CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bijlage 2. Regels bij het wijzigingsbesluit en motivering bij het wijzigingsbesluit Sappemeer, Middenstraat

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Middenstraat Sappemeer20.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Circulariteit/materiaalgebruik Hierbij is een scherpere dan de wettelijk vereiste MPG-score wenselijk. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van hergebruikte materialen en natuurlijke materialen. Zo kan bij de keuze van de constructie hout worden toegepast en kan bij isolatie worden gekozen voor natuurlijk/biobased isolatiemateriaal. Hierbij is zowel de CO2-opslag van met name biobased materialen als de uitstoot bij de productie van materialen van

42

belang. Ook is het wenselijk om materialen zonder toxische stoffen toe te passen. Hierdoor kunnen restmaterialen makkelijk worden hergebruikt. Als laatste is van belang dat materialen, die gecombineerd met andere materialen worden toegepast, op termijn weer makkelijk uit elkaar te halen zijn en voor hergebruik geschikt gemaakt kunnen worden.

Klimaatadaptatie Maak gebruik van mogelijkheden om regenwater vast te houden en in de woning te gebruiken, bijvoorbeeld door toepassing van groene dak en of door toepassen van regenkratten, regentonnen of grindstroken langs de gevel. Daarnaast is het wenselijk om zo min mogelijk voor- en achtertuinen te verharden en bij verhardingen te kiezen voor half-verharding en/of niet gebakken materialen.

Biodiversiteit: Flora Het openbare groen bij een locatie wordt bij voorkeur op zodanige wijze ingericht dat de biodiversiteit wordt bevorderd. Dit wordt bereikt door het gebruik van (biologisch geteelde en) inheemse bomen en plantensoorten en/of door gebruik te maken van natuurlijke erfafscheidingen (hagen) in plaats van houten schuttingen.

Biodiversiteit: Fauna Ter bevordering van de fauna in de bebouwde omgeving is het wenselijk om nestkasten toe te passen met name voor vleermuizen en vogels (huismus, gierzwaluw). Bij voorkeur worden ook nestgelegenheden voor verschillende soorten insecten als wilde bijen ingezet.

Duurzame mobiliteit Stimuleren van actieve mobiliteit wordt bevorderd door bijvoorbeeld de parkeervoorziening van de fiets dichterbij te maken dan die van de auto. Daarnaast is het wenselijk om ruimte te reserveren voor laadgelegenheden voor elektrisch vervoer.

Gezondheid De inrichting van de openbare ruimte kan bijdragen aan de gezondheid van nieuwe bewoners en omwonenden. Bij dit initiatief wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu (aanwezigheid van geur, geluid, goede riolering en waterkwantiteit en -kwaliteit). Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, het tegengaan van verspreiding van bestrijdingsmiddelen en vermesting, een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Zaken zoals geur, geluid, bodem en water zijn in de vorige paragrafen nader aan de orde gekomen.

4.10.3 Conclusie Zoals hiervoor beschreven, wordt zoveel mogelijk voldaan aan de eisen en voorwaarden van duurzaamheid en gezondheid. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft duurzaamheid en gezondheid.

4.11 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.11.1 Toetsingskader Op grond van artikel 5.129g van het Bkl wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen

43

in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: • Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? • Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? • Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? • Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? • Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

4.11.2 Onderzoek 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Een stedelijke ontwikkeling kan als volgt worden gedefinieerd: 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Ook blijkt uit jurisprudentie dat niet iedere ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). De voorgenomen ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 20 nieuwe woningen mogelijk. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling.

2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. De gronden hebben nu een maatschappelijke functie voor de voormalige basisscholen. Met de wijziging van de functie naar wonen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in onderhavig plan beperkt tot de Regio Groningen-Assen. Het gros van de verhuisbewegingen vindt namelijk binnen deze regio plaats. Uit CBS-cijfers blijkt dat iets meer dan de helft van de verhuisbewegingen in 2024 binnen de gemeentegrens plaatsvond. Hierna volgen de gemeente Groningen en de andere gemeenten in de Regio Groningen-Assen.

4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Zoals hiervoor al staat vermeld, dient de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, te worden beschreven. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. Kort gezegd is de 'behoefte' het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als dit aanbod feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). In paragraaf 3.4.3 is reeds aandacht besteed aan de behoefte. Uit deze paragraaf volgt dat in de gemeente Midden-Groningen behoefte bestaat aan nieuwe woningbouw.

44

5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In de bijlage van het Bkl is een definitie van het begrip stedelijk gebied opgenomen. Deze luidt als volgt: "Stedelijk gebied is het samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur. Het betreft het samenstel van bebouwing dat in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten". Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied, in bestaande woonwijken en/of nabij bestaande centra.

4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het woningbouwplan voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Het plan voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Deze behoefte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied.

4.12 Mer-beoordeling 4.12.1 Toetsingskader Onderdeel van de motivering bij een wijziging van het omgevingsplan, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.

4.12.2 Onderzoek Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Project-mer-beoordeling Het initiatief behoort in bijlage V in het Omgevingsbesluit tot nummer J11: 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Hiervoor geldt een merbeoordelingsplicht. Voor het planvoornemen is daarom een notitie mer-beoordeling opgesteld. De notitie is als Mer-beoordeling aan deze motivering toegevoegd. Uit de notitie blijkt dat het initiatief geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk maakt.

4.12.3 Conclusie Uit de mer-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een mer-rapportage en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

4.13 Trillingen 4.13.1 Toetsingskader Op grond van artikel 5.83 van het Bkl moet bij het wijzigen of afwijken van een omgevingsplan rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen. Een ruimtelijk besluit voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

45

4.13.2 Onderzoek Er worden trillinggevoelige gebouwen (artikel 5.80 Bkl) opgericht met dit initiatief, namelijk woningen. Circa 60 meter ten zuiden van de locatie Middenstraat 27a Sappemeer loopt het treinspoor HoogezandSappemeer. Op basis van de handreiking Nieuwbouw en Spoortrilling is bij dergelijke afstand wel een quick scan trillingshinder nodig. Echter, in het kader van de procedure voor de woningbouw aan de Parallelweg 9, Hoogezand is ook onderzoek naar trillingshinder verricht (d.d. 4 oktober 2023). Deze locatie ligt ook op korte afstand van de dezelfde spoorlijn. Het rapport stelt dat de trillingsprognose gebaseerd op de op locatie uitgevoerde trillingsmetingen laat zien, dat in de voorgenomen grondgebonden woning, zowel in het geval van een fundering op staal alsook met een fundering op palen, de verwachte trillingssterkte Vmax voldoet aan de streefwaarde van 0,2 uit de SBR-B. In het geval van een fundering op staal weliswaar pas na gebruikelijke afronding. Een fundering op palen zal naar verwachting tot lagere trillingssterkten leiden. De gemiddelde trillingssterkte is met een verwachte waarde van 0,02 veel lager dan de streefwaarde van 0,05 en nagenoeg verwaarloosbaar.

De prognose is als enigszins conservatief te beschouwen, omdat in de prognose is gerekend met beperkte overdrachtsverzwakking van bodem naar woningfundatie en een ruime factor 2 trillingsversterking op vloerniveau. De volledige rapportage is gehecht aan de omgevingsvergunning voor Parallelweg 9, Hoogezand (NL.IMRO.1952.ovhgzparallelweg9va01). Aangezien het gebruik van de trein niet anders is voor de locatie Middenstraat 27a Sappemeer en deze locatie veel verder van het spoor gelegen is, mag worden aangenomen dat aan de streefwaarde van 0,05 trillingssterkte wordt voldaan.

4.13.3 Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect trillingen.

5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 5.1 Inleiding Voor het wijzigingsbesluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: • er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); • als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl.

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.

5.2 Afweging Met het planvoornemen worden woningen mogelijk gemaakt. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en zijn verrichte onderzoeken beschreven. Daarnaast is het planvoornemen getoetst aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl of zijn hiervoor aanvullende regels opgenomen. Met het planvoornemen is dan ook sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6 Economische uitvoerbaarheid

46

6.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeente is initiatiefnemer van dit project. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. De kosten van het initiatief, evenals nadeelcompensatie, zijn voor rekening van gemeente Midden-Groningen.

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie Ten behoeve van de ontwikkelingen in dit wijzigingsbesluit is veel aandacht besteed aan de participatie met de bewoners die rondom de vrijkomende locaties wonen. De inbreng van de bewoners is essentieel om een plan te maken dat aansluit bij de wensen en de behoeften van hen. De gemeente heeft daarom diverse participatiemomenten georganiseerd, waarin de bewoners actief konden meedenken en hun zorgen en ideeën konden delen. Een verslag van deze bewonersavonden, communicatiemomenten en de terugkoppeling is opgenomen als bijlage in Participatieverslag.

7.2 Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2.2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. De gemeente heeft het plan gestuurd naar de provincie, het waterschap, de Veiligheidsregio, Gasunie en Prorail.

Provincie Provincie Groningen vraagt om een aanvullende ecologische motivering, die aantoont dat sinds het uitvoeren van de quickscans geen nieuwe soorten zich hebben gevestigd op de braakliggende voormalige schoollocaties. Dit is bijgevoegd in paragraaf 4.4.

Waterschap De gemeente heeft afgestemd met het waterschap naar aanleiding van de ingediende watertoetsen. De uitkomsten zijn verwerkt in paragraaf 4.3.

Gasunie Gasunie komt tot de conclusie dat het plangebied buiten het aandachtsgebied van de gasinfrastructuur valt. Daarmee staat vast dat hun gasinfrastructuur geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling.

Veiligheidsregio Het advies van de Veiligheidsregio is waar nodig verwerkt in de motivering.

Prorail Prorail vraagt om het toesturen van de akoestische onderzoeken. De gemeente heeft de akoestische onderzoeken naar Prorail gestuurd.

47

7.3 Zienswijzen op het ontwerp Het ontwerp-wijzigingsbesluit is vanaf 3 juli 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegd. . Zoals benoemt in paragraaf 1.1 bestond dit wijzigingsbesluit uit een vijftal woningbouwlocaties. Publicatie van de terinzagelegging heeft plaatsgevonden op 27 juni 2025 in het gemeenteblad en op 2 juli 2025 in De Regiokrant en via de gemeentelijke website (en www.omgevingswet.overheid.nl). De reactietermijn eindigde op woensdag 13 augustus 2025. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend en daarnaast is sprake van een aantal ambtshalve wijziging van de gemeente. De Nota van beantwoording zienswijzen Middenstraat 27a Sappemeer geeft weer welke zienswijzen zijn ingediend, hoe deze door het gemeentebestuur is beoordeeld en beantwoord en of dit tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan heeft geleid. De ambtshalve wijzigingen betreffen een aanvulling op externe veiligheid, een actualisatie van de AERIUS-berekening en een tekstuele aanscherping op de bijgebouwregeling.

48

I Overzicht Documentenbijlagen Participatieverslag

/join/id/pubdata/gm1952/2025/8b9f96e781f44857971a3f66e55196cf/nld@2025-10-28;16303803

Ecologische quickscan Middenstraat 27A /join/id/pubdata/gm1952/2025/e2fef93ac81f41fa96a34904965a4fc3/nld@2025-10-28;16303803 Sappemeer Oplegnotitie ecologische quickscan-rapporten

/join/id/pubdata/gm1952/2025/a7e4a09228c04ce2862a114246cbcd13/nld@2025-10-28;16303803

AERIUS-berekening

/join/id/pubdata/gm1952/2025/7bd5e4bf843e4d9b9329f6dcaf7ba6ea/nld@2025-10-28;16303803

Bodemonderzoek Middenstraat 27a Sappemeer

/join/id/pubdata/gm1952/2025/603dc8082fa94ded8b760448d4c793eb/nld@2025-10-28;16303803

Kavelpaspoort Middenstraat 27a te Sappemeer

/join/id/pubdata/gm1952/2025/4a4c0c42ef56429b886930f5094de874/nld@2025-10-28;16303803

Akoestisch onderzoek Middenstraat 27A /join/id/pubdata/gm1952/2025/8d2e4c83216d4c5c9d6f08c768dee9ae/nld@2025-10-28;16303803 Sappemeer

49

Hydrologisch onderzoek

/join/id/pubdata/gm1952/2025/acf03730a8194454a126d070d8e3c97c/nld@2025-10-28;16303803

Mer-beoordeling

/join/id/pubdata/gm1952/2025/5da70258f7e040318c15abd642d59be9/nld@2025-10-28;16303803

Nota van beantwoording zienswijzen Middenstraat 27a Sappemeer

/join/id/pubdata/gm1952/2025/a244f0cfdcaa4331a22a2973eeb9c049/nld@2025-10-28;16303803

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16152753/2