CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Bijlage 3 - Concept beleidsbegroting 2027

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Concept actualisatie begroting 2026 en concept beleidsbegroting 2027 Veiligheidsregio Groningen en jaarstukken 202520.334 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsbegroting 2027 1

Inhoudsopgave Voorwoord

4

1

Landelijke ontwikkelingen

5

1.1

Landelijke ontwikkelingen op de primaire processen

5

1.2

Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht

7

1.3

Juridische ontwikkelingen / nieuwe wetgeving

7

2

3

4

5

6

7

Regionale ontwikkelingen

9

2.1

Huisvesting en vastgoed

9

2.2

Versterken regionale samenwerking (3-noord)

9

2.3

Programma weerbaarheid VRG/gemeenten

9

Programmaplannen

11

3.1

11

Programma Brandweerzorg

12

4.1

Wat wil het programma Brandweerzorg in 2027 realiseren?

12

4.2

Wat heeft Brandweerzorg hiervoor nodig?

15

Crisisbeheersing

16

5.1

Wat wil het programma Crisisbeheersing realiseren in 2027?

16

5.2

Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig?

19

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)

20

6.1

Wat wil het programma GKG realiseren in 2027?

20

6.2

Wat heeft de GKG hiervoor nodig?

21

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) 22 7.1

8

De opdracht

Wat wil het programma GHOR realiseren in 2027?

Paragrafen 8.1

Gemeentelijke bijdragen en lokale heffingen

22

24 24 2

9

8.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

24

8.3

Organisatiekosten

29

8.4

Onderhoud kapitaalgoederen

29

8.5

Financiering

30

8.6

Bedrijfsvoering

31

8.7

Verbonden partijen

32

Overzicht van baten en lasten

33

9.1

Overzicht baten en lasten per totaal en per programma

33

9.2

Geprognosticeerde balans

36

9.3

Toelichting meerjarenraming

36

9.4

Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2027

39

9.5

EMU-saldo

41

10 Bijlagen

42

10.1

Taakvelden

43

10.2

Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

45

10.3

Investeringen

50

10.4

Gemeentelijke bijdrage

51

10.5

Meerjarenbeeld 2028-2030

53

3

Voorwoord Voor u ligt de beleidsbegroting 2027 van de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Deze beleidsbegroting is de nadere uitwerking van het eerste jaar in de kaderbrief 2027-2030 die op 4 december 2025 in het Algemeen Bestuur is vastgesteld. In deze beleidsbegroting schetst de VRG het perspectief voor 2027 en maken we een financiële vertaling van de verwachte ontwikkelingen. De jaarstukken 2025 geven inzicht in de ontwikkelingen van de afgelopen periode en laten zien dat er opgaven op de VRG zijn afgekomen die ook in 2026 een plek in de organisatie moeten krijgen, zoals het brede thema weerbaarheid en de ontwikkeling bij de brandweer zoals de specialisatie van de beroepsbrandweer. Het uitvoeren van onze wettelijke en reguliere taken, de primaire processen van brandweerzorg en crisisbeheersing, zijn ook in 2027 leidend in onze uitvoering. De vastgestelde Visie Brandweerzorg 2030 en het Regionaal Beleidsplan Crisisbeheersing blijven hiervoor de komende jaren het uitgangspunt. Wel bevinden we ons momenteel in een snel veranderende omgeving. Er komen landelijke vraagstukken en ontwikkelingen op de VRG af waar we een antwoord op moeten formuleren. Deze ontwikkelingen zullen ook een effect hebben op de toekomstige financiën van de VRG. Eén van de ontwikkelingen die een prominente rol gaat spelen in 2027 is het brede thema weerbaarheid.

Vanuit het Rijk is de richtlijn gekomen om 72 uur zelfredzaam te kunnen zijn. Dit vraagt anticipatievermogen van onze inwoners, bedrijven en instellingen en ook van onze gemeenten en van de VRG zelf. De VRG heeft een begeleidingsgroep ingericht om samen met de gemeenten vorm te geven aan het thema weerbaarheid. In 2027 gaan we verder uitvoering geven aan het regionale programmaplan en zal ook de uitkomst van de pilots coördinatie- en noodsteunpunten zijn beslag krijgen. Met betrekking tot huisvesting wordt in 2027 verder uitvoering gegeven aan het strategisch huisvestingsplan (SHP) dat in 2023 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Dit plan omvat zowel de herhuisvesting Sontweg als de nieuwbouw/renovaties van de overige 38 kazernes. Voor die laatste loopt momenteel de eerste tranche van 10 jaar, waarin tien kazernes zijn opgenomen. Voor de herhuisvesting Sontweg treffen we in 2027 alle voorbereidingen, zodat naar alle verwachting in 2028 gestart kan worden met de bouw. Ook op landelijk niveau speelt er veel. Het Veiligheidsberaad en de RCDV hebben strategische thema’s benoemd waarop de komende periode landelijk wordt samengewerkt. Dit is vastgelegd in een strategische samenwerkingsagenda. De onderwerpen sluiten aan op onze eigen visie brandweerzorg en crisisbeheersing, waarbij wij steeds blijven beoordelen waar we in onze werkzaamheden de prioriteit aan toekennen.

Daarnaast ontwikkelt informatievoorziening zich tot een strategisch vraagstuk dat bepalend is voor het functioneren en de toekomstbestendigheid van de VRG en de uitvoering van de dagelijkse operatie. Bovendien zijn er drie processen van de veiligheidsregio’s recent aangemerkt als vitaal binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Dit vergt van alle onderdelen van onze organisatie aanpassingsvermogen, denk hierbij aan de paraatheid van onze organisatie. Deze landelijke ontwikkelingen hebben in 2027 invloed op de inzet van de brandweer maar bijvoorbeeld ook op het intern organiseren van de afdeling IM/ICT binnen de VRG. In deze beleidsbegroting lichten we de inhoudelijke ontwikkelingen en thema’s verder toe. U leest welke gevolgen deze hebben voor de programma’s van de verschillende onderdelen van onze organisatie. We blijven ons inzetten voor een veilige en weerbare regio.

Wilma Mansveld Algemeen directeur Veiligheidsregio Groningen

4

1 Landelijke ontwikkelingen 1.1

Landelijke ontwikkelingen op de primaire processen

1.1.1

Samenwerking op landelijke strategische thema’s

De landelijke vraagstukken en ontwikkelingen worden verbonden door de strategische vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s (commandanten en directeuren) en zij overleggen gezamenlijk binnen de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s) hoe om te gaan met deze ontwikkelingen. Vanuit het Veiligheidsberaad en de RCDV zijn strategische thema’s benoemd waarop de komende periode landelijk wordt samengewerkt. Het Veiligheidsberaad heeft op 27 juni 2025 de samenwerkingsagenda voor de 25 Veiligheidsregio's vastgesteld waarbij het uitgangspunt geldt dat de 25 autonome veiligheidsregio's werken vanuit het stelsel van verlengd lokaal bestuur en er een aantoonbaar gezamenlijk belang moet zijn voor de 25 Veiligheidsregio's om te komen tot samenwerking. Met inachtneming van dit bestuurlijk afwegingskader zijn de volgende thema's opgenomen in de samenwerkingsagenda: 1. Vormgeven en borgen van een goed werkend onderwijsstelsel 2. Versterken landelijke advisering brandveiligheid en risicobeheersing 3. Regionaal bestuurde paraatheid, bovenregionaal bestuurde slagkracht 4. Informatie-gestuurde inzet brandweereenheden 5. Landelijke operationele samenwerkingsstructuur 6. Versterken van de weerbare samenleving 7. Ontwikkelen en professionaliseren Bevolkingszorg 8. Integreren bestaande en nieuwe initiatieven op IV-gebied 9. Toekomstbestendig werkgeverschap 10.

Gezamenlijke methodiek presterend vermogen De thema’s sluiten aan bij onze eigen visie brandweerzorg en crisisbeheersing. Echter, wij zullen steeds moeten blijven kijken waar we in onze werkzaamheden prioriteit aan toekennen. Door samenwerking op deze thema's versterken de 25 veiligheidsregio's elkaar en vergroten wij samen onze maatschappelijke impact, met behoud van de eigen autonomie. Een vraagstuk binnen al deze thema’s is steeds wat collectief wordt afgesproken en wat de individuele veiligheidsregio’s zelf afspreken. Waarbij ook het financieringsvraagstuk een rol speelt. Het uitgangspunt van de VRG hierbij is dat zonder financieringsstroom er geen nieuwe taken worden opgepakt (“geen knaken, geen taken”).

1.1.2

Werkgeverschap

Toekomstgericht werkgeverschap Het programma ‘Toekomstgericht werkgeverschap’ is gestart, als één van de vier landelijke ‘Grote Werken’. Dit programma richt zich met name op de thema’s duurzame inzetbaarheid, moderne arbeidsvoorwaarden, diversiteit, gelijkwaardigheid & inclusie, PTSS-regeling en gezondheidsmonitoring. Het programma wordt als randvoorwaarde gezien voor de collectieve opgaven van veiligheidsregio's. Dit zijn ook prioritaire thema’s binnen de VRG. Daar waar nodig of wenselijk, sluiten we aan bij initiatieven van het programma of maken we gebruik van de opbrengsten. En op onderdelen pakken we een onderwerp eigenstandig op vanuit de eigen werkgeversverantwoordelijkheid, waarbij we uitwisselen met andere regio's en van elkaar leren. Er ligt hier ook een relatie met arbeidsvoorwaardenontwikkeling, wat in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) wordt besproken. Arbeidsvoorwaarden Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden is vanuit de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) het doel om met cao-ontwikkelingen aan te blijven sluiten bij de ontwikkeling van de gemeentelijke cao. Dit omdat de VRG een gemeenschappelijke regeling is en er zo gestreefd wordt naar een uniforme set arbeidsvoorwaarden wat een gelijk speelveld creëert. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden de komende jaren.

In 2027 zullen nieuwe onderhandeling opgestart worden. Momenteel is de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) ook onderdeel van deze onderhandelingen. Vanaf 2026 moet een RVU-regeling zich expliciet richten op werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Daarvoor gelden een aantal voorwaarden. De RVU-regeling moet gericht zijn op belastende functies of werkzaamheden en zijn onderbouwd aan de hand van objectieve criteria. Daarbij gaat het om objectieve criteria op vijf gebieden: fysieke belasting, psychosociale belasting, omgevingsbelasting, cognitieve belasting en (onregelmatige) 5

werktijden. Uitgangspunt is dat een paritaire werkgroep in kaart gaat brengen welke functies binnen de afzonderlijke Veiligheidsregio’s hiervoor in aanmerking komen. Het is relevant om hier ook op te merken dat de WVSV (nog) niet te maken heeft met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid voor repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer, is in 2006 van kracht geworden. Omdat er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel. Het onderzoek moet in de loop van 2026 informatie opleveren ter voorbereiding op een mogelijke herziening van de arbeidsvoorwaarden. Vanuit de grotere beroepskorpsen gaan geluiden op om dit onderzoek niet af te wachten en eerder afspraken te maken op landelijk niveau. De VRG heeft als lijn om het huidige tweede loopbaanbeleid te volgen tot een gezamenlijk en goed onderbouwd alternatief wordt geboden. Intussen heeft de VRG zich voorbereid op toenemende uitstroom in de komende periode in overeenstemming met het beleid van 2006.

Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. We treffen daarbij maatwerk voor betrokken medewerkers. Dit brengt, zolang het huidige tweede loopbaanbeleid geldt, voor de komende jaren, dus ook voor 2027, extra kosten met zich mee. Er is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten dekken. Mentale gezondheid/ Posttraumatische stressstoornis (PTSS) Er is steeds meer aandacht voor de mentale impact die werkzaamheden van de brandweer en de crisisorganisatie kunnen hebben. Binnen de werkgeversverantwoordelijkheid is dit een vast thema. Per 1 februari 2026 is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte van kracht. De VRG is hier blij mee. Deze regeling zorgt voor alle veiligheidsregio’s voor gelijkwaardige aanspraken voor zowel medewerkers als vrijwilligers. Daarnaast zorgt de regeling voor stroomlijning, uniformering en professionalisering van het proces en een eensluidende aanpak op het moment dat een medewerker van de VRG zich met PTSS-klachten meldt. Vanuit het ministerie is € 1,75 miljoen structureel jaarlijks beschikbaar gesteld aan de veiligheidsregio’s ter dekking van de (landelijke) systeemkosten, wat voor veiligheidsregio's betekent dat ze elk 0,5 fte ondersteuning toegekend hebben gekregen.

De VRG heeft deze fte inmiddels ingezet. De kosten voor de aanspraken uit de regeling en (psychische) hulp worden gedragen door de individuele veiligheidsregio’s en dus ook door de VRG. Daarnaast worden bredere inspanningen op het gebied van mentale gezondheid landelijk besproken en gevolgd. De landelijk vastgestelde toolbox psychosociale ondersteuning is hiervoor een belangrijke leidraad voor werkgevers. De achterliggende visie is dat je als goed werkgever liever voorkomt dan geneest, maar dat binnen elke fase goede personeelszorg plaatsvindt.

1.1.3

Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX, voorheen C2000/P2000)

In antwoord op de groeiende behoefte aan een toekomstbestendige, robuuste, veilige en missiekritische communicatievoorziening, inclusief alarmering, heeft de Minister van Justitie en Veiligheid een programma geïnitieerd. Dit programma is gericht op de aanschaf en inrichting van een nieuw informatie- en communicatiesysteem voor de hulpdiensten, waaronder de brandweer. Deze stap is noodzakelijk geworden door de technische eindigheid van het C2000-netwerk. Het is van essentieel belang dat de opvolger van deze structuur een modern en uitstekend communicatienetwerk wordt dat voldoet aan de eisen van de huidige en toekomstige veiligheidssituaties en aansluit bij de behoeften van de gebruikers. Het programma dat in eerste instantie was opgezet met de werktitel Nieuwe OOV Architectuur (NOOVA), is eind 2023 stopgezet en vervangen door het programma Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX). Hierbij zijn o.a. investeringen in de kwaliteit en continuïteit van C2000 aangekondigd. Het is nog niet bekend binnen welke financiële kaders de vernieuwing plaatsvindt en of en hoe kosten worden versleuteld tussen Rijk en de deelnemende partijen.

1.1.4

Informatiebeveiliging en privacy

De kans op cyberaanvallen is de afgelopen periode aanzienlijk toegenomen en tegelijkertijd zijn de gevolgen van dergelijke aanvallen ernstiger geworden. Het is daarom van groot belang om passende maatregelen te treffen ter waarborging van de continuïteit van onze dienstverlening. Daarnaast ondergaat de wet- en regelgeving met betrekking tot informatieveiligheid en privacy voortdurende veranderingen. Hoewel wij zijn uitgezonderd van de ‘Network and Information Security Directive (NIS2)’, maken de veiligheidsregio's wel deel uit van de vitale crisisinfrastructuur. Dit houdt in dat wij, naast de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), dienen te voldoen aan een breed scala aan vereisten.

6

In de komende beleidsperiode zullen wij ons richten op de uitkomsten en inzichten die voortkomen uit het Security Operations Centre (SOC). Hierop zullen wij proactief reageren en de VRG zal investeren in de verbetering van zowel de veiligheid als de functionaliteit van ons netwerk, zodat dit aan de gestelde standaarden blijft voldoen. Tegelijkertijd borgen wij dat het kennisniveau van onze medewerkers op peil blijft en zullen zij voortdurend worden bijgeschoold op het gebied van security en privacy. Nieuwe ontwikkelingen, waaronder kunstmatige intelligentie, zullen hierbij als integraal onderdeel worden meegenomen.

1.2

Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht

Vanuit het Rijk is de richtlijn gekomen om 72 uur zelfredzaam te kunnen zijn. Hiermee is Weerbaarheid een nieuw programma dat de komende jaren naar verwachting de nodige tijd en aandacht zal vergen. Iedere veiligheidsregio, iedere gemeente en ook burgers en bedrijven krijgen hiermee te maken. Daarmee is het een ‘whole-of-society’ benadering (iedereen doet mee en moet mee). Doel is om de weerbaarheid in Nederland te vergroten ten aanzien van diverse risico’s (all-hazard benadering). De veiligheidsregio’s spelen een belangrijke rol in dit vraagstuk. In het kader van 72 uur zelfredzaamheid heeft de VRG in 2025 een brief naar het ministerie van JenV verstuurd, waarin we de minister oproepen om te bevorderen de landelijke systemen (zoals P-2000 en C-2000) ook tenminste 72 uur operationeel te maken. Vooralsnog is op deze brief nog geen bevredigende reactie ontvangen. Bij de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk is voorgesteld vanaf 2027 structureel € 70 miljoen toe te kennen aan het Ministerie van JenV voor het versterken van de weerbaarheid in de samenleving. Hierbij is aangegeven dat € 10 miljoen gereserveerd wordt voor landelijke publiekscampagne en van de resterende € 60 miljoen is € 25 miljoen voor het versterken van de veiligheidsregio’s op lokaal en regionaal niveau. De resterende € 35 miljoen is bestemd voor het opzetten en inrichten van noodsteunpunten en coördinatiepunten.

Voor deze laatste worden in 2026 door alle veiligheidsregio’s pilots uitgevoerd, welke input geven voor de definitieve verdeelsleutel voor deze middelen vanaf 2027. In hoofdstuk 2.3 van deze beleidsbegroting gaan we verder in op onze regionale aanpak in gezamenlijkheid met onze gemeenten en in hoofdstuk 9.3 gaan we verder in op de financiën met betrekking tot weerbaarheid.

1.3

Juridische ontwikkelingen / nieuwe wetgeving

1.3.1

Wet veiligheidsregio’s

In 2020 heeft de commissie Muller onderzocht of de Wet veiligheidsregio's aansloot bij de situatie van destijds en of veiligheidsregio’s voldoende voorbereid zijn op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en overige crises. De commissie schetste dat het noodzakelijk is om te prepareren op rampen en crises van de toekomst en beschrijft de mate van ontoereikendheid van de huidige wet en organisatie. Sinds de uitkomst van het onderzoek wordt gewerkt aan de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s. Het wetgevingstraject bestaat uit verschillende tranches. Na een intensief traject tussen de veiligheidsregio’s en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: J&V) lag de eerste tranche wetswijziging in 2025 ter consultatie. Het Algemeen Bestuur VRG heeft in oktober 2025 zijn teleurstelling over de traagheid van dit proces uitgesproken door middel van een reactie aan het Veiligheidsberaad. De eerste evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s ligt ruim vijf jaren achter ons, waarmee inmiddels een nieuwe inventarisatie van evaluatiepunten opportuun lijkt. Hierbij kan gedacht worden aan de evaluatiepunten van de omgang met een pandemie-crisis en het veranderde wereldbeeld en oorlogsdreiging. In het voorstel tot wetswijziging zijn geen keuzes gemaakt over de invulling van de bovenregionale versterking, waardoor het bestaande verantwoordelijkheidsvacuüm in stand blijft.

Het Veiligheidsberaad onderschrijft deze teleurstelling en heeft dit kenbaar gemaakt bij J&V in de consultatiefase van het wetgevingstraject. De ontvangen reacties worden verwerkt in het wetsvoorstel dan wel de Memorie van Toelichting. In 2026-2027 wordt de eerste tranche herziening wet veiligheidsregio’s aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de tweede tranche gaat de Minister van J&V in 2027 met de veiligheidsregio’s en crisispartners verder verkennen waar een wettelijke verankering of verduidelijking noodzakelijk is. Hierbij zullen onderwerpen zoals bevolkingszorg, preventie op het gebied van brandveiligheid en de financieringssystematiek van het stelsel aan de orde komen. Daarbij wordt bezien of en in hoeverre deze onderdeel kunnen zijn van een tweede tranche. Met betrekking tot brandweerzorg is het doel van de toekomstige wet- en regelgeving te kunnen beschikken over brandweerzorg met voldoende capaciteit en kwaliteit. Dit om, naast de eigen kwalitatief hoogwaardige lokale en 7

regionale brandweerzorg, het hoofd te kunnen bieden aan grootschalige, gelijktijdige en bijzondere incidenttypen om daarmee de maatschappelijke impact van grote incidenten te beperken. Hiertoe moet de regionale, bovenregionale, en landelijke brandweerzorg worden verbeterd en geborgd, gebaseerd op een bovenregionale en landelijke risicoinventarisatie en -analyse. Bij het vormgeven van bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking is de huidige regionaal vormgegeven brandweerzorg het uitgangspunt, evenals het behoud van autonomie van de veiligheidsregio’s in een eventueel landelijk dekkingsplan. De wijze van financieren en de governance van (extra) taken zijn voor veiligheidsregio’s belangrijke randvoorwaarden voor bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking.

1.3.2 Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 na een lang aanlooptraject in werking getreden. Door een goede voorbereiding, waarbij veelvuldig afstemming is geweest met de ketenpartners, zijn we inmiddels steeds beter in staat om onze taken volgens deze nieuwe wet uit te voeren. Daar waar 2024 en 2025 de overgangsjaren waren, verwachten we dat in 2027 de Omgevingswet steeds meer het nieuwe normaal zal zijn. De Omgevingswet heeft echter wel tot nieuwe taken voor de veiligheidsregio’s geleid. Onderzoek (Cebeon, 2021) heeft uitgewezen dat deze taken voor de VRG een omvang hebben van 2 tot 3 fte. Zowel vanuit het Rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Aangezien door het Rijk en/of de gemeenten tot op heden geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, zijn we vooralsnog genoodzaakt om (tijdelijke) keuzes te maken. Dit doen we risicogericht, wat betekent dat we nog scherpere keuzes maken ten aanzien van het (brandveiligheids)advies en het toezicht: waar geven we wel advies en houden we toezicht en waar niet?

8

2 Regionale ontwikkelingen 2.1

Huisvesting en vastgoed

In 2023 heeft het bestuur het strategisch huisvestingsplan voor 38 kazernes vastgesteld, evenals het Programma van Eisen voor de herhuisvesting van de locatie Sontweg. Hiermee is een duidelijke richting geformuleerd voor een toekomstbestendige vastgoedportefeuille, waarmee wij onze kerntaak – het beschermen en ondersteunen van de samenleving, zowel in normale omstandigheden als tijdens crisissituaties – optimaal kunnen uitvoeren. De uitvoering van het huisvestingsplan is gestart met de eerste tranche, waarin tien kazerneprojecten zijn opgenomen voor nieuwbouw of verbouw. Dit betreft de nieuwbouw van de kazernes in Delfzijl, Ten Boer, Harkstede, Ter Apel, Baflo, Grijpskerk en Woldendorp, en de verbouw van de kazernes in Vinkhuizen, Middelstum en Oldehove. Voor de herhuisvesting van de Sontweg is gekozen voor realisatie op twee nieuwe locaties. Op 11 juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot aankoop van de benodigde percelen, waarna naar verwachting in 2028 de bouw kan starten. Vanaf 2026 worden de rentelasten van de investeringskredieten in de begroting van de VRG verwerkt; na oplevering volgen ook de afschrijvingen. Het project vraagt in de komende jaren extra capaciteit en specifieke expertise.

Hiervoor wordt tijdelijk extra formatie ingezet binnen het team Facilitaire Zaken, zodat de coördinatie met alle betrokken partijen gedurende het volledige bouwproces gewaarborgd blijft. Daarnaast zal het projectorganisatie breed extra inzet vergen om te komen tot een doelmatige en toekomstbestendige invulling van de nieuwbouw.

2.2 Versterken regionale samenwerking (3-noord) 2.2.1 Meldkamer Noord-Nederland De Meldkamer Noord Nederland (MNN) heeft de drie noordelijke regio’s als verzorgingsgebied en vormt één van de tien meldkamers in Nederland die technisch verbonden zijn en taken van elkaar kunnen overnemen. We werken hierbij samen met de Veiligheidsregio’s Drenthe en Fryslân. Het technisch en facilitair beheer van het netwerk van meldkamers is belegd bij de landelijke faciliteit meldkamers (LMS). De governance van de MNN is hierop ingericht. Een voorstel om het kwaliteitsniveau op een aantal elementen nog beter te borgen is eind 2025 geformuleerd en wordt medio 2026 ingebracht. Daarnaast vindt in 2026 ook een evaluatie van het convenant plaats. De financiële gevolgen bij instemming zullen in de financiële cyclus worden verwerkt. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2025 is een bestemmingsreserve meldkamer gevormd, waar deze ontwikkelingen in eerste instantie uit gefinancierd kunnen worden.

2.2.2 Brandweer Opleidingen Noord (BON) De opleidings- en trainingstaken worden op dit moment uitgevoerd door Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON). Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de governance van de BON en hoe we met elkaar samenwerken. Hierop heeft op 11 juli 2025 het Algemeen Bestuur besloten de Stichting Brandweer Opleidingen Noord formeel te verbinden aan de VRG. De veiligheidsregio’s Drenthe en Fryslân hebben ditzelfde besluit genomen. De BON zelf zal de komende jaren invulling geven aan de noodzakelijke vernieuwing van oefenobjecten, inventaris en terrein, om zo ook het opleiden en trainen up to date te houden en de vakbekwaamheid van onze mensen te blijven borgen. BON heeft de regierol bij de uitwerking en implementatie van de landelijke onderwijsvisie in 4Noord-verband verband (BON, Brandweer Groningen, Brandweer Fryslân en Brandweer Drenthe) om vorm te geven aan het opleiden van brandweerpersoneel in de drie noordelijke brandweerregio’s. Ontwikkelstappen worden in verbinding met de ambities uit het landelijke programma Onderwijs en in nauwe samenhang met de veiligheidsregio’s gezet.

2.3 Contouren Programma weerbaarheid VRG/gemeenten We staan voor groeiende dreigingen zoals veranderende geopolitieke verhoudingen, toenemende cyberaanvallen, klimaatontwikkelingen en verstoring van vitale processen. Deze complexe en onderling verbonden risico's vergroten de kans op maatschappelijke ontwrichting. Voorbereiding hierop vraagt om een veerkrachtige en sterke samenwerking. Binnen de VRG werken we al jaren aan maatschappelijke weerbaarheid, onder andere via de doorlopende campagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ), die inwoners bewust maakt van risico’s en stimuleert tot voorbereiding. Er is nu vanaf 1 december 2025 tot 1 december 2027 financiering voor dit thema.

9

Bovengenoemde toename van de dreigingen leidt tot een intensivering van de inzet op weerbaarheid zowel op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau. We werken daarom toe naar een programma weerbaarheid. Momenteel bestaat de aanpak op weerbaarheid uit 4 pijlers: 1. 2. 3. 4.

Maatschappelijke weerbaarheid Continuïteitsopgave voor gemeenten en VRG Coördinatiepunten en noodsteunpunten Civiel militaire samenwerking.

Er wordt nu geschreven aan het programmaplan waarover besluitvorming plaats vindt in het tweede kwartaal van 2026. Een belangrijk uitgangspunt is hierbij dat dit in nauwe samenwerking met de gemeenten moet worden ontwikkeld waarbij helder is waar welke verantwoordelijkheden liggen. Ook biedt de VRG een overleg- en projectstructuur waarin gemeenten participeren, meedenken en waarin ideeën en best practices kunnen worden gedeeld, landelijke ontwikkelingen een plek kunnen krijgen zodat de aanpak congruent is met de ontwikkelingen in het land en tevens de juiste lokale, Groningse vertaling krijgt om onze bewoners echt verder te helpen. Daarbij is de VRG betrokken bij een Europees onderzoekstraject samen met de Rijksuniversiteit waarin de ambitie is om de meest kwetsbaren van onze samenleving te helpen om weerbaar en veerkrachtig te worden. Ook dit moet in onze aanpak een plek gaan krijgen. Op dit moment worden de vier pijlers samen met de gemeenten nader uitgewerkt en worden de eerste contouren van de verschillende deelprojecten zichtbaar. Voor wat betreft de vier pijlers in het programma weerbaarheid en het programmaplan van de VRG dat hiervoor nog wordt opgesteld - in afstemming met landelijke ontwikkelingen, met de gemeenten en het Algemeen Bestuur - zal de financiële invulling pas duidelijk worden na vaststelling van dit plan door het Algemeen Bestuur.

Ad 1: Voor pijler 1 (waar het zwaartepunt het meest bij de gemeente ligt) is als uitgangspunt geformuleerd dat zoveel als mogelijk wordt uitgegaan van al bestaande lokale netwerken en richt zich in het algemeen op iedere burger maar specifiek op de kwetsbaren (bijvoorbeeld jongeren, senioren, laag geletterden, etc. ). Ook is er ruimte voor een gebiedsgerichte aanpak bij stapeling van risico's of kwetsbaren. De kern van de pijler is wel bewustwording en aanzetten tot voorbereiding. Ad 2: Bij Pijler 2 staan gemeenten en de VRG voor dezelfde opdracht om de continuïteit te waarborgen, bij in eerste instantie stroomuitval. Dit door het in de eigen organisatie identificeren van de kritische processen die doorgang moeten vinden en daarna te bepalen wat daarvoor nodig is. Vooralsnog zijn binnen de VRG op dit moment vijf kazernes voorzien van noodstroom en daarnaast kunnen wij onze verbindingen na 72 uur niet garanderen. Uiteraard mag van een crisisorganisatie verwacht worden dat zij juist kan functioneren onder crisisomstandigheden. Maar continuïteit van de brandweer en crisisorganisatie gedurende een totale stroomuitval is van een geheel andere orde. Dit vereist bestuurlijke keuzes omtrent welk niveau van dienstverlening dan gewenst is, wat daarvoor nodig is en hoeveel dat mag kosten.

Daar komt bij dat nog onduidelijk is wat de continuïteit van de communicatievoorzieningen zijn van de systemen van het Rijk. En de financiering van dit geheel is ook nog niet geheel duidelijk. Ad 3: Voor 2025 en 2026 is er incidentele financiering voor de pilot noodsteunpunten en coördinatiepunten (pijler 3) van in totaal €580.000. De pilot moet in 2026 zijn afgerond. Vanaf 2027 is er in structurele financiering voorzien van in totaal €35 miljoen voor noodsteunpunten en coördinatiepunten voor alle regio’s, waarbij de uitkomst van de pilots input moeten geven voor de definitieve verdeelsleutel van deze middelen tussen de veiligheidsregio’s en de gemeenten. Een deel van de middelen zal moeten worden gebruikt voor de maatschappelijke initiatieven in het kader van burgerhulpverlening mede in relatie tot de noodsteunpunten. De pilot is het meest tijdskritisch en krijgt daarmee voorlopig prioriteit in capaciteit. Er ligt een voorlopige planning en ook de eerste kaders rondom de besteding van het incidentele geld krijgt vorm. Ad 4: Pijler 4 krijgt op dit moment met name vorm door in gezamenlijkheid met de gemeenten Het Hogeland na te denken over de weerbaarheid van de Eemshaven mede in het licht van de Host Nation Support. Daarnaast zijn de eerste lessen gegeven aan de nieuwe Minor aan de Hanzehogeschool die tot meer reservisten moete leiden.

Vanaf 2027 is voor de algemene versterking van lokale en regionale weerbaarheid veiligheidsregio’s in totaal € 25 miljoen beschikbaar, wat voor de VRG circa €1.000.000 structureel betekent. De uiteindelijk inzet van de middelen weerbaarheid is afhankelijk van de regionaal programmaplan Weerbaarheid. Dit plan wordt momenteel opgesteld door het programmateam Weerbaarheid in gezamenlijkheid met de gemeentelijke liaisons. In hoofdstuk 9.3 van deze beleidsbegroting wordt nader ingegaan op de financiën rondom weerbaarheid.

10

3 Programmaplannen 3.1

De opdracht

In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat de overheid zich moet inzetten voor het voorkomen en bestrijden van branden, voor rampenbestrijding en crisisbeheersing en voor hulpverlening bij incidenten. Andere wet- en regelgeving, zoals de omgevingswet en bestuurlijke afspraken op lokaal en regionaal niveau, ondersteunt dit. De VRG heeft dan ook de expliciete opdracht om samen te werken op regionaal en lokaal niveau. Om op die manier burgers beter te beschermen tegen de risico’s van brand, ongevallen, rampen en crises en ervoor te zorgen dat zij goede hulpverlening en nazorg krijgen wanneer zij betrokken raken bij een incident. De totale reguliere begroting van de VRG 2027 in cijfers: VRG (*1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier

2026 Act. 2027 begroting Begroting

Verschil

53.853

55.807

1.954

Gemeentelijke bijdrage FLO

100

100

-

Gemeentelijke bijdrage herhuisvesting

94

379

285

10.617

11.002

385

Rijksbijdrage (BDuR) Weerbaarheid*

915

1.050

135

Overige baten

398

398

-

Totale baten

65.977

68.736

2.759

Personele lasten

45.672

47.608

1.936

Materiele lasten

18.497

19.377

880

Totale lasten

64.169

66.985

2.816

Resultaat voor reserve mutaties

1.808

1.751

-57

Reservemutaties totaal

-1.808

-1.751

57

Toevoeging Huisvesting

-1.300

-1.300

-

Onttrekking Huisvesting

89

281

192

Toevoeging verkoop activa

-80

-80

-

Onttrekking BDuR Korting**

398

-

-398

Toevoeging BDuR Weerbaarheid**

-915

-652

263

Resultaat na reserve mutaties

0

0

0

Rijksbijdrage (BDuR)-19

*In 2026 is dit de bijdrage voor weerbaarheid inclusief de middelen voor de pilot noodsteunpunten- en coördinatiepunten a € 580.000. ** Voor de financiële toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 9.3 De belangrijkste onderwerpen en afwijkingen worden per programma toegelicht in de volgende paragrafen.

11

4 Programma Brandweerzorg Programma:

Brandweerzorg

Portefeuillehouder:

J. Kuin

Directeur:

W. Mansveld

Commandant:

R. Knoop

4.1 Wat wil het programma Brandweerzorg in 2027 realiseren? 4.1.1

Visie op brandweerzorg

In een steeds sneller veranderende wereld staat de brandweer voor grote uitdagingen. Daarom is in opdracht van het bestuur een gedragen visie ontwikkeld op de brandweerzorg in 2030 in de regio Groningen. De visie geeft vanuit een realistisch perspectief invulling aan de primaire taak van de brandweer -veiligheid realiseren en herstellen waar deze in het geding is- met een goed toegeruste basisinfrastructuur die risicogericht, flexibel en wendbaar is. De VRG is daarbij proactief en innovatief en we oriënteren ons op de wereld om ons heen. Met behoud van het goede, verbeteren waar nodig en soms anders werken om hetzelfde doel te behalen. De uitwerking van de visie gebeurt in het Organisatieplan Brandweerzorg in twee beleidsperiodes van vier jaar. In 2026 wordt het Organisatieplan voor de periode 2027-2030 opgesteld. Het bouwt voort op de basis van risicogerichte preventieve brandweerzorg en een solide organisatie van de repressieve brandweerzorg. We prepareren de brandweer voor een veilige energietransitie en klimaatadaptatie en gaan meer informatie-gestuurd werken. Paraatheid en vrijwilligheid blijven belangrijke thema’s. De komende jaren komen er grote ontwikkelingen op ons af, die van invloed zijn op de inrichting van brandweerzorg in onze regio.

Het landelijke programma Toekomstbestendige Brandweerzorg (Grote Werk 3) moet de brandweer voorbereiden op de toekomst, waarin maatschappelijke ontwikkelingen zoals energietransitie, verstedelijking en klimaatverandering het werk complexer maken. Het doel van het programma is om de brandweer toekomstbestendig, adaptief en slagvaardig te organiseren, met expliciete aandacht voor schaalgrootte, regie en governance. Het landelijke programma Onderwijs Onderweg (Grote Werk 2) werkt aan een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en actueel onderwijs voor alle brandweer- en crisisprofessionals van de veiligheidsregio’s. Veranderingen in het brandweerstelsel (het moeten aanbrengen van onderscheid tussen brandweervrijwilligers en beroepsbrandweermensen) en het onderwijsstelsel (onderscheid in de manschappenopleiding), specialisering binnen de brandbestrijding en een hoger verloop onder brandweervrijwilligers hebben mogelijk effect op het aantal vrijwilligers dat nodig is in de basisbrandweerzorg. Het systeem om de materiele paraatheid te borgen staat onder druk en heeft geen flexibiliteit meer. We zien knelpunten ontstaan in de capaciteit voor realistisch oefenen, bij storingen en in de vervanging bij groot onderhoud.

Tot slot is de organisatie gestart met een organisatie-ontwikkeltraject, om klaar te zijn en zich in te richten op deze actuele en toekomstige opgaven. De genoemde (landelijke) ontwikkelingen en veranderingen zullen mogelijk financiële consequenties hebben. Deze worden deels scherper en concreter in de (aanloop naar) het nieuwe Organisatieplan Brandweerzorg 2027-2030.

4.1.2 Risicogerichte preventieve brandweerzorg Het is de ambitie om – volgens de landelijke lijn – meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid: niet alleen het bestrijden van branden met een solide repressieve organisatie, maar ook andere manieren van beïnvloeding toepassen om het brandveiligheidsrisico te beperken. Om deze risicobeïnvloeding in samenhang en transparant op te pakken en structureel te borgen, is het programma ‘Risicogericht werken Brandweerzorg’ gestart. In 2027 zetten we de ontwikkeling naar een toekomstbestendige en informatie-gestuurde brandweerorganisatie onverminderd voort. Risicogericht werken vormt daarbij steeds nadrukkelijker het fundament onder zowel de preventieve als de repressieve brandweerzorg. Het risicogericht werken fungeert als een continue radar: het stelt ons in staat vroegtijdig signalen op te vangen, risico’s scherp te duiden en onze inzet proactief te richten op de situaties waar de impact het grootst kan zijn. 12

Het brandrisicoprofiel wordt in 2027 verder doorontwikkeld. Door toepassing van het binnen de veiligheidsregio’s breed gedragen model ‘De zes sporen van beïnvloeding’ kunnen we geïdentificeerde risico’s gerichter en effectiever beïnvloeden. Dit stelt ons in staat om geborgd beter onderbouwde, transparante keuzes te maken en onze capaciteit gericht in te zetten op de risico’s die er werkelijk toe doen. Belangrijk hierbij is een goede aansluiting met de gemeentelijke beleidscontext. In 2027 denkt de VRG actief risicogericht mee in gemeentelijke uitvoeringsplannen. De verschuiving van een regelgerichte naar een risicogerichte benadering van brandweerzorg wordt ook zichtbaar in de bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Gemeenten maken ten aanzien van bluswatervoorziening een bewuste afweging tussen risico, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke kosten. De veiligheidsregio adviseert, onderbouwt scenario’s en maakt de consequenties van keuzes inzichtelijk. Daarnaast is de brandweer gestart met een oriëntatie op alternatieve middelen voor de inzet van bluswater, ter vervanging van de huidige afhankelijkheid van brandkranen en drinkwater. De inzet van drinkwater als primair blusmiddel is op termijn niet houdbaar en maatschappelijk onwenselijk. In de komende periode wordt onderzocht welke duurzame en toekomstbestendige oplossingen kunnen worden toegepast.

We implementeren de vernieuwde landelijke doctrine brandbestrijding. Dit vergt investeringen in opleidingen, verwachtingsmanagement naar de samenleving en de aanschaf van nieuwe materialen zoals bijvoorbeeld zwaarder materieel of robotica. Door Brandbestrijding als Specialisme (BAS) te introduceren kunnen we expliciet keuzes maken in wat we onder altijd uit te voeren basisbrandweerzorg verstaan en voor welke risico’s we (eventueel in 3Noordverband) gaan specialiseren. Te denken valt aan de risico’s van de energietransitie zoals isolatieschillen om woningen, batterijen en elektrische voertuigen in ondergrondse parkeergarages. Ook hoogbouw, grote compartimenten en schepen vragen om specialistische brandbestrijding. De energietransitie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s voor burgers en hulpverleners met zich mee. Gezien het tempo waarmee de vele alternatieve technologieën en innovaties worden toegepast vormt het een grote uitdaging voor de veiligheidsregio om alle ontwikkelingen te volgen. De VRG werkt daarom samen met veiligheidspartners en kennisinstellingen zowel in de regio als landelijk. Denk hierbij aan de grote onderwijsinstellingen in ons gebied, nutsbedrijven, het NIPV en het RIVM. Op deze manier houden wij de kennis over risico’s, impact en veiligheid van de energietransitie bij.

Via het in 2025 opgerichte interne ‘Platform Energietransitie Veiligheidsregio Groningen’ zorgen wij voor het verzamelen en delen van deze kennis. Dit vormt zowel de basis voor deskundige adviezen aan de voorkant van ontwikkelingen als voor het adequaat optreden bij incidenten (kunnen we binnen de basisbrandweerzorg alles nog aan of moeten er risicogerichte specialisaties worden toegevoegd).

4.1.3 Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Continuïteit In 2025 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de inzet van de brandweer aangemerkt als vitaal proces. Vanuit de pijler Continuïteit Brandweerzorg in het VRG-programma Weerbaarheid werken we aan scenario’s en maatregelen om de brandweerzorg in noodsituaties gedurende 72 uur overeind te houden. Als eerste stap bereiden we ons met het opstellen en oefenen van een procedure ‘BlackOut’ voor op het scenario van stroomuitval gedurende 8 uur. De aanwezige voorzieningen worden getest. Momenteel beschikken enkel de vijf robuuste brandweerposten over een noodstroomaggregaat. In 2027 willen we alle kazernes van noodstroom hebben voorzien. Daarnaast oriënteren we ons op alternatieve verbindingsmiddelen. Paraatheid Het belangrijkste product van de brandweer is paraatheid. Paraatheid vraagt om een samenspel van personeel, materieel en organisatie. In 2027 spelen daarin de volgende ontwikkelingen. Met strategische personeelsplanning bewaken we de voor de paraatheid benodigde sterkte. Ook de komende jaren is er bij de beroepsbrandweer uitstroom te verwachten als gevolg van de 20-jarenregeling. Om dit op te vangen, willen we in de periode 2026-2030 jaarlijks 4 tot 6 nieuwe beroeps werven.

Enerzijds zodat we een meer gelijkmatige instroom krijgen van beroeps en daarmee kunnen zorgen voor een goede begeleiding en daarmee ook eerlijke kansen op doorgroei voor iedereen. Anderzijds voor het egaliseren van de uitgaven die er nodig zijn voor het vakbekwaam maken van de nieuwe beroeps. Het opleiden van kleinere groepen is minder kostenefficiënt. In de reguliere vakbekwaamheidsbegroting is hier momenteel nog geen rekening mee gehouden. Voor het vakbekwaam worden en het vakbekwaam blijven van het repressieve brandweerpersoneel blijven we inzetten op de vastgestelde koers zoals omschreven is in het Meerjarenbeleidsplan Vakbekwaamheid.

13

In 2025 is de Groninger aanpak opgesteld, met de uitgangspunten en kaders voor (netwerk)paraatheid en de operationele uitwerking daarvan. Er is beleid opgesteld om nadere invulling te geven aan het onderscheid tussen continu bezette, robuuste en basisposten. Er zijn stappen gemaakt om over te gaan tot informatie-gestuurde paraatheid en er zijn hulpmiddelen zoals twee-wegpagers en de virtuele post 40 ingezet om de paraatheid te verbeteren. De Groninger aanpak vergt permanente ondersteuning die we in 2027 structureel willen organiseren. Hetzelfde geldt voor de ondersteuning op het thema Vrijwilligheid om de resultaten uit het programma Vrijwilligheid vast te houden en verder te ontwikkelen. Vanwege de ontwikkelingen binnen de landelijke meldkamer moeten we de werkwijze van de kazerne volgorde tabel (KVT) aanpassen. Dit willen we combineren met de ambitie om over te stappen op een inzetselectietool. Hiermee kunnen we ook onze alarmering efficiënter, flexibeler en op maat inrichten. Deze softwaretoepassing selecteert bij een melding automatisch de snelst inzetbare eenheid op basis van actuele gegevens en vooraf ingestelde parameters. Ontwikkelingen incidentbestrijding De nieuwe landelijke Visie Scheepsincidentbestrijding geeft veiligheidsregio’s een handreiking om de taak Scheepsincidentbestrijding uniform in te richten.

Een Groninger visie op basis van de regionale risico’s wordt in 2026 uitgewerkt t.b.v. implementatie in 2027 en verder. Ook de landelijke visie op hulpverlening wordt vertaald naar een Groningse aanpak. Door geopolitieke ontwikkelingen is de aandacht voor de Eemshaven en de industrie toegenomen. Zo wil Defensie hier meer doen en spannen bedrijven zich in om aan normen te voldoen. Met de vakbekwaamheid willen we hierop aansluiten met specifieke kennis en vaardigheden voor dit gebied

4.1.4 Brandweerzorg in verbinding met de samenleving De brandweer kan niet alles alleen. Daarom heeft de brandweer de (kennis van de) samenleving nodig om hoogwaardige brandweerzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt zowel aan de voor- als achterkant van de veiligheidsketen en op verschillende niveaus: medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. We investeren in strategisch netwerkmanagement. In de volgende beleidsperiode (2027-2030) zoeken we de verbinding met name in de preparatie van de brandweer voor de energietransitie, klimaatadaptatie en weerbaarheid. In de organisatie van maatschappelijke weerbaarheid krijgen brandweerkazernes mogelijk een rol als coördinatiepunt. Wat hiervan de consequenties zijn en of we deze kunnen dragen naast onze huidige operationele taken, zal de komende tijd duidelijker moeten worden en wordt opgepakt door het programmateam Weerbaarheid. Met een beleidscyclus voor brandweerzorg worden de gemeenteraden periodiek bij de actuele en gewenste kwaliteit van brandweerzorg betrokken, volgens de nieuwe systematiek van het dekkingsplan. Daarnaast stimuleren we gemeenten om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan.

4.1.5 Duurzame bedrijfsvoering Omwille van de continuïteit van de brandweerorganisatie is de bedrijfsvoering gericht op duurzame inzet van mensen en middelen. De brandweerzorg in Groningen valt of staat met de inzet van honderden vakbekwame vrijwilligers en tientallen beroeps. In aansluiting op onze visie op vakbekwaamheid onderzoeken we in afstemming met de BON of wij zelf de instructeurs voor realistisch oefenen in dienst kunnen nemen. Daarmee kunnen we zelf het beheer voeren op de personele bezetting en krijgen we meer regie en grip op de kwaliteit. Dit kan budgetneutraal doordat instructeurs niet meer via de BON hoeven te worden ingehuurd. We constateren bij het organiseren van de vakbekwaamheid dat indexaties minder voorspelbaar worden. Leveranciers en partners indexeren tussentijds de kosten van hun materialen en diensten vanwege geopolitieke ontwikkelingen. De vraag is hoe lang dit nog binnen de huidige begroting met “oud voor nieuw” is op te vangen. Het programma Toekomstbestendige Bedrijfsvoering Beroepsorganisatie (TBBVB) dat in 2026 wordt afgerond heeft als doel om de bedrijfsvoering van de beroepsbrandweer aan te passen aan de ontwikkelingen in de maatschappij en naar de laatste (wettelijke) kaders en inzichten binnen het vakgebied en daarmee toekomstbestendig te maken.

Binnen dit programma zijn thema’s opgepakt als veranderingen in de roostersystematiek, de invulling van functies en in specialiseren versus het allround uitvoeren van werkzaamheden. Als gevolg van het werken op twee locaties na de herhuisvesting van de Sontweg zal er sprake zijn van organisatiekosten die op dit moment nog niet te concretiseren zijn. Informatie- en kennis-gestuurd werken vergroten het lerend vermogen en de wendbaarheid van de brandweerorganisatie. Het gaat hierbij niet alleen om techniek, maar ook om het mogelijk maken van de samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen interne en externe partners. De ontwikkeling van het informatie-gestuurd 14

werken hangt samen met de ontwikkeling van het VeiligheidsInformatie Knooppunt (VIK), waarin we ook kennisregie een plek geven. Op het gebied van materiaal en materieel krijgen we onder meer te maken met strengere energie-en milieueisen en willen we nagaan welke (nieuwe) technieken er nodig zijn om te zorgen dat de brandweer op een professionele en duurzame wijze zijn taken kan blijven uitvoeren. Aandachtspunt zijn de gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen. Als overheid hebben wij de verplichting ons wagenpark te verduurzamen met een vrijstelling voor grote voertuigen. Onze koers is “elektrisch, tenzij”. We zijn begonnen met onze kleine dienst- en piketvoertuigen. Dit past binnen de huidige begroting. Voor de tankautospuiten, hoogwerkers en ander specialistisch groot materieel is dit technisch lastiger. Wij zorgen dat dit een landelijk onderwerp wordt en denken hierin mee. Naast elektrificatie kan met het gebruik van HVO100 als brandstof een grote verduurzamingsslag worden geslagen. HVO100 is een hernieuwbare dieselbrandstof die leidt tot 90% minder CO₂ uitstoot in vergelijking met gewone diesel. Onze logistieke vrachtwagens rijden sinds 2025 op HVO100, en we onderzoeken de voor- en nadelen en de consequenties van het gebruik van deze brandstof in onze repressieve voertuigen.

In dit onderzoek betrekken we ook de mogelijkheid om in het kader van de weerbaarheidsopgave met een eigen brandstofvoorraad op elke kazerne de paraatheid overeind te houden bij bijvoorbeeld stroomuitval.

4.2 Wat heeft Brandweerzorg hiervoor nodig? Brandweerzorg (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier

2026 Act. 2027 begroting Begroting

Verschil

50.994

52.844

1.850

Gemeentelijke bijdrage FLO

100

100

0

Gemeentelijke bijdrage Huisvesting

95

379

284

Rijksbijdrage (BDuR)

7.977

8.266

289

Weerbaarheid (BDuR)

915

1.050

135

Overige baten

326

326

0

Totale baten

60.407

62.965

2.558

Personele lasten

40.994

42.734

1.740

Materiele lasten

17.499

18.358

860

Totale lasten

58.493

61.092

2.600

Resultaat voor reserve mutaties

1.914

1.873

-42

Reservemutaties

-1.914

-1.873

42

0

0

0

Resultaat na reserve mutaties

15

5 Crisisbeheersing Programma:

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

Portefeuillehouder:

E. van Lente

Directeur:

W. Mansveld

5.1

Wat wil het programma Crisisbeheersing realiseren in 2027?

De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Waar crisisbeheersing traditioneel was gericht op plotselinge en acute incidenten, zien we al langer een verschuiving naar complexe, langdurige en soms sluimerende crisis. Denk hierbij aan de geopolitieke ontwikkelingen, digitale ontwrichting, desinformatie, energieschaarste en de gevolgen van klimaatverandering. Deze veranderingen vragen om een verbreding van onze aanpak: risicogericht werken, anticiperen en langdurige continuïteit. Crisisbeheersing is daarmee niet alleen het effectief optreden tijdens een incident, maar ook het continue bouwen aan weerbaarheid en veerkracht van onze samenleving. In dit kader heeft het veiligheidsberaad en de minister van justitie en veiligheid de versterking van Crisisbeheersing uitgewerkt in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (LAC) 2024-2029. Deze agenda zet een koers en ambitie uit voor een periode van zes jaar. Besturen van Veiligheidsregio’s zijn verzocht om de LAC door te vertalen in hun eigen regio, mede omdat zij sinds 2023 extra BDUR-middelen ontvangen die bestemd zijn voor realisatie van de ambities uit de LAC. In de agenda zijn de ambities geformuleerd langs drie pijlers: ▪ ▪ ▪

Versterken voorbereiding en paraatheid Versterken van een weerbare samenleving. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit

De LAC geeft richting. Het programma Crisisbeheersing in relatie met de programma’s Bevolkingszorg en GHOR geeft invulling van die richting vanuit onze eigen bestuurlijke ambities en regionale opgaven.

5.1.1

Multi risicobeheersing

Inrichting risicogericht werken De basis van de werkzaamheden binnen crisisbeheersing ligt in het regionaal risicoprofiel. Dit profiel wordt mede gebaseerd op het landelijk risicoprofiel en brengt de risico’s in kaart voor de provincie Groningen. In de komende jaren wordt de verbinding met landelijke ontwikkelingen verder versterkt omdat sommige risico’s zich steeds meer bovenregionaal manifesteren. In 2027 gaat de VRG daarom starten met de voorbereidingen voor de wettelijke actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel. Naast de actualisatie wordt ook onderzocht welke vorm het Regionaal Risicoprofiel moet krijgen. Een actualisatie eens in de vier jaar lijkt niet meer te passen binnen de huidige dynamiek en ontwikkelingen binnen crisisbeheersing. Daarnaast worden de diverse crisistypen als onderdeel van het profiel nader bekeken en uitgewerkt naar impact en effecten zodat inzichtelijk wordt waar de mogelijkheden liggen voor mitigatie. Kruisbestuiving, waarbij sommige risico's elkaar nog verder versterken, wordt hierbij meegenomen. Risicogericht- en informatie gestuurd werken vormen samen de fundamenten van dit proces: keuzes en prioriteiten worden vastgesteld op basis van actuele gegevens en risicoanalyses. Door een goede aansluiting op de landelijke koers van KCR2 hierbij, zijn we steeds beter voorbereid en zijn we in staat, waar mogelijk, crises te voorkomen of beperken.

Vergroten zelf- en samenredzaamheid/weerbaarheid In 2026 zal het programma weerbaarheid met de vier pijlers verder vormgegeven worden. Crisisbeheersing heeft in dit programma een actieve rol. In de opgave voor maatschappelijke weerbaarheid blijven we het maatschappelijke gesprek voeren met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Onze inwoners worden onder andere door middel van buurtbijeenkomsten geïnformeerd over zelf- en samenredzaamheid en het lesprogramma Aardbevingenwijzer op basisscholen waarbij we kinderen en ouders bereiken. Hierin trekken we samen met de Groningse gemeenten op om zo breed mogelijk, inwoners, bedrijven en instellingen te bereiken. Daarnaast wordt naar aanleiding van de pilot noodsteunpunten, vanuit het programma weerbaarheid, het systeem van noodsteun- en coördinatiepunten verder uitgerold en verbonden aan de crisisorganisatie. 16

Civiel militaire samenwerking In 2026 ontwikkelen het ministerie van defensie en JenV en veiligheidsberaad een roadmap civiel-militaire samenwerking. De roadmap moet antwoord geven op de vraag welke gevolgen de focus op de eerste hoofdtaak van Defensie heeft voor de mate waarin de derde hoofdtaak (het ondersteunen van civiele autoriteiten onder crisisomstandigheden) kan worden uitgevoerd. Op welke capaciteiten kunnen veiligheidsregio's nog rekenen? De roadmap omvat 5 thema's: 1. 2. 3. 4. 5.

Capaciteitsvraagstukken binnen een artikel 5 scenario Host Nation Support Operationele planvorming Reservisten Gezamenlijk oefenen

De roadmap is ondersteunend aan de uitwerkingen van onder andere de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en het traject Weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen (NCTV). Alle thema's zijn relevant voor de Veiligheidsregio Groningen waarbij het thema rond Host Nation Support de Eemshaven betreft. De effecten van de roadmap zullen daar waar mogelijk in 2027 worden opgepakt en vertaald worden naar onze crisisorganisatie. Dit is mede afhankelijk van de beschikbare middelen vanuit het ministerie J&V. Versterken evenementenveiligheid De VNG en het NIPV zijn in 2025 gestart met het updaten van de landelijke Handreiking Evenementenveiligheid (HEV). De verwachting is dat deze in Q1 2026 is vastgesteld waarna de VRG haar werkafspraken met de gemeenten kan herijken. Uitgangspunt hierbij is dat we risicogericht werken. In 2027 geven we daarom uitvoering aan de herziene uitvoeringsafspraken waarbij gemaakte afspraken zoals termijnen en ontvankelijkheid worden gemonitord. Op basis van deze informatie gaan we gericht met gemeenten in gesprek om tot een hogere kwaliteit te komen van de adviesaanvragen. We monitoren dit in een systeem dat hiervoor geschikt is. Daarnaast zorgt dit systeem ook voor verdere ondersteuning van het evenementenproces. Denk hierbij aan een regionale evenementenkalender en het kunnen uitdraaien van managementinformatie voor betere sturing op het gehele proces.

Uit het onderzoek dat in 2026 plaatsvindt, zal blijken welke maatregelen hiervoor in 2027 noodzakelijk zijn. Denk hierbij aan het uitbreiden van het huidige systeem (als dit mogelijk is en aansluit bij de behoeften) of het overstappen naar een ander systeem. Daarnaast blijven we inzetten op gedegen risicoanalyses, doorleefsessies en evaluaties om inzicht te krijgen in de (rest)risico’s van evenementen. Daarmee beogen we een gedegen advisering naar gemeenten maar ook de benodigde voorbereiding van de crisisorganisatie voor de meest risicovolle evenementen.

5.1.2 Preparatie Duurzame netwerksamenwerking Crisisbeheersing kenmerkt zich door netwerkmanagement en richt zich op duurzame netwerksamenwerking. De risico’s en dreigingen veranderen waardoor ons netwerk zich ontwikkelt en groter wordt. Actuele thema’s als klimaat, cyberdreiging, energie, geopolitieke dreiging en weerbaarheid maakt dat we nieuwe partners krijgen om mee samen te werken. We zijn lokaal, regionaal, nationaal en internationaal verbonden met relevante partners en netwerken. We hebben ons netwerk in beeld, de informatie over netwerkpartners is op orde, we beheren onze accounts zowel strategisch als operationeel en informatie is beschikbaar voor crisisfunctionarissen. Afspraken met netwerkpartners, bijvoorbeeld over informatie-uitwisseling, deelname aan de crisisorganisatie en vakbekwaamheid, zijn waar nodig vastgelegd. Netwerkmanagement is geborgd in processen en ondersteunende systemen. Planvorming Onze multidisciplinaire en monodisciplinaire planvorming, zoals rampbestrijdingsplannen, informatiekaarten, deelplannen en protocollen, is actueel en beschikbaar voor crisisfunctionarissen. Als nieuwe risico’s en thema’s vragen ook om nieuwe planvorming, wordt dit opgepakt. Waar mogelijk en nodig is de planvorming 3-Noord afgestemd.

In 2027 werken we aan de actualisatie van onze wettelijk voorgeschreven Regionaal Risicoprofiel, Regionaal Beleidsplan en Regionaal Crisisplan.

17

Versterken risico- en crisiscommunicatie In de komende jaren zetten we een volgende stap in risicocommunicatie, met nadruk op het vergroten van de weerbaarheid van onze inwoners. We blijven hen bewust maken van het belang van zelf- en samenredzaamheid, bijvoorbeeld bij de voorbereiding op noodsituaties door klimaatverandering of geopolitieke dreigingen. Crisiscommunicatie sluit hier naadloos op aan: de basis is stabiel en we versterken de samenwerking met gemeenten. Zo kunnen we inwoners tijdens crises snel en effectief handelingsperspectief bieden.

5.1.3 Respons Versterken van de crisisorganisatie In 2027 zorgt VRG ervoor dat met de uitgangspunten uit het regionaal crisisplan 2025-2028 de crisisorganisatie verder wordt versterkt ten aanzien van optreden in acute situaties (flits incident/ramp) en niet acute situaties (langdurige crises). Een robuuste en compacte crisisorganisatie vraagt om zorgvuldige en actieve coördinatie van crisisfunctionarissen en bijbehorende middelen. Dit doen we door uitvoering te geven aan het adviesrapport en bijbehorende implementatieplan welke in 2026 wordt opgeleverd door de projectgroep ‘Kloarstoan’. Het rapport gaat over de inrichting en het beheer van de toekomstige 24/7 organisatie van de VRG. Waarin generiek beheer centraal staat. Zodat voor elke kolom dezelfde afspraken gelden en daarbij dezelfde middelen kunnen worden gebruikt. Hierin zal de applicatie Crisisplein een actieve rol spelen. Realisatie informatie-gestuurde veiligheid Informatie gestuurde Veiligheid (IGV) is één van de vijf programmapijlers binnen het landelijke programma informatievoorziening (IV). VRG werkt hieraan vanuit de taskforce informatievoorziening, waarin de vijf landelijke programmapijlers samenkomen. In 2027 wordt gewerkt aan de technische basis van het virtuele landelijke platform en worden de technische voorzieningen hiervoor verder ingericht om dat platform vorm te geven.

Dit met behulp van voorzieningen die al zijn ontwikkeld. Hiervoor maakt VRG gebruik van het gerealiseerde regionale, bovenregionale en landelijke netwerk waarin de doelen, aanpak en werkwijze zijn ingebed in het landelijke programma IV en de verbinding met de vakraden en KCR2 verder zijn versterkt. Ook wordt verder invulling gegeven aan de mogelijkheden voor het inzetten van Artificial Intelligence (AI) en Augmented Reality (AR). Door middel van het vertalen van de dagelijkse werkzaamheden op het gebied van Crisisbeheersing, Brandweerzorg en Bedrijfsvoering.

5.1.4 Evalueren In 2027 blijven we onze vaste werkwijze evalueren binnen de sector crisisbeheersing (door)ontwikkelen volgens de speerpunten van het beleidsplan evalueren 2025. Daarbij ligt de focus specifiek op het implementeren van een evaluatiemanagementsysteem, met daarbij de benodigde mensen en middelen om dit succesvol te doen. Zowel intern als bovenregionaal (3-Noord) blijven we verder werken aan het verstevigen van de samenwerking rondom evalueren. Intern streven we ernaar dat de mono- en multidisciplinaire evaluaties qua werkwijze en inhoud op elkaar zijn afgestemd. Bovenregionaal houdt dit o.a. in dat we afstemming blijven zoeken in de werkwijze van evalueren en het uitwisselen van waarnemers met Fryslân en Drenthe bij (grote) oefeningen.

5.1.5 Vakbekwaamheid Wij werken aan leren in verbinding. Vanuit een VRG-brede aanpak van Leren & Ontwikkelen koppelen we vakbekwaamheid crisisbeheersing direct aan de doelen van de VRG. In 2027 bouwen wij verder aan een strategische positionering van leren & ontwikkelen door de samenwerking met Vakbekwaamheid Brandweer, P&OO en vakbekwaamheid Crisisbeheersing te onderzoeken. Regionaal Crisisplan Zoals hierboven genoemd wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het aanscherpen van het Regionaal Crisisplan voor de volgende beleidsperiode. De ervaringen en lessen uit de implementatie van het RCP 2025–2028 vormen hierbij de basis. Daarnaast is sterke aandacht voor bestuurlijke vakbekwaamheid, weerbaarheid van de crisisorganisatie en de ontwikkeling van het vak crisisbeheersing. Aantoonbaar vakbekwaam De vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen is aantoonbaar en geborgd. Het ‘learning managementsysteem’ en een elektronische leeromgeving wordt verder ingevuld. Resultaten van het aantoonbaar maken van de vakbekwaamheid zorgen voor gerichte leerinterventies. Hierdoor borgen we de basiskennis en vaardigheden en spelen we flexibel en adaptief in op nieuwe omstandigheden en dreigingen. Zodat de organisatie altijd op het gewenste niveau kan functioneren. 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16915846/1