CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bijlage 2. Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven4.050 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WEDEKA BEDRIJVEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Datum:

Deelnemende gemeenten:  Borger-Odoorn  Midden-Groningen  Stadskanaal  Veendam  Westerwolde

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borger-Odoorn, Midden-Groningen, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, overwegende dat de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Borger-Odoorn, Midden-Groningen, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde zijn overgegaan tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling voor Wedeka Bedrijven te Stadskanaal na zienswijzen en toestemming van de gemeenteraden. De besluiten zijn gedateerd: Borger-Odoorn Midden-Groningen Stadskanaal Veendam Westerwolde

: : : : :

Gelet op: de Wet sociale werkvoorziening (Wsw);  de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);  de Gemeentewet;  het besluit van het Algemeen Bestuur d.d. …………………………., tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven 

Besluiten:    

de Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven vast te stellen; het directiestatuut vast te stellen; deze regeling bekend te maken middels publicatie door de gemeente Stadskanaal; deze regeling opnemen in het GR register door Wedeka Bedrijven.

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

2

Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: 1. College: Het college van de deelnemende gemeente. 2. Deelnemers: De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges. 3. De Wet: Wet Gemeenschappelijke Regelingen. 4. Fte: Fulltime equivalent, op basis van een dienstverband van 36 uur. 5. Gemeenten: De gemeenten die deelnemen aan deze regeling, te weten: Borger-Odoorn, Midden- Groningen, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde. 6. Openbaar Lichaam: Wedeka Bedrijven, een overheidsorgaan met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. 7. Raad: De gemeenteraad van een deelnemende gemeente. 8. Werknemer: Wsw-geindiceerde medewerker in dienst van het openbaar lichaam. 9. Wsw: Wet sociale werkvoorziening. Artikel 2 Algemene bepalingen 1. Ingesteld is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. 2. Het openbaar lichaam draagt de naam ‘Wedeka Bedrijven’ en is gevestigd te Stadskanaal. 3. Het Bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: a. Het Algemeen Bestuur. b. Het Dagelijks Bestuur. c. De voorzitter. 4.

De colleges dragen de volledige uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening voor wat betreft de tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behorende ingezetenen die werkzaam zijn bij Wedeka Bedrijven aan Wedeka Bedrijven over, met uitzondering van: - de intake-procedure en het nemen van (her-)indicatiebeschikkingen; - het formeel werkgeverschap over de ingezetenen, genoemd in de eerste volzin van artikel 3, eerste lid; - het bevorderen van begeleid werken en uitstroom uit de sociale werkvoorziening; - het ontvangen van en afleggen van verantwoording over de door de gemeente ontvangen rijksbijdrage. 5. De deelnemende gemeenten betalen de door het Rijk aan hen verstrekte Rijksbijdrage Wsw aan Wedeka Bedrijven. Als de rijksbijdrage Wsw die de gemeente ontvangt voor meerdere (werk)bedrijven geldt, wordt deze naar rato verdeeld op basis van se’s. 6. Elk college verplicht zich er zorg voor te dragen dat de tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behorende ingezetenen van de betreffende gemeente bij Wedeka Bedrijven werkzaam zijn. Voor de gemeente Westerwolde geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Vlagtwedde, voor de gemeente Midden-Groningen geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Menterwolde en voor de gemeente Borger-Odoorn geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Borger. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

3

Artikel 3 Taken van Wedeka Bedrijven 1. Wedeka Bedrijven heeft tot taak om voor ingezetenen van de gemeenten die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van het betreffende college tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behoren, als materieel werkgever op te treden in de door het college aan te bieden arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden, en deze werknemers daartoe een passende arbeidsplaats aan te bieden. 2. Daarnaast heeft Wedeka Bedrijven tot taak de volledige uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening voor die werknemers in de zin van die wet, die op basis van een arbeidsovereenkomst bij Wedeka Bedrijven werkzaam zijn. 3. Indien een college andere taken en bevoegdheden, behorend tot de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening, dan de in lid 1 en 2 genoemde aan Wedeka Bedrijven wenst over te dragen kan het in overleg met Wedeka Bedrijven daartoe een aanwijzingsbesluit nemen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Sociale Werkvoorziening. Artikel 4 Besluiten taken en bevoegdheden 1. Een college kan in een afzonderlijk besluit taken en bevoegdheden, met betrekking tot uitvoering van de Participatiewet, voor wat betreft de tot de doelgroep Nieuw beschut onder de Participatiewet behorende ingezetenen aan Wedeka Bedrijven overdragen. 2.

Een college kan in een afzonderlijk besluit taken en bevoegdheden, met betrekking tot uitvoering van de Participatiewet, voor zover het betreft arbeidsinschakeling ten aanzien van personen die door de deelnemers zijn aangemeld, en die vallen onder de werking van artikel 7, eerste lid, sub a van de Participatiewet aan Wedeka Bedrijven overdragen. 3. Colleges kunnen bij afzonderlijk eensluidend besluit taken en bevoegdheden, met betrekking tot uitvoering van de Participatiewet, voor wat betreft de tot de doelgroep Nieuw beschut onder de Participatiewet behorende ingezetenen aan Wedeka Bedrijven overdragen. 4. Colleges kunnen bij afzonderlijk eensluidend besluit taken en bevoegdheden, met betrekking tot uitvoering van de Participatiewet, voor zover het betreft arbeidsinschakeling ten aanzien van personen die door de deelnemers zijn aangemeld, en die vallen onder de werking van artikel 7, eerste lid, sub a van de Participatiewet aan Wedeka Bedrijven overdragen. 5. De in het eerste tot en met vierde lid genoemde besluiten bevatten tevens de aanduiding van de specifieke bevoegdheden die door de deelnemers worden overgedragen aan Wedeka Bedrijven en de voorwaarden waaronder deze bevoegdheden worden uitgeoefend. Artikel 5 Samenstelling Algemeen Bestuur 1. Het college van elk der deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden 2 personen aan als lid van het Algemeen Bestuur.

Daarnaast wijst ieder college nog 1 persoon voor het Algemeen Bestuur aan, indien het aantal werknemers uit zijn gemeente ligt tussen 20% en 30%. Nog 1 persoon wordt aangewezen voor het Algemeen Bestuur, indien het aantal werknemers uit zijn gemeente 30% of meer bedraagt. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

4

2. 3.

De in lid 1 vermelde werknemer is de Wsw-geindiceerde medewerker in dienst van het openbaar lichaam. Het college dat een lid heeft aangewezen kan dat lid te allen tijde als lid ontslaan als dit lid niet meer het vertrouwen van het college bezit.

Artikel 6 Bevoegdheden 1. Aan het Bestuur van het openbaar lichaam worden alle bevoegdheden van de deelnemers overgedragen met betrekking tot de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, voor wat betreft de tot de doelgroep van de Wsw behorende ingezetenen die werkzaam zijn bij het openbaar lichaam of elders in het kader van begeleid werken. 2. De bevoegdheden als bedoeld in lid 1 berusten bij het Algemeen Bestuur. 3. Het Algemeen Bestuur kan bevoegdheden mandateren, dan wel delegeren aan het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 4. Het Dagelijks Bestuur kan een of meer leden van het Dagelijks Bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. 5. Het Dagelijks Bestuur kan bevoegdheden mandateren aan de Algemeen directeur. De mandatering vindt plaats in het directiestatuut. Artikel 7 Vergaderingen Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden van het Algemeen Bestuur schriftelijk met opgaaf van redenen zulks wensen. 2. Ieder lid van het Algemeen Bestuur heeft één stem. 3.

Indien een Algemeen Bestuurslid een Bestuursvergadering niet kan bijwonen, kan een ander Algemeen Bestuurslid worden gemachtigd tot het uitvoeren van het stemrecht van het verhinderde Algemeen Bestuurslid. 4. Besluitvorming in de vergadering is op basis van meerderheid van stemmen. Een voorwaarde om tot besluitvorming te komen is dat vertegenwoordiging vanuit elke deelnemende gemeente aanwezig is. 5. In een vergadering van het Algemeen Bestuur met gesloten deuren mag niet beraadslaagd noch een besluit genomen worden over het vaststellen of wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening. 6. Het Algemeen Bestuur is het bevoegd orgaan om, bij meerderheid van stemmen, te besluiten tot deelname aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeenschappelijke Organisaties (WSGO).

Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

5

Artikel 8 Samenstelling Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit maximaal 5 leden, waaronder de voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2. Ieder lid van het Dagelijks Bestuur heeft één stem. 3. De benoeming van de leden van het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur dient zodanig plaats te vinden dat alle deelnemers zijn vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur. Artikel 9 Vergaderingen Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of tenminste twee leden van het Bestuur dat wensen. 2. Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur is het bepaalde in artikel 8 van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 Informatie - en verantwoordingsplicht Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur verstrekt de Raden alle informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taak. Daartoe behoren in elk geval agenda’s en verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 2. De Raad van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven. 3. Het Bestuur verstrekt de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 4.

Het college van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven. 5. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in lid 2 en lid 7 wordt gericht aan het Algemeen Bestuur en ingediend bij de voorzitter. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, doch uiterlijk binnen 4 weken gerekend vanaf de dag dat het verzoek is ingediend, voor zover niet in strijd met de te behartigen belangen en de geheimhoudingsplicht. 6. Elk lid van het Algemeen Bestuur dient aan het college dat hem heeft aangewezen, de door één of meer leden van dit college gevraagde inlichtingen te verstrekken op de wijze bepaald door het betreffende college. 7. Het college dat een lid van het Algemeen Bestuur heeft aangewezen kan dit lid te allen tijde ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid op de wijze bepaald door het betreffende college.

Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

6

Artikel 10a Informatie- en verantwoordingsplicht Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde beleid. 3. Het verstrekken van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk. 4. Het afleggen van verantwoording zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk. Artikel 10b Besluiten vatbaar voor zienswijze 1. Een besluit van het Algemeen Bestuur aangaande een koerswijziging van het openbaar lichaam wordt, voorafgaand aan het te nemen besluit, voorgelegd aan de Raden voor het naar voren brengen van een zienswijze. 2. Het Algemeen Bestuur kan een besluit voor zienswijze voorleggen aan de Raden. 3. De zienswijzen van de Raden wordt schriftelijk verstrekt aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur. Artikel 10c Participatie inwoners deelnemende gemeenten 1.

Ingezetenen van de deelnemende gemeenten hebben geen inspraak over de uitvoering van de taken uit de regeling. Artikel 11 De voorzitter 1. Aan het begin van elke nieuwe zittingsperiode van het Algemeen Bestuur benoemt het Algemeen Bestuur uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Artikel 12 Taken van de voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. 2. De voorzitter ondertekent met de secretaris alle van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaande stukken. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

7

Artikel 13 De Algemeen Directeur 1. De Dagelijkse leiding van Wedeka Bedrijven berust bij de Algemeen directeur. 2. De Algemeen directeur is secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt een directiestatuut vast voor de Algemeen directeur. 4. De Algemeen directeur is voor zijn/haar beleid verantwoording verschuldigd aan het Dagelijks Bestuur. Artikel 14 De werknemers als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening 1. De indienstneming, schorsing en het ontslag van werknemers met een dienstverband bij één der gemeenten, geschiedt door het college, zulks met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening. 2. Het Dagelijks Bestuur kan personen, die woonachtig zijn buiten het rechtsgebied van deze regeling als werknemer een arbeidsplaats aanbieden op verzoek van het college van de gemeente waarvan de betrokken persoon ingezetene is. Het college van de gemeente waarvan de betrokkenen persoon ingezetene is betaalt een vergoeding. 3. De vergoeding is tenminste gelijk aan het bedrag van de subsidie, waar de gemeente overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening aanspraak op heeft voor de betreffende werknemer. Artikel 15 Rechtspositie, arbeidsvoorwaarden SGO 1.

Op de ambtelijke werknemers vallend onder de rechtspositie SGO is de arbeidsvoorwaardenregeling SGO van Wedeka Bedrijven van toepassing. 2. Het Dagelijks Bestuur stelt de arbeidsvoorwaardenregeling SGO van Wedeka Bedrijven vast na overleg met het Lokaal Overleg (LO). Artikel 16 Financiën en beheer 1. De gemeenten staan jegens derden garant voor de juiste betaling van rente en aflossing van de geldleningen, rekeningcourantovereenkomsten en de door het Dagelijks Bestuur opgenomen geldmiddelen. Artikel 17 Exploitatieresultaat 1. De gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen in het exploitatietekort, zoals dat blijkt uit de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening naar evenredigheid van het aantal ingezetenen van die gemeente dat als werknemer in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, bij Wedeka Bedrijven werkzaam is op basis van fte's. 2. De gemeenten verstrekken desgevraagd aan het Algemeen Bestuur een voorschot op de bijdrage in het exploitatietekort.

Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

8

3.

4.

Na vaststelling van de jaarrekening zendt het Dagelijks Bestuur binnen 30 dagen een definitieve berekening van de bijdrage in het exploitatietekort. De gemeenten voldoen de bijdragen aan Wedeka Bedrijven binnen 30 dagen na verzending van deze kennisgeving. Indien enig jaar een batig saldo oplevert zal dit worden gereserveerd, dit ter beoordeling door het Algemeen Bestuur.

Artikel 18 Toetreden tot de regeling 1. Toetreding tot deze regeling komt tot stand door een toetredingsbesluit van het college na toestemming van de gemeenteraad van de toe te treden gemeente en een instemmend besluit van het Algemeen Bestuur. 2. Het Algemeen Bestuur kan tijdig vóór het toetredingsbesluit een toetredingsbedrag bepalen en de gemeente daarover schriftelijk in kennis stellen. 3. Het Algemeen Bestuur geeft kennis aan de gemeenten van berichten van toetreding. Artikel 18a Uittreding 1. Uittreding vindt plaats op 1 januari nadat bekendmaking zoals bedoeld in artikel 26 lid 3 en 4 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, heeft plaatsgevonden, doch niet eerder dan drie jaar nadat het college van de uittredende gemeente middels aangetekend schrijven het Algemeen Bestuur in kennis heeft gesteld van een daartoe strekkend besluit. 2. Van de termijn, gesteld in het voorgaande lid, kan het Algemeen Bestuur gedeeltelijk ontheffing verlenen. 3. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit van de uittredende gemeente heeft ontvangen. 4. De gevolgen van de uittreding worden vastgelegd in een uittredingsplan. Onder gevolgen van de uittreding wordt verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5.

Het Algemeen Bestuur geeft kennis aan de gemeenten van berichten van uittreding. Artikel 18b Procedure voor vaststellen uittredingsplan 1. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 2. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende gemeente en het Algemeen Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het Algemeen Bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur van de uittredende gemeente. 3. Het uittredingsplan bevat een berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende gemeente aan het openbaar lichaam, hierna te noemen de uittreedsom. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

9

4. 5.

De berekening van de uittreedsom wordt gebaseerd op de jaarrekening van het meest recente verstreken begrotingsjaar. Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de uittreedsom vast.

Artikel 18c Te vergoeden kosten uittreding 1. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten. 2. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een gemeente. 3. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittredende gemeente. 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 5. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten in rekening bij de uittredende gemeente. 6. De uittredende gemeente is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 7. Kosten die de uittredende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. 8.

De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van het vaststellen van de uittreedsom. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 9. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden gemeente dan wel het Algemeen Bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: 1) de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; 2) de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

10

10. Alvorens het Dagelijks Bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de Raden, stelt het de ondernemingsraad van het openbaar lichaam in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan, conform de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Met de inhoud van dit advies wordt rekening gehouden in het concept uittredingsplan. 11. Indien het Algemeen Bestuur in het concept uittredingsplan vaststelt dat de uittreding een verlies van 20 of meer arbeidsplaatsen tot gevolg heeft of kan hebben, zal het Algemeen Bestuur beoordelen of het opstellen van een sociaal plan noodzakelijk is, alvorens het Dagelijks Bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de gemeenteraden. De conclusie van dit overleg worden opgenomen in het voorstel waarmee het concept uittredingsplan wordt aangeboden aan de gemeenteraden. 12. Gelijktijdig met het opstellen van het concept uittredingsplan stelt het Algemeen Bestuur, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met concept uittredingsplan aan de deelnemende gemeenten toegezonden voor besluitvorming. 13.

Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de gemeente. 14. De vertegenwoordiger van de uittredende gemeente in het Algemeen Bestuur houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij de beraadslaging in en besluitvorming door het Algemeen Bestuur rekening met de belangen van het openbaar lichaam zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming, tenzij dit strijdig is met de belangen van zijn gemeente. 15. De uittredende gemeente is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 16.

Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. 17. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uitredende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur conform de voorkeur van de uittredende gemeente of de uittredende gemeente de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Paraaf voorzitter:

Paraaf secretaris:

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

11

Artikel 19 Wijziging en evaluatie van de regeling 1. Indien het voorstel tot een wijziging van de regeling uitgaat van het Algemeen Bestuur zendt het dit voorstel voor besluitvorming naar de deelnemende colleges. 2. Indien het voorstel tot een wijziging van de regeling uitgaat van één of meer colleges zendt het college respectievelijk zenden de colleges het voorstel aan het Algemeen Bestuur, waarna het Algemeen Bestuur het voorstel met zijn beschouwingen daaromtrent binnen twee maanden na ontvangst voor besluitvorming naar de deelnemende colleges zendt. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges in kennis van de genomen besluiten tot aanvaarding of verwerping van de in dit artikel bedoelde voorstellen tot een wijziging van de regeling. 4. Het Algemeen Bestuur draagt zorg voor evaluatie van de regeling als daartoe, door een meerderheid van de deelnemende colleges, een verzoek wordt ingediend. Artikel 20 Opheffing 1. Opheffing van deze regeling heeft plaats indien tenminste tweederde van de colleges daartoe besluit. 2. In het geval deze regeling wordt opgeheven gaat het Algemeen Bestuur terstond tot liquidatie van Wedeka Bedrijven over en stelt, gehoord de colleges, een liquidatieplan vast. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 4.

Het Algemeen Bestuur blijft gedurende de periode van liquidatie in functie. Artikel 21 Slotbepalingen 1. Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde duur. 2. Bekendmaking en registratie vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Deze wijziging treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 4. Door de inwerkingtreding van deze regeling vervalt de Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven, zoals ingegaan per 31 maart 2022. 5. Als gemeente, bedoeld in artikel 26, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeente Stadskanaal aangewezen.

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Wedeka Bedrijven op …………………2025

Voorzitter

Secretaris

De heer M. Verschuren

De heer E. Ottens

Gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven 2025

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16152263/1