CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

040. Schriftelijke vragen VVD - Collectief Particulier Opdrachtgeverschap

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen aan het college (artikel 34 RvO) Datum: 11 augustus 2025

Onderwerp: CPO-beleid en de casus Drevenhof Inleiding Onze beide fracties hebben recent kennisgenomen van de beleidsnotitie Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) uit 2009, opgesteld door de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer. Hierin is al beleid vastgelegd om CPO-initiatieven te stimuleren, waarbij ook De Dreven als kansrijke locatie werd genoemd. Het is voor ons belangrijk te onderzoeken hoe dit beleid in het verleden is toegepast en welke lessen we hieruit kunnen trekken voor de toekomst. CPO biedt inwoners de mogelijkheid om samen hun eigen woningen te realiseren, met meer zeggenschap over ontwerp en uitvoering. Het lijkt ons zinvol om dit beleid, dat al in 2009 is vastgelegd, opnieuw in te zetten. Door het beleid te actualiseren en actiever onder de aandacht te brengen, kunnen we het voor initiatiefnemers eenvoudiger maken om gezamenlijk te bouwen aan hun eigen buurt. Dat is niet alleen goed voor de woningbouw, maar versterkt ook de sociale samenhang in onze gemeente. In dat licht hebben wij de volgende vragen: 1. Kan het college bevestigen dat de gemeente sinds 2009 beschikt over vastgesteld CPO-beleid, en hoe is hiermee omgegaan na de herindeling tot MiddenGroningen? 2. Op welke wijze is dit beleid sinds 2009 onder de aandacht gebracht bij raad, inwoners en initiatiefnemers? 3. In de notitie wordt De Dreven genoemd als locatie met potentie voor CPO.

In hoeverre is deze mogelijkheid destijds of recent nog verkend bij de ontwikkeling van Drevenhof? 4. Denkt het college dat toepassing van de CPO-aanpak voor Drevenhof meerwaarde had kunnen hebben, bijvoorbeeld in proces of uitkomst? 5. Zijn er sinds 2009 CPO-projecten in onze gemeente tot stand gekomen of ondersteund? Kan het college daarvan een kort overzicht geven? 6. Is het college bereid om het CPO-beleid te herijken en actueel te presenteren aan raad en inwoners, met een duidelijke procesbeschrijving voor initiatiefnemers? 7. Welke lessen ziet het college in bredere zin voor het actualiseren en onder de aandacht brengen van bestaand beleid, zodat dit bij toekomstige initiatieven tijdig en effectief kan worden benut? Met deze vragen willen wij vooral in kaart brengen hoe we bestaande beleidsinstrumenten optimaal kunnen benutten, in het belang van initiatiefnemers, woningzoekenden en onze gemeente. Daarnaast roepen wij het college op om samen met de raad te kijken hoe het CPO-beleid kan worden geactualiseerd, duidelijk gecommuniceerd en actief toegepast bij toekomstige

projecten. Zo benutten we een bestaand instrument, geven we inwoners meer zeggenschap over hun woonomgeving en bouwen we niet alleen aan woningen, maar ook aan sterke, betrokken gemeenschappen in Midden-Groningen. Namens de fracties van de VVD en de PvdA, Marjolein Vulpes en Thea van der Veen.

Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2. Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen. Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15865965/2