CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

049. Schriftelijke vragen GBMG - Jeugdwerkers

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen446 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO)

Datum:23 september 2025 Onderwerp: jeugdwerkers De Fractie van GBMG heeft aan aantal vragen over de jeugdwerkers. Het is onduidelijk of de jeugdwerkers wel aan al het werk in de dorpen toekomen en een relatie met de jeugd kunnen opbouwen in de dorpen. Ook hoort de fractie dat er niet altijd een auto beschikbaar is. Dit brengt ons tot de volgende schriftelijke vragen aan het college. 1) Hoeveel fte jeugdwerkers zijn er nu concreet actief in Midden-Groningen (uitgesplitst naar casemanagers jeugd, jongerenwerkers, preventie en gedragswetenschappers)? 2) De gemeente besteedt jaarlijks €36,5 miljoen aan jeugdzorg.

Welk deel hiervan gaat naar frontlinie-personeel (jeugdwerkers) en welk deel naar inkoop, overhead en administratie? 3) Welke keuzes maakt het college tussen investeren in dure specialistische zorg versus laagdrempelig jeugdwerk dat juist zwaardere zorg kan voorkomen? 4) Hoeveel uren jeugdwerk zijn er per wijk en dorp beschikbaar? Is er voldoende aanwezigheid in alle kernen van Midden-Groningen? 5) Klopt het dat er één busje beschikbaar is voor de jeugdwerkers en straatwerkers? Zo ja, hoe borgt het college dat ze beschikbaar zijn voor alle dorpen? 6) Welke preventieve taken (schoolbezoeken, jongereninloop, groepsactiviteiten) dreigen weg te vallen door gebrek aan capaciteit? 7) Hoe borgt het college dat jeugdwerkers genoeg tijd hebben voor relatieopbouw en signalering, en niet verdrinken in administratie? 8) Hoe worden jongeren zelf betrokken bij de evaluatie van het jeugdwerk in hun gemeente?

Namens de fractie van GemeenteBelangen Midden-Groningen, Liesbeth Lenting

Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.

Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.

Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16002677/1