CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bestemmingsplan Vosholen fase II 1b Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 28 oktober 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Vosholen fase 2 deelplan 1B19.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:09:13

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam 1

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vosholen 2 1B Verkeerslawaai Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Wand schanskorf

tunnel

ISO_H --

ISO M. --

Hdef. Eigen waarde

Cp 0 dB

Zwevend Nee

Refl.L 63 0,20

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Refl.L 125 0,20

Refl.L 250 0,20

27-5-2021 14:09:13

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam 1

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vosholen 2 1B Verkeerslawaai Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Refl.L 500 0,20

Refl.L 1k 0,20

Refl.L 2k 0,20

Refl.L 4k 0,20

Refl.L 8k 0,20

Refl.R 63 0,00

Refl.R 125 0,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Refl.R 250 0,00

Refl.R 500 0,00

Refl.R 1k 0,00

27-5-2021 14:09:13

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam 1

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vosholen 2 1B Verkeerslawaai Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Refl.R 2k 0,00

Refl.R 4k 0,00

Refl.R 8k 0,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:09:13

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam 1 2

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vosholen 2 1B Verkeerslawaai Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 (hoofdgroep) Lijst van Hoogtelijnen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. teenlijn tunnel kruinlijn tunnel

ISO_H -0,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:09:13

Bijlage 1 Rapport: Model:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Lijst van model eigenschappen Vosholen 2 1B Verkeerslawaai

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Vosholen 2 1B Verkeerslawaai jeggens #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

jeggens op 10-11-2020 jeggens op 27-5-2021 Geomilieu V4.10

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 7,8 Bronresultaten Groepsresultaten ---0,50 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:10:04

Bijlage 1

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Commentaar

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:10:04

Bijlage 1 Rapport: Model:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Groepsreducties Vosholen 2 1B Verkeerslawaai

Groep Croonhoven/Klinker Vosholen

Reductie Dag 5,00 5,00

Avond 5,00 5,00

Nacht 5,00 5,00

Sommatie Dag 5,00 5,00

Avond 5,00 5,00

Nacht 5,00 5,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:10:29

Bijlage 2 blad 1

Rekenmodel, overzicht Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulplijnen

0m

200 m schaal = 1 : 5000

576000

575600

1

2

3

4

575200

6

5

248000 248400 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 1B Verkeerslawaai] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Bijlage 2 blad 2

Rekenmodel, detail ligging rekenpunten Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulplijnen

1

0m 575400

40 m schaal = 1 : 1000

2

3

575300

4

575200

6

5

248200 248300 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Vosholen 2 1B mei 2021 - Vosholen 2 1B Verkeerslawaai] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Bijlage 3

Rekenresultaten wegverkeerslawaai

Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Vosholen 2 1B Verkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Croonhoven/Klinker Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving Deelvlak noord Deelvlak noord Deelvlak noord Deelvlak midnoord Deelvlak midnoord

Hoogte 1,80 4,80 7,80 1,80 4,80

Dag 53,1 53,5 53,3 52,9 53,2

Avond 50,3 50,6 50,5 50,0 50,4

Nacht 42,9 43,3 43,1 42,6 43,0

Lden 53,5 53,8 53,7 53,2 53,6

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

Deelvlak midnoord Deelvlak midden Deelvlak midden Deelvlak midden Deelvlak midzuid

7,80 1,80 4,80 7,80 1,80

53,1 52,9 53,3 53,2 52,9

50,3 50,1 50,5 50,3 50,0

42,9 42,7 43,1 43,0 42,7

53,5 53,3 53,7 53,5 53,3

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

Deelvlak midzuid Deelvlak midzuid Deelvlak zuid Deelvlak zuid Deelvlak zuid

4,80 7,80 1,80 4,80 7,80

53,2 53,1 52,3 52,6 52,5

50,4 50,3 49,5 49,8 49,7

43,0 42,9 42,1 42,4 42,3

53,6 53,5 52,7 53,0 52,9

6_A 6_B 6_C

Deelvlak zuid west Deelvlak zuid west Deelvlak zuid west

1,80 4,80 7,80

45,8 47,4 47,4

43,0 44,5 44,5

35,6 37,2 37,2

46,2 47,8 47,8

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:07:07

Bijlage 3

Rekenresultaten wegverkeerslawaai

Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Vosholen 2 1B Verkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Vosholen Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving Deelvlak noord Deelvlak noord Deelvlak noord Deelvlak midnoord Deelvlak midnoord

Hoogte 1,80 4,80 7,80 1,80 4,80

Dag 37,0 37,1 37,2 38,7 38,9

Avond 33,5 33,7 33,7 35,2 35,4

Nacht 26,3 26,5 26,5 28,0 28,2

Lden 37,1 37,2 37,3 38,8 39,0

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

Deelvlak midnoord Deelvlak midden Deelvlak midden Deelvlak midden Deelvlak midzuid

7,80 1,80 4,80 7,80 1,80

39,0 40,5 40,6 40,9 42,5

35,5 37,0 37,1 37,4 39,0

28,3 29,8 29,9 30,2 31,8

39,1 40,6 40,7 41,0 42,6

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

Deelvlak midzuid Deelvlak midzuid Deelvlak zuid Deelvlak zuid Deelvlak zuid

4,80 7,80 1,80 4,80 7,80

42,8 43,3 44,3 46,1 47,7

39,3 39,8 40,8 42,6 44,2

32,1 32,6 33,6 35,4 37,0

42,8 43,4 44,4 46,2 47,8

6_A 6_B 6_C

Deelvlak zuid west Deelvlak zuid west Deelvlak zuid west

1,80 4,80 7,80

44,9 46,5 47,8

41,5 43,0 44,3

34,3 35,8 37,1

45,0 46,6 47,9

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

27-5-2021 14:07:56

Bijlage 4 blad 1 (deelvlak noord) begane grond

(deelvlak noord) 1e verdieping

Rekengegevens en resultaten railverkeerslawaai

Bijlage 4 blad 2 (deelvlak noord) 2e verdieping

Rekengegevens en resultaten railverkeerslawaai

Vosholen fase II (deelplan 1b) (vastgesteld)

Bijlage 4

55

Beknopte natuurtoets

Beknopte natuurtoets Vosholen fase 2 projectnummer: 231.00.06.02.00 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets Vosholen fase 2

Datum:

09-02-2021

Inleiding KADER De gemeente Midden-Groningen is voornemens om ten zuiden van Hoogezand-Sappemeer, nieuwe woningen te realiseren. Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van 1

de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 14 januari 2021 en 27 januari 2021 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: onbewolkt, circa 3-4˚C, droog en een matige wind. PLANGEBIED Het plangebied betreft een groot stuk grasland, enkele bosjes en een kas met groentetuinen aan de zuidzijde van Hoogezand (zie figuur 1). Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door woonerven en aan de zuidzijde door de straat Vosholen. Aan de noordzijde van het plangebied is één bosje aanwezig en aan de oostzijde zijn nog twee bosjes aanwezig. Verspreid over de oostzijde van het plangebied staan nog enkele solitaire bomen en bomenrijen. Verder zijn aan de oostzijde een kas en groentetuinen aanwezig. In de zuidoosthoek is een gebouwtje met paardenstallen aanwezig dat is opgetrokken uit baksteen met een golfplaten dak. Aan de noordoostzijde is een vijver aanwezig. Verder is een aantal sloten aanwezig, namelijk langs de noord- en oostzijde en dwarsdoor het gebied die in noord-zuidelijke richting lopen. De ontwikkelingen bestaan uit de realisatie van nieuwe woningen over het gehele gebied. Voor deze natuurtoets wordt ervan uitgegaan dat alle watergangen worden gedempt.

De kas en de paardenstallen worden gesloopt. Verder worden de bosjes gekapt en de kas gesloopt. Voor deze ontwikkeling wordt verder grond vergraven en vegetatie verwijderd.

1 De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Kaart met de locatie van het onderzochte gebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 14 januari 2021. Links het aanzicht op het noordelijke bosje vanuit het zuiden. Rechts het aanzicht op het plangebied vanuit het noorden

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

2

Foto’s 3-6. Linksboven het zicht op het plangebied vanuit het midden van het gebied richting het westen. Rechtsboven één van de sloten in het gebied. Linksonder de zuidzijde van het plangebied vanuit het noorden. Rechtsonder het zicht op het plangebied vanuit het zuiden

Foto’s 7 en 8. Impressie van het plangebied op 27 januari 2021. Links de te slopen kas met groentetuinen. Rechts het te kappen bosje aan de noordoostzijde van het gebied

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

3

Foto’s 9 en 10. Links de te slopen paardenstallen. Rechts het grasland aan de zuidwestzijde van het gebied, gezien vanuit het noorden

Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van gegevens van de laatste 5 jaar in de Nationale Database Flora en Fauna

(NDFF) (© NDFF 27 januari 2021 08:36:14) blijkt dat binnen straal van 5 km om het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het gaat om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, een amfibie, een reptiel, ongewervelden en vaatplanten. De vegetatie in het plangebied bestaat voornamelijk uit een aantal algemene gras- en kruidensoorten, zoals Engels raaigras, smalle weegbree, pitrus en paardenbloem. De slootkanten zijn voornamelijk begroeid met Engels raaigras en op sommige locaties met wat riet. Deze soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. Het noordelijke bosje bestaat volledig uit ruwe berk met op enkele locaties

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

4

gewone vlier. De bosjes aan de oostzijde van het plangebied bestaan uit soorten als ruwe berk, zwarte els en zomereik en deze bomen zijn grotendeels begroeid met klimop. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn grote leeuwenklauw en drijvende waterweegbree bekend (NDFF). Beide soorten zijn op minimaal 2 km afstand waargenomen en grote leeuwenklauw is aangewezen op voedselarme bodems. In de sloten is geen watervegetatie aanwezig en ze worden regelmatig geschoond, waardoor drijvende waterweegbree niet wordt verwacht. Gezien de grote afstand tot de dichtstbijzijnde waarneming, de voedselrijkdom en de terreingesteldheid, kan het voorkomen van deze en andere beschermde plantensoorten in het plangebied worden uitgesloten. Er is een aantal vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen bekend uit de directe omgeving van het plangebied, zoals roek, huismus, sperwer en buizerd (NDFF). De kas in het gebied is niet geschikt voor vogelsoorten die in gebouwen nestelen, zoals huismus of gierzwaluw, door het ontbreken van geschikte openingen of afgesloten ruimtes. In het gebouw met de paardenstallen kan huismus onder het golfplaten dak nestelen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied van een aantal soorten roofvogels met jaarrond beschermde nesten, zoals sperwer, roek, en buizerd. Tijdens de twee veldbezoeken zijn meerdere foeragerende roeken waargenomen in het grasland.

Uit de directe omgeving zijn bewoonde nesten van deze soort bekend. In de bosjes zijn geen jaarrond beschermde nesten van een roekenkolonie aangetroffen. In één van de zwarte elzen in het noordoostelijke bosje is een kraaiennest aanwezig. Deze nesten worden ook wel gebruikt door ransuil. Onder dit nest zijn echter geen sporen van roofvogels of uilen, zoals braakballen of krijtsporen, waargenomen. Hierdoor kan gebruik van het nest door roofvogels of uilen, zoals ransuil, worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek op 27 januari 2021 is een jagende buizerd waargenomen aan de oostzijde van het plangebied. In de sloten kan een aantal algemeen voorkomende broedvogels tot broeden komen, zoals wilde eend en meerkoet. Verder kunnen soorten als merel en heggenmus tot broeden komen in de bomen en struiken in het gebied. De nesten van deze algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van een aantal vleermuissoorten, waaronder gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF). De kas en paardenstallen zijn niet geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen door het ontbreken van geschikte invliegopeningen of afgesloten ruimtes. Verder hebben de bomen in het plangebied geen scheuren of holtes die naar de binnenzijde van de stam doorlopen of die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.

Het plangebied vormt mogelijk wel onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen die

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

5

in open gebieden kunnen foerageren, zoals gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De bomenrij langs de oostzijde van het plangebied is een mogelijke vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis en haas (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Groningen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Een aantal niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten is bekend uit de directe omgeving van het plangebied, namelijk bever, boommarter, das, otter, steenmarter en eekhoorn (NDFF). Houtstapels die geschikt zijn als verblijfplaats voor steenmarter zijn niet in het plangebied aanwezig. Wel zit er een gat in het dak van de paardenstallen waardoor steenmarter een verblijfplaats kan hebben op de zolder van de stallen. Er zijn geen bomen aanwezig met geschikte holtes voor boommarter of met nesten van eekhoorn. Dassenburchten of andere sporen van das zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Otter en bever zijn niet in het plangebied te verwachten door het ontbreken van grote wateren en overgangsgebied tussen land en water. Waarnemingen van enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bastaardkikker en gewone pad zijn bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Deze soorten kunnen zich voortplanten in sloten rondom het plangebied.

Het is niet uitgesloten dat lage aantallen van deze soorten het plangebied als landbiotoop gebruiken. Voor deze soorten geldt in de provincie Groningen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De beschermde niet-vrijgestelde amfibieënsoort poelkikker is bekend uit de omgeving van het plangebied (NDFF). Wateren met een ruige oeverbegroeiing die geschikt zijn voor poelkikker zijn niet aanwezig in het plangebied. Daarnaast zijn de oevers van de sloten erg steil voor deze soort. Deze en andere niet-vrijgestelde soorten zijn niet in het plangebied te verwachten. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde ongewervelden grote vos, gevlekte witsnuitlibel, sierlijke witsnuitlibel en groene glazenmaker (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor deze soorten, zoals bosranden met iep of zoete kers (grote vos) en vennen of plassen met veel watervegetatie (libellen), zijn deze niet in het plangebied te verwachten. Beschermde reptielen- en vissensoortenzijn niet bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Gezien het ontbreken van waarnemingen en de terreingesteldheid zijn niet-vrijgestelde reptielen en vissen ook niet te verwachten.

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

6

TOETSING Als gevolg van de sloop van de paardenstallen gaan mogelijk jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en een verblijfplaats van steenmarter verloren. Daarnaast gaat als gevolg van de kap van de bomenrij langs de oostzijde van het gebied mogelijk een vliegroute van vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar de aan- of aanwezigheid van huismus, steenmarter en vliegroutes van vleermuizen is nodig. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor sperwer, buizerd en roek. Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van deze soorten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en deels ook hoogwaardiger foerageergebied voor deze soorten aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden dan ook niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen.

Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, als gevolg van de werkzaamheden, treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Groningen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening.

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

7

WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Groningen uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie 2019 en de Omgevingsverordening provincie Groningen 2019. Van belang is dat de provincie geen externe werking kent voor het NNN. NATUUR BUITEN HET NNN Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt verder buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande bos- en natuurgebieden en weidevogel– en akkervogelleefgebieden. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied.

Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’ dat op circa 4,2 km ten westen van het plangebied ligt. Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt op circa 3,9 km ten westen van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als ‘Natuur buiten het NNN’ betreft een bos dat circa 1,4 km ten zuidoosten van het plangebied ligt. Het dichtstbijzijnde akkervogelleefgebied ligt op circa 2,2 km ten westen van het plangebied. TOETSING Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing en wegen, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden.

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

8

Gezien de afstand tot het NNN, natuur buiten het NNN, akkervogelleefgebieden en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op dergelijke gebieden. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 20 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Hoogezand-Sappemeer. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Groningen is niet nodig. Conclusie Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 14 en 27 januari 2021) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Er is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van huismus en steenmarter in het gebouw van de paardenstallen. Daarnaast is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van een vliegroute van vleermuizen langs de bomenrij aan de zuidzijde van het plangebied. Op basis van de resultaten van dit nadere onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het daarnaast nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen optreden. Een Aerius-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt.

Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

datum 09-02-2020

projectnummer 231.00.06.02.00

9

Vosholen fase II (deelplan 1b) (vastgesteld)

Bijlage 5

65

AERIUS-berekening

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Vo sh o l en fa s e II (d ee lp la n 1 a en 1b )

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Vo sh o l en fa s e II (d ee lp la n 1 a en 1b )

D EF IN I TI EF

19 juni 2020

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging projectgebied

5

4

Invoergegevens AERIUS

6

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

6

4.2

Werkverkeer (bron 2)

7

4.3

Verkeersgeneratie woningen (bron 3)

7

4.4

Totale emissie

7

5

Model

8

6

Rekenresultaten en conclusie

9

19 juni 2020

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Vosholen fase II (deelplan 1b)’ en de boven gelegen kavels ‘Vosholen fase II (deelplan 1a)’ is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van 35 woningen aan de Croonhoven in de gemeente Midden-Groningen berekend. Het project maakt de bouw van 35 woningen met de aanleg van een nieuwe weg mogelijk op een locatie in het weinig stedelijk woonmilieu. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (19 februari 2021). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: pdok.nl/viewer, d.d. 19-02-2021)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

19 juni 2020

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

19 juni 2020

4

3

Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan de Croonhoven te Sappemeer. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Zuidlaardermeergebied, gelegen op een afstand van circa 4,1 km;

-

Drentsche Aa-gebied, gelegen op een afstand van circa 10 km.

Hierbij dient wel te worden vermeld dat het Natura 2000-gebied Zuidlaardermeergebied niet stikstofgevoelig is.

19 juni 2020

5

4

Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de gebouwen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van het voornemen en de werkzaamheden zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3). In de berekening wordt er van uitgegaan dat beide projecten in hetzelfde jaar aangelegd en gebruikt worden. Aangezien dit niet aannemelijk is betreft dit een worst-case situatie.

4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1

BügelHajema Adviseurs . In de aantallen draaiuren zijn tevens de stationaire draaiuren opgenomen. Voor de aanleg van verharding is rekening gehouden met de realisatie van een weg van 5 meter breed. Aangezien het projectgebied 400 meter lang is, is in de berekening uitgegaan van de aanleg 2

van 2.000 m aan verharding. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie Aantal Werktuig kW Bouw woningen

35 graafmachine 35 kraan 35 betonstorter 35 heistelling Aanleg 2.000 m2 graafmachine verharding 2.000 m2 kraan 2.000 m2 wals 2.000 m2 trilplaat totale emissie NOx mobiele werktuigen

1

200 200 200 200 200 200 90 10

Belasting2 69% 69% 69% 69% 69% 69% 55% 40%

Emissie Eenheid factor 2,3 10 u/ 3 10 u/ 3 5 u/ 3 5 u/ 2,3 1 u/ 3 1 u/ 5,5 1 u/ 1,3 1 u/

won. won. won. won. 20 m2 40 m2 40 m2 20 m2

Draaiuren 350 uur 350 uur 175 uur 175 uur 100 uur 50 uur 50 uur 100 uur

Stage Emissie klasse NOx III 111,09 kg III 144,90 kg III 72,45 kg III 72,45 kg III 31,74 kg III 20,70 kg III 13,61 kg II 0,52 kg 467,46 kg

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. 2

De belasting is het vermogen van het mobiele werktuig wat gemiddeld gebruikt wordt.

19 juni 2020

6

4.2

Werkverkeer (bron 2)

Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Per woning zijn 100 verkeersbewegingen licht verkeer, 20 verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer en 4 verkeersbewegingen 2

zwaar vrachtverkeer opgenomen. Voor de aanleg van de verharding zijn per 100 m 40 verkeersbewegingen licht verkeer en 40 verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer opgenomen. In totaal zijn de onderstaande aantallen verkeersbewegingen in de berekening opgenomen: -

licht verkeer 4.300 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 1.500 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 140 ritten/jaar.

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 7.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 12,08 kg NOx/jr.

4.3

Verkeersgeneratie woningen (bron 3)

In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande woningen in de rest bebouwde kom (8,2 ritten per appartement). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 287 ritten per etmaal. Er is gekozen voor vrijstaande woningen omdat dit de meest worst-case benadering is. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval ongeveer 65,44 kg NOx/jr en 4,38 kg NH3/jr.

4.4

Totale emissie

De totale emissie van het project in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt ongeveer 544,99 kg NOx/jr en 5,17 kg NH3/jr.

19 juni 2020

7

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (19 februari 2021). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model

19 juni 2020

8

6

Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.

Afbeelding 4 - Rekenresultaat

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

19 juni 2020

9

Colofon Verkavelingsplan BügelHajema Adviseurs Rapport BügelHajema Adviseurs Fotografie BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Supervisie BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Midden-Groningen

Croonhoven, nvt Sappemeer

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Voshalen fase II deelplannen 1a en 1b

RaXvTXrwHieM

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

19 februari 2021, 15:53

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

544,99 kg/j

NH3

5,17 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Het voornemen betreft de bouw van 35 woningen met de aanleg van circa 2.000 m2 verharding.

Situatie 1

RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

467,46 kg/j

Werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

12,08 kg/j

Verkeersgeneratie woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

4,38 kg/j

65,44 kg/j

RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele werktuigen 248281, 575381 467,46 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Graafmachine 200 kW (bouw)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

111,09 kg/j < 1 kg/j

AFW

Kraan 200 kW (bouw)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

144,90 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonstorter 200 kW (bouw)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

72,45 kg/j < 1 kg/j

AFW

Heistelling 200 kW (bouw)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

72,45 kg/j < 1 kg/j

AFW

Graafmachine 100 kW (aanleg verharding)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

31,74 kg/j < 1 kg/j

AFW

Kraan 100 kW (aanleg verharding)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

20,70 kg/j < 1 kg/j

AFW

Wals 90 kW (aanleg verharding)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

13,61 kg/j < 1 kg/j

AFW

Trilplaat 10 kW (aanleg verharding)

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

4.300,0 / jaar NOx NH3

2,71 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

1.500,0 / jaar NOx NH3

8,18 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

140,0 / jaar NOx NH3

1,18 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Werkverkeer 247847, 575086 12,08 kg/j < 1 kg/j

Verkeersgeneratie woningen 247838, 575084 65,44 kg/j 4,38 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

287,0 / etmaal NOx NH3

65,44 kg/j 4,38 kg/j

Situatie 1

RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RaXvTXrwHieM (19 februari 2021) pagina 6/6

Vosholen fase II (deelplan 1b) (vastgesteld)

Bijlage 6

83

Watertoets

datum 18-2-2021 dossiercode 20210218-33-25620

Bouw 20 woningen, Sappemeer, Croonhoven

Vooralsnog ontvang u van het waterschap een voorlopige standaard uitgangspuntennotitie. Deze notitie zal op basis van uw plan nader uitgewerkt worden. Binnen 6 weken ontvangt u de definitieve uitgangspuntennotitie. Uitgangspuntennotitie Watertoets normale procedure Via de digitale watertoets is het Waterschap op de hoogte gesteld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap een uitgangspuntennotitie levert. Deze uitgangspuntennotitie moet gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. De uitgewerkte waterparagraaf moet voorgelegd worden aan de beleidsmedewerker planvorming. Plannaam zoals aangemeld bij de digitale watertoets Bouw 20 woningen, Sappemeer, Croonhoven Wijzigingen in verhard oppervlak Het verhard oppervlak zal naar aanleiding van de bebouwing en de bijbehorende erfverharding naar alle waarschijnlijkheid met 50 % toenemen. Echter, bij de realisatie van Vosholen fase I is reeds rekening gehouden met de toename van verharding voor de realisatie van Vosholen fase II. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet noodzakelijk. Het Waterhuishouding- en rioleringsplan is als bijlage opgenomen.

Fysieke watersysteemveranderingen Geen Vuilwater-, en hemelwaterbehandeling Het hemelwater wordt afgevoerd op het hemelwaterriool. Dit hemelwaterriool voert af op het oppervlaktewater ten westen van het plangebied. Het vuilwater wordt afgevoerd op het riool.

Contactgegevens: Planindiener: Gijs Textor Bügel Hajema Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen g.textor@bugelhajema.nl

Gemeente Midden-Groningen: Martin Hulshof 06-20093020 martin.hulshof@midden-groningen.nl Waterschap Hunze en Aa's:

Inhoud: 1. Specifieke en aanvullende uitgangspunten 2. Inleiding 3. Waterveiligheid 4. Waterkwantiteit 5. Waterkwaliteit 6. Aanvullende belangen Waterschap 7. Verdere betrokkenheid waterschap 8. Bronnenlijst

1 Specifieke en aanvullende uitgangspunten In dit onderdeel wordtspecifiek planadvies gegeven.

Compenserende waterberging Door de toename verhard oppervlak dient er compensatie in het watersysteem te worden gerealiseerd. De gemeente dient hiervoor, in afstemming met de initiatiefnemer, in de waterparagraaf aan te geven op welke wijze de benodigde hoeveelheid compenserende waterberging (opgave) zal worden ingepast en onderdeel zal zijn van het plan. Het waterschap kan in het vooroverleg nader advies geven. Om de effectiviteit van de compenserende maatregel goed te kunnen beoordelen is het van belang om duidelijk aan te geven; welke maatregel waar wordt genomen (infiltreren, vasthouden/bergen, vertraagd afvoeren, ...), de maatvoering van de maatregel (m1, m2, m3) en waar het hemelwater uiteindelijk op zal afvoeren. Compenserende maatregelen kunnen op meerdere manieren en in combinatie met elkaar worden gerealiseerd. Naast uitbreiding van het bestaande oppervlaktewater (ruimte)kan bijvoorbeeld worden gedacht aan vertraagde afvoer in/op het bouwoppervlak via een groen dak, een waterdak en opvang hemelwater voor hergebruik. Indien de locatie hiervoor geschikt is kan infiltratie overwogen worden, zoals; een grindkoffer, infiltratiekratten, een infiltratieriool en/of een zaksloot. Indien infiltratie wordt overwogen, is in de meeste gevallen aanvullend onderzoek nodig over de toepasbaarheid en eventuele effecten naar de omgeving.

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) De hoge grondwaterstanden die in het plangebied (deels) voorkomen, kunnen de toepasbaarheid van infiltratiemaatregelen beperken.

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast en watertekort (waterkwantiteit). Daarnaast zorgen waterschappen voor het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater, zowel chemisch als ecologisch. Het is van belang dat deze taken zowel nu als in de toekomst gewaarborgd blijven. Om dit te kunnen doen worden ruimtelijke plannen en ontwikkelingen getoetst op hun impact op het goed blijven functioneren van het watersysteem. Waterschap Hunze en Aa's streeft ernaar om de impact van dergelijke plannen en ontwikkelingen zoveel mogelijk waterneutraal te houden en waar mogelijk positieve ontwikkelingen te stimuleren. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Art.12), moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Om deze waterparagraaf te kunnen opstellen moet de waterbeheerder worden geraadpleegd door middel van de Watertoets, door; vroegtijdige betrokkenheid, meedenken, informeren, adviseren en het afwegen van belangen (vooroverleg). Tot en met de uiteindelijke vaststelling van het ruimtelijk plan (voorontwerp, ontwerp en vaststelling) blijft de waterbeheerder betrokken bij het planproces. In de waterparagraaf (+ bijlage) moet door het waterschap afgegeven advies zijn verwoord.

Bij het afwijken van het wateradvies, dient er door de gemeente een onderbouwing te zijn opgenomen die tot het afwijken van het wateradvies heeft geleid. In de definitieve uitgangspuntennotitie (onderdeel 1) zijn plan specifieke en aanvullende uitgangspunten (adviezen) opgenomen voor dit plan. De verdere opbouw van dit document bestaat uit 5 thema`s; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, aanvullende belangen waterschap en gerelateerde belangen van derden. Per thema is voor dit plan relevante informatie opgenomen en zijn uitgangspunten opgesteld. Ten slotte is de verdere gewenste betrokkenheid van het waterschap bij het vervolg van het planproces beschreven.

3 Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle waterschapsbelangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid.

Overstromingsgevoeligheid Voor het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's is onderzocht welke gebieden overstromingsgevoelig zijn vanuit de boezem. Het plangebied ligt (deels) in een overstromingsgevoelig gebied. Nieuwe woningen, bedrijven en andere infrastructuur worden bij voorkeur op de hogere locaties gebouwd. Als er toch voor wordt gekozen om in deze lagere delen te bouwen, is het raadzaam om overstromingsbestendig te bouwen. Dit kan bijvoorbeeld door het bouwpeil te verhogen (verhoogd te bouwen) en/of kaden aan te leggen. Gemeenten dragen zorg voor het waarborgen van vluchtroutes bij de inrichting van bouwlocaties in overstromingsgevoelige gebieden. Dit kan bijvoorbeeld door vluchtroutes op voldoende hoogte aan te leggen (Beheerprogramma 2016-2021).

4 Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak de zorg voor voldoende water in droge perioden als de afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden. Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater dat tot afvoer komt volgt de trits ; ''vasthouden, bergen, afvoeren''.

Schouwsloten Binnen het plangebied liggen schouwsloten. Schouwsloten zijn sloten die niet in eigendom zijn van het waterschap, maar een belangrijke lokale functie vervullen voor de afwatering van een groter gebied, meerdere eigenaren en/of belangen van derden. Vanwege deze afwateringsfunctie is het van belang dat een schouwsloot goed onderhoud heeft. De eigenaren van schouwsloten zijn verplicht het benodigde doorstroomprofiel jaarlijks schoon te houden en het waterschap ziet hierop toe via de schouw. Het profiel van een schouwsloot mag niet zonder toestemming van het waterschap gewijzigd worden (Keur Waterschap Hunze en Aa s).

Verhardingstoename In het ingediende plan neemt het verharde oppervlak toe boven de compensatiedrempel; voor stedelijk gebied of kassengebieden met meer dan 150 m2 of in het buitengebied met meer dan 1500 m2 (Keur Waterschap Hunze en Aa s). Omdat deze verhardingstoename ervoor zorgt dat hemelwater versneld tot afstroming komt, kan dit tot overlast en schade leiden verderop in het watersysteem (peilgebied). Dit vergroot de kans op inundatie, zeker bij piekbuien, waardoor de landelijke werknormen (landbouwkundige afvoer)voor de inundatiekans overschreden kunnen worden. Compenserende waterberging is noodzakelijk om de kans op inundatie binnen peilgebieden niet te vergroten en de werknormen te kunnen waarborgen.

Grondgebruikstype Maaiveldcriterium Inundatienorm (1/jaar) Grasland 5% 1/10 Akkerbouw 1% 1/25 Hoogwaardige land-, en tuinbouw 1% 1/50 Glastuinbouw 1% 1/50 Bebouwd gebied 0% 1/100 Natuurgebied geen norm Bovenstaande werknormen zijn gebaseerd op de midden-variant van het klimaatscenario 2015 van het KNMI (klimaatscenario G)

Scheiden schoon hemelwater en vuilwater In grote delen van het beheergebied zijn nog gemengde rioolsystemen aanwezig. In dergelijke systemen wordt het relatief schone hemelwater vermengd met vuilwater en wordt het vervolgens naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) van het waterschap gebracht. Na zuivering wordt het water geloosd op het oppervlaktewatersysteem. Het transport van schoon hemelwater via het gemeentelijk rioolstelsel en het behandelen via een RWZI is niet duurzaam. Om deze reden zal hemelwater alleen op het vuilwaterriool kunnen worden geloosd als het hemelwater; niet kan worden hergebruikt (opvang) en/of kan afvoeren via de bodem, het openbaar regenwaterstelsel, een oppervlaktewaterlichaam zonder een specifieke functie, of via een kwetsbaar oppervlaktewaterlichaam. Wijzigingen in de behandeling van het hemelwater en vuilwater kunnen echter voor overlast zorgen als mogelijke ongewenste gevolgen onvoldoende bekend zijn en waar nodig zijn verholpen. Rechtstreekse afkoppeling van hemelwater (via een hemelwaterriool) naar het oppervlaktewater (vijvers en sloten) kan dit wateroverlast veroorzaken, als het ontvangende oppervlaktewater niet hiervoor de capaciteit heeft en/of aanwezige kunstwerken (o.a. duikers, stuwen en inlaatwerken) het aangeboden water niet kan verwerken.

Grondwaterstand en ontwateringsdiepte Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig. In het plangebied is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op overlast toeneemt. De voor het plan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor primaire wegen is de ontwateringsnorm 1,0 m-mv, voor woningen met kruipruimtes, industrieterreinen en secundaire wegen is dit 0,7 m-mv, voor tuinen en plantsoenen is dit 0,5 m-mv, en voor woningen zonder kruipruimte is de norm 0,3 m-mv. Mocht de beoogde functie van het ingediende plan overlast kunnen ondervinden door onvoldoende ontwateringsdiepte, is het te adviseren om hier rekening mee te houden in het ontwerp en bij de inrichting.

5 Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen. Daarnaast is een goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Dit volgt de trits ; ''schoonhouden, scheiden, zuiveren''.

6 Aanvullende waterschapsbelangen Onder dit thema zijn, indien van toepassing, een aantal onderwerpen opgenomen die mogelijk een belang raakt voor het waterschap of die van gerelateerde partners. Dit betreft enerzijds locatie specifieke eigenschappen die in een toekomstige situatie de effecten op het waterbeheer kunnen vergroten. Anderzijds kunnen ook watergerelateerde gebiedseigenschappen zijn opgenomen buiten de jurisdictie van het waterschap, maar die wel indirect de belangen van het waterbeheer raken.

7 Verdere betrokkenheid waterschap

Voor alle voor dit plan relevante watergerelateerde onderwerpen zijn in dit document uitgangspunten opgenomen. Voor de verdere procedurele afhandeling van het ruimtelijk plan (voorontwerp en ontwerp), is het van belang om het waterschap te blijven informeren en te betrekken en hierin rekening te houden met deze uitgangspunten. In de waterparagraaf dient worden aangegeven op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de belangen met betrekking tot het waterbeheer. Het waterschap kan altijd geraadpleegd worden voor overleg en nadere uitleg.

8 Bronnen Keur waterschap Hunze en Aa s. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2010) Beheerprogramma 2016-2021. Waterschap Hunze en Aa s, Veendam (2016) www.dewatertoets.nl

Vosholen fase II (deelplan 1b) (vastgesteld)

Bijlage 7

89

Uitgangspuntennotitie Watertoets

watertoets datum waterschap datum

18-2-2021 19-2-2021

dossiercode 20210218-33-25620 zaak kenmerk Z30569

Bouw 20 woningen, Sappemeer, Croonhoven Uitgangspuntennotitie Watertoets normale procedure Via de digitale watertoets is het Waterschap op de hoogte gesteld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap een uitgangspuntennotitie levert. Deze uitgangspuntennotitie moet gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. De uitgewerkte waterparagraaf moet voorgelegd worden aan de beleidsmedewerker planvorming.

Plannaam zoals aangemeld bij de digitale watertoets Bouw 20 woningen, Sappemeer, Croonhoven Wijzigingen in verhard oppervlak Het verhard oppervlak zal naar aanleiding van de bebouwing en de bijbehorende erfverharding naar alle waarschijnlijkheid met 50 % toenemen. Echter, bij de realisatie van Vosholen fase I is reeds rekening gehouden met de toename van verharding voor de realisatie van Vosholen fase II. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet noodzakelijk. Het Waterhuishouding- en rioleringsplan is als bijlage opgenomen. Fysieke watersysteemveranderingen Geen Vuilwater-, en hemelwaterbehandeling Het hemelwater wordt afgevoerd op het hemelwaterriool. Dit hemelwaterriool voert af op het oppervlaktewater ten westen van het plangebied. Het vuilwater wordt afgevoerd op het riool.

Contactgegevens: Planindiener: Gijs Textor Bügel Hajema Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen g.textor@bugelhajema.nl Gemeente Midden-Groningen: Martin Hulshof 06-20093020 martin.hulshof@midden-groningen.nl Waterschap Hunze en Aa's: Emiel Galetzka e.galetzka@hunzeenaas.nl

Inhoud: 1. Specifieke en aanvullende uitgangspunten 2. Inleiding

3. Waterveiligheid 4. Waterkwantiteit 5. Waterkwaliteit 6. Aanvullende belangen Waterschap 7. Verdere betrokkenheid waterschap 8. Bronnenlijst

1 Specifieke en aanvullende uitgangspunten Het plan voorziet in de realisatie van 20 woningen in het plan Vosholen 1.Met de toename van de verharding is rekening gehouden in het Waterhuishouding- en rioleringsplan dat voor het gehele plangebied Vosholen 1 is opgesteld. De daarvoor benodigde maatregelen zijn voor Vosholen 1 reeds uitgevoerd en aangelegd. Compenserende waterberging Door de toename verhard oppervlak dient er compensatie in het watersysteem te worden gerealiseerd. De gemeente dient hiervoor, in afstemming met de initiatiefnemer, in de waterparagraaf aan te geven op welke wijze de benodigde hoeveelheid compenserende waterberging (opgave) zal worden ingepast en onderdeel zal zijn van het plan. Het waterschap kan in het vooroverleg nader advies geven. Om de effectiviteit van de compenserende maatregel goed te kunnen beoordelen is het van belang om duidelijk aan te geven; welke maatregel waar wordt genomen (infiltreren, vasthouden/bergen, vertraagd afvoeren, ...), de maatvoering van de maatregel (m1, m2, m3) en waar het hemelwater uiteindelijk op zal afvoeren. Compenserende maatregelen kunnen op meerdere manieren en in combinatie met elkaar worden gerealiseerd. Naast uitbreiding van het bestaande oppervlaktewater (ruimte)kan bijvoorbeeld worden gedacht aan vertraagde afvoer in/op het bouwoppervlak via een groen dak, een waterdak en opvang hemelwater voor hergebruik.

Indien de locatie hiervoor geschikt is kan infiltratie overwogen worden, zoals; een grindkoffer, infiltratiekratten, een infiltratieriool en/of een zaksloot. Indien infiltratie wordt overwogen, is in de meeste gevallen aanvullend onderzoek nodig over de toepasbaarheid en eventuele effecten naar de omgeving. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) De hoge grondwaterstanden die in het plangebied (deels) voorkomen, kunnen de toepasbaarheid van infiltratiemaatregelen beperken.

2 Inleiding

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast en watertekort (waterkwantiteit). Daarnaast zorgen waterschappen voor het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater, zowel chemisch als ecologisch. Het is van belang dat deze taken zowel nu als in de toekomst gewaarborgd blijven. Om dit te kunnen doen worden ruimtelijke plannen en ontwikkelingen getoetst op hun impact op het goed blijven functioneren van het watersysteem. Waterschap Hunze en Aa's streeft ernaar om de impact van dergelijke plannen en ontwikkelingen zoveel mogelijk waterneutraal te houden en waar mogelijk positieve ontwikkelingen te stimuleren. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Art.12), moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Om deze waterparagraaf te kunnen opstellen moet de waterbeheerder worden geraadpleegd door middel van de Watertoets, door; vroegtijdige betrokkenheid, meedenken, informeren, adviseren en het afwegen van belangen (vooroverleg). Tot en met de uiteindelijke vaststelling van het ruimtelijk plan (voorontwerp, ontwerp en vaststelling) blijft de waterbeheerder betrokken bij het planproces. In de waterparagraaf (+ bijlage) moet door het waterschap afgegeven advies zijn verwoord.

Bij het afwijken van het wateradvies, dient er door de gemeente een onderbouwing te zijn opgenomen die tot het afwijken van het wateradvies heeft geleid. In de definitieve uitgangspuntennotitie (onderdeel 1) zijn plan specifieke en aanvullende uitgangspunten (adviezen) opgenomen voor dit plan. De verdere opbouw van dit document bestaat uit 5 thema`s; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, aanvullende belangen waterschap en gerelateerde belangen van derden. Per thema is voor dit plan relevante informatie opgenomen en zijn uitgangspunten opgesteld. Ten slotte is de verdere gewenste betrokkenheid van het waterschap bij het vervolg van het planproces beschreven.

3 Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij het doorbreken van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle waterschapsbelangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12812051/1