03. Voorjaarsnota 2026
Tekst van het document
fjl
Voorjaarsnota 2026
Samenvatting In deze Voorjaarsnota geven wij inzicht in de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen voor de periode 2026–2030 en de gevolgen daarvan voor de gemeentelijke begroting. De ontwikkelingen leiden tot een verslechterd financieel beeld. In 2027 valt dit sluitend te maken door de inzet van reserves, maar daarna zijn de tekorten fors en lopen deze op. In de tabel hieronder is dit financieel beeld weergegeven.
De grootste financiële druk ontstaat in het sociaal domein, met name binnen de jeugdzorg. Stijgende tarieven, het achterblijven van landelijke hervormingen en de kosten van de transformatie leiden tot oplopende lasten. Tegelijkertijd zijn er ook voor de fysieke leefomgeving extra middelen nodig, bijvoorbeeld voor de uitvoering van de Omgevingswet, groei van het areaal en beheer en onderhoud. Het toenemen van de gemeentelijke opgaven en ambities leiden tot extra druk op de organisatie. Dit hangt samen met nieuwe wet- en regelgeving (zoals op het gebied van informatiebeveiliging, volkshuisvesting en de Omgevingswet), maar ook met een groeiende vraag naar ondersteuning op het gebied van wonen, projectmatig werken, digitalisering, inkoop en bedrijfsvoering. Op verschillende onderdelen is sprake van een inhaalslag om de organisatie beter in balans te brengen met de opgaven. Tegenover deze ontwikkelingen staan ook keuzes om de groei van de uitgaven te beperken. Zo is kritisch gekeken naar de personele ontwikkeling, waarbij op andere onderdelen capaciteit wordt afgebouwd. Ook worden incidentele middelen ingezet om tijdelijke pieken op te vangen, bijvoorbeeld binnen de jeugdzorg. Voor het jaar 2027 worden de negatieve saldi gedekt met een combinatie van dekkingsopties. Enerzijds wordt incidenteel vooruitgelopen op het jaarrekeningresultaat.
Anderzijds wordt gebruikgemaakt van de reserve ‘Toekomstige tekorten’. Hiermee wordt voldaan aan de eis van dat het eerste begrotingsjaar sluitend moet zijn. Bij het opstellen van de begroting zullen we de structurele component moeten bekijken. Vanaf 2028 blijven echter aanzienlijke tekorten zichtbaar. De financiële positie van de gemeente is en blijft sterk afhankelijk van ontwikkelingen in het gemeentefonds en keuzes van het Rijk. De verwachting is dat landelijke richtlijnen, onder andere via de VNG, richting zullen geven aan de wijze waarop gemeenten met deze tekorten omgaan. De Voorjaarsnota laat daarmee een ambivalent beeld zien: enerzijds wordt voor 2027 een sluitende begroting gerealiseerd, anderzijds blijft de financiële opgave voor de jaren daarna groot. Dit vraagt richting de begroting 2027 en de nieuwe bestuursperiode om zorgvuldige afwegingen en het maken van keuzes waar nodig. 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................. 3 2. Ontwikkelingen 2026-2030 .................................................................................................. 4 2.1
Dorpen en wijken...................................................................................................... 4
2.2
Sociaal ........................................................................................................................ 6
2.3
Fysieke leefomgeving ............................................................................................... 9
2.4
Gevolgen gas- en zoutwinning én lokaal programma NPG ............................... 13
2.5
Bestuur en bedrijfsvoering .................................................................................... 14
2.6
Ontwikkeling van het jaarrekeningresultaat ....................................................... 17
3. Dekkingsopties ................................................................................................................... 18
Bijlage I
Indexatiemethodiek ........................................................................................... 20
Bijlage II
Investeringen 2026 ............................................................................................. 22
Bijlage III Investeringen 2027 ............................................................................................. 25 Bijlage IV
2
Uitwerking amendement CAZ ........................................................................... 28
1. Inleiding Voor u ligt de Voorjaarsnota 2026 van de gemeente Midden-Groningen. Met deze Voorjaarsnota geven wij inzicht in de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen voor de komende jaren en de gevolgen daarvan voor de gemeentelijke begroting. De Voorjaarsnota vormt een belangrijk moment in de planning- en controlcyclus. Het is het moment waarop we vooruitkijken naar de komende begroting en het meerjarenbeeld actualiseren op basis van nieuwe ontwikkelingen, inzichten en besluiten. Tegelijkertijd is dit ook het laatste integrale financiële document van deze bestuursperiode, waarin de stand van zaken wordt weergegeven en richting wordt gegeven aan de begroting 2027 en de volgende bestuursperiode. Het financiële beeld dat uit deze Voorjaarsnota naar voren komt, laat een duidelijke ontwikkeling zien. Voor het jaar 2027 wordt een sluitende begroting gerealiseerd, maar in de jaren daarna ontstaan oplopende tekorten. Deze ontwikkeling wordt mede veroorzaakt door stijgende kosten, toenemende opgaven en onzekerheden in de inkomsten, met name vanuit het gemeentefonds. Dit college kiest er nadrukkelijk voor om het nieuwe college niet op te zadelen met een nietsluitende begroting voor 2027. Daarom worden in deze Voorjaarsnota keuzes gemaakt en incidentele dekkingsopties ingezet, waaronder het benutten van reserves.
Hiermee wordt voldaan aan de eis dat het eerste begrotingsjaar sluitend is. Tegelijkertijd is het meerjarenperspectief onzeker en sterk afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en keuzes van het Rijk. Dit vraagt om een behoedzame koers richting de begroting 2027. De Voorjaarsnota laat daarmee zien dat de gemeente op korte termijn in staat is de begroting sluitend te maken, maar dat de financiële opgave voor de jaren daarna nadrukkelijk aanwezig blijft. Leeswijzer Deze Voorjaarsnota bestaat uit drie hoofdstukken. In hoofdstuk twee zijn de ontwikkelingen voor 2026 – 2030 toegelicht. Hoofdstuk drie gaat in op dekkingsopties voor de verwachte jaarrekeningsaldi en het vervolgtraject richting de begroting 2027. Ook is er een viertal bijlagen. In de eerste bijlage is de indexeringsmethodiek voor de begroting 2027 opgenomen. Bijlage II en III geven de investeringen voor respectievelijk 2026 en 2027 weer. Tot slot is in bijlage IV de uitwerking van het amendement rondom de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering (CAZ) opgenomen.
3
2. Ontwikkelingen 2026-2030 In dit hoofdstuk geven we een toelichting op de ontwikkelingen die we voor 2026-2030 verwachten. Deze ontwikkelingen leiden tot verwachte rekeningresultaten. In de onderstaande tabel is het vertrekpunt opgenomen. Dit vertrekpunt komt allereerst voort uit de primaire begroting 2026, waarin de bij de begroting 2025 getroffen bezuinigingsmaatregelen zijn verwerkt. Daarnaast zijn de bezuinigingen vanaf 2027 én een aantal tussentijdse besluiten separaat inzichtelijk gemaakt.
In paragraaf 2.1 tot en met 2.5 geven we de ontwikkelingen per programma weer en lichten deze toe. Het programma dienstverlening is hier niet in opgenomen, omdat hier geen sprake is van ontwikkelingen die leiden tot een financiële bijstelling. In paragraaf 2.6 zijn de saldi van de ontwikkelingen per programma weergegeven die leiden tot de verwachte rekeningsaldi voor 2026-2030.
2.1
Dorpen en wijken
1. Gladheidsbestrijding De gemeente bestrijdt gladheid door preventief te strooien en sneeuw te ruimen, zodat de verkeersveiligheid en bereikbaarheid gewaarborgd blijven. Door langdurige gladheid en extreme weersomstandigheden in het begin van 2026 is de inzet aanzienlijk hoger geweest dan in een gemiddeld jaar. Er is vaker en intensiever gestrooid en uitgereden, wat heeft geleid tot een toename van de kosten voor materieel, inzet en strooimiddelen. Dit leidt tot € 350.000 incidenteel hogere kosten in 2026. Dit bedrag is exclusief de kosten als gevolg van vorstschade aan wegen en verhardingen. Later dit jaar volgt een nadere inventarisatie van de vorstschade en wordt een plan van aanpak opgesteld. 2. Klein onderhoud wegen In 2026 wordt een toename verwacht van het klein onderhoud aan wegen. Dit betreft plaatselijke reparaties en conserverende maatregelen, zoals het herstellen van gaten in asfalt, het vullen van scheuren en herstel van de toplaag. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen en de levensduur van het areaal te verlengen. Door de toenemende leeftijd van de verhardingen neemt de kwaliteit af en daarmee ook de behoefte aan dit type onderhoud. Klein onderhoud wordt daarbij ingezet om het areaal in stand te houden totdat 4
integrale vervanging kan plaatsvinden. Daarnaast heeft de recente winterperiode extra invloed gehad op de staat van de verhardingen, waardoor de onderhoudsbehoefte verder is toegenomen. Dit leidt tot een incidenteel nadeel van € 97.000 in 2026. 3. Brugbediening ‘Van Turf-naar Toervaart’ 2026 In 2026 nemen de kosten voor brugbediening toe. Doordat BWRI deze werkzaamheden niet langer kan uitvoeren, zijn we genoodzaakt de brugbediening onder te brengen bij een externe partij. Voor 2026 stijgen de lasten met € 100.000. Daarnaast vinden verkennende gesprekken plaats met de provincie Groningen en omliggende gemeenten om de brugbediening vanaf 2027 gezamenlijk in te kopen of aan te besteden. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet bekend. 4. Areaaluitbreiding Het areaal openbare ruimte binnen de gemeente neemt toe, onder andere door de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Gouden Driehoek in Zuidbroek en de IJsbaanlocatie in Meerstad. Door toenemend areaal is meer toekomstig beheer en onderhoud nodig, waardoor aanvullende structurele lasten ontstaan. De groei van het areaal vraagt daarnaast om betrouwbaar en actueel gegevensbeheer, als basis voor beheer, onderhoud en beleidsmatige sturing.
De overgang naar een nieuw beheersysteem en de toenemende afhankelijkheid van data door verdere digitalisering vragen om extra inzet op datakwaliteit, beheer en doorontwikkeling. Momenteel is er onvoldoende budgettaire ruimte om deze structurele taken duurzaam te borgen. De lasten bedragen € 381.000 in 2027 en lopen op tot € 407.000 in 2030. 5. Juridische handhaving afval en APV-overtredingen De afgelopen periode is de inzet op toezicht en handhaving geïntensiveerd, onder andere door uitbreiding van de BOA-capaciteit en tijdelijke versterking van vergunningverlening binnen APV en bijzondere wetten. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal bestuursrechtelijke handhavingszaken en daarmee samenhangende juridische werkzaamheden. Uit een uitgevoerde pilot blijkt dat met name de handhaving op afval en APV-overtredingen structureel leidt tot een substantiële juridische werklast. Zonder voldoende juridische ondersteuning ontstaat het risico dat handhavingszaken niet tijdig en zorgvuldig kunnen worden afgehandeld, met gevolgen voor de rechtmatigheid en effectiviteit van het handhavingsbeleid. Daarnaast heeft de raad in 2025 ingestemd met uitbreiding van de BOA-capaciteit gericht op de aanpak van afvalproblematiek, met als doel meer zichtbare handhaving. Een adequate juridische afhandeling is een randvoorwaarde om deze inzet effectief te laten zijn.
Om de toegenomen werkzaamheden structureel te kunnen borgen en de effectiviteit van handhaving te waarborgen, is aanvullende juridische capaciteit noodzakelijk. 6. Programma Gebiedsgericht werken Met het programma Gebiedsgericht Werken wordt ingezet op het versterken van de samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners en tussen verschillende beleidsterreinen binnen de organisatie. Het doel is om te komen tot een meer structurele manier van samenwerken, waarbij opgaven in samenhang worden benaderd en beter op elkaar worden afgestemd. Door deze werkwijze sluiten keuzes beter aan op wat er in de verschillende gebieden nodig is en wordt bijgedragen aan het versterken van het vertrouwen van inwoners in de gemeente. Voor het programma zijn momenteel middelen beschikbaar tot en met (een deel 5
van) 2027. Om de ingezette ontwikkeling te kunnen continueren en verder te bestendigen, zijn ook middelen na 2027 nodig. 7. Omgevingsdienst Groningen (ODG) verhoging deelnemersbijdrage De begroting van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) stijgt vanaf 2027. Dit wordt veroorzaakt door een actualisatie van de Noordelijke Maat (de verdeelsystematiek voor de kosten van de ODG), hogere kosten voor dienstverlening van de provincie en loon- en prijsstijgingen. Daarnaast is de taak voor toezicht op energiebesparende maatregelen uitgebreid naar aanleiding van aanbevelingen van de Rekenkamer in 2025. Hiermee neemt het aantal en de intensiteit van toezichtstaken toe, wat leidt tot hogere uitvoeringskosten. Deze ontwikkelingen leiden tot een structureel hogere deelnemersbijdrage voor gemeenten. Ons aandeel bedraagt € 84.000 in 2026, oplopend tot € 138.000 in 2030. In 2026 en 2027 kan een deel van deze kosten worden gedekt vanuit CDOKE-middelen.
2.2 Sociaal
8. Sportparkinitiatieven Binnen de gemeente Midden-Groningen lopen meerdere sportparkinitiatieven (onder andere in Meeden, Muntendam, Schildwolde, Siddeburen en Harkstede). Het gaat hierbij veelal om complexe herontwikkelingen met een integrale opgave, waaronder multifunctioneel gebruik, verduurzaming en samenwerking tussen verenigingen. De afgelopen jaren zijn visies en eerste plannen ontwikkeld. De initiatieven bevinden zich echter in verschillende fasen en vragen om een volgende stap richting concrete, financieel onderbouwde en uitvoerbare plannen. Dit vraagt om integrale afwegingen ten aanzien van ruimtegebruik, investeringsniveau, beheer en samenwerking. Daarnaast spelen samenhangende opgaven, zoals de harmonisatie van buitensportaccommodaties en andere sportgerelateerde ontwikkelingen, die om samenhang en sturing vragen. In de begroting 2026 is de motie ‘Onder de Juffer’ als actie opgenomen. Zonder centrale coördinatie bestaat het risico op versnippering, vertraging en het onvoldoende concreet worden van plannen. Om de initiatieven in samenhang verder te brengen, is tijdelijke extra inzet noodzakelijk. Een deel van de kosten voor de inzet in Schildwolde en Siddeburen (50%) kan worden gedekt vanuit maatregel 14.
6
9. Jeugd De lasten voor jeugd stijgen. Dit kent meerdere oorzaken: •
De beoogde besparingen in de Hervormingsagenda Jeugd zijn niet (volledig) gerealiseerd. Een belangrijk deel van deze maatregelen ligt buiten de directe invloedsfeer van gemeenten en vraagt om landelijke aanpassingen die tot op heden zijn uitgebleven. Daarnaast hebben lokaal en regionaal al ingezette maatregelen wel effect, maar die tellen niet volledig mee in de taakstelling.
•
Er is sprake van een sterkere stijging van de tarieven (loon- en prijsontwikkelingen in de zorgsector) dan eerder begroot. Incidentele middelen zijn benodigd voor de implementatie van basis- en aanvullende jeugdhulp, onder andere om de toegang en inrichting van het stelsel te verbeteren en toekomstige besparingen te realiseren.
De transformatie van de jeugdzorg – zoals de afbouw van residentiële zorg en de opbouw van kleinschalige alternatieven – vraagt op korte termijn extra inzet en kosten, voordat besparingen zichtbaar worden. Veel maatregelen uit de Hervormingsagenda zijn gekoppeld aan veranderingen in de toegang en de inkoop van jeugdhulp. Hier wordt momenteel zowel lokaal als regionaal op ingezet, onder andere door versterking van ondersteuning via huisartsen, inzet op scholen en de ontwikkeling van nieuwe vormen van jeugdhulp. Ervaringen elders laten zien dat de financiële effecten van deze transformatie pas na enkele jaren zichtbaar worden. Tegelijkertijd zijn er al positieve ontwikkelingen zichtbaar. De instroom in de jeugdzorg is afgenomen en de volumegroei is in 2025 gestabiliseerd. Dit laat zien dat ingezette maatregelen effect beginnen te hebben. In de prognose wordt voor de komende jaren rekening gehouden met een gematigde volumegroei, maar onzekerheid blijft bestaan. Het nadelige effect bedraagt € 2,8 miljoen in 2026 en € 1,8 miljoen in 2027. Voorgesteld wordt deze nadelen voor 2026 en 2027 incidenteel te dekken uit de bij de Najaarsnota gevormde reserve Jeugd, waarin de compensatie over 2023 en 2024 van de commissie Van Ark is gestort. Om dit mogelijk te maken is een aanvullende storting in deze reserve nodig.
Gezien het positieve jaarrekeningresultaat 2025 wordt voorgesteld een resultaatbestemming te doen ter grootte van de ontvangen compensatie over 2025 op basis van de commissie Van Ark. Dit betreft afgerond € 1,8 miljoen. Hiermee kunnen de nadelige ontwikkelingen in 2026 en 2027 incidenteel worden opgevangen. Hieronder is het verloopoverzicht van de reserve weergegeven.
7
10. Amendement CAZ Beëindiging van de huidige regeling is alleen mogelijk indien een volwaardig alternatief wordt geboden. In lijn met de Kadernota is daarom een doelmatiger en doeltreffender alternatief uitgewerkt, dat beter aansluit bij inwoners met structurele zorgkosten, zoals chronisch zieken. De druk op deze doelgroep neemt toe, onder andere door een mogelijke verhoging van het eigen risico. Tegelijkertijd groeit het beroep op gemeentelijke ondersteuning, bijvoorbeeld door de verruiming van de bijzondere bijstand naar 110% voor kosten van bewindvoering. Het voorgestelde model gaat uit van maximale inzet op eigen verzekering, aangevuld met gemeentelijk maatwerk via de bijzondere bijstand en een vaste tegemoetkoming voor chronisch zieken ter hoogte van het eigen risico. Om deze regeling uit te kunnen voeren is het noodzakelijk om het volledige CAZ-budget in te zetten. Hiermee kan een bredere doelgroep worden bereikt en kan worden ingespeeld op de toenemende vraag naar ondersteuning. In bijlage IV is een uitgebreide toelichting opgenomen. 11. Gemeentelijke bijdrage subsidie regiofunctie Filomena Filomena Groningen is een laagdrempelig steunpunt voor slachtoffers van huiselijk geweld, met name bij intieme terreur en stalking. Het steunpunt is gerealiseerd vanuit het actieplan “In Groningen is iedereen veilig thuis” en is gevestigd in de vrouwenopvang.
De gemeente Groningen is momenteel subsidieverstrekker. In de praktijk blijkt dat ook inwoners uit andere gemeenten gebruik maken van Filomena. Daarnaast is het aantal aanmeldingen in 2025 sterk toegenomen. Om Filomena een regionale functie te geven en de toegenomen vraag op te vangen, is uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk. In regionaal verband is afgesproken dat alle regiogemeenten bijdragen aan de subsidieverlening via de centrumgemeente Groningen. Dit vraagt een structurele bijdrage van € 13.000 per jaar. 12. Innovatiewerkplaats WIJS Het project WIJS Midden-Groningen (Wijkinzet jongeren en studenten) is in 2023 gestart met een Citydeal-subsidie, in samenwerking met de Hanze, RUG en gemeente Groningen. Het project loopt tot september 2026. Voor borging na afloop zijn afspraken gemaakt met de onderwijsinstellingen. Op basis hiervan blijft de gemeente betrokken bij de innovatiewerkplaats in het sociaal domein. De inzet richt zich op het verbinden van maatschappelijke en onderzoeksvragen aan de inzet van studenten van de Hanze, RUG en Noorderpoort, het coördineren van het studentensteunpunt en de afstemming met samenwerkingspartners. Voor deze activiteiten is structureel een budget nodig voor coördinatie, huisvesting, faciliteiten en activiteiten. Dit leidt tot aanvullende lasten van € 6.000 in 2026, circa € 25.000 in 2027 en 2028 en € 54.000 structureel vanaf 2029. 13.
Verbeterplan Veilig Thuis Groningen Veilig Thuis Groningen (VTG) werkt aan een verbeterplan op basis van onderzoek naar norm en productie, met aanbevelingen van AEF. De voorgestelde verbeteringen leiden tot een structurele toename van de kosten voor de Groninger gemeenten, met ingang van 2026. Ten tijde van de begroting 2027 wordt duidelijk wat de hoogte is van de aanvullende gemeentelijke bijdrage voor 2026 en de meerjarige effecten vanaf 2027.
8
2.3 Fysieke leefomgeving
14. Herziening omgevingsvisie Midden-Groningen De huidige omgevingsvisie is vastgesteld in 2023 en biedt op hoofdlijnen richting. In de praktijk blijkt deze op onderdelen te globaal om voldoende sturing te geven aan prioritering, uitvoering en de inzet van instrumenten uit de Omgevingswet. Tegelijkertijd vragen nieuwe wettelijke kaders, regionale ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven om actualisatie en aanscherping van de visie. Het gaat hierbij onder andere om thema’s als wonen, mobiliteit, economie, energietransitie en het landelijk gebied, evenals ontwikkelingen zoals Nij Begun en gebiedsontwikkelingen in onder meer Hoogezand/Sappemeer, Zuidbroek en Duurswold/Roegwold. Door de herziening kan de omgevingsvisie sterker verbonden worden met omgevingsprogramma’s, grondbeleid en gebiedsontwikkeling en om deze beter bruikbaar te maken als strategisch kader voor samenhangende keuzes in de fysieke leefomgeving. We stellen voor om de kosten, die hiervoor in 2027 gemaakt worden te dekken uit de reserve Investeringsfonds Dorpen en Wijken. Zie ontwikkeling 17. 15. Nedersaksenlijn & Novex Met de komst van de Nedersaksenlijn zijn, in samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten langs de toekomstige spoorverbinding, afspraken gemaakt over de kosten en bijdragen per deelnemer. Dit betreft zowel de MIRT-verkenning (2026–2028) als de verdere gebiedsontwikkeling (2026–2035).
De gemeentelijke bijdrage bedraagt € 32.000 per jaar in de periode 2026 tot en met 2028 en € 91.000 per jaar in de periode 2026 tot en met 2035. De Nedersaksenlijn is een strategisch project met grote impact op de fysieke leefomgeving en biedt kansen voor gebiedsontwikkeling en versterking van de brede welvaart. De komende periode nemen zowel de inhoudelijke opgaven als de benodigde inzet toe, onder andere door de parallelle verkenningen en de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling. Om de belangen van de gemeente goed te borgen en de samenhang te bewaken, is aanvullende inzet voor regie en coördinatie noodzakelijk. Daarnaast is deelname aan het NOVEX-gebied Groningen van belang om beleidsmatig aan te sluiten op toekomstige omgevingsontwikkelingen, zoals landbouwtransitie, recreatieve ontwikkeling en nieuwe natuur. Deze inzet draagt bij aan een samenhangende ontwikkeling van het Duurswoldgebied. De jaarlijkse bijdrage hiervoor bedraagt € 84.000 vanaf 2027. 9
We stellen voor deze bijdragen en inzet te dekken uit de reserve Investeringsfonds Dorpen en Wijken. Zie ontwikkeling 17. 16. Programma wonen De Omgevingswet, de woningbouwopgave en andere ruimtelijke ontwikkelingen binnen het domein Leefomgeving vragen om een versterking van de integraliteit en een meer programmatische aanpak. De complexiteit van vraagstukken zoals woningbouw, gebiedsontwikkeling, herstructurering en bedrijventerreinen neemt toe en vraagt om betere samenhang tussen visie, beleid en uitvoering. Omgevingsprogramma’s zijn binnen de Omgevingswet het instrument om beleid te vertalen naar uitvoering. Dit vraagt om sturing op samenhang, prioritering en resultaat. Bij de vaststelling van de Nota Grondbeleid is door het college toegezegd te starten met een Programma Wonen. Ook uit de evaluatie van het domein Leefomgeving blijkt dat de aard en omvang van de opgaven vragen om een programmatische aanpak. Voor de inrichting en uitvoering van het Programma Wonen is aanvullende inzet nodig op zowel de integrale sturing als de coördinatie en ondersteuning van het programma. Dit is noodzakelijk om de samenhang te borgen, besluitvorming voor te bereiden en de voortgang van de opgaven te bewaken. De kosten worden gedekt vanuit de reserve Investeringsfonds Dorpen & Wijken, zie ontwikkeling 17. 17.
Dekking reserve ‘Investeringsfonds Dorpen & Wijken’ Voor de ontwikkelingen 14,15 en 16 in deze Voorjaarsnota stellen wij voor om de reserve Dorpen en Wijken in te zetten. Deze ontwikkelingen hangen direct samen met de grote ruimtelijke opgaven waar de gemeente de komende jaren voor staat. De Nedersaksenlijn en de deelname aan NOVEX vragen om een actieve en structurele betrokkenheid van de gemeente om kansen op het gebied van wonen, economie, mobiliteit en brede welvaart te benutten. De herziening van de omgevingsvisie is noodzakelijk om deze opgaven integraal te kunnen sturen en te vertalen naar concrete keuzes en uitvoering. De reserve ‘Investeringsfonds Dorpen en Wijken’ is juist bedoeld om dit type strategische investeringen mogelijk te maken. Het gaat om opgaven waarbij snelheid en wendbaarheid nodig zijn, en waarbij cofinanciering vanuit de gemeente een belangrijke voorwaarde is om externe middelen van Rijk en provincie aan te kunnen trekken. Door deze ontwikkelingen te dekken vanuit de reserve wordt invulling gegeven aan het doel van de reserve: het mogelijk maken van samenhangende ruimtelijke ontwikkelingen en het benutten van kansen voor externe financiering. Hieronder is het verloopoverzicht van de reserve voor de komende jaren weergegeven.
18. Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Een belangrijke verplichting is dat gemeenten uiterlijk in 2032 beschikken over één integraal, gemeentedekkend omgevingsplan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Voor Midden-Groningen betekent dit dat bestaande bestemmingsplannen en verordeningen moeten worden 10
samengevoegd en geactualiseerd. Door de herindeling van de voormalige gemeenten vraagt dit om een omvangrijke harmonisatieslag. Daarnaast zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet meer dan 600 rijksregels overgedragen aan gemeenten, die moeten worden verwerkt in het omgevingsplan. De transitie vraagt om een substantiële extra inspanning bovenop de reguliere werkzaamheden. Hoewel de regie en een deel van de uitvoering binnen de eigen organisatie wordt belegd, is voor specialistische en technische onderdelen inzet van externe expertise noodzakelijk. Binnen de huidige budgetten is geen ruimte om deze wettelijke opgave uit te voeren. Vanuit het Rijk worden hiervoor geen middelen meer beschikbaar gesteld. De lasten bedragen € 908.000 in 2026, waarvan € 589.000 kan worden gedekt uit de reserve financiële ruimte 2024 en 2025. Voor de jaren daarna bedragen de lasten € 715.000 in 2027, € 731.000 in 2028, € 647.000 in 2029 en € 762.000 in 2030. 19. Uitvoering wet versterking regie volkshuisvesting De invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) brengt vanaf 2026 aanvullende taken en verplichtingen voor de gemeente met zich mee. De gemeente krijgt een nadrukkelijkere regierol op de woningbouwopgave, waaronder sturing op locaties, aantallen en doelgroepen.
De wet introduceert onder andere verplichtingen voor het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma en een huisvestingsverordening met urgentieregels, inclusief regionale afstemming. Daarnaast vraagt de uitvoering van de wet om versterking van de monitoring en sturing op nieuwbouw en planontwikkeling. Om deze taken adequaat te kunnen uitvoeren is aanvullende inzet noodzakelijk op het gebied van beleidsontwikkeling, regie en regionale samenwerking. Het Rijk stelt hiervoor structureel middelen beschikbaar van € 191.000 vanaf 2026. Een deel van deze middelen wordt ingezet voor versterking van de inzet op wonen. Het resterende deel (€ 71.000) is benodigd voor de uitvoering van de wettelijke taken. Deze wijziging is budgettair neutraal. 20. Grondzaken Met de vaststelling van de Nota Grondbeleid zet de gemeente in op een actiever grondbeleid. Daarnaast brengt de Omgevingswet aanvullende verplichtingen met zich mee, onder andere op het gebied van kostenverhaal en het sluiten van intentie- en anterieure overeenkomsten met initiatiefnemers. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van werkzaamheden binnen het onderdeel Grondzaken. Naast juridische inzet vraagt dit ook om extra ondersteuning bij het administratief verwerken, vastleggen en borgen van overeenkomsten en bijbehorende processen. Binnen de huidige capaciteit is hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar.
Mogelijk zijn deze kosten in de toekomst volledig te dekken vanuit kostenverhaal. 21. Handhaving ligplaatsenbeleid Recentelijk hebben we ligplaatsenbeleid vastgesteld. Daarmee is duidelijk geworden waar wel en niet een ligplaats met een boot mag worden ingenomen en voor hoe lang. Zoals ongetwijfeld bekend liggen er op diverse plaatsen in de gemeente boten die daar eigenlijk niet zouden mogen liggen en er ook niet altijd meer fraai uitzien. We kunnen onze bestuursrechtelijke bevoegdheden hiervoor inzetten, onder andere bestuursdwang, waarbij we ook formeel deze kosten terug kunnen verhalen. De praktijk leert echter dat in relatief veel gevallen het zeer lastig blijkt deze weg succesvol in te slaan. Vaak is niet meer te achterhalen wie de eigenaar is of, als de eigenaar wel bekend is, we erachter komen dat er geen financiële middelen aanwezig zijn. 11
We draaien dan als gemeenschap alsnog op voor de kosten die we moeten maken om een boot uit het water te halen en te bergen. Hiervoor vragen we een structureel budget van € 50.000 op jaarbasis zodat we zelf slagvaardig dergelijke boten kunnen verwijderen zonder daarmee in langdurige juridische procedure te verzanden. 22. Veiligheidsregio Groningen De Veiligheidsregio Groningen heeft voor de periode 2027–2030 een nieuwe beleidsbegroting opgesteld. Hierin zijn de ontwikkelingen voor de komende jaren verwerkt. Sinds de vaststelling van de begroting 2026 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot een hogere bijdrage van gemeenten. Het gaat onder andere om een aanpassing van de verdeling van kosten tussen gemeenten, loon- en prijsstijgingen en hogere kosten voor huisvesting. Dit leidt tot structureel hogere lasten voor de gemeente. Deze bedragen € 28.000 in 2027, € 77.000 in 2028, € 234.000 in 2029 en € 352.000 in 2030. 23. Innovatiewerkplaats Hellum De Innovatiewerkplaats (IWP) Hellum is sinds 2022 actief en gestart als samenwerking tussen de Hanze en de betrokken dorpen. Sinds 2023 heeft de gemeente een grotere rol genomen in de regie op de uitvoering. De samenwerking met de Hanze is in 2025 bekrachtigd met een intentieverklaring. Belangrijke partners zijn de Hanze en DC Terra. De afgelopen jaren is gewerkt aan het opbouwen van een samenwerkingsstructuur.
Om deze te behouden en verder te ontwikkelen is structurele inzet vanuit de gemeente nodig. Deze inzet richt zich op het versterken van de samenwerking binnen het ruimtelijk domein, het verbinden van vraagstukken aan onderwijs en onderzoek en het verder uitwerken van samenwerkingsafspraken. Daarnaast faciliteert de gemeente het gebruik van de locatie in het dorpshuis van Hellum. Dit leidt tot lasten van € 19.000 in 2026 oplopend naar € 35.000 in 2030. 24. Inzet CDOKE-middelen en instellen reserve De opgaven op het gebied van energie en duurzaamheid nemen de komende jaren verder toe. Het gaat onder andere om de uitvoering van landelijke programma’s zoals het Nationaal Isolatieprogramma, de aanpak van energiearmoede, klimaatadaptatie en de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Voor deze opgaven ontvangt de gemeente middelen van het Rijk via de regeling CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid). Tot en met 2026 werden deze middelen verstrekt via specifieke uitkeringen (SPUK), waardoor niet-bestede middelen beschikbaar bleven voor latere jaren. Vanaf 2027 worden de middelen via een decentralisatie-uitkering toegevoegd aan het gemeentefonds. Hierdoor maken de middelen onderdeel uit van de algemene middelen en blijven deze niet automatisch beschikbaar voor het oorspronkelijke doel.
Om te borgen dat de middelen ook in de toekomst ingezet kunnen worden voor de energie- en duurzaamheidsopgave, wordt voorgesteld een reserve in te stellen. Hiermee kunnen middelen die niet in één jaar worden benut, beschikbaar blijven voor inzet in latere jaren. Voorgesteld wordt om afgerond € 2 miljoen te storten in deze reserve.
12
2.4 Gevolgen gas- en zoutwinning én lokaal programma NPG
25. Wijziging programmanaam Het programma Gevolgen gas- en zoutwinning en het lokaal programma NPG bestaat in de huidige vorm sinds 2021. In dat jaar zijn de NPG-projecten toegevoegd aan het oorspronkelijke programma, waardoor de naam de inhoud niet langer volledig dekte. Met de komst van de Sociale en Economische Agenda en maatregel 29 wordt het programma verder verbreed. Om deze ontwikkeling goed te weerspiegelen, wordt voorgesteld het programma te hernoemen naar “Herstel en perspectief” Vanaf de begroting 2027. Binnen dit programma worden de relevante geldstromen gemonitord, met name rijksmiddelen voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek, het lokaal programma NPG, de Sociale en Economische Agenda en maatregel 29. De inhoudelijke uitvoering en verantwoording vindt plaats binnen de reguliere programma’s, zoals Dorpen en wijken, Sociaal en Fysieke leefomgeving. Door de bijbehorende middelen niet onder deze programma’s te laten vallen, blijft inzichtelijk welke aanvullende middelen beschikbaar zijn voor de extra inzet op herstel en perspectief. 26. Ontwikkelingen Duurswold Voor de ontwikkeling van het Duurswoldgebied wordt gewerkt aan een programmatische aanpak, gericht op het versterken van de samenhang tussen opgaven op het gebied van natuur, water, recreatie, landbouw en leefbaarheid.
Voor de opstart en uitvoering van dit programma wordt voor een periode van twee jaar extra capaciteit ingezet in de vorm van een programmamanager. Daarbij wordt verkend of deze opgave in samenwerking met de provincie Groningen kan worden vormgegeven. De kosten worden gedekt uit het uitvoeringsbudget van maatregel 14 Nij Begun. Naast deze aanvullende capaciteit wordt een bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld voor de verdere uitwerking van vier samenhangende initiatieven rond de Damsterplas (EPIQ, Kultuureiland, De Barst en de Toren). Deze middelen worden ingezet als voorbereidingskrediet voor onder meer planvorming en ontwerp en dragen bij aan de versterking van de leefbaarheid en recreatieve ontwikkeling van het gebied. De dekking van deze subsidie vindt plaats binnen het ambitiebudget van maatregel 14 Nij Begun.
13
2.5 Bestuur en bedrijfsvoering
27. Decembercirculaire 2025 De algemene uitkering uit het gemeentefonds is door het Rijk geactualiseerd via de decembercirculaire 2025. Deze circulaire is met name gericht op de jaarafsluiting van het Rijk. De mutaties uit de decembercirculaire leiden voor de gemeente tot een nadeel. Dit bedraagt € 29.000 in 2026, € 157.000 in 2027, € 35.000 in 2028 en € 206.000 in 2029. 28. Meicirculaire 2026 De volgende bijstelling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds vindt plaats via de meicirculaire 2026. Op dit moment is nog geen inschatting te maken van de financiële effecten voor de gemeente. Uw raad wordt hierover geïnformeerd via een raadsbrief, zodat het voorjaarsdebat goed gevoerd kan worden. 29. Aanscherping wetgeving cybersecurity en gegevensbescherming De eisen op het gebied van informatiebeveiliging en gegevensbescherming nemen de komende jaren verder toe. Dit hangt samen met nieuwe en aangescherpte wet- en regelgeving, zoals de Cyberbeveiligingswet (CBW), de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2) en bestaande privacywetgeving (AVG/UAVG). Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van werkzaamheden op het gebied van toezicht, auditing, verantwoording en advisering. Gemeenten krijgen een nadrukkelijkere verantwoordelijkheid om aantoonbaar te voldoen aan deze eisen, onder andere via ENSIA-verantwoording en interne audits.
Ook de samenwerking met externe partijen vraagt om extra aandacht voor gegevensbescherming en toezicht. Binnen de huidige capaciteit en budgetten is onvoldoende ruimte om deze ontwikkeling structureel op te vangen. Om aan de toenemende wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen en de risico’s te beperken, is aanvullende inzet noodzakelijk, waaronder specialistische ondersteuning. 30. Digitalisering en informatievoorziening De organisatie ontwikkelt zich steeds verder op het gebied van digitalisering, datagedreven werken en informatievoorziening. Tegelijkertijd neemt de omvang en complexiteit van de ICTomgeving toe, onder andere door groei van de organisatie, nieuwe systemen en strengere eisen op het gebied van beveiliging en digitale weerbaarheid. Deze ontwikkelingen leiden tot een structureel hogere druk op de ondersteuning en het beheer van systemen. De werkzaamheden binnen de servicedesk nemen toe en ook het functioneel beheer van applicaties vraagt meer inzet. Daarnaast zijn er nieuwe en bestaande systemen waarvoor het beheer en de doorontwikkeling structureel aandacht vragen. 14
Verder vraagt de ontwikkeling naar datagedreven werken en de inzet van nieuwe technologieën, zoals AI, om een goede inrichting van processen, datakwaliteit en governance. Dit is nodig om toepassingen verantwoord en doelgericht te kunnen inzetten en om grip te houden op het gebruik van data en systemen. Om deze ontwikkelingen op te vangen en de continuïteit en kwaliteit van de informatievoorziening te borgen, is aanvullende inzet noodzakelijk. 31. Versterking inkoop De omvang en complexiteit van aanbestedingen binnen de organisatie nemen toe. Dit hangt samen met de groei van budgetten en de toename van projecten en werkzaamheden binnen verschillende domeinen. Hierdoor neemt de druk op de inkoopfunctie structureel toe. Binnen de huidige capaciteit en het beschikbare inhuurbudget is onvoldoende ruimte om deze ontwikkeling op te vangen. Dit leidt tot risico’s voor de continuïteit, kwaliteit en rechtmatigheid van inkoopprocessen. Daarnaast blijkt uit een uitgevoerde analyse dat er behoefte is aan versterking van contractmanagement, met name binnen BOR en Facilitair. Door beter te sturen op de uitvoering van contracten kunnen kwaliteit en kosten beter worden beheerst. Om de groei van de werkzaamheden op te vangen en de uitvoering te borgen, is aanvullende inzet noodzakelijk. 32.
Programmatisch en projectmatig werken De organisatie werkt steeds vaker projectmatig en programmatisch aan complexe opgaven. Tegelijkertijd blijkt uit evaluaties dat deze werkwijze nog onvoldoende organisatiebreed is verankerd en dat samenhang, prioritering en sturing op resultaatsverbetering vragen. Hoewel eerder is besloten om projectmatig werken volgens een vaste methodiek toe te passen, is de implementatie en het gebruik hiervan in de praktijk achtergebleven. Om dit te verbeteren wordt ingezet op een verdere uitwerking en implementatie van deze werkwijze, inclusief het versterken van ondersteuning en sturing op toepassing. Daarnaast is behoefte aan meer samenhang en prioritering in de uitvoering van projecten en programma’s. Door het inrichten van portfoliomanagement ontstaat beter inzicht in lopende en voorgenomen initiatieven, onderlinge afhankelijkheden en strategische keuzes. Dit ondersteunt de organisatie en het bestuur bij het maken van afgewogen keuzes en het effectief inzetten van middelen. Om deze ontwikkeling te realiseren en duurzaam te borgen is aanvullende inzet nodig op zowel de implementatie van projectmatig werken als de inrichting van portfoliosturing. 33. Kwaliteitsverbetering mutatiesignalering geo-basisregistraties Mutatiesignalering is een methode waarbij met behulp van luchtfoto’s veranderingen in bouwwerken worden opgespoord.
Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om basisregistraties actueel te houden en aan de kwaliteitsnorm om het merendeel van de mutaties tijdig te verwerken in de BAG en BGT. Deze gegevens worden tevens benut voor de WOZ. Door de versterkingsopgave en de toename van vergunningsvrij bouwen als gevolg van de Omgevingswet neemt het aantal mutaties sterk toe. Tegelijkertijd is het proces arbeidsintensief en worden mutaties grotendeels handmatig verwerkt. Dit maakt inzet van een extern bureau noodzakelijk. Daarnaast liggen er kansen om het proces efficiënter in te richten door verdere automatisering en verbetering van de datakwaliteit en samenhang tussen BAG, BGT en WOZ. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is de inrichting van een WOZ-afbakeningskaart. Deze ontwikkeling leidt tot een efficiënter proces, hogere datakwaliteit en een betere basis voor de 15
WOZ-waardering. Voor deze ontwikkeling is een incidenteel uitvoeringsbudget nodig van € 100.000 verdeeld over drie jaar. 34. Kapitaallasten investeringen De impact van de investeringen op de exploitatie voor 2026 en 2027 kan worden gedekt vanuit de stelpost kapitaallasten. In deze Voorjaarsnota worden de kredieten voor 2026 aangevraagd. Een specificatie hiervan is opgenomen in bijlage II. Voor 2027 zijn de voorlopige kredietaanvragen opgenomen in bijlage III. Deze worden verwerkt in de begroting 2027 en op dat moment ter vaststelling aan uw raad voorgelegd. Voor de investeringen vanaf 2027 zijn de financiële effecten in beeld gebracht. Het effect op de exploitatie wordt als stelpost opgenomen in de begroting en jaarlijks geconcretiseerd bij de betreffende begroting. Een groot deel van de investeringen leidt niet tot hogere kapitaallasten, doordat hiervoor al dekking aanwezig is vanuit beleidsplannen, specifieke uitkeringen en beschikbare ruimte binnen de begroting. Per saldo leiden deze investeringen niet tot een nadelig effect op de exploitatie. 35. Taakstelling personeel In deze Voorjaarsnota zijn op verschillende onderdelen ontwikkelingen opgenomen die samenhangen met de benodigde capaciteit binnen de organisatie.
Enerzijds is sprake van een inhaalslag binnen de bedrijfsvoering, waarbij ondersteunende functies onvoldoende zijn meegegroeid met de opgaven in de primaire domeinen. Anderzijds leiden nieuwe en aangescherpte wet- en regelgeving en bestuurlijke wensen tot een uitbreiding van taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast is er sprake van personele mutaties die niet in deze Voorjaarsnota zijn opgenomen. Deze worden gedekt vanuit bestaande personele budgetten. Het gaat bijvoorbeeld om extra inzet op het gebied van vergunningverlening handhaving en toezicht. Tot slot is bij de beoordeling van de personele ontwikkeling kritisch gekeken naar het toekomstige verloop binnen de organisatie. Die we niet opnieuw in gaan vullen. Op basis hiervan wordt op andere onderdelen capaciteit afgebouwd. Dit leidt tot een structureel voordeel van € 500.000 vanaf 2027.
16
2.6 Ontwikkeling van het jaarrekeningresultaat Het saldo van de ontwikkelingen zijn in de onderstaande tabel per programma opgenomen.
Dit leidt tot de volgende verwachte rekeningresultaten voor 2026 – 2030:
Hierboven is te zien dat de negatieve saldi verslechteren vanaf 2027. In het volgende hoofdstuk worden de dekkingsopties voor 2027 toegelicht.
17
3. Dekkingsopties In het vorige hoofdstuk zijn de financiële ontwikkelingen weergegeven die leiden tot de verwachte rekeningresultaten in paragraaf 2.6. De ontwikkelingen in deze Voorjaarsnota leiden tot verslechterde negatieve saldi vanaf 2027. De dekkingsopties die worden voorgesteld hebben alleen betrekking op 2027. Hierdoor zetten we stappen richting een sluitende begroting voor de jaarschijf 2027.
De dekkingsopties worden hieronder toegelicht. 1. Vooruitlopen op jaarrekeningresultaat In de begroting is naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2024 structureel € 1 miljoen opgenomen anticiperend op het jaarrekeningresultaat. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren, waarin de jaarrekening telkens met een positief saldo is afgesloten, wordt voorgesteld dit voor 2027 incidenteel te verhogen naar € 2 miljoen. Hiermee wordt voor 2027 aanvullend € 1 miljoen aan ruimte ingerekend. Deze bijstelling is gebaseerd op het structurele patroon van positieve resultaten, maar blijft afhankelijk van de realisatie. 2. Inzet reserve ‘Toekomstige tekorten’ Bij de vaststelling van de jaarrekening 2025 wordt voorgesteld een reserve toekomstige tekorten in te stellen van € 4 miljoen. Deze reserve is bedoeld om incidentele meevallers beschikbaar te houden voor het opvangen van verwachte financiële nadelen in de komende jaren. In deze Voorjaarsnota wordt de reserve ingezet als dekkingsoptie voor het jaar 2027. Het betreft een bedrag van € 2,3 miljoen, waarmee het begrotingssaldo voor dat jaar sluitend wordt gemaakt. De inzet van de reserve heeft daarbij een incidenteel karakter. Verwachte eindsaldi 202 6-2030 na dekkingsopties Zoals benoemd leiden de bovenstaande dekkingsopties tot een sluitende begroting in 2027. Vanaf 2028 blijven grote tekorten zichtbaar.
In de onderstaande tabel is het verwacht saldo per jaarschijf weergegeven na de inzet van de dekkingsopties in 2027.
18
Vervolgtraject richting begroting 2027 De keuze om voor 2027 gebruik te maken van de reserve is gemaakt om het begrotingsjaar sluitend te maken, zodat het nieuwe college niet direct wordt geconfronteerd met een bezuinigingsopgave. Tegelijkertijd is het financiële beeld voor de jaren daarna onzeker en sterk afhankelijk van ontwikkelingen in het gemeentefonds. Midden-Groningen is in belangrijke mate afhankelijk van de algemene uitkering van het Rijk. Recente jaren laten zien dat wijzigingen in rijksbeleid zich snel en soms grillig kunnen vertalen in de gemeentelijke financiële positie. De vraag of en in welke mate structurele maatregelen nodig zijn vanaf 2028 hangt daarom sterk samen met keuzes van het Rijk. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat het nieuwe coalitieakkoord met daarin verwoorde ambities invloed heeft op het financiële beeld. In dit licht wordt richting de begroting 2027 een behoedzame koers gevolgd. Het landelijke beeld is nog in ontwikkeling en het advies van de VNG over de begrotingsopstelling is op dit moment nog niet beschikbaar. De verwachting is dat dit advies richting zal geven aan de wijze waarop gemeenten omgaan met de voorziene tekorten in de jaren vanaf 2028. Indien in de komende periode alsnog structurele maatregelen noodzakelijk blijken, kan worden teruggevallen op de eerder vastgestelde kaders en uitgewerkte opties voor bezuinigingen.
19
Bijlage I
Indexatiemethodiek
In deze bijlage wordt de indexatiemethodiek toegelicht. De gehanteerde indexatiemethodiek is gelijk aan de vastgestelde methodiek in de Voorjaarsnota 2024 die we jaarlijks actualiseren. De indexatie is geactualiseerd op basis van het Centraal Economisch plan 2026 (publicatie van Centraal Plan Bureau in maart 2026). Prijsdeel en volumedeel bbp De indexatie bestaat uit twee delen. Het prijsdeel en het volumedeel bruto binnenlands product. Het prijsdeel bbp is gebaseerd op het geraamde prijspeil bbp van het lopende jaar. Het prijsaccres moet prijsstijgingen van de inkoop opvangen en het deel van het stijgen van de lonen voor koopkrachtbehoud (onder andere door inflatie). Het volumedeel bruto binnenlands product is gebaseerd op het historisch gemiddelde van de gerealiseerde volumegroei bbp in de afgelopen 8 jaar. Het reëel accres, dat is gebaseerd op de volumegroei bbp, kan benut worden voor het opvangen van stijgende kosten door volumegroei (bijvoorbeeld stijgend inwonersaantal en opvangen van reële stijging lonen). De jaarlijkse indexatie (volume + prijs) kan naar het inzicht van een individuele gemeente worden ingezet. Hoewel deze nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen.
De gehanteerde indexatiepercentages in de begroting 2026 In de begroting 2026-2029 is gerekend met de volgende indexatiepercentages voor 2027 tot en met 2030 (2030 is conform 2029):
Te verwachten index op basis van prijs- en volume BBP 2027-2030 Op basis van de verwachting van het Centraal Plan Bureau zijn de te verwachten indexatiepercentages voor 2027 tot en met 2030:
Conclusie Uit de bovenstaande tabel blijkt dat onze gehanteerde indexen aan de lage kant zijn. Dit is het gevolg van bijstelling in 2025 en 2026. We stellen voor om deze percentages niet aan te passen en 3% te hanteren in de meerjarenbegroting 2027-2030. De nieuwe indexaties gelden zowel voor de lasten als de baten. In de Voorjaarsnota 2027 worden de indexatiepercentages vanaf 2028 beoordeeld.
20
Uitzonderingen In onze gemeente zijn er ook uitzonderingen, dit betreft:
21
Bijlage II
Investeringen 2026
Omschrijving
Investeringsbedrag
Afschrijvingstermijn
1
2026 Brugvervangingen
24.230
30
2
2026 Brugvervangingen
368.492
80
3
2026 Wegen Reconstructie Korengarst Noordbroek
-2.150.000
30
4
Vervanging en plaatsing van 5 grondbakken van onderlossende GLAS verzamelcontainers.
10.000
20
5
Vervanging en plaatsing van 5 grondbakken van onderlossende PAPIER verzamelcontainers.
10.000
20
6
Vervanging en plaatsing van 15 grondbakken van onderlossende RESTAFVAL verzamelcontainers.
30.100
20
7
2026 Vosholen 101 a groenafvalb camerabewaking, 5 camera's
14.000
10
8
2026 Afval Aanschaf GFTe-containerbehuizing hoogbouw
40.000
20
9
2026 Afval Plaatsen van GFTe-containerbehuizingen
50.000
20
10
2026 Extra corner contactplein
75.000
20
11
2026 Vervanging dak Kerkstraat 2 Hoogezand
217.800
20
12
2026 Aanpassing ingang Noord winkelcentrum Hooge Meeren
39.500
15
13
2026 Vervanging warmtepompen Borgstee
325.000
15
14
2026 Surantie plafond plus verlichting
17.000
20
15
2026 Vervanging dak Hoofdweg 10a Slochteren
434.515
20
16
2026 Dakluik voor Europaweg 6 Zuidbroek
14.850
20
17
2026 Vervangen verwarmingsinstallatie Thorbeckeln.54 De Badde
21.780
15
18
2026 Vervangen warm tapwaterinstallatie Gymzaal Thorebeckeln 54
35.090
15
19
2026 Verduurzamen Theater
85.275
15
20
2026 Vervangen douchsysteem Kugelslaan 9, Sporthal Springbok
18.000
15
21
2026 Tractie aanschaf zoutstrooier tbv extra route (13e route)
50.000
10
22
2026 Uitvoeringskrediet Beleefpark Meerwijck
115.000
10
23
2026 Zijlader containers tbv de nieuwe zijlader (extra container bij 7103664)
54.000
18
24
2026 Zijlader containers tbv de nieuwe zijlader (extra container bij 7103663)
51.500
18
25
2025 Tractie Smalspoor Canter (7103822)
17.500
6
26
2026 Wegen Industrieweg - Hoogezand Rijbaan - Asfalt
405.000
30
22
27
2026 Wegen Industrieweg - Hoogezand Fietspad - Beton
125.000
40
28
2026 Wegen Oosterzandenweg - Tjuchem
1.716.602
30
29
2025 Weereweg Tjuchem Onderhoud weg (wordt afgerond in 2026, restant naar Oosterzandenweg)
-1.716.602
30
30
2026 Wegen Hamrik - Noordbroek
2.150.000
30
31
2026 Wegen Duurzame en circulaire infrastructuur
337.500
30
32
2022 Dek renovatie bruggen Harkstede Q1
-113.037
40
33
2023 voorbereidingskr wegdek bruggen Harkstede Q1
-37.943
20
34
2024 Verv. houten dekken 5 bruggen Harkstede Q1
-19.020
30
35
2023 Kst. Onderz. &Ontw. restauratie Schaive Klabbe Q1
988
5
36
2024 Uitvoering Schaive Klabbe Q1
-747.988
40
37
2023 Beschoeiing Margrietpark (vijver) Q1
-35.729
20
38
2023 Baggeren Margrietpark (vijver) Q1
-37.270
15
39
2024 Fietsbrug Oudeweg Munnikesloot Q1
-7.000
30
40
2026 Fietspad Eemskanaal in Overschild(K) Q1
86.600
30
41
2026 Fietspad tussen Steendam en Overschild(K) Q1
72.000
30
42
2026 Upgraden voet- en fietspad Kalkwijk in HZ(K) Q1
84.000
30
43
2026 Oostwest fietsverbinding Erasmusweg HZ(K) Q1
40.600
40
44
2026 Snelheidsrem. maatr. Hoofdweg Harkstede(K) Q1
68.600
30
45
2026 Snelheidsrem. maatr. Woudbloemweg Woudb(K) Q1
17.000
30
46
2026 Maatr. kruispunt D. Maasdamweg Rooijenstr.(K) Q1
29.000
30
47
2026 Voetgangers-fietsbrug spoor Foxhol
2.150.000
80
48
2026 Verbreding van het bestaande, naastgelegen fietspad Molenpad (Wegen/fietspaden beton)
171.884
40
49
2026 versteviging van de onder het fietspad gelegen overkluizing van de kanoduiker (Brug/vast beton)
217.119
80
50
2026 Vervanging van de in het fietspad gelegen brug (Brug/vast beton)
363.398
80
51
2026 Realisering van een gefaseerde oversteek in de naastgelegen Energieweg (Wegen/fietspaden asfalt)
171.599
30
52
2026 Schadeherstel bouwroutes Overschild
4.500.000
15
53
2026 Schadeherstel bouwroutes overige dorpen
2.500.000
15
54
2026 Herinrichting Slochteren-Noord
1.845.000
60
55
2026 Renovatie/herstel riolering na sloopnieuwbouw opgave in Overschild (3.3.1)
525.000
60
56
2026 Reconstructie terrein na versterkingsopgave Velemansdroom Tjuchem (3.3.6)
125.785
15
57
2026 Reconstructie openbaar gebied na sloop nieuwbouwopgave Dunantstraat in Schildwolde (3.3.12)
470.000
15
23
58
2026 Reconstructie openbaar gebied na sloop nieuwbouwopgave Borgesiusstraat in Schildwolde (3.3.13)
59
2026 Reconstructie openbare ruimte na sloop nieuwbouw Stelling en Bovenpad in Slochteren (3.3.16)
60
2026 Reconstructie openbare ruimte na versterkingsopgave Noorderweg en omgeving in Slochteren (3.3.21)
Totaal
24
493.500
15
2.104.000
15
367.500
15
18.391.718
Bijlage III Investeringen 2027 Omschrijving
Investeringsbedrag
Afschrijvingstermijn
83.000
30
1.243.000
30
74.422
10
1.845.000
30
1
Snelheidsremmende maatregelen in de Knijpslaan te Kolham
2
Herinrichting Kerkstraat Zuidbroek
3
2027 bebording
4
2027 Civiele kunstwerken
5
Investeringen openbare verlichting masten 2027
110.400
40
6
2027 tractie aanbouw delen
20.000
10
7
Vervangingsinvesteringen MJOB 2027
321.741
15
8
Cardaccess Toegangsbeheer
20.000
5
9
Datacenter Hardware
100.000
4
10
Mobile Devices
500.000
4
11
Werkplek
100.000
4
12
2027 Brugvervangingen
0
60
13
2027 Brugvervangingen
0
80
14
Investeringen openbare verlichting armaturen 2027
319.700
20
15
Investeringen openbare verlichting Retrofit 2027
11.900
10
16
2027 tractie maaimachine
35.000
8
17
2027 tractie maaimachine
155.000
8
18
2027 tractie maaimachine
155.000
8
19
2027 tractie reiniging
370.000
6
20
2027 tractie reiniging
40.000
15
21
2027 tractie zoutstrooier
55.000
10
22
2027 tractie aanhangers/kippers
18.000
10
23
2027 tractie aanhangers/kippers
18.000
10
24
2027 tractie bladveeg/zuigmachines
25.000
10
25
2027 tractie bladveeg/zuigmachines
25.000
10
26
Renovatie en vernieuwen sportvelden 2026 -2029
155.000
20
27
Vervanging sport en spelmateriaal onderwijs 2026-2029
77.000
10
28
Vervanging sport en spelmateriaal sport 2026-2029
55.000
10
29
Vervanging van 15 onderlossende RESTAFVAL verzamelcontainers.
86.800
15
30
Vervanging en plaatsing van 15 grondbakken van onderlossende RESTAFVAL verzamelcontainers.
118.305
20
31
Vervanging van rolcontainers en overig klein materieel.
80.000
15
32
Verzamelcontainers tbv luierinzameling (jaar investering aangepast naar 2027).
50.000
15
25
33
Vervanging van 5 onderlossende GLAS verzamelcontainers.
28.900
15
34
Vervanging van 5 onderlossende PAPIER verzamelcontainers.
28.900
15
35
Vervanging en plaatsing van 5 grondbakken van onderlossende GLAS verzamelcontainers.
39.435
20
36
Vervanging en plaatsing van 5 grondbakken van onderlossende PAPIER verzamelcontainers.
39.435
20
37
2027 Onderzoek en ontwikkeling Sportpark 'Onder de Juffer'
50.000
5
38
2027 Verbeteren en toevoegen van parkeerplaatsen (div. straten/wijken)
267.600
20
39
2027 Fietssuggestiestroken Eideweg tussen Noordbroek en Siddeburen
487.200
30
40
2027 Fietsstraat Tussenklappen Westzijde Muntendam
397.200
30
41
2027 Hoogezand - Voetgangerspad Aletta Jacobs College
29.800
20
42
2027 Fietsvoorzieningen bij diverse gemeentelijke bushaltes
38.400
10
43
2027 Hoogezand - Spoorwegovergang Kerkstraat
50.400
15
44
2027 Sappemeer Zuidbroek - Snelheidsremmende maatregelen Westeind
50.400
10
45
2027 Hoogezand - Snelheidsremmende maatregelen Zuiderkroon
32.400
10
46
2027 Noordbroek - Snelheidsremmende maatregelen komgrens Havenstraat
10.000
10
47
2024 Verduurzamen Duurswoldhal (7103696)
3.331.258
20
48
2024 Verduurzamen Kalkwijck (7103697)
648.214
20
49
Verduurzaming Burgemeester Jonkerstraat (Spinnenweb/buurthuis)
1.018.995
20
50
Verduurzaming Jan Huitzingstraat (Gymzaal/sporthal bij school)
816.110
20
51
2027 aanleg vuil- en regenwaterrioolleiding Zuiderweg te Slochteren
450.000
40
52
2027 aanleg regenwaterrioolleiding kern Hellum
400.000
40
53
2027 aanleg regenwaterrioolleiding Westerlaan te Siddeburen
250.000
40
54
2027 aanleg gescheiden rioolstelsel Potterij te Siddeburen
300.000
40
55
2027 aanleg regenwaterriooleiding W.A. Scholtenlaan te Foxhol
200.000
40
56
2027 vervanging 2 vuilwaterleidingen Hamweg te Lageland
75.000
40
26
57
2027 vervanging inspectieput en vuilwaterrioolleiding Erasmus te Hoogezand
60.000
40
58
2027 vervanging vuilwaterrioolleiding Pietervenemakade te Kielwinderweer
60.000
40
59
2027 elektrisch en mechanisch renoveren - vervangen rioolgemalen
200.000
40
60
2027 aanleg gescheiden rioolleiding koppelkans Centrumplan Muntendam
150.000
40
61
2027 Wegen Hamweg - Lageland
1.400.000
40
62
2027 Wegen Aanpassing fietspad Slochterbos
125.000
40
63
2027 Wegen Fietspad Siepweg - Noordbroeksterweg Slochteren
474.000
40
64
2027 Wegen Fietspad Trimbaan - Schildwolde
60.000
40
65
2027 Wegen Beneden Veensloot - Meeden
2.000.000
30
66
2027 Wegen Engelberterweg - Westerbroek
360.000
40
67
2027 Wegen Hardeweg - Noordbroek
1.100.000
40
68
2027 Wegen Leentjerweg - Siddeburen
440.700
30
69
2027 Wegen Nieuwe Spitsbergerweg - Zuidbroek
1.000.000
30
70
2027 Wegen Oostwoldjerweg - Siddeburen
2.300.000
30
71
2027 Wegen Slachthuislaan - Schildwolde
89.000
20
72
2027 Wegen Kern Hellum
550.000
20
73
2027 Wegen Westerlaan - Siddeburen
360.000
20
74
2027 Wegen Potterij - Siddeburen
840.000
20
75
2027 Wegen W.A. Scholtenlaan - Foxhol
340.000
30
76
2027 Wegen FP Vennenweg langs Muntewatering Meeden
237.000
40
77
2027 Wegen FP Vennenweg - Zevenwoldsterweg Meeden
200.000
20
78
2027 Herplant bomen 2027
300.000
40
79
2027 Integrale aanpak Potterij Siddeburen
160.000
40
80
2027 Herinrichting plantvakken Satellietlaan
85.000
40
81
2027 Herinrichting plantvakken Van Effenstraat
25.000
40
82
2027 Brugvervanging hout
810.651
30
83
2027 Brugvervanging staal
996.184
60
84
2027 Brugvervanging beton
3.997.301
80
85
2028 Ondergrondse constructie Spilbergenkade*
1.225.000
80
Totaal
35.251.751
27
Bijlage IV Uitwerking amendement CAZ In deze bijlage is een nadere toelichting opgenomen voor ontwikkeling 10. Amendement CAZ. Aanleiding De Collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ) is heroverwogen naar aanleiding van het door de raad aangenomen amendement A22, waarin is bepaald dat beëindiging van de CAZ alleen mogelijk is bij een volwaardig alternatief. Daarbij is het college opgedragen een alternatief uit te werken in samenhang met het integrale armoedebeleid en dit te betrekken bij de Voorjaarsnota 2026. Deze heroverweging is uitgevoerd binnen de kaders van de Kadernota Aanpak armoede 2026– 2030, waarin het vergroten van bereik, toegankelijkheid en effectiviteit van ondersteuning centraal staat. Tegelijkertijd neemt de druk op inwoners met zorgkosten en op gemeentelijke inkomensondersteuning toe. Dit hangt samen met landelijke ontwikkelingen, waaronder een mogelijke verhoging van het verplicht eigen risico, waardoor juist inwoners met lage inkomens en structurele zorgkosten extra worden geraakt. Deze ontwikkelingen hebben ook invloed gehad op de heroverweging van de CAZ en de wijze waarop is gekeken naar een toekomstbestendig en volwaardig alternatief.
Uitkomst heroverweging De heroverweging laat zien dat de huidige CAZ in de praktijk een beperkt bereik heeft, omdat alleen inwoners die kiezen voor deelname aan de collectieve verzekering van Menzis, gebruik kunnen maken van de regeling. Daarnaast zijn de pakketten anders samengesteld dan reguliere aanvullende verzekeringen, terwijl de gemeente beperkte invloed heeft op de inhoud en ontwikkeling van deze pakketten. Hierdoor sluit de ondersteuning niet altijd optimaal aan bij de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van inwoners met structurele zorgkosten. Uit de analyse blijkt dat met name inwoners met structurele zorgkosten, zoals chronisch zieken, gebruikmaken van de huidige regeling. Voor deze groep vormt vooral de compensatie van het verplicht eigen risico een belangrijke meerwaarde (GarantVerzorgd 3). Daarom is gekozen voor een alternatief dat doelmatiger en doeltreffender is ingericht en beter aansluit bij inwoners met structurele zorgkosten. Tegelijkertijd maakt dit alternatief een groter bereik mogelijk dan binnen de huidige CAZ. Voorgesteld alternatief Voorgesteld wordt de huidige gemeentepolis te beëindigen en te vervangen door een model waarin inwoners zich passend verzekeren met een basisverzekering, aanvullende verzekering en tandartsverzekering. Inwoners benutten eerst hun eigen verzekering volledig.
Pas wanneer noodzakelijke zorgkosten daarna niet worden vergoed, biedt de gemeente aanvullende ondersteuning. 28
Deze ondersteuning bestaat uit: •
Maatwerk via de bijzondere bijstand voor aantoonbaar noodzakelijke kosten die niet via de zorgverzekering of andere voorzieningen worden vergoed. Dit maatwerkartikel vormt een aanvulling op de bestaande bepalingen voor medische kosten in de beleidsregels bijzondere bijstand. Waar de huidige beleidsregels voorzien in vergoedingen voor specifiek benoemde kostensoorten, biedt dit artikel ruimte voor kosten die daar niet onder vallen, maar wel als noodzakelijk worden aangemerkt en niet elders worden vergoed.