04. Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht
Tekst van het document
Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht gemeente Midden-Groningen 2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
4
Hoofdstuk 2: Inwonersparticipatie
6
Hoofdstuk 3: Overheidsparticipatie en uitdaagrecht
8
Hoofdstuk 4: Evaluatie en slotbepalingen
10
Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht gemeente Midden-Groningen 2025 31 oktober 2025
2
3
De raad van de gemeente Midden-Groningen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025; Gelet op artikel 150 van de Gemeentewet, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 47 van de Participatiewet, de Jeugdwet 2015, artikel 2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 en 16.55 lid 7 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; Gezien het beleidskader inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht Midden-Groningen; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Beleidskader: het beleidskader inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht Midden-Groningen. Gemeentebestuur: de raad, het college of de burgemeester van de gemeente MiddenGroningen, afhankelijk van hun wettelijke taak en bevoegdheid. Participatie: een proces waarbij inwoners, groepen of organisaties betrokken worden bij, invloed uitoefenen op of verantwoordelijkheid delen met betrekking tot collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten van het gemeentebestuur die hen aangaan. Inwonersparticipatie: het op initiatief van het gemeentebestuur betrekken van inwoners en belanghebbenden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of plannen. Overheidsparticipatie: het proces dat ontstaat als het gemeentebestuur betrokken wordt bij maatschappelijke initiatieven, inclusief het uitdaagrecht. Inspraak: de mogelijkheid die het gemeentebestuur inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet. Uitdaagrecht: het recht voor inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek in te dienen om een gemeentelijke taak over te nemen. Sociaal domein: beleid en uitvoering op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Participatiewet, Jeugdwet en de Wet sociale werkvoorziening.
Artikel 1 – Definities
Artikel 2 – Doelstelling
In deze verordening wordt verstaan onder:
Deze verordening heeft als doel: a. Duidelijkheid te geven over participatie en de voorwaarden voor toepassing van het uitdaagrecht; b. De samenwerking tussen het gemeentebestuur en inwoners en maatschappelijke partijen te versterken; c. De kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; d. Zorg te dragen voor een helder, voorspelbaar en zorgvuldig participatieproces, met aandacht voor democratische waarden en procedurele rechtvaardigheid.
Beleidskader inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht Midden-Groningen: het door de gemeenteraad vastgestelde beleid met uitgangspunten voor inwoners- en overheidsparticipatie, inclusief procedures en criteria voor het toepassen van het uitdaagrecht. Inwoners: natuurlijke personen die hun werkelijke woonplaats in de gemeente hebben. Maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die een collectief vormen en die statutair in de gemeente gevestigd zijn en tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente. Beleid: gedragslijn, project, programma of plan van het gemeentebestuur om een bepaald doel te realiseren.
4
Artikel 3 – Reikwijdte 1. Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke partijen bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, van voorbereiding tot uitvoering en evaluatie.
2. Daarnaast regelt zij de wijze waarop de gemeente ondersteuning (overheidsparticipatie) biedt aan maatschappelijke initiatieven en verzoeken in het kader van het uitdaagrecht.
5
Artikel 4 – Participatie onder de Omgevingswet Het gemeentebestuur past deze verordening zoveel mogelijk toe bij participatieprocessen rond het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie (artikel 3.1 Omgevingswet), het omgevingsplan (artikel 2.4) of programma’s (artikel 3.4), met inachtneming van de motiveringsplicht uit artikel 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit.
Artikel 5 – Participatie in het sociaal domein Voor participatie op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening werkt de gemeente Midden-Groningen met een adviesnetwerk sociaal domein. Dit netwerk is bedoeld om cliënten, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties structureel te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid binnen het sociaal domein. De inrichting en werkwijze van het netwerk wordt vastgelegd in een aparte regeling of werkwijze, in lijn met de wettelijke verplichtingen voor cliëntenparticipatie. De bepalingen in deze verordening zijn daarop aanvullend van toepassing.
f. Het interne organisatorische aangelegenheden betreft; g. Het gaat om begrotingen, tarieven of belastingen, met uitsluiting van burgerbegrotingen.
Artikel 7 – Participatieplan en procedure 1. Bij de voorbereiding van een visie, beleid, plan of project bepaalt het gemeentebestuur of en op welke wijze een participatieplan wordt opgesteld, gebaseerd op het beleidskader.
2. Het participatieplan bevat ten minste: a. Het doel van de inwonersparticipatie; b. De manier waarop invulling wordt gegeven aan meeweten, meedenken, meedoen of meebeslissen; c. De inhoudelijke, financiële en procedurele kaders; d. Wijze van communicatie; e. Tijdpad, betrokken doelgroepen en methode; f. Relatie tot het beleidskader.
3. Het gemeentebestuur betrekt bij participatie in het sociaal domein de inbreng van cliënten en
Hoofdstuk 2: Inwonersparticipatie Artikel 6 – Onderwerp en reikwijdte 1. Het gemeentebestuur beslist zelfstandig of en op welke wijze participatie bij eigen beleid, taken en bevoegdheden plaatsvindt.
hun vertegenwoordigers (bijvoorbeeld in de vorm van een adviesnetwerk) met als doel adviezen in te winnen over voorstellen voor gemeentelijke regelgeving, beleid, plannen en de uitvoering daarvan.
4. Bij beleidsontwikkelingen of projecten met grote maatschappelijke of politieke impact kan
het gemeentebestuur of de gemeenteraad besluiten voorafgaand aan het participatieproces een startnotitie vast te stellen. Deze startnotitie bevat onder andere de participatieopgave, de beoogde participatieaanpak (participatieplan), en de ruimte voor betrokkenheid van inwoners. Dit geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om vooraf kaders te stellen aan het participatieproces. Ook bij projecten met grote maatschappelijke of ruimtelijke impact wordt een participatieplan opgesteld.
5. Indien de gemeenteraad betrokken is bij het vaststellen van het betreffende beleid of plan, wordt de raad geïnformeerd over het participatieplan en het eindverslag.
2. Participatie wordt toegepast als de wet dit voorschrijft.
Artikel 8 – Randvoorwaarden participatieproces
3. Participatie, inspraak, overheidsparticipatie en uitdaagrecht worden niet toegepast als: a. Het een lopend uitvoerings- of evaluatietraject betreft; b. Participatie wettelijk is uitgesloten; c. Spoedeisendheid participatie naar het oordeel van het college niet mogelijk maakt; d. Het belang van kwetsbare groepen naar het oordeel van het college zwaarder weegt; e. Sprake is van uitvoering van hogere regelgeving zonder beleidsruimte;
Deelnemers mogen rekenen op: Toegankelijke toelichting in begrijpelijke taal; Inzicht in relevante documenten, behoudens uitzonderingen op grond van de Wet open overheid; Verslaglegging van de inbreng en verwerking; Heldere communicatie en contactmogelijkheden;
6
7
Transparantie over kaders en beïnvloedingsruimte; Aandacht voor inclusieve participatie, waaronder voor jongeren.
Artikel 9 – Eindverslag participatie 1. Het gemeentebestuur stelt een eindverslag op met: a. Een overzicht van het gevolgde proces op hoofdlijnen; b. Weergave van de belangrijkste uitkomsten, reacties en eventuele zienswijzen; c. Reactie en verwerking door het gemeentebestuur; d. Beknopte reflectie op het proces. 2. Het eindverslag wordt openbaar gemaakt. 3. Indien het college een participatieplan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert hierover de gemeenteraad.
a. Uitvoering van regelgeving van de Europese Unie, het rijk, de provincie of een waterschap; b. Begroting (met uitsluiting van burgerbegrotingen); c. Onderwerpen die een spoedige besluitvorming vragen; d. Een aanbestedingsplicht boven Europese drempelwaarde; e. Bescherming van kwetsbare groepen; f. Overwegend particulier of commercieel belang; g. Wanneer het college dit om andere redenen onwenselijk vindt.
Artikel 12 – Contactpersoon bij overheidsparticipatie en uitdaagrecht 1. Het college wijst een contactpersoon aan voor indieners van overheidsparticipatie- of uitdaagverzoeken.
Artikel 13 – Procedure overheidsparticipatie 1. Verzoeken worden bij het college ingediend.
Hoofdstuk 3: Overheidsparticipatie en uitdaagrecht
2. Het verzoek bevat: a. Een omschrijving van het initiatief; b. Een motivering en beoogd resultaat. 3. Het college kan aanvullende informatie opvragen en in overleg treden met de verzoeker. 4. Het college beslist binnen 8 weken op het verzoek. Deze termijn kan eenmaal met 6 weken worden verlengd. Hiervan wordt de verzoeker schriftelijk op de hoogte gesteld.
5. Afwijzing vindt plaats als het verzoek in strijd is met het beleidskader of andere bepalingen uit de verordening of wanneer het college het verzoek om andere redenen onwenselijk vindt.
Artikel 10 – Doel
Artikel 14 – Procedure uitdaagrecht
Het doel van overheidsparticipatie en uitdaagrecht is het stimuleren en faciliteren van initiatieven van inwoners en maatschappelijke partijen door samenwerking, ondersteuning en beleidsruimte.
1. Verzoeken worden bij het college ingediend.
Artikel 11 – Onderwerp en uitzonderingen 1. Het gemeentebestuur staat open voor overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. 2. Overheidsparticipatie en uitdaagrecht zijn uitgesloten bij:
8
2. Het verzoek bevat: a. Een onderbouwing van de manier waarop de verzoeker de taak van de gemeente wil
overnemen; b. onderbouwing hoe de taak beter, slimmer of goedkoper, duurzamer, socialer, efficiënter of met meer betrokkenheid kan worden uitgevoerd; c. kennis, ervaring, draagvlak en kostenindicatie; d. hoe de kwaliteit van de uitvoering geborgd wordt.
9
3. Het college wijst een contactpersoon aan voor de behandeling van het verzoek.
Artikel 16 – Zorgplicht gemeentebestuur
4. Het college beslist binnen 12 weken op het verzoek. Deze termijn kan eenmaal met 6 weken
Het gemeentebestuur zorgt ervoor: a. dat inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; b. dat inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn; c. dat de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn; d. dat tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is; e. dat het proces van participatie zorgvuldig verloopt; f. dat duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; g. dat na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.
worden verlengd.
5. Indien het verzoek wordt toegewezen organiseert het college een eerste overleg met de
verzoeker. Het doel van het overleg is om op basis van de beoordelingscriteria, de ruimte en randvoorwaarden en de verschillende rollen duidelijke afspraken te maken over het initiatief en duurzame bestendiging ervan.
6. De verzoeker stelt een definitief voorstel op. 7. Het college besluit onder meer aan de hand van het in het vijfde lid genoemde voorstel of de
taak buiten de gemeentelijke organisatie kan worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden. Dit besluit wordt openbaar gemaakt.
8. Het college weegt de beoordelingscriteria in samenhang, waarbij enkele knock-outcriteria
gelden: strijd met wet- en regelgeving, onvoldoende financiële haalbaarheid of onaanvaardbare veiligheidsrisico’s leiden tot afwijzing. Voor overige criteria maakt het college een integrale afweging, waarbij positieve effecten zwaarder kunnen wegen dan afzonderlijke nadelen.
Artikel 17 – Intrekking oude regeling en overgangsrecht 1. De Inspraakverordening Midden-Groningen 2018 wordt ingetrokken. 2. De Inspraakverordening Midden-Groningen 2018 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten
tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Hoofdstuk 4: Evaluatie en slotbepalingen Artikel 15 – Evaluatie Een evaluatie van de uitvoering van deze verordening wordt iedere 2 jaar aan de gemeenteraad gestuurd met daarin opgenomen hoe: a. De wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd (instrumenten, kosten, resultaten, leerpunten); b. De rolinvulling hiervan door de gemeenteraad en het college; c. Het uitdaagrecht in de praktijk is toegepast.
10
Artikel 18 – Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en wordt aangehaald als: Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht gemeente Midden-Groningen 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 oktober 2025.
De voorzitter,
De griffier,
11
Toelichting Participatieverordening Midden-Groningen 2025
Kaders in de participatieverordening
Met de Participatieverordening Midden-Groningen 2025 wordt uitvoering gegeven aan de verplichtingen uit de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet vraagt gemeenten niet alleen om inwoners te betrekken bij de voorbereiding van beleid, maar ook bij de uitvoering en evaluatie ervan. Daarnaast biedt de gewijzigde Gemeentewet gemeenten de opdracht om in een participatieverordening ook voorwaarden te stellen aan het uitdaagrecht: de mogelijkheid voor inwoners en maatschappelijke partijen om gemeentelijke taken over te nemen, mits zij deze slimmer, beter of goedkoper kunnen uitvoeren.
De participatieverordening Midden-Groningen regelt zowel: Inwonersparticipatie: het betrekken van inwoners, organisaties en andere belanghebbenden bij gemeentelijke plannen, projecten en beleidstrajecten; Overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning biedt aan maatschappelijke initiatieven vanuit inwoners en maatschappelijke partijen; Uitdaagrecht: de mogelijkheid voor inwoners of maatschappelijke organisaties om gemeentelijke taken over te nemen.
De tweede aanleiding is de Omgevingswet, die sinds 2024 gemeenten verplicht om bij bepaalde ruimtelijke besluiten participatie te organiseren en hierover verantwoording af te leggen.
In de verordening is vastgelegd dat participatie zoveel mogelijk in participatieplan wordt uitgewerkt. Het college informeert de raad hierover bij trajecten die uiteindelijk door de gemeenteraad worden vastgesteld. Ook wordt per participatieproces een eindverslag opgesteld waarin het gevolgde proces en de opbrengsten van participatie inzichtelijk worden gemaakt. Waar geen participatie plaatsvindt – bijvoorbeeld wegens spoedeisendheid, juridische verplichtingen of interne aangelegenheden – wordt dit gemotiveerd. Uitgangspunt blijft: participatie, tenzij. Bij het organiseren van participatie is er bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Hieronder verstaan wij onder meer: inwoners met lage inkomens, beperkte taalvaardigheid, mensen met een beperking en inwoners met beperkte toegang tot informatie of netwerk.
De gemeente Midden-Groningen kiest er bewust voor om participatie breed vorm te geven, aansluitend bij het beleidskader inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht. Daarom regelt deze verordening niet alleen inwonersparticipatie (initiatief van de gemeente), maar ook overheidsparticipatie (initiatief van inwoners of maatschappelijke organisaties), zoals het uitdaagrecht. De gemeente Midden-Groningen kiest ervoor deze wettelijke verplichtingen te combineren met de eigen visie en praktijkervaringen rond participatie, gebiedsgericht werken en bewonersinitiatieven.
Visie en aanpak Midden-Groningen ziet participatie als meer dan een formele stap in besluitvorming. In onze gemeente betekent participatie samen werken aan vraagstukken die onze dorpen, wijken en samenleving raken. We betrekken inwoners vanaf het allereerste begin – beginspraak – en ondersteunen waar mogelijk initiatieven van onderop. De participatieverordening bouwt voort op bestaande werkwijzen zoals de inzet van gebiedsregisseurs, het gebruik van het platform Stem van Midden-Groningen, en de participatieaanpakken bij verschillende projecten en beleidsvorming. Tegelijkertijd erkent de gemeente dat goede participatie maatwerk is. Niet ieder onderwerp leent zich voor dezelfde mate of vorm van participatie. Daarom introduceert de gemeente duidelijke spelregels over wanneer participatie wordt georganiseerd, hoe participatie wordt ingericht, en hoe inwoners worden betrokken. De gemeente Midden-Groningen zet nadrukkelijk in op het bereiken van groepen die traditioneel minder makkelijk deelnemen aan participatie, waaronder jongeren. In het beleidskader inwonerbetrokkenheid is jongerenparticipatie benoemd als belangrijk speerpunt. Het betrekken van jongeren bij beleidsontwikkeling of projecten gebeurt onder andere via scholen en het jongerenwerk. De verordening benadrukt het belang van een inclusieve benadering waarin ook jongere generaties een stem krijgen.
12
Samenhang met andere wetgeving De participatieverordening geldt voor alle beleidsterreinen van de gemeente. Bij sommige specifieke situaties, zoals bij de behandeling van omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet, zijn aparte wettelijke participatievereisten van kracht. In die gevallen is deze participatieverordening aanvullend en gelden de specifieke bepalingen uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit voorrang. De gemeente heeft voor de fysieke leefomgeving reeds instrumenten zoals de Leidraad Participatie en beleidsregels participatie bij omgevingsvergunningen vastgesteld, die nauw aansluiten bij deze verordening. Voor participatie op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening werkt de gemeente Midden-Groningen met een adviesnetwerk sociaal domein. Dit netwerk is ingericht om cliënten, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties structureel te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid binnen het sociaal domein. De gemeente kiest bewust voor een netwerkbenadering in plaats van een formele adviesraad. Deze vorm biedt meer flexibiliteit, sluit aan bij de principes van gebiedsgericht werken en maakt het mogelijk om diverse perspectieven op maat te betrekken.
13
De organisatie en werkwijze van het adviesnetwerk worden vastgelegd in een aparte regeling of werkdocument. Daarbij gelden de wettelijke verplichtingen voor cliëntenparticipatie onverminderd. De bepalingen uit deze participatieverordening zijn aanvullend van toepassing en bieden kaders voor transparantie, toegankelijkheid en terugkoppeling.
Bestuurlijke rollen In de verordening wordt gesproken over het gemeentebestuur. Afhankelijk van de bevoegdheid wordt hiermee bedoeld: De gemeenteraad; Het college van burgemeester en wethouders; De burgemeester. Indien nodig wordt in het participatieplan expliciet gemaakt welk bestuursorgaan bedoeld wordt. De burgemeester heeft bovendien een zorgplicht: de burgemeester ziet toe op de kwaliteit en de zorgvuldigheid van de participatieprocedures, de tijdige voorbereiding en evaluatie van beleid, en de samenwerking tussen betrokkenen.
Beginspraak en kaderstelling door de raad In het beleidskader inwonerbetrokkenheid is opgenomen dat de gemeenteraad bij ingrijpende projecten en beleidsontwikkeling een kaderstellende rol vervult door middel van een startnotitie. Daarmee kan de raad vooraf richting geven aan het participatieproces, de gewenste aanpak en de randvoorwaarden. Deze vorm van ‘beginspraak’ helpt om participatie in een vroeg stadium op te starten en draagt bij aan democratische legitimatie. In de verordening wordt deze werkwijze expliciet erkend als instrument dat kan worden ingezet bij projecten met grote maatschappelijke betekenis.
Overheidsparticipatie en inwonersinitiatieven De verordening stimuleert overheidsparticipatie door ruimte te bieden voor inwonersinitiatieven die bijdragen aan leefbaarheid, duurzaamheid of sociale samenhang. Inwoners, organisaties en ondernemers die initiatief nemen om hun buurt, dorp of gemeente mooier, veiliger of socialer te maken, kunnen mogelijk ondersteuning krijgen van de gemeente. In ieder geval wordt er een contactpersoon aangewezen. Wel wordt onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke initiatieven en particuliere of commerciële belangen: alleen initiatieven gericht op het collectieve belang komen in aanmerking voor ondersteuning. Onder overwegend particulier of commercieel belang verstaan we initiatieven waarbij het financiële eigenbelang overheerst boven het publieke of maatschappelijke doel. Dit sluit niet uit dat initiatieven met gemengde motieven kunnen worden overwogen, mits het maatschappelijk belang aantoonbaar voorop staat.
14
Uitdaagrecht Specifiek voor het uitdaagrecht is in de verordening vastgelegd: Welke voorwaarden gelden voor een verzoek tot het overnemen van gemeentelijke taken; Welke beoordelingscriteria de gemeente hanteert, zoals kwaliteit, haalbaarheid en maatschappelijk effect; Dat afspraken schriftelijk worden vastgelegd, inclusief risicoverdeling, kwaliteitsborging en budgetafspraken. Aanbestedingsrechtelijke en aansprakelijkheidsaspecten worden zorgvuldig betrokken bij de beoordeling van uitdaagverzoeken. Het uitdaagrecht zet het aanbestedingsrecht niet opzij, maar vraagt om slimme aansluiting op bestaande regels.
Actieve openbaarheid en inzicht voor inwoners De gemeente verplicht zichzelf in de verordening om inwoners tijdig inzicht te bieden in gemeentelijke plannen en ontwikkelingen, zeker op wijk- en dorpsniveau. Dit sluit aan bij de normen voor actieve openbaarheid zoals geformuleerd in de Wet open overheid (Woo). Zo kunnen inwoners voorzien van relevante kennis deelnemen aan participatieprocessen.
Evaluatie en doorontwikkeling De participatieverordening schrijft voor dat minimaal eens per 2 jaar de uitvoering van het participatiebeleid wordt geëvalueerd. Hiermee zorgen we voor evaluatie en het leren van ervaringen.
Slotbepaling Waar specifieke regelgeving over participatie van toepassing is, bijvoorbeeld via de Omgevingswet, heeft die regelgeving voorrang boven deze verordening. In alle andere gevallen biedt de Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht gemeente MiddenGroningen 2025 het kader voor inwonerbetrokkenheid en overheidsparticipatie bij beleid, uitvoering en evaluatie.
15