
90
146
999
10
1.747
964 1.747
-
1.873
989 1.873
-
-
-
-
-
36
-
-
-
13
13
-
-
36
-
-
-
-
-
51
51
-
-
-
-
-
-
-
63
-
63
-
-
-
-
5
5
-
-59
59 -
52
-
-62
-
-
-
-
-
-
-
-
61.838 41.047 20.790 2.324
2.409
84
1.602
1.493
110
1.872
1.879
62
-52
1. Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
67.634 46.865 20.769
-7
2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 Verkeer en vervoer
-
810
810
-
810
810
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
3.632
3.632
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- 2.360
2.360
1.539
1.539
1.872
1.872
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.3 Wonen en bouwen
Totaal
-
3.625
68.736 68.736
3.625
62.969 62.969
-
43
-
-
Conform het BBV is hieronder een overzicht opgenomen met het verdelingsprincipe op basis waarvan de taakvelden over de programma's zijn verdeeld. Taakveld 0.1 Bestuur
Betreft kosten voor (ondersteuning) bestuur en accountantskosten.
0.4 Overhead
O.b.v. Notitie Overhead - juli 2016 Commissie BBV. Ondersteunende taken niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product behoren tot overhead. Dit zijn Planning en Control, Financiën, HRM, OR, Inkoop, Communicatie, Juridische zaken, Informatievoorziening en Automatisering, Facilitaire zaken, post/document verwerking en Huisvesting.
0.5 Treasury
Activiteiten ten aanzien van financiering en betalingsverkeer zoals rentebaten en rentelasten.
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
Geen sprake van vennootschapsbelasting binnen de Veiligheidsregio Groningen.
0.10 Mutaties reserves
Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Na resultaatbestemming is hier het jaarresultaat zichtbaar.
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
Alle reguliere taken van de brandweer en taken in verband met het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen, inclusief GHOR en Bevolkingszorg.
2.1 Verkeer en vervoer
Betreft bluswatervoorziening.
8.3 Wonen en bouwen
Advies, toetsing en handhaving van brandveiligheid.
44
10.2 Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing De in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen risico’s zijn begin 2026 geactualiseerd. Hieronder is een uitwerking opgenomen van de genoemde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Financiering Weerbaarheid
Omschrijving
Het uitgangspunt van de VRG is dat zonder financieringsstroom er geen nieuwe taken worden opgepakt. Het risico bestaat dat de extra middelen die naar de VRG toekomen voor weerbaarheid gepaard gaan met meer taken, en dat de hiertoe aangewezen middelen ontoereikend zullen blijken om die specifieke taken uit te voeren .
Risico Kans
400.000 Hoog
Omgevingswet
Omschrijving
De Omgevingswet is inwerking getreden op 1 januari 2024. De stelselherziening Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s met zich mee op het gebied van risicobeheersing. Uit een eerder onderzoek van Cebeon volgt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Zoals benoemd is de verwachting dat deze nieuwe taken per saldo een extra inzet van 2-3 fte vragen van de VRG. Zowel vanuit het Rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Financiële vertaling wordt nog verwacht en de VRG is van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden.
Risico Kans
100.000 Hoog
Verplichtend karakter vrijwilligers (structureel)
Omschrijving
Als gevolg van Europese wetgeving wordt op landelijk niveau gewerkt aan de implementatie van ‘Het verplichtend karakter’ vrijwilligers (bouwsteen 1). De kosten voor implementatie zijn landelijk geraamd op € 35 miljoen. Voor de VRG zijn de kosten incidenteel geraamd op € 2.800.000 en structureel op € 500.000. Ook in dit dossier zijn de gesprekken met de minister gaande, maar is het financieringsvraagstuk nog niet opgelost. Ook zal bij de invoering moeten worden gekeken wat dit betekent voor de vrijwilligers in Groningen.
Risico Kans
500.000 Hoog
Verplichtend karakter vrijwilligers (incidenteel)
Omschrijving
Als gevolg van Europese wetgeving wordt op landelijk niveau gewerkt aan de implementatie van ‘Het verplichtend karakter’ vrijwilligers (bouwsteen 1). De kosten voor implementatie zijn landelijk geraamd op € 35 miljoen. Voor de VRG zijn de kosten incidenteel geraamd op € 2.800.000 en structureel op € 500.000. Ook in dit dossier zijn de gesprekken met de minister gaande, maar is het financieringsvraagstuk nog niet opgelost. Ook zal bij de invoering moeten worden gekeken wat dit betekent voor de vrijwilligers in Groningen.
Risico Kans
2.800.000 Hoog
Ontwikkelingen binnen Informatieveiligheid 45
Omschrijving
De crisisorganisatie van veiligheidsregio's biedt ondersteuning aan ketenpartners bij verstoring of uitval, wanneer de openbare orde en veiligheid in gevaar kan komen. De VRG kan ook zelf worden getroffen door storing en uitval. Ook cybercriminaliteit is een risico waarmee de VRG-rekening moet houden. Gevolgen die hieruit kunnen voortvloeien, zijn het platleggen van de digitale infrastructuur, het aanrichten van imagoschade, het stellen van financiële eisen en verlies/diefstal van vertrouwelijke informatie. De interne informatiebeveiliging dekt de vitale en kritische processen binnen de VRG. De veiligheidsregio’s zijn sinds kort voor een drietal processen aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid. De organisatorische en financiële gevolgen van deze verplichting worden momenteel in kaart gebracht. Tot op heden zijn de ontwikkelingen steeds binnen budget gemanaged, maar het is onzeker of dit ook in de toekomst gaat lukken.
Risico Kans
PM Hoog
Meldkamer Noord-Nederland
Omschrijving
De komende periode wordt het samenwerkingsconvenant van de Meldkamer Noord Nederland (MNN) geëvalueerd om te komen tot een toekomstbestendige Meldkamer voor Noord-Nederland. Het verbeteren van de governance en invulling van de MNN zal tot structurele meerkosten leiden die nu nog niet zijn in te schatten.
Risico Kans
PM Hoog
Missiekritische Communicatie
Omschrijving
Het C2000-netwerk (politie/ambulance/brandweer) is aan het einde van de technische levensduur. Het is van essentieel belang om te investeren in een moderne communicatiestructuur die voldoet aan de eisen van de huidige en toekomstige veiligheidssituaties. Landelijk is hier het programma Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX) voor opgezet. Het is niet bekend binnen welke financiële kaders en met welke verdeelsleutel de vernieuwing plaats gaat vinden. Daarnaast is er zorg over de huidige landelijke systemen en de operationaliteit hiervan in het kader van de 72-uur zelfredzaamheid.
Risico Kans
PM Hoog
FLO
Omschrijving
Met ingang van het verslagjaar 2024 is er een stabielere administratieve verwerking van de FLOvoorziening vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Los van deze administratieve verwerking blijft de hoogte van de voorziening ook afhankelijk van ontwikkeling waarop de VRG geen invloed heeft. Denk hierbij aan de aanpassing in belastingwetgeving (verhoging eindheffing RVU) waardoor in 2025 ook een extra dotatie aan de voorziening plaats moet vinden.
Risico Kans
2.000.000 Hoog
46
PTSS
Omschrijving
Per 1 februari 2026 is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte van kracht. Vanuit het ministerie is toegezegd om hiervoor € 1,75 miljoen beschikbaar te stellen aan de veiligheidsregio’s ter dekking van de (landelijke) systeemkosten. De kosten voor de aanspraken uit de regeling en (psychische) hulp worden gedragen door de individuele veiligheidsregio’s en dus ook door de VRG. De financiële impact hiervan is op dit moment nog lastig in te schatten, omdat nog niet bekend is hoeveel medewerkers beroep gaan doen op de nieuwe regeling.
Risico Kans
PM Hoog
Tweede loopbaanbeleid
Omschrijving
Momenteel wordt een landelijk onderzoek uitgevoerd naar het maximaal 20 jaar uitvoeren van bezwarende beroepsbrandweerfuncties. De toekomstige uitstroom als gevolg van het tweede loopbaanbeleid is onzeker en het 'hernieuwde tweede loopbaanbeleid' gaat tot extra kosten leiden. Daarnaast is ook het goed reguleren en opleiden van de nieuwe instroom een onderwerp van aandacht. Dit is nog niet financieel doorgerekend in het financieel kader. De komende jaren zal dit nader ingevuld moeten worden. Er is een voorlopige globale inschatting gemaakt van het risico.
Risico Kans
500.000 Hoog
Hardheidsclausule na dienstongevallen Omschrijving
In 2024 is voor vrijwilligers als gevolg van de landelijke regeling dienstongevallen een hernieuwde invulling gegeven aan de hardheidsclausule. Op basis van de schadecijfers uit het verleden is een inschatting gemaakt van het risico.
Risico Kans
450.000 Laag
Paraatheid vrijwilligers
Omschrijving
Paraatheid is van groot belang voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de brandweerzorg. Om de paraatheid op een zo hoog mogelijk niveau te houden dan wel te krijgen, wordt continu naar mogelijkheden gezocht ter verbetering. Deze verbeteringen worden gezocht op het gebied van personeel (boeien en binden van vrijwilligers, piketten), materieel en procedures, kazernes en organisatievormen. Door het uitrukken met afwijkende voertuigbezettingen te faciliteren (met onder meer slimme pagers en opleiding en oefenen) en te zorgen voor een netwerk van elkaar ondersteunende posten, worden zowel een snelle eerste uitruk als de benodigde slagkracht georganiseerd. Wel blijft het een continu aandachtspunt binnen de organisatie, omdat de paraatheid van essentieel belang is om bij incidenten snel en effectief te kunnen handelen.
Risico Kans
500.000 Hoog
47
Brancheontwikkelingen binnen brandweerzorg
Omschrijving
Vanuit de branche en landelijke visies komen diversen ontwikkelingen op de VRG af die we moeten vertalen naar de regio en waarvoor niet zeker is of hier ook landelijke financiering voor beschikbaar gesteld wordt. Hier zullen ook bestuurlijke keuzes aan ten grondslag liggen. Het gaat hierbij onder andere om: - Brandbestrijding als specialisme (BAS): In 2026 onderzoeken we of en hoe we de veiligheid en effectiviteit van onze brandbestrijding in de toekomst kunnen waarborgen met de introductie van Brandbestrijding als Specialisme (BAS). Wanneer dit onderzoek zou leiden tot de inrichting van een specialistisch team en er investeringen nodig zijn in nieuw materieel dat specifiek geschikt is voor complexe en gevaarlijke brandscenario’s, dan betekent dit een uitzetting van de begroting. Keuzes hierin worden met aparte voorstellen aan het bestuur voorgelegd. - Taakveld hulpverlening: Er wordt verkend wat er nodig is om binnen het taakveld hulpverlening te werken volgens de landelijke visie hulpverlening. - Natuurbrandbeheersing. Voor het landelijke uitvoeringsplan is nog geen dekking gevonden. - Programma Onderwijs Onderweg: het programma richt zich op het verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing.
Risico Kans
PM Hoog
Vakbekwaamheid
Omschrijving
Aantoonbare vakbekwaamheid verbeteren door een betere aansluiting van de visie op vakbekwaamheid bij de actualiteit en daarmee bij te dragen aan veiligheid, professionaliteit en kwalitatief goede hulpverlening van de brandweerorganisatie. Bijdragen aan- en zorgen voor samenhang tussen de verschillende processen binnen brandweerzorg.