CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bijlage 2a - Concept statuten Stichting

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Businesscase Onderzoek naar Stichting voor uitvoeringstaken in het sociaal domein4.367 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept statuten ‘De Nieuwe Stichting’ v5 I.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begrippen In deze statuten hebben de volgende begrippen een bepaalde betekenis: a. Stichting: de Stichting [naam], ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41015319; b. Gemeente: het bestuur van de gemeente Midden-Groningen; c. Accountant: een zelfstandige of bij een organisatie aangesloten registeraccountant; d. Personeel: de personen die bij of onder verantwoordelijkheid van de Stichting werkzaam zijn. Artikel 2 Zetel en werkgebied 1. De Stichting is gevestigd in de gemeente Midden-Groningen. 2. Het werkgebied van de Stichting is het grondgebied van de gemeente Midden-Groningen. Artikel 3 Doelstelling 1. De Stichting heeft ten doel om binnen haar werkgebied zorg te dragen voor de uitvoering van de gemeentelijke taken voor jeugdzorg en zelfredzaamheid en voor het bevorderen van welzijn van diegenen die in de gemeente hun vaste woon- of- verblijfplaats hebben, zoals die taken onder meer voortvloeien wet- en regelgeving en al hetgeen daaraan kan bijdragen. 2. De Stichting probeert haar doel onder meer te verwezenlijken door: a. te zorgen dat alle sociale teams binnen de Stichting goed zijn georganiseerd en op dezelfde manier werken; b. te beslissen wie hulp krijgt en mensen doorverwijzen naar de juiste hulpverlening. c. ervoor te zorgen dat de hulp aan cliënten goed op elkaar wordt afgestemd; d.

in goede samenwerking met de Gemeente bij te dragen aan de voortdurende verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit van de uitvoering; e. de aan de Stichting opgedragen taken conform de geldende wet- en regelgeving en de met de Gemeente gemaakte afspraken uit te voeren, binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen; f. samen te werken en contact te houden met organisaties op die terreinen en met organisaties die werkzaam zijn binnen en in verbinding zijn met het sociaal domein. 3. De Stichting neemt bij de uitvoering van haar werkzaamheden de relevante (beleids)kaders van de Gemeente in acht, evenals de Europese, Nederlandse en gemeentelijke wet- en regelgeving op met name het gebied van zorg, aanbestedingsrecht, bescherming van persoonsgegevens, archief en basisregistraties. Artikel 4 Vermogen Het vermogen van de Stichting bestaat uit: a. hetgeen wordt verkregen van de Gemeente; b. andere inkomsten door activiteiten van de Stichting;

c. subsidies en giften; d. andere baten; e. financiële reserves. Artikel 5 Organen De stichting kent als organen: a. het Bestuur; b. de Raad van Toezicht. II.

HET BESTUUR

Artikel 6 Het Bestuur 1. Het Bestuur van de Stichting bestaat uit één Bestuurder. 2. Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting. 3. Aan het Bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe, die niet bij deze statuten zijn opgedragen aan de Raad van Toezicht en voorbehouden aan de Gemeente. 4. Het Bestuur verschaft uit eigen beweging en op verzoek van de Raad van Toezicht, dan wel van een lid daarvan, tijdig de voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijke gegevens en alle inlichtingen over de aangelegenheden van de Stichting. Artikel 7 De Bestuurder 5. De Bestuurder is een natuurlijke persoon, te benoemen door de Raad van Toezicht na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Gemeente. 6. De Raad van Toezicht is bevoegd tot schorsing en ontslag van de Bestuurder. Een besluit tot schorsing dat niet binnen negentig dagen wordt gevolgd door opheffing van de schorsing of door ontslag eindigt na afloop van die termijn. Voor het ontslag van de Bestuurder is voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Gemeente nodig. 7. De Bestuurder wordt benoemd voor onbepaalde tijd, tenzij bij het benoemingsbesluit anders bepaalt. Als de Bestuurder voor bepaalde tijd is benoemd en bij afloop van die periode de Raad van Toezicht nog niet heeft voorzien in herbenoeming of opvolging, blijft de Bestuurder in functie totdat is voorzien in herbenoeming of opvolging. 8.

De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de Bestuurder geschieden door de Raad van Toezicht met inachtneming van de Wet normering topinkomens. 9. Bij verhindering of ontstentenis van de Bestuurder worden zijn werkzaamheden waargenomen door één of meer personen, als waarnemend Bestuurder aangewezen door de Raad van Toezicht na voorafgaande schriftelijke goedkeuring daarvan door de Gemeente. 10. De Bestuurder is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Voor zover niet anders bepaald, gelden de wettelijke bepalingen inzake bestuurdersaansprakelijkheid. 11. De Bestuurder kan, onder behoud van zijn verantwoordelijkheid, bepaalde onderdelen van zijn taak aan anderen opdragen.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

2

Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. Het Bestuur vertegenwoordigt de Stichting. 2. Het Bestuur kan derden machtigen of volmacht geven om de Stichting binnen de grenzen van de betreffende machtiging of volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 9 Onverenigbaarheden van de Bestuurder 1. De Bestuurder kan niet tegelijkertijd: a. een functie vervullen in een andere organisatie die in de Gemeente geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden als de Stichting verricht; b. een functie vervullen in een orgaan van de Gemeente. 2. De Bestuurder meldt bij de Raad van Toezicht de nevenfunctie(s) die hij uitoefent of gaat uitoefenen. De Stichting vermeldt de nevenfuncties van de Bestuurder via een voor het publiek raadpleegbaar medium. 3. De Bestuurder aanvaardt of continueert betaalde of onbetaalde nevenfunctie slechts na toestemming van de Raad van Toezicht. Artikel 10 Ontslag 1. De Raad van Toezicht kan de Bestuurder ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan zijn handhaving als Bestuurder redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd. 2. Voor een besluit als bedoeld in het vorige lid is een twee-derde meerderheid vereist in een vergadering waar alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig zijn.

Is het voor een lid van de Raad van Toezicht onmogelijk aan deze vergadering deel te nemen, dan kan niettemin een geldig besluit worden genomen door de aanwezige leden als de reden van het niet aanwezig zijn van het desbetreffende lid door de voorzitter van de vergadering wordt aanvaard. Hiervan wordt melding gemaakt in de notulen van die vergadering. 3. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de Bestuurder over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. Hij kan zich laten bijstaan door een raadsman. Artikel 11 Belangenvermenging 1. De Bestuurder meldt het bestaan van een direct of indirect persoonlijk belang bij besluitvorming van het Bestuur zo spoedig mogelijk aan de Raad van Toezicht. 2. De Bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft. Als het Bestuur hierdoor geen besluit kan nemen, legt het Bestuur het voorgenomen besluit ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. 3. Als een vergelijkbaar direct of indirect persoonlijk belang tussen de stichting en een lid van de Raad van Toezicht bestaat, legt het Bestuur het voorgenomen besluit ter goedkeuring voor aan de Gemeente.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

3

Artikel 12 Personeel 1. Het Bestuur is belast met de indienstneming, schorsing en ontslag van het Personeel en treedt als werkgever op. 2. Ten aanzien van de Bestuurder treedt de Raad van Toezicht als werkgever op. Artikel 13 Goedkeuring besluitvorming door Raad van Toezicht 1. Aan voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht zijn, naast de goedkeuringsplichten die elders in deze statuten zijn genoemd, onderworpen de besluiten van het Bestuur over: a. de vaststelling en wijziging van het jaarplan; b. de vaststelling van het jaarverslag, de jaarrekening en de resultaatbestemming; c. het strategisch personeels- en aanstellingsbeleid; d. gelijktijdige beëindiging of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal leden van het personeel; e. het aangaan van verplichtingen waar de goedgekeurde begroting niet in voorziet; f. het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking van de Stichting met andere rechtspersonen; g. het vaststellen of wijzigen van reglementen die de Stichting betreffen. 2. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde besluiten van het Bestuur aan zijn schriftelijke goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten worden duidelijk omschreven en schriftelijk aan het Bestuur medegedeeld. 3.

Het Bestuur gaat in overleg met de Raad van Toezicht na welke verzekeringen de Stichting moet afsluiten. Artikel 14 Goedkeuring besluitvorming door de Gemeente 1. Aan voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Gemeente zijn, naast de goedkeuringsplichten die elders in deze statuten zijn genoemd, onderworpen de besluiten van het Bestuur over: a. het vaststellen van de begroting van de Stichting; b. de periodieke vaststelling van een meerjarenplan en een meerjarenbegroting; c. tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; d. het aanvragen van faillissement of surseance van betaling; 2. De Gemeente is bevoegd ook andere besluiten van het bestuur aan zijn goedkeuring te onderwerpen, mits het geen aangelegenheden betreft die op grond van deze statuten aan goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn onderworpen. Deze besluiten worden duidelijk omschreven en schriftelijk aan het Bestuur medegedeeld. De Gemeente informeert de Raad van Toezicht over het onderwerpen van besluiten van het Bestuur aan de goedkeuring van de Gemeente. 3. Voorafgaande goedkeuring door de Gemeente is niet vereist indien en voor zo ver in de betreffende besluitvorming uitdrukkelijk is voorzien in de goedgekeurde begroting en de besluitvorming de daar gestelde grenzen niet overschrijdt. 4.

Het Bestuur verschaft de Gemeente alle relevante informatie die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar bevoegdheden en verstrekt de Gemeente alle opgevraagde informatie, tenzij zwaarwichtige belangen van de Stichting of wet- en regelgeving zich daartegen

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

4

verzetten. Bij een beroep van het Bestuur op een zwaarwichtig belang als in de vorige volzin bedoeld, licht hij dit gemotiveerd toe. Artikel 15 Indienen stukken 1. Het Bestuur legt tijdig aan de Raad van Toezicht de in artikel 13, lid 1 onder a en b genoemde stukken voor. De jaarrekening gaat vergezeld van een controleverklaring van de Accountant. 2. Het Bestuur stelt de begroting voor het volgende kalenderjaar op en draagt er zorg voor dat die tijdig ter goedkeuring wordt ingediend bij de Gemeente, voordat hij die vaststelt. 3. Ten minste tweemaal per jaar verstrekt het Bestuur een tussentijdse rapportage over de stand en voortgang van zaken van de Stichting aan de Raad van Toezicht en de Gemeente. Artikel 16 Geschillen Indien sprake is van een geschil tussen Bestuur en Raad van Toezicht dat de continuïteit of de uitvoering van de werkzaamheden van de Stichting kan raken, kan de Gemeente een aanwijzing geven om het geschil te beëindigen. III.

DE RAAD VAN TOEZICHT

Artikel 17 Raad van Toezicht 1. De Stichting kent een Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht houden op het gevoerde en te voeren beleid en strategie van het Bestuur, op de algemene gang van zaken in de Stichting en het uitoefenen van die taken en bevoegdheden die in deze statuten aan de Raad van Toezicht toegekend. Hij staat het Bestuur gevraagd en ongevraagd met raad ter zijde. 2. De Raad van Toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. Een niet voltallige Raad van Toezicht behoudt zijn bevoegdheden. 3. De Raad van Toezicht dient zodanig te zijn samengesteld dat hij zijn taak naar behoren kan vervullen. 4. Ten minste één lid van de Raad van Toezicht beschikt over voor de Stichting relevante kennis van en ervaring in de zorgdomeinen waarmee de Stichting is belast. 5. De Gemeente benoemt de leden van de Raad van Toezicht, met dien verstande dat: a. voor vier leden de Raad van Toezicht bevoegd is een niet-bindende voordracht te doen; b. voor één lid de ondernemingsraad bevoegd is een niet-bindende voordracht te doen. 6. De Gemeente benoemt uit de leden van de Raad van Toezicht een voorzitter en een vicevoorzitter. 7.

Het Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig alle informatie die noodzakelijk is voor een adequate uitoefening van diens toezichthoudende taak en verstrekt tevens alle informatie waar de Raad van Toezicht om verzoekt, tenzij zwaarwegende belangen van de Stichting of toepasselijke wet- en regelgeving zich daartegen verzetten. In dat geval motiveert het Bestuur zijn beroep op het zwaarwegend belang schriftelijk. 8. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de Stichting, tenzij zwaarwichtige belangen van de Stichting of wet- en regelgeving zich daartegen verzetten. Bij een beroep van het Bestuur op een zwaarwichtig belang als in de vorige volzin bedoeld, licht hij dit gemotiveerd toe.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

5

9. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen. De Raad van Toezicht kan een reglement vaststellen over opdracht, taken en honorarium van die deskundigen. 10. De Raad van Toezicht stelt een algemene profielschets op voor de leden van de Raad van Toezicht, waarin de kwaliteiten en eigenschappen die van een lid worden verwacht zijn opgenomen en vult deze per zetel aan met een specifieke detaillering naar achtergrond, discipline, deskundigheid en diversiteit. De Raad van Toezicht hoort in dat kader de Gemeente, de ondernemingsraad en het Bestuur. De Raad van Toezicht kan de profielschets wijzigen. De profielschets en de wijzigingen behoeven schriftelijke goedkeuring van de Gemeente voordat zij worden gebruikt. 11. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. 12. De Raad van Toezicht stelt een rooster van aftreden op. Een lid van de Raad van Toezicht treedt volgens het rooster af. 13. Als de Gemeente een voordracht niet overneemt, motiveert zij haar bezwaren tegen de voordracht schriftelijk. 14. De Raad van Toezicht informeert de Gemeente en de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk over het ontstaan van een vacature.

De Raad van Toezicht dan wel de ondernemingsraad dragen zorg voor een zorgvuldige en tijdige voordracht voor benoeming overeenkomstig de geldende profielschets en de in deze statuten opgenomen voordrachtsrechten. Indien de Raad van Toezicht dan wel de ondernemingsraad niet binnen zestig dagen na het ontstaan van een vacature voor de vervulling daarvan overeenkomstig het hiervoor in dit lid bepaalde een voordracht aan de Gemeente is kenbaar gemaakt, is de Gemeente vrij om in de betreffende vacature te voorzien. 15. De Gemeente stelt vast op welke wijze de leden van de Raad van Toezicht voor hun werkzaamheden worden gehonoreerd, met inachtneming van de eventuele op de Stichting toepasselijke richtlijnen of codes. De door de leden van de Raad van Toezicht in de uitoefening van hun taak gemaakte onkosten worden door de stichting vergoed. Artikel 18 Einde lidmaatschap van de Raad van Toezicht 1. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt door: a. overlijden van het lid; b. het onder curatele gesteld worden of het anderszins verliezen van de wettelijke handelingsbekwaamheid; c. vrijwillig aftreden, door dit schriftelijk mee te delen aan de Raad van Toezicht; d. het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd; e. ontslag door Gemeente door toepassing van lid 3, na overleg met de Raad van Toezicht. 2. Een lid van de Raad van Toezicht treedt af in geval van: a.

een door de Gemeente dan wel de Raad van Toezicht bij herhaling geconstateerd onvoldoende functioneren van het betreffende lid; b. een structurele onenigheid van inzicht tussen het betreffende lid en de overige leden van de Raad van Toezicht; c. een door de Gemeente dan wel de Raad van Toezicht vastgestelde onverenigbaarheid van belangen van het betreffende lid en de belangen van de Stichting; d. een door de Gemeente dan wel de Raad van Toezicht vastgestelde onverenigbaarheid van functie(s) van het betreffende lid en het lidmaatschap van de Raad van Toezicht;

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

6

3.

4. 5. 6.

e. een situatie op grond waarvan handhaving van het betreffende lid redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd; f. enig andere objectiveerbare reden. Indien de Gemeente van oordeel is dat één van de in lid 2 genoemde omstandigheden zich voordoet en het betreffende lid van de Raad van Toezicht niet uit eigen beweging aftreedt, besluit de Gemeente het betreffende lid te schorsen dan wel te ontslaan. De Gemeente hoort de Raad van Toezicht voorafgaand aan het besluit tot schorsing of ontslag. De Gemeente stelt het lid wiens schorsing of ontslag aanhangig in de gelegenheid kennis te nemen van het voornemen van de Gemeente en zijn zienswijze kenbaar te maken. De schorsing van een lid van de Raad van Toezicht vervalt van rechtswege indien de Gemeente niet binnen twee maanden na schorsing overgaat tot ontslag op één van de gronden vermeld in lid 2.

Artikel 19 Vergaderingen en besluitvorming van de Raad van Toezicht 1. De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden gehouden op een door de Raad van Toezicht te bepalen plaats of wijze. 2. Een vergadering wordt gehouden als één van de leden van de Raad van Toezicht daartoe de oproeping doet. 3. De oproeping tot een vergadering geschiedt schriftelijk ten minste zeven dagen voorafgaand aan de dag van de vergadering. 4. De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 5. Toegang tot de vergaderingen hebben de in functie zijnde leden en anderen die daartoe door Raad van Toezicht zijn uitgenodigd. 6. De Bestuurder woont de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij, tenzij de Raad van Toezicht te kennen geeft een vergadering of een deel van een vergadering buiten aanwezigheid van het Bestuur te willen houden. 7. De Raad van Toezicht kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid kan zich in een vergadering door een ander lid laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende volmacht is afgegeven. Een lid kan daarbij slechts voor één andere lid van de Raad van Toezicht als gevolmachtigde optreden. 8.

Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de Raad van Toezicht worden besloten over de onderwerpen die voor de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden. 9. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 10. De Raad van Toezicht kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een verslag gemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard. 11. Ieder lid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

7

12. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden besluiten van de Raad van Toezicht genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 13. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer leden vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 14. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 15. In alle geschillen over stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering. Artikel 20 Onafhankelijkheid Raad van Toezicht 1. Een lid van de Raad van Toezicht kan niet tegelijkertijd: a. deel uitmaken van het college of van de raad van de Gemeente; b. deel uitmaken van het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen; c. een functie vervullen bij een organisatie die ten doel heeft de belangen van gemeenten en/of provincies te behartigen; d. als werknemer dan wel op een andere grondslag werkzaam zijn bij de Gemeente of bij de Stichting; e. echtgenoot, al dan niet geregistreerd partner of bloed- dan wel aanverwant in de eerste of tweede graad van de Bestuurder zijn of worden; f. een andere functie bekleden waarmee, ter beoordeling van de Gemeente, diens persoonlijke of zakelijke belangen kunnen conflicteren met de belangen van de Stichting; g.

een functie vervullen in een orgaan van een andere zorgorganisatie die in de Gemeente geheel of gedeeltelijk dezelfde werkzaamheden als de Stichting verricht. 2. Een lid van de Raad van Toezicht meldt de nevenfunctie(s) die hij uitoefent dan wel gaat uitoefenen bij de Gemeente en het Bestuur. De Stichting vermeldt de nevenfuncties van alle leden van de Raad van Toezicht via een voor het publiek raadpleegbaar medium. 3. De leden van de Raad van Toezicht zijn onafhankelijk en vervullen hun functie zonder last of ruggespraak en zonder een deelbelang te laten prevaleren. 4. De leden van de Raad van Toezicht mogen geen taken van het Bestuur verrichten, tenzij in het geval van waarneming op grond van artikel 6 lid 6. 5. De leden van de Raad van Toezicht handelen in overeenstemming met de geldende sectorale governancecode. 6. Een voormalig Bestuurder van de Stichting is gedurende een periode van drie jaar na het einde van zijn functie niet benoembaar tot lid van de Raad van Toezicht. IV.

BOEKJAAR, JAARREKENING EN BEGROTING

Artikel 21 Boekjaar Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 22 Jaarstukken 1. Het Bestuur voert een administratie van haar vermogenstoestand en van de werkzaamheden van de Stichting en bewaart de betreffende bescheiden en gegevensdragers zodanig dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

8

2. Binnen zes maanden na afloop van een boekjaar stelt het Bestuur het jaarverslag en de jaarrekening op. De jaarrekening wordt opgesteld volgens de meest passende richtlijnen voor de jaarrekeningen en dient te worden gecontroleerd door de Accountant. 3. De Accountant wordt benoemd door de Raad van Toezicht. 4. De Accountant rapporteert zijn bevindingen aan de Raad van Toezicht en het Bestuur en geeft zijn oordeel weer in een verklaring betreffende de getrouwheid van de jaarrekening. 5. Uiterlijk één maand na afloop van de termijn waarbinnen het Bestuur de jaarrekening dient op te stellen wordt de door het Bestuur opgestelde jaarrekening ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht. Goedkeuring zonder voorbehoud door de Raad van Toezicht betekent dat de jaarrekening is vastgesteld. 6. De jaarrekening wordt ondertekend door de Bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht; ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt onder opgaaf van reden daarvan melding gemaakt. 7. In verband met het goedkeuren van de jaarrekening besluit de Raad van Toezicht tevens over de kwijting van het Bestuur met betrekking tot het door hem in het betreffende boekjaar gevoerde bestuur.

Kwijting strekt, behalve voor zover de Raad van Toezicht uitdrukkelijk anders besluit, zich uit over hetgeen in de jaarrekening is opgenomen en wat de Raad van Toezicht bekend is of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. 8. Het Bestuur zendt de vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening en het daarop betrekking hebbende accountantsverslag zo spoedig mogelijk naar de Gemeente. 9. Het jaarverslag omvat in elk geval een weergave van de gang van zaken binnen de Stichting over het afgelopen jaar, de financiële en niet-financiële prestaties en de governance- en risicobeheeraspecten. De jaarrekening en het jaarverslag worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Toezicht. 10. Het jaarverslag wordt binnen één maand na goedkeuring gezonden aan de ondernemingsraad. 11. Het Bestuur biedt de begroting tijdig ter beoordeling bij de Raad van Toezicht aan. Het Bestuur draagt er zorg voor dat, na beoordeling van de begroting door de Raad van Toezicht, de begroting terstond ter goedkeuring wordt toegezonden aan de Gemeente. V.

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 23 Ondernemingsraad Het Bestuur ziet erop toe dat binnen de Stichting een ondernemingsraad functioneert overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Artikel 24 Reglementen Het Bestuur kan een reglement voor de Raad van Toezicht en een reglement voor conflicten tussen Raad van toezicht en het Bestuur vaststellen. Deze reglementen behoeven de schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met deze statuten of de wet. Artikel 25 Statutenwijziging 1. Het Bestuur is bevoegd de statuten van de Stichting te wijzigen. 2. De Gemeente en de Raad van Toezicht kunnen elk afzonderlijk het Bestuur verzoeken de statuten te wijzigen. Het Bestuur neemt binnen acht weken een besluit op het verzoek.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

9

3. Een besluit tot wijziging van de statuten wordt niet eerder genomen dan nadat: a. een advies is gevraagd aan de ondernemingsraad; b. schriftelijke goedkeuring is verleend door de Raad van Toezicht, en c. schriftelijke goedkeuring is verleend door de Gemeente. 4. De wijziging treedt niet in werking dan nadat de wijziging, tezamen met de goedkeuring van de Gemeente, is opgenomen in een notariële akte. Artikel 26 Ontbinding 1. Het Bestuur kan besluiten de Stichting te ontbinden. 2. De Gemeente kan het Bestuur verzoeken de Stichting te ontbinden. Het Bestuur neemt binnen acht weken een besluit op het verzoek. 3. Het besluit om de Stichting te ontbinden als slechts geldig als het is voorafgegaan door schriftelijke goedkeuring van zowel de Raad van Toezicht als van de Gemeente. 4. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan wordt aan de naam toegevoegd: in liquidatie. 5. De vereffening geschiedt door het Bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaar zijn aangewezen. 6. De vereffenaar draagt zorg voor de inschrijving van de ontbinding van de Stichting in het handelsregister. 7. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 8.

Een eventueel batig saldo van de ontbonden Stichting wordt uitgekeerd aan de Gemeente. 9. De boeken en bescheiden van de ontbonden Stichting blijven gedurende de door de wet voorgeschreven termijn na afloop van de vereffening berusten onder een door de vereffenaar aangewezen persoon. 10. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Artikel 27 Onvoorziene omstandigheden In alle gevallen, waarin niet door de statuten of de wet is voorzien, beslist de Raad van Toezicht.

Concept statuten ‘De nieuwe Stichting’ vs.5

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16551371/1