04. Beantwoording technische vragen jaarrekening
Tekst van het document
22
Vraag 9 Doelgroepbereik peuterspeelzalen: cijfers voorgaande jaren? Het aantal kinderen dat gebruik maakt van een reguliere gesubsidieerde peuterplaats ligt tussen de 300 en 350 en is redelijk constant over de jaren. Het totaal aantal peuters ligt op circa 850. Daarnaast maken veel kinderen gebruik van kinderopvang. Vraag 10 Blz. 38 Welzijn op recept. Waarom is het nog niet gelukt om alle huisartsenpraktijken hieraan te verbinden? Drie huisartsenpraktijken doen niet mee. Van deze praktijken wordt in twee praktijken positieve gezondheid toegepast in samenhang met door de praktijken aangeboden maatschappelijk werk. Hiermee wordt een vergelijkbaar aanbod aan welzijn op recept aan inwoners geboden. Met 1 praktijk zijn we nog in overleg over het aanbod Welzijn op recept.
23
4. Technische vragen SP 4.1
jaarrekening 2021
Vraag 1 Op pagina 12 bij punt 4b staat dat een deel van de € 500.000 gebruikt gaat worden voor een ondernemersloket. Welk deel en wat is precies het doel van het ondernemersloket? Het gaat om een bedrag van € 277.000. Dit bedrag is overgeheveld van 2021 naar 2022 om de dienstverlening van het zelfstandigenloket te continueren. Het zelfstandigenloket is bedoeld voor hulp aan zelfstandigen die problemen hebben om hun huidige bedrijf in de huidige tijd, ook in relatie tot corona, economisch rendabel te maken en die zich daarom moeten heroriënteren op aanvullende en/of andere activiteiten. De hulp kan gericht zijn op versterken van de eigen onderneming, zoeken van een oplossing voor (financiële) problemen en/of het kiezen voor een baan of bijbaan in loondienst. Vraag 2 Bij punt 4d wordt gesproken over 125.000 om ondernemers te ondersteunen die problemen hebben gekregen door corona. Hoe moet ik deze ondersteuning zien? Advies of daadwerkelijke compensatie? Deze ondersteuning betreft hulp bij schulden en geen verstrekking van compensatie. De hulp kan in de vorm van een advies zijn, maar ook een schuldenregeling of budgetcoaching. Schuldhulpverlening voor ondernemers wordt door zijn complexe aard uitgevoerd door een gespecialiseerde organisatie. Het betreft hier momenteel een pilotvorm. De Kredietbank MiddenGroningen neemt in deze procedures een regierol op zich.
Vraag 3 Pagina 12 punt 5. Wedeka en de BWRI leiden nog steeds verlies maar het verlies is wel een stuk lager dan verwacht. Ondanks Corona. Is de verwachting dat deze trend zich voortzet? Het tekort wordt bij beide grotendeels veroorzaakt doordat de loonkosten van het Wsw- personeel hoger zijn dan de subsidie die Wedeka en BWRI daarvoor ontvangen van het Rijk. Daarbij komt dat het aantal WSW-medewerkers daalt, waardoor de omzet daalt. Voor het resultaat van Wedeka in 2021 geldt, dat zij in feite meer coronacompensatie ontvangen hebben dan er gederfde omzet was. De komende jaren zijn weer begroot op basis van het hele jaar door kunnen produceren. Het resultaat van BWRI Werkbedrijf was in 2021 minder negatief, grotendeels door lagere loonkosten SW. Helaas ook doordat een aantal medewerkers ons is ontvallen. Daarnaast is er in 2021 compensatie ontvangen van het UWV, voor betaalde transitievergoedingen. Het is niet de verwachting dat de tekorten de komende jaren fors teruglopen. Afhankelijk van het aantal medewerkers in diverse regelingen (Wsw, Nieuw Beschut, Afspraakbaan e.d.) en overeenkomsten met opdrachtgevers kan de omzet fluctueren. Vraag 4 Pagina 70. Het aantal scholieren dat geen startkwalificatie haalt op het MBO is licht gestegen; er is mede ingezet op een mogelijkheid bij het Werkbedrijf BWRI een startkwalificatie te halen.
Is er ook inzicht in hoeverre hier gebruik van wordt gemaakt? En tot welke resultaten dit heeft geleid? We zijn in februari 2021 gestart met een nieuw groep van 11 leerlingen voor de zogenaamde route Rubicon. Via deze route volgen jongeren met extra begeleiding onderwijs. De opleiding duurt 2 jaar. In februari 2023 gaan de jongeren de opleiding naar verwachting succesvol afronden met een MBO 2 diploma en zijn ze klaar voor betaald werk of een vervolgscholing. De effecten worden daarna pas zichtbaar.
24
5. Technische vragen CDA 5.1
Jaarrekening 2021
Vraag 1 Toegankelijk Midden-Groningen; Heeft de gemeente ook in beeld welke mensen last hebben van Long Covid, als zijnde een recent opgekomen kwetsbare groep, en biedt zij die mensen ook hulp? Nee, deze groep is niet in beeld bij de gemeente. Zij is in beeld bij de eerste- en tweedelijnszorg (huisarts/ziekenhuis). Inwoners die door deze chronische gezondheidsklachten ondersteuning nodig hebben kunnen deze via de sociale teams aanvragen. Vraag 2 Toegankelijk Midden-Groningen; ’Onze website voldoet aan de meest belangrijke toegangseisen’ -> hoe wordt bepaald welke dat zijn? De toegangseisen voor websites van de overheid worden tweeledig bepaald. Er zijn standaarden vanuit de vakinhoudelijke kant. Dat zijn principes hoe er vanuit het vakgebied communicatie tegen de functionaliteit en toegankelijkheid van websites van de overheid wordt aangekeken. Te denken valt aan: • Een toptaken-website waarbij een website vooral taak- en actiegericht, duidelijk en eenvoudig van opzet moet zijn; • Technische kaders en vereisten voor juist gebruik, waaronder: o Snelle laadtijd o Geoptimaliseerd voor mobiel gebruik o Goede beveiliging en verbinding Onze websites voldoen aan deze standaarden. Er wordt hard gewerkt om ook aan de toegangsstandaarden te voldoen.
De vereisten die aan de toegang gesteld worden vanuit wet- en regelgeving zijn standaarden en richtlijnen die worden verschaft vanuit de Rijksoverheid en waarvoor een wettelijke verplichting geldt. Te denken valt aan: • Digitale Toegankelijkheid volgens de WCAG (Web Content Accessibility Guidelines) 2.1. Dit zijn opgestelde, algemeen geldende toegangseisen op het gebied van functionaliteit, leesbaar- en begrijpelijkheid die de inclusiviteit van de website waarborgen; • De Wet Digitale overheid, voorheen de Wet generieke digitale infrastructuur (GDI). Is gericht op het verbeteren van de digitale overheid door standaarden voor elektronisch verkeer verplicht te stellen. Ook geeft het regels over informatieveiligheid en over de toegang van inwoners en bedrijven tot onlinedienstverlening bij de (semi)overheid. Vraag 3 WMO: Een aantal middelen (dagbesteding, begeleiding) zijn minder geworden. Verwacht het college dat de inwoners die deze hulp nodig hebben, wel op de hoogte zijn van alle mogelijkheden? Ja, de route voor ondersteuning via de sociale teams is niet veranderd. Samen met de casemanager zal de inwoner kijken waar hij/zij het best mee is geholpen.
25
Vraag 4 Roken: Is er ook hulp geboden aan kinderen en jongeren die roken? Ja, er wordt via de Rookvrije generatie, met het inrichten van rookvrije zones op o.a. sportverenigingen, ingezet op het tegengaan van roken bij jongeren. Daarnaast is Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) actief in contact met o.a. het Aletta Jacobs college. Vraag 5 Overige bestemmingsreserves pagina 207: Huis voor cultuur en bestuur. Er wordt € 800.000 toegevoegd voor de financiële afwikkeling van het voormalige gemeentehuis te Muntendam. Op pagina 209 wordt bij grootschalige projecten een reserve gevormd van dividendopbrengsten van Essent en BNG en de positieve rekeningresultaten van 2006 - 2009. Uit deze reserve worden middelen gehaald ter dekking van het centrumplan Muntendam, de renovatie van de Menterne en de ombouw van het gemeentehuis naar een MFC. Deze omschrijvingen zijn wel heel bijzonder, wat is nu de bedoeling van het Centrumplan en het voormalige gemeentehuis? Wordt het gemeentehuis nu een school inclusief een dorpshuis? Of zijn er nog andere bedoelingen? Er is in de reserve € 800.000 beschikbaar voor de herontwikkeling van centrumfuncties in Muntendam. De exacte invulling heeft nog verdere uitwerking nodig en we zullen de inwoners hierbij betrekken. We komen op een later moment bij uw raad terug over de planuitwerking rondom de genoemde ontwikkelingen.
Vraag 6 Hogere loon en organisatiekosten over 2021: Zijn de hogere kosten voor beveiliging structureel? Was dit te voorzien geweest. Uw vraag is, zo wij veronderstellen, ontleend aan de tekst op pagina 14 waar de hogere kosten tijdelijke huisvesting en facilitair zijn toegelicht. Uit die toelichting blijkt dat de structurele component bestaat uit abonnements- en portokosten. De overige, waaronder beveiliging zijn dus incidenteel. De hogere kosten zijn een gevolg dat een deel van de incidentele kosten m.b.t. de afronding van Kielzog fase 2 niet kunnen worden geactiveerd en zodoende in de exploitatie moeten worden verantwoord. Vraag 7 Hogere lasten in huur personeel, wat wordt er ondernomen om deze kosten in de hand te houden? Zoals op de pagina’s 13 en 14 van de jaarrekening is toegelicht heeft de inhuur personeel grotendeels een direct verband met de bezetting aan personeelsformatie en de opgaven in de uitvoering van de raadsprogramma’s/projecten. De arbeidsmarktsituatie heeft mede geleid tot een verhoging van de inhuurtarieven. Om de kosten van inhuur te beperken worden allerlei initiatieven ondernomen om de gemeente tot een aantrekkelijke werkgever te maken. Daarmee willen we personeel in gemeentelijke dienst aantrekken en inhuur reduceren.
Daarnaast vindt bij inhuur een zorgvuldige afweging plaats van de kosten van inhuur in relatie tot de functieschaal waarvoor wordt ingehuurd. Ondanks dat er sprake was van hogere lasten voor de inhuur van personeel pasten deze wel binnen het totaal beschikbare personeelsbudget. De lasten voor personeel in gemeentelijke dienst waren namelijk lager dan begroot. Deze ruimte is ingezet om de hogere inhuurlasten op te vangen.
26
6. Technische vragen ChristenUnie 6.1
Jaarrekening 2021
Vraag 1 “We constateren dat we niet overal en altijd hebben kunnen doen wat we wilden. Er resteren dan ook nog een aantal opgaven die we in 2022 willen uitvoeren.” Kunnen we dit naast de activiteiten in 2022 doen, en zijn we dan weer bij, of verwachten we dat werkzaamheden in 2022 hierdoor ook weer moeten doorschuiven? Zo ja, welke? De overgehevelde middelen blijven, conform onze verordening, twee jaar beschikbaar. Het is de verwachting dat de werkzaamheden die resteren in die periode worden afgerond. Vraag 2 P. 12 “BBZ” Waar staat deze afkorting voor? Bbz staat voor Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Als zelfstandig ondernemers (tijdelijk) weinig inkomen hebben, kunnen zij in bepaalde gevallen een Bbz-uitkering aanvragen. Vraag 3 P. 20 “We hebben de verbouwing van de werf in Zuidbroek voorbereid” Hoe verhoudt zich dit tot eventuele toekomstplannen met de gemeentewerven in MiddenGroningen? Is daar een stand van zaken in te geven? We zijn gestart met de eerste verkenningen naar de toekomst van de gemeentewerven. Deze verkenning is mede ingegeven door de ontwikkeling van Hoogezand-Noord. Op het moment dat meer duidelijkheid bestaat over de uitkomst van deze verkenning zullen wij uw raad daarover informeren. Vraag 4 P. 85, vastgoed “Tot slot is er € 100.000 meer uitgegeven aan onderhoudskosten dan begroot. Dit is voornamelijk op installaties.
We kunnen niet precies aangeven waar dit aan ligt. Op bijna alle gebouwen is een relatief kleine overschrijding die optellen tot een hoog bedrag.” Is dit structureel of incidenteel? De verhoging op installatiegebied heeft te maken met de voortdurende oplopende prijzen van materialen en installatieonderdelen in het afgelopen jaar. Dat is nog steeds gaande en lijkt een enigszins structureel effect te hebben. Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van afgelopen prijsstijgingen. Vraag 5 P. 94 “Voor station Hoogezand-Sappemeer, ook een Hub, zijn plannen in ontwikkeling vanwege de sluiting van station Sappemeer-Oost. Er ligt een uitvoeringsplan om in 2022 extra 94 fietsparkeerplekken aan te leggen. In 2020 is hiervoor ruimte gemaakt door de P+R op te schuiven. Toen is ook het aantal parkeerplaatsen uitgebreid. We zijn nog bezig met de planvorming voor de verbetering van de uitstraling van het station en het stationsgebouw.” Zijn er ook ontwikkelingen te melden om de ontsluiting van Sappemeer naar aanleiding van de sluiting van Sappemeer-Oost en in overeenstemming met afspraken met de provincie met (regulier) openbaar vervoer te verbeteren? De sluiting van het station Sappemeer-Oost was zeer tegen de zin van het College, onder meer vanwege de beperkte alternatieven.
De ontsluiting van Sappemeer wordt nu verbeterd door het verbeteren van vervoersalternatieven bij het naastgelegen station Hoogezand-Sappemeer. Zo is de capaciteit van de P+R vergroot, wordt de capaciteit van de fietsenstalling uitgebreid en is het de bedoeling om het aantal deel- of ov-fietsen uit te breiden. Een pilot met een onbemande shuttle
27
bleek niet mogelijk omdat de techniek nog niet rijp genoeg is. Het reactiveren van buslijn 174 tussen Hoogezand en Zuidbroek bleek alleen een optie als we als gemeente de helft van de exploitatiekosten op ons namen (begroot EUR 150.000- EUR 200.000 per jaar). Dat vonden we geen realistisch scenario. Wij hebben u hierover geïnformeerd met 3 raadsbrieven met datum: 3/11/2020, 15/4/2021 en 28/4/2022. Vraag 6 P. 94 “Wij bieden een duurzaamheidslening aan.” Aan welke voorwaarden moet een particuliere woningeigenaar voldoen om in aanmerking te komen voor een duurzaamheidslening? Op de pagina van ‘het Energieloket’ (htpps://regionaalenergieloket/midden-groningen) is informatie te vinden over de Stimuleringsregeling; dit is de officiële benaming van de duurzaamheidslening. Onder het tabblad ‘subsidies’ staat een lijst met alle beschikbare subsidies. De Stimuleringsregeling, die specifiek voor Midden-Groningen is, staat bovenaan. Hier is te vinden aan welke voorwaarden een woningeigenaar moet voldoen om voor de lening in aanmerking te komen. Vraag 7 P. 96 “de inventarisatie van het huidige wagenpark is beschikbaar” Graag krijgen wij daar inzage in. Wij houden een uitgebreid overzicht bij van ons wagenpark. Het spreadsheet geeft onder andere inzicht in het model, het type brandstof, de kilometers, en het verbruik.
In het totaal beschikken we over 119 (bestel)auto’s, vrachtauto’s, heftrucks en tractoren. Het is echter lastig deze gegevens uit onze database (Repond) te delen. Wij voeren momenteel een (inventarisatie)studie uit naar de verduurzaming van ons wagenpark. Op niet al te lange termijn komen hieruit resultaten beschikbaar. De studie levert onder andere een aantal tabellen en grafieken op met daarin geaggregeerde gegevens. Deze zullen wij te zijner tijd met u delen. Vraag 8 P. 134 “Binnen het team is in 2021 geïnvesteerd in “verjonging”.” Hoe pakt dat uit, hoe verhoudt zich dat tot p. 14 onder a (de situatie op de arbeidsmarkt), lukt het ook om deze groep daadwerkelijk vast te houden? Tot nu toe lukt het aardig om nieuwe jonge medewerkers te binden aan onze organisatie. We steken daar veel energie in door nieuwe medewerkers te koppelen aan een mentor en zo goed te begeleiden. Vraag 9 P. 138 egalisatievoorzieningen rioolheffing en afvalstoffenheffing De storting egalisatievoorziening rioolheffing is bijna verdubbeld. De huidige stand van zaken van de voorzieningen is te lezen op p. 199. Zijn deze egalisatievoorzieningen puur bedoeld om de tekorten i.v.m. kostendekkendheid te dekken of is de voorziening ook voor andere doeleinden bedoeld, zo ja welke? Het doel van de voorzieningen is beschreven op pagina 213 van de Jaarrekening 2021.
Voor de afvalstoffen is dat inderdaad om schommelingen in de tarieven op te vangen. Voor de rioolrechten is dat eveneens het geval, maar daarnaast worden de lasten van groot onderhoud en vervanging ook uit de voorziening betaald.
28
Vraag 10 P. 138 “Ten eerste zijn de inkomsten uit fractievergoedingen papier hoger dan begroot.” Bij ‘fractievergoedingen’ hebben raadsleden al snel een (ander) definitiebegrip. Kunt u het begrip zoals hier bedoeld definiëren? Het door de gemeente ingezamelde restafval bestaat uit diverse afvalfracties. Voor een aantal van deze afvalfracties (o.a. hout, glas, papier en kunststof) ontvangen we een vergoeding. Deze vergoeding wordt fractievergoeding genoemd. Vraag 11 P. 140 Kwijtschelding afvalstoffenheffing Kunt u een analyse geven van het verschil tussen de begrote kwijtschelding en de realisatie kwijtschelding afvalstoffenheffing? Bij het opstellen van de begroting houden we geen rekening met eventuele kwijtschelding van oudere openstaande posten, hetgeen volgens ons beleid tot drie jaar terug kan. In de realisatie bij de jaarrekening komen oudere kwijtscheldingen wel terug.
6.2
Voorjaarsnota 2022
Vraag 12 “Wmo laat in 2022 een verwacht voordeel zien van bijna € 900.000 ten opzichte van de begroting. De doorrekening van de meerjarige effecten betrekken we bij de doorrekening voor Jeugd. Hier verwachten we enig structureel voordeel en kan de extra begrotingsdruk vanuit Jeugd enigszins opvangen.” Wordt met het ‘Hier verwachten we enig stuctureel voordeel’ een voordeel op Wmo of een voordeel op Jeugd bedoeld? ‘Hier’ kan namelijk op beide wijzen. Hier verwijst naar Wmo. We verwachten enig structureel voordeel op de Wmo. Vraag 13 P. 10: Hier wordt een overzicht gepresenteerd met flinke fluctuaties in de begrote bijdragen voor ODG/VRG. Met name tussen 2024 en 2026. Deze fluctuaties hebben we niet direct uit de eerder aangeboden begrotingsstukken van deze partijen kunnen halen (p. 35 concept beleidsbegroting 2023 VRG en p. 5 ontwerpbegroting 2023 ODG) of gemist. Waar worden deze fluctuaties door veroorzaakt? Kan dit worden gespecificeerd? Onderbouwing meerjarige effecten verbonden partijen VRG en ODG: Deelnemersbijdrage VRG Meerjarenbegroting Gemeente MG Concept Beleidsbegroting 2023 VRG Meerjarig effect begroting MG
2023 € 4.280.185 € 4.376.662 € 96.477
2024 € 4.245.639 € 4.350.542 € 104.903
2025 € 4.071.370 € 4.185.431 € 114.061
2026 € 4.071.370 € 4.263.280 € 191.910
Deelnemersbijdrage ODG Meerjarenbegroting Gemeente MG Concept Beleidsbegroting 2023 ODG Meerjarig effect begroting MG
2023 € 3.486.000 € 3.765.000 € 279.000
2024 € 3.512.000 € 3.816.000 € 304.000
2025 € 3.537.000 € 3.744.000 € 207.000
2026 € 3.537.000 € 3.847.000 € 310.000
Effect bijdrage nieuw zaaksysteem
2023 € 34.776
2024 € 34.776
2025 € 34.776
2026 € 34.776
Totaal meerjarig effect begroting MG
2023 € 410.253
2024 € 443.679
2025 € 355.837
2026 € 536.686
29
In de bijlagen van de concept beleidsbegroting 2023 VRG is op pagina 57 de deelnemersbijdrage van 2023 t/m 2026 te zien. Van de ODG is de deelnemersbijdrage van 2023 t/m 2026 op pagina 25 (Concept Ontwerpbegroting 2023) te zien. Bij de VRG worden de fluctuaties onder andere veroorzaakt door: • Autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting 2023: o Huisvesting / nieuwbouw kazernes o Informatieveiligheid o Indexering • Niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting 2023: o Huisvesting stedelijk gebied Bij de ODG worden de fluctuaties onder andere veroorzaakt door: • Zachte landing herverdeeleffecten door het invoeren van een nieuw financieringsmodel ODG. • Minder complexe milieutaken (BOR) • Omgevingswet en aanpak arbeidsmarkt • Jaarlijkse indexatie voor loon- en prijsstijgingen.
30
7. Technische vragen VVD 7.1
Jaarrekening 2021
Hierbij ontvangt u de schriftelijke vragen die onze fractie had naar aanleiding van de jaarrekening. Veel informatie was wel vindbaar in de jaarrekening maar het was af en toe een zoekplaatje. Is het mogelijk dat financiële informatie of cijfers die de tekstonderdelen verhelderen via een link te koppelen aan elkaar? Daarnaast zou het ook fijn zijn als bijvoorbeeld door middel van een ‘stoplicht’ systeem direct helder wordt of doelstellingen zijn gehaald en hoe cijfers geïnterpreteerd. Huisvesting Vraag 1 Blz. 20, We missen het stukje vastgoedmanagement, waar is de leegstand, wat is het toekomstbeeld. Wat zijn de risico’s daarvan? Wat is de locatie van het leegstaande vastgoed? Op dit moment worden de gegevens voor het meten van de leegstand verwerkt in het vastgoedbeheersysteem. Het vastgoedbeheersysteem maakt vervolgens inzichtelijk welke vastgoedobjecten kampen met leegstand en waar deze zich bevinden. Wanneer de kengetallen verwerkt zijn kan daarover specifiek worden gerapporteerd in de P&C cyclus. Op basis van het huidige beschikbare inzicht in de vastgoedportefeuille is er geen structurele leegstand aanwezig. Wel is er binnen de vastgoedportefeuille sprake van tijdelijke leegstand. Dit is in de periode van bijvoorbeeld het buitengebruik raken van een schoolgebouw tot de aanvang van de herontwikkeling van het terrein.
Om in die periode de risico’s op bijvoorbeeld verloedering, vandalisme of brandstichting te verminderen worden deze locaties ondergebracht bij onze leegstandbeheerder. Vraag 2 Blz. 20 Onderhoud aan gebouwen, materiaal wordt duurder, risico’s daarvan, hoe staat het er voor met de personele bezetting van de afdeling huisvesting? De prijzen van de materialen zijn de afgelopen maanden inderdaad fors gestegen en stijgen nog steeds. Daarnaast is het ook steeds moeilijker om aan materialen te komen. In de Voorjaarsnota hebben we over de inflatie een aantal zaken, ook in financiële zin, benoemd. De personele bezetting van het team is op dit moment voldoende om de werkzaamheden uit te (laten) voeren. Cultuur Vraag 3 Blz. 21, er is opdracht verstrekt aan externe specialisten die een renovatie/restauratieplan heeft opgesteld dat vanaf 2022 wordt uitgevoerd: Vraag: Is dit voor de beeldende kunstwerken? Ja, dit is voor de beeldende kunstwerken in de openbare ruimte. Vraag 4 Blz.
21, We hebben met een speciale werkgroep en extra subsidie de Historische Scheepswerf geholpen om het museum voor de toekomst te versterken; Vraag: Wie zijn lid van deze speciale werkgroep en om welk bedrag aan extra subsidie gaat het? Is dit een eenmalige extra subsidie? Of is de verwachting dat dit niet voldoende is op de exploitatie van de Historische Scheepswerf rond te krijgen? In de werkgroep zat een vertegenwoordiging van het Groninger Monumentenfonds, de Fraeylemaborg, het Veenkoloniaal museum, Erfgoedpartners, het Noordelijk Scheepvaartmuseum, de gemeente Midden-Groningen en de Historische Scheepswerf. De werkgroep is inmiddels
31
opgeheven. Het werfbestuur is namelijk voortvarend aan de slag gegaan met de uitvoering van het verbeterplan, met positieve resultaten tot gevolg. Voor de uitvoering van de 1e fase van het verbeterplan voor de Historische Scheepswerf is een subsidie van € 15.500 verleend. Er ligt momenteel nog een subsidieaanvraag voor een laatste eenmalige impuls van € 15.000 om de herstart van de Werf af te maken (2e fase van het verbeterplan). Verder ontvangt de Werf een jaarlijkse structurele subsidie van € 5.000. Deze subsidie is opgenomen in het cultuurbeleid. Ondanks de eenmalige en structurele subsidies blijft het een opgave om de exploitatie van de Historische Scheepswerf rond te krijgen.
Erfgoed en monumentenzorg Vraag 5 Blz. 23, We bieden kansen voor herbestemmen, verduurzamen en door ontwikkelen van monumenten. De gemeenteraad heeft vanuit het lokale NPG-programma een projectplan 'Toekomstbestendig Cultureel Erfgoed' vastgesteld, een regeling subsidieverlening voor het herbestemmen van erfgoed. We zijn in 2021 bezig geweest met de voorbereiding en uitwerking hiervan. Vraag: Hoeveel monumenten komen in aanmerking voor herbestemming? Hoeveel eigenaren verwacht u dat gebruik gaat maken van deze kansen? (dus ook verduurzaming en doorontwikkeling) De subsidieregeling is voor rijks- en gemeentelijke monumenten en kan worden ingezet voor gebouwen en voor groene monumenten zoals een tuin. Met deze subsidieregeling vanuit het NPG moedigen we eigenaren van monumenten aan om hun monument open te stellen (dus niet voor herbestemming). Zo kan iedereen genieten van de geschiedenis en de cultuurhistorische waarde ervan. Dit maakt de gemeente aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers en er zullen meer maatschappelijke activiteiten ontstaan. We hebben in december 2021 een enquête opgesteld en uitgezet bij alle mogelijke externe erfgoedpartners. Door het beantwoorden van vragen kreeg ieder de kans zijn inbreng te geven over wat men belangrijk vindt voor deze regeling.
De vragen hadden bijvoorbeeld betrekking op de hoogte van de subsidie en de mate van openstelling van monumenten. De respons was 56% op deze enquête. Midden-Groningen had op 1 januari 2021 in totaal 180 gemeentelijke monumenten en 184 rijksmonumenten. Er komen daarmee 364 monumenten in aanmerking voor de regeling. Een inschatting van hoeveel eigenaren gebruik gaan maken van de regeling is nu nog niet te geven. De regeling is nog nieuw. Wel verwachten we dat de meeste deelnemers aan de landelijke Open Monumenten Dagen een bijdrage vragen, dit zijn ongeveer 40 eigenaren. Naast de subsidie voor de Open Monumenten Dagen kan er een subsidie voor verduurzaming en doorontwikkeling worden aangevraagd. Vraag 6 Blz. 23, De jaarlijkse Open Monumentendag is helaas door corona niet doorgegaan in 2021, er is wel digitale informatie op de website gezet Vraag: Wordt er dit jaar extra aandacht besteedt aan de open monumentendag? De Open Monumentendag zal in 2022 weer als vanouds plaatsvinden. De organisatie is in handen van het comité Open Monumentendag.
32
Sport en bewegen Vraag 7 Blz. 24, Er is een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld voor de buurt sportcoaches. Word deze aanpak ook geëvalueerd en waar nodig aangepast? De gebiedsgerichte aanpak voor de buurtsportcoaches zal in 2022 worden geëvalueerd. De huidige buurtsportcoachregeling (Brede Regeling Combinatiefuncties) van het Rijk loopt in de huidige vorm door tot en met 2022. De verwachting is dat hier een nieuwe, vergelijkbare regeling voor in de plaats komt. Als onderdeel van het sport- en beweegbeleid zullen we de uitkomsten van de evaluatie ter voorbereiding op de nieuwe regeling gebruiken. Vraag 8 Blz. 25, Er is een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld voor de buurt sportcoaches. Word deze aanpak ook geëvalueerd en waar nodig aangepast? Zie antwoord bij vraag 7 hierboven. Vraag 9 Blz. 25, Is er op dit moment een beeld van hoeveel sportverenigingen met financiële problemen kampen? Wij hebben op dit moment geen zicht op hoeveel sportverenigingen met financiële problemen kampen. Fysieke leefbaarheid Vraag 10 Blz. 29, Hoe effectief zijn de afvalcoaches? Wat is er aan uitgegeven? De afvalcoaches gaan in gesprek met inwoners en inwonersgroepen, met als doel verandering in de omgang met afval teweeg te brengen. Om dit te bereiken ligt de focus op persoonlijke relaties met inwoners en continue aandacht voor bewustwording over hoe om te gaan met afval. •
•
•
Er is een pilot uitgevoerd in Gorecht-Oost. Na enkele interventies, zijn dit de scores aan de hand van een voormeting en nameting: o Gemiddeld aantal bijplaatsingen textiel per dag gedaald met 57,3% o Gemiddeld aantal bijplaatsingen grof vuil per dag gedaald met 35% o Totaal aantal bijplaatsingen is gedaald met 27,8% Participatieprojecten begeleiden, om inwoners uit te dagen om zelf initiatieven tonen. Het idee van de PMD-haak(kroonringen) is daardoor ontstaan. Er zijn inmiddels meer dan 700 aanmeldingen voor heel Midden-Groningen. Zwerfafval project; supporter van Nederland Schoon. Momenteel zijn er ruim 317 vrijwilligers die ons hierbij meehelpen tegen 100 in 2020.
Uitgaven zijn conform de vastgestelde begroting. Vraag 11 Blz. 29, Is er rekenschap gehouden met de Coronapandemie en afval? Men was met het hele gezin thuis. Dus men heeft thuis meer afval gegenereerd. Er is geen rekening gehouden met de corona-pandemie. Dat was ook niet nodig, immers voor inzameling geldt dat de vaste routes worden gereden en dat afhankelijk van het aanbod er meer of minder containers worden aangeboden en dat het gewicht per container afhankelijk van de hoeveelheid afval varieert. Wel is waargenomen dat het gemiddelde gewicht van een container zwaarder was en dat het aantal aangeboden containers per ronde is toegenomen.
33
Vraag 12 Blz. 29, Daarnaast zou het kunnen zijn dat inwoners niet naar de A.A.P. zijn gaan. In 2021 tijdens de Coronapandemie waren de wachttijden dermate lang, een veel gehoorde klacht, dat men misschien er voor heeft gekozen om zaken weg te gooien (verspreid) in de containers. In coronatijd was het aantal bezoekers A.A.P groter dan voorheen en de hoeveelheid aangeboden afval was ook meer. Het lijkt erop dat mensen de langere wachttijden voor lief hebben genomen. Overigens is het zo dat het afval dat naar het A.A.P wordt gebracht veelal specifieke (gescheiden inzameling) stromen zijn en het betreft veelal afval dat qua afmetingen niet in de minicontainer past. Daarnaast geldt dat indien men het bedoelde afval in de mini-container aanlevert dit leidt tot vaker aanbieden van de mini-container en dus meer kosten. Vraag 13 Blz. 29, Hoe kijkt de gemeente tegen deze maatregelen aan, zijn deze geëvalueerd. Zijn er aanpassingen nodig bij een (mogelijke) nieuwe lockdown in de toekomst? Zie beantwoording vraag 12 hierboven. Indicatoren Dorpen en Wijken Vraag 14 Blz. 31, Hernieuwbare elektriciteit. Vraag: Hoe kan het dat wij zo slecht scoren ten opzichte van de landelijke cijfers? Voor de verplichte beleidsindicatoren wordt specifiek gevraagd om het aandeel hernieuwbare elektriciteit. Deze informatie is beschikbaar op www.waarstaatjegemeente.nl.
De cijfers hebben betrekking op 2017 en 2018. De meest actueel gepubliceerde informatie bij het opstellen van de jaarrekening. In het overdrachtsdocument is informatie opgenomen over het percentage hernieuwbare energie en het aandeel van woningen met zonnepanelen. Dit is weliswaar een iets andere indicator, maar zegt wel iets over de ontwikkeling van de energietransitie in onze gemeente. We scoren met name goed op het vermogen zonne-energie per inwoner (cijfers 2020 per 1000 inwoners: Midden-Groningen 3039,8 kW, Provincie Groningen 1455,3 kW, Nederland: 613,3 kW). Vermogen zonne-energie (kW per 1.000 inwoners) Midden-Groningen Prov. Groningen Nederland
2017 341,1 349,9 170,4
2018 408,2 467,2 268,3
Duurzaamheid 2019 2271,4 841,9 418,1
2020 3039,8 1455,3 613,3
2021 -
Vraag 15 Blz. 34, Het containerinformatiesysteem was verlopen de overbruggingsperiode heeft geresulteerd in kosten toename van € 51.000. Waarom? Wat is hier gebeurd? Hoe gaan we die vertraging in de toekomst voorkomen? Medio 2021 liep de oude aanbesteding af. Door personeelsverloop was er sprake van onderbezetting in kwantiteit (medewerkers) en kwaliteit (kennis). De nieuwe aanbesteding is hierdoor te laat op gang gekomen met als gevolg dat we een periode met het verouderde systeem van de bestaande leverancier moesten overbruggen. Het verouderde systeem is apart voor Midden-Groningen langer in bedrijf gehouden wat tot extra kosten heeft geleid.
34
Gezondheid Vraag 16 Blz. 37, Wat is het totaalbedrag aan subsidies dat aangevraagd en hoeveel is er uitgekeerd? Vanuit gemeentelijke middelen gaat het om: • 5 subsidies (maximaal € 800 per stuk) uitgekeerd voor buitengeplaatste AEDs aan particuliere partijen. • VNN heeft een subsidie gekregen van € 7908,00 voor preventieve activiteiten. Vraag 17 Blz. 37/38, Hoeveel subsidie is er uit gekeerd via de GIDS regeling en voor wat soort activiteiten is er geld verstrekt? In 2021 zijn er 7 verschillende GIDS-subsidies verleend, o.a.: • Subsidie training weerbaarheid • Subsidie natuurlijk spelen • Inrichten speelplein Kindcentrum • GGD-bijeenkomst in ’t Spinnenweb • Schooltuin subsidie voor OBS de Meent In totaal gaat het om een subsidiebedrag van € 20.000 in 2021. Schuldhulpverlening Vraag 18 Blz. 75, Er wordt aangegeven dat er 14 jongeren met schulden zijn geweest die hulp ontvangen hebben van uit de gemeente. Via welke weg zijn deze jongeren bij de gemeente terecht gekomen met hun schulden? De meeste jongeren hebben zichzelf bij de Kredietbank gemeld. Ook zijn er jongeren via het sociaal team doorverwezen. Vraag 19 Blz. 77, Er is een meldpunt toeslagen opgericht waar ouders zich kunnen melden voor extra hulp. Er wordt aangegeven dat dit meldpunt tot 2023 open blijft.
Waar kunnen de ouders hierna terecht? Blijft er begeleiding beschikbaar van uit de gemeente? Ouders kunnen zich nog tot en met 2023 melden bij de belastingdienst als gedupeerde. In de 2e specifieke uitkering (SPUK 2) is vastgelegd dat de gelden tot en met 2025 kunnen worden besteed. Dit was in de 1e specifieke uitkering (SPUK 1) nog tot en met 2023. Het meldpunt zal tot 2025 beschikbaar blijven. Na deze tijd volgen wij de route die de VNG adviseert.
WMO Vraag 20 Blz. 49, 2.2.5 jeugd, Volgens mij gaven we € 34.000.000 aan jeugdzorg. 75% gaat naar 400 gezinnen ergo: € 63.000 per gezin. Dit moét toch anders kunnen? Helemaal als je doorleest en ziet dat dit vaak gepaard gaat met armoede. En wij gooien € 63.000 per jaar naar ze toe, zonder dat het helpt. Hoe kunnen wij dit budget beter besteden? Lees opleidingen, omscholen, stages bij gemeente, iets waardoor mensen sneller op eigen benen kunnen staan? Dit is geen technische vraag.
35
Vraag 21 Blz. 50 bewuste keuze nieuw leven, Hoe groot is het probleem in M-G? Hoe ‘scoren’ wij t.o.v. Het landelijke gemiddelde. Wat is het praktisch nut geweest van de inzet? Ik lees alleen er zijn 9 gesprekken gevoerd en 7 personen hebben gekozen voor anti conceptie. 9 gesprekken ten opzichte van welke kosten? Is dit programma nog levensvatbaar in de toekomst? De kosten van Nu Niet Zwanger (NNZ) waren €13.904 in 2021. Deze zijn gemaakt voor de gesprekken met 9 deelnemers door de inhoudelijk coördinator en voor trainingen en begeleiding van aandachtsfunctionarissen. Deze aandachtsfunctionarissen voeren zelf gesprekken rondom kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. De casuïstiek die wordt opgepakt door de inhoudelijk coördinator is opgeschaald door aandachtsfunctionarissen voor met name financiering van de anticonceptie en het regelen van het plaatsen van anticonceptie. Daarnaast vindt er opschaling plaats vanuit de medische sector, die zelf onvoldoende tijd heeft om deze gesprekken goed te voeren. Wegens corona en het uitvallen van de inhoudelijk coördinator, vallen de cijfers lager uit dan in de eerste twee jaren waarin we NNZ uitvoerden binnen onze gemeente. Destijds waren we koploper in de Veenkoloniën. In 2020 heeft Society Impact in opdracht van de VNG onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten en baten van NNZ.
Hieruit blijkt dat de baten kunnen variëren tussen de €6.820 en €52.070 per deelnemer, afhankelijk van de begeleiding die moet worden ingezet na de geboorte van het kind. Uitgaande van alleen de casuïstiek die is opgepakt door de inhoudelijk coördinator zijn de baten al hoger dan de kosten. Vraag 22 Blz. 58 onderwijs, Ik zie hier een sterke focus aan kinderen die uitvallen aan de onderkant, terecht, dat is een zorg. Echter mis ik een ander probleem, hoe gaan wij om in onze gemeente met meer- en hoogbegaafdheid. Helemaal in combinatie met een sociaaleconomisch zwakkere achtergrond en het doel voor gelijke kansen vind ik dit een te onderbelicht aspect in het passend onderwijs. Ik mis ook aansluiting op de toekomst. Hoe prikkelen wij jongeren voor het kiezen van technische beroepen? Dit is geen technische vraag. Vraag 23 Blz. 64 leerling prognoses, Er wordt telkens gesproken bij nieuwbouw over aantal 3,6 m2 per schoolkind. Dit is echter een minimum, toch neem de gemeente deze vaak over waarom? Helemaal bij nieuwbouw wordt geklaagd dat dit te weinig is. Het lijkt alsof er niet wordt geluisterd. Zodat er met noodlokalen gewerkt moet worden hoe kunnen we dat voorkomen? De norm voor regulier primair onderwijs bedraagt 5,03m2/leerling, te verhogen met een vaste voet van 200m2.
De criteria zijn opgenomen in de verordening onderwijshuisvesting; deze is op 23 december 2021 opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze verordening sluiten wij aan op de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). In het nu nog lopende scholenprogramma is de scholen de kans geboden om beperkt groter (5%) te bouwen dan de norm. Het blijven prognoses. De daadwerkelijke ontwikkelingen kunnen anders zijn, bijvoorbeeld door meer instroom van gezinnen met kinderen in onze gemeente. Dit zien we met de komst van een aantal nieuwbouwwijken waarin gezinnen van buiten onze gemeente zich gevestigd hebben.
36
Participatiewet Vraag 24 Blz. 65, We hebben ondernemers in onze gemeente voorzien van inkomensondersteuning in de vorm van de 'Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers' (311 toegekende aanvragen) en de 'Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten' (30 toegekende aanvragen). Deze regelingen liepen tot 1 oktober 2021. Vraag: Hoe gaat het nu met deze ondernemers? Is er ook nazorg? Vanaf 1 januari 2021 bieden we ondersteuning aan zelfstandigen (via het zelfstandigenloket) die problemen hebben om hun huidige bedrijf in de nieuwe tijd economisch rendabel te maken en die zich daarom moeten heroriënteren op aanvullende en/of andere activiteiten. De hulp kan gericht zijn op: • Versterken van de eigen onderneming. • Zoeken van een oplossing voor (financiële) problemen. • Kiezen voor een baan of bijbaan in loondienst. Alle ondernemers die een TOZO-uitkering hebben gehad, kregen een brief waarin zij zijn gewezen op de ondersteuningsmogelijkheden van de gemeente. We hebben aan 430 ondernemers ondersteuning geboden. Landelijk zien we ook dat veel minder ondernemers gebruik maken van de ondersteuning dan verwacht. We zien geen hoge toestroom in de bijstand van ondernemers die niet meer rond kunnen komen. We vermoeden daarbij wel dat ondernemers minder snel de stap maken voor hulp van de gemeente. Vraag 25 Blz.
66, We hebben praktijkgerichte scholing in de bouw en techniek aangeboden aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De scholing organiseerden we in de arbeidsmarktregio Groningen Werk In Zicht met het NPGproject 'Kansrijk Opleiden'. Vraag: Hoelang loopt dit project, is er ook de mogelijkheid om dit te verlengen? Wordt er ook gemeten hoeveel mensen uiteindelijk succesvol en langdurig werkzaam zijn in deze sector. Het project Kansrijk Opleiden loopt tot en met het jaar 2024 en wordt deels gefinancierd met NPGmiddelen. We verwachten dat het Rijk stelselwijzigingen door gaat voeren en extra middelen beschikbaar zal stellen zodat we de werkwijze kunnen voortzetten. We meten vanuit het project niet hoe lang mensen succesvol en langdurig in een sector aan de slag zijn. Wel houden we bij hoeveel scholingstrajecten er zijn en hoeveel mensen daaraan meegedaan hebben. Vraag 26 Blz. 66, Door het project 'Zelfstandigen in coronatijd' boden wij zelfstandig ondernemers ondersteuning bij de heroriëntatie over de toekomst van hun onderneming. Vraag: Hoeveel ondernemers hebben hier gebruik van gemaakt en zijn er ook (geanonimiseerde) voorbeelden? We hebben aan 430 ondernemers ondersteuning geboden. Hieronder geven we een tweetal voorbeelden: • Ondernemer meldt zich voor financiële ondersteuning.
Na een gesprek blijkt dat hij een onderwijsbevoegdheid heeft. Wij hebben een succesvolle match gemaakt tussen de ondernemer en een school. Dit heeft tot een aanstelling geleid. De ondernemer zorgt inmiddels weer geheel voor zichzelf en is erg content met zijn huidige werkplek. Hij is op eigen initiatief wel gestopt met de onderneming. • Een echtpaar met een onderneming meldt zich voor financiële steun. Ze hebben jarenlang een goedlopend bedrijf gehad. Omdat de toekomst onzeker voor ze is, zochten ze naast een tijdelijke financiële ondersteuning een structurele oplossing voor gebrek aan
37
inkomsten. We hebben samen een passende parttimebaan gevonden waardoor er weer voldoende inkomsten in het gezin zijn. De onderneming kan ook blijven bestaan. Minima en armoedebeleid Vraag 27 Blz. 69, We hebben besloten om af te zien van verdere deelname aan het rijksonderzoek naar een effectieve armoedeaanpak. De door dit rijksonderzoek gekozen interventies sloten namelijk niet aan bij onze lokale armoedeaanpak; Vraag: Wat is het grote verschil met de op rijksniveau gekozen interventies? Hoe succesvol is onze aanpak in vergelijking met de landelijke aanpak? De uitwerking van het onderzoek bleek tijdens deelname anders dan vooraf bekend was. Daarnaast sloot het onderzoek niet meer aan bij de actuele situatie in onze gemeente, waarbij we startten met een aantal NPG-projecten voor de aanpak van armoede en schulden. Halverwege moest de conclusie getrokken worden dat het landelijke onderzoek geen ruimte bood voor passende aansluiting op onze nieuwe lokale praktijk. Voor zowel het landelijke onderzoek als onze lokale projecten (ook met onderzoek) zijn nog geen onderzoeksresultaten opgeleverd. Een vergelijking kan daarom nu nog niet gemaakt worden. Vraag 28 Blz. 70, Aantal mensen door maatschappelijke organisaties ondersteund. Vraag: Het valt op dat bij Kledingbank Maxima in Veendam er sprake is van een stijgende lijn terwijl deze in Midden-Groningen daalt.
Is bekend wat hier de oorzaak van is? Hier is geen eenduidige oorzaak voor te geven. Mogelijk heeft de Kledingbank Maxima meer last gehad van de lockdowns in 2020 en 2021. Kledingbank Maxima is in Midden-Groningen gehuisvest in het BWRI-gebouw in Sappemeer. Het BWRI-gebouw was ook vaker gesloten. Mogelijk is de natuurlijke loop van inwoners van BWRI naar de Kledingbank minder geweest en vice versa. Daarnaast zien we ook een sterke daling bij Stichting Leergeld irt 2018. Is bekend wat hier de oorzaak van is? Stichting Leergeld verstrekt vergoedingen voor kinderen voor individuele sporten, muziekles en schoolkosten waaronder schoolreisjes. Vanaf 2019 kwam de webwinkel van het Meedoenfonds. In de webwinkel kunnen kinderen hun tegoed inzetten voor deze kosten. Hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van de mogelijkheden van Stichting Leergeld.
Participatie en integratie nieuwkomers Vraag 29 Blz. 73, Indicatoren participatie nieuwkomers. Vraag: Hoe moeten we deze cijfers zien, zijn dit alle nieuwkomers? Het aantal nieuwkomers in Midden-Groningen bestaat uit het aantal vluchtelingen dat we volgens de taakstelling van het Rijk huisvesten in onze gemeente en het aantal mensen dat vanuit het buitenland (vrijwillig) bij familie gaat wonen. We hadden in het jaar 2021 96 nieuwkomers (84 vluchtelingen en 12 gezinsmigranten). Het cijfer 175 in de jaarrekening gaat om het aantal vluchtelingen dat vanaf het jaar 2014 in onze gemeente is komen wonen en een bijstandsuitkering ontvangt. Wij ondersteunen hen richting werk, scholing of een andere activiteit waar nieuwkomers hun talenten kunnen inzetten. Het cijfer 84 ‘aantal gehuisveste statushouders’ zijn alle vluchtelingen die vanuit een asielzoekerscentrum in onze gemeente zijn komen wonen.
38
Vraag 30 Blz. 73, Aantal inwoners dat heeft deelgenomen aan volwasseneneducatie. Vraag: We zien een flinke daling hoe staat dit cijfer in verhouding tot het aantal inwoners dat hiervoor in aanmerking komt? We hebben geen exact beeld van het aantal inwoners dat laaggeletterd is in onze gemeente. We schatten dat ongeveer 1 op de 9 personen laaggeletterd is in de provincie Groningen. De doelgroep is dus veel groter dan het aantal mensen dat hier gebruik van maakt. We zetten de volwasseneneducatie vooral in voor mensen met een bijstandsuitkering om hun kansen op werk te vergroten. Er kunnen als er voldoende plek is ook inwoners zonder uitkering aan deelnemen. De daling wordt met name veroorzaakt door de lockdowns in 2021. De werkcoaches hebben minder mensen aangemeld voor de volwasseneneducatie omdat door de lockdowns vaak alleen digitaal lesgegeven kon worden. Juist voor de potentiële deelnemers is dat niet ideaal. Ook het aantal zelfmelders voor volwasseneneducatie was lager door de lockdowns. Economie Vraag 31 Blz. 89, Teneinde een in de oog springende dissonant in het gebied op te lossen is veel inzet gepleegd op de verwerving van het zgn. Hoekpand aan de Kerkstraat/Meint Veningastraat. Uiteindelijk is medio 2021 geconcludeerd dat minnelijke verwerving onmogelijk bleek.
Vraag: Dit is alweer een jaar geleden, welke volgende stappen zijn genomen om dit probleem voor eens en altijd op te lossen? Zie beantwoording vraag 30 op pagina 13. Vraag 32 Blz. 91, We zijn lid van de Agenda voor de Veenkoloniën om mee te doen aan de regiodeal Natuur inclusieve landbouw (NIL). In onze regio is een subsidieregeling voor boerenexperimenten gestart. De subsidieregeling gaat door in 2022. Vraag: Wat gebeurt er na 2022 is daar al over nagedacht? De Regiodeal Natuur inclusieve Landbouw loopt in ieder geval door t/m 2024. Wat er daarna met, of vanuit deze Regiodeal gaat gebeuren is nog niet duidelijk. Voor wat betreft verlenging van de subsidieregeling boerenexperimenten t/m 2024 is de stuurgroep van de Regiodeal Natuur inclusieve Landbouw aan zet. Daar zal dit jaar besluitvorming over plaatsvinden. Vraag 33 Blz. 91, Voor een aantal actiepunten uit de uitvoeringsagenda van de detailhandelsvisie is subsidie ontvangen van de provincie Groningen. In 2021 is het winkelgebied Martenshoek opnieuw ingericht, dit is bijna afgerond. Met de veegactie bestemmingsplannen wordt in 2022 gestart.
Dit houdt onder meer in dat onderzocht wordt hoeveel panden de bestemming detailhandel hebben, maar die niet op die manier gebruikt worden Vraag: Wat gebeurt er met deze panden? Krijgen zij qua bestemming meer mogelijkheden om bijvoorbeeld naar een realistische bestemming te transformeren? Denk bijvoorbeeld aan wonen? Zodat eventuele verpaupering voorkomen wordt. Dit is geen technische vraag.
39
Vraag 34 Blz. 91, Het onderzoek loopt naar de vaardiepte Zuidlaardermeer en de mate waarin je met boten op het Zuidlaardermeer kunt varen. We verwachten het eindresultaat in 2022. Vraag: Wat betekenen komende beperkingen zoals bijvoorbeeld het toevoegen van roerdomppaartjes voor de vaarrecreatie en economische mogelijkheden op en rond het Zuidlaardermeer? Het betreffende onderzoek gaat over de bevaarbaarheid en vaardiepte van het Zuidlaardermeer. Deze vraag heeft waarschijnlijk betrekking op het Toegangsbeperkingsbesluit Zuidlaardermeer. Daarin worden geen extra beperkingen opgelegd. Vraag 35 Blz. 94, De Provincie Groningen, de gemeente Veendam en onze gemeente zijn van plan om het fietspad tussen Muntendam en Veendam te verbeteren. De door de gemeente aangevraagde subsidie is door de Provincie toegekend. Er is nog geen helderheid over de financiële bijdrage van partijen om dit project uit te voeren. Vraag: Welke partijen worden hier bedoeld en hoe groot is de benodigde financiële bijdrage? Tussen Muntendam en Veendam liggen diverse fietsverbindingen. De route via de Bovenweg Muntendam is door de provincie in de Fietsstrategie aangewezen als regionale hoofdfietsroute. Het plan van de provincie is om deze route op te waarderen tot een volwaardige hoofdfietsroute met als doel het fietsgebruik tussen beide kernen te stimuleren. De exacte maatregelen worden nog nader uitgewerkt.
Op dit moment wordt gedacht aan het verbreden van het fietspad Bovenweg en het realiseren van een fietsstraat daar waar zowel fietsers als het overig verkeer gebruik maken van de rijbaan. Betrokken partijen zijn Provincie Groningen en de gemeenten Veendam en MiddenGroningen. Vraag 36 Blz. 94, Wij hebben het energieloket vernieuwd; hierdoor hebben burgers van MiddenGroningen goed toegang tot informatie over energiezuinig en duurzaam wonen. Vraag: Hoeveel inwoners hebben hier gebruik van gemaakt? In de periode november 2021 tot en met april 2022 hebben ruim 4.000 bezoekers het energieloket bezocht. Vraag 37 Blz. 95, Wij zijn een project Zon-op-Dak gestart. Doel van het project is om uit te zoeken hoe wij als gemeente Zon-op-Dak kunnen stimuleren en realiseren. Zon-op-Dak heeft de voorkeur boven andere manieren van zonne-energie opwekken. We werken samen met onze partners binnen de Regionale Energie Strategie. Vraag: Is er ook een lobby richting Den Haag om de SDE-subsidieregeling significant aan te passen zodat ook zon op dak een sluitende businesscase kan realiseren. Dit is geen technische vraag. Vraag 38 Blz. 96, Er is een werkgroep Fairtrade gevormd. Deze bouwt samen met de gemeente aan de Fairtrade status. Vraag: Wat is het beoogde effect van deze status en in hoeverre profiteren onze inwoners en ondernemers hiervan. Fairtrade is zowel een merk als een wereldwijde beweging.
Fairtrade staat voor een eerlijke handel. Om de status Fairtrade gemeente te krijgen moet aan een diverse voorwaarden worden voldoen. Zowel door de gemeentelijke organisatie als door bedrijven en instellingen in onze gemeente. In essentie komt het erop neer dat producten worden ingekocht met een Fairtrade
40
keurmerk. Als Midden-Groningen Fairtrade gemeente wordt zal zij dit op diverse wijzen kenbaar maken. Vrij gangbaar is op borden langs de weg de tekst 'Fairtrade gemeente' te plaatsen. Ook kunnen deelnemende ondernemers en organisaties dit uiteraard zelf etaleren en communiceren. Daarnaast krijgen zij een vermelding op de website van Fairtrade. Ondernemers en organisaties die deelnemen in onze gemeente krijgen daarmee op diverse wijzen publiciteit.
Programma Gevolgen gas- en zoutwinning en NPG-projecten Vraag 39 Blz. 105, In 2021 werden ook de eerste resultaten van de aanpak in Steendam en Tjuchem (Dorp in eigen Hand) zichtbaar. De eerste versterkingsprojecten zijn hier van start gegaan. Datzelfde geldt ook voor de dorpen Lageland en Luddeweer. Voor delen van Slochteren en Schildwolde is de voorbereiding van de uitvoering van start gegaan. Met name op plekken waar de versterking gebiedsgericht plaatsvindt (veel versterkingsprojecten naast elkaar) is de inzet van de gemeente groot (samenhang projecten, afstemming uitvoering en procedures, borging bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tijdens de uitvoering). Vraag: Ik mis Hellum in deze opsomming of is dit dorp hier geen onderdeel van? De genoemde dorpen zijn de dorpen waar op dit moment de uitvoering bij veel adressen van start gaat of is gegaan. Dat is niet een uitputtend overzicht, maar wel de dorpen waar het nu nadrukkelijk gaat spelen. In andere dorpen zoals Hellum, maar ook Siddeburen, Noordbroek, et cetera speelt de versterking ook. De uitvoering is daar echter minder ver dan in de genoemde dorpen in de opsomming. Overigens kan het wel zijn dat er in deze dorpen al individuele versterkingsprojecten plaatsvinden. Vraag 40 Blz. 109, In 2020 is het lokaal programmaplan voor Midden-Groningen geschreven.
Dit plan vraagt om continue toetsing en bijstelling als gevolg van ontwikkelingen in de maatschappij en de regio, maar ook bijvoorbeeld het verzilveren van kansen voor cofinanciering. Mede gezien het feit dat het gegarandeerde NPG-trekkingsrecht onvoldoende is om alle projecten uit het lokaal programmaplan te realiseren, is eind 2021 gestart met het in beeld brengen van alle ontwikkelingen binnen de (beoogde) projecten. Dit leidt tot een integrale afweging in 2022 voor inzet van het resterende deel van de gegarandeerd beschikbare financiële middelen. Vraag: Welk bedrag vanuit het NPG is gereserveerd voor cofinanciering om bijvoorbeeld landelijke en Europese subsidies te kunnen verwerven? Er is geen bedrag specifiek geoormerkt voor cofinanciering. Bij de start van het programma is ervoor gekozen de opgaven in de gemeente leidend te laten zijn (dus: eerst de opgaven, dan het geld en niet andersom). Dat geldt ook hiervoor: We werken aan een opgave en binnen de opgave zoeken we naar cofinanciering. Zo hebben we bijvoorbeeld binnen het project Tijd voor Toekomst extra middelen binnengehaald vanuit de Regiodeal en vanuit de regeling Koplopers Rijke Schooldag van het Ministerie OCW (gelijke kansen alliantie). Ook staan middelen gereserveerd voor de (nog aan te vragen) projecten rondom Bedrijven & Leefbaarheid, dat o.a.
aangewend kan worden als procesgeld om cofinanciering binnen te halen.
41
Vraag 41 Blz. 109, Op niveau van het totale programma is met name het verband tussen de inspanningen binnen de projecten en de bijdrage aan de doelstellingen een aandachtspunt. Dit wordt verder uitgewerkt en kan leiden tot bijsturen van de inspanningen. Hierover wordt na uitwerking uitgebreider gerapporteerd. Verder is een blijvend aandachtspunt en risico het feit dat het gegarandeerd beschikbare bedrag vanuit het NPG-bestuur niet voldoende is om het hele programmaplan te realiseren. Vraag: Waarom is er niet voor gekozen om binnen het beschikbare NPG-budget te blijven? Dit is geen technische vraag. Vraag 42 Blz. 110, Beleving en verhaal Overschild. Vraag: Ons realiserend dat er in Overschild een onvergelijkbare opgave ligt, vragen wij ons toch af deze inzet ook voor andere inwoners die geconfronteerd worden met een vergelijkbare impact ook in aanmerking komen voor deze aanpak er is nu een groot verschil. Terwijl het voor iedere inwoner eenzelfde effect heeft. Dit is geen technische vraag. Vraag 43 Blz. 117, Vraag over het geheel van projecten. Ons valt op dat veel projecten uiteindelijk hetzelfde doel hebben. Is het niet mogelijk om deze te bundelen zodat de uitwerking en meetbaarheid robuuster wordt. Er is nu (volgens ons) een versnippering. Het klopt dat verschillende projecten bijdragen aan dezelfde doelen.
Alle inspanningen dragen bij aan het uiteindelijke hoofddoel: Groningen als toekomstbestendig en leefbaar gebied, met behoud van de eigen identiteit, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Het Nationaal Programma heeft daarbinnen ambities op 4 grote thema’s: • Economie • Natuur & Klimaat • Leefbaarheid • Werken & Leren Op ieder thema worden meerdere projecten uitgevoerd, soms in een ander gebied of met een andere doelgroep. Dat maakt dat niet alle projecten zonder meer samen te voegen zijn. Grondexploitaties Vraag 44 Blz. 167, Hoe komt dat het herstellen van sloten en het riool bijna € 278.000 heeft gekost. Had dit gemeld moeten worden? Ongeveer 10 jaar geleden is het plan bouwrijp gemaakt. Door het ineenstorten van de woningmarkt is de doorlooptijd van het project veel langer geweest dan oorspronkelijk gepland. Er zijn klachten van bewoners gekomen over het niet goed functioneren van het riool en de waterafvoer. Het bedrag van € 278.000 betreft de aanneemsom voor het woonrijp maken van het Julianapark. Het is gebruikelijk dat dit pas gebeurd wanneer (vrijwel) alle woningen gebouwd zijn. Dit is niet alleen het herstellen van sloten en het riool maar ook alle andere kosten die hierbij horen zoals het grondwerk, bestrating en groen.
Dit is nodig om te voldoen aan de eisen van de openbare ruimte en zo het woongebied vanuit het project (de grondexploitatie) netjes op te leveren.
42
8. Technische vragen D66 8.1
Voorjaarsnota 2022
Vraag 1 Pont over Drents Diep (programma 3, nadeel € 150.000) Vooruitlopend op de visie vrijetijdseconomie Midden-Groningen stellen we voor een bijdrage te leveren aan de nieuwe pont over het Drents Diep bij het Zuidlaardermeer. We voeren dit project samen uit met andere partners. Voor een tijdige ingebruikname van de pont moet het vergunningstraject deze zomer gestart worden. De bijdrage is € 150.000 in 2022 en de jaarlijkse onderhoudskosten betrekken we bij de begroting. Kan er worden aangeven wat de totale kosten zijn voor de realisatie van dit project en de verwachtte onderhoudskosten? De totale kostenraming van de pont over het Drents Diep is € 850.000. Dit betreft de vervanging van het bestaande pontje, het vernieuwen van de aanlegsteigers en het verlengen van de fietstracés. Provincie Groningen, gemeente Groningen, gemeente Midden-Groningen, gemeente Tynaarlo en Het Groninger Landschap nemen ieder een deel van de kosten voor hun rekening. Het aandeel van de gemeente Midden-Groningen is € 150.000. De onderhoudskosten worden geraamd op € 6.000 per jaar. Vraag 2 Cultuur; subsidie Kielzog (programma 2, voordeel € 329.000) Stichting Kielzog heeft in 2021 minder activiteiten uitgevoerd als gevolg van corona. Hierdoor hebben we onlangs een principebesluit genomen om de subsidie eenmalig € 329.000 lager vast te stellen.
Bij het opstellen van deze nota zijn wij nog in gesprek met stichting Kielzog. De uitkomst kan zijn dat de subsidie overeenkomstig het voorgenomen besluit wordt vastgesteld óf dat er een zienswijze wordt ingediend. Voor nu gaan we uit van het genoemde incidentele voordeel in 2022. - Op welke wijze is de eenmalige korting op de subsidie tot stand gekomen, m.a.w. wat is de onderliggende beredenering en rekensom achter de € 329.000? De exploitatie van Kielzog is binnen de begroting gebleven. Vanwege de coronabeperkingen en sluiting van Kielzog, is er sprake van een lagere post uitgaven en een positieve exploitatie. Dat is deels al in de eerste coronagolf van 2020 ontstaan. Het gaat in totaal om een bedrag van € 470.000. Van dit bedrag is niet alles aan corona gerelateerd, maar twee posten van € 106.000 en € 35.000 wel. Het resterende bedrag is € 470.000 - € 106.000 - € 35.000 = € 329.000. - in hoeverre is dit gebaseerd op de nieuwe jaarrekening vanuit Het Kielzog zelf, die overigens nog niet met de raadsleden is gedeeld. Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening van het Kielzog voor het jaar 2020-2021. De jaarrekening wordt altijd ter informatie met de raad gedeeld. Vanwege het ingevoerde gebroken boekjaar is de periode waarin de jaarstukken binnenkomen en worden behandeld anders dan voorheen.
Er wordt nog gewerkt aan een betere afstemming met de gemeentelijke verantwoordingscyclus.
43