CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Ontwerpbegroting ODG 2023

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2023 Omgevingsdienst Groningen (ODG)9.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2023

1

Inhoudsopgave

Inleiding .................................................................................................................................................... 3

1. 1.1.

Algemeen .............................................................................................................................................. 3

1.2.

Financieel beeld ................................................................................................................................... 5

1.3.

Leeswijzer ............................................................................................................................................. 5 Programma Uitvoering VTH-taken ........................................................................................................ 6

2. 2.1.

Wat willen we bereiken? ...................................................................................................................... 6

2.2.

Wat gaan we doen? .............................................................................................................................. 6

2.3

Wat mag het kosten? ......................................................................................................................... 10 Programma Brzo Noord......................................................................................................................... 11

3. 3.1.

Wat willen we bereiken? .................................................................................................................... 11

3.2.

Wat gaan we doen? ............................................................................................................................ 11

3.3.

Wat mag het kosten? ......................................................................................................................... 12 Financiële begroting .............................................................................................................................. 13

4. 4.1.

Uitgangspunten ................................................................................................................................. 13

4.2.

Financiële meerjarenbegroting 2022-2026 ................................................................................... 15

4.3.

Incidentele baten en lasten .............................................................................................................. 18 Verplichte paragrafen ............................................................................................................................ 19

5. 5.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 19

5.2.

Financiering ........................................................................................................................................ 21

5.3.

Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 22

Bijlagen ................................................................................................................................................................. 24 Bijlage 1: Bijdrage per deelnemer meerjarig overzicht ............................................................................... 24 Bijlage 2: Begroting per taakveld................................................................................................................... 26 Bijlage 4: Geprognotiseerde balans .............................................................................................................. 29 Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit........................................................................................... 30

2

1. Inleiding 1.1. De

Algemeen

Omgevingsdienst

Groningen

(ODG)

verzorgt

de

uitvoering

van

vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTH-taken) op het gebied van milieu, bouwen en wonen in opdracht van de 10 gemeenten in Groningen en de provincie Groningen. Daarnaast verzorgt de ODG deze taken ook voor de majeure

risicobedrijven1

in

de

provincies

Fryslân

en

Drenthe.

Het jaar 2023 wordt een bijzonder jaar. De Omgevingswet is naar verwachting in werking getreden, een wetswijziging die grote veranderingen met zich meebrengt. Daarnaast implementeren we een nieuw zaaksysteem voor ons primair proces, de ruggengraat van onze

dienst. Deze en andere

veranderingen vinden plaats in een context van toenemende aandacht voor milieuthema's en een krappe arbeidsmarkt. In de kadernota hebben we aangegeven dat een deel van de opgaven voor dienst en deelnemers niet met bestaande middelen uitgevoerd kan worden. Daarom is in het Algemeen Bestuur van 4 februari 2022 afgesproken om incidentele middelen in 2023 en 2024 beschikbaar te stellen voor o.a. de uitvoering van de Omgevingswet en de arbeidsmarkt. Deze periode wordt gebruikt om te beoordelen welke middelen structureel nodig zijn, welke middelen het Rijk beschikbaar stelt en waar er mogelijkheden zijn om efficiënter en effectiever met de beschikbare middelen om te gaan. In hoofdstuk 4.1 wordt daarop een nadere toelichting gegeven.

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw wordt voorzien op 1 januari 2023. Ten tijde van het opstellen van deze begroting waren er nog diverse onduidelijkheden rondom de invulling van de Omgevingswet. Waar mogelijk heeft het bestuur rekening gehouden met de (financiële) consequenties. In de wetenschap dat gedurende de komende jaren veranderingen in de taakverdeling en uitvoering van de werkzaamheden plaatsvinden, die nu nog niet financieel vertaald kunnen worden. Per 1 januari 2023 worden de minder complexe milieutaken ingebracht bij de ODG. In deze begroting is de inbreng op basis van de huidige wetgeving meegenomen. Er volgt een businesscase over de inbreng van de minder complexe milieutaken op basis van de Omgevingswet. De financiële gevolgen worden door middel van een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2023.

Financieringsmodel In 2023 werken we een jaar met het nieuwe financieringsmodel: de deelnemersbijdrage is gebaseerd op de taken van de dienst. Dienst en deelnemers zetten in op het benutten van het model om de samenwerking door te ontwikkelen, waarbij effectiviteit en efficiëntie van belang zijn. Ook het beter gebruik maken van de steeds grotere bron van beschikbare data speelt hierin een rol. De invoering van het nieuwe financieringsmodel leidde tot verschuivingen in de deelnemersbijdragen tussen deelnemers (op totaal niveau budgetneutraal). Gezien de financiële situatie van gemeenten is afgesproken drie jaar de tijd te nemen voor een zachte landing van het financieringsmodel. Dit betekent dat drie jaar de tijd wordt genomen om financieel gezien toe te groeien naar de nieuwe

1

Alle bedrijven die onder het Besluit risico zware ongevallen en Richtlijn Industriële Emissies categorie 4 voorschriften vallen, samen de majeure

risicobedrijven, zijn per 1 juli 2017 verplicht onder gebracht bij een van de aangewezen zes diensten in Nederland. Voor Noord Nederland is dat de Omgevingsdienst Groningen.

3

deelnemersbijdragen als gevolg van het financieringsmodel. 2023 is het tweede jaar waarvoor deze zachte landing verwerkt is in de begroting.

Nieuw zaaksysteem In 2023 wordt een nieuw zaaksysteem geïmplementeerd, waarvoor middelen beschikbaar zijn gesteld door de deelnemers. Het zaaksysteem is de ruggengraat van de organisatie, waarin alle werkzaamheden en processen zijn ingericht. Ervaring in den lande leert dat de implementatie van een nieuw zaaksysteem gepaard gaat met productieverlies. In deze begroting is uitgangspunt dat daar geen aanvullende middelen tegenover staan.

Ten slotte Naast de implementatie van het nieuwe financieringsmodel en zaaksysteem, zullen ook de invoering van de Omgevingswet, ontwikkelingen op het gebied van stikstof (PAS) en zeer zorgwekkende stoffen (waaronder PFAS) veel van ons vragen. Dit betekent o.a. intensivering van de samenwerking met ketenpartners en het werken met een veranderd instrumentarium. Het goed verwerken van deze opgaven en de doorontwikkeling van de dienst staan op gespannen voet met onze productieafspraken. De ODG zal zich blijven inspannen om de reguliere werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op kwalitatieve en efficiënte manier uit te voeren. Dit alles ten behoeve van de veilige en schone leefomgeving in Groningen.

4

1.2.

Financieel beeld

Het financieel meerjarenperspectief, inclusief Brzo staat in de onderstaande figuur (bedragen x € 1.000) Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal baten

20.775

22.734

23.258

22.896

23.526

Totaal lasten

21.095

22.734

23.258

22.896

23.526

Saldo van baten en lasten

-320

-

-

-

-

Mutatie reserves

320

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Begroot resultaat Resultaat

In de begroting van 2023 stijgen de baten met bijna € 2,0 miljoen ten opzichte van de begroting van 2022. De stijging betreft wijzigingen die reeds door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld bij de begrotingswijziging van 2022 en keuzes die zijn opgenomen in deze begroting. Beide zijn hieronder uiteengezet en in de financiële begroting in hoofdstuk 4 toegelicht. Structurele effecten begrotingswijziging 2022 1.

VTH: structureel meerwerk in de jaaropdracht

€

295.000

2.

VTH: verlaging asbesttaken voor Het Hogeland en Westerkwartier

€

73.000 -

3.

VTH: verlaging structurele inzet reguliere jaaropdrachten

€

92.000 -

4.

Brzo: toename Brzo inrichtingen

€

210.000

5.

Brzo: verlaging inzet IOV projecten

€

23.000 -

€

317.000

Totaal Keuzes opgenomen in de begroting 2023 1.

VTH: extra inzet in 2023 en 2024 voor Omgevingswet en krapte arbeidsmarkt

€

505.000

2.

VTH: wijziging taken, jaaropdrachten

€

232.000

3.

VTH: toename projecten en meerwerk

€

406.000

4.

Brzo: verlaging inzet IOV projecten

€

33.000 -

5.

Bijdrage voor loon en prijsstijgingen

€

557.000

6.

Bijstelling detacheringen

€

25.000 -

Totaal

1.3.

€ 1.642.000

Leeswijzer

In hoofdstuk twee staan de drie wat-vragen centraal: "Wat willen we bereiken?", "Wat gaan we doen?" en "Wat mag het kosten?" voor de uitvoering van het programma "Uitvoering VTH-taken". In hoofdstuk drie staat het programma Brzo Noord, de taken voor de drie Noordelijke provincies. Hoofdstuk vier bevat de financiële begroting. Hierin zijn de baten en lasten nader toegelicht. Daarna volgen in hoofdstuk vijf de verplichte paragrafen. In de bijlagen staat de deelnemersbijdrage en wordt inzicht gegeven in de activa van de ODG en de ontwikkeling van de balans.

5

2. Programma Uitvoering VTH-taken 2.1.

Wat willen we bereiken?

De ODG gaat zoals u van ons gewend bent het jaar 2023 in met ons kompas als leidraad: ‘in alles wat wij doen, dragen we bij aan een veilige en schone leefomgeving in onze regio ’ Wij zijn een: ‘onafhankelijke betrouwbare kennispartner die de klant centraal stelt ’. Uit het kompas van de organisatie en onze opgave, halen we vijf hoofdpunten om ons op te richten de komende jaren. 1.

We hebben een betrouwbare dienstverlening en geven verantwoording over ons werk

2.

We zijn een efficiënte organisatie

3.

Samenwerking & sensitiviteit staat centraal

4.

We zijn een kennisorganisatie

5.

We zijn klaar voor de verandering

De ODG zal zich in de komende jaren op bovenstaande punten verder ontwikkelen, om samen met onze klanten en partners resultaten te boeken ten behoeve van een veilige en schone leefomgeving.

2.2. 1.

Wat gaan we doen?

Uitvoeren jaaropdracht

Ieder jaar spreekt de ODG in de jaaropdracht met de opdrachtgevers af welke taken er worden uitgevoerd, conform de richtlijnen van het regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op uitvoering van deze taken. In onderstaande tabel staat een doorkijk van de verwachte totale productie in het kader van de jaaropdracht in 2023. Uitgangspunt daarbij is de jaaropdracht 2022, rekening houdend met een bijstelling van de kengetallen. Medio 2022 wordt de jaaropdracht 2023 opgesteld. Veranderingen in de omvang van de opdracht worden vervolgens in najaar 2022 middels een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2023.

Domein Milieu Bodem Asbest Bouw Handhaving Meervoudig Individueel Totaal

Producten # aantallen 2.500 1.826 2.585 1.116 452 1.455 0 9.934

Diensten # uren 10.493 € 1.875 € 0 € 7.880 € 2.174 € 827 € 4.875 € 28.124 €

Totaal x1.000

in % 3.942 1.020 519 1.675 1.132 801 380 9.469

42% 11% 5% 18% 12% 8% 4% 100%

Toelichting Vergunningverlening en toezicht op het gebied van milieu is met 42% het grootste deel van de inzet van de ODG. Bodem kent een inzet van 11%. De inzet op het gebied van asbest is na de inbreng van de asbesttaken gestegen van 2% naar 5%. 18% van de inzet betreft vergunningverlening en toezicht op het gebied van bouw voor Midden-Groningen, Stadskanaal en de provincie. Uit de processen van vergunningverlening en toezicht volgt met enige regelmatig ook een handhavingstraject. De inzet hierop

6

betreft 12%. Onder het domein meervoudig, met een omvang van 8%, valt inzet die niet één op één te koppelen

is

aan

een

specifiek

domein.

Denk

hierbij

aan

bijvoorbeeld

een

meervoudige

omgevingsvergunning met een milieucomponent. Daarnaast levert de ODG voor 4% maatwerk. Dit betreft inzet op verzoek van deelnemers in aanvulling op de reguliere producten en diensten. 2.

Collectieve taken

Naast inzet voor de jaaropdracht verricht de ODG een zestal collectieve taken voor alle deelnemers. Deze taken worden - naar rato van de afname van producten en diensten - collectief gefinancierd.

Collectieve taken Ketentoezicht (product) Ontwikkeling Opleiding en coaching Piket Strafrecht Wet- en regelgeving Totaal

Diensten Totaal # uren x1.000 in % 3.101 € 220 1.232 € 87 4.855 € 344 3.461 € 245 2.322 € 165 2.768 € 196 17.739 € 1.257

18% 7% 27% 19% 13% 16% 100%

Toelichting 1.

Ketentoezicht: branchebreed onderzoek naar naleefgedrag en waar nodig wordt er handhavend opgetreden. Dit beperkt zich niet tot één locatie bij één deelnemer. Een voorbeeld is het administratief volgen van grondstromen.

2.

(product) Ontwikkeling: hieronder valt inzet gericht op het verbeteren en innoveren van de dienstverlening aan deelnemers. Hiermee beoogt de dienst ook in de toekomst efficiënter en effectiever te opereren.

3.

Opleiding en coaching: de wijzigingen van wet- en regelgeving, de krapte op de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van de organisatie, leiden ertoe dat er structureel tijd wordt besteed aan opleiding van medewerkers, inwerken van onervaren collega's en coaching.

4.

Piket: voor toezicht bij calamiteiten en storingen buiten reguliere kantoortijden is een piketdienst ingesteld. De ODG garandeert 24 uur bereikbaarheid voor alle deelnemers.

5.

Strafrecht: bij sommige zaken wordt niet alleen bestuursrechtelijk opgetreden, maar volgt er ook strafrechtelijk traject. De ODG is hiervoor bevoegd gezag, in afstemming met het Openbaar Ministerie.

6.

Wet- en regelgeving: jaarlijks heeft de ODG te maken met wijzigende wet- en regelgeving en actuele onderwerpen die voor alle deelnemers relevant zijn. Momenteel bijvoorbeeld de Omgevingswet, PFAS en stikstof. De ODG reserveert tijd om zich op deze onderwerpen voor te bereiden en de deelnemers te ondersteunen.

3.

Ontwikkelingen

Naast de reguliere taken in het kader van de jaaropdracht en de collectieve taken is er in 2023 een aantal specifieke ontwikkelingen:

Nieuw financieringsmodel We werken in 2023 een jaar met het nieuwe financieringsmodel en zullen moeten blijven monitoren en ontwikkelen, zodat het model optimaal aansluit op de manier waarop we met elkaar samen willen werken. Hiervoor is een bedrag van €50.000 gereserveerd in de begroting van 2023.

7

Uitvoering van de Omgevingswet Naast de benodigde voorbereidingen op de Omgevingswet heeft de invoering ook consequenties voor de omvang en wijze van uitvoering van de taken door de ODG. Naast een heel aantal veranderingen binnen het VTH-takenpakket, verandert er ook het een en ander binnen het Brzo-programma: Brzoinrichtingen krijgen in de Omgevingswet een andere naam: Seveso-inrichtingen. Veel eisen aan deze bedrijven blijven hetzelfde. Die volgen namelijk uit de Europese Seveso-richtlijn. De ODG bereidt zich voor op deze verandering in het kader van de Omgevingswet, onder andere voor wat betreft de milieubelastende activiteit Seveso-inrichting. In 2021 is door Seinstra & Partners bij verschillende omgevingsdiensten uitgebreid onderzoek verricht naar de (financiële) impact van de Omgevingswet. Door hetzelfde bureau is ook de impactanalyse die door de ODG zelf is opgesteld bestudeerd. De analyse is gedaan op het gedeelte van takenpakket waarover voldoende over bekend is van de Omgevingswet. Conclusie is dat de conservatieve schatting van autonome groei van de opgave voor dit deel van circa € 485.000 gerechtvaardigd en conservatief is. Conclusie is ook dat kosten dempende maatregelen niet geheel en niet tijdig de stijging teniet zullen doen. Ook hangt de benodigde inzet samen met de mate waarop de opdrachtgevers besluiten eenduidig te werken.

Een niet eenduidige werkwijze vergt een grotere mate van inzet van de ODG. Vanaf 2023 wordt van de stelpost bedoeld voor programmamanagement van de Omgevingswet de helft (€50.000) meerjarig incidenteel besteed aan uitvoeringskosten Omgevingswet. De overige €435.000 wordt, op voorstel van het Algemeen Bestuur, gedekt uit een incidentele ophoging van de deelnemersbijdrage in 2023 en 2024. Hierna zal een evaluatie plaatsvinden.

Invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Ook de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, die tegelijkertijd met de invoering van de Omgevingswet plaatsvindt, zal (financiële) consequenties met zich meebrengen. De verwachting is dat er geen directe invloed is op ons vast personeelsbestand (mede door het strategisch personeelsbeleid van de afgelopen tijd), echter is dit niet volledig uit te sluiten. Daarom is dit onderwerp onderdeel van de risicoanalyse.

IT-ontwikkelingen De invoering van de Omgevingswet brengt ook wijzigingen op het gebied van IT met zich mee. Zo is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in werking gesteld. Zowel op het gebied van de techniek als met de interne werkwijzen zijn we klaar om met het DSO te gaan werken. De jaarlijkse aansluitkosten voor het DSO bedragen € 10.000 per jaar. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het Register Externe Veiligheid (REV). Dit is een database waarin de informatie over de veiligheidsrisico's wordt verzameld en inzichtelijk gemaakt. Met de komst van de Omgevingswet bundelt de overheid namelijk de regels voor milieu en ruimtelijke projecten. De kosten voor het REV zijn nog niet bekend. Tot slot is de ODG per 2022 aangesloten op Inspectieview Milieu. Dit is een door het Rijk verplichte aansluiting die het mogelijk maakt om milieugegevens uit te wisselen tussen toezichthoudende instanties. De jaarlijkse aansluitkosten bedragen momenteel € 25.000 per jaar. De ODG heeft in de meerjarenbegroting € 100.000 extra gereserveerd voor IT. Daarmee heeft de ODG voorzien in de dekking van de stijging van een aantal structurele kosten en in het mede ontwikkelen van benodigde ICT veranderingen.

8

Aanbesteding van het zaaksysteem Het contract met onze huidige leverancier van het zaaksysteem eindigt in augustus 2023. Op het moment van schrijven loopt het aanbestedingstraject. Hoewel dus nog niet bekend is met welk zaaksysteem de ODG vanaf de tweede helft van 2023 gaat werken, is met het afvallen van de huidige leverancier in een eerdere ronde al wel bekend dat er een nieuw systeem zal worden geïmplementeerd. Ervaring in den lande leert dat dit gepaard gaat met productieverlies. De totale kosten van een nieuw zaaksysteem, de aanbesteding en implementatie is voor de hele periode van 10 jaar geraamd op 4,7 miljoen euro. Daarvan is 2,2 miljoen euro voor structurele kosten voor de licenties en onderhoud/beheer van het zaaksysteem geraamd. De structurele kosten zijn reeds begroot en verwerkt in de deelnemersbijdrage. De overige 2,5 miljoen euro betreft incidentele kosten ten behoeve van de aanbesteding- en implementatie, de ontwikkelkosten van de leverancier en randvoorwaardelijke projecten (o.a. datakwaliteit). De totale verwachte kosten zijn besproken met en geaccordeerd door het Algemeen Bestuur in de vergadering van 9 oktober 2021.

Datagestuurd werken IT en data krijgen een steeds grotere rol in onze organisatie. Dit biedt kansen om werkzaamheden efficiënter en effectiever uit te voeren. Zo kunnen wij steeds meer informatie- en datagestuurd gaan werken, om steeds beter bij te kunnen dragen aan de beleidsdoelstellingen van de opdrachtgevers en om hier beter over te kunnen verantwoorden. Met deze manier van werken wordt de ODG een steeds slimmere organisatie, die gebaseerd op betrouwbare informatie het naleefgedrag in de omgeving kan bepalen en gerichte acties daarop kan zetten. Ook landelijk worden er steeds meer eisen en verwachtingen gesteld aan de informatie van omgevingsdiensten. Deze ontwikkelingen brengen kosten met zich mee. Aangezien de behoefte aan het budget voor het financieringsmodel logischerwijs afneemt, wordt de helft hiervan (€50.000) aangewend voor datagestuurd werken. De rest van de geschatte benodigde kosten (€100.000) wordt gedekt uit het niet vervangen van een gepensioneerde medewerker en te behalen winst op het gebied van efficiency.

Aanpak van krapte op de arbeidsmarkt Op verschillende werkgebieden is er schaarste op de arbeidsmarkt. Dit geldt zeker voor de vacatures die er zijn bij de omgevingsdiensten. Dat moet leiden tot een professionalisering van werving en opleiding, maar ook tot een andere manier van werken op termijn. Het is noodzakelijk gebleken structureel aandacht te besteden aan het werven van nieuw talent en het behouden van aanwezig talent. Eerder zijn we al succesvol gebleken in het zelf opleiden van personeel, dit blijven we doen. Om nog beter in te kunnen spelen op de huidige arbeidsmarkt gaat de ODG haar krachten bundelen met de andere noordelijke omgevingsdiensten: De Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUDD) en de Friese Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). In deze samenwerking zal de focus liggen om geschikt en personeel te binden en boeien. De balans van ons personeelsbestand zal daarmee veranderen: competenties op het gebied van processturing en resultaatgericht samenwerken gaan een grotere rol spelen, inhoudelijke kennis blijft belangrijk. De benodigde kosten (€120.000) zullen deels (€70.000) worden gedekt uit de post arbeidsvoorwaarden en deels uit een in het Algemeen Bestuur voorgestelde verhoging van de deelnemersbijdrage in 2023 en 2024.

Huisvesting Het contract van het huidige kantoorpand loopt nog tot en met 2024. We zijn voornemens het contract te verlengen. Hierover lopen de onderhandelingen. Vooruitkijkend daarop zal een groot gedeelte van de 9

inventaris afgeschreven zijn en zijn er maatregelen nodig op het gebied van energie. Daarnaast zijn aanpassingen voorzien om hybride werken mogelijk te maken: meer thuiswerken, daardoor meer ontmoeting op kantoor. Ook betrekken we de gevolgen van de Omgevingswet en de overdracht van taken hierbij. Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot investeringen. De structurele kosten bevatten € 80.000 aan afschrijvingskosten van de investeringen uit 2013. Die vallen in 2023 vrij. Voorstel is om deze aan te wenden voor nieuwe investeringen in het pand. In hoofdstuk 4.1 zijn de bedragen behorende bij de belangrijkste bovenstaande ontwikkelingen samengevat weergegeven.

2.3

Wat mag het kosten?

Onderstaande tabel geeft de lasten en baten voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze weer (bedragen x 1.000). In hoofdstuk vier, de financiële begroting, staat een nadere toelichting. In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage in detail uiteengezet. Programma VTH

2022

2023

2024

2025

2026

Baten Deelnemersbijdrage

14.646

15.923

16.355

16.271

16.718

Meerwerk en projecten

518

936

866

422

434

Overige baten

303

278

286

294

302

15.467

17.137

17.507

16.987

17.454

Primair proces

11.159

12.656

12.913

12.278

12.620

Overhead

4.225

4.226

4.335

4.446

4.566

403

255

259

263

268

15.787

17.137

17.507

16.987

17.454

-320

-

-

-

-

320

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal Lasten

Overige lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat

10

3. Programma Brzo Noord 3.1.

Wat willen we bereiken?

Het programma Brzo Noord heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde Brzo en RIE-4 inrichtingen in Noord-Nederland. De Brzo en RIE-4 bedrijven heten samen ook wel de majeure risicobedrijven: •

Brzo-bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, of hebben deze stoffen in opslag, daarom vallen zij onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo). Na van kracht worden van de Omgevingswet wordt dit 'milieubelastende activiteit Seveso-inrichting'.

•

RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Een bedrijf kan tegelijkertijd onder zowel de categorie RIE-4 als Brzo vallen.

Nederland telt ongeveer 450 majeure risicobedrijven, waarvan circa 92 bedrijven (inclusief bedrijven in oprichting; peildatum 1-1-2022) in Drenthe, Fryslân en Groningen liggen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH-taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen.

3.2.

Wat gaan we doen?

De ODG werkt nauw samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, Veiligheidsregio Groningen, Drenthe en Fryslân, Inspectie Leefomgeving en Transport, het Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, de waterschappen

en

de

omgevingsdiensten

in

Fryslân

(FUMO)

en

Drenthe

(RUDD).

De bevoegde gezagen, de drie provincies, hebben de Noordelijke Maat in 2018 vastgesteld als basis voor de taakuitvoering. In de Noordelijke Maat zijn normen opgenomen voor de VTH-taken die betrekking hebben op Brzo en Rie-4 bedrijven. De omvang van de Brzo begroting wordt bepaald door het aantal bedrijven en de activiteiten die daarvoor moeten worden verricht conform de Noordelijke Maat. In de meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met de in 2023 geplande evaluatie van de Noordelijke Maat, waardoor voor de hierop volgende jaren sprake kan zijn van wijziging van de begroting ten gevolge van deze evaluatie. Tevens zien we de afgelopen jaren een hogere groei van het aantal bedrijven dan verwacht, wat tot gevolg heeft dat de omvang van de Brzo-taken (en daarmee de benodigde jaarlijkse bijdrage) stijgt. Aangezien veranderingen in dit inrichtingenbestand pas gedurende het jaar bekend worden, wordt de definitieve bijdrage op basis van het aantal bedrijven op peildatum 1 januari van het opvolgende jaar berekend en besproken met de bevoegde gezagen. In deze begroting is uitgegaan van de 92 majeure risicobedrijven, zoals deze in begin 2022 besproken zijn met de bevoegde gezagen. Hieronder is het aantal bedrijven uitgesplitst per bevoegd gezag: Drenthe:

15

Friesland:

17

Groningen:

60

11

Het jaar 2023 staat naast een adequate uitvoering van de primaire VTH-taken, ook in het teken van het verder optimaliseren van de taakinvulling door de Omgevingsdienst. Daarnaast wordt meegewerkt in landelijke meerjaren agenda Impuls Omgevingsveiligheid (IOV)/ Meerjaren afspraken (MJA) projecten om de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering binnen Brzo+ (landelijk netwerk van alle ketenpartners) te optimaliseren. Naast deze landelijke projecten worden ook regionale speerpunten benoemd en opgenomen in het werkprogramma voor 2023.

3.3.

Wat mag het kosten?

In de onderstaande tabel zijn de lasten en baten weergegeven voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. Programma BRZO

2022

2023

2024

2025

2026

Baten Deelnemersbijdrage

5.164

5.509

5.660

5.816

Meerwerk en projecten

144

88

90

93

95

5.308

5.597

5.750

5.909

6.071

Primair proces

3.861

4.071

4.183

4.298

4.416

Overhead

1.447

1.526

1.567

1.611

1.655

Totaal

5.308

5.597

5.750

5.909

6.071

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal

5.976

Lasten

Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat

12

4. Financiële begroting 4.1.

Uitgangspunten

Loon- en prijsstijgingen In de begroting 2023 is uitgegaan van een gemiddelde gewogen indexatie van 2,75% t.o.v. 2022. Dit percentage is gebaseerd op een indexatie van 2,8% van de loonkosten en 2,4% van de materiële kosten. Hoe de inflatie zich daadwerkelijk gaat ontwikkelen is onzeker. Temeer omdat er voor 2023 nog geen CAO is afgesloten. Mocht de daadwerkelijk inflatie substantieel afwijken, dan gaat de ODG in gesprek met haar deelnemers over een eventuele bijstelling. Uitgangspunt hierbij is dat aansluiting wordt gezocht bij de middelen de deelnemers in het gemeentefonds en respectievelijk het provinciefonds ontvangen ter compensatie van de loon- en prijsstijgingen. Deelnemersbijdrage VTH taken De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten jaaropdracht per deelnemer; rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. Tot 2022 was de financiering gebaseerd op inputfinanciering. De overgang naar het nieuwe model kent herverdeeleffecten tussen deelnemers. Om deze effecten op te vangen is een zachte landing afgesproken van 3 jaar. In bijlage 1 is per deelnemer een gedetailleerd overzicht opgenomen van de effecten: bijstelling van de jaaropdracht, inbreng van de minder complexe milieutaken (wetgeving 2017), de aanvullende bijdrage voor de Omgevingswet en aanpak van de arbeidsmarkt en de zachte landing.

Uitgangspunt in het financieringsmodel van de ODG is dat er (beperkte) bijsturing van de output en daarmee ook van de bijdrage mogelijk is bij het vaststellen van de definitieve jaaropdracht 2023. De spelregels van het financieringsmodel zijn vastgelegd in de bijdrage-verordening. Voor de Wet Kwaliteitsborging Bouw en de inbreng van de minder complexe milieutaken onder de Omgevingswet wordt in 2022 een businesscase opgesteld. Hierover wordt een separaat besluit aan het Algemeen Bestuur voorgelegd; er volgt dan een begrotingswijziging. Brzo Noord De uitvoering van de Brzo-taken gebeurt in 2023, evenals in 2022, op basis van de Noordelijke Maat. Er is bestuurlijk afgesproken om na een periode van vier jaar, gerekend vanaf de start in 2019, de uitvoering te evalueren. Deze evaluatie vindt plaats in 2023. De volgende financiële uitgangspunten zijn van toepassing bij de uitvoering van de Brzo-taken: a.

De kosten en opbrengsten van werkzaamheden voor Brzo-bedrijven worden in een apart programma verantwoord.

b.

De omvang van de Brzo-taken is per provincie vastgesteld aan de hand van de Noordelijke Maat.

c.

Bovenop de loonkosten voor de formatie in het primair proces, geldt een opslag voor materiële kosten en overhead.

d.

De drie provincies betalen de volledige lasten die samenhangen met de uitvoering van de Brzotaken. Eventuele voor- of nadelen worden alleen verrekend met de Brzo-deelnemers (de drie provincies).

13

Aanschaf zaaksysteem Bij het nieuwe zaaksysteem is sprake van een SaaS-oplossing (software). Daarmee is er op grond van de BBV geen sprake van het verkrijgen van een actief en kan de aanschaf van het zaaksysteem niet worden geactiveerd. De implementatie van het zaaksysteem en bijbehorende kosten worden in 2022 en 2023 gemaakt. Deze projectkosten worden ineens of in meerdere termijnen betaald door de deelnemers. De door de deelnemers betaalde projectkosten worden op de balans van de ODG als rekening courant verantwoord (vooruitbetaalde bedragen) en zijn niet in de begroting opgenomen. Ontwikkelingen In 2023 is voor een aantal ontwikkelingen aanvullende middelen nodig. Hieronder staan de ontwikkelingen met bijbehorende dekking, zoals deze in de begroting 2023 is opgenomen (bedragen x €1000):

Doel

Besteding

Financieringsmodel

Programmamanagement Programmamanagement Formatie primair proces

Omgevingswet Uitvoering Omgevingswet

Data-gestuurd werken

Aanpak arbeidsmarkt

Verduurzaming Huisvesting Totaal

Projectleiding informatieanalisten en datawarehouse P&O, comm, interne opleider, materiele kosten Aanpassing gebouw en interieur

Begroot

Aanwezige dekking

Resterend +/-

Dekking

50

50

0 n.v.t.

50

50

0 n.v.t.

485

50 (post: OW)

150

150 (post: fin.model, efficiency, pensionering) 50 (post: arbeidsvw)

120

80

80 begroting huisvesting

+ 435 Verhoging deelnemers bijdrage VTH 0

+ 70 Verhoging deelnemers bijdrage VTH 0 n.v.t

+ 505

Verhoging bijdrage

De verhoging van de bijdrage van € 505.000 in 2023 en 2024 is naar rato van de begrote inzet in de jaaropdrachten verdeeld over de deelnemers. De post uitvoering Omgevingswet wordt gedurende de looptijd vertaald naar de jaaropdrachten, waardoor de uiteindelijke verdeling tussen de deelnemers kan wijzigen.

14

4.2.

Financiële meerjarenbegroting 2022-2026

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lasten, baten en reserves meerjarig weergegeven (bedragen x1.000). Meerjarenoverzicht

2022

2023

2024

2025

2026

Baten Deelnemersbijdrage

19.810

21.432

22.016

22.087

22.694

Meerwerk en projecten

662

1.024

956

515

529

Overige baten

303

278

286

294

302

20.775

22.734

23.258

22.896

23.525

- personeelslasten

13.933

15.909

16.259

15.719

16.159

- materiele kosten

1.088

818

837

857

877

- personeelslasten

3.267

3.598

3.699

3.760

3.864

- materiele kosten

2.404

2.154

2.204

2.297

2.357

403

255

259

263

268

21.095

22.734

23.258

22.896

23.525

-320

-

-

-

-

320

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal Lasten Primair proces

Overhead

Overige lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat

Baten De baten betreft de volgende inkomsten: •

Deelnemersbijdrage VTH-taken

€ 15.923.000

•

Deelnemersbijdrage Brzo Noord

€ 5.509.000

•

Projecten VTH

€

536.000

•

Projecten Brzo

€

88.000

•

Meerwerk

€

400.000

•

Verhaalde toelagen bij deelnemers

€

155.000

•

Detacheringen

€

123.000

Totaal

€ 22.734.000

Hierna zijn de wijzigingen in de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022 toegelicht.

15

Deelnemersbijdrage VTH taken De deelnemersbijdrage stijgt met € 1.277.000 van € 14.646.000 in de begroting 2022 naar € 15.923.000 in de begroting 2023. Deze stijging valt uiteen in de volgende aspecten: •

•

Begrotingswijziging 2022 o

Inbreng structureel meerwerk, € 295.000

o

Asbesttaken Het Hogeland en Westerkwartier, € 73.000 -

o

Verlaging structurele inzet reguliere jaaropdracht, € 92.000 -

Wijziging takenpakket 2023 o

Inbreng minder complexe milieutaken (Bor), € 190.000

o

Afronding zachte landing, € 6.000

o

Analyse kengetallen, € 121.000

o

Verlaging bodemtaken Gemeente Groningen, € 85.000 -

€

130.000

€

232.000

505.000

•

Ontwikkelingen omgevingswet en aanpak arbeidsmarkt

€

•

Loon en prijsstijgingen

€

410.000

€

1.277.000

Totaal Bijdrage Brzo-Noord

De bijdrage stijgt met € 345.000 van € 5.164.000 naar 5.509.000 in 2023. Deze stijging valt uiteen in de volgende aspecten: •

Toename van aantal Brzo-bedrijven

€

•

Loon en prijsstijgingen

€

135.000

€

345.000

Totaal

210.000

Projecten en meerwerk De inkomsten stijgen in de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022 met € 362.000. Deze stijging heeft betrekking op de volgende ontwikkelingen. •

Ondersteuning uitbreiding Eemshaven (6 startersfuncties t/m 2024)

€

•

Project bestuurlijke boete (t/m 2023)

€

93.000

•

Verlaging IOV /Externe Veiligheid, inzet is in jaaropdrachten verwerkt

€

131.000 -

•

Verlaging IOV/ Brzo

•

Aanpassing meerwerk, loon en prijsstijgingen

Totaal

€

431.000

56.000 €

25.000

€

362.000

Overige inkomsten De overige inkomsten hebben betrekking op te verhalen toelagen op deelnemers en detacheringen van personeel. Ten opzichte van 2022 zijn de detacheringen met € 25.000 naar beneden bijgesteld.

16

Lasten Personeelskosten primair proces De personeelskosten primair proces zijn begroot op € 15,9 miljoen. Dit is een stijging van bijna € 2 miljoen ten opzichte van 2022. Dit betreft de volgende aspecten: •

Indexatie loonkosten

€

433.000

•

VTH: Structurele inzet jaaropdrachten 2022 (BWN 2022)

€

130.000

€

711.000

•

o

Inbreng structureel meerwerk

€ 295.000

o

Asbesttaken Het Hogeland en Westerkwartier

€ 73.000 -

o

Verlaging structurele inzet reguliere jaaropdracht

€ 92.000 -

VTH: wijziging inzet jaaropdrachten 2023 o

Inbreng minder complexe milieutaken (Bor)

€ 190.000

o

Analyse kengetallen

€ 121.000

o

Afname bodemtaken gemeente Groningen

€ 85.000 -

o

Ontwikkelingen Omgevingswet

€ 485.000

•

Brzo: uitbreiding Brzo inrichtingen

€

210.000

•

Meerwerk en projecten

€

347.000

€

146.000

•

o

Uitbreiding Eemshaven

€ 431.000

o

Bestuurlijke boete

€ 90.000

o

Verlaging projectinzet EV

€ 131.000 -

o

Verlaging projectinzet Brzo

€ 56.000 -

o

Meerwerk

€ 13.000

Verschuiving materiele kosten naar formatie primair proces

Totaal

€ 1.977.000

Materiele kosten Primair proces De materiële kosten primair proces zijn voor 2023 op € 818.000 begroot. Dit is € 270.000 lager dan in 2022. In 2022 was er eenmalig € 300.000 extra beschikbaar voor IT en de Omgevingswet. Dit werd betaald door inzet van de algemene reserve. Personeelskosten Overhead De personeelskosten overhead zijn begroot op € 3.598.000. Dit is een verschil van € 330.000 ten opzichte van 2022. Dit wordt veroorzaakt door: •

Indexatie loonkosten

€

69.000

•

Aanpak arbeidsmarkt

€

90.000

•

Verschuiving materiele kosten (inhuur) naar formatie overhead

€

171.000

€

330.000

Totaal Materiele kosten Overhead

De materiële kosten zijn op €2.154.000 begroot. Dit is € 250.000 lager dan in 2022. Verklaringen: •

Indexatie materiele kosten

€

•

Aanpak arbeidsmarkt

€

30.000

•

Verschuiving materiele kosten naar formatie overhead en primair proces

€

317.000 -

€

250.000 -

Totaal

37.000

Overige lasten De overige lasten bestaan uit de kosten voor onvoorziene zaken en toelagen. Per saldo respectievelijk € 100.000 en € 155.000. In de reguliere deelnemersbijdrage zijn de kosten voor onvoorzien meegenomen. Conform de uitgangspunten in het Bedrijfsplan behouden de overgedragen medewerkers hun recht op de vergoeding horende bij uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. De ODG brengt deze toelagen in rekening bij de desbetreffende deelnemers.

17

Reserve mutaties In 2022 wordt er €320.000 aan reserves onttrokken. Dit betreft een onttrekking van €20.000 uit de bestemmingsreserve vitaliteit, welke na 2022 leeg is. Daarnaast wordt er in 2022 eenmalig €300.000 onttrokken uit de algemene reserve voor ICT-ontwikkelingen. Er zijn in 2023 geen mutaties van de reserves voorzien.

4.3.

Incidentele baten en lasten

In het onderstaande overzicht staan de incidentele baten en lasten. Incidentele baten en lasten

2022

2023

2024

2025

2026

Baten Projectinkomsten

-

Ontwikkelingen Totaal

-

536

455

505

505

-

-

1.041

960

-

-

536

455

-

-

505

505

Lasten Personele inzet projecten Vitaliteit 60+

20

IT

200

Omgevingswet

100

-

320

1.041

960

-

-

-320

-

-

-

-

-

-

-

-

Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves

320

Begroot resultaat Resultaat

-

-

-

Toelichting •

In 2023 en 2024 zijn er extra projectinkomsten en lasten geraamd. Dit betreft de ondersteuning van het project uitbreiding van de Eemshaven en het project bestuurlijke boete.

•

In 2023 en 2024 is voor € 505.000 aan incidentele middelen opgenomen voor de Omgevingswet en de aanpak van de arbeidsmarkt.

•

In 2022 was er sprake van incidentele onttrekkingen aan de algemene reserve van € 300.000 voor IT en de Omgevingswet. Daarnaast was er in 2022 incidenteel € 20.000 beschikbaar voor vitaliteitsbeleid.

18

5. Verplichte paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODG. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. De paragrafen 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', 'Financiering' en 'Bedrijfsvoering' zullen hieronder nader worden toegelicht.

5.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf beschrijft in welke mate de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te kunnen vangen.

Weerstandsvermogen In de gemeenschappelijke regeling en de nota reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de Algemene Reserve en de post onvoorzien. •

De Algemene Reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2023 betekent dit maximaal een bedrag van € 1.136.700.

•

De post onvoorzien is geraamd op € 100.000.

In het onderstaande overzicht is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven. In 2023 zijn er geen mutaties voorzien.

Ond e rd e e l

Omva ng

Algemene Reserve (stand 1-1-2021)

€

874.000

af: onttrekkingen 2022

€

-300.000

af: aanschaf zaaksysteem (VJR 2022)

€

-200.000

Stand 1-1-2023

€

3 7 4 .0 0 0

Onvoorzien

€

100.000

T ota a l

€

4 7 4 .0 0 0

Risicoanalyse Onderstaand een overzicht van mogelijke risico's en de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet: Risicoanalyse

Bedrag

1. IT ontwikkelingen

€

200.000

Kans

50% €

Bedrag 100.000

2. Wet kwaliteitsborging bouw

€

300.000

50% €

150.000

3. Register Externe Veiligheid

€

100.000

50% €

50.000

Totaal

€

300.000

Weerstandsvermogen

€

474.000

Weerstandscapaciteit

1.

158%

IT ontwikkelingen: Zoals eerder benoemd is het steeds meer van belang dat de ODG datagestuurd gaat werken. In de kadernota is voorgesteld om hiervoor € 50.000 op te nemen in de begroting van 2023. Gezien de opgave en benodigde werkzaamheden om dit verder te ontwikkelen bestaat er echter een risico dat dit niet toereikend is, ook niet als je alleen de meest noodzakelijke zaken oppakt. Daarom is een bedrag van € 200.000 opgenomen in de risico analyse (kans van 50%).

2.

Wet kwaliteitsborging bouw: met de invoering van de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging bouw van kracht. In het nieuwe stelsel krijgen private kwaliteitsborgers een rol in 19

het proces. De consequenties van het nieuwe stelsel worden in een businesscase in beeld gebracht. De verwachting is dat het niet direct invloed heeft op ons vast personeelsbestand, echter dit is nog niet uit te sluiten. Indien het leidt tot substantiële wijzigingen, dan zal hier een voorziening voor worden opgenomen in de begroting voor extra kosten ten aanzien van bijvoorbeeld WW-uitkeringen. Er is een bedrag van € 300.000 opgenomen in de risico analyse (kans van 50%). 3.

Register Externe Veiligheid: Het is nog onduidelijk wat de kosten ten gevolge van de invoering van het REV zullen zijn. Daardoor bestaat er een risico dat dit niet vanuit de reguliere middelen bekostigd kan worden. Om deze reden is een bedrag van € 100.000 opgenomen in de risico analyse. (kans 50%).

Weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande risicoanalyse verwacht de ODG dat de weerstandscapaciteit, van naar verwachting € 474.000 per 1 januari 2023, toereikend zal zijn om de risico’s binnen de exploitatie op te vangen. Mocht een risico zich daadwerkelijk voordoen, dan zal het Algemeen Bestuur hierover geïnformeerd worden bij de voor- of najaarsnota. Vanzelfsprekend zullen wij eerst beoordelen of we binnen de beschikbare begroting prioriteiten kunnen stellen om zodoende risico’s op te vangen. Kengetallen Op grond van de BBV dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen te worden. Het gaat om de volgende kengetallen: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

2023 -686% -686% 10% 0%

2024 1505% 1505% 9% 0%

Grondexploitatie

N.v.t.

Belastingcapaciteit

N.v.t.

2025 1926% 1926% 9% 0%

2026 769% 769% 9% 0%

In bijlage 4 is de onderliggende balans opgenomen. Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen.

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de eigen middelen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODG heeft geen vaste schulden. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Aangezien de ODG geen leningen heeft verstrekt, is de netto schuldquote gelijk aan de voor leningen gecorrigeerde netto schuldquote. Een negatieve netto schuldquote houdt in dat de bezittingen groter zijn dan de schulden.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het Eigen Vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het Eigen Vermogen verstaan we de Algemene Reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Het Eigen Vermogen bestaat in 2020 alleen uit de Algemene Reserve. De solvabiliteitsratio van 10% is voor gemeenschappelijke regelingen niet ongebruikelijk. Het is een rechtstreek gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur dat de Algemene Reserve maximaal 5% van de omzet mag zijn. Voor het aantrekken van financieringsmiddelen levert een laag solvabiliteitsratio geen belemmeringen op.

Structurele exploitatieruimte

20

Structureel evenwicht in de begroting is een voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves, maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De exploitatieruimte wordt als percentage van de totale baten weergegeven. De meerjarenbegroting is structureel in evenwicht.

5.2.

Financiering

Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Treasurybeleid Het treasury beleid van de ODG dient tot: •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

•

Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;

•

Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

•

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.

Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut. Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en de financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is marktconform. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De omvang van de financiering met kortlopende middelen is in het onderstaande figuur meerjarig afgezet tegen de kasgeldlimiet.

21

bedragen x € 1.000

Kas geldlimiet Omvang begroting 1. Kasgeldlimiet in % in bedragen 2. Omvang vlottende schuld opgenomen gelden < 1 jaar schuld in rekening courant 3. Vlottende middelen kasgelden tegoeden in rekening courant overige uitstaande gelden < 1 jaar 4. Toets kasgeldlimiet totaal netto vlottende schuld (2-3) toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte

2023

2024

2025

2026

€

22 € 8,2% 2 €

23 € 8,2% 2 €

23 € 8,2% 2 €

24 8,2% 2

€ €

5.345 € €

5.944 € €

6.131 € €

5.970 -

€

5.345

5.944

6.131

€

5.970

€ € € €

€ 3.194 € 2.307 € 5.501 €

€ 3.281 € 2.313 € 5.594 €

€ 3.372 € 2.318 € 5.690 €

3.464 2.324 5.789

€ € €

-156 € 2 € 158 €

350 € 2 € - 348 €

441 € 2 € - 439 €

181 2 - 179

€

€

€

Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van EUR 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld. Schatkistbankieren De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.

5.3.

Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering is erop gericht om onze medewerkers van optimale dienstverlening te voorzien op het gebied van ondersteunende diensten, waaronder: management, secretariaat, P&O, financiën, ICT, archivering, communicatie, huisvesting en juridische zaken. In 2023 richt de bedrijfsvoering zich, naast de reguliere ondersteunende taken, specifiek op: •

Ontwikkelen op het gebied van IT (o.a. het zaaksysteem, Digitaal Stelsel Omgevingswet, datagestuurd werken en de organisatorische systemen in samenwerking met de provincie).

•

Ontwikkeling van een aanpak van de krappe arbeidsmarkt om medewerkers op te leiden, aan te trekken en te binden.

•

Implementatie Omgevingswet (te denken valt aan wijzigen van werkprocessen en daarmee producten- en dienstencatalogus, kengetallen en eventuele aanpassing van het zaaksysteem).

•

Meerjaren plannen op facilitair gebied. Dit is van grote waarde voor onze medewerkers en hierbij valt te denken aan meerjarenplan huisvesting gebouw, gebruik van ons wagenpark duurzamer maken, postvoorziening efficiënter maken en telefonische bereikbaarheid professionaliseren.

Beleidsindicatoren Met de vernieuwing van de BBV is bepaald dat gemeenten per taakveld een verplichte set van beleidsindicatoren opnemen. Doel hiervan is de transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te verhogen. Voor de Omgevingsdienst zijn deze indicatoren niet van toepassing met uitzondering van een tweetal indicatoren binnen het taakveld Bestuur en ondersteuning. Deze indicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering en zijn derhalve opgenomen in deze.

22

Ind ica tor

Berekening

Externe inhuur

Kosten als % van de totale loonsom*

R esulta a t E xterne inhuur 5,5%

Overhead

% van de totale lasten

27,2%

* De begrote omvang van externe inhuur is berekend door het budget voor de flexibele schil en projecten te delen door de totale loonsom. De werkelijke inhuur is hoger doordat er ook inhuur plaatsvindt op formatieruimte (als gevolg van vacatures en langdurige ziekte). * Overhead: personeelskosten overhead en materiele kosten overhead (IT, opleiding, apparatuur, afschrijving e.d.).

23

Bijlagen Bijlage 1: Bijdrage per deelnemer meerjarig overzicht VTH taken In de financiële begroting (paragraaf 4.2) is de deelnemersbijdrage in 2023 voor VTH-taken geraamd op € 15.923.000. Deze deelnemersbijdrage is opgebouwd uit de bijdrage voor de uitvoering van het ingebrachte takenpakket en de zachte landing. Hieronder worden beide aspecten toegelicht, waarna de totale bijdrage per deelnemer is weergegeven, inclusief het meerjarenperspectief.

Takenpakket In het in 2022 ingevoerde financieringsmodel is de bijdrage bepaald aan de hand van de begrote productie (output) bij uitvoering van het U&H beleid. Voor 2023 zijn de structurele wijzigingen in de jaaropdracht verwerkt en is rekening gehouden met een bijstelling van de kengetallen. Ook wordt in de bijdrage uitgegaan van inbreng van minder complexe milieutaken (Bor) en een aanvullende bijdrage voor de extra inzet voor de Omgevingswet en de aanpak van de arbeidsmarkt. Deze kosten zijn naar rato van de inzet verdeeld over de deelnemers.

Deelnemersbijdrage

Minder com plexe Om gevingsw et m ilieutaken (bor) en arbeidsm arkt

Totaal

Jaaropdracht

Collectief

Overhead

Eemsdelta

911

121

433

-

48

1.513

Groningen

696

92

330

17

37

1.173

Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela

2023

428

57

203

85

25

798

2.212

294

1.050

-9

116

3.663

352

47

167

7

19

592

244

32

116

-2

13

403

Stadskanaal

1.017

135

483

-5

53

1.684

Veendam

399

53

190

-3

21

660

Westerkwartier

628

83

298

112

37

1.159

Westerwolde

530

70

252

-2

28

878

Provincie

2.051

272

973

-10

108

3.394

Totaal

9.469

1.258

4.495

190

505

15.917

Zachte landing De invoering van het financieringsmodel leidt tot herverdeeleffecten tussen deelnemers. De zachte landing betreft een afbouw van deze herverdeeleffecten tussen deelnemers in 3 jaar tijd. Enkele deelnemers krijgen een korting op de deelnemersbijdrage, andere deelnemers betalen meer gedurende de jaren 2022-2024.

24

Zachte landing

2023

2024

2025

2026

Eemsdelta

-71

-36

-

-

Groningen

-45

-24

-

-

Het Hogeland

74

38

-

-

Midden-Groningen

102

52

-

-

Oldambt

6

3

-

-

Pekela

-55

-29

-

-

Stadskanaal

-22

-12

-

-

Veendam

23

12

-

-

Westerkwartier

-28

-15

-

-

Westerwolde

-180

-92

-

-

Provincie

202

104

-

-

Totaal

6

2

-

-

Deelnemersbijdrage VTH taken Hieronder is de totale bijdrage per deelnemer weergegeven. Dit betreft de optelsom van het takenpakket en de zachte landing. In het meerjarenperspectief is de aanvullende bijdrage voor de Omgevingswet en de aanpak van de arbeidsmarkt verwerkt tot en met 2024. Daarnaast is uitgegaan van een jaarlijkse indexatie van 2,75% voor loon- en prijsstijgingen. Deelnemersbijdrage

2023

2024

2025

2026

Eemsdelta

1.442

1.518

1.546

1.589

Groningen

1.129

1.182

1.200

1.233

873

859

816

839

3.765

3.816

3.744

3.847

Oldambt

598

611

605

622

Pekela

347

385

412

423

Stadskanaal

1.662

1.718

1.721

1.769

Veendam

683

690

675

693

1.130

1.176

1.185

1.217

Het Hogeland Midden-Groningen

Westerkwartier Westerwolde

698

810

897

922

Provincie Groningen

3.596

3.591

3.470

3.565

Totaal

15.923

16.356

16.271

16.717

Brzo-Noord In de financiële begroting (paragraaf 4.2) is de totale bijdrage in 2023 voor Brzo geraamd op € 5.976.000. Hieronder is de bijdrage per provincie uitgesplist. In het meerjarenperspectief is rekening gehouden met 2,75% indexatie voor loon- en prijsstijgingen. BRZO-bijdrage

2023

2024

2025

2026

Provincie Drenthe

849

873

897

921

Provincie Fryslân

1.208

1.241

1.275

1.310

Provincie Groningen

3.452

3.547

3.645

3.745

Totaal

5.509

5.660

5.816

5.976

25

Bijlage 2: Begroting per taakveld Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor om een bijlage op te nemen met daarin een overzicht van de baten en lasten per taakveld. Hieronder treft u dit overzicht aan. Ter aanvulling hierop is ook de deelnemers-bijdrage uitgesplitst naar taakvelden, zodat deelnemers de opbouw over kunnen nemen in hun eigen begroting. Begroting 2023 uitgesplitst naar taakvelden Totaal

BRZO

VTH

Taakveld

Begroting Baten Milieubeheer

7.4

10.635

Bouwen en wonen

8.3

1.675

Bestuur

0.1

54

Overhead

0.4

4.495

Overige baten en lasten

0.8

14.707

4.072

1.675 54 1.525

6.020

17.137

5.597

22.734

4.072

15.000

278

278

Totaal Lasten Milieubeheer

7.4

10.928

Bouwen en wonen

8.3

1.675

1.675

Bestuur

0.1

54

54

Overhead

0.4

4.225

Overige baten en lasten

0.8

255

Totaal

5.750

1.525

255

17.137

5.597

22.734

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves 0.10

Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat

Deelnemersbijdrage (VTH) uitgesplitst naar taakvelden Deelnemersbijdrage

0.1 Bestuur

0.4 Overhead

0.8 Overige baten en lasten

7.4 Milieubeheer

8.3 Bouwen en wonen

Totaal

Eemsdelta

5

403

9

1.025

-

1.442

Groningen Het Hogeland

4 3

355 244

7 5

763 590

31

1.129 873

Midden-Groningen

13

1.054

24

1.660

1.014

3.765

Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Totaal

2 1 6 2 4 2 12 54

167 97 465 191 316 195 1.006 4.493

4 2 10 4 7 4 23 100.000

425 247 730 486 803 493 2.380 9.602

451 4 175 1.675

598 347 1.662 683 1.130 698 3.596 15.923

Toelichting De uitsplitsing van de deelnemersbijdrage tussen de taakvelden 7.4 milieubeheer en 8.3 bouwen en wonen is gebaseerd op de begrote output per deelnemer per domein. Hierbij zijn de kosten op de domeinen milieu, bodem, asbest, meervoudig, handhaving en individueel toegerekend aan 7.4 milieubeheer en is het domein bouwen toegerekend aan het taakveld 8.3 bouwen en wonen. 26

Bijdrage Brzo, uitgesplitst naar taakvelden 0.1 Bestuur

0.4 Overhead

Provincie Groningen Provincie Drenthe

-

235 334

0.8 Overige baten en lasten -

Provincie Fryslân

-

956

Totaal

-

1.525

BRZO-bijdrage

614 873

8.3 Bouwen en wonen -

-

2.496

-

3.452

-

3.983

-

5.508

7.4 Milieubeheer

Totaal 849 1.207

27

Bijlage 3: Staat van vaste activa

Omschrijving

berekening loopptijd afschrijving

aanschafwaarde vermeerdering vermindering aanschafwaarde 1/1 dienstjaar dienstjaar 31/12

afschrijving 1/1

afschrijving dienstjaar

boekwaarde 1/1

boekwaarde 31/12

kapitaallast

Gebouwen investering gebouw

linear

10 € 42.084,64 €

420.846,42 €

-

€

-

€

420.846,42 €

378.761,77 € 42.084,64 € 42.084,65 €

0,00 €

42.084,64

investering inrichting gebouw

linear

10 € 33.460,05 €

334.600,50 €

-

€

-

€

334.600,50 €

301.140,45 € 33.460,05 € 33.460,05 €

-

€

33.460,05

Systeemwand 2018

linear

5 € 2.478,80 €

12.394,00 €

-

€

-

€

12.394,00 €

9.915,20 €

2.478,80 €

-

€

2.478,80

Verbouwing toilleten 2018/2019

linear

5 € 8.232,21 €

41.161,03 €

-

€

-

€

41.161,03 €

24.696,62 €

8.232,21 € 16.464,41 €

8.232,20 €

8.232,21

Revisie Klimaat Installatie

linear

5 € 5.482,60 €

27.413,00 €

-

€

-

€

27.413,00 €

16.447,80 €

5.482,60 € 10.965,20 €

5.482,60 €

5.482,60

€ 91.738,30 €

836.414,95 €

-

€

-

€

836.414,95 €

730.961,85 € 91.738,30 € 105.453,10 € 13.714,81 €

91.738,30

18.022,00 €

-

€

-

€

18.022,00 €

6.007,33 €

-

€

30.000,00 €

-

€

30.000,00 €

-

€ 6.007,33 €

18.022,00 €

30.000,00 €

-

€

48.022,00 €

6.007,33 €

6.007,33 € 12.014,67 € 36.007,33 €

6.007,33

3.654,92

2.478,80 €

Machines en apparaten Geluidsmeter 2021

linear

3 € 6.007,33 €

Koffiemachines 2023

linear

5 €

-

€

€

6.007,33 € 12.014,67 € -

€

-

6.007,33 €

€ 30.000,00 €

6.007,33 -

Overige MVA Werkplekken ca 2014

linear

10 € 3.654,92 €

36.549,18 €

-

€

-

€

36.549,18 €

29.239,35 €

3.654,92 €

7.309,83 €

3.654,92 €

Geluidschermen 2016

linear

10 € 1.451,00 €

14.510,00 €

-

€

-

€

14.510,00 €

8.706,00 €

1.451,00 €

5.804,00 €

4.353,00 €

1.451,00

ICT gerelateerde investeringen 2022

linear

3 € 33.333,33 €

100.000,00 €

-

€

-

€

100.000,00 €

-

€ 33.333,33 € 100.000,00 € 66.666,67 €

33.333,33

Ipads & Iphones 2021

linear

3 € 54.011,90 €

162.035,70 €

-

€

-

€

162.035,70 €

54.011,90 € 54.011,90 € 108.023,80 € 54.011,90 €

54.011,90

Laptops/docking 2023

linear

3 €

-

€

-

€ 210.000,00 €

-

€

210.000,00 €

-

€

-

€

-

€ 210.000,00 €

Ipads 2023

linear

3 €

-

€

-

€

50.000,00 €

-

€

50.000,00 €

-

€

-

€

-

€ 50.000,00 €

313.094,88 € 260.000,00 €

-

€

573.094,88 €

91.957,25 € 92.451,15 € 221.137,63 € 388.686,48 €

92.451,15

€ 1.167.531,83 € 290.000,00 €

-

€ 1.457.531,83 €

828.926,43 € 190.196,78 € 338.605,40 € 438.408,62 €

190.196,78

€ 92.451,15 €

Toelichting: 1.

De investeringen worden lineair afgeschreven met een rente van 0%.

2.

De investeringen worden in het jaar na aankoop geactiveerd.

In de meerjarenraming zijn de volgende vervangingsinvesteringen opgenomen: 2022: ICT gerelateerde investeringen

€100.000

•

Koffiemachines

€30.000

•

Laptops/docking

€210.000

•

Ipads

€50.000

•

Investering gebouw:

€425.000

•

Geluidsmeter:

€15.000

•

IT-server

€50.000

•

Ipads & Iphones

€200.000

Werkplekken

€350.000*

• 2023:

2024:

2025: •

*In 2022 worden de onderhandelingen met de huidige verhuurder afgerond. Afhankelijk van de uitkomst is het mogelijk dat een aantal investeringen naar voren worden gehaald. In dat geval wordt een separaat besluit nog voorgelegd.

28

-

Bijlage 4: Geprognotiseerde balans ACTIVA

2022

2023

2024

2025

2026

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

€

629 €

438 €

924 €

1.015 €

755

€

629 €

438 €

924 €

1.015 €

755

- Vorderingen op openbare lichamen

€

2.100 €

2.100 €

2.100 €

2.100 €

2.100

- Rekening-courantverhoudingen met nietfinanciële instellingen

€

625 €

3.194 €

3.281 €

3.372 €

3.464

- overige vorderingen

€

1 €

51 €

52 €

54 €

55

- overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

€

71 €

156 €

161 €

165 €

170

Vlottende activa

€

2.797 €

5.501 €

5.594 €

5.690 €

5.789

Totaal activa

€

3.426 €

5.939 €

6.518 €

6.705 €

6.544

Totaal vaste activa Uitzettingen m et een looptijd korter dan één jaar

Overlopende activa

(bedragen x 1.000) PASSIVA

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen verm ogen Algemene reserve

€

574 €

574 €

574 €

574 €

574

Bestemmingsreserves

€

40 €

20 €

-

€

-

€

-

Gerealiseerde resultaat

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

614 €

594 €

574 €

574 €

574

€

2.812 €

5.345 €

5.944 €

6.131 €

5.970

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

Vlottende passiva

€

2.812 €

5.345 €

5.944 €

6.131 €

5.970

Totaal passiva

€

3.426 €

5.939 €

6.518 €

6.705 €

6.544

Saldo Balans

€

1 €

-

-

-

Voorzieningen Voorziening w achtgeldverplichting Vaste passiva Netto-vlottende schulden looptijd korter dan één jaar Overige schulden Overlopende passiva De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen, die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

€

€

€

-

29

Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen verklaart dat: a) De ontwerpbegroting 2023 op 11 maart 2022 is vastgesteld en vervolgens voor zienswijze is aangeboden aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. b) De ontwerpbegroting is aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Groningen, met het verzoek deze voor eenieder ter inzage te leggen en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar te stellen; c) De begroting voor het jaar 2023 wordt op 1 juli 2022 aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen – inclusief een reactie op de ingediende zienswijze van de deelnemers. Veendam, 25 maart 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12809083/1