04. Toelichting afwijkingen
Tekst van het document
Bijlage 3
Toelichting afwijkingen
De afwijking tussen het verwacht jaarrekeningresultaat in de slotbegrotingswijziging 2025 en het daadwerkelijke jaarrekeningresultaat 2025 is afgerond € 5,2 miljoen. Hieronder is een overzicht weergegeven van de grote afwijkingen die hiertoe geleid hebben. Vervolgens worden de afwijkingen afzonderlijk toegelicht.
1. Personele inzet en capaciteit (€ 3.982.000 voordelig) De afwijkingen op personeels- en bedrijfsvoeringslasten laten in 2025 per saldo een voordeel zien van ruim € 3,9 miljoen. Dit voordeel wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het niet (tijdig) kunnen invullen van vacatures en een toegenomen personeelsverloop. Deze lagere personeelsinzet doet zich organisatiebreed voor en is zichtbaar binnen meerdere programma’s. Het beeld is daarbij lange tijd versnipperd geweest en niet eerder als samenhangend geheel geduid. De afwijkingen deden zich op verschillende onderdelen voor en zijn afzonderlijk relatief beperkt, maar tellen gezamenlijk op tot een substantieel voordeel. Tegelijkertijd zijn op enkele onderdelen hogere personeelsgerelateerde lasten zichtbaar, zoals kosten voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en een hogere inzet binnen specifieke uitvoeringsonderdelen (onder andere participatie). Deze nadelen worden in een aantal gevallen gedekt vanuit specifieke uitkeringen van het Rijk, waardoor het effect op het saldo beperkt blijft. Daarnaast speelt de aangescherpte toepassing van de Wet DBA een rol. Hierdoor wordt kritischer gekeken naar de inzet van externe capaciteit. In combinatie met een krappe arbeidsmarkt, waarin het ook lastig is om geschikte kandidaten te vinden, heeft dit effect op de mate waarin vacatures en tijdelijke inzet kunnen worden ingevuld.
De impact van deze ontwikkeling is in eerdere ramingen onderschat en daardoor niet tijdig als afzonderlijk aandachtspunt geadresseerd. Het geschetste beeld sluit aan bij een bredere ontwikkeling waarbij gemeenten te maken hebben met een krappe arbeidsmarkt en een toenemende uitstroom van personeel, terwijl de opgaven in onder andere het sociaal domein en de fysieke leefomgeving onverminderd groot blijven. Hierdoor blijft het invullen van vacatures uitdagend en is er blijvende spanning tussen de begrote personele capaciteit en ons vermogen deze daadwerkelijk in te vullen. De lagere inzet heeft in een aantal gevallen geleid tot vertraging in de uitvoering van werkzaamheden en
1
het doorschuiven van activiteiten naar volgende jaren. Een relevante kanttekening is dat vanaf 2027 al een bezuiniging op de bedrijfsvoering van circa € 1 miljoen is ingeboekt. 2. Vertraging werkzaamheden openbare ruimte (€ 847.000 voordelig) Er is een voordeel van afgerond € 850.000 door vertraging van werkzaamheden binnen de openbare ruimte. Het betreft met name civieltechnische werkzaamheden, zoals onderhoud aan bruggen en damwanden. Een deel van deze werkzaamheden is later gestart dan gepland, onder andere door doorlooptijden in aanbesteding en voorbereiding. Een ander deel komt door nadelige weersomstandigheden. De uitgestelde werkzaamheden leiden in 2025 tot lagere lasten, maar zullen in latere jaren alsnog tot uitvoering komen. Het voordeel heeft daarmee een tijdelijk karakter en hangt samen met de fasering van werkzaamheden binnen de beheerplannen. De uitvoering van groot onderhoud verloopt niet altijd gelijkmatig over de jaren. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan tussen planning en realisatie per jaar, terwijl de totale onderhoudsopgave over de looptijd van de beheerplannen ongewijzigd blijft. Dit kan in latere jaren leiden tot hogere lasten wanneer werkzaamheden zich concentreren. 3. Realisatiestimulans (€ 637.000 voordelig) In 2025 is een voordeel gerealiseerd van € 637.000 als gevolg van de realisatiestimulans.
Dit betreft een specifieke uitkering van het Rijk waarbij gemeenten een vaste bijdrage van € 7.000 ontvangen voor betaalbare woningen waarvan de bouw is gestart. De bijdrage wordt achteraf toegekend op basis van gerealiseerde woningbouw en kent geen directe koppeling met de lasten in hetzelfde jaar. Hierdoor leidt de ontvangst van deze middelen tot een financieel voordeel in de exploitatie. Het voordeel heeft daarmee een incidenteel karakter en hangt samen met de gerealiseerde voortgang in woningbouwprojecten. Voorgesteld wordt om dit voordeel via de resultaatbestemming toe te voegen aan een reserve, zodat de middelen in latere jaren kunnen worden ingezet ter ondersteuning van de woningbouwopgave. 4. Vrijval reserve jaarruimte 2023 (€ 564.000 voordelig) De mutaties in de reserves laten een voordeel zien van € 564.000 als gevolg van de vrijval van de reserve jaarruimte 2023. Deze reserve is gevormd uit niet bestede middelen die via overheveling beschikbaar zijn gesteld voor besteding in de daaropvolgende jaren. In overeenstemming met onze financiële verordening blijven deze middelen gedurende twee jaar beschikbaar. Voor het resterende deel van de reserve is in deze periode geen beroep gedaan, waardoor deze middelen in 2025 zijn vrijgevallen ten gunste van het resultaat. In de slotbegrotingswijziging was reeds € 1.270.000 van deze vrijval verwerkt.
De totale vrijval van de reserve jaarruimte 2023 bedraagt € 1,8 miljoen, waardoor het resterende deel van € 564.000 in de jaarrekening tot uitdrukking komt. 5. Decembercirculaire (€ 409.000 voordelig) De decembercirculaire leidt tot een voordeel van € 409.000, bestaande uit meerdere onderdelen. De belangrijkste zijn een bijdrage voor de uitvoering van de Wet versterking regio volkshuisvesting (€ 191.000), een compensatie voor meerkosten voor Oekraïense ontheemden (€ 136.000) en aanvullende middelen voor lokale energiehulp (€ 57.000). Daarnaast is per saldo sprake van een beperkt voordeel door actualisatie van de verdeelmaatstaven en een incidentele 2
bijdrage voor gegevensuitwisseling. Voor de middelen die samenhangen met de Wet versterking regio volkshuisvesting wordt voorgesteld deze via overheveling beschikbaar te houden voor uitvoering van de bijbehorende taken. 6. APPA-voorziening (€ 1.132.000 nadelig) Op de APPA-voorziening is in 2025 een nadeel ontstaan van € 1.132.000. Dit wordt veroorzaakt door een hogere benodigde storting in de voorziening voor (gewezen) wethouders. In de slotbegrotingswijziging 2025 is reeds een aanvullende storting verwerkt naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen en de voorgenomen overdracht van pensioenverplichtingen aan het ABP. Op basis van geactualiseerde inzichten en nadere richtlijnen is in de realisatie echter gebleken dat een verdere aanvulling van de voorziening noodzakelijk is. De hoogte van de voorziening is afhankelijk van externe factoren, zoals renteontwikkelingen, dekkingsgraden en de uiteindelijke voorwaarden van overdracht. Hierdoor bestaat onzekerheid over de exacte omvang van de extern onder te brengen pensioenverplichtingen en kunnen in de toekomst aanvullende bijstellingen, die waarschijnlijk leiden tot een voordeel, nodig zijn. 7. Jeugd (€ 380.000 nadelig) Het nadeel op Jeugd wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor jeugdzorg in natura (€ 380.000).
Deze stijging hangt samen met een toename van de indicatiewaarde en een hogere verzilvering ten opzichte van hetgeen we in de slotbegrotingswijziging verwachtten. De indicatiewaarde geeft de omvang van de toegekende zorg weer. Een stijging hiervan betekent dat zwaardere vormen van zorg zijn toegekend. De verzilvering betreft het deel van deze indicaties dat daadwerkelijk leidt tot zorggebruik en daarmee tot kosten. In 2025 is een groter deel van de afgegeven indicaties ook daadwerkelijk benut. 8. Overige plussen en minnen (€ 438.000 voordelig) Overige plussen en minnen binnen de verschillende programma’s tellen op tot een voordeel van € 438.000.
3