03. Voorjaarsnota 2022
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2022
1
1. Inleiding en leeswijzer 1.1
Inleiding
Voor u ligt de Voorjaarsnota over 2022 van de gemeente Midden-Groningen. Deze Voorjaarsnota heeft drie doelen. Allereerst wordt er bijgestuurd over het lopende jaar. Ten tweede wordt er een eerste beeld gegeven van de verwachte ontwikkelingen in de komende jaren. Het derde doel is dat u bij de bespreking van deze nota op 14 juli overwegingen en aandachtspunten kunt meegeven tijdens het debat. Deze Voorjaarsnota is beleidsarm. Dit betekent dat we zowel onze ideeën als die van uw raad nog geen plek geven, maar wel een financieel kader schetsen dat aansluit bij de financiële paragraaf uit ons collegeprogramma. Eventuele nieuwe wensen benoemen we tekstueel, maar vertalen we nog niet financieel. Dat doen we samen met u bij de begroting 2023-2026. We plaatsen ook de kanttekening dat de meicirculaire met de laatste financiële update van het Rijk tijdens (1 juni) het in procedure gaan van deze nota bekend is geworden. De financiële effecten van de meicirculaire verwerken we in een brief die u voor de behandeling van de Voorjaarsnota in uw raad, op 14 juli, ontvangt. We vinden het belangrijk deze cijfers zo snel als mogelijk met u te delen om u van de meest actuele informatie te voorzien tijdens het debat. De input uit de bespreking van de Voorjaarsnota zullen we gebruiken bij het opstellen van de begroting 2023-2026. Dat is ook het moment waarop wij onze plannen zullen concretiseren.
Voor de bijsturing over 2022 baseren we ons op de ontwikkelingen in het eerste kwartaal. We denken dat onze inschattingen voor dit jaar redelijk betrouwbaar zijn, maar voor de jaren daarna neemt de onzekerheid toe. We zien dat de onstuimige geopolitieke en macro-economische ontwikkelingen een directe invloed hebben op onze aannames om tot een realistische begroting te komen. Meest in het oogspringend is de extreme stijging van de inflatie sinds begin dit jaar, die tot gevolg heeft dat we de indexatie van de afgelopen jaren niet kunnen doortrekken. Voor 2022 geven we de verwachte stijging van de inflatie een plaats in de begroting. We vinden dit voor het meerjarenbeeld te vroeg, omdat we nog niet weten hoe de inflatie zich meerjarig ontwikkelt en welke compenserende middelen het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Het vraagt flexibiliteit om mee te bewegen op basis van de beschikbare informatie en we zullen dan ook de vinger aan de pols houden.
1.2
Leeswijzer
De Voorjaarsnota bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk twee geeft de samenvatting weer. In hoofdstuk drie zijn de ontwikkelingen 2022 weergegeven en nader toegelicht. Hoofdstuk vier gaat in op de ontwikkelingen in het meerjarenperspectief en tot slot verzoeken we u in hoofdstuk vijf kredieten beschikbaar te stellen voor benodigde investeringen. In de bijlage zijn de begrotingswijzigingen weergegeven waar uw raad eerder over heeft besloten. In de Voorjaarsnota zelf zijn de bedragen afgerond op duizendtallen. Dit is uiteraard niet het geval in de begrotingswijzigingen zelf.
2
2. Samenvatting Zoals benoemd in de inleiding is deze Voorjaarsnota beleidsarm. Het vertrekpunt is de prognose uit het overdrachtsdocument inclusief de op geld gezette ambities uit de financiële paragraaf van ons collegeakkoord, het terugdraaien van de bezuiniging hervorming jeugd en de technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten. Voor 2026 is het vertrekpunt een eerste inschatting. Deze inschatting is indicatief door het nog niet kunnen verwerken van de informatie uit de meicirculaire vanuit het Rijk. De effecten hiervan zullen wij verwerken in de brief die u aanvullend op deze Voorjaarsnota ontvangt. Hieronder is de samenvatting weergegeven van de financiële effecten van de meegenomen ontwikkelingen in deze Voorjaarsnota die leiden tot een geprognotiseerd financieel resultaat voor 2022 – 2026. Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
Prognose n.a.v. regeerakkoord (incl stelpost indexatie)
4.200
5.150
5.300
3.800
-750
Beheer- en investeringsopgave openbare ruimte
-
-2.000
-2.000
-2.000
-2.000
Verduurzaming, dienstverlening en participatie
-
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
Terugdraaien bezuiniging hervorming jeugd Technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten
64
-218
450 -112
2.250 -106
-106
4.264
1.932
2.638
2.944
-3.856
-717
-119
-610
-508
-687
Positieve, maar onzekere ontwikkelingen
+3.471
-
-
-
-
Financiële ruimte voor opvangen inflatierisico
-3.471
-
-
-
-
Geprognotiseerd financieel resultaat
3.547
1.813
2.028
2.436
-4.543
Vertrekpunt Voorjaarsnota Zekere ontwikkelingen
Hieronder volgt een korte toelichting op de opgenomen ontwikkelingen die leiden tot het geprognotiseerd financieel resultaat. •
In het overdrachtsdocument is een claim opgenomen voor de beheer- en investeringsopgave openbare ruimte. De daarin opgenomen bandbreedte (€ 1,8 – 2,2 miljoen) hebben we vervangen door € 2 miljoen uit het collegeakkoord. Ook het bedrag van € 1 miljoen uit ons collegeakkoord voor verduurzaming, dienstverlening en participatie is hierin meegenomen.
•
In de eerder afgegeven prognose in het overdrachtsdocument is rekening gehouden met een bezuiniging op jeugd. Het Rijk heeft echter besloten dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor de gestelde structurele bezuinigingen op jeugdzorg. Voor nu gaan we ervan uit dat deze bezuiniging volledig wordt teruggedraaid.
•
De technische begrotingswijzigingen en eerder genomen besluiten zijn opgenomen in bijlage I. Het gaat hier om wijzigingen waar uw raad eerder een besluit over heeft genomen, wijzigingen met een beperkt financieel effect of wijzigingen die enkel een administratief karakter hebben.
•
De zekere ontwikkelingen hebben betrekking op diverse producten. Voor 2022 leiden deze ontwikkelen tot een nadeel van € 717.000. De meerjarige nadelige ontwikkelingen lopen tussen 2023 en 2026 op van € 119.000 tot € 687.000.
•
De positieve, maar onzekere ontwikkelingen hebben betrekking op de coronacompensatie (overhevelingsvoorstel jaarrekening 2021), verwacht voordeel op de BUIG en de grondexploitatie Rengerspark. We stellen voor deze middelen van in totaal € 3.471.000 beschikbaar te houden voor het opvangen van het verwachte inflatierisico in 2022. Voor de winst van Rengerspark geldt dat we deze bij de jaarrekening 2022 kunnen verzilveren.
•
Het ingeschatte inflatierisico voor 2022 is € 5 miljoen. Om dit op te vangen stellen we voor om naast de hierboven genoemde positieve maar onzekere ontwikkelingen ook de in het overdrachtsdocument opgenomen stelpost voor indexatie (€1,5 miljoen) te gebruiken. Zo creëren we een buffer in de begroting van grofweg € 5 miljoen en verwachten we alsnog onderaan de streep een verwachte positieve resultaat over 2022 van ruim € 3,5 miljoen. 3
De Voorjaarsnota kent een aantal posten waarvoor nader onderzoek nodig is om het effect te duiden. Dit kan gaan om een positief of negatief effect. De drie belangrijkste posten zijn hieronder opgesomd: •
Jeugd laat voor 2022 een verwacht nadeel zien van afgerond € 2 miljoen ten opzichte van de begroting. De meerjarige effecten hiervan kunnen we momenteel onvoldoende duiden, maar een structureel hoger benodigd budget licht voor de hand. Het geprognotiseerd financieel resultaat zal daarmee nadelig worden geraakt. Voor het zomerreces verwachten we een eerste doorrekening te kunnen maken, die we mee willen nemen in de begroting 2023-2026.
•
Wmo laat in 2022 een verwacht voordeel zien van bijna € 900.000 ten opzichte van de begroting. De doorrekening van de meerjarige effecten betrekken we bij de doorrekening voor Jeugd. Hier verwachten we enig structureel voordeel en kan de extra begrotingsdruk vanuit Jeugd enigszins opvangen.
•
Het duiden van het inflatie-effect is uitdagend, zeker voor het meerjarenperspectief. We zijn genoodzaakt de inflatieontwikkelingen nauwgezet te monitoren. In het overdrachtsdocument is een stelpost opgenomen voor de inflatie (indexatie) in 2023 – 2025, oplopend van € 3 naar € 5 miljoen. Voor 2026 hebben we deze opbouw lineair doorgetrokken naar € 6 miljoen. Tot slot benoemen we met deze Voorjaarsnota voor 2022 een financiële buffer van bijna 5 miljoen (€ 3.471.000 uit de positieve ontwikkelingen en € 1,5 miljoen de in het overdrachtsdocument benoemde stelpost). Bedragen x € 1.000
Buffer voor opvangen inflatierisico
2022 4.971
2023 3.000
2024 4.000
2025 5.000
2026 6.000
Wel moeten we benoemen dat het uiterst onzeker is in hoeverre de hierboven genoemde ruimte voldoende zal zijn. De komende periode zullen we dit monitoren, duiden en eventueel bijstellen. Daarbij zullen we ook de mogelijke compensatie betrekken die we hiervoor vanuit het Rijk (meicirculaire) ontvangen. Tot slot benoemen we een tweetal wensen waaraan wordt gewerkt, maar die nog niet aan uw raad zijn voorgelegd. Het gaat om de “Visie Vrijetijdseconomie” en “Verstedelijkingsopgave”. Zoeken naar balans tussen opvangen risico’s en ruimte voor nieuw beleid De geschetste ontwikkelingen in deze Voorjaarsnota leiden tot een geprognotiseerd positief financieel resultaat van € 3.547.000 in 2022. Voor de jaren 2023 tot 2025 verwachten we jaarlijks een positief resultaat dat ligt tussen € 1,8 en € 2,5 miljoen. Een eerste doorkijk laat voor 2026 een sterke omslag zien wat resulteert in een verwacht negatief resultaat van afgerond € 4,5 miljoen. Het is belangrijk om de juiste waarde aan deze cijfers te hechten. Ze zijn namelijk nog exclusief de effecten van de meicirculaire 2022, waarin ook de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds financieel zijn vertaald. Daarnaast geldt hoe verder in de toekomst, des te groter de onzekerheid.
Bovenstaande maakt dat we in aanloop naar de begroting flexibel moeten zijn over hoe we om willen gaan met de beperkte financiële ruimte die er nu is (2026 nu nog fors negatief) én de extra middelen die bij de meicirculaire beschikbaar komen. In de kern geldt, dat als de inflatie enigszins meevalt, we enige ruimte hebben om te investeren in nieuw beleid. Omgekeerd is dit uiteraard ook het geval en zou de inflatie de financiële ruimte op kunnen eten. De komende maanden zullen we de inflatieontwikkeling nauwgezet volgen en onze verwachtingen aanpassen waar nodig.
4
3. Ontwikkelingen 2022 In dit hoofdstuk geven we een nadere toelichting op de ontwikkelingen, die wij in 2022 verwachten. De ontwikkelingen leiden tot een verwacht rekeningresultaat aan het eind van dit jaar. In de tabel hieronder is de prognose uit het overdrachtsdocument voor 2022 weergegeven. Ook is hier het totaal van de technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten opgenomen, zie bijlage I. Tezamen vormt dit het vertrekpunt voor de bepaling van het begrotingssaldo 2022. bedragen x € 1.000
2022
Primaire begroting
3.600
Regeerakkoord; accres gemeentefonds
2.100
Indexatie (relatie accres gemeentefonds)
-1.500
Prognose overdrachtsdocument
4.200
Technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten Vertrekpunt
64 4.264
3.1 Vertaling inzichten in Voorjaarsnota De prognoses in het eerste kwartaal over het verdere verloop van 2022 laten diverse afwijkingen zien. Voor sommige afwijkingen is het echter te vroeg om deze te verwerken in begrotingswijzigingen. Dit kan zijn omdat het bedrag te beperkt is, er nog bijsturingsmogelijkheden of compenserende effecten zijn. De technische begrotingswijzigingen én eerder genomen besluiten zijn hier een uitzondering op. Het totaal financieel effect hiervan is meegenomen in het vertrekpunt. De ‘hardheid’ van de ontwikkelingen die we een plek geven in deze Voorjaarsnota fluctueert. De mate waarin bepaalt hoe we deze verwerken. Hardere (meer betrouwbare) prognoses verwerken we functioneel. Dit betekent dat we u voorstellen de budgetten voor het betreffende product te wijzigen. Voor de minder harde inschattingen, in dit geval voordelen, stellen we voor deze te reserveren. Deze reservering heeft een tweeledig karakter; het kan worden gebruikt als het voordeel zich op het product toch niet voordoet, óf als buffer om het inflatierisico op te vangen als het voordeel wel gerealiseerd wordt. We gaan hier in paragraaf 3.4 nader op in.
3.2
De ‘harde’ ontwikkelingen
De harde ontwikkelingen hebben per saldo een nadelig effect van € 717.000. We lichten deze ontwikkelingen individueel toe, waarbij we aangeven welk programma het betreft. Product (x € 1.000) Jeugd
2022 -€ 1.929
Wmo inclusief Beschermd wonen
+€ 866
Sport; SPUK sport
+€ 500
Cultuur; subsidie Kielzog
+€ 329
Verkoop bouwkavel Harkstede
+€ 238
Verbonden partijen; ODG en VRG
-€ 216
Planvorming openbare ruimte
-€ 180
Bestuursondersteuning; abonnements- en portokosten
-€ 150
Pont over Drents Diep
-€ 150
NPG-project ‘Moeders van Midden Groningen’
-€ 25
Totaal
-€ 717
5
Jeugd (programma 2, nadeel € 1.929.000) We verwachten een overschrijding op het product Jeugd van € 1.929.000 als gevolg van autonome ontwikkelingen die we niet kunnen voorzien. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inzet van meer en duurdere zorg door alle verwijzers en een stijgend aantal cliënten. De ingeschatte prognose brengt nog een aantal onzekerheden met zich mee. De kosten voortkomend uit het woonplaatsbeginsel zijn nog onduidelijk. Deze kunnen mee- of tegenvallen. Ondanks de onzekere ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben, hebben we een vrij duidelijk beeld van de beïnvloedbare kosten en ontwikkelingen. Middels beheersmaatregelen sturen we hierop en willen we de trend van explosieve kostenstijgingen in het domein van jeugd doorbreken. Dit is een majeure opgave die we lokaal, regionaal en landelijk zien. Wmo inclusief Beschermd wonen (programma 2, voordeel € 866.000) Een extrapolatie van de cijfers van het eerste kwartaal laat een voordeel van € 414.000 zien voor Wmo. De maandelijkse declaraties zijn een goede graadmeter voor de jaarlijkse prognose, seizoeneffecten zijn beperkt. Daarnaast laat de eerste prognose van de centrumgemeente Groningen voor Beschermd Wonen een positief saldo zien van € 352.000. Ondanks onzekerheden in de prognose nemen we dit voordeel wel mee, omdat we de afgelopen jaren aan het einde van het jaar een fors voordeel constateren.
Sport; SPUK sport (programma 1, voordeel € 500.000) We verwachten een specifieke uitkering (SPUK) van € 500.000 voor sport ter compensatie van de Btw-kosten op de exploitatie en investeringen. Bij exploitatie kunt u denken aan de kosten voor het beheer van accommodaties, zoals energielasten. Bij investeringen gaat het om de aanleg of het onderhoud van bijvoorbeeld sportvelden of een sporthal. In de begroting hebben we geen rekening gehouden met deze uitkering. Aangezien de toekenning van vorig jaar in lijn was met onze aanvraag, verwachten we deze uitkering ook dit jaar te ontvangen. Ook in 2023 stelt het Rijk aanvullende middelen beschikbaar. De wijze waarop we hiermee omgaan lichten we toe in het volgende hoofdstuk. Cultuur; subsidie Kielzog (programma 2, voordeel € 329.000) Stichting Kielzog heeft in 2021 minder activiteiten uitgevoerd als gevolg van corona. Hierdoor hebben we onlangs een principebesluit genomen om de subsidie eenmalig € 329.000 lager vast te stellen. Bij het opstellen van deze nota zijn wij nog in gesprek met stichting Kielzog. De uitkomst kan zijn dat de subsidie overeenkomstig het voorgenomen besluit wordt vastgesteld óf dat er een zienswijze wordt ingediend. Voor nu gaan we uit van het genoemde incidentele voordeel in 2022.
Verkoop bouwkavel Harkstede (programma 3, voordeel € 238.000) We hebben een kavel in de verkoop die grenst aan de particuliere ontwikkeling van Eilandrijk Fase 3 in Harkstede. Er is een koopovereenkomst gesloten en de kavel wordt dit jaar verkocht. Deze verkoop was niet begroot, omdat het een losse kavel betreft. Voor 2022 leidt dit tot een incidenteel voordeel van € 238.000. Verbonden partijen ODG en VRG (programma 1 en 3, nadeel € 216.000) De deelnemersbijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen neemt in 2022 toe met € 127.000. Naast de reguliere deelnemersbijdrage is voor de introductie van een zaaksysteem afgerond € 35.000 nodig. Ook de deelnemersbijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Groningen wordt hoger. De toename bedraagt in 2022 afgerond € 54.000.
6
Planvorming openbare ruimte (programma 1, nadeel € 180.000) In het collegeprogramma 2022-2026: ‘Samen aan de slag’ willen we investeren in de openbare ruimte en het herstel van civiele kunstwerken (bruggen, viaducten en dergelijke). Hiervoor stellen we structureel € 2 miljoen extra beschikbaar, maar vinden ook dat er een onderbouwd en uitvoerbaar plan van aanpak moet komen. Er is eenmalig € 180.000 nodig om het genoemde plan op te stellen. Bestuursondersteuning; abonnements- en portokosten (programma 6, nadeel € 150.000) We constateren dat we te maken hebben met hogere abonnements- en portokosten. Enerzijds zien we gestegen prijzen, anderzijds waren de budgetten gebaseerd op een kleinere schaalgrootte. We stellen voor een verhoging van € 100.000 voor de abonnementskosten en € 50.000 voor de portokosten mee te nemen in de begroting 2022 en het meerjarenperspectief. Pont over Drents Diep (programma 3, nadeel € 150.000) Vooruitlopend op de visie vrijetijdseconomie Midden-Groningen stellen we voor een bijdrage te leveren aan de nieuwe pont over het Drents Diep bij het Zuidlaardermeer. We voeren dit project samen uit met andere partners. Voor een tijdige ingebruikname van de pont moet het vergunningstraject deze zomer gestart worden. De bijdrage is € 150.000 in 2022 en de jaarlijkse onderhoudskosten betrekken we bij de begroting 2023.
NPG-project ‘Moeders van Midden Groningen’ (programma 5, nadeel € 25.000) Voor de bemensing van het NPG-project ‘Moeders van Midden Groningen’ hebben we door de moeilijke arbeidsmarkt duurdere krachten in moeten zetten dan wij in onze aanvraag hadden voorzien. Dit betekent dat we in 2022 een nadeel van € 25.000 verwachten binnen dit doorgaans budgettair neutrale programma. We nemen de meerkosten ook in het maarjarenperspectief op, omdat het gaat om een meerjarig project. Voor 2023 gaat het om € 34.000, in 2024 om € 16.000 en in 2025 om € 2.000. Dit komt in totaal neer op een nadeel van € 77.000.
7
3.3 Positieve, maar onzekere ontwikkelingen We stellen voor de positieve, maar onzekere ontwikkelingen op een andere wijze mee te nemen in de begroting 2022 dan bij de ‘harde’ ontwikkelingen. De onzekerheid maakt het noodzakelijk dat deze middelen beschikbaar blijven om eventuele tegenvallers op de producten op te vangen. Wanneer dit niet nodig is stellen we voor deze middelen in te zetten om het inflatierisico op te vangen. Het inflatierisico voor onze gemeente wordt nader toegelicht in de volgende paragraaf. Hieronder zijn de ontwikkelingen weergegeven en toegelicht. Product (x € 1.000) Coronacompensatie (overhevelingsvoorstel jaarrekening 2021) BUIG Grondexploitatie Rengerspark Totaal
2022 +€ 1.557 +€ 972 +€ 942 +€ 3.471
Coronacompensatie (programma 6, voordeel € 1.557.000) Bij de jaarrekening 2021 is voorgesteld de resterende middelen voor coronacompensatie uit met name de decembercirculaire over te hevelen naar 2022. Tot op heden blijken er gelukkig minder verstrekkende maatregelen nodig te zijn dan vorig jaar. We hebben dan ook nog geen concreet bestedingsdoel voor de ontvangen coronacompensatie. Wanneer dit de rest van het jaar zo blijft, zullen we naar verwachting ruim € 1,5 miljoen overhouden. Het is echter onzeker of dit daadwerkelijk het geval zal zijn. Het laten vrijvallen van de middelen is dan ook voorbarig. Wel vinden we het verstandig om de overgehevelde middelen een algemener label te geven. Hierdoor hebben we de mogelijkheid om extra financiële druk in de begroting op te vangen. Met een breder label maakt het niet uit of dit door corona of inflatie wordt veroorzaakt. BUIG (programma 2, voordeel € 972.000) Op de BUIG (gebundelde uitkering voor inkomensregelingen) is er een verwacht voordeel van ruim € 600.000 door een afname van het aantal bijstandsontvangers. Daarnaast is het voorlopig budget voor onze gemeente ruim € 370.000 hoger. Eind september wordt het budget definitief vastgesteld en dit kan zowel voordelig als nadelig zijn.
Net als bij de coronacompensatie willen we deze middelen reserveren voor een eventueel nadeel bij de definitieve vaststelling van het budget of voor de financiële effecten van inflatie. Grondexploitatie Rengerspark (programma 3, voordeel € 942.000) We verwachten in 2022 een winst van € 942.000 op de grondexploitatie Rengerspark. De verwachte winst, die mogelijk afwijkt, is pas eind dit jaar vast te stellen bij het opmaken van de jaarrekening 2022. Dit is ook het moment waarop we de winst kunnen verzilveren. Waar we de vorige twee voordelen administratief willen verwerken, is dat voor dit voordeel niet mogelijk. Desondanks stellen we voor mogelijk fors hogere inflatiekosten hiermee op te vangen.
8
3.4 Inflatierisico Zoals beschreven in de vorige paragraaf kunnen de positieve, maar onzekere ontwikkelingen zorgen voor enige financiële ruimte om eventuele nadelige inflatie-effecten op te vangen. Dat is nodig, want we constateren een financieel risico in relatie tot inflatie en indexatie. De stijging van de inflatie is sinds tientallen jaren niet zo fors geweest; het door de ECB gewenste inflatieniveau is 2%. De inflatie in april 2022 was 9,6%. Het risico van een langere periode hoge inflatie is substantieel. Het is echter onduidelijk hoe lang en in welke mate dit zich voordoet. Bij een scenario van 5-7% inflatie heeft dit nadelige financiële effecten voor onze gemeente. Een dergelijk percentage grijpt echter niet direct in op de gehele omvang van onze begroting van € 250 miljoen. Dit komt bijvoorbeeld doordat de inflatie van salarissen is meegenomen in de CAO die voor langere tijd is vastgelegd en we een groot aantal langlopende contracten en subsidierelaties hebben die worden geïndexeerd volgens contract. Een stevig nadelig effect valt echter niet uit te sluiten. U kunt hierbij onder andere denken aan extra energiekosten voor onze gebouwen en hogere brandstofprijzen voor de auto’s en vrachtwagens in onze uitvoeringsdiensten. Het is onwaarschijnlijk dat we hiervoor volledig gecompenseerd worden via de Algemene Uitkering.
Mogelijke effecten voor 2022 Voor 2022 is een eerste gevoeligheidsanalyse gemaakt voor het inflatierisico. Bij de begroting 2023 wordt een nadere analyse van de meerjarige effecten opgenomen. De gevolgen voor het meerjarenperspectief zijn dan ook niet meegenomen in deze Voorjaarsnota. De ingeschatte omvang van inflatiegevoelige budgetten in 2022 ligt tussen € 75 en € 100 miljoen. In de primaire begroting is rekening gehouden met 2-3%. De verwachte indexatie op de middellange termijn ligt tussen de 5-7%. Het verschil van zo’n 3-5% resulteert in een mogelijk nadeel tussen de € 3 5 miljoen voor 2022. Financiële ruimte In het overdrachtsdocument is een stelpost van € 1,5 miljoen opgenomen voor indexatie. Samen met de positieve, maar onzekere voordelen van afgerond € 3,5 miljoen zorgt dit voor een buffer van € 5 miljoen. Hiermee kunnen we het ingeschatte nadeel opvangen, zonder dat dit het huidig verwachte positieve rekeningsaldo over 2022 nadelig beïnvloedt. Dit kan uiteraard wel het geval zijn wanneer de verwachte voordelen zich niet voordoen.
9
4. Ontwikkelingen in het meerjarenperspectief Naast de ontwikkelingen voor 2022, stellen we voor een aantal ontwikkelingen in het meerjarenperspectief mee te nemen. Hier vormt de prognose uit het overdrachtsdocument de basis voor het begrotingssaldo 2023 – 2025, tezamen met het totaal van de technische begrotingswijzigingen en eerder genomen besluiten. Voor 2026 geven we voor het eerst een inschatting in deze Voorjaarsnota. Deze inschatting is door het ontbreken van de informatie uit de meicirculaire vanuit het Rijk uiterst indicatief. De meicirculaire is namelijk het eerste schrijven over het jaar na de regeerperiode Rutte 4. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Primaire begroting
2.600
2.100
3.100
3.100
Herijking gemeentefonds
-450
-1.350
-2.250
-2.250
Regeerakkoord; accres gemeentefonds
3.000
5.600
6.400
3.000
Indexatie (relatie accres gemeentefonds)
-3.000
-4.000
-5.000
-6.000
Regeerakkoord; middelen Commissie van Wijzen
1.600
1.500
1.400
1.400
-
-450
-2.250
0
Regeerakkoord; hervorming Jeugd Regeerakkoord; opschorting opschalingskorting
1.400
1.900
2.400
0
Prognose n.a.v. regeerakkoord
5.150
5.300
3.800
-750
Beheer- en investeringsopgave openbare ruimte
-2.000
-2.000
-2.000
-2.000
Verduurzaming, dienstverlening en participatie
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
0
450
2.250
0
-218
-112
-106
-106
1.932
2.638
2.944
-3.856
Terugdraaien bezuiniging hervorming jeugd Technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten Vertrekpunt meerjarenperspectief
In het overdrachtsdocument is een claim van € 1,8 – 2,2 miljoen voor de beheer- en investeringsopgave van de openbare ruimte opgenomen. Voor het bepalen van het vertrekpunt is de bandbreedte vervangen door het bedrag van € 2 miljoen uit ons collegeakkoord. Daarnaast is er een bedrag van € 1 miljoen uit het collegeakkoord opgenomen met een breed bestedingsdoel. We willen dit inzetten voor de verduurzaming van woningen en om de kwaliteit van de dienstverlening, participatie en gebiedsgericht werken een impuls te geven. Voor 2024 en 2025 is er nog een aanpassing in het vertrekpunt in het kader van bezuinigingen op Jeugd. Het Rijk heeft begin mei besloten dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor de gestelde structurele bezuinigingen op jeugdzorg. Het Rijk wil deze bezuiniging invullen met eigen bijdragen en/of het normeren van de behandelduur. Welke gevolgen dit precies heeft voor gemeenten is onduidelijk, maar voor nu gaan we ervan uit dat de bezuiniging volledig wordt teruggedraaid.
4.1
Ontwikkelingen met concreet financieel effect
De meerjarige effecten van geconstateerde ontwikkelingen zijn hieronder weergegeven en worden kort toegelicht. Ontwikkelingen (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Verbonden partijen; ODG en VRG
-€ 410
-€ 444
-€ 356
-€ 537
Sport; SPUK sport
+€ 475
-
-
-
Bestuursondersteuning; abonnements- en portokosten
-€ 150
-€ 150
-€ 150
-€ 150
NPG-project ‘Moeders van Midden Groningen’ Totaal
-€ 34
-€ 16
-€ 2
-
-€ 119
-€ 610
-€ 508
-€ 687
10
Verbonden partijen; ODG en VRG (programma 1 en 3) De deelnemersbijdrage voor zowel Omgevingsdienst Groningen als Veiligheidsregio Groningen neemt niet alleen in 2022, maar meerjarig toe. De meerjarige toename van de bijdragen is in lijn met de (concept) meerjarenbegroting van deze verbonden partijen. We verwachten deze begrotingen in juli vast te stellen samen met onze regiopartners en nemen de effecten hiervan mee in ons meerjarenperspectief. Sport; SPUK sport (programma 1) In hoofdstuk drie is de specifieke uitkering voor sport ter compensatie van de Btw-kosten op de exploitatie en investeringen meegenomen voor 2022. In 2023 stelt het Rijk ook aanvullende middelen beschikbaar. De door het Rijk te verspreiden middelen nemen af ten opzichte van 2022. Landelijk neemt het uitkeringsplafond af van € 185 miljoen in 2022 naar € 178 miljoen in 2023. Voorzichtigheidshalve gaan we dan ook uit van een lager te ontvangen uitkering in 2023. Bestuursondersteuning; abonnements- en portokosten (programma 6) Zoals benoemd bij de ontwikkelingen 2022 constateren we dat de lasten voor abonnements- en portokosten structureel te laag begroot zijn. De verhoging van € 100.000 voor de abonnementskosten en € 50.000 willen we dan ook structureel meenemen.
NPG-project; ‘Moeders van Midden Groningen’ (programma 5) De meerkosten voor de bemensing van het NPG-project ‘Moeders van Midden Groningen’ lopen ook in 2023 tot 2025 door. Voor 2023 gaat het om € 34.000, in 2024 om € 16.000 en in 2025 om € 2.000. Samen met de meerkosten van 2022 is dit in totaal een nadeel van € 77.000.
4.2
Overige ontwikkelingen en wensen
Naast de ontwikkelingen die we willen verwerken in de meerjarenbegroting zijn er ook een aantal ontwikkelingen die we nog niet naar het financieel perspectief kunnen vertalen. Het gaat hierbij om de meerjarige ontwikkeling met betrekking tot Jeugd, Wmo en de financiële effecten van het inflatierisico. We willen hier ook de wensen rondom de “Visie Vrijetijdseconomie” en de “Verstedelijkingsopgave” benoemen. Aan deze wensen wordt al wel gewerkt, maar voor een financiële vertaling is het nog te vroeg. Voor Jeugd en Wmo kunnen we de meerjarige effecten van de geconstateerde ontwikkelingen nog onvoldoende duiden. Voor het zomerreces verwachten we de eerste uitkomsten van de doorrekening die nu wordt gemaakt. Op basis van deze doorrekening willen we een realistische raming neerzetten in de begroting 2023. Het duiden van het inflatie-effect is uitdagend door het grillige verloop van de geopolitieke en macro-economische ontwikkelingen. Wanneer de inflatie op het huidige niveau blijft in het meerjarenperspectief, lijkt dit een onhoudbare situatie. Voor de begroting 2023 moeten we hier zowel voor de kosten als opbrengsten wel een inschatting van maken. Op dit moment werken we aan de Visie Vrijetijdseconomie en de Verstedelijkingsopgave. Hoewel deze documenten nog niet aan uw raad zijn voorgelegd, zijn er al wel een aantal voorbereidende werkzaamheden verricht.
Denk aan het in kaart brengen van de opgaven en het verkennen van subsidiemogelijkheden. Voor een aantal investeringen zullen we zelf de kosten moeten dragen.
11
5. Kredietaanvragen voor investeringen In deze Voorjaarsnota stellen wij u ook voor een drietal kredieten te verstrekken om met de voorbereiding en uitvoering van de projecten te starten. De kapitaallasten van de projecten (vanaf 2023) zijn onderdeel van het saldo “technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten” uit bijlage I en worden als zodanig verwerkt bij de meerjarenbegroting. Investeringskrediet Eendrachtsbrug (€ 64.000 aanvullend krediet) De Eendrachtsbrug is in slechte staat en moet worden gerenoveerd. De voorbereidende werkzaamheden zijn gerealiseerd en de uitvoering is aanbesteed. Het eerder beschikbaar gestelde krediet is onvoldoende om alle noodzakelijke werkzaamheden uit te kunnen voeren. Dit komt enerzijds door de prijsstijging van bouwmaterialen. Daarnaast zien we dat aannemers tegenwoordig ruimer in het werk zitten waardoor onder andere startkosten hoger zijn. Voor 2022 verzoeken we u om € 64.000 aanvullend krediet beschikbaar te stellen. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten van € 2.000 verwerken we vanaf de begroting 2023 binnen het huidig budget van kunstwerken. Investeringskrediet Middelste klap (€ 50.000 aanvullend krediet) De Middelste klap is in slechte staat en moet worden gerenoveerd. Ook hier zien we dat door stijgende bouwkosten en hogere startkosten van de aannemer het eerder beschikbaar gestelde budget niet toereikend is.
Voor 2022 verzoeken we u om € 50.000 aanvullend krediet beschikbaar te stellen. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten van € 2.000 verwerken we vanaf de begroting 2023 binnen het huidig budget van kunstwerken. Investeringskrediet Brengpunt Vosholen (€ 450.000 aanvullend krediet) Het brengpunt Vosholen is ingericht voor het verwerken en composteren van groenafval (ook van inwoners) en het tijdelijk opslaan van slib, veegvuil en afval van bijvoorbeeld oud en nieuw. Voor het kunnen blijven uitvoeren van de werkzaamheden dient het terrein te voldoen aan vereisten zoals omschreven in de geldende voorwaarden en activiteitenvergunning. Uit (milieutechnische-) controles is gebleken dat het terrein niet voldoet en er een aantal aanpassingen moeten worden gedaan zodat de dienstverlening gegarandeerd kan blijven. Met het uitvoeren van de aanpassingen is een investering van in totaal € 700.000 gemoeid. Dit is € 450.000 meer dan het krediet dat eerder door uw raad beschikbaar is gesteld. De kostenverhoging is te verklaren doordat na gedetailleerd onderzoek meer gebreken zijn geconstateerd. Voor 2022 verzoeken we u om € 450.000 aanvullend krediet beschikbaar te stellen. De bijbehorende hogere kapitaallast van € 20.000 nemen wij vanaf de begroting 2023 structureel mee. De verwerking is onderdeel van de technische begrotingswijziging.
12
Bijlage I: Technische begrotingswijzigingen en eerder genomen besluiten Naast de mutaties die van invloed zijn op het begrotingssaldo zijn er wijzigingen waarover uw raad eerder besloten heeft en technisch-administratieve wijzigingen die niet of nauwelijks van invloed zijn op het saldo. Deze hebben echter wel consequenties voor de budgetten van de programma’s. De budgettaire wijzigingen die onderhevig zijn aan het budgetrecht van de raad zijn in deze bijlage verwerkt en worden in een afzonderlijke begrotingswijziging gelijktijdig ter vaststelling aangeboden. Hieronder is het financiële effect van deze wijzigingen voor 2022 – 2026 weergegeven. Vervolgens worden de wijzigingen kort toegelicht. Bedragen x € 1.000
Technische begrotingswijzigingen en eerdere besluiten
2022 64
2023 -218
2024 -112
2025 -106
2026 -106
Algemeen De baten en lasten van het gemeentelijk vastgoed worden functioneel verdeeld op basis van het gebruik. Na een actualisatie is het gebruik gewijzigd en dit heeft consequenties voor de primaire begrotingsramingen. De herverdeling omvat een bedrag van circa € 4,2 miljoen en worden verwerkt in de verschillende programma’s. Budgettair is deze wijziging neutraal. De vervangingsinvesteringen zijn bij de de begroting 2022 vastgesteld. De daarmee samenhangende kapitaallasten worden in het meerjarenperspectief van de programma’s verwerkt. Het bedrag dat voor verjonging beschikbaar is, wordt aan de hand van de stand op 1-1-2022 berekend. Het salarisbudget van het team wordt hierdoor verlaagd. Daarnaast worden de reeds genomen besluiten verwerkt die aanspraak doen op het budget. De verwerking vindt in deze wijziging plaats en heeft invloed op alle programma’s.
Dorpen en wijken Uw raad heeft bij de slotbegrotingswijziging 2021 is een incidentele verhoging van € 450.000 vastgesteld voor het onderhoud van openbaar groen in 2022. De dekking komt vanuit de Algemene Reserve. Het budget van € 6.600 voor de kinderspelweken verschuift administratief van het leefbaarheidsfonds naar programma 2 Sociaal. De verwerking van de vervangingsinvesteringen voor de riolering bedraagt € 1.240.757 en wordt gedekt vanuit de voorziening riolering. In de Voorjaarsnota 2021 is rekening gehouden met een investering voor het risicogestuurd beheer. De dekking van deze investering was ook onderdeel van de Voorjaarsnota 2021. Voor het niet uitgevoerde deel in 2021, moet in 2022 rekening gehouden worden met een onttrekking ter dekking van de investering. Door deze wijziging wordt de raming in 2022 aangepast. Daarnaast vindt er een correctie plaats van een niet correcte negatief geraamde inkomst van € 110.000. De mutaties vinden tevens plaats binnen de voorziening riolering. Het verkeersproject Knijpsbrug vergt een investering van € 600.000. Door de provincie Groningen wordt € 300.000 bijgedragen. Vanaf 2023 wordt rekening gehouden met € 34.500 aan kapitaallasten. In de taakstelling van de personele ombuigingen (pensionado’s) is een onevenwichtigheid verwerkt, die in de budgetten voor onderhoud tot uitdrukking kwamen. Er wordt € 100.000 gecorrigeerd voor 2023.
De correctie is budgettair neutraal door een aframing op de ‘overige baten en lasten’ binnen het programma Bestuur.
13
De paardensportvereniging Schildwolde en Omstreken (SEO) heeft in 2015 een subsidieaanvraag van maximaal € 110.000 ingediend bij het accommodatiefonds van de voormalige gemeente Slochteren. We hebben uitstel verleend tot juli 2023 en dit betreft een juridische verplichting. SEO heeft het verzoek voor een voorschot ingediend. Deze lasten worden gedekt vanuit de reserve ‘Accommodatiefonds’. Rondom zwemplas Botjes Zandgat was begin april onduidelijkheid over de veiligheidssituatie met betrekking tot het waterpeil en de bodem. Daarom hebben we besloten om een zwemverbod in te stellen. In de tussentijd is er onderzoek verricht om duidelijkheid te verkrijgen over de situatie en de oorzaken. We hebben overleg gevoerd de provincie Groningen (bevoegd gezag zwemwater en ontgrondingen), de gemeente (recreatiestrand), waterschap Hunze en Aa's (peilbeheerder in gebied) en de eigenaar zandwinning Botjeszandgat om te komen tot oplossingen. Het onderzoek wees uit dat er een verhoogde waterstand in de zwembaai aanwezig was in combinatie met een oneffen bodem. De bodem en oever waren wel stabiel. Om ervoor te zorgen dat er voor de zomervakantie weer gerecreeerd kan worden bij de zwemplas moeten wij een aantal herstelwerkzaamheden uitvoeren. De kosten daarvan bedragen € 25.000.
De kosten voor het verlenen van instemmingsbesluiten voor graafwerkzaamheden worden op basis van de telecomverordening en de graafverordening verhaald op de netbeheerders. Door een verwachte toename in de aanleg van glasvezelkabels voorzien we in 2022 toename in de leges van € 30.000. De kostendekkendheid van de leges Telecommunicatie en kabels en leidingen zal hierdoor in 2022 verbeteren.
Sociaal Zoals benoemd bij het programma Dorpen en Wijken verschuift het budget van € 6.600 voor de kinderspelweken naar het programma Sociaal. Voor huishoudens met een minimum inkomen zijn coronatesten beschikbaar. De kosten hiervan bedragen € 15.000 en worden gedekt vanuit coronacompensatiemiddelen uit het Rijk. Voor de Energietoeslag voor lage inkomens wordt uitgegaan van € 2,4 miljoen. Deze wijziging wordt budgettair neutraal verwerkt, overeenkomstig met de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. De eerder geraamde stelposten voor re-integratie (€ 377.000) en het werkbedrijf (€ 150.000) worden functioneel geraamd. De mutaties vinden plaats binnen het programma Sociaal en zijn budgettair neutraal.
Economie Binnen het programma Bestuur en Bedrijfsvoering worden loonkosten verantwoord als overhead wanneer deze niet functioneel toerekend kunnen worden. Hier vinden correcties op plaats die invloed hebben op diverse programma’s. Het financiële effect op dit programma is € 110.887, maar is budgettair neutraal over de programma’s heen. Voor de pilot ‘Aardgasloze wijk’ is in 2022 een uitvoeringsbudget van € 250.000 benodigd. Deze lasten worden gedekt door een provinciale subsidie. De subsidie voor het project ‘Gasvrij Steendam-Tjuchem’ kent een plafondbedrag van € 2.240.000. Dit bedrag is gebaseerd op 280 gewogen woningequivalenten á € 8.000. Deze € 2.240.000 is onderdeel van de begroting van het project. De subsidie wordt volledig gedekt met de SPUK PAW Steendam-Tjuchem. Door een toename van werkzaamheden (regelingen/handhaving/ondersteuning) voor de omgevingskwaliteit is een verhoging van de uitvoeringsbudgetten benodigd met € 650.000. Deze 14
aanpassing wordt gedekt vanuit hoger verwachte legesinkomsten (€ 800.000 in 2022) voor omgevingsvergunningen. We verwachten dat deze inkomsten structureel hoger zijn. We houden vanaf 2023 in het meerjarenperspectief een bedrag van € 500.000 aan. Hiermee wordt de taakstelling op leges ingevuld. Het team Veiligheid en vergunningen is vormgegeven. De bijbehorende uitvoeringsbudgetten moeten functioneel geraamd worden. In de primaire begroting is hiervoor een stelpost opgenomen. De raming voor het team bedraagt € 392.000. De wijziging is budgettair neutraal omdat de stelpost overeenkomstig wordt afgeraamd. Voor de handhaving van de coronacheck hebben we een bijdrage ontvangen van € 232.043. Deze ontvangst wordt budgettair neutraal verwerkt. Dit betekent dat de kosten op gelijke hoogte worden geraamd. We hebben medewerking verleend aan het "Principeverzoek realisatie reguliere camping Damsterweg te Steendam". Het resultaat van het onderhandelingstraject is dat de kosten voor de aanleg drukriolering, tijdelijke omgevingsvergunning en bestemmingsplan voor rekening komen van de gemeente. Na verrekening van de grondverkoopopbrengst resteert een bedrag van € 21.250. Er vindt een onderzoek plaats naar de vaardiepte van het Zuidlaardermeer. De kosten hiervan bedragen € 15.000 worden gedeclareerd bij de bodemdalingscommissie.
Veerkracht staat binnen het sociaal domein van onze gemeente centraal. Voor het versterken van de veerkracht van gezinnen doen we onderzoek naar vormen van ondersteuning die daaraan bijdragen. Gezinsondersteuning is hier een vorm van en hiervoor is een pilot gestart. De evaluatie heeft plaatsgevonden en we willen deze ondersteuning structureel waarborgen, ook financieel. Het budget is beschikbaar door een verschuiving van Jeugd Zin naar Wmo gezinsondersteuning en is derhalve budgettair neutraal.
Dienstverlening Voor het treffen van coronamaatregelen tijdens de verkiezingen zijn incidentele kosten geraamd van € 89.328. De dekkingsmiddelen zijn in de algemene uitkering (programma Bestuur en bedrijfsvoering) opgenomen.
Gevolgen gas- en zoutwinning én NPG-projecten De beschikbare budgetten voor de NPG-projecten zijn in de primaire begroting op één plek geraamd. Door de adminstratieve wijziging wordt deze raming uitgesplitst naar de diverse projecten. De mutaties hebben geen invloed op het begrotingssaldo.
Bestuur en bedrijfsvoering De coronacompensatie vanuit het Rijk voor 2022 is verantwoord op het product ‘Overige baten en lasten’ in programma Bestuur en Bedrijfsvoering. Op het moment dat duidelijk is waarvoor de compensatiegelden worden ingezet, vindt functionele toerekening naar de betreffende programma’s plaats. In verschillende gemeenten zijn onderzoeken gestart naar de onteigening en doorverkoop van Joodse woningen in de Tweede Wereldoorlog. De financiële consequenties van het onderzoek worden voor onze gemeente geschat op € 30.000. In de ‘Verkaufsbücher’ staan 30 registraties in onze gemeente. Wanneer de onderzoeksresultaten uitwijzen dat er meer heeft gespeeld dan moet er nader onderzocht worden wat benodigd is om tot rechtsherstel in de vorm van een compensatieregeling te komen. 15
De incidentele middelen voor coronamaatregelen tijdens de verkiezingen zijn via de algemene uitkering ontvangen. In het programma Dienstverlening is vooralsnog een gelijk bedrag aan lasten opgenomen. De eerder benoemde loonkosten die functioneel worden geraamd op het programma Economie worden in mindering gebracht op de primaire begrotingsraming van Overhead. Hierdoor is de mutatie van € 110.887 budgettair neutraal. Na de oplevering van het Huis voor Cultuur en Bestuur zijn klimatologische aanpassingen verricht in de Stadskamer. De kosten hiervan bedragen c.a. € 50.000. Daarnaast heeft de invoering van ‘Het nieuwe werken’ geleid tot hogere kosten ( € 122.000) voor digitalisering. De kosten van beide zaken worden gedekt door de reserve ‘Huis voor Cultuur en Bestuur’. In programma Bestuur en bedrijfsvoering is een stelpost opgenomen als taakstelling voor hogere leges vanaf 2023. Het gaat om € 500.000 en door de verwachte structurele toename aan leges, zie programma economie, wordt deze stelpost ingevuld. Er wordt in 2023 € 100.000 afgeraamd op de ‘overige baten en lasten’ voor het herstellen van de onevenwichtigheid in de taakstelling van de personele ombuigingen in het programma Dorpen en Wijken. Voor ziektevervanging is een algemeen budget beschikbaar van € 300.000. Aanwending van het budget betekent een functionele wijziging van de doorbelasting naar de producten.
De dekking van de coronatesten voor huishoudens met een minimum inkomen (programma Sociaal) vindt plaats vanuit het coronabudget op de stelpost ‘overige baten en lasten’.
16