04. Lijst met gevallen adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie
Tekst van het document
Lijst met gevallen voor adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie De gemeenteraad wijst met deze lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan, waarbij hij gebruik wil maken van het adviesrecht. Daarnaast wijst de gemeenteraad buitenplanse omgevingsactiviteiten aan waarbij hij participatie verplicht stelt. Artikel 1. ALGEMEEN Adviesrecht (16.15a onder b OW) 1.1 Het algemene uitgangspunt is dat het college initiatieven, die passen binnen door de gemeenteraad vastgesteld beleid en/of kaders voor de fysieke leefomgeving, niet ter advies voorlegt aan de gemeenteraad.
Verplichte participatie (16.55 lid 7)
1.2 Initiatieven, die niet passen in door de gemeenteraad vastgesteld beleid en/of kaders en die niet op inhoudelijke gronden moeten worden geweigerd legt het college ter advies voor aan de gemeenteraad indien deze zijn opgenomen in de hieronder opgesomde lijst van categorieën van 2 t/m 9. 1.3 Initiatieven waarbij – naar oordeel van het college – sprake is van grote maatschappelijke impact, grote maatschappelijk onrust en/of anderszins politieke gevoeligheid, legt het college ter advies voor aan de gemeenteraad.
Toelichting algemeen 1.1 Het uitgangspunt is dat bij initiatieven, waarvoor de gemeenteraad al beleid of kaders heeft vastgesteld, nader adviesrecht niet is vereist als deze initiatieven passen binnen de vastgestelde kaders. Voor deze initiatieven is participatie ‘slechts’ een aanvraagvereiste. De aanvrager moet aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. Hij moet duidelijk maken wat er uit de participatie gekomen is. De aanvrager mag zelf weten hoe hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Het kan ook zijn dan een aanvrager niks aan participatie gedaan heeft. Dit is geen grond om de vergunning te weigeren. 1.2 en 1.3 De onderwerpen in de artikelen 2 t/m 9 van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, die op voorhand niet in te schatten zijn, maar waarbij het college toch graag advies van de gemeenteraad inwint. Dit geldt ook voor zaken met grote maatschappelijke impact, grote maatschappelijke onrust en/of voor anderszins politiek gevoelige initiatieven. Deze zullen naar oordeel van het college voor advies worden voorgelegd aan de raad. Omdat deze gevallen niet op voorhand in te schatten zijn, kan niet op voorhand participatie verplicht worden gesteld. Participatie geldt in ieder geval als aanvraagvereiste, per geval wordt afgewogen of participatie verplicht wordt gesteld.
ARTIKEL 2. WONINGEN Adviesrecht (16.15a onder b OW) 2.1 bij toevoeging van 1 of meer woningen in de bebouwde kom, tenzij a. het aantal woningen past binnen de in regionaal verband gemaakte woningbouwafspraken en geldende Woonvisie of een Omgevingsvisie; b. de activiteit naar aard en schaal in de bestaande ruimtelijke en functionele structuur past;
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 2.1 het toevoegen van 1 of meer woningen binnen de bebouwde kom
2.2 toevoeging van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom, tenzij a. er sprake is van een ruimte-voorruimte regeling; b. er sprake is van gebruik van vrijgekomen gebouwen; Voor zowel sub a als sub b geldt dat het aantal woningen past binnen de in regionaal verband gemaakte woningbouwafspraken en geldende Woonvisie of een Omgevingsvisie
2.2 het toevoegen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom
2.3 het omzetten van een recreatiewoning naar een woning.
2.3 het omzetten van een recreatiewoning naar een woning.
Toelichting Een woning is een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; onder woning of wooneenheid worden mede zorgwoningen (dat conform jurisprudentie sprake is van één huishouden) begrepen. Het begrip woning omvat zowel woningen als wooneenheden. Hieronder vallen daarmee ook: appartementen, studentenunits, flat- of portiekwoningen en woningen boven winkels. De bebouwde kom is dat gebied dat volgens de Algemeen Plaatselijke Verordening Midden-Groningen als zodanig is aangemerkt. 2.1 De raad moet bij het bepalen van de lijst meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Het is zodoende niet nodig om een onder- of bovengrens op te nemen voor woningbouw binnen de bebouwde kom waarvoor de raad gebruik zou moeten maken van zijn adviesbevoegdheid. Enerzijds vanwege het feit dat de raad al kaders heeft gesteld voor o.a. woningbouw (Woonvisie en Omgevingsvisie). Anderzijds heeft gemeente Midden-Groningen ook nog steeds een dringende woningbouwopgave, zowel qua kwantiteit als het tempo waarbinnen dit gerealiseerd moet worden. 2.2 Het uitgangspunt voor de realisatie van woningbouw is dat nieuwe woningbouwmogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied moeten worden geconcentreerd.
Buiten de bebouwde kom is de toevoeging van burgerwoningen in principe niet wenselijk. Dit is
vastgelegd in de Woonvisie en in lijn met de provinciale Omgevingsverordening en het gemeentelijk omgevingsplan. Aan een dergelijk initiatief kan onder voorwaarden wel medewerking worden verleend maar vraagt een goede afweging waarvoor advies wordt gevraagd bij de gemeenteraad. Bij toevoeging van één of meer woningen in het buitengebied ter compensatie van de sloop van voor hergebruik, niet geschikte of geschikt, te maken bebouwing (ruimte-voor-ruimte) of bij hergebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied geldt dat het aantal woningen past binnen de in regionaal verband gemaakte woningbouwafspraken en geldende Woonvisie of een Omgevingsvisie. 2.3 Het omzetten van recreatiewoningen naar reguliere woningen is in principe niet wenselijk. Mocht er toch een initiatief komen dat wel wenselijk en inpasbaar is te maken, dan zal dit aan de raad voor advies worden voorgelegd. Dit artikel is zo wel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom van toepassing.
ARTIKEL 3. FUNCTIEWIJZIGING IN COMBINATIE MET BOUWEN Adviesrecht (16.15a onder b OW) 3.1 het vernieuwen, veranderen, vergroten, uitbreiden, vervangen, al dan niet in combinatie met het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen en bouwwerken, tenzij: a. de activiteit naar aard en schaal past in de bestaande ruimtelijke en functionele structuur en/of; b. vervangende nieuwbouw op dezelfde locatie plaatsvindt, en/of; c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten valt in een categorie 1 en 2, als bedoeld in de VNGhandreiking Bedrijven en Milieuzonering dan wel diens rechtsopvolger;
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 3.1 bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wanneer het gebruik van de gronden, gebouwen en/of bouwwerken wordt gewijzigd al dan niet in combinatie met bouwen.
Toelichting Ad. 3.1 Het wijzigen van het gebruik in combinatie met bouwen die voldoet aan één van de genoemde criteria is een initiatief dat onder de huidige wetgeving een uitgebreide procedure doorloopt en waarbij een Verklaring Van Geen Bedenkingen wordt gevraagd aan de gemeenteraad. Deze regeling is ook van toepassing op bedrijventerreinen. Het gaat hierbij om een initiatieven die een mogelijk grotere impact kunnen hebben op het woonen leefklimaat van omwonenden. In deze gevallen wordt participatie verplicht gesteld. Aanvullend op de lijst met gevallen voor het adviesrecht van de raad willen we participatie ook verplicht stellen in die gevallen waar sprake is van functiewijziging van percelen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zowel binnen als buiten de bebouwde kom Zo leggen we een bewuste en logische koppeling met het adviesrecht van de raad maar willen we participatie ook verplicht stellen bij ontwikkelingen die, vanuit de kaderstellende rol van de raad
wellicht minder belangrijk zijn, maar wel invloed kunnen hebben op de omgeving en waarbij participatie dus van belang wordt geacht.
ARTIKEL 4. MAATSCHAPPELIJKE, RECREATIEVE OF CULTURELE VOORZIENINGEN EN SPORTINFRASTRUCTUUR Adviesrecht 16.15a onder b OW 4.1 het realiseren van grootschalige maatschappelijke of culturele voorzieningen.
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 4.1 het realiseren van grootschalige maatschappelijke of culturele voorzieningen.
4.2. het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen.
4.2 het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen.
4.3. projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief bijbehorende voorzieningen (paden, ontsluiting en groen).
4.3 projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen).
Toelichting Ad 4.1. Dit betreft het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd/kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart, bibliotheken, verenigingsleven en militaire zaken, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen. Grootschalige maatschappelijke of culturele voorzieningen zijn die voorzieningen, die niet zonder meer in een woonomgeving passen, gelet op specifieke eisen ten aanzien van het gebruik, situering en bereikbaarheid. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies en/of voorzieningen, die tot en met 7 dagen in de week toegankelijk zijn, zoals een multifunctioneel centrum. Ad 4.2. Sportinfrastructuur, waaronder sportparken en -hallen, heeft veelal een zware belasting op de omgeving vanwege intensief gebruik, parkeervoorzieningen, geluid en verlichting. Ad. 4.3 Onder intensieve recreatie wordt verstaan een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan hier gaan om dagrecreatie of verblijfsrecreatie. Bij deze vormen van recreatie is sprake van permanent ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten ten behoeve van dat recreatieve gebruik. Voorbeelden zijn recreatieterreinen, campings, zwemplassen, etc.
Hieronder valt niet: recreatief medegebruik van gronden voor wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen of mini-campings. Hierbij legt de recreatie geen specifiek beslag op de ruimte.
ARTIKEL 5. BEDRIJVIGHEID
Adviesrecht 16.15a onder b OW) 5.1 het oprichten, veranderen, uitbreiden en vernieuwen, van bedrijfsgebouwen en bouwwerken op een bestaand en als zodanig aangewezen bedrijventerrein, tenzij a. de activiteit naar aard en schaal in de bestaande ruimtelijke en functionele structuur past en/of; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot milieucategorieën zoals die bij recht zijn toegestaan.c. er geen sprake is van nieuwe detailhandelsactiviteiten anders dan inherent en ondergeschikt aan de bedrijfsvoering.
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 5.1 het oprichten, veranderen, uitbreiden en vernieuwen, van bedrijfsgebouwen en bouwwerken op een bestaand en als zodanig aangewezen bedrijventerrein, tenzij a. de activiteit naar aard en schaal in de bestaande ruimtelijke en functionele structuur past en/of; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot milieucategorieën zoals die bij recht zijn toegestaan. c. er geen sprake is van nieuwe detailhandelsactiviteiten anders dan inherent en ondergeschikt aan de bedrijfsvoering.
5.2 het oprichten, veranderen, uitbreiden en vernieuwen van bedrijfsgebouwen en bouwwerken op een andere locatie dan een als zodanig aangewezen bedrijventerrein.
5.2 het oprichten, veranderen, uitbreiden en vernieuwen van bedrijfsgebouwen en bouwwerken op een andere locatie dan een als zodanig aangewezen bedrijventerrein.
5.3 het oprichten, veranderen of uitbreiden van agrarische bedrijvigheid.
5.3 het oprichten, veranderen of uitbreiden van agrarische bedrijvigheid.
Toelichting bedrijvigheid Doeleinden voor handel en bedrijf zoals aangeduid in de “Handreiking Bedrijven en Milieuzonering” dan wel diens rechtsopvolger. en het rapport “Milieuzonering nieuwe stijl” van de VNG. De bebouwde kom is dat gebied dat volgens de Algemeen Plaatselijke Verordening Midden-Groningen als zodanig is aangemerkt. Artikelsgewijs: Ad 5.1 en 5.2 Binnen het omgevingsplan is vastgelegd welke milieucategorie bedrijven zijn toegestaan. Het toestaan van zwaardere categorie bedrijven kan effect hebben op: de bedrijfsruimte van andere bedrijven, belasting wegennet, het woonmilieu en bijvoorbeeld de ruimtelijke uitstraling. Dit is artikel is van toepassing op het uitbreiden of veranderen van bestaande bedrijvigheid in de zwaardere milieucatergorie of het oprichten van nieuwe bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat. 5.3 Bij de nieuwvestiging, verandering of uitbreiding van agrarische bedrijvigheid dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden waarvoor advies wordt gevraagd aan de gemeenteraad. Het gaat hierbij om een initiatieven die een mogelijk grotere impact kunnen hebben op het milieu en het woon- en leefklimaat. In deze gevallen wordt participatie verplicht gesteld.
ARTIKEL 6. ENERGIEOPWEKKING
Adviesrecht 16.15a onder b OW) 6.1 het realiseren van één of meer windmolens van meer dan 15 meter hoogte.
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 6.1 het realiseren van één of meer windmolens van meer dan 15 meter hoogte.
6.2
6.2 het realiseren van weiden met zonnepanelen, ongeacht de grootte. 6.3 het opwekken en/of opslaan van andere vormen van energie.
6.3 het opwekken van andere grootschalige vormen van energie.
Toelichting energieopwekking Het opwekken van energie uit duurzame bronnen. In de keuze en normering is onderscheid gemaakt tussen grootschalige en individuele toepassing in aansluiting op het vastgestelde facetbestemmingsplan ‘Kleinschalige windturbines’. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik valt buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. Artikelsgewijs: 6.1 Relatief compacte windmolens, bedoeld voor particulier gebruik, op eigen erf vereisen geen advies. De begrenzing is op een ashoogte van 15 meter gesteld. Grotere windmolens die door professionele partijen worden gebouwd vereisen altijd advies van de gemeenteraad. Participatie is altijd verplicht. 6.2 Grootschalige energie-opwek via zonnepanelen kan plaatsvinden op daken, restgronden en in het landelijk gebied wanneer dit in overeenstemming is met het Beleid Zonneparken van de gemeente Midden-Groningen. Nader adviesrecht is hier niet vereist. Vanwege de grote maatschappelijke impact is participatie altijd verplicht. 6.3 Adviesrecht is vereist voor het opwekken van andere grootschalige vormen van energie. Opwekking van andere vormen van energie bedoeld voor particulier gebruik op eigen erf vereisen geen advies. Participatie is wel vereist bij het opwekken en/of opslaan van energie in bijvoorbeeld een buurtbatterij.
ARTIKEL 7. INFRASTRUCTURELE PROJECTEN Adviesrecht 16.15a onder b OW) 7.1 het aanleggen en/of verbouwen van grootschalige infrastructurele werken.
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 7.1 het aanleggen en/of verbouwen van infrastructurele werken.
Toelichting infrastructurele projecten Infrastructuur voor verkeer, waterbeheer en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). Artikelsgewijs:
Ad. 7.1 Met grootschalig (bij adviesrecht) wordt bedoeld: het aanleggen, (ver)bouwen of reconstrueren van infrastructurele werken met een grote ruimtelijke en/of financiële impact. Bijvoorbeeld: de nieuw-aanleg van rondwegen, spoortunnels, bruggen en viaducten. Participatie is ook verplicht bij onderhoud en (bouw)werkzaamheden aan wegennet, parkeervoorzieningen, riolering en bijvoorbeeld duikers.
ARTIKEL 8. MILIEUVOORZIENINGEN Adviesrecht 16.15a onder b OW) 8.1 het realiseren, uitbreiden, veranderen of vernieuwen van grootschalige milieuvoorzieningen, zoals riolering en bergbezinkbassins.
Verplichte participatie (16.55 lid 7) 8.1 het realiseren, uitbreiden, veranderen of vernieuwen van grootschalige milieuvoorzieningen, zoals riolering en bergbezinkbassins.
Toelichting Ad. 8.1 Grootschalig milieuvoorzieningen: het realiseren, uitbreiden, veranderen of vernieuwen van grootschalige milieuvoorzieningen met een grote ruimtelijke en/of financiële impact. Participatie is in deze gevallen ook verlicht.
ARTIKEL 9. BIJ WATER
Adviesrecht 16.15a onder b OW) 9.1 Bij het water: wanneer niet opgenomen in de navolgende opsomming wordt advies gevraagd: a. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwen tot een maximale inhoud van 50 m³ en een hoogte van 4 meter, b. de aanleg van werken, op of langs het water en ten behoeve van het scheepvaartverkeer, de waterhuishouding, het natuurbeheer of het recreatief (mede)gebruik van het water of aansluitende gronden, zoals brugwachtershuisjes, sanitaire voorzieningen, kademuren, afrasteringen, steigers en plankieren, c. hiermee vergelijkbare bouwwerken en andere werken en werkzaamheden
Verplichte participatie (16.55 lid 7)
Toelichting Ad 9.1 het oprichten van een zodanig omvang aan bouwwerken of het aanleggen van werken op of langs het water kunnen van invloed zijn op de omgeving. Gedacht wordt aan een invloed op de waterhuishouding, onderhoud, vaarroutes, en leefomgeving. In die gevallen wordt advies gevraagd aan de gemeenteraad.