04. Regels en motivering bij het wijzigingsbesluit Slochteren - Hoofdweg 200-202
Tekst van het document
Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsge-
41
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
bieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). De aandachtgebieden zijn onder te verdelen in: Brandaandachtsgebieden (BAG)
Concept
Een BAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 bedraagt. Explosieaandachtsgebied (EAG) Een EAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: • een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (een BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en; • een explosie, anders dan onder a, waarvan de overdruk ten hoogste 10 kPa is.
Gifwolkaandachtsgebied (GAG) Een GAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. Als het GAG groter is dan 1,5 km wordt het GAG tot deze afstand begrensd in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. De volledige GAG is verder wel relevant voor bijvoorbeeld crisiscommunicatie en kan dus niet beschouwd worden als niet relevant.
Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikelen 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Een gemeente mag hier wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen.
Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties de volgende aspecten van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied van buisleidingen: paragraaf 5.1.2.3 Bkl; • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: paragraaf 5.1.2.4 Bkl; • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (paragraaf 5.1.2.5 Bkl); • Veiligheid rond luchthavens (paragraaf 5.1.2.6 Bkl).
4.7.2 Onderzoek Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Dit voornemen zorgt voor de realisatie van nieuwe kwetsbare bebouwing in de vorm van 5 woningen. Daarnaast schakelt de horeca aan de Hoofdweg 202 functioneel om naar een woonfunctie. Er is geen sprake van sloop of verbouw, het gaat om het functioneel omschakelen van een bestaand pand. Op de locatie mocht al gewoond worden, vanwege de aanduiding 'wonen'. In dit kader is de Atlas Veiligheid geraadpleegd om te onderzoeken of in de nabijheid van het plangebied activiteiten zijn gelegen die een risico voor de omgevingsveiligheid kunnen veroorzaken. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Atlas Veiligheid weergegeven.
42
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Concept
Signaleringskaart EV
Bron: Atlas Veiligheid | Register externe veiligheid
Aan de noordzijde van het plangebied is Garage-, Heftruck- en Transportbedrijf L. en D. Dijkman en tankstation gelegen. De aandachtsgebieden van deze activiteiten reiken niet tot in het plangebied. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn meerdere gasleidingen gelegen. Ook voor deze buisleidingen geldt dat de aandachtsgebieden niet tot in het plangebied reiken. In paragraaf 3.3.2 is beschreven dat het plangebied onderdeel is van veiligheidszone 4 op grond van de POV (art 3.155 POV). Dat artikel geeft aan dat rekening gehouden dient te worden met het veiligheidsniveau op de kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties. Het planvoornemen heeft betrekking op het realiseren van kwetsbare gebouwen (woningen). De Veiligheidsregio concludeert dat het fysieke veiligheidsniveau niet risicovol is. Het Advies Veiligheidsregio is als bijlage opgenomen. Er gelden derhalve geen nadere maatregelen ten behoeve van het onderhavig ruimtelijk besluit.
4.7.3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect externe veiligheid.
4.8 Luchtkwaliteit 4.8.1 Toetsingskader In een aandachtsgebied in het kader van luchtkwaliteit moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als die zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Dit betekent dat een gemeente een initiatief soms moet toetsen aan de omgevingswaarden in een nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat dan om een locatie van een initiatief dat zelf buiten het aandachtsgebied ligt. Dit kan nodig zijn bij activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben. Denk aan extra verkeer of bedrijfsemissies. Er wordt getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties.
De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de be-
43
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
oordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in het Bkl. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Concept
Deze gaan over: • beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden; • ammoniakemissies van veehouderijen; • geologische opslag van CO2. Soms heeft de gemeente in een eerdere fase (toelaten van bedrijven in het omgevingsplan) al getoetst of het omgevingsplan voldoet aan de luchtkwaliteitsregels. Een dergelijke 'voortoets' is verplicht als het omgevingsplan in een aandachtsgebied ligt. Bij de daadwerkelijke aanvraag van een omgevingsvergunning moet het bevoegd gezag vervolgens beoordelen of deze aanvraag voldoet aan de luchtkwaliteitseisen.
4.8.2 Onderzoek Met het planvoornemen worden vijf nieuwe (koop)woningen gerealiseerd. Daarnaast schakelt de horeca aan de Hoofdweg 202 functioneel om naar een woonfunctie. Er is geen sprake van sloop of verbouw, het gaat om het functioneel omschakelen van een bestaand pand. Omdat dit een bestaand pand met al een bestaande verkeersgeneratie is, wordt deze niet meegenomen in de berekening. De formele omschakeling van horeca naar een woonfunctie zorgt juist voor een afname van de verkeersgeneratie. Het CROW heeft voor verschillende variabelen kencijfers. Er is gebruik gemaakt van CROW publicatie 744 (Parkeerkencijfers 2024: Basis voor parkeernormering). Het plangebied is geclassificeerd als weinig stedelijk en is gelegen in de rest van de bebouwde kom. Voor de verkeersgeneratie van een vrijstaande (koop)woning is in dat geval een kengetal van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per etmaal opgenomen. Voor een koop-tweekapper is dit gemiddeld 7,8. De realisatie van de vijf nieuwe woningen zorgt daarmee voor een verkeersgeneratie van gemiddeld 40 voertuigenbewegingen.
Onderzoek nibm-tool Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool 2025 ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. NIBM-tool
bron: InfoMil
Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer en de afstand tot een aandachtsgebied is niet noodzakelijk.
44
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Onderzoek achtergrondniveau
Concept
Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Daartoe is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2024, welke in maart 2023 zijn gepubliceerd. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. Per kilometervak worden de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen weergegeven waarvoor Europese regelgeving bestaat. De kaarten op deze website hebben een juridisch-formele status. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen betreffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2.5 en PM10). De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2.5 en PM10) uit de wet zijn opgenomen in de volgende tabel. Grenswaarden luchtconcentraties NO2, PM2.5 en PM10 Luchtconcentratie
Norm
NO2
jaargemiddelde concentratie uurgemiddelde concentratie
40 µg/m3 200 µg/m3
PM2.5
jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
PM10
jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
40 µg/m3 50 µg/m3
Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de gemeten en berekende achtergrondniveaus ruim onder de wettelijke normen blijven.
4.8.3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
4.9 Verkeer en parkeren 4.9.1 Toetsingskader Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). Deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Ook de bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven bestaan. De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevatten. Het initiatief dient hieraan getoetst te worden.
4.9.2 Onderzoek Verkeersgeneratie Als gevolg van het planvoornemen zal de verkeersgeneratie toenemen. In paragraaf 4.8 is berekend dat de verkeersgeneratie als gevolg van het planvoornemen naar boven afgerond gemiddeld 40 motorvoertuigenbewegingen per etmaal bedraagt. Het plangebied wordt ontsloten door de Hoofdweg, deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte groei in verkeersbewegingen aan te kunnen.
Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van CROW publicatie 744 (Parkeerkencijfers 2024: Basis voor parkeernormering). Er is daarbij voor het projectgebied uitgegaan van het gemiddelde parkeernorm en een ligging in de rest van de bebouwde kom in een weinig stedelijk gebied. Op grond daarvan is er sprake van de volgende parkeerbehoefte:
45
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Concept
Parkeerberekening Functie
Hoeveelheid
Parkeernorm
Parkeerbehoefte
Woningen, vrijstaand, koop
3
2
6
Woningen, tweekapper, koop
2
1,9
3,8
Aandeel bezoekers
(5)
0,2
1
Totaal
10,8
De vrijstaande woningen moeten 3 parkeerplaatsen op eigen erf realiseren en de tweekappers 2 parkeerplaatsen. Er is geen ruimte om te parkeren om langs de laan. Bezoekers dienen te parkeren aan de Hoofdweg of aan de Stichtinglaan, waar extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daarnaast schakelt de horeca aan de Hoofdweg 202 functioneel om naar een woonfunctie. Er is geen sprake van sloop of verbouw, het gaat om het functioneel omschakelen van een bestaand pand. Dit perceel heeft afdoende ruimte om ook 2,2 parkeerbehoefte op te lossen op eigen erf. Uit de kavelpaspoorten volgt dat aan deze parkeerbehoefte kan worden voldaan. Zie voor een toelichting op de kavelpaspoorten paragraaf 2.2 en bijlage Kavelpaspoorten.
4.9.3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect verkeer en parkeren.
4.10 Duurzaamheid en gezondheid 4.10.1 Toetsingskader Te zijner tijd zullen in het omgevingsplan ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid omgevingswaarden worden vastgelegd. Deze worden gebaseerd op het gemeentelijke beleid. Nagegaan moet worden of hieraan toepassing is gegeven. Indien dit het geval is dient het initiatief getoetst te worden aan deze omgevingswaarden. De bruidsschat kent een artikel betreffende energiebetreffende maatregelen (artikel 22.52). Hieraan zal voldaan moeten worden. De gemeente gaat uit van de volgende opeenvolgende principes bij duurzaamheid: • besparen; • isoleren; • opwekken.
4.10.2 Onderzoek Duurzaamheid De gemeente Midden-Groningen hecht waarde aan duurzaamheid en volgt de wettelijke kaders op dit gebied. Belangrijke regelgeving die hierbij wordt gehanteerd, omvat de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) en de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Deze regelgeving vereist respectievelijk dat nieuwe bouwprojecten voldoen aan vastgestelde milieu-impactnormen en criteria voor energiezuinigheid en duurzaamheid. Daarnaast heeft de gemeente Midden-Groningen de ambitie om duurzame en klimaatadaptieve wijken/buurten/dorpen te realiseren. Speerpunten hierbij zijn een lager energieverbruik, een waterhuishouding die ook in de toekomst geen wateroverlast geeft en gebruik van materialen die herbruikbaar zijn (circulair). Naast dat de gemeente hieraan bijdraagt bij de inrichting van het openbaar gebied (indien hier sprake van is) kunnen ook ontwerpers, bouwers/ontwikkelaars en bewoners van de nieuwe woningen hieraan bijdragen. Zij kunnen mede de voorwaarden creëren voor een hoge levenskwaliteit voor mens en natuur, voor nu en voor later.
46
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Voor de woningbouwontwikkeling op de vrijkomende locaties worden naast de toolbox natuurinclusief bouwen (www.bouwnatuurinclusief.nl), praktische handvaten, onderstaande punten meegegeven als inspiratie en ambitie om een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving te creëren.
Concept
Energiebesparing en toepassing van Duurzame Energie De gemeente stimuleert het toepassen van een hogere energieprestatie dan wettelijk vereist door een lagere warmtevraag en optimaal gebruik van duurzaam opgewekte energie. Aandachtspunt bij de warmtevoorziening is het gevolg van de voorstellen voor de belasting op het elektriciteitsnet, met name als het gaat over het verlagen van de mogelijke piekvraag. Als het gaat over de keuze voor een bron bij gebruik van een warmtepomp heeft toepassing van een bodembron de voorkeur. Bij toepassing van zonnepanelen heeft een oost-west oriëntatie de voorkeur. Ook is er een voorkeur voor toepassing van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning en bijzondere aandacht voor luchtdichtheid van de woningen. Circulariteit / materiaalgebruik Hierbij is een scherpere dan de wettelijk vereiste MPG-score wenselijk. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van hergebruikte materialen en natuurlijke materialen. Zo kan bij de keuze van de constructie hout worden toegepast en kan bij isolatie worden gekozen voor natuurlijk/biobased isolatiemateriaal. Hierbij is zowel de CO2-opslag van met name biobased materialen als de uitstoot bij de productie van materialen van belang. Ook is het wenselijk om materialen zonder toxische stoffen toe te passen. Hierdoor kunnen restmaterialen makkelijk worden hergebruikt.
Als laatste is van belang dat materialen, die gecombineerd met andere materialen worden toegepast, op termijn weer makkelijk uit elkaar te halen zijn en voor hergebruik geschikt gemaakt kunnen worden. Klimaatadaptatie Maak gebruik van mogelijkheden om regenwater vast te houden en in de woning te gebruiken, bijvoorbeeld door toepassing van groene dak en of door toepassen van regenkratten, regentonnen of grindstroken langs de gevel. Daarnaast is het wenselijk om zo min mogelijk voor- en achtertuinen te verharden en bij verhardingen te kiezen voor half-verharding en/of niet gebakken materialen. Biodiversiteit: Flora Het openbare groen bij een locatie wordt bij voorkeur op zodanige wijze ingericht dat de biodiversiteit wordt bevorderd. Dit wordt bereikt door het gebruik van (biologisch geteelde en) inheemse bomen en plantensoorten en/of door gebruik te maken van natuurlijke erfafscheidingen (hagen) in plaats van houten schuttingen. Biodiversiteit: Fauna Ter bevordering van de fauna in de bebouwde omgeving is het wenselijk om nestkasten toe te passen met name voor vleermuizen en vogels (huismus, gierzwaluw). Bij voorkeur worden ook nestgelegenheden voor verschillende soorten insecten als wilde bijen ingezet. Duurzame mobiliteit Stimuleren van actieve mobiliteit wordt bevorderd door bijvoorbeeld de parkeervoorziening van de fiets dichterbij te maken dan die van de auto.
Daarnaast is het wenselijk om ruimte te reserveren voor laadgelegenheden voor elektrisch vervoer.
Gezondheid De inrichting van de openbare ruimte kan bijdragen aan de gezondheid van nieuwe bewoners en omwonenden. Bij dit initiatief wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu (aanwezigheid van geur, geluid, goede riolering en waterkwantiteit en -kwaliteit). Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, het tegengaan van verspreiding van bestrijdingsmiddelen en vermesting, een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Zaken zoals geur, geluid, bodem en water zijn in de vorige paragrafen nader aan de orde gekomen.
47
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
4.10.3 Conclusie Zoals hiervoor beschreven, wordt zoveel mogelijk voldaan aan de eisen en voorwaarden van duurzaamheid en gezondheid. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft duurzaamheid en gezondheid.
Concept
4.11 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.11.1 Toetsingskader Op grond van artikel 5.129g van het Bkl wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: • Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? • Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? • Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? • Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? • Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
4.11.2 Onderzoek 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Een stedelijke ontwikkeling kan als volgt worden gedefinieerd: 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Ook blijkt uit jurisprudentie dat niet iedere ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). De voorgenomen ontwikkeling maakt de realisatie van vijf nieuwe woningen mogelijk. Daarnaast schakelt de horeca aan de Hoofdweg 202 functioneel om naar een woonfunctie. Er is geen sprake van sloop of verbouw, het gaat om het functioneel omschakelen van een bestaand pand. Op de locatie mocht al gewoond worden vanwege de aanduiding 'wonen' op het horecapand. De locatie bevindt zich in de bebouwde kom en was reeds bebouwd. Hiermee mag er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat er met het voornemen geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat een verdere ladderonderbouwing niet van toepassing is.
4.11.3 Conclusie Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk. Wel moet de behoefte worden aangetoond, dit is in paragraaf 3.4.3 gebeurd.
4.12 M.e.r.-beoordeling 4.12.1 Toetsingskader Onderdeel van de motivering bij een wijziging van het omgevingsplan, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.
4.12.2 Onderzoek Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit.
48
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Concept
Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een merbeoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Project-m.e.r.-beoordeling Het initiatief behoort in bijlage V in het Omgevingsbesluit tot nummer J11: 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Hiervoor geldt een merbeoordelingsplicht. Voor het planvoornemen is daarom een notitie m.e.r-beoordeling opgesteld. De notitie is als Mer-beoordeling aan deze motivering toegevoegd.
Uit de notitie blijkt dat het initiatief geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt.
4.12.3 Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een m.e.r.-rapportage en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.
5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 5.1 Inleiding Voor het wijzigingsbesluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: • Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); • Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl.
Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeentefuncties evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
5.2 Afweging Met het planvoornemen wordt de bouw van vijf nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast schakelt de horeca aan de Hoofdweg 202 functioneel om naar een woonfunctie. Er is geen sprake van sloop of verbouw, het gaat om het functioneel omschakelen van een bestaand pand. In het omgevingsplan wordt daarom een maatschappelijke functie omgezet naar een woonfunctie. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl en is er geen aanleiding om op onderdelen hiervan af te wijken. Geluid is hier een uitzondering op. Deze voldoet niet aan de standaardwaarden, maar wel aan de grenswaarden. In paragraaf 4.5 is gemotiveerd afweken van de standaardwaarde. Op basis van alle resultaten kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkeling voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl.
6 Economische uitvoerbaarheid
49
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
6.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeente is initiatiefnemer van dit project. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. De kosten van het initiatief zijn voor rekening van gemeente Midden-Groningen.
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Concept
7.1 Participatie
50
De gemeenteraad van Midden-Groningen heeft in het raadsakkoord 2022-2026 aangegeven inwonersen overheidsparticipatie belangrijk te vinden. De gemeenteraad heeft het college opdracht gegeven om met een visie op participatie te komen. Vooruitlopend op de participatievisie heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het Plan van Aanpak Programma Vrijkomende Locaties ingestemd met actieve inwonersparticipatie. Samen met de omgeving worden verschillende vrijkomende ontwikkellocaties uitgewerkt in ontwikkelkaders. Het participatieverslag is opgenomen als Participatieverslag.
7.2 Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2.2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. In het kader van vooroverleg is het plan naar provincie, waterschap, Veiligheidsregio en Gasunie gestuurd. De Veiligheidsregio heeft advies ten aanzien van de veiligheidszone gegeven. Dit advies is als bijlage Advies Veiligheidsregio bijgevoegd en verwerkt in paragraaf 4.7. Gasunie constateerde dat de gasinfrastructuur geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Water is verwerkt in paragraaf 4.3.
7.3 Zienswijzen op het ontwerp Het ontwerp-wijzigingsbesluit is vanaf 10 juli 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Publicatie van de terinzagelegging heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025 in het gemeenteblad, De Regiokrant en via de gemeentelijke website (en www.omgevingswet.overheid.nl). De reactietermijn eindigde op woensdag 20 augustus 2025. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend en daarnaast is sprake van één ambtshalve wijziging van de gemeente. De Nota van beantwoording zienswijzen geeft weer welke zienswijzen zijn ingediend, hoe deze door het gemeentebestuur is beoordeeld en beantwoord en of dit tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan heeft geleid. Ook is de ambtshalve wijziging toegelicht in de Nota. Waar nodig is de zienswijze en ambtshalve wijziging verwerkt in het plan.
Concept
(van 11-9-2025 12:34)
Archeologisch bureauonderzoek
/join/id/pubdata/gm1952/2025/fc16f826186a41bd8f7a510ea9a0a9e2/nld@2025-09-11;10305749
Quickscan flora en fauna
/join/id/pubdata/gm1952/2025/403f40aad709423db3a804d929dce5d0/nld@2025-09-11;10305749
Akoestisch onderzoek
/join/id/pubdata/gm1952/2025/d14aba49db8c4dfda6d0485d34e7aeab/nld@2025-09-11;10305749
Concept
I Overzicht Documentenbijlagen
Bodemonderzoek
/join/id/pubdata/gm1952/2025/4563f92d77774be3ad1bceabe9ab8b57/nld@2025-09-11;10305749
Participatieverslag
/join/id/pubdata/gm1952/2025/d3030cc6e5fa45b3b1dd21919cc5e9dd/nld@2025-09-11;10305749
Mer-beoordeling
/join/id/pubdata/gm1952/2025/fc4c54c80be640c2a94138a46e5b0537/nld@2025-09-11;10305749
Kavelpaspoorten
/join/id/pubdata/gm1952/2025/2816fb772a074dd79dbf227b884908fe/nld@2025-09-11;10305749
AERIUS-berekening
/join/id/pubdata/gm1952/2025/a6e20b19cfeb47dfb5b8d9c428d37cab/nld@2025-09-11;10305749
Aanvraag wateradvies
/join/id/pubdata/gm1952/2025/e2e25f2d6872438c9608fc5e0f22e777/nld@2025-09-11;10305749
Uitgangspuntennotitie
/join/id/pubdata/gm1952/2025/8fd1b9f377b246d38aa63f52be97965d/nld@2025-09-11;10305749
Hydrologisch onderzoek
/join/id/pubdata/gm1952/2025/25ff0b134d7f42fb8cdce6a844e02682/nld@2025-09-11;10305749
Advies Veiligheidsregio
/join/id/pubdata/gm1952/2025/1721671fe33542e1b1d375215370e8c3/nld@2025-09-11;10305749
51
Concept
Aanvulling quickscan flora en fauna /join/id/pubdata/gm1952/2025/bc53e66c6102438bb8e2f9bed622ee24/nld@2025-09-11;10305749 Nota van beantwoording zienswijzen /join/id/pubdata/gm1952/2025/11b744b5486f4997bee398a815c068bf/nld@2025-09-11;10305749
(van 11-9-2025 12:34)